Pedagogisch onverantwoord.

Drie-en-twintig was ik toen ik Michelle geboren werd.
Drie-en-twintig. Piepjong.
En ik kreeg er geen gebruiksaanwijzing bij.
Eigenlijk deed ik gewoon maar wat.

Op gevoel, op intuïtie.
En met een heleboel ‘houden van’.
Nu dochterlief, gezond en wel, al negentien is, kan ik toch wel stellen dat het best goed uitgepakt heeft.

Kwestie van geluk.
Want een ongeluk zit nou eenmaal in een klein hoekje.

Zoals die keer dat ik samen met mijn anderhalf jaar oude dreumes van de bovenste trede van de trap viel.
Ik kon drie maanden niet zitten, maar zij mankeerde niets.
En daar gaat het om.

Of die keer dat ze, toen ze net kon lopen, door de tuin dribbelde op een stormachtige dag. De schuurdeur waaide open en lanceerde kleine Michelle zo ongeveer door de hele achtertuin.

Ik zie nog haar kleine rubberlaarsje voor me dat was blijven steken onder de schuurdeur, terwijl mijn ukkie meters verderop in het natte gras lag. Ook toen gelukkig geen blijvende schade.

Of de eerste zwemles na de schoolvakantie.
Michelle die, met het ‘ijsje-omdat-ze-zo-goed-haar-best-had-gedaan’ nog in haar handje, onder de fietsenrekken door rende, zoals ze altijd deed.

Beetje jammer dat ze tijdens die schoolvakantie een tikkie gegroeid was en er net niet meer onderdoor paste.

Ze raakte met haar hoofd knalhard de onderkant van het fietsenrek, stuiterde terug en belandde ruggelings op de grond, haar ijsje nog in haar hand.

Terwijl ik haar troostte zag ik een bult ter groote van een ei op haar hoofd opkomen. Er zat maar een ding op; ik griste het ijsje uit haar hand en zette het op haar hoofd. Ook dat nog.
Daar ging haar ijsje!

We mogen van geluk spreken dat ik  maar een keer een ambulance hoefde te bellen!

Terugkijkend bleek het ook pedagogisch niet allemaal even verantwoord.

Zo weten we allebei nog van die keer dat ik haar eten in de vuilnisbak gooide omdat ze niet snel genoeg at. Snikkend hing ze aan mijn been.
“Mama! Mama! Ik wil eten!”
Te laat. Ze had een half uur de tijd gehad.

Zestien jaar later weet ze nog dat het boontjes waren, die Mama zo bruut in de vuilnisbak kieperde. Arm kind.

En toen we het daar laatst over hadden, kwam nog een ander jeugdtrauma boven.  De draak in de Efteling. En Mama die die Draak uitdaagde.

En laten we dat nou op film hebben!

Arme Michelle.
Ik heb er nooit bij stil gestaan dat je dat zestien jaar later nog zou weten.

Misschien helpt het om nog een keertje te kijken.
Mama is ok. Niks aan de hand.

Die draak was nep. Heel erg nep.
En ik wist dat.
Jij niet. Je was pas drie.

Een tikkie wreed was ‘t wel.
Sorry, schat.
‘t Spijt me.
Mama wist niet beter.

Piece of cake!

Vorige week wist ik het ineens!
Na al dat geknutsel met cupcakes wilde ik een taart maken.
Voor Moederdag!

Beetje jammer dat het nog een week zou duren voor het Moederdag was, want ik ben altijd lichtelijk ongeduldig als ik een goed idee heb. Maar de taart een week van te voren maken, leek me geen goed plan.

Dus zat er niets anders op dan me alvast uit te leven op de decoraties.
Met de lettertjes die ik laatst gekocht heb, maakte ik alvast de tekst.
Met het moederdagcadeautje van Michelle stak ik mooie blaadjes uit groen marsepein. En ik prutste tig roosjes in elkaar.

De volgende dag besloot ik dat er toch andere bloemetjes op de taart moesten en stampte ik alle roosjes weer in elkaar. De dag daarna besloot ik tóch weer roosjes te maken, stampte alle bloemetjes-van-vormpjes weer in elkaar en maakte nieuwe roosjes.

De dag daarop knutselde ik een bijtje in elkaar. Met oogjes dicht.
En daarna met oogjes open. En ik wist nog niet of ik haar op de taart zou zetten.

Ondertussen telde ik ongeduldig de dagen. Ik was ontzettend benieuwd of het me zou lukken om een taart te bekleden met marsepein. Ik heb al eerder een tulband bekleed en een gewone cake, dus dit zou toch ook wel lukken?

Maar op internet zag ik fora vol vol met vragen en tips, dus echt simpel leek het me niet. Die mensen hebben allemaal ‘smoothers’ en zo, en ander ingewikkeld spul om het voor elkaar te krijgen. Ik heb dat allemaal niet dus ik hield mijn hart vast.

Vanavond begon ik aan het grote taart-project. Laf als ik ben, besloot ik te beginnen met een gekochte ‘taart’ al netjes voorgesneden in drie lagen. Zelf bakken komt nog wel.

Ik zocht een recept met aardbeienvulling uit op internet en ging aan de slag. Braaf volgde ik het recept. ‘Pureer de aardbeien met de suiker, het limoensap en de geweekte gelatine…’.

Bij nader inzien vond ik dat een tikkie vreemd. Gelatine moet je eigenlijk verwarmen zodat het vloeibaar wordt en dan door je taartsmurrie roeren…

Dat klopte ook wel, want mijn taartvulling bleef een dunne drap die ik onmogelijk tussen de lagen taart kon smeren. Bovendien zaten er stukjes ongeweekte gelatine in. Hellup!

Maar sinds ik samenwoon met een heuse Keukenprins zijn mijn kookkwaliteiten aanzienlijk toegenomen.

Dus gooide ik mijn taartvulling door een zeef, drukte de boel erdoor met een grote soeplepel waarna alle onopgeloste gelatineblaadjes in de zeef achterbleven. Briljant, vond ik zelf.

Ik deed nog een restje slagroom door mijn taartvulling én de gelatine, maar dan zoals het hoort, verwarmd en opgelost in limoensap. Even opstijven et voila! Ik had taartvulling! Tevreden smeerde ik de boel tussen de taartdelen en smeerde de bovenkant en de zijkant in.

Inmiddels was het half negen ‘s avonds. De taart moet morgen mee naar mijn moeder en ik zag het al weer nachtwerk worden door het gepruts om de taart te bekleden.

Maar tot mijn grote verbazing bleek dat een piece of cake! Ik rolde de rolfondant uit op het aanrechtblad, smeet hem over de taart en streek de boel glad. Randjes afsnijden. Klaar!

Huh? Wat dat alles?
Wat nou ‘smoothers’? Wat nou ‘de randen scheuren’?

Ik gooide mijn lettertjes en mijn roosjes op de taart en dat was het.
Een beetje beduusd bleef ik achter.

Dan stel je je helemaal in op een zwaar gevecht met een taart tot midden in de nacht en dan blijkt het in een uurtje gepiept te zijn…

Er is één ‘maar’…
Voorproeven is er niet bij.
Het staat zo raar om een taart te presenteren met één stuk eruit.
We wachten dus vol spanning het oordeel van de jury (lees: mijn familie) af…
Misschien is die hele taart wel niet te vreten!

PS: het bijtje heeft het niet gehaald.

 


 

Handenbindertje.

klik voor groter

Een dag uit het leven van Spike.

06.30 uur:
Honger! Even het Vrouwtje wakker maken. Als ik heel hard boven op haar spring, wordt ze wel wakker. Of ik ga met mijn kop vlak boven haar gezicht hangen, als ze wakker wordt. Ook leuk. Hallo! Goedemorgen! MIAUW!

07.00 uur:
Nou ja, zeg! Vrouwtje wilde niet uit bed komen. Ze zei dat ik nog een half uur moest wachten. Luid miauwend boos weggelopen en nog even fijn aan de deur van de kledingkast gekrabt. Tsss, dat mocht ook al niet. Maar wacht; nu hoor ik de wekker! Ha, krijg ik eindelijk brokken. Vrouwtje is toch wel lief. PRRR!

07.10 uur:
Vrouwtje! Vrouwtje! Ik heb dorst! Ja, ik weet dat ik een bak water heb staan, maar ik wil uit de badkamerkraan drinken. Schiet op, maak die badkamerdeur open en doe de kraan open voor me. Nu! MIAUW!

07.15 uur:
Als het vrouwtje klaar is met douchen ga ik de badkuip uitlikken. Lekker! PRRRR!

08.00 uur:
Ow, bah. Vrouwtje gaat naar haar werk.
Ik ga voor het raam zitten kijken hoe ze vertrekt en trek mijn meest zielige kattensnuit. Dat zal haar leren! MIAUW!

09.00 uur:
Boring! Ik verveel me te pletter. Even de Baas wakker porren.
Grote aanloop en dan snoeihard bovenop hem springen. Werkt altijd! Goedemorgen, Baas! Hoezo “Auw!”? MIAUW!

09.30 uur:
Baas! Baas! Doe de badkamerkraan aan! Ik heb dorst. MIAUW!

10.00 uur:
Baas! Baas! Ik heb per ongeluk mijn speelgoedmuis onder de deur van de meterkast door gestopt. Wil je hem even pakken? MIAUW!

10.30 uur:
Baas? Hoezo, wil je achter de computer? Ik wil op schoot. Nu. Waarom mag ik niet op schoot? Ahhh, ik wil op schoot! MIAUW!

10.45 uur:
Baas! Baas! Hier is mijn speelgoedmuis weer. Ik heb ‘m gevangen. Speciaal voor jou! Omdat ik jou lief vind. PRRRR!

11.00 uur:
Baas! Baas! Ik heb gepoept. Maak je even mijn bak schoon? Oh ja, ik heb per ongeluk een kilo kattenbakkorrels uit de bak geschopt. Ruim je die ook op? Ik vind jouw lief! PRRRRR!

11.15 uur:
Baas! Baas! Kom eens! Ik wil in het toilet kijken. Nou gewoon, omdat ik dat leuk vind. Doe die deur open! MIAUW!

11.45 uur:
Ej Baas! Moet je eens komen kijken wat ik nou gedaan heb? Ik heb alle kabels uit de meterkast onder de deur door getrokken. Ze liggen nu allemaal in de gang. Knap he? PRRR!

12.15 uur:
Honger! Honger! Baasje! Kom eens achter die pc vandaan. Ik geef gewoon honderd kopjes. Misschien krijg ik dan wel eten. MIAUW!

12.30 uur:
Nog meer honger. Ik wil eten! Baas! Schiet eens op! Ik rammel even met mijn etensbak. Dan snapt-ie het wel. MIAUW!

