Kleien.

In het pre-computer tijdperk had ik hobby’s.
Ik las veel, ik tekende, ik maakte poppen en ik deed aan Fimo-kleien. Fimo-klei was (en is vast nog wel) in allerlei kleuren te koop en je kon er van alles van maken.  Enthousiast stortte ik me in het Fimo-avontuur.

Er kwamen overal Fimo-figuurtjes. Beertjes in hangmandjes, in bloempotten. Tijdens vakanties nam ik stenen mee als souvenier, om ze thuis te voorzien van Fimo-klei toestanden.

Maar als snel was er geen plaats meer in huis voor mijn creaties.
Ik bedoel maar; hoeveel van die stofnesten wil je in huis?

Dus begon ik er anderen mee lastig te vallen.
Ik begon Fimo-klei-cadeautjes te maken.
Een boeren-bont-serviesje voor mijn moeder (met muziekdoosje!)  toen ze ging verhuizen. En een pinguïn compleet met looprek toen ze haar enkel brak.

Uiteindelijk was de markt verzadigd en iedereen voorzien.
Er kwam een einde aan mijn Fimo-klei-hobby.

Maar sinds kort heb ik een nieuwe uitlaatklep gevonden voor mijn klei-manie. Marsepein! He-le-maal hot tegenwoordig!

Iets plakkeriger dan Fimo-klei, maar het komt op hetzelfde neer.

Ik klei me weer helemaal te pletter.
Het grote voordeel is dat je het niet in huis hoeft neer te zetten.
Je kunt het gewoon op eten.

Beetje jammer dat ik er zelf niet dol op ben.
Ik doe dus weer ouderwets aan ‘cadeautjes-kleien’.

It giet oan.

Eens in de zoveel tijd is het moeder-dochter-avond.
Dan gaan Michelle en ik een hapje eten en naar de film.

Vanavond was ‘t weer zover.
We namen de tram naar ‘t centrum en aten een hapje bij de Italiaan.

En natuurlijk namen we een kijkje op de bevroren grachten.
Volgende week gaat het dooien, dus het kon nog net.

We klommen van een steigertje bij de Prinsengracht en stonden zowaar óp de gracht in plaats van ernaast. Toch best bijzonder!

We namen een kijkje bij de Keizersrace op de Keizersgracht.
Want in tegenstelling tot de Elfstedentocht ‘giet die wél oan’.

Verkleumd kochten we kaartjes bij de bioscoop en zagen een meisje haar portomonnai verliezen. Braaf holden we achter haar aan om hem aan haar terug te geven. Tevreden over onze eigen goedheid namen we plaats in de zaal waar Michelle ontdekte dat de meneer voor ons zijn telefoon verloren was. Hij lag onder zijn stoel. Ook dat verloren voorwerp hebben we herenigd met de rechtmatige eigenaar.

Daarna hebben we ons stierlijk verveeld tijdens een draak van een film, The Descendants. Oké, ik kijk graag naar George Clooney, maar zelfs hij wordt na ruim anderhalf uur slechte film vervelend.

Maar al met al was het een geweldige avond.
Arm in arm met mijn dochter, in de vrieskou, lopend over het Leidseplein. Tevreden  geeft ze een rukje aan mijn arm.
“Amsterdam! We hebben het toch maar mooi voor elkaar, mam!”

En zo is ‘t!
Zelfs het feit dat Ajax ondertussen NAC inmaakte, kon de pret niet drukken.
Amsterdam heeft ‘t.
Nog steeds.

Foto’s van vanavond staan in het foto-album aan de linkerkant rechterkant.

Muziek.

klik voor groter


Muziek is altijd mijn grote hobby geweest. In mijn puberteit zat ik iedere vrijdagmiddag aan mijn radio-cassetterecorder gekluisterd om mijn lievelingsliedjes op te nemen tijdens de Top 40.

Van mijn zakgeld kocht ik singeltjes en langspeelplaten. Met zo’n mooie plastic beschermhoes er omheen. Later kwam de cd. Man, wat klonk dat mooi! Al was het vreemd om de krassen en tikken in je platen niet meer te horen. Je wist precies waar ze zaten in een nummer en je was er zo aan gewend dat je ze haast miste.

En toen kwam Michelle en raakte de muziekliefde een beetje op de achtergrond. Ik bleef gek op muziek maar ik was niet meer op de hoogte van de laatste hits en de nieuwe ‘klapperrrrrr van de week’. Ik bleef gewoon mijn favorieten draaien. Die uit de jaren 80 en 90. Van Bruce Springsteen tot Het Goede Doel en alles wat daar tussen in zit.

Maar Michelle werd groter en ook zij bleek een muziekliefhebster te zijn. Cassettebandjes met kinderliedjes draaiden we. Uren lang. En natuurlijk hebben we een Spice Girl-fase gehad. Ze was een jaar of zes, denk ik en we namen de videoclipjes op op videoband. Nog steeds ken ik alle teksten uit mijn hoofd.

Er was een Vengaboys-fase en een Britney Spears-fase. Wat was Mich verontwaardigd toen ze “I love rock and roll” van Joan Jett hoorde op de radio. “Oho!”, riep ze, “Dat hebben ze gejat van Britney Spears!”. Gelukkig ging ook die fase snel voorbij. Even was er nog de Hillary Duff-fase, maar daarna ontwikkelde Michelle haar eigen smaak.

Inmiddels had de mp3 zijn intrede gedaan. Michelle speelde haar muziek op de computer af en later op haar Ipod. Als ik een leuk nummer voorbij hoorde komen, riep ik “mail ‘m even!” en voegde ik ‘m toe aan mijn eigen verzameling. En zo kwam mijn Top 40 kennis een beetje terug en prijkte er ineens ‘hippe’ muziek op mijn playlist.

Ik pikte Hoobastank van haar. Razorlight, Daniel Powter, Mica en Beyoncé.
Zelfs DJ Tiësto heb ik!

Maar toen ging Michelle op zichzelf wonen.
Mijn Top 40-kennis én mijn playlist werden niet meer aangevuld.

Gelukkig hebben we sinds kort weer een auto! Met een prachtige carkit waar een Ipod aan gekoppeld kan worden. Tijdens een lange rit vorig weekend sloot Mich haar Ipod aan en ontdekten we dat we dát toch wel gemist hebben. Keihard meezingen in de auto met je favoriete muziek!

We zongen mee met The Corrs. En we deden Shania Twain’s ‘You’re still the one’ nog een keertje. Onze gezamelijke favoriet omdat we die zo mooi gekaraoked hebben tijdens onze vakantie in Spanje.

Daarna luisterde ik naar Michelle’s muziek en voelde me weer helemaal hip en jong. Ik zag al weer hippe, coole songs op mijn playlist terecht komen. “Deze wil ik ook hebben!” riep ik toen ik een leuk nummer voorbij hoorde komen.

“Klinkt een beetje als Sting!” gooide ik er nog enthousiast achteraan.
Waarop Michelle vroeg “Wie?”

Ik was meteen weer met beide benen op de grond.
Ik ben niet hip; ik weet nog wie Sting is.

Bij de foto: Michelle in maart 1998, playbackend met de Spicegirls-videoband. Met een bus haarlak als microfoon.

Terror-Spike.

 

Ik heb een aanbidder.
Hij is rood, ontzettend speels en stapelverliefd op me.
Hij heet Spike.

Onze Spike vindt het ontzettend ongezellig dat ik bijna iedere morgen vroeg op sta om naar mijn werk te vertrekken. Terwijl Frank nog slaapt, drinken Spike en ik gezellig samen koffie tot het tijd is om te vertrekken.

En dan begint Spike met zijn show.
Terwijl in mijn schoenen aantrek, geeft hij honderd kopjes en loopt hij rondjes rond mijn benen.

Als ik mijn jas aantrek, gaat-ie triest voor het raam zitten.
Buiten zwaai ik voor het raam nog even naar hem.
En ik zie zijn bekje opengaan in een laatste klaaglijke ‘miaaauw’.

Afgelopen woensdag had onze Terror-Spike de oplossing gevonden.

‘s Morgens vroeg, om zeven uur, moest ik naar het toilet.
En onze Spike had dorst.

En aangezien Spike de voorkeur geeft aan vers drinkwater uit de badkraan,
zat meneer al te wachten voor de badkamerdeur, die zich recht tegenover het toilet bevindt.

