Watje.

Over het algemeen ben ik een rustig en redelijk mens. Er is weinig dat mij uit mijn evenwicht brengt. Maar zodra ik in mijn auto stap, verandert er iets. Het is niet zo dat ik schuimbekkend achter het stuur zit maar er wordt toch wel vaak flink gescholden of diep gezucht.

Hoog op mijn irritatie-lijstje staan, met stip, de onnodig-links-rijders. Die omdat ze, drie kilometer verderop, een vrachtwagen zien alvast op de linkerbaan gaan rijden met 90 kilometer per uur. Of de mensen die bij Oudenrijn rechtdoor moeten en daarom bij Hilversum al op de derde baan gaan rijden. 

Of mensen die je snoeihard inhalen, hun auto vóór de jouwe knallen zodat je vol op de rem moet en vervolgens uitvoegen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik zo’n heerschap (want – sorry – dát zijn meestal mannen) vaak uitmaak voor iets lelijks. Of mensen die invoegen met 70. Verschrikkelijk!

Er is één ding waar ik niet van onder de indruk ben en dat is file. Aangezien je daar toch niets aan kunt doen, schik ik me in mijn lot en luister rustig naar de radio. Zo ook afgelopen dinsdag toen ik in de file stond om ons dorp in te komen. Normaal gesproken kun je op die weg gewoon doorrijden maar door een wegafsluiting verderop, stond er een flinke file.

Dus ik stond rustig te wachten. Tussen twee dorpen. De rechterbaan – het dorp in – stond vast. Het tegemoetkomende verkeer – het dorp uit –  reed gewoon. Daar was het niet druk. Af en toe reed er een auto voorbij. Het regende, ik luisterde naar de radio, neuriede een beetje mee en keek wat om me heen. Op de linkerbaan, waar het tegemoetkomend verkeer reed, ging een vogel zitten. “Kijk je uit, jongen?” vroeg ik nog.

Een tel later zag ik koplampen opdoemen. Ik hoorde een ‘pok’, zag een hoop veren dwarrelen en deed mijn ogen dicht. Ik telde tot drie, haalde diep adem en gluurde voorzichtig door mijn wimpers. Door de klap was de vogel gelanceerd en precies voor mijn auto terecht gekomen. Daar lag-ie. Dood. Gelukkig maar want ik had me geen raad geweten als het beestje had liggen creperen.

Klem in de file, zat ik daar nog een paar minuten. Met het vogel-lijkje pal voor mijn auto in het schijnsel van mijn koplampen. ‘Het ging heel snel, hij heeft niks gemerkt.’ suste ik mezelf. ‘Dat is nou eenmaal de natuur.’ mompelde ik een beetje misselijk. Hoewel ik me bedacht dat er weinig natuurlijks aan is om als vogel doodgereden te worden door een auto op de weg tussen Uitgeest en Heemskerk.

Het was te gevaarlijk om uit te stappen en een fatsoenlijk plekje voor het beestje te zoeken. Als dat gekund had, had ik dat gedaan. Echt. Ooit ben ik drie kilometer terug gereden om te voorkomen dat een dood konijn aan de kant van de weg platgereden werd. Maar helaas; deze keer kon ik niks doen. 

Behalve dan heel voorzichtig doorrijden. Met de file mee. Zorgend dat mijn wielen de dode vogel niet raakten. De volgende drie minuten stond mijn auto dus boven het arme ding. Ik was een beetje bijgekomen van de schrik, keek naar de regen tegen mijn autoruiten en mompelde ‘Nou ja, nu lig je in elk geval nog even droog.’

Maar toch; misschien vind ik dát nog wel het ergste op de weg. Niet de bumperklevers. Niet de onnodig linksrijders. Niet de sukkelaars of de verkeershufters. Maar de dode beestjes. Ik vind ze zó zielig. Ik ben een watje.

Foto: @gerardpu
 

Gelukkig nieuwjaar!

