Auteursarchief: nicky

Wat doe je voor werk?

Op bovenstaande vraag antwoord ik altijd “Ik ben secretaresse bij een adviesbureau voor ondernemers”. Een totaal nietszeggend antwoord waarop meestal een reactie komt van “Oh, leuk!”. Gelukkig wordt er meestal niet verder gevraagd want als ik het uit moet leggen ben ik wel even bezig. Maar omdat we elkaar hier al even kennen en jullie vast misschien reuze benieuwd zijn, ga ik toch een poging wagen.

Allereerst de term secretaresse. Is dat niet een mevrouw in kokerrok, met haar haren in een knot die vergaderingen notuleert en koffie haalt voor de baas? In mijn geval niet. Ik draag geen kokerrokken maar soms heb ik wel mijn haren in een knot. Notuleren doe ik nooit. En koffie halen voor mijn baas doe ik ook niet. Sinds hij een paar jaar geleden de toko overnam, met ons erbij, hebben mijn twee collega-secretaresses en ik hem goed opgevoed. Hij pakt zijn eigen koffie en tapt voor ons ook een bakkie als het zo uitkomst. Want, hé! Wij waren er eerder dan hij. Hij moet wel zijn plaats weten!

Wat doe ik dan? Ik lees. De hele dag. Wat lees je dan? Rapporten die mijn collega’s, de adviseurs, geschreven hebben. Wat voor rapporten dan? Tja, dan ontkom ik er niet aan om te vertellen wat we nou eigenlijk doen. Best interessant, hoor. Let op!

Stel… Je bent ondernemer maar het gaat niet zo goed. Je hebt schulden maar geen geld om ze af te lossen. Of je wilt investeren maar je hebt er zelf geen geld voor. Of je kunt tijdelijk niet meer rond komen. Omdat je ziek bent geworden, omdat de straat voor je winkel opengebroken is. Om wat voor reden dan ook. Als de bank je niet verder kan of wil helpen, kun je – onder bepaalde voorwaarden – een krediet en/of een uitkering aanvragen bij de gemeente waar je woont. Maar de gemeente wil natuurlijk wel weten of jouw bedrijf in de toekomst rendabel is. Ze willen wel zeker weten dat je de lening straks terug kunt betalen. Dus schakelen zij ons in om een haalbaarheidsonderzoek uit te voeren.

Een van onze adviseurs komt bij je langs (het liefst bij je bedrijf; ze komen graag bij de mensen thuis) en keert vervolgens je hele bedrijf binnenstebuiten. Wat ben je van plan? Hoe ga je dat doen? Waar geef je je geld aan uit? Het klinkt heel akelig maar ze zijn best lief, hoor. Mijn collega’s.

Ze denken met je mee, geven je tips en schrijven vervolgens een rapport, van zo’n 25 A4’tjes, waar alles in staat. Ook een advies aan de gemeente. Om jou wel of niet een krediet te geven. En een advies aan jou. Wat je kunt doen om meer winst te maken. Of soms, hoe treurig ook, om te stoppen met je bedrijf en een baan te zoeken. Niet leuk! Maar ze behoeden je daarmee voor nog meer schulden en ellende.

En dan kom ik in beeld! De adviseur stuurt het rapport aan mij en ik ga het lezen. Ik check de lay-out, die precies zo moet zijn, zoals de gemeente in kwestie het wil hebben. Ik haal de schrijffouten er uit (‘Hij beseft zich…’ FOUT! FOUT! FOUT!) en controleer de cijfers in het rapport. Klopt het allemaal? Komen de cijfers die genoemd worden in de tekst overeen met de cijfers in de financiële overzichten? Kloppen de adresgegevens? Staat de naam van de klant overal goed? Geen schrijffouten? Geen halve zinnen onderaan een bladzijde?

Als er iets niet klopt, bij ieder minuscuul verschilletje, trek ik de desbetreffende adviseur aan zijn jasje, die vervolgens zijn fout corrigeert, waarna ik het nóg een keer check. Vervolgens verstuur ik het rapport. Ook zoals de opdrachtgevende gemeente het wil. En binnen de deadline die de gemeente stelt.

Soms alleen per mail (ja, ja! beveiligd!). Soms per post, soms in tweevoud. Soms ook aan de klant. Altijd mooi ingebonden en met een keurige brief erbij waar – in het kort – het advies aan de gemeente in staat. En daarna, BAM!, maak ik een factuur en stuur die naar de gemeente. Tenslotte moet onze koffie, en die van de baas, ook betaald worden.

