Auteursarchief: nicky

Hersenz.

Vriendjeliefs medische geschiedenis begon met een hartinfarct op een vroege morgen eind 2016. Hij kroop door het oog van de naald en overleefde dankzij een reanimatie van ruim een uur. Maar wel met 24 gebroken ribben, een gebroken borstbeen en hersenletsel door zuurstofgebrek. Hij lag 7 weken in het ziekenhuis, kreeg een operatie om de puzzel, die ooit ribben en borstbeen waren, te repareren. Maar hij kreeg ook een bloeding achter zijn borstbeen, een infectie en maandenlang vacuumtherapie.

Na 7 weken ziekenhuis volgden 7 weken revalideren. Intern in een revalidatiecentrum. Er was gewaarschuwd dat de revalidatie heel intensief zou zijn, maar ik had daar mijn bedenkingen bij. Iedere dag een half uur fysiotherapie, een half uur ergotherapie en een half uur cognitieve therapie. De uren tussen zijn therapieën in, lag Frank vooral in bed tv te kijken of te slapen. Het verplegend personeel was aardig, het eten loei-slecht en Frank werd er enigszins depri van.

Tussendoor was er nog een operatie om de ijzertjes uit zijn borstbeen te verwijderen en – als bonus – blijvende zenuwpijn door die laatste operatie. En in mei 2017 mocht Frank eindelijk naar huis. En dan denk je dat het klaar is. Dat je je leven weer op kunt pakken. Maar de waarheid is dat het dan pas begint. Ineens sta je er alleen voor om uit te vogelen wat kan en wat niet. Met Frank’s hart dat het prima doet maar met chronische zenuwpijn in zijn borst en niet aangeboren hersenletsel.

Vol goede moed gingen we ervoor. Een beetje lastig was het wel, in ons mini-flatje zonder lift vier hoog achter in Amsterdam, maar alles zou goed komen. Voortvarend als altijd regelde ik ‘even’ een nieuw ruim appartement  in een dorp aan zee waar Frank met zijn rollator goed rond kon lopen. En met lift! En toen begon ons ‘nieuwe leven’.  Dacht ik. Maar dat viel tegen. Eigenlijk ging Frank alleen maar achteruit in plaats van vooruit. Hij was destijds nog onder behandeling van de pijnpoli voor de pijn in zijn borst maar hij reageerde bar slecht op de pijnstillers die hij kreeg.

Alles kwam voorbij. Pijnblokkades die niet werkten, daarna fentanyl, morfine, lyrica tot methadon toe. Van alles werd Frank doodziek en de pijn bleef. December 2017 lag hij hele dagen op de bank te slapen terwijl ik – in mijn eentje – onze nieuwe omgeving verkende. In overleg met onze favoriete dokter stopten we met de pijnstilling die tóch niet hielp. Maar op een of andere manier knapte Frank niet echt meer op.

Juli 2018 was ik er helemaal klaar mee. ‘We maken geen kasplantjes hier’ had de arts in het ziekenhuis gezegd toen Frank daar in 2016 met loeiende sirenes opgenomen werd. Maar hij begon toch behoorlijk op een kasplantje te lijken. Meer dood dan levend lag Frank op de bank. Dagenlang. Ik belde de huisarts die kwam. Er kwam iemand bloedprikken en Frank’s kaliumgehalte bleek gevaarlijk laag (een te laag kaliumgehalte veroorzaakt spierafbraak. Aangezien je hart ook een spier is, is dat heel gevaarlijk). Wéér een of andere bijwerking van een medicijn. Hij werd accuut opgenomen en aan een kalium-infuus gelegd tot het gevaar geweken was. Frank kwam weer naar huis maar écht veel leven zat er niet meer in.

Zo sukkelden we door. Frank lag nog steeds grotendeels als een dood vogeltje op de bank. Ik deed mijn eigen ding. En ik had zo’n behoefte aan ‘iets nieuws’ en ‘iets anders’ dan ik in een rücksichtsloze bui besloot een andere baan te gaan zoeken. Ik begon met vacatures zoeken bij een van de grote instellingen hier in de buurt; Heliomare. Toevállig een revalidatiecentrum. Ze hadden geen vacatures, gelukkig. Maar ze hadden wel iets anders. Iets veel beters!