Ik liet Spike de badkamer in en zette de badkraan en klein beetje open.
Spike sprong in het bad en begon tevreden te drinken.
Ondertussen ging ik naar het toilet.

En toen ik klaar was, bleek dat de toiletdeur niet meer openging.

Spike was de badkamer uitgekomen en had de badkamerdeur zo ver opengegooid dat-ie de toiletdeur blokkeerde. Ik kon geen kant meer op.

In gedachten zag ik Spike al in de gang zitten grinniken.
“Zo. ‘t Vrouwtje gaat nergens heen vandaag!”

Er zat niets anders op dan te roepen en te bonken tot Frank wakker werd en mij uit mijn benarde positie kon bevrijden.

Beetje jammer dat onze Terror-Spike niet op de kalender had gekeken.
Dan had-ie geweten dat het mijn vrije dag was.
We hadden uit kunnen slapen…

In plaats daarvan zaten wij om kwart over zeven ‘s morgens aan de koffie.

Spike vond het allemaal best.
Hij sprong op de bank, draaide een rondje en ging slapen.

Supergirl.

En opeens ontdek ik dat de vloerbedekking voor de gangkast nat is. Ik kijk in de gangkast en zie dat de zwanenhals onder de verwarmingsketel lekt. Ik kan Frank roepen, natuurlijk. Maar na 20 jaar alleen gewoond te hebben, komt dat niet eens bij me op.

Ik maak de gangkast leeg en zit al op de grond bij de verwarmingsketel als Frank de gang in komt. Hij weet inmiddels wel dat ik liever bij Praxis of Gamma winkel dan bij Douglas of H&M, dus hij kijkt er niet echt van op.

Maar aangezien zijn ex iets verfijnder is dan ik, moet hij er soms nog steeds een beetje aan wennen dat ik autobanden kan verwisselen, mijn eigen gaten in de muur kan boren, mijn eigen decoupeerzaag heb en kan vloeken als een bootwerker als het mis gaat.

“Wat doe je?”, vraagt Frank voorzichtig. En ik zeg dat we lekkage hebben en dat ik even de zwanenhals check.

Hij kent me al langer dan vandaag, dus hij weet dat hij nu niet iets doms moet zeggen als “Ach, schatje toch! Laat mij maar even”.

In plaats daarvan vraagt hij “Krijg je hem los?” en overhandigt me zwijgend de waterpomptang en de trekveer. Ik draai de dop onder de zwanenhals los en duw de trekveer erdoor. Een vieze prop derrie valt in het teiltje dat ik er onder heb gezet.

En terwijl Frank de bak leeggooit en het gereedschap opruimt, zet ik de zwanenhals weer in elkaar. Probleem opgelost.

En terwijl we samen onze handen staan te wassen in de badkamer,
komen we weer eens tot de conclusie dat we een geweldig team zijn!

Suus II

Afgelopen zomer gebeurde het ineens. Tijdens het tv-kijken zag Frank de reclame van de Suzuki Alto. De reclame met de rastaman. ‘It’s a cool car!’.
“Dat vind ik leuke autootjes” zei Frank. Om meteen te opperen “Zullen we er eentje kopen?”

Ik keek hem verbaasd aan. Sinds mijn oude Fordje Ka de geest gaf en zijn BMW verkocht was, gaan we autoloos door het leven. En dat ging eigenlijk best goed, vond ik.

In Amsterdam betaal je voor parkeren de hoofdprijs. Bovendien is het vaak zo druk in de stad, dat je met de fiets sneller op plaats van bestemming bent. En met al die trams, die om de vijf minuten rijden? Dan heb je geen auto nodig. En voor de bezoekjes aan familie in Breda nemen we de trein.

Maar Frank dacht er anders over. Al dat gesleep met boodschappen. En dat gedoe met de trein. Tuurlijk, de Fyra rijdt supersnel van Schiphol naar Breda, maar als je daar vervolgens een half uur op de bus moet wachten, ben je je tijdwinst weer kwijt. Daarnaast is de trein tegenwoordig ook niet meer te betalen.

“En bovendien” zei Frank “als er iets met je moedertje is, moet je snel naar Breda kunnen.”

Dus stapten we op een regenachtige middag in augustus 2011 een showroom binnen. Onder het genot van een bakkie koffie zochten we een mooi karretje uit. Een automaat, lekker handig in de stad! Met airco en allerlei hippe snufjes.

Michelle wilde graag een blauwe maar ik koos voor zilver. En terwijl wij buiten een sigaretje rookten, bleef Mich alleen met de verkoper in de showroom achter. Toen we weer terug kwamen grijnsde ze van oor tot oor. “Het wordt tóch een blauwe!”.

Het lange wachten begon.
De auto zou pas in december 2011 of januari 2012 geleverd worden.
We waren nog even auto-loos.

Toen we bij Ikea meubeltjes kochten voor Michelle’s huisje en die met de metro naar huis sleepten, zuchtte Frank “Zie je wel; we hebben een auto nodig!”
Ik haalde mijn schouders op.

Toen ik een grote opbergbox met dierbare spulletjes meesleepte achter op de fiets van Michelle’s huis naar het onze en die voor de deur kapot liet vallen, riep Frank “Zie je wel; we hebben een auto nodig!”. En ik haalde mijn schouders op.

Maar toen ik na een zeer geslaagde reunie met oud-klasgenootjes vorige week zaterdag om 23.00 uur op het station in Breda stond, bleek de reis naar huis lastig te worden. De Fyra reed niet meer. En met de ‘gewone trein’ zou ik pas om 01.30 uur pas aankomen op station Sloterdijk.

Ik zat al in de trein en belde Frank om te vertellen dat ik heel laat thuis zou zijn. Hij kreeg bijna een rolberoerte. Sloterdijk om 01.30 uur is schijnbaar niet écht een veilige omgeving. Dus stapte ik in Tilburg uit en nam de trein terug naar Breda.

Daar nam ik nam de bus naar mijn moeder, waar ik een uur later in het smalle eenpersoons logeerbedje kroop. En ik dacht: “We hebben een auto nodig!”

Vandaag was het eindelijk zover!
We konden onze auto ophalen!

En hij is prachtig!
Helemaal af, met alle luxe die je je maar kan wensen.
En hij rijdt heerlijk, al moet ik even wennen aan het niet-schakelen.

En verrek…
Hij is zilver!

klik voor groter

Een nieuwe start.


Tja. Het kón natuurlijk niet uitblijven. Een eigen domeintje.
Het zal er al aan te komen toen Dochterlief 15 maanden geleden met een vriendje thuis kwam. Een vriendje met een webhostingbedrijf!

Maar ach, ik logde al jaren tot volle tevredenheid bij Web-log.
Maar toen zij besloten het steepje tussen Web en Log te verwijderen en over te stappen naar nieuwe software, begon het gedonder. Door de migratie in augustus 2011, waren al hun weblogs maandenlang uit de lucht. En volgens mij werkt het nu nog steeds allemaal maar half.

Gelukkig had ik er weinig last van.
Omdat ik mijn weblog in boekvorm wilde laten drukken, had ik al mijn logjes over gezet naar een nieuwe weblog bij WordPress. Net op tijd! Ik had al mijn logjes en al mijn foto’s nog.

En ik logde door bij WordPress.
Een beetje stilletjes, want op een paar na, zijn al mijn Web-log-vrienden verdwenen en nieuwe WordPress-vrienden heb ik maar één.

Frank had ‘t al een paar keer gezegd. ‘Regel nou een eigen domeintje!’ en uiteindelijk ging ik overstag. ‘Regel jij het maar!’ zei ik tegen Frank. Tenslotte is hij mijn privé-systeembeheerder.

En zo zat Tijl op tweede Kerstdag, na het Kerstdiner, hier zaken te doen met Frank. Samen zochten ze een mooi pakketje voor me uit. Voor een paar euro per maand heb ik alles in eigen beheer.

En ik kan gewoon verder loggen met de WordPress-software, die ik inmiddels al gewend ben, en al mijn oude logjes overzetten. Aan mij alleen nog de nobele taak om een naam te verzinnen voor mijn eigen domeintje.

Dat bleek niet mee te vallen.
Als je achternaam dezelfde is als een wereldberoemd pennenmerk, kun je dát wel vergeten. De combinaties met Michelle en Nicky bleken te ingewikkeld.