13.00 uur:
Baas! Baas! Doe de kraan aan; ik wil drinken! Doe die deur open! Ik vind jou lief! PRRRR!

13.15 uur:
Baas! Baas! Mijn speelgoedmuis ligt achter de wc-deur. Kom eens helpen! MIAUW!

13.30 uur:
Baasje gaat het huishouden doen. Jippie! Ik val dat stofding aan! Hiha!
Leuk, man! PRRRR!

13.45 uur:
Baasje, wat doe jij daar? De wasmachine aanzetten? Wow! Dat is mooi! Dat draait! Ik blijf even kijken! PRRR!

13.00 uur:
Baasje? Wat ga je nog meer doen? Ik kom gezellig kijken, hoor! Hoezo ‘ik zit in de weg’? Ik wil gewoon alles zien en steek overal mijn neus in! PRRRR!

14.30 uur:
Ah, Baasje? Waarom mag ik niet in de kast? Ik wil in de kast! Doe die deur open! MIAUW!

15.00 uur:
Burp. Sorry Baas. Ik heb een tikkie te veel kattengras gegeten en per ongeluk de hele gang ondergekotst. Kom je het opruimen? Dan ga ik ondertussen een tukkie doen. Ik vind jou lief! PRRRR!

17.00 uur:
Hoor ik daar ‘t Vrouwje? Nee, toch niet. Jammer. Dan blijf ik gewoon nog even op bed liggen.

17.30 uur:
Daar is ‘t Vrouwtje! MIAUWWW! Komt mooi uit, want ik heb honger! Hallo! Ik heb honger! Ik ga alvast bij mijn etensbak liggen terwijl Vrouwtje en Baasje koffie drinken.

17.45 uur:
Tjonge! Eindelijk eten! Lekker! En Baasje en Vrouwtje gaan samen koken! Dat vind ik gezellig; met z’n drietjes in de keuken. MIAUW! PRRRR! Ik vind jullie zó lief! Ik geef wel duizend kopjes.

17.55 uur:
Hallo! Kan het iets minder klef in die keuken? Kijk even naar mij! Dapper ben ik, he? Ik ben in één keer boven op mijn kattentoren gesprongen. Hoog, man! Kijk nou even! MIAUW!

18.15 uur:
Dorst! Doe die kraan open! MIAUW!

18.30 uur:
Gatver! Wat eten jullie nou? Dat lust ik niet. Ik ga een tukkie doen.

20.00 uur:
Hé guys! Hallo! Ik ben wakker! Ik moet plassen maar ik ga echt niet in mijn bak. No way! Daar zit nog een plasje in. Gatver! Gatver! Schoonmaken, please! MIAUW!

20.15 uur:
Zo, dat lucht op. Oh ja, sorry voor die korrels naast de bak. Ik was een beetje te enthousiast aan ‘t graven. Baasje? Ruim je het even op? PRRRRR.

20.30 uur:
Guys? Ik heb per ongeluk mijn speelgoedmuis weer in de meterkast gestopt. Wil iemand hem even pakken? MIAUW!

21.00 uur:
Vrouwtje? Mag ik bij jou op schoot? Ah? Please? PRRRR!

21.30 uur:
Ahhh? Mag ik een snoepje? Ahhh? Alsjeblieft? PRRRRR!

21.45 uur:
Baas! Ik wil op schoot! Ik wil bij jou liggen! PRRRR!

22.00 uur:
Ej! Moet je kijken? Ik mep gewoon die nepmuis de hele kamer door.
Ha, stoer ben ik, he? Kijk nou even naar me! MIAUW!

22.15 uur:
Hallo! Kan iemand de badkamerkraan aan doen. Ik heb dorst! MIAUW!

22.30 uur:
Ik ben zo vrolijk! De wereld is mooi. De tafel krijgt kopjes. Vrouwtjes tas krijgt kopjes. De hele wereld is lief. PRRRR!

22.45 uur:
Die Ikea-kussens op de bank zijn helemaal the bomb! Zo heerlijk! PRRR!

23.00 uur:
Dorst! Kan iemand alsjeblieft de badkamerkraan opendoen? MIAUW!

23.15 uur:
Sorry! Ik moest even poepen. Kan iemand mijn bak schoonmaken? MIAUW!

23.30 uur:
Ik wil wat lekkers! Ik wil wat lekkers! Mag ik nog een klein beetje brokjes? Ah? Please? MIAUW!

24.00 uur:
Gaan jullie slapen? Hoezo gaan jullie slapen? Mag ik dan nog even uit de kraan drinken? MIAUW!

0.15 uur:
Ze gaan slapen. Nu al? Wat flauw? Ik wilde nog wel een beetje spelen. MIAUW!

0.30 uur:
Wat hangt daar nou boven het bed? Oh! Het touwtje van het licht! Die ga ik pakken! Die ga ik pakken! Leuk! Hoezo ‘jullie willen slapen’? Ik ga ‘m pakken! MIAUW!
 

Bloemetjes halen.

klik voor groter

Aangezien we dit jaar weer in het bezit van een auto zijn, bliezen we een oude traditie nieuw leven in. Michelle en ik haalden samen met mijn moeder plantjes bij de kweker waar mijn vader vroeger ook zijn plantjes haalde.

We reden Terheijden in en zoals elk jaar zei ik “bij de molen moeten we links, toch?” Waarna ik me, zoals elk jaar, weer afvroeg waar die molen toch bleef. Ik vergeet altijd weer dat je eerst nog het hele dorp door moet.

Na de molen sloegen we linksaf en reden over smalle polderweggetjes tot we bij een t-splitsing kwamen. “Hier rechts, toch?”, vroeg ik, zoals elk jaar. “Nee! Links! Links!” riepen Michelle en mijn moeder in koor, zoals ze dat al jaren doen.

Bij de kweker reed ik, zoals gewoonlijk, met de kruiwagen terwijl mijn moeder aanwees welke plantjes ze wilde hebben. En zoals elk jaar vergiste ik me weer in de ‘ijsbloemetjes’ en nam ik bijna de verkeerde mee.

Toen we de hele kas door gewandeld hadden en de kruiwagen volgeladen was met bloemetjes, was het tijd voor koffie. Mijn moeder ging zitten, Michelle kocht een blikje fris en ik regelde koffie voor mijn moeder. Zoals elk jaar.

En terwijl mijn moeder daar zit, valt haar altijd wel een mooie hanging basket op. “Die is mooi! Ga eens kijken wat-ie kost!”. Ik sta op, ga op het prijskaartje kijken, loop terug, geef de prijs door en ga weer zitten. Mijn moeder kijkt nog eens rond, ziet een mooie bloempot gevuld met plantjes en zegt ‘Die is ook mooi. Ga eens kijken wat-ie kost.” En zo dirigeert ze me elk jaar nog een paar keer de halve kas rond, terwijl zij geniet van haar kopje koffie.

Sommige tradities moet je in ere houden.
En vastleggen.
Gewoon. Omdat het niets bijzonders is, maar wel heel leuk.


Liar! Liar!

klik voor groter

Arme Michelle…
Ik heb wat afgelogen tegen haar.

Toen ze een jaar of twee was, keek ze uit het raam voordat ze ging slapen.
Het was een maanloze nacht. “Maan kapot” zei Michelle.
En rotsvast vertrouwend op haar ome Kees die altijd onze auto maakte,
zei ze “Ome Kees maken!”.
De volgende avond was de maan er weer.
Ome Kees had hem gemaakt!

Toen haar nachthemdje kapot ging, gaf ze het aan Ome Kees.
“Ome Kees maken!”. Tante Gerda repareerde het nachthemdje.
Ome Kees ging met de eer strijken en wij lieten het zo.

Toen ze als kleuter geplaagd werd door enge dromen ging ik
naar een ver, ver sprookjesbos om een toverfee te vinden die een oplossing wist.

De toverfee gaf me een heel speciaal spuitbusje met toverspray.
Dat hielp tegen enge dromen.
Voordat Michelle ging slapen, spoot ik wat toverspul in haar kamer et voilá,
ze sliep als een roosje. Zonder enge dromen!

Dat die toverspuitbus gewoon een oud parfummonstertje was
met een glittersticker erop en ik never-nooit een toverfee ontmoet heb,  heb ik haar pas veel later verteld.

Na ieder hapje spinazie voelde ik aan haar spierballen.
“Oh! Ze zijn echt al véél groter!” loog ik enthousiast.

De vis die ze kreeg voor haar verjaardag ging dood terwijl wij op vakantie waren.
Oma kocht een nieuwe, zonder iets te vertellen.
“Hij is wel veranderd, zeg.”, zei Michelle toen we thuis kwamen.
“Ach ja, hij was nog klein toen we weggingen”, loog ik,
“Hij is gewoon gegroeid.”

En Sinterklaas natuurlijk!
Jarenlang loog ik haar voor over een oude man op een paard,
die ‘s nachts over de daken reed en cadeautjes bracht.
Woedend was ze toen ze (notabene in mei of zo) het geheim ontdekte.
“Je hebt gelogen!”, riep ze verontwaardigd.

Vanmorgen kreeg ik een sms van Michelle.
“Oh! Elf hele kleine kuikentjes!”

En vanmiddag kreeg ik een email.
“Hm. Nog maar acht kuikentjes. Ik hoop dat dit een andere eend is…”

En ik loog er nog eenmaal lustig op los.
“Tuurlijk is dat een andere eend!
Het is lente. Er zijn zoveel eenden met kuikentjes.”

Wat was het leven heerlijk toen ze klein was en alles nog klakkeloos geloofde.

Ze weet nu wel beter.
Ze is groot.
En de waarheid hard.

PS: Mich, ik moet je nog één ding opbiechten.
Het zieke vogeltje van Ome Nico waar je mee op de foto staat…
Hij was de volgende dag niet beter.
Hij was gewoon dood.

Ikea-koorts.

klik voor groter

Hoewel het lenteweer ons gigantisch in de steek liet, wilden mijn lentekriebels zich deze week nog steeds niet laten temmen. Mijn opknap-woede duurt onverminderd voort. En het bureau in Michelle’s woonkamer was al een tijdje een doorn in mijn oog.

Niemand zit er ooit aan. Het is een verzamelplaats geworden voor spullen waar Boef niet aan mag komen en stof. Vooral veel stof. Bovendien is er in het ienie-minie-huisje van Michelle een chronisch gebrek aan bergruimte.
In zo’n geval zit er maar één ding op.
Ikea! Ikea! Ikea!

Het was lang geleden dat ik mijn Zweedse vrienden met een bezoekje vereerd had, dus ik kreeg spontaan last van Ikea-koorts. Maandagavond bekeek ik alvast de site. Ow, wat een leuke stoel! En wat een handige kastjes! Leuk! Leuk! Leuk!