Zo jongens, het zit er weer op. 2018 is voorbij. Het was geen bar slecht jaar, hoor. Ik heb ze slechter gehad dus je hoort me niet klagen. Maar om nou te zeggen dat het heel erg geweldig was… Nee. Dat nou ook weer niet.

In elk geval popelde ik om aan 2019 te beginnen. Zo erg dat ik te vroeg was met het ontkurken van de fles champagne en de laatste vier minuten van 2018 doorbracht met – en dat klinkt spannender dan het was – een fles champagne tussen mijn dijen terwijl ik krampachtige pogingen deed om de kurk op de fles te houden.  Dat hield ik twee minuten vol, dus om 23.58 uur zaten wij al aan de champagne. Dáág 2018! Proost! 

Ik zou natuurlijk een terugblik kunnen schrijven. Maar waarom zou ik? Alles wat in 2018 gebeurde, is hier al opgeschreven. Bovendien is de collectie van foto’s en filmpjes uit 2018, volgens traditie, weer aan elkaar gemonteerd tot een jaaroverzicht. Dus waarom zou ik er nog woorden aan vuil maken? Ik heb meer zin om vooruit te kijken.

Dus hállo 2019! Laten we er met z’n allen iets moois van maken!

Lieve Emile, Deborah, Sandra, Sally, Liesbeth, Mrs. T., Rianne, Saskia, Marika, Willemijn 
en iedereen die hier verder nog mee leest:

Ik wens jullie een gelukkig en gezond 2019!

Kerst 2018

 

“Wat doe je met Kerst, mam?” vroeg ik. Maar eigenlijk wist ik het antwoord al. Mijn moeder is 87, slecht ter been en sinds kort vaste klant bij Tafeltje-Dekje omdat dat toch wel heel makkelijk is. Dus Mam deed niks met Kerst, behalve visite krijgen en koffie met gebak serveren. Ineens bedacht ik dat het wel leuk zou zijn om toch bij mijn moeder te gaan eten. 

Een Kerstdiner met haar favoriete gerechten, door mij gekookt, in haar eigen keuken. Dus niks aparts want daar houdt ze niet van. Gewoon tomatensoep vooraf, daarna gekookte aardappeltjes en sperziebonen met spek, voor de liefhebbers nog wat broccoli en bloemkool met een sausje en – omdat het Kerst is – rollade. En als toetje het nagerecht dat mijn moeder vroeger altijd maakte. Elk jaar opnieuw: pudding-met-koekjes. Naar ons eigen, befaamde familierecept! 

De hele Kerstavond stond ik in de keuken. Ik braadde de rollade terwijl ik tomaten-paprikasoep maakte en kerst-sterretjes van geitenkaas uitstak. Daarna maakt ik pudding-met-koekjes. Zonder recept; gewoon zoals ik het mijn moeder al mijn hele leven heb zien doen. Biscuitjes in een schaal, laagje custardpudding, laagje hagelslag en dat dan drie keer. Daarna opstijven in de koelkast en serveren met – volgens familietraditie – fruitcocktail uit blik en slagroom.

Eerste Kerstdag arriveerden we bij mijn moeder. Michelle en Robby, Frank en ik en – vrij last minute – schoof ook één van mijn broers nog aan. Ik was bepakt en bezakt, want ik weet dat mijn moeder – die dus amper meer kookt – een ieniemienie pannensetje heeft waar hooguit twee aardappeltjes in kunnen. Dus behalve mijn braadpan met rollade en mijn schaal met pudding met koekjes had ik ook drie pannen mee genomen. 

Na het uitdelen van de cadeautjes was het tijd om te gaan koken. Mijn moeder zag kans ongezien haar keukentje in de sluipen en een kilo aardappelen te schillen. Maar Mich dopte de boontjes zodat ik alleen nog maar de broccoli en bloemkool schoon hoefde te maken. Daarna kon ik aan de slag.