De combinatie met Amsterdam en mijn achternaam resulteerde in het, volgens mijzelf, briljante ‘Watermadam’. Maar bepaalde heren in mijn omgeving (ik noem geen namen) hadden daar weer rare associaties mee.

Na weken piekeren koos ik voor ‘Nicky0607′. Dat komt tenslotte voor in al mijn Moviemakerprojectjes. Redelijk herkenbaar, leek mij. Bovendien ook wel lekker kort om in te typen als je ergens je url achter moet laten. Bijkomend voordeel is dat ik héél veel verjaardagskaartjes krijg omdat iedereen nu weet wanneer ik jarig ben.

En tijdens een avondje op visite regelde Tijl mijn domeintje. Binnen een uurtje waren we up en running! Ik heb een beetje geprutst en een beetje gespeeld om te proberen er iets leuks van te maken.

Restte alleen nog het uitkiezen van een mooi moment om mijn nieuwe domeintje openbaar te maken.
Tja, daar bleek maar één datum geschikt voor.

De datum waarop mijn schoonzoon/webhoster het openingsfeestje viert van zijn nieuwe bedrijfspand. En dat dat op vrijdag de 13e is, kan mij helemaal niets schelen! Als je nieuwe bedrijfspand gevestigd is op de ‘Vermogensweg’ kan er niks meer mis gaan!

En nee, ik heb geen aandelen.
Maar die jongen is wél mijn webhoster én mijn schoonzoon.
Dus voor wie ook een eigen domeintje wil:

Quebit! Quebit! Quebit!

Lieve Tijl,
Heel veel succes met Quebit in je mooie, nieuwe pand
en heel veel plezier vanavond tijdens je openingsfeest.

Veel liefs,
je schoonmoeder

E-reader rivalen.

Niks lekkerders dan met een dik boek op de bank. Lezen is een van mijn grootste hobby’s. Daarom probeerde Frank me over te halen om een e-reader te kopen. Ik twijfelde. Ik vond ze best duur. En het voelt natuurlijk niet als een écht boek. Bovendien lees ik graag in bad. Stel je voor dat je zo’n dure e-reader in het water laat vallen…

En toen kwam Frank op internet een leuke e-reader tegen.
Eentje van het merk ‘It works’ voor nog geen vijf tientjes! Dat leek me wel wat! Mooi om te proberen of het bevalt en laat je zo’n ding in bad vallen, dan is de schade nog te overzien.

Ik kreeg hem cadeau voor de feestdagen en ben dik tevreden!
Wat een uitvinding! Ik ben helemaal om. Het leest heerlijk!

Bovendien is dit apparaatje lekker simpel. Geen moeilijke software, geen moeilijke programma’s. Je computer ziet de e-reader als extra schijf, dus hopla! Je boeken erop en lezen maar! Bovendien kun je er muziek en foto’s opzetten en zelfs filmpjes speelt-ie af. Prachtig!

En dat voor 47 euro! Zoals het merk al zegt: It works!
Eén minpuntje: er zit geen oplader bij, je moet je e-reader opladen aan je computer. Maar dat is op te lossen door een losse oplader te kopen. Of, zoals ik doe, de e-reader mee te nemen naar je werk en ‘m daar aan je computer te hangen. Die staat toch de hele dag aan!

Frank werd steeds enthousiaster en ging zelf ook overstag. Hij wilde ook
een e-reader. Maar hij wilde natuurlijk een échte!

Geen simpel It Works-dingetje. Hij bleef trouw aan zijn favoriete merk en kocht voor 179 euro een heuse Sony e-reader. Het nieuwste van het nieuwste.
Een e-reader met Wifi!
Mooi ding, hoor.

Maar de software is iets ingewikkelder dan die van mijn ereader.
Telt u even mee? 1-0 voor Nicky!

Je kunt er foto’s en muziek op zetten maar filmpjes niet.
2-0 voor Nicky!

En het scherm is zwart-wit terwijl het mijne kleur is.
3-0 voor Nicky!

En oh ja, Frank kan browsen met zijn e-reader. Wat daar het nut van is, weet ik niet. Maar oké, oké. Hij ook een punt. 3-1.

“Ha, mijn scherm geeft geen licht,” zei Frank “dus mijn batterij gaat veel langer mee!” Vooruit dan, 3-2.

We kropen gezellig op de bank met onze e-readers. Tot het donker werd.
En in de winter is dat best vroeg.

Frank kon niet verder lezen, terwijl ik rustig door las op mijn verlichte schermpje. Ha! Toch 3-1!

Gelukkig hebben ze bij Sony een oplossing bedacht. Een hoesje voor je e-reader, mét een ingebouwd lampje! Jammer genoeg bleken de hoesjes overal uitverkocht te zijn.

Na wekenlang stad en land  afgelopen te hebben, gaven we het op en deden we een poging bij bol.com. En daar lukte het! Gisterenavond hebben we ‘m besteld en vandaag hadden we het hoesje al binnen.

En ja, hoor! Het werkt! Ook Frank kan nu ‘s avonds lekker lezen!
Met zijn e-reader in zijn e-reader-hoesje-met-lampje.

Klein minpuntje? Het hoesje voor zijn e-reader kostte 50 euro.
Net zo duur als mijn e-reader.
4-1.

2011 -> 2012!

2011 Een jaar in Beeld .

 

2011 begon voor Michelle in Parijs, waar ze samen met Tijl vakantie vierde.

Frank en ik brachten Oud en Nieuw vorig jaar gewoon in Amsterdam door.
Liggend onder het logeerbed bij Spike, die zich daar, panisch voor het vuurwerk, verstopt had.

Een nogal apart begin van 2011 dus.
Het werd een goed jaar, dat dan weer wel.

In 2011 ging Mich Carnavallen in Breda, samen met Tijl,
die zijn eerste Carnaval als kuiken verkleed ging.

Er werd een klein beetje geturnd en er werd volop geklust toen we eindelijk ons huisje in Amsterdam vonden.

Mich vierde Koninginnedag en onze inboedel, die zich nog steeds in Breda bevond terwijl wij allang in Amsterdam waren, werd eindelijk verhuisd.

En zo stond mijn Bredase bankje ineens in Amsterdam. En aangezien ik inmiddels aan mijn samenwoon-status gewend ben geraakt, ziet het er niet naar uit dat ik er echt ga wonen. Dus werd het Michelle’s huisje. En zo wonen we ineens bij elkaar om de hoek!

In 2011 kwam Oma naar ons huisje kijken en maakte ze eindelijk de tocht in een rondvaartboot waar ze het al zolang over had.

En in 2011 vierden we op grootse wijze haar tachtigste verjaardag!

In 2011 haalde Michelle haar propedeuse en tijdens haar vakantie werkte zich een slag in de rondte. Ze bracht folders rond, zat bij ‘s Lands Grootste Kruidenier’ achter de kassa en had ook nog haar vaste schoonmaakbaantje. Ze wist een goede bestemming voor haar zuurverdiende centjes. Ze kocht een hondje!

En zo stond 2011 vooral in het teken van dieren.

Van Spike, die zo ziek werd afgelopen jaar, maar gelukkig ook weer opknapte.

En van Boefje, Michelle nieuwe hondje, die binnen no-time al onze harten gestolen heeft. Vol trots showde ze hem op haar negentiende verjaardag voor het eerst aan de familie.

Al met al was er genoeg materiaal voor een leuk foto-overzichtje van 2011, dat dus (niet verwonderlijk) hoofdzakelijk uit foto’s van het beestenspul bestaat. Mijn goede voornemen voor volgend jaar weet ik al: ik ga proberen wat vaker op de foto te komen.

Al met al was 2011 een goed jaar
waar we met plezier op terug kunnen kijken! Op naar 2012!

Wij wensen iedereen een gelukkig en gezond 2012!

24/7 on-line!

Met de komst van mijn hippe, hightech mobiele telefoon bleek ik ineens vierentwintig uur per dag on-line te zijn.
Ik maakte me daar toch een beetje zorgen om. Ik ben al enorm internetverslaafd en zat al constant met mijn laptop voor mijn neus. En nu kan ik altijd en overal internetten!

Maar in de praktijk blijkt mijn internet-telefoon juist dé remedie tegen mijn verslaving.

In plaats van ‘s avonds mijn email te checken, te Facebooken en te internetten, doe ik nu alles ‘even tussendoor’.