Heliomare bleek een behandelprogramma aan te bieden voor mensen met niet aangeboren hersenletsel via Hersenz. En ik kwam, geheel per ongeluk, terecht op de site van Hersenz. Het plaatje op hun site over de gang van zaken gaf precies aan waar het met Frank mis was gegaan. Ziekenhuis, revalideren, naar huis. En dán – terwijl je er alleen voorstaat – tegen van alles aanlopen.

De verklaring was zó simpel dat ik mezelf wel voor mijn hoofd kon slaan dat ik het niet gezien had. De revalidatie van Frank destijds kwam gewoon te vroeg. Hij was daar gewoon nog niet aan toe toen. Hij was nét weer in het land der levenden. Of zoals mijn broer altijd zegt ‘voor de poorten van de hel weggesleept’. En eerlijk is eerlijk; ik had altijd al mijn twijfels over Frank’s vooruitgang destijds. Was het de revalidatie? Of was het gewoon de tijd die voorbij ging, waardoor hij vorderingen maakte? Ik gokte het laatste.

Ik liet de vacatures voor wat ze waren en stuurde een mailtje naar Hersenz. In mei 2019 hadden we een intakegesprek bij Heliomare, waar de therapie gegeven wordt. Anderhalf uur zaten we te praten met een klinisch neuropsycholoog. Zeven A4’tjes met vragen werden beantwoord. En ik hoorde dingen van mijn vriendje – alias De Oester – die zelfs ík niet wist. En álles werd voor ons geregeld. Er werd een indicatie aangevraagd bij de zorgverzekering (akkoord), vervoer werd geregeld (ook akkoord). En ik hoefde alleen nog maar te kijken hoe mijn inbox vol stroomde met mooie dingen. Het duurde nog tot september 2019 voor er genoeg deelnemers waren maar toen kon Frank van start.

Het aanbod was overweldigend. Elke maandag een hele dag cognetieve therapie met een paar lotgenoten. Elke woensdag samen sporten. En om de week op donderdag een therapeut aan huis, die helpt met de praktische zaken. Dingen die ík niet zag, leerden zij Frank aan. Tot vervelens toe. ‘Schouders omlaag, Frank!’ ‘Grote stappen maken, Frank!’

Ze leerden hem hoe hij weer kon koken, zonder te veel pijn. Binnen een paar weken liep Frank rondjes in de gymzaal, zonder rollator. Als ik Frank ophaalde, kwamen zijn therapeutes me vol blijdschap springend in de gang tegemoet. ‘Hij heeft lós gelopen! Hij moest één rondje maar hij deed er drie!’ Ze waren nét zo blij als ik. Zoveel betrokkenheid; ik vind het geweldig! Ik houd van Hersenz!

En nét op het moment dat Frank begon te lopen met een stok in plaats van een rollator – wat nogal een mijlpaal was – sloeg het Coronavirus toe. De revalidatie werd stopgezet. Maar via beeldbellen hielden therapeutes contact. Gymsessies thuis, terwijl ik Frank’s telefoon strategisch ergens neerzette, zodat ze tóch oefeningen met hem konden doen. Frank’s vooruitgang stagneerde nogal de afgelopen weken maar inmiddels is het sporten bij Heliomare weer hervat. Individueel. Maar het begin is weer gemaakt. En ik merk aan Frank dat hij er zoveel baat bij heeft!

Wat is eigenlijk het doel van dit hele lange verhaal? Nou ja, allereerst is het een update over Frank, die langzaamaan weer wat stapjes in de goede richting doet. Met frisse tegenzin want leuk vindt-ie het niet. Maar hij merkt zelf ook dat-ie er baat bij heeft.

Ten tweede wil ik gewoon ordinair reclame maken. Ik had namelijk nog nooit van Hersenz gehoord. Heel af en toe hoor ik een reclamespotje op de radio voorbij komen maar verder niets. Geen posters in abri’s. Geen spandoeken op viaducten. Geen flitsende reclamezuilen. En da’s jammer. Want ze doen fantastisch werk. En hoe meer mensen hiervan weten, hoe meer mensen er profijt van hebben.

Dus ken je iemand met problemen na hersenletsel door een hartstilstand, een beroerte of een ongeval? Of een partner van? Kijk dat vooral een keer op de site van Hersenz. Het helpt ons zo enorm dat ik vind dat ze veel meer bekendheid verdienen. Dus zeg het voort! Zeg het vooral heel veel voort!