Is het leuk? Ja!
Natuurlijk; overal is wel eens wat. Als ik een rapport wil versturen (deadline! deadline!) en de adviseur niet kan bereiken, rol ik met mijn ogen terwijl ik uitroep “Je geeft ze een mobieltje maar opnemen, hó maar!”. En natuurlijk baal ik wel eens van de kwartaaloverzichten die veel gemeenten willen hebben met daarin alle opdrachten, alle data en alle adviezen.

Maar het is vooral leuk omdat we een klein bedrijfje zijn waar we veel zelf doen. Ons kantoor opleuken door de achterkant van een archiefkast te behangen, bijvoorbeeld. Kerstpakketten en Sinterklaasrijmen maken. En omdat ik leuke collega’s heb, die ik al járen (en inmiddels dus door en door) ken.

Omdat we een hecht team zijn, dat meeleeft met elkaar. Bij nieuwe liefdes en baby’s. Bij overleden ouders en scheidingen. Omdat we samen lachen om de prietpraat van kinderen. Mee zuchten als het even tegenzit en blij zijn voor elkaar als het goed gaat. Omdat ik de mogelijkheid heb om thuis te werken. En omdat ik inmiddels ook de PR doe (kuch, groot woord maar het klinkt zo stoer) en hoffotograaf van de firma ben.

Maar ook, en vooral, om de rapporten die ik lees. Hondentrimsalons, bierbrouwerijen, belastingadviseurs, foodtrucks, garagebedrijven, sportinstructeurs. Alles komt voorbij. Ik lees de blunders en de hartverscheurende verhalen. Maar ook de briljante ideeën en de successtory’s. Het verveelt geen moment.

In het kort kan ik op de vraag “Wat doe je voor de kost?” dus antwoorden dat ik lees. Heel veel lees. Met de radio aan op de achtergrond, een bak koffie binnen handbereik en gezellige collega’s om me heen. En laat lezen nou nét mijn grootste hobby zijn! De spreuk ‘Als je van je hobby je werkt maakt, hoef je nooit te werken’ is op mij van toepassing. Potverdikkie! Bof ik even! En ik word er nog voor betaald ook!

PS: we doen nóg meer, hoor! Wil je starten met een eigen bedrijf vanuit een bijstandsuitkering, een UWV-uitkering of een outplacementtraject dan kun je in veel gevallen begeleiding krijgen bij het opstellen van een ondernemersplan. Voor meer info kun je altijd even op onze site kijken.

49

Gisteren werd ik 49. De perfecte leeftijd voor een midlifecrisis, bedacht ik me ineens. Want jeetje! Ik begin toch wel mee te tellen. En eerlijk is eerlijk; een beetje melancholiek word ik wel als ik muziek hoor uit mijn jeugd. Al die dromen die ik had. Al die dingen die ik wilde, ‘later’ als ik groot zou zijn. En nu is het ineens later en zijn een paar dingetjes toch niet helemaal gelukt.

Natuurlijk kan er nog steeds van alles. Ik heb, mag ik hopen, nog een half leven voor me. En zoals mannen rond deze leeftijd soms een motor of een hippe sportwagen kopen, hun echtgenote inwisselen voor een jonger exemplaar en aan hun tweede leg beginnen, zou ik ook nog best het roer drastisch om kunnen gooien.

Ik zou Frank kunnen dumpen en een toyboy kunnen versieren. Zo eentje die net iets ouder is dan mijn dochter. Met een afzak-broek, wasbordje en hipsterbaard. Met een beetje hulp van Italiaanse dokters zou zelfs die tweede leg nog goed kunnen komen en zou ik nog twee baby’s kunnen krijgen zodat ik de drie kinderen zou hebben waar ik vroeger van droomde. 

En een nieuwe carrière natuurlijk! Ik kan me om laten scholen tot kraamverzorgster. Of makelaar. Of een beroemd schrijfster kunnen worden. Dat laatste zou dan weer mooi matchen met mijn toyboy. Kunnen we samen naar het Boekenbal. Als we tenminste oppas kunnen vinden voor de tweeling.

Maar eerlijk gezegd lijkt me dat niks. Zo’n toyboy, daar moet je dan weer mee naar de disco. En ik weet niet eens of dat nog wel bestaat, een discotheek. En met je toyboy naar het Boekenbal is trouwens ook best riskant want Heleen komt natuurlijk ook. Bovendien vind ik Frank nog steeds de liefste. Oké, hij heeft dan wel geen wasbordje maar daar staat dan weer tegenover dat ik mijn buikje niet in hoef te houden. 

En zo’n tweede leg. Ach, ik weet het niet. Weer vieze luiers, snotneuzen en een peuterpuberteit. Bovendien is dat ene kind dat ik nu heb zó goed gelukt dat ik niet weet of me dat nog een keer zou lukken. Het is de goden verzoeken, zo’n tweede leg.