Dinsdagavond reed ik, helemaal hyper, met Michelle naar de Ikea in Zuid Oost. We probeerden de stoel die we op het oog hadden (hij zit zó lekker) en renden toen, zoals gewoonlijk, meteen door naar het magazijn. Onderweg scoorden we nog wat nepplantjes en werd Michelle op slag verliefd op een paarse orchidee, die ze liefkozend ‘Bert’ noemde. Bert mocht ook mee naar de kassa.

Beladen met twee ladenkastjes, een stoel, nepplanten en onze nieuwe vriend Bert reden we terug. Ik maakte me enigszins zorgen over het feit dat de honderd kilo aan spullen die we (moeiteloos overigens) in ons Altootje geladen hadden, bij Michelle’s huis vier verdiepingen omhoog gesjouwd moesten worden.

Maar dat viel mee.
Ik zocht een parkeerplaats.
Mich droeg Bert naar boven.
En Tijl sleepte, samen met Daan en Joep (die toevallig op visite waren) de kasten en de stoel naar boven.

En tja, iedereen heeft recht op zijn eigen afwijking.
De mijne is dat ik graag Ikea-meubeltjes in elkaar schoef.

Dus restte mij de dankbare taak om de volgende dag van een setje planken en honderd schroefjes twee ladenkastjes te maken. En aangezien ik ooit, zonder handleiding (!), een Hemnes-uitschuifbaar-twee-persoons-bed-met-drie-laden-er-onder in elkaar zette, kwam het met onze kastjes én onze stoel ook helemaal goed.

Eind goed, al goed.
Boef vind de nieuwe meubeltjes helemaal geweldig.
Bert is blij met z’n plaatsje op de nieuwe kast.
En wij zijn blij met het eindresultaat!


Balkon-update.

Omdat de lente in mijn bolletje geslagen was, gingen Michelle en ik afgelopen zaterdag naar ons favoriete winkelcentrum om een stoeltje en een balkontafeltje te halen. Normaal fietsen we, maar Mich had een zak hondenvoer besteld, die ze op moest halen, dus gingen we met de auto.

Tijl ging ook mee. Tenslotte moest iemand die vijftien kilo hondenvoer dragen. Vijftien kilo, ja. Voor Boef. Volgens Michelle’s berekening heeft ze nu genoeg voer tot oktober!

Ik was van plan alleen even snel een stoeltje en een balkontafeltje te scoren om daarna het balkon schoon te maken en de boel te installeren. Maar Mich had snode plannen, die wilde nog wel even shoppen.

Dus gooide we onze spullen in de auto en deden een rondje Osdorpplein.
Uren later kwamen we bepakt en bezakt weer bij de auto aan.
Met name ik was bepakt en bezakt.
Want Mich, die de shopexpeditie voorstelde, had één enkel topje gekocht.
Voor vijf euro.

Ik scoorde drie bloesjes, twee topjes en een handtasje.
Mijn balkon-opknap-sessie pakte dus iets duurder uit dan verwacht.

Uiteindelijk hebben we het balkon een sopje gegeven, het tafeltje opgehangen en de stoeltjes neergezet. Het paste allemaal maar net. Sterker nog, als je met z’n tweeën op het balkon zit, moet je verplicht voetje-vrijen.

Maar dat mag de pret niet drukken.
Missie geslaagd; we kunnen buiten zitten.
Met maximaal twee personen per keer!

PS: Beetje jammer. Het plaatje boven dit bericht is niet ons balkon.
Ons balkon staat hier . Iets anders, maar ook mooi.
Bij ons rijdt lijn 1 voorbij!

Lente!

En toen werd het ineens lente.
En die sloeg finaal in mijn bolletje!

Na een winter lang (en achteraf viel die winter best wel mee) binnen zitten en kliederen met marsepein kreeg ik ineens échte klus-inspiratie. Ineens kwam het niet-te-negeren verlangen boven naar het echte werk.
Behangen, boren, zagen, schilderen, schoonmaken.

Natuurlijk had ik rustig op de bank kunnen gaan zitten om te wachten tot de bui overwaait. Maar toevallig woont Dochterlief op nog geen kilometer afstand in een piepklein, uitgewoond flatje.

Het is voor de verhuizing weliswaar bewoonbaar gemaakt, maar echt áf is het nog steeds niet.

Natuurlijk kan ik Boef de schuld geven, die het door mij zo vakkundig aangebrachte behang er weer even vakkundig afsloopte. Maar eerlijk gezegd was na twee maanden klussen en poetsen de zin gewoon op. Het werd zomer, Mich trok in het huisje en was tevreden. En ik was moe.

Maar ik heb de hele winter kunnen rusten en nu is het lente.
Ik ben er helemaal klaar voor!
Morgen gaan we beginnen met het piepkleine balkonnetje.

Moeders ging helemaal over the top en bestookte Dochterlief met emails.
“Hm, twee stapelstoelen. Of toch één ligstoel en één stapelstoel? Denk je dat dat past? En een balkontafel. We móeten een balkontafel! En oh! Wil je nepgras op de vloer?”

Maar mijn praktische dochter riep me een halt toe.
Die balkontafel zag ze wel zitten.
Maar kunstgras is niet makkelijk schoon te houden.
Dat komt er niet in.

Voor een ligstoel is geen plaats en bovendien is zij helemaal verzot op het oude campingstoeltje dat we ooit kregen van mijn voormalige werkgever.
Als we die nou gewoon eens eentje bij kochten?

Ook goed.
Morgen gaan we shoppen en ben ik waarschijnlijk voor zo’n 25 euro  (en daarna een emmer sop) klaar.

Tenzij ik Michelle natuurlijk kan opschepen met een paar leuke lantaarntjes.
En oh, we moeten een passiebloem!
Of een windgong.
Een vogelhuisje?
Of van die leuke stickers met bloemetjes op de muur.
Zouden die blijven zitten?

Het is lente.
En ik ben er helemaal hyper van!

Cupcake-calorieën.

klik voor groter

Mijn cupcake-hobby begint een beetje uit de hand te lopen.
Voor elke gelegenheid is er wel een cupcake te maken.
Of soms gewoon voor de lol.

Gelukkig lust ik zelf niet zo graag marsepein en geef ik al mijn creaties weg.
Zoals bovenstaande cupcakes die ik voor schoonzoon Tijl in elkaar knutselde.
Als ik alles zelf op zou eten, zou ik dichtgroeien!

Maar ook daar is een oplossing voor!
Op een site met cupcakerecepten prijkt een wel heel treffende reclame.

Hoe deed Emma dat toch?
Ze gaf vast al haar cupcakes weg!

Het geheim van de verdwenen ketting.

Op mijn twintigste verjaardag kreeg ik van mijn toenmalige vriendje een gouden kettinkje met een geloof, hoop en liefde-hangertje eraan. Ik, dolverliefd destijds, nam me voor het nóóit meer af te doen. De liefde ging over, maar het kettinkje bleef.

Toen Michelle drie jaar later geboren werd, gaven haar Opa en Oma van vaders kant me een geldbedrag cadeau. Ik wilde er iets tastbaars van kopen, iets wat altijd zou blijven, dus kocht ik een gouden kinderkopje voor aan mijn kettinkje en liet er Michelle’s naam in graveren.

Als Michelle als baby bij me op schoot zat, speelde ze met mijn kettinkje.
Met haar melktandjes beet ze op het hartje waardoor haar tandafdrukjes erin kwamen te staan.

En zo werd mijn kettinkje een zeer waardevol sieraad.

Bijna twee jaar geleden deed ik het toch. Ik deed mijn kettinkje af.
En nu is-ie kwijt.

Ik weet nog waar ik ‘t af deed, ik weet nog hoe en ik weet nog waarom.

Het was eind april 2010. Het was warm en ik had last van het kettinkje.

Ik was bij Frank in Amsterdam en ik borg mijn kettinkje op in een of ander zijvakje. Van een klein koffertje? Van een handtas? Van een toilettas? Ik weet ‘t niet meer.

Ik weet nog wel dat ik dacht dat het best een link plekje was.
Maar bedacht ik dat ik nooit een koffertje/tas/toilettas weg gooi zonder te controleren of er nog iets in zit. Bovendien zou ik het kettinkje thuis veilig opbergen.

En daar ging het mis.
Mijn geheugen laat me vanaf dat moment volledig in de steek.

Misschien heb ik het kettinkje opgeborgen, maar ik weet niet meer waar. Misschien heb ik toch een koffertje/tas/toilettasje weggegooid zonder te checken?

Ik heb nog lang gehoopt dat ik mijn kettinkje wel ergens terug zou vinden. Op een gekke plaats of tijdens het uitpakken van mijn spullen tijdens onze verhuizing.

Helaas is dat niet gebeurd.
Mijn kettinkje is nooit meer boven water gekomen.

Nou heb ik zo’n kunstje al eens eerder geflikt en toen vond ik het verloren sieraad terug nadat ik er een logje over schreef. Bij deze dus mijn laatste ultieme poging. Wie niet waagt…

Mocht dit niet helpen dan kan ik altijd nog een nieuw kettinkje kopen.

Ik denk dat Michelle best bereid is om op mijn schoot te komen zitten om op het hartje te bijten.

Maar ik vrees dat dat toch niet helemaal hetzelfde is…

Projectjes.

Ik noem het altijd een ‘projectje’.
Van die leuke dingen die op je pad komen.
Leuke dingen om te doen waarvan je weet dat het tijd gaat kosten.
Veel tijd.

Zo was er een tijdje terug het project ‘negatiefscannen‘.
Avondenlang zat ik negatiefjes te scannen. Zo leuk. Maar erg tijdrovend. Nog ongeveer twaalf mapjes met negatieven te gaan.

En toen kocht ik een nieuwe mobiele telefoon en nam me voor om ál mijn contacten netjes bij te werken en met naam, adres, telefoonnummer en emailadres in mijn telefoon te zetten. Natuurlijk mét verjaardag erbij én een leuke foto. En zo ontstond  het project ‘Contacten’. Ik ben nu, geloof ik, op de helft.

Ondertussen ligt er nog een on-af-gebreid knuffeltje voor Spike in de kast. Naast een schilderijtje dat ik nog af moet maken en de poppenkop van klei die na járen wachten nog steeds geen lijfje heeft. Arm ding!

Schetspapier en potloden liggen er ook bij trouwens.
Te verstoffen. Ooit ga ik weer tekenen. Ooit. Projectjes ‘Knutselen’ dus.

En, oh ja.
Er is ook nog het project ‘Boeken-maken-van-mijn-weblog’.
Ik heb inmiddels van drie jaren logjes boeken gemaakt. Nu de overige vier nog!

Mijn weblog zelf is trouwens ook zo’n project.
Daar moet tenslotte af en toe ook wat opgezet worden.

