Geland.

Ik dacht dat deze verhuizing makkelijker zou zijn dan de vorige. Tenslotte gingen we nu vier verdiepingen naar beneden in plaats van omhoog. Tenslotte gingen we van klein naar groot in plaats van andersom. Maar niets was minder waar. Ook deze verhuizing was een hel.

Ik had visioenen van ons nieuwe huis dat helemaal klaar zou zijn op het moment dat de verhuizers arriveerden. Kwestie van meubels neerzetten en wat dozen uitpakken. Klaar. Ik had even over het hoofd gezien dat al die grote, zware meubels eerst van vier hoog, via smalle trappetjes naar beneden moesten. En vervolgens weer, via de lift weliswaar, naar één hoog.

Onze verhuizers (vier stuks maar liefst) waren van half tien ’s ochtends tot half elf ’s avonds bezig om alleen dat al voor elkaar te krijgen. Rond half zeven ’s avonds werden hun snoetjes steeds witter. En de plannen die ze ’s morgens nog hadden, om gezellig nog wat te gaan drinken ’s avonds, werden één voor één gecanceld. Ik weet niet of het gebruikelijk is om je verhuizers te voeren maar de lading patat, snacks en frisdrank die we haalden, deed ze zichtbaar goed en ze gingen dapper door. Tot ’s avonds laat ook ons bed weer in elkaar stond.

En toen begon het uitpakken. Ik had ook over het hoofd gezien dat wij, door middel van tactisch stapelen stiekem toch wel heel veel spullen opgeborgen hadden in ons mini-huisje op vier hoog. En dat onze verhuiscrew ook de opslag leeg gehaald had en alles wat daar stond ook naar ons nieuwe huis vervoerd had.

En zo gebeurde het dus dat ik mijn mini-keukentje in het oude huis leeghaalde en alle keukenkastjes in ons nieuwe huis volstouwde om vervolgens tot de ontdekking te komen dat ik nóg vijf dozen had met opschrift ‘keuken’.

Kasten moesten we hebben. Veel kasten. Levertijd: één week. Dus leefden we uit dozen tot de kasten er waren en ondertussen verkenden we onze nieuwe woonplaats. Vooral de horeca want tja… onze pannen zaten nog ergens in een doos. We hebben ontdekt dat er hier prima restaurantjes zijn. Een Griek, een Italiaan, een Chinees, een Thai. En allemaal op loopafstand zodat er niemand de Bob hoefde te zijn.

Inmiddels zijn we een maand verder. De meeste dozen zijn uitgepakt en zelfs onze Spike is, zonder problemen, helemaal gewend. Mijn verhuis-vakantie is al een week voorbij. Maar wat een mazzel heb ik. Geheel toevallig ben ik in een woonplaats beland waar mijn vakantiegevoel blijft hangen. Omdat het hier zo ontzettend leuk is! Ik denk dat we hier nog even blijven.

Valkuil.

En ja, hoor! Daar was-ie! De valkuil. De valkuil die dreigt als je gaat verhuizen en een lekker ruime planning maakt. Ik donderde er weer eens finaal in. Want we hielden ons mini-huisje in Amsterdam aan zodat we zeeën van tijd hadden om ons nieuwe huisje op te knappen. Want tja, ik moet natuurlijk ook gewoon werken. En dus moeten we na een werkdag nog eten en daarna nog een half uur rijden naar ons toekomstig paleisje om de boel schoon te maken en op te knappen.

Soms kwamen we gigantisch in de file op de A10. En dan gingen we terug naar huis. Want we hadden toch tijd genoeg. Er waren tropische dagen waarop we niet eens gingen. Want we hadden toch tijd genoeg. En soms zakte de moed ons gewoon in de schoenen omdat het behang in het hele huis zó vakkundig aangebracht was dat het er met geen mogelijkheid af te krijgen was. Maar ach, we hadden tijd genoeg.

Soms hadden we iets nodig en moesten we even ‘het dorrup’ in. Waar we vervolgens weer afgeleid werden door winkeltjes, terrasjes en restaurantjes. Maar dat gaf niks. Want we hadden tijd genoeg. Soms werden we door wildvreemden aangesproken op straat. ‘Oh! Hallo! Wat leuk! Jullie zijn onze nieuwe overburen!’ We schudden handjes en maakten praatjes. Niet erg; we hadden toch tijd genoeg.