Als ik ‘s morgen koffie drink voor ik naar mijn werk ga, check ik de apps van Nu.nl, AT5 en (natuurlijk) Omroep Brabant. Nog even checken wat mijn vrienden te melden hebben op Facebook en ik ben weer helemaal op de hoogte.

Emails die binnenkomen, zie ik meteen. Antwoorden doe ik niet direct, daarvoor heb ik op dat moment dan net weer geen tijd.
Een paar keer in de week ga ik er eens goed voor zitten om een rondje email te doen en iedereen terug te mailen.

Voor mijn weblog-activiteiten blijkt mijn speeltje niet goed te zijn. Mijn log-frequentie had al een dramatisch dieptepunt bereikt, maar nu is het hek helemaal van de dam. Foto’s en kleine berichtjes die geen log waard zijn, zet ik via mijn mobiel in een oogwenk op Facebook en van logjes schrijven komt helemaal niks meer. Beetje jammer.

En dat terwijl ik de WordPress-app gedownload heb op mijn übercoole telefoon. Misschien moet ik die eens eens uitproberen. En uitzoeken of er een slimme app is die ervoor zorgt dat je inspiratie krijgt…

Tot die tijd wens ik jullie allemaal hele fijne Kerstdagen!

klik voor groter

Tussen Kunst en Kitsch.

klik voor groter

Lang geleden, nog voor ik geboren werd, overleed mijn oma. De moeder van mijn moeder. Ze was nog niet zo heel erg oud, maar ze had een zwaar leven achter de rug, zoals vrijwel iedereen van die generatie.

Mijn opa was stationschef en het hele gezin woonde in een klein huisje naast het station. Mijn oma voedde elf kinderen op, zonder stofzuiger, zonder wasmachine, zonder magnetron.

Als ik aardappels schil, moet ik altijd even aan haar denken. Hoeveel kilo’s zou zij geschild hebben in haar leven?

Mijn Oma had geleerd voor coupeuse, maar ze was huisvrouw en moeder. Ze stond altijd als eerste op om de kachel op te stoken voor ‘de jongens’. Haar man en haar zonen. Ze droeg altijd een schort, die meestal vol vlekken zat. Ze ging nooit uit, ze ging nooit ergens heen, ze kwam nergens.

Toen ze overleden was vonden haar kinderen, tijdens het uitzoeken van haar spulletjes, twee oorbellen. Ragfijn bewerkte oorbellen van goud. Niemand wist hoe ze eraan kwam. Niemand wist hoe het kon dat mijn Oma zoiets moois in haar bezit had. Niemand had haar de oorbellen ooit zien dragen.

De oorbellen zwierven door de familie, werden vermaakt tot broche en lagen lang bij een tante in een kastje. Tot de broche door een nicht gevonden werden. Die wist een mooie bestemming voor het sieraad.

Ze bracht het naar een juwelier en liet de broche weer vermaken tot de twee originele oorbellen, die vervolgens ieder tot een tot hanger vermaakt werden. Twee stuks. Voor de enige (nog levende) dochters van mijn Oma. Een voor mijn moeder. Een voor haar tweelingzus.

Ik vond het sierraad fascinerend. Zo’n prachtig sieraad, zo fijntjes, zo mooi. Een pauw, met gouden staartjes, op een schildje van goud. Volgens de juwelier die het heeft vermaakt is het echt goud.

Hoe kwam Oma daar toch aan? Waar kwam het vandaan?
Uit Nederlands Indië? Meegebracht door mijn ooms?
Nee, die ooms leven nog. Die hadden dat nog wel geweten.

Een cadeautje van een gezin waar ze misschien ooit werkte als dienstmeid? Nee, ze is nooit dienstmeid geweest.
Niemand die het wist. Het bleef een groot mysterie.

Ergens vorig jaar keek ik een uitzending van ‘Tussen Kunst en Kitsch’ en ineens wist ik het! Als iemand het kon weten, waren het de kenners van ‘Tussen Kunst en Kitsch’ die zo prachtig kunnen vertellen.

En verdorie! Ze zouden ook nog naar Amsterdam komen voor het nieuwe seizoen. Enthousiast bestelde ik kaartjes en haalde de hanger van mijn moeder op. Zorgvuldig bewaarde ik de hanger in mijn nachtkastje, samen met de toegangkaartjes voor ‘Tussen Kunst en Kitsch’. Het lidmaatschap voor een jaar van de Avro dat ik er gratis bij kreeg (zucht), liet ik meteen stopzetten. En ongeduldig wachtte ik op de grote dag.

Op een winderige dag in oktober toog ik naar het net heropende Scheepvaartmuseum in Amsterdam, waar ik op het binnenplein lang moest wachten. Ik kon het museum niet bekijken, want ik moest wachten tot het nummer dat ik kreeg toen ik binnenkwam omgeroepen werd. Dus wachtte ik, samen met tientallen anderen.

Ik zag veel ingepakte schilderijen en veel boodschappenkarretjes volgepakt met oude schatten. Maar ik zag vooral veel herhalingen van uitzendingen van ‘Tussen Kunst en Kitsch’ die op schermen uitgezonden werden terwijl ik zat te wachten. En het dak van de binnenplaats van het Scheepvaartmuseum was bij daglicht een stuk minder indrukwekkend.

Toen mocht ik eindelijk naar binnen.
Ik sloot aan in de rij bij de ‘sieraden-deskundige’.

De mevrouw voor mij had een prachtig sierraad bij zich.

Een collier gemaakt van spelden die vroeger op kappen van klederdrachten zaten. En hoe bijzonder! De spelden waren van verschillende provincies. Een behoorlijke bom duiten waard!

Als ze tijd had, mocht ze wel bij Nelleke (Nelleke van der Krogt, de presentatrice) aan tafel om gefilmd te worden. Moest ze alleen wel even verbaasd reageren en niet laten merken dat ze bedrag van haar ‘schat’ al te horen gekregen had.

Al die verbaasde, opgetogen gezichten in de uitzending zijn dus gespeeld. Verdorie, weer een illusie aan duigen!

Toen was ik aan de beurt. Ik opende het doosje met de hanger, zette hem voorzichtig op de tafel bij de expert en pakte pen en papier om zijn opmerkingen te noteren. Tenslotte zat mijn oude moedertje thuis te wachten op mijn telefoontje. Benieuwd of ik iets aan de weet gekomen was over de mysterieuze oorbellen van haar moeder.

Ik was snel klaar met schrijven.
Sterker nog; ik hoefde niets op te schrijven.
Ik kon het zo wel onthouden.

Ik geloof dat ik in de categorie ‘Kitsch’ viel.

Gemaakt in Nederland of België, rond 1890-1900.
Emotionele waarde natuurlijk, maar verder hooguit 100 euro waard.

Dat was het. Meer kon men er niet van zeggen.

Jammer. We zullen nooit weten waar de oorbellen van mijn Oma vandaan kwamen. Moge duidelijk zijn dat ik niet bij Nelleke aan de tafel plaats mocht nemen.

Ik ging gewoon weer naar huis. Met mijn waardeloze oorbel. Gedegradeerd tot kitsch, maar voor mij van onschatbare waarde.

Omdat-ie van mijn Oma was.
Omdat niemand weet waar hij vandaan komt.

En omdat dát het sierraad eigenlijk alleen maar mooier maakt.

Omdat ik weet dat mijn Oma haar prachtige oorbellen nooit gedragen heeft.

Maar ik kan me voorstellen hoe ze, als ze even één minuutje over had, voor ze ging slapen na een lange dag of voordat ze kachel opstookte voor haar gezin op een donkere ochtend, haar oorbellen even uit hun doosje haalde.

Ik denk, hoop en geloof dat ze er naar keek en genoot van de schoonheid ervan. Net zoals ik nu.

Want het mag dan nu officieel Kitsch zijn, voor mij is het heel bijzonder!

PS: de nieuwe uitzendingen van Tussen Kunst en Kitsch worden iedere woensdagavond uitgezonden op Nederland 1.

Oh ja, ik kom dus niet in beeld.

Koffie-log.

Toen ik voor het eerst in Frank’s high-tech-huis kwam, was ik reddeloos verloren. Als ik als eerste wakker was, wist ik niet hoe de tv werkte en hoe ik een kopje koffie uit zijn espresso-machine kon krijgen. Zeven jaar later krijg ik de tv nog steeds niet aan de praat, maar dat boeit me niet. De espresso-machine kan ik inmiddels blindelings bedienen.