Het project ‘Huis-opknappen’ loopt ook nog.
Tot mijn grote schande moet ik bekennen dat Michelle’s huisje nog steeds niet klaar is. 1001 klussen prijken nog op de to-do-list.

Het project ‘Muziek bijwerken’ in mijn I-tunes heb ik opgegeven. Teveel nummers die er met foute naam in staan. Geen beginnen aan.

En het project ‘Marsepein’ loopt kris-kras overal doorheen. Een in de zoveel tijd doet zich weer een gelegenheid voor om te gaan freubelen en stort ik me daar weer vol overgave op.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over alle boeken die nog moet lezen!

Kortom, genoeg te doen!
Naast het project ‘Werk’ natuurlijk, waar toch een hoop vrije tijd in gaat zitten.

Ik kan maar één conclusie trekken:

ik ben een verdomd slechte projectmanager.
Aan de andere kant: ik verveel me nooit!

En kijk! Project ‘Weblog’ is bij deze weer geregeld.
Ik heb mooi weer mooi een stukkie nonsens bij elkaar getikt!
Al mijn ‘projecten’ netjes op een rijtje!

Misschien kan ik dit logje gebruiken om eindelijk het een en ander af te werken. Dan is dit stukje toch niet geheel zinloos.

Want het volgende project is duidelijk:
het project ‘Afwerken van lopende projecten’.

Een modern sprookje.

Er was eens een klein prinsesje, Sneeuwwitje.
Ze kwam uit een gebroken gezin.

Haar echte moeder was op zoek gegaan naar zichzelf en had haar man en haar dochter verlaten. De Raad van de Kinderbescherming had gelukkig de voogdij aan de vader gegeven.

 Maar of dat nou zo slim was?
In de kroeg ontmoette haar vader de Boze Stiefmoeder en hij ging binnen twee dagen met haar samenwonen.

En toen woonde Sneeuwwitje dus in een groot kasteel samen met haar vader en een hele enge Stiefmoeder.

Die Stiefmoeder wilde de Koning wel, maar ze had eigenlijk niet zoveel zin in het kind dat ze erbij kreeg.

 De stiefmoeder was nogal obsessed door haar uiterlijk.
Na twaalf botox-behandelingen keek ze elke dag in haarToverspiegel, die haar vertelde dat zij de mooiste van het land was.

Maar Sneeuwwitje groeide op tot een natural beauty.
Ze deed mee aan Holland’s Next Top Model en won met glans.

En toen kon de Toverspiegel het niet langer ontkennen.
Niet d
e boze Stiefmoeder maar Sneeuwwitje was de  mooiste van het land.

 De stiefmoeder ontstak in woede en gaf een van haar jagers de opdracht Sneeuwwitje mee te nemen naar het bos en haar te vermoorden.

De jager was niet blij.
Hij vond dat vermoorden van kinderen niet in zijn functieprofiel stond. Dus hij vermoordde Sneeuwwitje niet maar liet haar achter in het bos. Hij declareerde zijn gereden kilometers en ging met een gerust hart naar huis.

 Maar die arme Sneeuwwitje doolde de hele nacht radeloos rond door het bos. In de haast had ze haar mobieltje met GPS achter moeten laten.

Toen het allang weer dag was, kwam ze bij een klein huisje aan.
Er was niemand thuis. Maar ze was zó moe na een hele nacht alleen in het bos dat ze vlot een raampje intikte en naar binnen ging.

Ze kroop doodmoe in een van de bedjes die er stonden en viel in slaap.

Het huisje behoorde toe aan de Zeven Dergen die elke nacht diamanten gingen delven in de mijn omdat niemand anders dat rotwerk wilde doen.

Toen ze die avond thuis kwamen, troffen ze de slapende Sneeuwwitje aan in hun bed.

Ze wilden eerst aangifte doen van huisvredebreuk maar ze waren geroerd door het verhaal van Sneeuwwitje en besloten haar asiel te verlenen. Omdat haar boze Stiefmoeder haar wilde vermoorden.

“Blijf maar bij ons”, zeiden ze, “dan ben je veilig.”
Het Amber-alert dat de vader van Sneeuwwitje ondertussen uit had laten gaan, negeerden ze volledig.

 In ruil voor zoveel gastvrijheid deed Sneeuwwitje het huishouden.
En als ze klaar was met haar klusjes gebruikte ze het draadloos internet van de Zeven Dwergen om een beetje te Facebooken en haar profiel op Relatie Planet op te leuken.

Tenslotte moest ze ergens een Prins vandaan toveren.

 En niemand had meer gerekend op de Boze Stiefmoeder.
Maar via Facebook kwam zij erachter dat Sneeuwwitje bij de Zeven Dwergen woonde.

 En terwijl de Dwergen naar de mijn waren, kwam ze langs.
Vermomd als lief, oud vrouwtje bood ze Sneeuwwitje een prachtige, rode, glimmende appel aan.

Sneewwitje, nooit vies van een gratis hapje, at de appel op en viel neer.

Toen de dwergen thuis kwamen uit de mijn troffen ze Sneeuwwitje aan.
Dood.
Ze waren ontroostbaar en legden hun mooie Sneeuwwitje in een glazen kist.

Wat zij niet wisten was dat Sneeuwwitje niet dood was.
Ze was alleen maar betoverd door de boze Stiefmoeder.

En toevallig kwam er net een heuse Prins voorbij,
die het profiel van Sneeuwwitje op Relatie Planet had zien staan.

Hij zag Sneeuwwitje in haar glazen kist en hij was diep onder de indruk van het feit dat ze in het echt nét zo mooi was als op haar foto op Relatie Planet.

Geroerd kuste hij Sneeuwwitje in haar glazen kist.
Door de kus van de Prins werd de betovering van de boze Stiefmoeder verbroken.

Sneeuwwitje ontwaakte.

Ze trouwde met de Prins (op huwelijkse voorwaarden) en de Zeven  Dwergen waren bruidsjonkers. Dankzij de lening van de bank werd het een onvergetelijk feest.

Sneewwitje, helemaal blij met haar Prins, besloot het verleden te laten rusten en het goed te maken met haar boze Stiefmoeder.
Ze schakelde SBS6 in en stuurde John Williams langs met een bloemetje.

En alles kwam goed.
Ze leefden allemaal nog lang en gelukkig. 

Zo ongeveer moet een modern sprookje gaan. 

En niet van een Prins die een beetje stom deed en ging skieen en onder een lawine kwam. 

Ik ben niet echt koningsgezind, maar dit vind ik triest.
Voor Trix, voor zijn broers, voor zijn kinderen en voor Mabel.

 Ik hoop dat ze hem ooit wakker kust.

Kleien.

In het pre-computer tijdperk had ik hobby’s.
Ik las veel, ik tekende, ik maakte poppen en ik deed aan Fimo-kleien. Fimo-klei was (en is vast nog wel) in allerlei kleuren te koop en je kon er van alles van maken.  Enthousiast stortte ik me in het Fimo-avontuur.

Er kwamen overal Fimo-figuurtjes. Beertjes in hangmandjes, in bloempotten. Tijdens vakanties nam ik stenen mee als souvenier, om ze thuis te voorzien van Fimo-klei toestanden.

Maar als snel was er geen plaats meer in huis voor mijn creaties.
Ik bedoel maar; hoeveel van die stofnesten wil je in huis?

Dus begon ik er anderen mee lastig te vallen.
Ik begon Fimo-klei-cadeautjes te maken.
Een boeren-bont-serviesje voor mijn moeder (met muziekdoosje!)  toen ze ging verhuizen. En een pinguïn compleet met looprek toen ze haar enkel brak.

Uiteindelijk was de markt verzadigd en iedereen voorzien.
Er kwam een einde aan mijn Fimo-klei-hobby.

Maar sinds kort heb ik een nieuwe uitlaatklep gevonden voor mijn klei-manie. Marsepein! He-le-maal hot tegenwoordig!

Iets plakkeriger dan Fimo-klei, maar het komt op hetzelfde neer.

Ik klei me weer helemaal te pletter.
Het grote voordeel is dat je het niet in huis hoeft neer te zetten.
Je kunt het gewoon op eten.

Beetje jammer dat ik er zelf niet dol op ben.
Ik doe dus weer ouderwets aan ‘cadeautjes-kleien’.

It giet oan.

Eens in de zoveel tijd is het moeder-dochter-avond.
Dan gaan Michelle en ik een hapje eten en naar de film.

Vanavond was ‘t weer zover.
We namen de tram naar ‘t centrum en aten een hapje bij de Italiaan.

En natuurlijk namen we een kijkje op de bevroren grachten.
Volgende week gaat het dooien, dus het kon nog net.

We klommen van een steigertje bij de Prinsengracht en stonden zowaar óp de gracht in plaats van ernaast. Toch best bijzonder!

We namen een kijkje bij de Keizersrace op de Keizersgracht.
Want in tegenstelling tot de Elfstedentocht ‘giet die wél oan’.

Verkleumd kochten we kaartjes bij de bioscoop en zagen een meisje haar portomonnai verliezen. Braaf holden we achter haar aan om hem aan haar terug te geven. Tevreden over onze eigen goedheid namen we plaats in de zaal waar Michelle ontdekte dat de meneer voor ons zijn telefoon verloren was. Hij lag onder zijn stoel. Ook dat verloren voorwerp hebben we herenigd met de rechtmatige eigenaar.

Daarna hebben we ons stierlijk verveeld tijdens een draak van een film, The Descendants. Oké, ik kijk graag naar George Clooney, maar zelfs hij wordt na ruim anderhalf uur slechte film vervelend.

Maar al met al was het een geweldige avond.
Arm in arm met mijn dochter, in de vrieskou, lopend over het Leidseplein. Tevreden  geeft ze een rukje aan mijn arm.
“Amsterdam! We hebben het toch maar mooi voor elkaar, mam!”

En zo is ‘t!
Zelfs het feit dat Ajax ondertussen NAC inmaakte, kon de pret niet drukken.
Amsterdam heeft ‘t.
Nog steeds.

Foto’s van vanavond staan in het foto-album aan de linkerkant rechterkant.

Muziek.

klik voor groter


Muziek is altijd mijn grote hobby geweest. In mijn puberteit zat ik iedere vrijdagmiddag aan mijn radio-cassetterecorder gekluisterd om mijn lievelingsliedjes op te nemen tijdens de Top 40.

Van mijn zakgeld kocht ik singeltjes en langspeelplaten. Met zo’n mooie plastic beschermhoes er omheen. Later kwam de cd. Man, wat klonk dat mooi! Al was het vreemd om de krassen en tikken in je platen niet meer te horen. Je wist precies waar ze zaten in een nummer en je was er zo aan gewend dat je ze haast miste.