Het was lastig. Een klein keukentje met een elektrische kookplaat met vier pitten. Ik warmde de rollade op en kookte een pan aardappelen, een pan bloemkool/broccoli én een pan sperziebonen. Het fornuis was vol. Maar ik moest ook nog een sausje maken voor de bloemkool en de broccoli én de bonen in spek rollen en aanbakken. Help! 

Aardappelen afgieten en op die pit de saus maken maar. Mich assisteerde ondertussen met sperziebonen inpakken terwijl ik in etappes soep opwarmde in de magnetron. Toen we de boontjes met spek wilden aanbakken, ontdekten we dat mijn moeders koekenpan zo klein is dat ook dat in etappes moest.

Terwijl de aardappels koud werden, serveerden we soep in grote kop en schotels omdat mijn moeder geen soepkommen heeft en bakten we in drie keer de boontjes. De soep was inmiddels ook lauw en niemand zag dat de geitenkaas in de vorm van Kerststerretjes was. Maar alles ging op; het smaakte!

Bij gebrek aan sauskom gooide Michelle de groentensaus – die bijna aanbrandde want elektrische pitten blijven lang warm – snel in een beker.  We verdeelden de tweede gang van het diner over vier grote borden. Met een bot broodmes probeerde ik de rollade aan te snijden waardoor het ding compleet uit elkaar viel. Ik gooide op ieder bord een stuk rollade en diende op. Het zag en niet uit maar het smaakte prima. Of zoals mijn verstandige dochter opmerkte: “Daar waar het heen gaat, ligt geen kleedje.” Michelle en ik aten van ontbijtbordjes omdat we niet meer grote borden hadden. Ook deze gang ging schoon op.

Daarna zette ik vol trots mijn schaal pudding-met-koekjes op tafel. Het hele Kerstdiner was tot nu toe één grote ramp geweest en de keuken van mijn moeder zag eruit of er een bom ontploft was. Maar dit dessert was het hoogtepunt! De pudding-met-koekjes volgens jarenlange familie traditie! Iedere Kerst, iedere Pasen had ik gezien hoe mijn moeder pudding-met-koekjes voor ons maakte. Schalen vol! Trots dat ík nu het befaamde dessert gemaakt had, schepte ik zes gebaksbordjes vol en verdeelde er fruitcocktail over. Nog een toef slagroom et voila! Opgelucht ging ik zitten. Dit kón niet mis gaan!

We aten drie minuten zwijgend ons dessert. Toen zei mijn broer: “Lekker, zeg! Ook zonder jam.” Boven mijn bordje met mijn lepel halverwege mijn mond staarde ik hem verbijsterd aan. “Jam?” stamelde ik. “Ja”, zei mijn broer. “Er moet jam tussen. Koekjes-jam-custard-hagelslag. En dan drie keer.” Vragend keek ik naar mijn moeder. “Ja. Er moet jam tussen.” bevestigde mijn moeder. “Maar zo is het ook lekker, hoor!”. “Ja, joh!” troostte mijn broer. “Met ook nog jam erbij is het wel heel erg zoet.” 

Ik heb de neiging weerstaan om kinderachtig stampvoetend naar mijn kamer te rennen. Vooral omdat ik me net op tijd realiseerde dat ik al een jaar of 30 geen eigen kamer meer heb daar. Ik heb alleen maar uitgeroepen “Jullie vertellen mij ook nóóit iets!”  Ik voelde me weer typisch de jongste van zes kinderen. De kleinste. Ik hoor het ze zeggen: “Ach.. Laat haar maar…”. En “Ach… Ons Nicoletje, ze is ook nog zo klein”. 

Kerst 2018. Nu al onvergetelijk. Omdat het zo vreselijk gezellig was. Omdat we tranen met tuiten gelachen hebben. Omdat het eten best smaakte. En omdat ik – eindelijk! – het complete familierecept van pudding-met-koekjes ken! Met jam, jongens. Met jam! 

Fijne feestdagen allemaal! 