Slaapdronken wankel ik ‘s morgens naar het apparaat, druk op een knopje en geniet van een lekker bakje espresso om wakker te worden. Altijd vers gemalen, nooit problemen. Vooral omdat vriendje-lief er ‘s avonds altijd voor zorgt dat de bonen en het water bijgevuld zijn voor mijn eerste bakkie ‘s morgens.

De laatse tijd begon het Heilige Espresso-apparaat kuren te vertonen. Hij moest steeds vaker ontkalkt worden en gaf steeds minder koffie. En de koffie die hij gaf, smaakte ook veel minder goed. Voor het geval van ‘je weet maar nooit’ haalde ik alvast mijn filter-koffiezetapparaatje op uit mijn eigen huis, inclusief gemalen koffie en koffiefilters.

En afgelopen dinsdag was het zover. De espressomachine hield ermee op en wij schakelden over op filterkoffie. Het was even wennen, vooral voor Frank die een traantje wegpinkte toen zijn geliefde koffie-vriend na tien jaar trouwe dienst en talloze bakkies troost definitief de geest gaf.

Op woensdag liep ik tijdens een shopsessie op mijn geliefde Osdorpplein de BCC even binnen. Gewoon, om eens te kijken. En daar zag ik zo’n zelfde espresso-machine als Frank had! Een iets nieuwere versie, maar hetzelfde principe.

En aangezien ik tegenwoordig ook buitenshuis erg high-tech ben,
what’s appte ik meteen een fotootje naar Frank. “Showmodel. In de aanbieding. Doen?”. Het antwoord was kort en bondig. “Ja!”.

De verkoper pakte het showmodel voor me in. De handleiding ontbrak maar die scheen via internet makkelijk te downloaden te zijn. En daar stond ik, bij mijn fiets. Met een geinproviseerde draagtas met daarin een loeizwaai, onhandig groot espresso-apparaat. Lopen? Hm, da’s best een eind.

Dus vermande ik mezelf. Heel Amsterdam vervoert alles op de fiets. Huisraad, kinderen, boodschappen, huisdieren, wasgoed. Een espresso-machine zou dus ook wel lukken.

Met het espresso-apparaat aan mijn stuur, trappend met één been en gevaarlijk slingerend, kwam ik warm en bezweet thuis aan, waar we enthousiast het espresso-apparaat uitpakten en aansloten.

Hem aan de praat krijgen, bleek niet simpel, zeker niet zonder handleiding. En die was natuurlijk niet via internet te downloaden.

Na lang zoeken en proberen hadden we het apparaat eindelijk aan de praat. De koffie was loeiheet en smaakte matig en wij opperden al dat we zouden moeten experimenteren met verschillende bonen. Frank zou de volgende dag de fabrikant bellen om een handleiding te bestellen.

Donderdag al bleek dat het apparaat nog wel koffie gaf, maar slechts druppelsgewijs. Zo irritant! Ik kwam bijna te laat op mijn werk!

Frank belde de fabrikant en vroeg om een handleiding. Hij vroeg ook meteen naar een oplossing voor het druppelen van de koffie. De onvriendelijke man van de klantenservice weigerde hem ook maar iets te vertellen en beloofde alleen een handleiding te sturen.

Googlen hielp ook niet. Veel mensen vroegen om de oplossing voor het druppelen van de koffie. En om een handleiding.

Vrijdag kreeg ik op mijn werk een what’s app van Frank. “Dat k-ding lekt! Terug!”

Zaterdag leverden we het apparaat weer in bij het BCC-filiaal. Het was een perfect showmodel maar om koffie te zetten was-ie compleet waardeloos.

Met een nóg nieuwere versie van hetzelfde espresso-apparaat vertrokken we weer, met de tram deze keer. En mét handleiding.

Een half uur later zaten we al aan de koffie. Een lekkere, hete bak espresso, precies zoals we wilden. Met één druk op de knop, gewoon zoals het hoort! Terwijl we van ons tweede bakkie zaten te genieten, ging de bel en stond de postbode voor de deur.

Met een pakketje.
Goh. Spannend.

Te midden tussen al het vulmateriaal in de doos, zat de handleiding van de ramp-espressomachine, die al lang weer terug naar de winkel was. Een twintig pagina’s tellend boekje, verstuurd in een enorme doos.
Van service hebben ze nog nooit gehoord, van verspilling duidelijk wel!

We hebben nog overwogen de handleiding via Marktplaats te verkopen aan de hoogste bieder. Maar uiteindellijk hebben we ‘m gewoon weggegooid.

Want voor mensen met de Siemens TR529NL heb we maar één advies.
Koop een andere!

Training.

Jarenlang bracht ik op zaterdagmorgen mijn dochter naar turntraining. Ik bracht haar naar de turnhal, reed weer naar huis en schonk nog een kop koffie in.

En ik gniffelde eens om al die voetbalmoeders die op dat moment stonden te kou-kleumen langs de lijn om hun oogappel aan te moedigen.

Afgelopen weekend was het mijn beurt om in alle vroegte te kleumen op een veldje. Niet voor een voetbaltraining, maar voor een puppytraining van Michelle’s hondje Boefje.

Om negen uur ‘s morgens zaten we al in de tram. Daarna namen we de bus en zo belandden we op een veldje in the-middle-of-nowhere (lees: Badhoevedorp) waar Boefje samen met twee andere honden les kreeg in van alles en nog wat.

Maar ach, Boefje kroop in de bus zo lekker tegen me aan. Het zonnetje scheen. En het was zo leuk om te zien hoe hij die grote honden toch een beetje eng vindt.

Boefje kon feilloos zijn verstopte speeltje vinden (hij is zó slim) en hij leerde in één les een high-five geven (had ik al gezegd dat hij zó slim is?). En het was zó leuk om hem door de tunnel te zien rennen.

En de lunch na afloop, samen met Mich, bij ons favoriete eettentje Casa e Cucina maakte het helemaal goed.

Jammer dat de overheerlijke wrap met kip en avocado weer op was.
Nu moeten we wéér terug!

Puppycursus .

De Leeuwenkoning 2011.

Sinds kort draait de 3D-versie van De Leeuwenkoning in de bioscoop. Jeugdsentiment voor Michelle aangezien we die film, toen ze klein was, keer op keer gekeken hebben. Het leek me leuk om daar samen naar toe te gaan.

En zo zaten we vanavond met een 3D-bril op onze neus in de bios.

Het was zo leuk om de film weer eens terug te zien en al die bekende liedjes te horen. Een beetje ‘raar’ was het ook wel, omdat ik ooit kennisgemaakt heb met ‘de stem van Rafiki’. Gek om hem ineens te horen in de film!

Over de 3D-effecten was ik ook zeer te spreken. Wat is dát leuk!

We hebben genoten!
En al heb ik de film inmiddels misschien wel honderd keer gezien;
toen de papa van Simba doodging, moest ik weer enorm huilen.

Dat bleek meteen nóg een voordeel van de 3D-film!
Je kunt ongegeneerd je ogen uit je kop janken.
Doordat je een brilletje op hebt, is er niemand die het ziet!

Hip.

Reactiemoderatie staat aan op deze site.
Dit betekent dat je reactie niet zichtbaar zal zijn,
tot deze is goedgekeurd door een beheerder.
Gelukkig zijn we niet zo moeilijk en vinden we veel goed!

Al twaalf jaar lang heb ik dezelfde mobiele telefoonprovider, al twaalf jaar lang heb ik hetzelfde telefoonnummer. Ik ben doodsaai.

En meestal wordt mijn contract stilzwijgend verlengd, zonder dat ik gebruik maak van het aanbod om een nieuw toestel uit te zoeken. Ik was tevreden met mijn Nokiaatje waar ik mee kon bellen en smsen. Dat er een camera en een radio op zat, vond ik al een enorme luxe.

Frank haalde me over om dit keer wél een nieuw toestel uit te zoeken. ‘Echt iets voor jou, met al die gadgets die er tegenwoordig opzitten!’. En zo stond ik op de laatste mooie zomerdag van dit jaar in een snikhete belwinkel, waar een meisje, even oud als mijn dochter, me een telefoon verkocht.