En toen kwam Michelle en raakte de muziekliefde een beetje op de achtergrond. Ik bleef gek op muziek maar ik was niet meer op de hoogte van de laatste hits en de nieuwe ‘klapperrrrrr van de week’. Ik bleef gewoon mijn favorieten draaien. Die uit de jaren 80 en 90. Van Bruce Springsteen tot Het Goede Doel en alles wat daar tussen in zit.

Maar Michelle werd groter en ook zij bleek een muziekliefhebster te zijn. Cassettebandjes met kinderliedjes draaiden we. Uren lang. En natuurlijk hebben we een Spice Girl-fase gehad. Ze was een jaar of zes, denk ik en we namen de videoclipjes op op videoband. Nog steeds ken ik alle teksten uit mijn hoofd.

Er was een Vengaboys-fase en een Britney Spears-fase. Wat was Mich verontwaardigd toen ze “I love rock and roll” van Joan Jett hoorde op de radio. “Oho!”, riep ze, “Dat hebben ze gejat van Britney Spears!”. Gelukkig ging ook die fase snel voorbij. Even was er nog de Hillary Duff-fase, maar daarna ontwikkelde Michelle haar eigen smaak.

Inmiddels had de mp3 zijn intrede gedaan. Michelle speelde haar muziek op de computer af en later op haar Ipod. Als ik een leuk nummer voorbij hoorde komen, riep ik “mail ‘m even!” en voegde ik ‘m toe aan mijn eigen verzameling. En zo kwam mijn Top 40 kennis een beetje terug en prijkte er ineens ‘hippe’ muziek op mijn playlist.

Ik pikte Hoobastank van haar. Razorlight, Daniel Powter, Mica en Beyoncé.
Zelfs DJ Tiësto heb ik!

Maar toen ging Michelle op zichzelf wonen.
Mijn Top 40-kennis én mijn playlist werden niet meer aangevuld.

Gelukkig hebben we sinds kort weer een auto! Met een prachtige carkit waar een Ipod aan gekoppeld kan worden. Tijdens een lange rit vorig weekend sloot Mich haar Ipod aan en ontdekten we dat we dát toch wel gemist hebben. Keihard meezingen in de auto met je favoriete muziek!

We zongen mee met The Corrs. En we deden Shania Twain’s ‘You’re still the one’ nog een keertje. Onze gezamelijke favoriet omdat we die zo mooi gekaraoked hebben tijdens onze vakantie in Spanje.

Daarna luisterde ik naar Michelle’s muziek en voelde me weer helemaal hip en jong. Ik zag al weer hippe, coole songs op mijn playlist terecht komen. “Deze wil ik ook hebben!” riep ik toen ik een leuk nummer voorbij hoorde komen.

“Klinkt een beetje als Sting!” gooide ik er nog enthousiast achteraan.
Waarop Michelle vroeg “Wie?”

Ik was meteen weer met beide benen op de grond.
Ik ben niet hip; ik weet nog wie Sting is.

Bij de foto: Michelle in maart 1998, playbackend met de Spicegirls-videoband. Met een bus haarlak als microfoon.

Terror-Spike.

 

Ik heb een aanbidder.
Hij is rood, ontzettend speels en stapelverliefd op me.
Hij heet Spike.

Onze Spike vindt het ontzettend ongezellig dat ik bijna iedere morgen vroeg op sta om naar mijn werk te vertrekken. Terwijl Frank nog slaapt, drinken Spike en ik gezellig samen koffie tot het tijd is om te vertrekken.

En dan begint Spike met zijn show.
Terwijl in mijn schoenen aantrek, geeft hij honderd kopjes en loopt hij rondjes rond mijn benen.

Als ik mijn jas aantrek, gaat-ie triest voor het raam zitten.
Buiten zwaai ik voor het raam nog even naar hem.
En ik zie zijn bekje opengaan in een laatste klaaglijke ‘miaaauw’.

Afgelopen woensdag had onze Terror-Spike de oplossing gevonden.

‘s Morgens vroeg, om zeven uur, moest ik naar het toilet.
En onze Spike had dorst.

En aangezien Spike de voorkeur geeft aan vers drinkwater uit de badkraan,
zat meneer al te wachten voor de badkamerdeur, die zich recht tegenover het toilet bevindt.

Ik liet Spike de badkamer in en zette de badkraan en klein beetje open.
Spike sprong in het bad en begon tevreden te drinken.
Ondertussen ging ik naar het toilet.

En toen ik klaar was, bleek dat de toiletdeur niet meer openging.

Spike was de badkamer uitgekomen en had de badkamerdeur zo ver opengegooid dat-ie de toiletdeur blokkeerde. Ik kon geen kant meer op.

In gedachten zag ik Spike al in de gang zitten grinniken.
“Zo. ‘t Vrouwtje gaat nergens heen vandaag!”

Er zat niets anders op dan te roepen en te bonken tot Frank wakker werd en mij uit mijn benarde positie kon bevrijden.

Beetje jammer dat onze Terror-Spike niet op de kalender had gekeken.
Dan had-ie geweten dat het mijn vrije dag was.
We hadden uit kunnen slapen…

In plaats daarvan zaten wij om kwart over zeven ‘s morgens aan de koffie.

Spike vond het allemaal best.
Hij sprong op de bank, draaide een rondje en ging slapen.

Supergirl.

En opeens ontdek ik dat de vloerbedekking voor de gangkast nat is. Ik kijk in de gangkast en zie dat de zwanenhals onder de verwarmingsketel lekt. Ik kan Frank roepen, natuurlijk. Maar na 20 jaar alleen gewoond te hebben, komt dat niet eens bij me op.

Ik maak de gangkast leeg en zit al op de grond bij de verwarmingsketel als Frank de gang in komt. Hij weet inmiddels wel dat ik liever bij Praxis of Gamma winkel dan bij Douglas of H&M, dus hij kijkt er niet echt van op.

Maar aangezien zijn ex iets verfijnder is dan ik, moet hij er soms nog steeds een beetje aan wennen dat ik autobanden kan verwisselen, mijn eigen gaten in de muur kan boren, mijn eigen decoupeerzaag heb en kan vloeken als een bootwerker als het mis gaat.

“Wat doe je?”, vraagt Frank voorzichtig. En ik zeg dat we lekkage hebben en dat ik even de zwanenhals check.

Hij kent me al langer dan vandaag, dus hij weet dat hij nu niet iets doms moet zeggen als “Ach, schatje toch! Laat mij maar even”.

In plaats daarvan vraagt hij “Krijg je hem los?” en overhandigt me zwijgend de waterpomptang en de trekveer. Ik draai de dop onder de zwanenhals los en duw de trekveer erdoor. Een vieze prop derrie valt in het teiltje dat ik er onder heb gezet.

En terwijl Frank de bak leeggooit en het gereedschap opruimt, zet ik de zwanenhals weer in elkaar. Probleem opgelost.

En terwijl we samen onze handen staan te wassen in de badkamer,
komen we weer eens tot de conclusie dat we een geweldig team zijn!

Suus II

Afgelopen zomer gebeurde het ineens. Tijdens het tv-kijken zag Frank de reclame van de Suzuki Alto. De reclame met de rastaman. ‘It’s a cool car!’.
“Dat vind ik leuke autootjes” zei Frank. Om meteen te opperen “Zullen we er eentje kopen?”

Ik keek hem verbaasd aan. Sinds mijn oude Fordje Ka de geest gaf en zijn BMW verkocht was, gaan we autoloos door het leven. En dat ging eigenlijk best goed, vond ik.

In Amsterdam betaal je voor parkeren de hoofdprijs. Bovendien is het vaak zo druk in de stad, dat je met de fiets sneller op plaats van bestemming bent. En met al die trams, die om de vijf minuten rijden? Dan heb je geen auto nodig. En voor de bezoekjes aan familie in Breda nemen we de trein.

Maar Frank dacht er anders over. Al dat gesleep met boodschappen. En dat gedoe met de trein. Tuurlijk, de Fyra rijdt supersnel van Schiphol naar Breda, maar als je daar vervolgens een half uur op de bus moet wachten, ben je je tijdwinst weer kwijt. Daarnaast is de trein tegenwoordig ook niet meer te betalen.

“En bovendien” zei Frank “als er iets met je moedertje is, moet je snel naar Breda kunnen.”

Dus stapten we op een regenachtige middag in augustus 2011 een showroom binnen. Onder het genot van een bakkie koffie zochten we een mooi karretje uit. Een automaat, lekker handig in de stad! Met airco en allerlei hippe snufjes.

Michelle wilde graag een blauwe maar ik koos voor zilver. En terwijl wij buiten een sigaretje rookten, bleef Mich alleen met de verkoper in de showroom achter. Toen we weer terug kwamen grijnsde ze van oor tot oor. “Het wordt tóch een blauwe!”.

Het lange wachten begon.
De auto zou pas in december 2011 of januari 2012 geleverd worden.
We waren nog even auto-loos.

Toen we bij Ikea meubeltjes kochten voor Michelle’s huisje en die met de metro naar huis sleepten, zuchtte Frank “Zie je wel; we hebben een auto nodig!”
Ik haalde mijn schouders op.

Toen ik een grote opbergbox met dierbare spulletjes meesleepte achter op de fiets van Michelle’s huis naar het onze en die voor de deur kapot liet vallen, riep Frank “Zie je wel; we hebben een auto nodig!”. En ik haalde mijn schouders op.

Maar toen ik na een zeer geslaagde reunie met oud-klasgenootjes vorige week zaterdag om 23.00 uur op het station in Breda stond, bleek de reis naar huis lastig te worden. De Fyra reed niet meer. En met de ‘gewone trein’ zou ik pas om 01.30 uur pas aankomen op station Sloterdijk.

Ik zat al in de trein en belde Frank om te vertellen dat ik heel laat thuis zou zijn. Hij kreeg bijna een rolberoerte. Sloterdijk om 01.30 uur is schijnbaar niet écht een veilige omgeving. Dus stapte ik in Tilburg uit en nam de trein terug naar Breda.

Daar nam ik nam de bus naar mijn moeder, waar ik een uur later in het smalle eenpersoons logeerbedje kroop. En ik dacht: “We hebben een auto nodig!”

Vandaag was het eindelijk zover!
We konden onze auto ophalen!

En hij is prachtig!
Helemaal af, met alle luxe die je je maar kan wensen.
En hij rijdt heerlijk, al moet ik even wennen aan het niet-schakelen.

En verrek…
Hij is zilver!

klik voor groter

Een nieuwe start.


Tja. Het kón natuurlijk niet uitblijven. Een eigen domeintje.
Het zal er al aan te komen toen Dochterlief 15 maanden geleden met een vriendje thuis kwam. Een vriendje met een webhostingbedrijf!