Corona-knutselwerkje.

Dat klinkt best goed, toch? Een Corona-knutselwerkje? Maar eerlijkheid gebied me te zeggen dat het níets met met corona te maken had. Ik kreeg gewoon een idee. Zomaar. Ineens. Want in onze keuken kan het vouwgordijn niet helemaal naar beneden. En ineens bedacht ik daar een leuke oplossing voor.

Nou is het niet zo dat we gigantisch inkijk hebben, hoor. Het is tenslotte de keuken maar. En ik heb niet de gewoonte om compleet naakt de piepers te jassen of zo. Er valt eigenlijk niets te zien in onze keuken. En het probleem van het vouwgordijn zou zelfs heel simpel op te lossen zijn door mijn plantjes ‘s avonds even op het aanrecht te zetten. Maar waarom makkelijk doen als het moeilijk kan? Ineens bedacht ik dat ik een strookje plakplastic wilde. En dan niet zomaar een strookje! Ik wilde Amsterdamse grachtenpandjes!

Die kun je gewoon kopen. Ze zijn overal te bestellen. Een paar klikken met je muis en de plakplastic pandjes vallen zo in je brievenbus. Maar ik vond dat te duur. En niet leuk! Het leek me veel leuker om het zelf te maken! En goedkoper! Vlak voor sluitingstijd (want lekker rustig!) waagde ik me in de plaatselijke Action om een rol plakplastic op de kop te tikken. Kostte twee euro, geloof ik. Vervolgens zocht ik op internet naar silhouetten van grachtenpandjes. Even printen en ik kon aan de slag!

Ik mat een stuk plakplastic af dat precies in ons raam paste. Het plakplastic is doorzichtig dus het was een koud kunstje om de grachtenpandjes over te trekken. Daarna knipte ik eerst de hele straat uit. Toen hoefde ik alleen nog maar de raampjes uit te snijden. Nou ja, alleen maar? Het was nogal een klusje. Maar aangezien ik toch niks beters te doen had in deze tijden van social distancing, zat ik twee avonden raampjes uit te snijden. En toen was het een kwestie van opplakken en klaar!

Nou! Hoe leuk is dat? En zeg nou zelf: voor het uitzicht hoeven we het niet te laten! En nog mooier: mocht ik ooit zin krijgen om naakt de piepers te jassen…

Uncle Bob op stap – Een zee van staal.

Silhouette van de hoogovens

Al een hele tijd lagen er foto’s op de digitale plank om een logje over te schrijven. Al vanaf januari. Vandaag moest het er maar eens van komen. Ik bekeek de foto’s nog eens. Gemaakt in januari 2020. Op zo’n saaie koude januari-dag waar ik altijd zo’n hekel aan heb. De kerstlichtjes opgeborgen, de kerstboom weer in de doos. De natuur nog diep in slaap. In het donker naar mijn werk. Januari is steevast de maand waarin ik reikhalzend uitkijk naar de lente.

En nu is het lente. En terwijl ik kijk naar de foto’s die ik maakte in januari, bedenk ik me dat het op een zaterdag was en dat ik de hele week op kantoor had gezeten. Gezellig met mijn collega’s. En dat ik, toen ik thuis kwam na het maken van deze foto’s, boodschappen ben gaan doen.  Dat ik, zonder er over na te denken, gewoon de supermarkt binnen liep. En dat we de volgende dag met z’n allen op bezoek gingen bij mijn oude moedertje, die ik een dikke knuffel gaf en drie zoenen op haar gerimpelde wangetjes. Gek dat de wereld zo koud en kaal leek toen. We hadden nog geen idee hoe koud en kil en vooral raar de lente zou worden.

Maar goed, Uncle Bob ging op stap, dus. Toen, in januari. Toen alles nog ‘normaal’ was. Ik ging naar ‘Een zee van staal’, een beeldenpark onder de rook van Tata Steel, (de voormalige hoogovens) in Wijk aan Zee. Want in 1999 werd Wijk aan Zee uitgeroepen tot Cultureel dorp van Europa. En elf beeldhouders uit elf Europese landen kregen de opdracht een beeldenpark te maken. Sommigen waren schijnbaar niet te houden want er staan veertien stalen beelden. Zomaar in de duinen.