‘Wat moet er allemaal op zitten?’, vroeg ze, terwijl ze voor me uit liep naar de vitrine. ‘Eh. Een camera en een radio.’ antwoordde ik. ‘Dat hebben tegenwoordig bijna alle toestellen.’ merkte de verkoopster op. Ik liep achter haar, maar ik durf te wedden dat ze wanhopig met haar ogen rolde.

En zo kwam ik thuis met een übercoole Samsung Galaxy. Met internet, een mp3-speler, een radio en een camera. Gelukkig kun je er ook mee bellen en smsen!

‘s Avonds kroop ik op de bank met mijn nieuwe telefoon. Ik kreeg ‘m aan de praat en was de hele avond bezig met instellen. Achtergrondje, beltoon, contacten. Ik kwam een heel eind, maar echt makkelijk ging het niet.

Laat op de avond kwamen Michelle en Tijl nog even langs. Trots toonde ik mijn nieuwe aanwinst aan Michelle en merkte terloops op ‘maar ik weet niet hoe…’.

‘Kom eens hier!’, zei Michelle en ze pakte de telefoon uit mijn hand. Klik, klik, kllk. Binnen een kwartier had ik haar foto als achtergrondje (ja, dat wilde ik), had ze overbodige dingen verwijderd en handige dingen ingesteld, inclusief een geweldige schermbeveiliging.

Tevreden nam ik mijn telefoontje weer in ontvangst, terwijl Michelle vriendelijk iets mompelde over een klein generatie-kloofje. De schat.

De volgende dag vroeg Frank of ik blij was met mijn nieuwe telefoon. ‘Ja, hartstikke!’ antwoordde ik enthousiast. “Werkt alles nu? Kun je internetten en emailen?’ vroeg Frank weer. Ik knikte overtuigend.

‘Stuur me eens een email dan!’ daagde Frank uit.

Ik pakte mijn mobiel, opende een schermpje, typte vlotjes ‘ik vind jou lief!’ en klikte zelfverzekerd op ‘verzenden’.

Frank’s mobiel piepte.
Om aan te geven dat hij zojuist een sms had ontvangen.

Vrienden gezocht.

Reactiemoderatie staat aan op deze site.
Dit betekent dat je reactie niet zichtbaar zal zijn,
tot deze is goedgekeurd door een beheerder.
Gelukkig zijn we niet zo moeilijk en vinden we veel goed!

Bij Weblog.nl is het nog steeds huilen met de pet op. Al een week of vijf duurt de gevreesde migratie naar nieuwe software nu. Het regent klachten, weblogs zijn onbereikbaar en het duurt maar en het duurt maar. Ik weet niet of het ooit nog goed komt.

In eerste instantie overheerste bij mij blijdschap! Ik had vlak voor het uur U al mijn logjes veilig gesteld. Dus ik logde rustig door.

Maar nu begint het toch een beetje te vervelen.

Ik wil weten hoe het met de mama van Anjuli gaat. Ik wil bijlezen bij Lind@. En al loggen ze niet vaak meer; af en toe wil ik even checken bij De Mooiste Baby en bij Ylone en Fred in Griekenland. En kijken of Joyce nog nieuws heeft.

Maar dat gaat nog steeds niet.

Ook de reacties op nieuwe logjes blijven uit. Gelukkig heeft Sally me vanaf haar nieuwe plekje aan de andere kant van de wereld weten te vinden.

Mijn lieve zus laat me ook niet in de steek. Ze heeft zelfs een ’abonnement’ op mijn nieuwe weblog genomen!

En Willemijn in Italië heb ik inmiddels ook terug gevonden!
Maar verder is het eenzaam hier.

Ik moet nodig op zoek naar vriendjes.
Oude én nieuwe!

Kat in ‘t bakkie.


Je koopt een kapitale krabpaal mét huisje voor hem maar hij kruipt in een oude schoenendoos.

En aangezien zijn dieet niet echt lijkt te werken, zal ik binnenkort de stad in moeten voor nieuwe laarzen.

In een grote doos.

Pin-storing.

Tijdens de landelijke pinstoring van afgelopen weekend bevond ik me in de supermarkt. Overigens zonder op de hoogte te zijn van de bewuste pin-storing.

Het briefje dat er een pin-storing was, hing (in plaats van strategisch bij de deur) op de lopende band bij de kassa’s geplakt. Tja. Dan ben je al in de winkel, dan heb je al je boodschappen al in je kar liggen en kun je niet meer gaan pinnen bij de geldautomaat buiten.

Ik keek eens in mijn portomonnai. Een briefje van twintig en wat kleingeld. Snel rekende ik het totaalbedrag van mijn boodschappen grofweg uit. Het zou erom spannen.

Ik waarschuwde de cassiere alvast dat ik waarschijnlijk niet genoeg geld zou hebben. Braaf scande ze mijn boodschappen. “Dat is dan 23 euro 40.” zei ze. Te veel, zoveel geld had ik niet bij me.

“Doe dit er maar af.”, zei ik lichtelijk geïrriteerd,
terwijl ik haar een fles allesreiniger gaf.

Stoïcijns scande ze de allereiniger.
“Dat is dan 25 euro 80.” zei ze, zonder blikken of blozen.

“Nee, hij moest er áf!”, zei ik, zwaar geïrriteerd.
“Oh ja!”, antwoorde het heldere licht blij.

De kassa bliebte nog een keer.
Wederom zonder blikken of blozen zei de cassiere “Dat is dan 23 euro 40!”.

En toen was ik énorm geïrriteerd.
Ik heb, geloof ik,  tegen haar gesnauwd.
Maar jeetje, zelfs míjn geduld heeft grenzen.

Tien chihuahua’s…


Tien chihuahua’s en een trommel en een fluit
en Michelle die is jarig dus de vlaggen hangen uit!

Er waren geen vlaggen, maar wél tien chihuahua’s.
Nou ja, elf eigenlijk. Want hij was er natuurlijk ook.
Én de tien chihuahua’s die ik geknutseld had van marsepein.

Mijn Jarige Jet heeft al haar zuurverdiende spaarcentjes uitgegeven aan een hondje. En ik weet dat ze erg zenuwachtig wordt van een lege spaarrekening. Dus leek het me een goed plan om met een goedgevulde envelop naar haar feestje te gaan.

Om niet helemaal met lege handen te komen, besloot ik cupcakes te maken. Met chihuahua’s van marsepein erop. Ik googlede en informeerde hier en daar en ging aan de slag. Woensdagavond zette ik vier mini-hondjes in elkaar.

Donderdagavond kwamen Michelle en Tijl film kijken, dus vielen mijn knutselplannen in het water. Erg genoeg kon ik mijn grote mond niet houden en liet ik de vier eerste exemplaren al aan Michelle zien. Gelukkig vond ze ze leuk!

Vrijdagavond maakte ik de overige zes hondjes. Toen was mijn knutselinspiratie op. En bakinspiratie had ik ook al niet. Wel haast.

Dus zaterdagmorgen plakte ik mijn chihuahua’s op kant-en-klare cakejes van AH. Ook goed!

‘s Middag vierden we een bescheiden feestje. Tijl en Daan hingen slingers op. Michelle pakte cadeautjes uit en las kaarten. Wij dronken koffie, aten taart (én cupcakes!) en Oma en Tante Tina maakten kennis met Boefje. Die daarna, nog moe van zijn puppycursus die morgen, in zijn mandje kroop om een tukkie te doen.

Inmiddels hebben wij oudjes het veld geruimd en plaats gemaakt voor de jeugd die vanavond keihard feest aan het vieren is, ter ere van Michelle’s negentiende verjaardag.

Negen-tien! Ik moet er een beetje aan wennen…

Lieve Michelle,
Van harte gefeliciteerd met je 19e verjaardag!

Liefs,
Mama xxx


Michelle proudly presents….

Toen Michelle drie was kocht ik een hondje voor haar.
Eigenwijs als ze was, was mevrouw een tikkie teleurgesteld. Ze sprak de onsterfelijke woorden “ik wilde liever een poes die geen scherpe nagels had“. Maar onze Toby veroverde haar hartje en werd haar grootste vriend.

Toen Toby in 2007 overleed, wilde Michelle een nieuw hondje, maar het waren destijds nogal turbulente tijden. We verhuisden naar Amsterdam en weer naar Breda en voor een hondje was het leven veel te onrustig.