Maar ach, ik logde al jaren tot volle tevredenheid bij Web-log.
Maar toen zij besloten het steepje tussen Web en Log te verwijderen en over te stappen naar nieuwe software, begon het gedonder. Door de migratie in augustus 2011, waren al hun weblogs maandenlang uit de lucht. En volgens mij werkt het nu nog steeds allemaal maar half.

Gelukkig had ik er weinig last van.
Omdat ik mijn weblog in boekvorm wilde laten drukken, had ik al mijn logjes over gezet naar een nieuwe weblog bij WordPress. Net op tijd! Ik had al mijn logjes en al mijn foto’s nog.

En ik logde door bij WordPress.
Een beetje stilletjes, want op een paar na, zijn al mijn Web-log-vrienden verdwenen en nieuwe WordPress-vrienden heb ik maar één.

Frank had ‘t al een paar keer gezegd. ‘Regel nou een eigen domeintje!’ en uiteindelijk ging ik overstag. ‘Regel jij het maar!’ zei ik tegen Frank. Tenslotte is hij mijn privé-systeembeheerder.

En zo zat Tijl op tweede Kerstdag, na het Kerstdiner, hier zaken te doen met Frank. Samen zochten ze een mooi pakketje voor me uit. Voor een paar euro per maand heb ik alles in eigen beheer.

En ik kan gewoon verder loggen met de WordPress-software, die ik inmiddels al gewend ben, en al mijn oude logjes overzetten. Aan mij alleen nog de nobele taak om een naam te verzinnen voor mijn eigen domeintje.

Dat bleek niet mee te vallen.
Als je achternaam dezelfde is als een wereldberoemd pennenmerk, kun je dát wel vergeten. De combinaties met Michelle en Nicky bleken te ingewikkeld.

De combinatie met Amsterdam en mijn achternaam resulteerde in het, volgens mijzelf, briljante ‘Watermadam’. Maar bepaalde heren in mijn omgeving (ik noem geen namen) hadden daar weer rare associaties mee.

Na weken piekeren koos ik voor ‘Nicky0607′. Dat komt tenslotte voor in al mijn Moviemakerprojectjes. Redelijk herkenbaar, leek mij. Bovendien ook wel lekker kort om in te typen als je ergens je url achter moet laten. Bijkomend voordeel is dat ik héél veel verjaardagskaartjes krijg omdat iedereen nu weet wanneer ik jarig ben.

En tijdens een avondje op visite regelde Tijl mijn domeintje. Binnen een uurtje waren we up en running! Ik heb een beetje geprutst en een beetje gespeeld om te proberen er iets leuks van te maken.

Restte alleen nog het uitkiezen van een mooi moment om mijn nieuwe domeintje openbaar te maken.
Tja, daar bleek maar één datum geschikt voor.

De datum waarop mijn schoonzoon/webhoster het openingsfeestje viert van zijn nieuwe bedrijfspand. En dat dat op vrijdag de 13e is, kan mij helemaal niets schelen! Als je nieuwe bedrijfspand gevestigd is op de ‘Vermogensweg’ kan er niks meer mis gaan!

En nee, ik heb geen aandelen.
Maar die jongen is wél mijn webhoster én mijn schoonzoon.
Dus voor wie ook een eigen domeintje wil:

Quebit! Quebit! Quebit!

Lieve Tijl,
Heel veel succes met Quebit in je mooie, nieuwe pand
en heel veel plezier vanavond tijdens je openingsfeest.

Veel liefs,
je schoonmoeder

E-reader rivalen.

Niks lekkerders dan met een dik boek op de bank. Lezen is een van mijn grootste hobby’s. Daarom probeerde Frank me over te halen om een e-reader te kopen. Ik twijfelde. Ik vond ze best duur. En het voelt natuurlijk niet als een écht boek. Bovendien lees ik graag in bad. Stel je voor dat je zo’n dure e-reader in het water laat vallen…

En toen kwam Frank op internet een leuke e-reader tegen.
Eentje van het merk ‘It works’ voor nog geen vijf tientjes! Dat leek me wel wat! Mooi om te proberen of het bevalt en laat je zo’n ding in bad vallen, dan is de schade nog te overzien.

Ik kreeg hem cadeau voor de feestdagen en ben dik tevreden!
Wat een uitvinding! Ik ben helemaal om. Het leest heerlijk!

Bovendien is dit apparaatje lekker simpel. Geen moeilijke software, geen moeilijke programma’s. Je computer ziet de e-reader als extra schijf, dus hopla! Je boeken erop en lezen maar! Bovendien kun je er muziek en foto’s opzetten en zelfs filmpjes speelt-ie af. Prachtig!

En dat voor 47 euro! Zoals het merk al zegt: It works!
Eén minpuntje: er zit geen oplader bij, je moet je e-reader opladen aan je computer. Maar dat is op te lossen door een losse oplader te kopen. Of, zoals ik doe, de e-reader mee te nemen naar je werk en ‘m daar aan je computer te hangen. Die staat toch de hele dag aan!

Frank werd steeds enthousiaster en ging zelf ook overstag. Hij wilde ook
een e-reader. Maar hij wilde natuurlijk een échte!

Geen simpel It Works-dingetje. Hij bleef trouw aan zijn favoriete merk en kocht voor 179 euro een heuse Sony e-reader. Het nieuwste van het nieuwste.
Een e-reader met Wifi!
Mooi ding, hoor.

Maar de software is iets ingewikkelder dan die van mijn ereader.
Telt u even mee? 1-0 voor Nicky!

Je kunt er foto’s en muziek op zetten maar filmpjes niet.
2-0 voor Nicky!

En het scherm is zwart-wit terwijl het mijne kleur is.
3-0 voor Nicky!

En oh ja, Frank kan browsen met zijn e-reader. Wat daar het nut van is, weet ik niet. Maar oké, oké. Hij ook een punt. 3-1.

“Ha, mijn scherm geeft geen licht,” zei Frank “dus mijn batterij gaat veel langer mee!” Vooruit dan, 3-2.

We kropen gezellig op de bank met onze e-readers. Tot het donker werd.
En in de winter is dat best vroeg.

Frank kon niet verder lezen, terwijl ik rustig door las op mijn verlichte schermpje. Ha! Toch 3-1!

Gelukkig hebben ze bij Sony een oplossing bedacht. Een hoesje voor je e-reader, mét een ingebouwd lampje! Jammer genoeg bleken de hoesjes overal uitverkocht te zijn.

Na wekenlang stad en land  afgelopen te hebben, gaven we het op en deden we een poging bij bol.com. En daar lukte het! Gisterenavond hebben we ‘m besteld en vandaag hadden we het hoesje al binnen.

En ja, hoor! Het werkt! Ook Frank kan nu ‘s avonds lekker lezen!
Met zijn e-reader in zijn e-reader-hoesje-met-lampje.

Klein minpuntje? Het hoesje voor zijn e-reader kostte 50 euro.
Net zo duur als mijn e-reader.
4-1.

2011 -> 2012!

2011 Een jaar in Beeld .

 

2011 begon voor Michelle in Parijs, waar ze samen met Tijl vakantie vierde.

Frank en ik brachten Oud en Nieuw vorig jaar gewoon in Amsterdam door.
Liggend onder het logeerbed bij Spike, die zich daar, panisch voor het vuurwerk, verstopt had.

Een nogal apart begin van 2011 dus.
Het werd een goed jaar, dat dan weer wel.

In 2011 ging Mich Carnavallen in Breda, samen met Tijl,
die zijn eerste Carnaval als kuiken verkleed ging.

Er werd een klein beetje geturnd en er werd volop geklust toen we eindelijk ons huisje in Amsterdam vonden.

Mich vierde Koninginnedag en onze inboedel, die zich nog steeds in Breda bevond terwijl wij allang in Amsterdam waren, werd eindelijk verhuisd.

En zo stond mijn Bredase bankje ineens in Amsterdam. En aangezien ik inmiddels aan mijn samenwoon-status gewend ben geraakt, ziet het er niet naar uit dat ik er echt ga wonen. Dus werd het Michelle’s huisje. En zo wonen we ineens bij elkaar om de hoek!

In 2011 kwam Oma naar ons huisje kijken en maakte ze eindelijk de tocht in een rondvaartboot waar ze het al zolang over had.

En in 2011 vierden we op grootse wijze haar tachtigste verjaardag!

In 2011 haalde Michelle haar propedeuse en tijdens haar vakantie werkte zich een slag in de rondte. Ze bracht folders rond, zat bij ‘s Lands Grootste Kruidenier’ achter de kassa en had ook nog haar vaste schoonmaakbaantje. Ze wist een goede bestemming voor haar zuurverdiende centjes. Ze kocht een hondje!

En zo stond 2011 vooral in het teken van dieren.

Van Spike, die zo ziek werd afgelopen jaar, maar gelukkig ook weer opknapte.

En van Boefje, Michelle nieuwe hondje, die binnen no-time al onze harten gestolen heeft. Vol trots showde ze hem op haar negentiende verjaardag voor het eerst aan de familie.

Al met al was er genoeg materiaal voor een leuk foto-overzichtje van 2011, dat dus (niet verwonderlijk) hoofdzakelijk uit foto’s van het beestenspul bestaat. Mijn goede voornemen voor volgend jaar weet ik al: ik ga proberen wat vaker op de foto te komen.

Al met al was 2011 een goed jaar
waar we met plezier op terug kunnen kijken! Op naar 2012!

Wij wensen iedereen een gelukkig en gezond 2012!

24/7 on-line!

Met de komst van mijn hippe, hightech mobiele telefoon bleek ik ineens vierentwintig uur per dag on-line te zijn.
Ik maakte me daar toch een beetje zorgen om. Ik ben al enorm internetverslaafd en zat al constant met mijn laptop voor mijn neus. En nu kan ik altijd en overal internetten!

Maar in de praktijk blijkt mijn internet-telefoon juist dé remedie tegen mijn verslaving.

In plaats van ‘s avonds mijn email te checken, te Facebooken en te internetten, doe ik nu alles ‘even tussendoor’.

Als ik ‘s morgen koffie drink voor ik naar mijn werk ga, check ik de apps van Nu.nl, AT5 en (natuurlijk) Omroep Brabant. Nog even checken wat mijn vrienden te melden hebben op Facebook en ik ben weer helemaal op de hoogte.

Emails die binnenkomen, zie ik meteen. Antwoorden doe ik niet direct, daarvoor heb ik op dat moment dan net weer geen tijd.
Een paar keer in de week ga ik er eens goed voor zitten om een rondje email te doen en iedereen terug te mailen.