We lieten mijn verjaardag geruisloos voorbij gaan en klusten dapper door. Maar toen ik vervolgens een hele zondag ziek op bed lag, begon onze ruime planning een tikkie in de soep te lopen. Weer op de been vertrokken we weer naar ons nieuwe huis om de laatste kamer te ontdoen van het horrorbehang.

Toen ik, gewapend met de behangafstomer, de bewuste kamer binnenstapte, registreerde mijn brein dat er iets niet klopte. Maar wát er nou precies niet klopte had ik niet meteen in de gaten. Dommig staarde ik naar de muur. Het duurde even voor het kwartje viel. Ongeveer gelijktijdig viel mijn mond open. Al het behang was weg!

Ik draaide me om en op de muur achter me had mijn lieve kind een boodschap voor me achter gelaten op de kale muur. ‘Gefeliciteerd met je verjaardag, mam!’ Mijn dochter had haar hele vrije dag gespendeerd aan het afkrabben van het laatste behang. Al die luiers die ik verschoonde, al die pleisters die ik plakte, al die snotneuzen die ik afveegde, alle monsters die ik verjaagde, alle Jip en Jannekes die ik voorlas. Het is niet voor niets geweest. Wat een feest is het om zo’n kind te hebben!

Een andere wereld.

Doordat we volop aan het klussen zijn in onze nieuwe woning, kunnen we rustig wennen aan onze nieuwe woonplaats. En wennen is het zeker! We verhuizen twintig kilometer naar het noord-westen maar het lijkt een compleet andere wereld! Zo vind ik het stukje rijden van Amsterdam naar Heemskerk al leuk. Over de ring A10 naar de A9. Voorbij Schiphol wordt het rustiger op de weg. De bebouwing maakt plaats voor weilanden, de Stelling van Amsterdam, hier en daar een boerderij en wat schapen en paarden. En dan is-ie daar ineens! De vrolijke blauwe windmolen met Heemskerk erop! Bijna thuis!

Als we het stadje inrijden passeren we één stoplicht en drie rotondes. “Wat een drukte hier, hè?” grappen we tegen elkaar. En elke keer verbazen we ons over de Heemskerkse fietsers. Ze steken zo overduidelijk hun hand uit als ze afslaan. En dat doet niet één brave fietser. Nee, dat doen ze allemaal! Om niet meteen als de nieuwe dorpsgekken van Heemskerk bestempeld te worden, houden we ons in en rijden we rustig door. Maar het liefst zouden we stoppen om al die fietsers persoonlijk te bedanken.

Boodschappen doen is ook al zo’n belevenis. Vorige week liepen we de plaatselijke supermarkt binnen, op twee keer struikelen van ons huis vandaan. “Goedenavond” zei de bedrijfsleider toen we binnen kwamen. En ik keek eens achterom om te kijken wie die klant achter me was die zo vriendelijk welkom geheten werd. Maar er liep helemaal niemand achter ons. De bedrijfsleider had het tegen ons!

Als twee blije kinderen huppelden we vervolgens door de winkel ondertussen verrukte kreten uitslaand. ‘Wat is het hier groot! En zo licht! En schoon! En wat een keuze!’. ‘Kijk!’ riep Frank enthousiast ‘Schepsnoep!’ En hij vulde meteen een zakje. Er was warme grillworst uit de oven, je kunt je eigen cruesli afwegen en zelfs zeebanket kun je zelf scheppen. Jubelend ontdekten we een compleet rek met koffiecupjes voor ‘ons’ koffieapparaat. En toen de caissière ons tenslotte ook nog eens een fijne avond wenste na het afrekenen, pinkten we een traantje weg. Al die vriendelijkheid! Zo ontroerend!

Bij de auto aangekomen laadden we de inhoud van ons winkelwagentje over in de kofferbak. We waren net klaar toen naast ons een jongeman opdook. Hij droeg een geel hesje met ‘Parkeerplaatshulp’ er op. Ik had echt nog nooit van de term ‘parkeerplaatshulp’ gehoord. Maar het bestaat! “Zal ik uw karretje even wegzetten?” vroeg de jongeman behulpzaam. Frank aarzelde. “Eh… Ja… Doe maar…” Beduusd keek hij de jongen na die met ons karretje verdween. “Wat zat er in?” vroeg Frank aan mij “Een muntje? Of geld?”.