 

Cats- The musical

Michelle in haar Cats-outfit – met onze Toby

Zo’n twintig jaar geleden kreeg mijn – destijds zesjarige – dochter van haar tante Tina een videoband cadeau met daarop de Engelstalige versie van de musical Cats. Michelle, die altijd al dansend en springend door het leven ging, was stapelgek op die videoband. Fantastisch vond ze het. De muziek, de dans, de katten. 

Ze vond het zó fantastisch dat ze voor de tv mee danste met haar favoriet; de witte kat. En bij voorkeur deed ze dat in haar speciale Cats-outfit. Een witte broek, een wit shirt en een witte boa als staart om haar middel gebonden. Twee witte sokjes om haar handen maakten het geheel compleet. 

Ze was zó enthousiast dat ze iedereen die kwam spelen overhaalde om mee te doen. De videoband werd grijs gedraaid en ik zag neefjes, nichtjes en talloze vriendjes en vriendinnetjes door de kamer hupsen. Sommigen hadden talent, sommigen bakten er niks van. Maar ze deden allemaal mee. Met sokken aan hun handen en soms – als ultiem hoogtepunt – door mij geschminkt als kat.

Maar Michelle werd groter en de Cats-videoband raakte op de achtergrond. In plaats van dansen, ging ze turnen. Groot was de vreugde toen ze voor het eerst een vrije oefening op vloer moest doen en tussen de vloermuziekjes de tune van Cats ontdekte. De keuze was snel gemaakt en weer zat ik volop in de Cats-muziek. 

Daarna hield de Cats-periode echt op. Er kwamen nieuwe vloeroefeningen met andere muziek. Er kwam een studie, een vriend, een huis, een baan en een hondje. Dochterlief is groot geworden. Ze is 26 inmiddels. Maar toen we hoorden dat de Londense cast van Cats in Amsterdam op kwam treden, waren we er als de kippen bij. We reserveerden kaarten. Natuurlijk!

Hoewel het eigenlijk een moeder-dochterding was, bleek schoonzoon Robby ook mee te willen. Dus gingen we gisteren met z’n drieën op stap. Naar de musical Cats. 

Na het zien van de voorstelling kan ik een paar conclusies trekken:

Ik herkende de katten. Ik herkende de liedjes. Maar daar hield het wel mee op. Het verháál van Cats zag ik eigenlijk pas tijdens deze voorstelling. Daaruit maak ik op dat ik de videoband van destijds nooit bewust gekeken heb. Waarschijnlijk gebruikte ik die als een soort bezigheidstherapie voor mijn kind. Terwijl zij door de kamer danste, werkte ik waarschijnlijk een strijk weg. Of sopte ik de badkamer. Of ik deed een tukkie. Dat kan ook.

We mogen schoonzoon Robby erg graag. Maar dat-ie, geheel vrijwillig, met zijn vriendin én haar moeder mee ging naar Cats en het nog leuk vond ook levert hem extra bonuspunten op. Aansluitend had-ie met vrienden nog een of ander feestje met dj’s en bier en zo. Ik hoop dat het leuk was. Hij heeft het verdiend!

En last but not least: 

Hoe leuk is het dat je volwassen dochter – met vriend, baan, huis en hond – nog net zo blij naar deze voorstelling kijkt als naar Sneeuwwitje of Disney-on-Ice toen ze vijf was? Met nog steeds datzelfde blije snoetje. Alsof er geen twintig jaar voorbij gegaan zijn…

Foto-momentje bij de Cats-posters

Wij vonden het een geweldige voorstelling. Maar wij hebben natuurlijk mooie herinneringen aan Cats wat het voor ons extra speciaal maakte. Ik vroeg me wel af of de voorstelling goed te volgen is voor kinderen. De voorstelling is in best ingewikkeld Engels. De vertaling – op een scherm boven het toneel – was niet denderend. Aan de andere kant; mijn kind vond het ook prachtig destijds. En als je van zang en dans houdt, is het zeker een aanrader! Kattenliefhebber zijn is een pré, geen must.