Voor mijn weblog-activiteiten blijkt mijn speeltje niet goed te zijn. Mijn log-frequentie had al een dramatisch dieptepunt bereikt, maar nu is het hek helemaal van de dam. Foto’s en kleine berichtjes die geen log waard zijn, zet ik via mijn mobiel in een oogwenk op Facebook en van logjes schrijven komt helemaal niks meer. Beetje jammer.

En dat terwijl ik de WordPress-app gedownload heb op mijn übercoole telefoon. Misschien moet ik die eens eens uitproberen. En uitzoeken of er een slimme app is die ervoor zorgt dat je inspiratie krijgt…

Tot die tijd wens ik jullie allemaal hele fijne Kerstdagen!

klik voor groter

Tussen Kunst en Kitsch.

klik voor groter

Lang geleden, nog voor ik geboren werd, overleed mijn oma. De moeder van mijn moeder. Ze was nog niet zo heel erg oud, maar ze had een zwaar leven achter de rug, zoals vrijwel iedereen van die generatie.

Mijn opa was stationschef en het hele gezin woonde in een klein huisje naast het station. Mijn oma voedde elf kinderen op, zonder stofzuiger, zonder wasmachine, zonder magnetron.

Als ik aardappels schil, moet ik altijd even aan haar denken. Hoeveel kilo’s zou zij geschild hebben in haar leven?

Mijn Oma had geleerd voor coupeuse, maar ze was huisvrouw en moeder. Ze stond altijd als eerste op om de kachel op te stoken voor ‘de jongens’. Haar man en haar zonen. Ze droeg altijd een schort, die meestal vol vlekken zat. Ze ging nooit uit, ze ging nooit ergens heen, ze kwam nergens.

Toen ze overleden was vonden haar kinderen, tijdens het uitzoeken van haar spulletjes, twee oorbellen. Ragfijn bewerkte oorbellen van goud. Niemand wist hoe ze eraan kwam. Niemand wist hoe het kon dat mijn Oma zoiets moois in haar bezit had. Niemand had haar de oorbellen ooit zien dragen.

De oorbellen zwierven door de familie, werden vermaakt tot broche en lagen lang bij een tante in een kastje. Tot de broche door een nicht gevonden werden. Die wist een mooie bestemming voor het sieraad.

Ze bracht het naar een juwelier en liet de broche weer vermaken tot de twee originele oorbellen, die vervolgens ieder tot een tot hanger vermaakt werden. Twee stuks. Voor de enige (nog levende) dochters van mijn Oma. Een voor mijn moeder. Een voor haar tweelingzus.

Ik vond het sierraad fascinerend. Zo’n prachtig sieraad, zo fijntjes, zo mooi. Een pauw, met gouden staartjes, op een schildje van goud. Volgens de juwelier die het heeft vermaakt is het echt goud.

Hoe kwam Oma daar toch aan? Waar kwam het vandaan?
Uit Nederlands Indië? Meegebracht door mijn ooms?
Nee, die ooms leven nog. Die hadden dat nog wel geweten.

Een cadeautje van een gezin waar ze misschien ooit werkte als dienstmeid? Nee, ze is nooit dienstmeid geweest.
Niemand die het wist. Het bleef een groot mysterie.

Ergens vorig jaar keek ik een uitzending van ‘Tussen Kunst en Kitsch’ en ineens wist ik het! Als iemand het kon weten, waren het de kenners van ‘Tussen Kunst en Kitsch’ die zo prachtig kunnen vertellen.

En verdorie! Ze zouden ook nog naar Amsterdam komen voor het nieuwe seizoen. Enthousiast bestelde ik kaartjes en haalde de hanger van mijn moeder op. Zorgvuldig bewaarde ik de hanger in mijn nachtkastje, samen met de toegangkaartjes voor ‘Tussen Kunst en Kitsch’. Het lidmaatschap voor een jaar van de Avro dat ik er gratis bij kreeg (zucht), liet ik meteen stopzetten. En ongeduldig wachtte ik op de grote dag.

Op een winderige dag in oktober toog ik naar het net heropende Scheepvaartmuseum in Amsterdam, waar ik op het binnenplein lang moest wachten. Ik kon het museum niet bekijken, want ik moest wachten tot het nummer dat ik kreeg toen ik binnenkwam omgeroepen werd. Dus wachtte ik, samen met tientallen anderen.

Ik zag veel ingepakte schilderijen en veel boodschappenkarretjes volgepakt met oude schatten. Maar ik zag vooral veel herhalingen van uitzendingen van ‘Tussen Kunst en Kitsch’ die op schermen uitgezonden werden terwijl ik zat te wachten. En het dak van de binnenplaats van het Scheepvaartmuseum was bij daglicht een stuk minder indrukwekkend.

Toen mocht ik eindelijk naar binnen.
Ik sloot aan in de rij bij de ‘sieraden-deskundige’.

De mevrouw voor mij had een prachtig sierraad bij zich.

Een collier gemaakt van spelden die vroeger op kappen van klederdrachten zaten. En hoe bijzonder! De spelden waren van verschillende provincies. Een behoorlijke bom duiten waard!

Als ze tijd had, mocht ze wel bij Nelleke (Nelleke van der Krogt, de presentatrice) aan tafel om gefilmd te worden. Moest ze alleen wel even verbaasd reageren en niet laten merken dat ze bedrag van haar ‘schat’ al te horen gekregen had.

Al die verbaasde, opgetogen gezichten in de uitzending zijn dus gespeeld. Verdorie, weer een illusie aan duigen!

Toen was ik aan de beurt. Ik opende het doosje met de hanger, zette hem voorzichtig op de tafel bij de expert en pakte pen en papier om zijn opmerkingen te noteren. Tenslotte zat mijn oude moedertje thuis te wachten op mijn telefoontje. Benieuwd of ik iets aan de weet gekomen was over de mysterieuze oorbellen van haar moeder.

Ik was snel klaar met schrijven.
Sterker nog; ik hoefde niets op te schrijven.
Ik kon het zo wel onthouden.

Ik geloof dat ik in de categorie ‘Kitsch’ viel.

Gemaakt in Nederland of België, rond 1890-1900.
Emotionele waarde natuurlijk, maar verder hooguit 100 euro waard.

Dat was het. Meer kon men er niet van zeggen.

Jammer. We zullen nooit weten waar de oorbellen van mijn Oma vandaan kwamen. Moge duidelijk zijn dat ik niet bij Nelleke aan de tafel plaats mocht nemen.

Ik ging gewoon weer naar huis. Met mijn waardeloze oorbel. Gedegradeerd tot kitsch, maar voor mij van onschatbare waarde.

Omdat-ie van mijn Oma was.
Omdat niemand weet waar hij vandaan komt.

En omdat dát het sierraad eigenlijk alleen maar mooier maakt.

Omdat ik weet dat mijn Oma haar prachtige oorbellen nooit gedragen heeft.

Maar ik kan me voorstellen hoe ze, als ze even één minuutje over had, voor ze ging slapen na een lange dag of voordat ze kachel opstookte voor haar gezin op een donkere ochtend, haar oorbellen even uit hun doosje haalde.

Ik denk, hoop en geloof dat ze er naar keek en genoot van de schoonheid ervan. Net zoals ik nu.

Want het mag dan nu officieel Kitsch zijn, voor mij is het heel bijzonder!

PS: de nieuwe uitzendingen van Tussen Kunst en Kitsch worden iedere woensdagavond uitgezonden op Nederland 1.

Oh ja, ik kom dus niet in beeld.

Koffie-log.

Toen ik voor het eerst in Frank’s high-tech-huis kwam, was ik reddeloos verloren. Als ik als eerste wakker was, wist ik niet hoe de tv werkte en hoe ik een kopje koffie uit zijn espresso-machine kon krijgen. Zeven jaar later krijg ik de tv nog steeds niet aan de praat, maar dat boeit me niet. De espresso-machine kan ik inmiddels blindelings bedienen.

Slaapdronken wankel ik ‘s morgens naar het apparaat, druk op een knopje en geniet van een lekker bakje espresso om wakker te worden. Altijd vers gemalen, nooit problemen. Vooral omdat vriendje-lief er ‘s avonds altijd voor zorgt dat de bonen en het water bijgevuld zijn voor mijn eerste bakkie ‘s morgens.

De laatse tijd begon het Heilige Espresso-apparaat kuren te vertonen. Hij moest steeds vaker ontkalkt worden en gaf steeds minder koffie. En de koffie die hij gaf, smaakte ook veel minder goed. Voor het geval van ‘je weet maar nooit’ haalde ik alvast mijn filter-koffiezetapparaatje op uit mijn eigen huis, inclusief gemalen koffie en koffiefilters.

En afgelopen dinsdag was het zover. De espressomachine hield ermee op en wij schakelden over op filterkoffie. Het was even wennen, vooral voor Frank die een traantje wegpinkte toen zijn geliefde koffie-vriend na tien jaar trouwe dienst en talloze bakkies troost definitief de geest gaf.

Op woensdag liep ik tijdens een shopsessie op mijn geliefde Osdorpplein de BCC even binnen. Gewoon, om eens te kijken. En daar zag ik zo’n zelfde espresso-machine als Frank had! Een iets nieuwere versie, maar hetzelfde principe.

En aangezien ik tegenwoordig ook buitenshuis erg high-tech ben,
what’s appte ik meteen een fotootje naar Frank. “Showmodel. In de aanbieding. Doen?”. Het antwoord was kort en bondig. “Ja!”.

De verkoper pakte het showmodel voor me in. De handleiding ontbrak maar die scheen via internet makkelijk te downloaden te zijn. En daar stond ik, bij mijn fiets. Met een geinproviseerde draagtas met daarin een loeizwaai, onhandig groot espresso-apparaat. Lopen? Hm, da’s best een eind.

Dus vermande ik mezelf. Heel Amsterdam vervoert alles op de fiets. Huisraad, kinderen, boodschappen, huisdieren, wasgoed. Een espresso-machine zou dus ook wel lukken.

Met het espresso-apparaat aan mijn stuur, trappend met één been en gevaarlijk slingerend, kwam ik warm en bezweet thuis aan, waar we enthousiast het espresso-apparaat uitpakten en aansloten.

Hem aan de praat krijgen, bleek niet simpel, zeker niet zonder handleiding. En die was natuurlijk niet via internet te downloaden.

Na lang zoeken en proberen hadden we het apparaat eindelijk aan de praat. De koffie was loeiheet en smaakte matig en wij opperden al dat we zouden moeten experimenteren met verschillende bonen. Frank zou de volgende dag de fabrikant bellen om een handleiding te bestellen.

Donderdag al bleek dat het apparaat nog wel koffie gaf, maar slechts druppelsgewijs. Zo irritant! Ik kwam bijna te laat op mijn werk!