En omscholen? Nee, ook maar niet. Ik heb echt heel erg leuk werk dat ik nog steeds met veel plezier doe. Samen met mijn collega’s die ik soms met liefde en plezier achter het behang zou willen plakken maar die ik meestal toch heel lief, leuk en gezellig vind. En een beroemd schrijfster? Ach, ik heb jullie toch? Mijn lezers hier? Dat Boekenbal schijnt trouwens best tegen te vallen, heb ik gehoord.

Kortom, mijmerend over de afgelopen 49 jaar, kan ik niet anders dan vaststellen dat ik heel tevreden ben. Dus proost! Op naar de 50!

Bijschrift bij de foto: 1973, toen ik nog met mijn kont in een emmer paste.

Verpieterde Liesjes.

Een tijdje terug schreef ik al over ons balkon dat vol hangt met bloembakken zodat onze Spike niet over de reling kukelt. In het seniorencomplex waar wij wonen, hebben al onze buren gekozen voor geraniums. Logisch. Ze zijn allemaal ver boven de 75 en wat doe je dan? Juist! Achter de geraniums zitten! Maar ik, nog niet eens 50, koos voor Vlijtige Liesjes. Dat vond ik passender. Bovendien had ik ze vroeger veel in de tuin staan en daar deden ze het altijd goed.

Maar ruim twee maanden later blijkt dat ik gewoon Liesjes in mijn bloempotten heb, want Vlijtig zijn ze zeker niet. Sterker nog; de naam Verpieterde Liesjes is meer op ze van toepassing. En ik doe nog wel zó mijn best! De uitgebloeide bloemetjes heb ik er steeds braaf uit gehaald, zoals mijn vader – die er toch écht verstand van had – dat vroeger ook altijd deed. Ik kocht een miniatuurversie van de groene gieter die hij altijd gebruikte en geef mijn Liesjes op tijd water. En toch willen ze niet.

De vraag blijft natuurlijk; geef ik ze te veel of juist te weinig water? Omdat ik mijn vader niet meer kan bellen, vroeg ik het aan Google. Maar daar werd ik niet veel wijzer van. Want in allebei de gevallen leggen ze het loodje. Ik heb inmiddels besloten dat ik ze te weinig water geef en giet dus een beetje extra. Zeker met dit warme weer. De bloempotjes zijn best klein dus dat droogt snel. En in een ultieme poging mijn bloemenkinderen te redden, heb ik – voor het eerst in mijn leven – plantenvoeding gekocht.

Ik geef de hoop niet op. Ik geef mijn Liesjes veel water, 1 x in de twee weken voeding en haal de dode bloemetjes weg. Af en toe wissel ik zelfs wat bakken om. Je weet het tenslotte maar nooit; mijn Liesjes kunnen wel ruzie hebben onderling. Of balen van het uitzicht. Ik hoop dat het helpt. Zo niet, dan doe ik net als mijn buren en ga ik gewoon achter de geraniums zitten. Ook mooi.

Aan vakantie toe.

  • Dat je ín je auto al achter het stuur zit en dan je autosleutels kwijt bent.
  • Dat je, terwijl je staat te koken, de kat eten wil geven en het natvoer op je eigen bord gooit in plaats van in zijn bakje (iiiieeeuw!)
  • Dat je koffie maakt zonder een nieuw cupje in het apparaat te doen.
  • Dat je staat te dromen onder de douche en jezelf wast met cremespoeling. (Wel een lekker zacht velletje, trouwens).
  • Dat je een pak melk uit de koelkast haalt, het op het aanrecht zet om een beker te pakken, daarna in de koelkast kijkt en denkt ‘Shit! De melk is op!’
  • Dat je als je thuiskomt de tag van kantoor voor je voordeurslot houdt en verbaasd bent dat de deur niet open gaat.
  • Dat je je ov-pas voor het schermpje houd in plaats van voor de scanner en boos wordt omdat het kreng niet werkt.
  • Dat je het hondendrolletje van Nanuk netjes op wilt rapen maar ‘m uit het zakje laat vallen en er zelf vol in gaat staan. 
  • Dat je je auto probeert te starten met je voordeursleutel (zie ook punt 1).
  • Dat je probeert te pinnen met je rijbewijs.
  • Dat je dochter zegt dat ze zin heeft om koekjes te bakken maar geen eieren in huis heeft. Dat je haar bloedserieus de tip geeft om dan maar eierkoeken te bakken.
  • Dat de kat overgeeft, jij er in trapt (iiiieuw) en denkt ‘even schoonmaken’. Dat je dat vervolgens vergeet en er nóg een keer intrapt.
  • Dat je je brood staat te smeren en sandwichspread op je peperkoek smeert.

Nog vier weken…

 Bijschrift bij de foto: Michelle in vakantie-modus (1995)