Tijdens onze zoektocht naar een eigen huisje voor ons tweeën in Amsterdam, zeiden we vaak tegen elkaar “eerst een huisje, dan een hondje”. Maar het huisje voor ons tweeën liet even op zich wachten.

Dus trok ik bij Frank in en kreeg ik er gratis een lieve rode kater bij! Van een hondje kon geen sprake meer zijn.

En Michelle woonde op een studentenkamer in Amstelveen. Ook daar was een hondje geen optie. Het gemis aan een huisdiertje compenseerde Michelle ruimschoots door veelvuldig met onze Spike te knuffelen, ondanks haar katten-allergie.

En toen was daar ineens dat huisje in Amsterdam en verhuisde Michelle van haar studentenkamer naar ons piepkleine appartementje. En toen stak haar oude wens de kop weer op.

Ze werkte een zomer lang. Ze ging poetsen bij haar vaste schoonmaakadres, ze bracht post rond en ze zat bij ‘s lands grootste kruidenier achter de kassa. Zo spekte ze haar spaarrekening tot ze voldoende gespaard had om een hondje te kopen.

Het feit dat ze nu vier hoog woont en haar hondje vier trappen op en af zal moeten dragen, maakte dat de keuze snel gemaakt was. Het moest een mini-hondje zijn. Een chihuahua! Ze zocht een goede fokker en haalde vorige week haar eigen mini-hondje op.

En al reageert niet iedereen meteen positief op het woord ‘chihuahua’, iedereen is wel meteen verliefd als ze Michelle’s nieuwe aanwinst zien! Het is ook werkelijk een dotje!

En zo hebben we het wéér voor elkaar.
Michelle heeft haar ‘poes die geen scherpe nagels heeft’ bij ons in huis én een mini-hondje in haar eigen huis!

Dus Michelle proudly presents…. Boefje!

Michelle proudly presents…

Toch bloggen via WordPress.

In de loop der jaren is mijn weblogje een dierbaar kleinood geworden.
Soms lees ik zelf wel eens terug; het is een soort dagboek met daarin ons wel en wee vanaf 2005! Het leek me dan ook altijd al erg leuk om de hele weblog op een of andere manier uit te printen.

Web-log zelf kwam een paar jaar geleden met de mogelijkheid om je weblog om te zetten in een boek. Ik begon er vol goede moed aan, maar kreeg het niet voor elkaar. Het systeem was traag en erg onhandig. De aanbieding van Weblog verdween na talloze klachten uit het menu en mijn boeken-idee verdween ook weer naar de achtergrond om af en toe ineens weer de kop op te steken.

Zo ook toen ik het bericht ontving dat Web-log zou gaan migreren naar een nieuw systeem. Voor de zekerheid maakte ik een back up en dacht weer ‘Wat zou het leuk zijn als…’. Voorzichtig besloot ik me er weer eens in te verdiepen.

Ik kwam er al snel achter er tegenwoordig legio mogelijkheden zijn om je weblog af te laten drukken als boek. Zo kun je hier gewoon je hele weblog om laten zetten. Of je laat ‘m omzetten naar een PDF-bestand op deze site. Dat bestand kun je vervolgens af (laten) drukken of in (laten) binden. Beetje jammer dat geen van beide mogelijk was met het systeem waar Web-log op draait.

Geen punt! Ervaren weblogger als ik inmiddels ben, maakte ik een nieuwe weblog aan bij www.wordpress.com en exporteerde al mijn Web-logberichten naar de WordPress-weblog. Met die weblog kon ik wél een PDF-bestand aan laten maken dat ik vervolgens in zou kunnen laten binden.

In eerste instantie wilde ik mijn volledige weblog af laten drukken. Ik exporteerde al mijn logjes van uit de WordPress-weblog naar een speciaal bestand en liet dat omzetten naar een PFD-bestand. Tot mijn grote schrik bevatte het bestand zo’n slordige 1150 pagina’s! Beetje lastig afdrukken…

Dus deed ik het truckje opnieuw en zette alle logjes van 2005 om naar een PFD-bestand. 2005 van ‘maar’ 397 bladzijdes! Bovendien is het ook veel handiger en leuker om je logjes te bundelen per jaar! Nu moest ik alleen nog een site vinden die van mijn PFD een mooi boek kon maken.

Uiteindelijk kwam ik bij deze jongens terecht. Daar kun je je boek af laten drukken en in laten binden. Desgewenst kun je het zelfs te koop aanbieden in de webshop.

Ik besloot mijn boek af te laten drukken voor mezelf én in de webshop te laten zetten. Zo kan ik er altijd nog eentje bij bestellen. Voor Michelle bijvoorbeeld.

Op het moment dat mijn boek in de webshop verscheen, begon Web-log aan de grote migratie. En dat ging niet helemaal goed.

Sterker nog; het ging helemaal niet goed. Alle weblogs van Web-log zijn al bijna een week onbereikbaar. Loggen is er niet meer bij en de weblogs zijn niet meer zichtbaar op internet.

Lol! Ik heb een WordPress-weblog!
Ik fröbel vanuit WordPress lekker verder aan de volgende delen van  ‘Nicky’s World’-serie. En ik kan zelfs nog bloggen en dit logje over zetten naar Web-log als alles weer werkt.

En als het bij Web-log nooit meer goed komt…

Dan hebben we altijd het boek nog!

Stil.

Photobucket

Ja, ik weet 't. 't Is stil hier.
Op zich is dat goed nieuws natuurlijk. Als ik reden tot klagen had, had ik me al wel gemeld. Maar alles reilt en zeilt zoals het hoort en nu kind op zichzelf woont, valt er over haar ook weinig te loggen. 

Ook Amsterdam bevalt prima!
Ik moet eerlijk zeggen dat ik vind dat ik toch wel erg goed voor elkaar heb!

Het huis waar ik met Frank woont, mijn eigen huis waar Michelle woont én mijn werk bevinden zich binnen een straal van vijf kilometer!  

Met als gevolg dat ik iedere morgen langs het huisje fiets waar Michelle woont. En overal op straat zie ik ineens de, oh-zo-bekende, paardestaart van mijn eigen kind voorbij komen.

Op het winkelcentrum, op het fietspad naast ons huisje of als ik klaar ben met werken en de deur uit stap. Erg grappig om elkaar spontaan tegen te komen! 

En als we elkaar niet spontaan tegenkomen, regelen we wel wat. Ze komt vaak zomaar even aanwaaien en eet dan gezellig een hapje mee. We lunchen samen, winkelen of gaan naar de film.

En als we samen door Amsterdam fietsen, moet ik nog steeds een beetje grinniken.
We hebben 't voor elkaar!

Nu alleen nog even weblog-inspiratie opdoen…

* de foto bovenaan dit logje is gejat van deze jongens.

 

Negatief.

Photobucket

Het begon met drie oude fotorolletjes uit 2005. Ze verhuisden drie keer mee maar werden, nadat de digitale camera zijn intrede deed, nooit meer ontwikkeld. Onlangs besloot ik de gok te wagen en bracht ik de rolletjes naar Albert Heijn om ze te laten ontwikkelen.

Het kostte wat moeite. Ik was (uiteraard) erg nieuwsgierig. Maar pas nadat ik al vier keer langs geweest was om te vragen of mijn foto's klaar waren, kwam het heldere licht achter de balie erachter dat de rolletjes nooit opgestuurd waren naar de ontwikkelcentrale. 

Ongeveer gelijktijdig kwam ik erachter dat je via internet kunt checken of je foto's klaar zijn. Ook de analoge foto's. Over helder licht gesproken. Het scheelde een hoop heen en weer fietsen.

Maar nieuwe ronde, nieuwe kansen en na twee weken kon ik eindelijk mijn foto's ophalen. Vol verwachting opende ik de envelop en staarde verbijsterd naar de foto's van een hondje.

Een schattig hondje, weliswaar, maar niet míjn hondje. En ook de mensen op de foto's herkende ik niet. Fijn. Damn! Ik had de vakantiefoto's van iemand anders gekregen.

Wéér terug naar Albert Heijn dus waar men mij beloofde dat de foto's bij de rechtmatige eigenaar terecht zouden komen en ik eindelijk mijn eigen foto's mee kreeg.