Maar er zat niks in. Helemaal niks. In Heemskerk kun je zó een winkelwagen pakken. Zonder muntje, geen gedoe. En als je klaar bent met boodschappen doen, zet de parkeerplaatshulp hem weer voor je terug. Ik denk dat we wel kunnen wennen hier.

Foto van Paul Beentjes

Moving out.

Amsterdam. Ik vond het helemaal geweldig, twaalf jaar geleden, toen ik Frank leerde kennen. De grachten, de mooie oude panden, de rondvaartboten. De trams, de drukte, de winkels. De buurtkroegen en de Amsterdammers. Altijd in voor een praatje. Altijd in voor een gebbetje. Zeven jaar woon ik hier nu. En zelfs ik, als import-Amsterdamse, heb de stad zien veranderen.

Het wordt te druk. De niet aflatende stroom toeristen die de binnenstad verstopt zodat soms de Kalverstraat afgezet wordt. Koningsdag, Prinsengrachtconcert of de Gaypride hebben we al jaren niet meer gezien. We gaan de stad niet meer in omdat er geen doorkomen aan is. De stadsreiniging kan er niet meer tegen op vegen en het wordt steeds vuiler in de stad. Buurtkroegjes en kleine winkeltjes verdwijnen om plaats te maken voor wéér een belwinkel. En de echte Amsterdammer maakt allang geen praatje meer. Die baalt alleen maar omdat de ring om half drie ’s middags al weer vast staat. Omdat het zo druk is overal. Bovendien tref ik weinig echte Amsterdammers meer. Die zijn uitgeweken naar Purmerend, naar Almere of Zaandam.

Bij mij begon het langzaam te kriebelen. Wat doe ik hier? Altijd die stoet toeterende auto’s voor de deur. Dag en nacht. Het zoeken naar een parkeerplaats. Het zwerfvuil op straat. Nooit eens rustig kunnen fietsen maar altijd op je hoede zijn. Opletten. Op verkeer dat door rood komt, voetgangers die zomaar de weg op lopen. Scooters die je loeihard rakelings passeren.

Op iedere plekje dat ‘over’ is, worden woningen gebouwd. Kleine appartementjes die voor grof geld verhuurd worden. Dus wordt het overal nog drukker. Want woningen bouwen is één ding. Maar al die mensen moeten boodschappen doen zodat ‘even snel’ een boodschap doen er niet meer bij is. Al die mensen moeten naar hun werk zodat je ’s morgens de stad niet uit komt. Een bomvolle stad vol mensen die elkaar geen centimeter ruimte gunnen. Ongeduldig. En onbeleefd.

Maar ik hield wijselijk mijn mond. Mijn lieve vriendje is een rasechte Amsterdammer. Hier geboren en getogen en hij was dolblij na al zijn omzwervingen weer in Amsterdam te zijn. Dus zouden we op zoek gaan naar een woning in Amsterdam. Maar wáár precies, welke wijk nog leuk was om te wonen, dat wist hij ook niet. We zochten, keken en twijfelden maar we konden het niet vinden in Amsterdam.

Toen ik voorzichtig aan Frank vroeg of er niet een plaats was in de buurt van Amsterdam was waar hij wilde wonen, riep hij ‘Breda!’. Ook hij bleek helemaal klaar te zijn met Amsterdam. En even leek Breda heel aantrekkelijk. Even snel een bakkie koffie kunnen doen bij mijn broers en zussen. Een beetje mantelzorgen voor mijn moeder. En de Brabantse gemoedelijkheid. Want pas sinds ik in Amsterdam woon, weet ik wat daarmee bedoeld wordt.

Maar mijn kind woont in Amsterdam. En ik heb een geweldig leuke baan in Amsterdam. En met de beste wil van de wereld kon ik me mijn Amsterdammer niet voorstellen in Brabant. Het leek me beter om in de buurt van Amsterdam te blijven. We overwogen Ouderkerk aan de Amstel, Amstelveen, Abcoude. Diemen, Duivendrecht en Weesp.

Uiteindelijk werd het iets heel anders. Gewoon omdat we daar een leuk appartement tegen kwamen. En omdat ik altijd gezegd heb dat ik, later als ik groot ben, bij de zee wilde wonen. Eind juli gaan we verhuizen. Naar Heemskerk! Vlak bij Amsterdam. En twintig minuten fietsen van het strand vandaan.