Nou ja, niet zómaar natuurlijk. Het materiaal en de werkruimte voor de kunstenaars werd ter beschikking gesteld door Tata Steel. Het is dus logisch dat de beelden in de duinen staan, in de achtertuin van Tata Steel. Ik heb niet zoveel met kunst. Dus ik zeg niet dat ik regelmatig de beeldentuin bezoek omdat het allemaal zo prachtig is. Maar het hád wel wat. Die enorme stalen constructies in de duinen. Met de staalindustrie als achtergrond. Er was zon, er waren wolken, en er was helaas ook regen. En ik kan je vertellen dat geen van de beelden een mogelijkheid tot uitgebreid schuilen bood. Maar toch heb ik me wel vermaakt.

Mijn favoriet is ‘White Rhythm’ van de Engelsman Robert S. Erskine. Schijnbaar stelt het de drukte van de stad voor, met zebrapaden en wapperende jassen van mensen die haastig oversteken. Gek genoeg zag ik er juist een van mijn geliefde Schotse Hooglanders in, rustig grazend boven op een duin. 

Ook favoriet is ‘Thalassa apo atsali’ van de Griek Apostolos Fanakidis. Het stelt water voor dat tegen de kust klotst. Het zonlicht op de zinken plaatjes lijkt op de spiegeling van de zon op het water. En het kunstwerk maakt muziek, als de zinken plaatjes bewegen in de wind.

En ‘Au delà des Vagues’? Ach, die was gewoon mooi met die strakblauwe lucht erboven.

En terugkijkend kan ik nóg een conclusie trekken. De beeldentuin in Wijk aan Zee is het perfecte Corona-uitje. Gratis, geen lange rijen en anderhalve meter afstand houden is er géén probleem. Dus mocht je ooit in de buurt zijn; neem een kijkje. Best leuk om een keer te zien!

Op de website van Een zee van Staal staan alle beelden en hun uitleg vermeld.

Een leeg nest.

Donderdag zag ik op Facebook een berichtje voorbij komen over de zwaan bij ons in de straat. Ze is de trotse moeder geworden van maar liefst tien zwanenbaby’s. Potverdikkie! Wat leuk! Daar wilde ik wel foto’s van maken. Dus toen het tijd was voor onze dagelijkse wandeling, joeg ik mijn verkering de straat op. ‘Kom! We gaan babyzwaantjes kijken!’

Frank ging mee. En we liepen en we liepen. Want onze straat is best lang. Maar toen Frank bijna op instorten stond, hadden we nog geen zwaan gezien. We namen een pauze en zaten even op een bankje. Ik durfde het niet aan om mijn schat nog verder af te matten dus stelde ik voor om terug naar huis te lopen.

Onderweg naar huis maakte ik plannen. Tenslotte was haast geboden; die zwanenkuikens zijn groot voor je het weet. En aangezien ik de volgende dag moest werken zou ik geen kans hebben de zwanenfamilie te zoeken. Maar de volgende dag zou ik thuis werken in plaats van op kantoor. Dus als ik extra vroeg op zou staan, kon ik ‘s morgens voor ik aan het werk ging, mijn fiets pakken en snel wat verder op in de straat de zwaantjes gaan zoeken.

Die vrijdagmorgen fietste ik om kwart over zeven ‘s morgens onze lange straat uit. Heen aan de ene kant van het water. Terug langs de andere kant. En ergens bijna aan het eind zag ik de dranghekken staan, die ter bescherming om het zwanennest geplaatst zijn. Blij sprong ik van mijn fiets. Gevonden!

Maar helaas, ondanks de oproep van premier Rutte om toch vooral thuis te blijven, was moeder Zwaan met al haar kuikens de hort op. Teleurgesteld keek ik naar het enorme nest, waar slechts een heleboel donsveertjes nog herinnerden aan de bewoners. ‘Kloink’ deed het in mijn brein toen het kwartje viel.

Ineens begreep ik waar de uitdrukking ‘vroeg uit de veren’ vandaan komt. Dat vond ik dan toch wel weer mooi. Geen zwaan gezien, maar wel iets wijzer geworden! Was ik die dag toch niet voor niks ehhhh… zo vroeg uit de veren.

Gelukkig kwam ik familie Zwaan een paar dagen later alsnog tegen.