Frank belde de fabrikant en vroeg om een handleiding. Hij vroeg ook meteen naar een oplossing voor het druppelen van de koffie. De onvriendelijke man van de klantenservice weigerde hem ook maar iets te vertellen en beloofde alleen een handleiding te sturen.

Googlen hielp ook niet. Veel mensen vroegen om de oplossing voor het druppelen van de koffie. En om een handleiding.

Vrijdag kreeg ik op mijn werk een what’s app van Frank. “Dat k-ding lekt! Terug!”

Zaterdag leverden we het apparaat weer in bij het BCC-filiaal. Het was een perfect showmodel maar om koffie te zetten was-ie compleet waardeloos.

Met een nóg nieuwere versie van hetzelfde espresso-apparaat vertrokken we weer, met de tram deze keer. En mét handleiding.

Een half uur later zaten we al aan de koffie. Een lekkere, hete bak espresso, precies zoals we wilden. Met één druk op de knop, gewoon zoals het hoort! Terwijl we van ons tweede bakkie zaten te genieten, ging de bel en stond de postbode voor de deur.

Met een pakketje.
Goh. Spannend.

Te midden tussen al het vulmateriaal in de doos, zat de handleiding van de ramp-espressomachine, die al lang weer terug naar de winkel was. Een twintig pagina’s tellend boekje, verstuurd in een enorme doos.
Van service hebben ze nog nooit gehoord, van verspilling duidelijk wel!

We hebben nog overwogen de handleiding via Marktplaats te verkopen aan de hoogste bieder. Maar uiteindellijk hebben we ‘m gewoon weggegooid.

Want voor mensen met de Siemens TR529NL heb we maar één advies.
Koop een andere!

Training.

Jarenlang bracht ik op zaterdagmorgen mijn dochter naar turntraining. Ik bracht haar naar de turnhal, reed weer naar huis en schonk nog een kop koffie in.

En ik gniffelde eens om al die voetbalmoeders die op dat moment stonden te kou-kleumen langs de lijn om hun oogappel aan te moedigen.

Afgelopen weekend was het mijn beurt om in alle vroegte te kleumen op een veldje. Niet voor een voetbaltraining, maar voor een puppytraining van Michelle’s hondje Boefje.

Om negen uur ‘s morgens zaten we al in de tram. Daarna namen we de bus en zo belandden we op een veldje in the-middle-of-nowhere (lees: Badhoevedorp) waar Boefje samen met twee andere honden les kreeg in van alles en nog wat.

Maar ach, Boefje kroop in de bus zo lekker tegen me aan. Het zonnetje scheen. En het was zo leuk om te zien hoe hij die grote honden toch een beetje eng vindt.

Boefje kon feilloos zijn verstopte speeltje vinden (hij is zó slim) en hij leerde in één les een high-five geven (had ik al gezegd dat hij zó slim is?). En het was zó leuk om hem door de tunnel te zien rennen.

En de lunch na afloop, samen met Mich, bij ons favoriete eettentje Casa e Cucina maakte het helemaal goed.

Jammer dat de overheerlijke wrap met kip en avocado weer op was.
Nu moeten we wéér terug!

Puppycursus .

De Leeuwenkoning 2011.

Sinds kort draait de 3D-versie van De Leeuwenkoning in de bioscoop. Jeugdsentiment voor Michelle aangezien we die film, toen ze klein was, keer op keer gekeken hebben. Het leek me leuk om daar samen naar toe te gaan.

En zo zaten we vanavond met een 3D-bril op onze neus in de bios.

Het was zo leuk om de film weer eens terug te zien en al die bekende liedjes te horen. Een beetje ‘raar’ was het ook wel, omdat ik ooit kennisgemaakt heb met ‘de stem van Rafiki’. Gek om hem ineens te horen in de film!

Over de 3D-effecten was ik ook zeer te spreken. Wat is dát leuk!

We hebben genoten!
En al heb ik de film inmiddels misschien wel honderd keer gezien;
toen de papa van Simba doodging, moest ik weer enorm huilen.

Dat bleek meteen nóg een voordeel van de 3D-film!
Je kunt ongegeneerd je ogen uit je kop janken.
Doordat je een brilletje op hebt, is er niemand die het ziet!

Hip.

Reactiemoderatie staat aan op deze site.
Dit betekent dat je reactie niet zichtbaar zal zijn,
tot deze is goedgekeurd door een beheerder.
Gelukkig zijn we niet zo moeilijk en vinden we veel goed!

Al twaalf jaar lang heb ik dezelfde mobiele telefoonprovider, al twaalf jaar lang heb ik hetzelfde telefoonnummer. Ik ben doodsaai.

En meestal wordt mijn contract stilzwijgend verlengd, zonder dat ik gebruik maak van het aanbod om een nieuw toestel uit te zoeken. Ik was tevreden met mijn Nokiaatje waar ik mee kon bellen en smsen. Dat er een camera en een radio op zat, vond ik al een enorme luxe.

Frank haalde me over om dit keer wél een nieuw toestel uit te zoeken. ‘Echt iets voor jou, met al die gadgets die er tegenwoordig opzitten!’. En zo stond ik op de laatste mooie zomerdag van dit jaar in een snikhete belwinkel, waar een meisje, even oud als mijn dochter, me een telefoon verkocht.

‘Wat moet er allemaal op zitten?’, vroeg ze, terwijl ze voor me uit liep naar de vitrine. ‘Eh. Een camera en een radio.’ antwoordde ik. ‘Dat hebben tegenwoordig bijna alle toestellen.’ merkte de verkoopster op. Ik liep achter haar, maar ik durf te wedden dat ze wanhopig met haar ogen rolde.

En zo kwam ik thuis met een übercoole Samsung Galaxy. Met internet, een mp3-speler, een radio en een camera. Gelukkig kun je er ook mee bellen en smsen!

‘s Avonds kroop ik op de bank met mijn nieuwe telefoon. Ik kreeg ‘m aan de praat en was de hele avond bezig met instellen. Achtergrondje, beltoon, contacten. Ik kwam een heel eind, maar echt makkelijk ging het niet.

Laat op de avond kwamen Michelle en Tijl nog even langs. Trots toonde ik mijn nieuwe aanwinst aan Michelle en merkte terloops op ‘maar ik weet niet hoe…’.

‘Kom eens hier!’, zei Michelle en ze pakte de telefoon uit mijn hand. Klik, klik, kllk. Binnen een kwartier had ik haar foto als achtergrondje (ja, dat wilde ik), had ze overbodige dingen verwijderd en handige dingen ingesteld, inclusief een geweldige schermbeveiliging.

Tevreden nam ik mijn telefoontje weer in ontvangst, terwijl Michelle vriendelijk iets mompelde over een klein generatie-kloofje. De schat.

De volgende dag vroeg Frank of ik blij was met mijn nieuwe telefoon. ‘Ja, hartstikke!’ antwoordde ik enthousiast. “Werkt alles nu? Kun je internetten en emailen?’ vroeg Frank weer. Ik knikte overtuigend.

‘Stuur me eens een email dan!’ daagde Frank uit.

Ik pakte mijn mobiel, opende een schermpje, typte vlotjes ‘ik vind jou lief!’ en klikte zelfverzekerd op ‘verzenden’.

Frank’s mobiel piepte.
Om aan te geven dat hij zojuist een sms had ontvangen.

Vrienden gezocht.

Reactiemoderatie staat aan op deze site.
Dit betekent dat je reactie niet zichtbaar zal zijn,
tot deze is goedgekeurd door een beheerder.
Gelukkig zijn we niet zo moeilijk en vinden we veel goed!

Bij Weblog.nl is het nog steeds huilen met de pet op. Al een week of vijf duurt de gevreesde migratie naar nieuwe software nu. Het regent klachten, weblogs zijn onbereikbaar en het duurt maar en het duurt maar. Ik weet niet of het ooit nog goed komt.

In eerste instantie overheerste bij mij blijdschap! Ik had vlak voor het uur U al mijn logjes veilig gesteld. Dus ik logde rustig door.

Maar nu begint het toch een beetje te vervelen.

Ik wil weten hoe het met de mama van Anjuli gaat. Ik wil bijlezen bij Lind@. En al loggen ze niet vaak meer; af en toe wil ik even checken bij De Mooiste Baby en bij Ylone en Fred in Griekenland. En kijken of Joyce nog nieuws heeft.

Maar dat gaat nog steeds niet.

Ook de reacties op nieuwe logjes blijven uit. Gelukkig heeft Sally me vanaf haar nieuwe plekje aan de andere kant van de wereld weten te vinden.

Mijn lieve zus laat me ook niet in de steek. Ze heeft zelfs een ’abonnement’ op mijn nieuwe weblog genomen!

En Willemijn in Italië heb ik inmiddels ook terug gevonden!
Maar verder is het eenzaam hier.

Ik moet nodig op zoek naar vriendjes.
Oude én nieuwe!

Kat in ‘t bakkie.


Je koopt een kapitale krabpaal mét huisje voor hem maar hij kruipt in een oude schoenendoos.

En aangezien zijn dieet niet echt lijkt te werken, zal ik binnenkort de stad in moeten voor nieuwe laarzen.

In een grote doos.

Pin-storing.

Tijdens de landelijke pinstoring van afgelopen weekend bevond ik me in de supermarkt. Overigens zonder op de hoogte te zijn van de bewuste pin-storing.

Het briefje dat er een pin-storing was, hing (in plaats van strategisch bij de deur) op de lopende band bij de kassa’s geplakt. Tja. Dan ben je al in de winkel, dan heb je al je boodschappen al in je kar liggen en kun je niet meer gaan pinnen bij de geldautomaat buiten.

Ik keek eens in mijn portomonnai. Een briefje van twintig en wat kleingeld. Snel rekende ik het totaalbedrag van mijn boodschappen grofweg uit. Het zou erom spannen.

Ik waarschuwde de cassiere alvast dat ik waarschijnlijk niet genoeg geld zou hebben. Braaf scande ze mijn boodschappen. “Dat is dan 23 euro 40.” zei ze. Te veel, zoveel geld had ik niet bij me.

“Doe dit er maar af.”, zei ik lichtelijk geïrriteerd,
terwijl ik haar een fles allesreiniger gaf.

Stoïcijns scande ze de allereiniger.
“Dat is dan 25 euro 80.” zei ze, zonder blikken of blozen.

“Nee, hij moest er áf!”, zei ik, zwaar geïrriteerd.
“Oh ja!”, antwoorde het heldere licht blij.

De kassa bliebte nog een keer.
Wederom zonder blikken of blozen zei de cassiere “Dat is dan 23 euro 40!”.

En toen was ik énorm geïrriteerd.
Ik heb, geloof ik,  tegen haar gesnauwd.
Maar jeetje, zelfs míjn geduld heeft grenzen.