
klik voor groter
Lang geleden, nog voor ik geboren werd, overleed mijn oma. De moeder van mijn moeder. Ze was nog niet zo heel erg oud, maar ze had een zwaar leven achter de rug, zoals vrijwel iedereen van die generatie.
Mijn opa was stationschef en het hele gezin woonde in een klein huisje naast het station. Mijn oma voedde elf kinderen op, zonder stofzuiger, zonder wasmachine, zonder magnetron.
Als ik aardappels schil, moet ik altijd even aan haar denken. Hoeveel kilo’s zou zij geschild hebben in haar leven?
Mijn Oma had geleerd voor coupeuse, maar ze was huisvrouw en moeder. Ze stond altijd als eerste op om de kachel op te stoken voor ‘de jongens’. Haar man en haar zonen. Ze droeg altijd een schort, die meestal vol vlekken zat. Ze ging nooit uit, ze ging nooit ergens heen, ze kwam nergens.
Toen ze overleden was vonden haar kinderen, tijdens het uitzoeken van haar spulletjes, twee oorbellen. Ragfijn bewerkte oorbellen van goud. Niemand wist hoe ze eraan kwam. Niemand wist hoe het kon dat mijn Oma zoiets moois in haar bezit had. Niemand had haar de oorbellen ooit zien dragen.
De oorbellen zwierven door de familie, werden vermaakt tot broche en lagen lang bij een tante in een kastje. Tot de broche door een nicht gevonden werden. Die wist een mooie bestemming voor het sieraad.
Ze bracht het naar een juwelier en liet de broche weer vermaken tot de twee originele oorbellen, die vervolgens ieder tot een tot hanger vermaakt werden. Twee stuks. Voor de enige (nog levende) dochters van mijn Oma. Een voor mijn moeder. Een voor haar tweelingzus.
Ik vond het sierraad fascinerend. Zo’n prachtig sieraad, zo fijntjes, zo mooi. Een pauw, met gouden staartjes, op een schildje van goud. Volgens de juwelier die het heeft vermaakt is het echt goud.
Hoe kwam Oma daar toch aan? Waar kwam het vandaan?
Uit Nederlands Indië? Meegebracht door mijn ooms?
Nee, die ooms leven nog. Die hadden dat nog wel geweten.
Een cadeautje van een gezin waar ze misschien ooit werkte als dienstmeid? Nee, ze is nooit dienstmeid geweest.
Niemand die het wist. Het bleef een groot mysterie.
Ergens vorig jaar keek ik een uitzending van ‘Tussen Kunst en Kitsch’ en ineens wist ik het! Als iemand het kon weten, waren het de kenners van ‘Tussen Kunst en Kitsch’ die zo prachtig kunnen vertellen.
En verdorie! Ze zouden ook nog naar Amsterdam komen voor het nieuwe seizoen. Enthousiast bestelde ik kaartjes en haalde de hanger van mijn moeder op. Zorgvuldig bewaarde ik de hanger in mijn nachtkastje, samen met de toegangkaartjes voor ‘Tussen Kunst en Kitsch’. Het lidmaatschap voor een jaar van de Avro dat ik er gratis bij kreeg (zucht), liet ik meteen stopzetten. En ongeduldig wachtte ik op de grote dag.
Op een winderige dag in oktober toog ik naar het net heropende Scheepvaartmuseum in Amsterdam, waar ik op het binnenplein lang moest wachten. Ik kon het museum niet bekijken, want ik moest wachten tot het nummer dat ik kreeg toen ik binnenkwam omgeroepen werd. Dus wachtte ik, samen met tientallen anderen.
Ik zag veel ingepakte schilderijen en veel boodschappenkarretjes volgepakt met oude schatten. Maar ik zag vooral veel herhalingen van uitzendingen van ‘Tussen Kunst en Kitsch’ die op schermen uitgezonden werden terwijl ik zat te wachten. En het dak van de binnenplaats van het Scheepvaartmuseum was bij daglicht een stuk minder indrukwekkend.
Toen mocht ik eindelijk naar binnen.
Ik sloot aan in de rij bij de ‘sieraden-deskundige’.
De mevrouw voor mij had een prachtig sierraad bij zich.
Een collier gemaakt van spelden die vroeger op kappen van klederdrachten zaten. En hoe bijzonder! De spelden waren van verschillende provincies. Een behoorlijke bom duiten waard!
Als ze tijd had, mocht ze wel bij Nelleke (Nelleke van der Krogt, de presentatrice) aan tafel om gefilmd te worden. Moest ze alleen wel even verbaasd reageren en niet laten merken dat ze bedrag van haar ‘schat’ al te horen gekregen had.
Al die verbaasde, opgetogen gezichten in de uitzending zijn dus gespeeld. Verdorie, weer een illusie aan duigen!
Toen was ik aan de beurt. Ik opende het doosje met de hanger, zette hem voorzichtig op de tafel bij de expert en pakte pen en papier om zijn opmerkingen te noteren. Tenslotte zat mijn oude moedertje thuis te wachten op mijn telefoontje. Benieuwd of ik iets aan de weet gekomen was over de mysterieuze oorbellen van haar moeder.
Ik was snel klaar met schrijven.
Sterker nog; ik hoefde niets op te schrijven.
Ik kon het zo wel onthouden.
Ik geloof dat ik in de categorie ‘Kitsch’ viel.
Gemaakt in Nederland of België, rond 1890-1900.
Emotionele waarde natuurlijk, maar verder hooguit 100 euro waard.
Dat was het. Meer kon men er niet van zeggen.
Jammer. We zullen nooit weten waar de oorbellen van mijn Oma vandaan kwamen. Moge duidelijk zijn dat ik niet bij Nelleke aan de tafel plaats mocht nemen.
Ik ging gewoon weer naar huis. Met mijn waardeloze oorbel. Gedegradeerd tot kitsch, maar voor mij van onschatbare waarde.
Omdat-ie van mijn Oma was.
Omdat niemand weet waar hij vandaan komt.
En omdat dát het sierraad eigenlijk alleen maar mooier maakt.
Omdat ik weet dat mijn Oma haar prachtige oorbellen nooit gedragen heeft.
Maar ik kan me voorstellen hoe ze, als ze even één minuutje over had, voor ze ging slapen na een lange dag of voordat ze kachel opstookte voor haar gezin op een donkere ochtend, haar oorbellen even uit hun doosje haalde.
Ik denk, hoop en geloof dat ze er naar keek en genoot van de schoonheid ervan. Net zoals ik nu.
Want het mag dan nu officieel Kitsch zijn, voor mij is het heel bijzonder!
PS: de nieuwe uitzendingen van Tussen Kunst en Kitsch worden iedere woensdagavond uitgezonden op Nederland 1.
Oh ja, ik kom dus niet in beeld.