Kiekjes van een Sinterklaasfeest met familie, het Kerstdiner van Michelle en mij en natuurlijk onze Toby. Foto's uit 2004. Leuk! En een complete verrassing natuurlijk, omdat ik geen idee meer had wat er op de rolletjes stond.

En toen verzuchtte ik dat het zo fijn zou zijn om ál mijn foto's digitaal te hebben. Gewoon voor de veiligheid, als back up, voor de lol, noem maar op. 'Dan scan je ze in', opperde Frank. Waarop ik eens op mijn voorhoofd tikte. 

Ik heb duizenden foto's, verdeeld over allerlei fotoboeken. De meeste foto's liet ik dubbel afdrukken. Tenslotte ging ik er van uit dat Michelle ooit haar dozen vol foto-albums mee zou nemen als ze op zichzelf ging wonen.

Maar ik wil later in Huize Avondrood natuurlijk nog wel foto's kijken! Dus maakte ik fotoboeken voor Michelle maar ook voor mezelf. Compleet gekkenwerk om alles in te scannen! Bovendien zou ik de foto's uit de boeken moeten halen en ze natuurlijk beschadigen. Geen beginnen aan, dus.

Vervolgens bedacht Frank zich ineens dat hij nog ergens een negatiefscanner had liggen. Ik had werkelijk geen idee wat hij bedoelde maar hij dook zaterdagavond laat de berging nog in om het ding op te snorren.

Jammer genoeg bleek de scanner spoorloos. Er moest meteen een nieuwe komen, vond Frank. Hij beweerde dat dat écht iets voor mij was. Ik zou het geweldig vinden.

Gelukkig woon ik nu in een stad waar je koopbehoefte ook op zondag bevredigd kan worden, dus die zondagavond prijkte er al een nieuwe negatiefscanner op de tafel. 

Sindsdien scan ik. Ik scan. En ik blijf scannen. Ik scan me werkelijk helemaal suf!

Maar Frank had gelijk. Het is fascinerend!
Je stopt zo'n sepiakleurig strookje in het apparaat, druk op een knop en voilá! Je hebt een digitale foto! Tot mijn grote verbazing kom ik foto's tegen waarvan ik het bestaan niet meer wist.

Uit het album gevallen, weggegeven, kwijt geraakt of boos verscheurd toen de verkering uitging. En nooit meer bijbesteld. Oude kiekjes van Michelle, onze Toby, mijn eerste flatje, mijn eerste vriendje en vergeten feestjes en logeerpartijtjes. Zelfs de foto's van mijn eigen doop, 42 jaar geleden, heb ik straks digitaal!
 
Ik ben nog wel even bezig voor ik mijn stapels negatieven allemaal omgezet heb, maar ik vermaak me kostelijk.

En het wachten is natuurlijk op dat ene negatief waarvan ik zeker weet dat de foto in geen een album prijkt!

En voor familieleden en fans: een paar leuke kiekjes die ik tegenkwam:

 

P.

Photobucket

Het eerste jaar Universiteit zit er op voor Michelle. En eigenlijk veranderde er niet zo veel.

Behalve dan dat Michelle heuse verkering kreeg, een baantje kreeg, (een beetje) bleef turnen en verhuisde van Amstelveen naar Amsterdam. Verder zat ze, zoals altijd, met haar neus in de boeken.

Volhouder, doorzetter.
Het was niet altijd makkelijk,
maar ze heeft ‘t gehaald.

Michelle heeft (netjes in één jaar!)
haar propedeuse gehaald!

Lieve Michelle,

Van harte gefeliciteerd!
Geniet lekker van je vakantie;
je hebt ‘t verdiend!

Liefs, Mama Photobucket

Druilerig dagje.

Photobucket

Soms gaan dingen net even iets minder lekker dan je verwacht had, op een druilerige zaterdag in juni, als je besluit om samen met dochterlief op familiebezoek te gaan in Breda.

Dan regen je al nat als je van je huis naar het station fietst.

Dan rijdt de Fyra niet, waardoor je weer ouderwets twee en een half uur doet over je treinreisje, in plaats van vijftig minuten.

Dan regen je werkelijk klétsnat op je OV-fiets onderweg van het station in Breda naar je moeder.

Dan regen je wéér kletsnat als je van je moeder naar je zus fietst.

En dan regen je nóg een keer kletsnat als je weer terug fietst naar het station.

Maar op de heenreis heb ik heerlijk gekletst en gelachen met dochterlief. En ik maakte praatjes met oude Veteranen, rijk versierd met lintjes, die onderweg waren naar de Veteranendag in Den Haag.

Mijn moedertje droogde heel lief onze jassen in de droger. We gingen gezellig winkelen met z’n drietjes. En ik kletste ook nog lekker bij met mijn zus.

En toen ik naar huis ging, (zonder dochterlief die nog naar een of ander muziekevent in Breda ging) zat op het station in Breda een compleet orkest te spelen!

Het bleek om het NS Harmonie-orkest te gaan, waar ik werkelijk nog nooit van gehoord had. Ze zaten gewoon te spelen op perron 4.
In vol ornaat, compleet met dirigent.

Toen een binnenkomende trein het uitzicht vanaf spoor 5 dreigde te verstoren, begon het publiek joelend te protesteren. Waarop de machinist zo vriendelijk was door te rijden tot het einde van het perron, zodat iedereen weer vol zicht had op het spelende orkest. Hij werd met luid gejuich bedankt.

Ik heb nog nooit zó leuk op een trein gewacht.
Soms pakken zelfs druilerige dagen in juni ontzettend goed uit.

NS Harmonie orkest

Komt een kat bij de dokter.

Photobucket

Nadat onze Spike-man een paar dagen niet in zijn hum bleek, werd hij op vrijdagavond ziek. Echt ziek. Hij jammerde en kroop haast met zijn buikje over de grond. Zo zielig! En natuurlijk op vrijdagavond.

Frank offerde zijn nachtrust op en sliep ‘s nachts op een matje op de grond bij Spike en zaterdagmorgen vroeg vertrokken we naar de eerste de beste dierenarts die we konden vinden die spreekuur had op zaterdag. Die bleek in het sjieke Oud-Zuid gevestigd te zijn.

Door onze aankomst per taxi maakten we nog een beetje een glamour-entree, maar verder vielen we natuurlijk volledig uit de toon. Hoewel ik vorige week nog naar de kapper ben geweest, waren de meeste honden in de wachtkamer beter getrimd dan ik.

Ik spotte een Louis Voutton-tas en had sterk het vermoeden dat het wel eens een échte zou kunnen zijn. Zelfs de hooguit tweejarige Emma (“Emmah, lieverrrrd, kom je?”) liep op echte UGG-jes rond. En terwijl de halve wachtkamer zat te internetten met een iPhone smste ik Michelle met mijn oude Nokiaatje.

Maar de dierenarts was ontzettend aardig en vakkundig en daar gaat het om, nietwaar? Ze onderzocht onze Spike, die blaasontsteking bleek te hebben. Hij kreeg een verdoving en moest even blijven voor een catheter. Na een paar uur mochten we hem weer ophalen.

Nog een beetje suf lag hij in zijn hokje (zie foto: zelfs op mijn ouderwetse Nokiaatje zit een camera!). Snel betaalden we de rekening (Ketjing! Oud-Zuid, weet u wel?) en vertrokken wederom sjiek per taxi naar huis, met een suffe kater en een tas vol dieetvoeding en medicijnen.

Thuis knapte Spike snel op. Hij was duidelijk blij dat hij geen pijn meer had en dolgelukkig weer thuis te zijn. Wij, de tafelpoten, de deurstijlen, de kastdeuren, de salontafel, alles kreeg kopjes.

Voorlopig mag Spike geen brokken, alleen zijn dieetvoer. Dat is geen straf voor Spike: de eerst portie ging erin als koek, Spike bleef zijn bakje maar uitlikken terwijl het allang leeg was. Maar wat wil je? Echt Oud-Zuid-voer! Hoe exclusief, zeg!

En Spike moet veel drinken. Ook mazzel: drinken uit de kraan is zijn grote hobby! Wordt er normaal gesproken nog wel eens gemopperd als Spike weer eens staat te miauwen voor de badkamerdeur; de komende tijd zullen we braaf de kraan voor hem opendraaien, hoe vaak hij maar wil.

Over vier weken moeten we terug naar Oud- Zuid voor controle.

Misschien moet ik alvast gaan sparen voor wat leuke gadgets om mee te nemen!