Categorie archief: Klussen met kijkers.

DIY-project.

Dus nu woon ik bij de zee. En ben ik vaak op het strand te vinden. En wat doe je op het strand? Ik ben geen zonnebader. Ik wandel. En soms ga ik even zitten om naar de zee te kijken. En heel soms lees ik een half uurtje in een ebook op mijn telefoon. Wat doe je nog meer op het strand? Schelpen zoeken? Pfff. Ja, in mijn kindertijd. Tijdens de zeldzame bezoekjes aan zee. Maar nu? Nee. Wat moet ik met schelpen?

Zittend op het strand, kijkend naar de schelpjes om me heen, begon ik laatst toch te denken. Misschien kon ik iets knutselen met schelpen? En dus begon ik schelpjes te zoeken. Mooie exemplaren. Puntgaaf, zonder gaatjes of stukjes er af. Met een zak vol schelpen fietste ik naar huis. Denkend dat ik er misschien een windgong van kon maken. Nog dezelfde dag kocht ik bij Action een doosje met draad, kraaltjes en leuke hangertjes. In de straat achter ons huis, vol oude bomen, vond ik een perfect takje voor mijn project. Ik was er helemaal klaar voor!

Via  research op internet leerde ik dat je om gaatjes in schelpen te boren het beste een Dremel kunt gebruiken. En dat het handig is om klei in de schelpen te doen om wat tegendruk te geven zodat je schelpen niet breken tijdens het boren. Gelukkig woon ik samen met een man-die-alles-heeft dus ook een Dremel. En gelukkig ben ik een vrouw-die-alles-heeft dus klei had ik ook. Aan de slag! Met succes doorboorde ik de schelpen voor aan het eerste touwtje van mijn windgong. Ik stopte voor die dag omdat de Dremel meer lawaai maakte dan ik verwacht had. 

De volgende dag ging ik verder. Maar schelp na schelp brak doormidden tijdens het boren. Geen idee waarom. Misschien was ik te ongeduldig en drukte ik te hard? Maar de dag ervoor ging wel het goed. Hoe dan? Gefrustreerd dacht ik aan alle schelpen die op het strand lagen. En die ik niet mee genomen had omdat er een gáátje in zat. Hoe stom kun je zijn? Inmiddels had ik project het liefst in de prullenbak gemieterd. Of was ik naar het strand gefietst om nieuwe schelpen te zoeken. Kant en klaar. Mét een gaatje er in. Maar het werd een principekwestie. Het zou me lukken, verdorie.

Het bleek een kwestie van geduld te zijn. Eigenlijk bóór je niet in de schelpen maar slíjp je er een gaatje in. Na drie dagen bikkelen was mijn windgong klaar. En toen diende het volgende probleem zich aan. Want waar láát je zo’n ding? Zo’n ding dat eigenlijk in de categorie ‘meuk-waar-ik-niet-van-houd’ valt? Maar hij móest een plekje krijgen. Alleen al omdat-ie, behalve in de categorie ‘meuk’ inmiddels ook in de categorie ‘bloed-zweet-en-tranen’ viel.

Uiteindelijk vond ik een plekje op het balkon. Tussen de paal op ons balkon en de regenpijp. Daar waar de wind nooit waait. En waar mijn windgong dus roerloos stil hangt te zijn. Bovendien heb ik de schelpjes van groot naar klein geregen. Enorm decoratief. Maar zelfs met windkracht acht zullen ze elkaar nooit raken. Een hele stille windgong dus. 

Maar hé! Ik kan hem aanraken als ik op mijn bankje op het balkon zit. Dus steeds als ik daar zit, laat ik mijn hand langs de schelpjes gaan. En dan klingelt mijn windgong heel gezellig. Dus eigenlijk is-ie best leuk. 

Ik appte een foto naar mijn kind. Met daarna een geintje. ‘Nu ga ik er een voor jou maken. Voor in de tuin van jullie nieuwe huis volgend jaar’. Tot mijn grote schrik appte kind blij terug. ‘Jaaaaa! Ik vind ‘m écht leuk!’

Mochten jullie me kwijt zijn; ik loop op het strand. Schelpen te zoeken. Mét gaatjes. Want dit doe ik niet nóg een keer.

De laatste vakantieweek: project kast.

Worteltjestaart 🥕

De vrijdag dat ik in Groningen was, zou onze nieuwe kledingkast geleverd worden. We waren ineens de enorme, rode, gammele bakbeesten die we hadden beu. Na drie verhuizingen en nog afstammend uit onze smokingdays waren ze niet echt fris meer. Dus kochten we bij Gamma, in een opwelling, twee nieuwe, frisse, witte kasten. 

Terwijl ik in Groningen op het terras zat met dochterlief – taartje nummer drie naar binnen werkend – belde de bezorger. ‘Het is markt in uw straat. Ik kan niet bij uw huis huis komen’. Ik probeerde de beste man uit te leggen dat dat wél kon. Dat hij achterom moest, dat mijn man de achterdeur dan open zou doen en dat hij zo bij de lift kon komen. Maar dat snapte hij niet. ‘En er moet ook iemand helpen dragen’ meldde hij bovendien. Ja, dikke doei! € 50,- bezorgkosten betalen en zelf dragen? Dacht het niet! Bovendien was ik worteltaart aan het eten. En als ik taart eet, heb ik geen zin in gezeur. ‘Neem de boel maar lekker mee terug!’ mopperde ik. En ik at verder.

Twee minuten later – kan een mens nou nooit eens rustig taart eten? – belde de baas van de bezorger. ‘Onze bezorger zegt dat uw man niet thuis is. Alleen uw kinderen zijn thuis.’ Ik ontplofte enigszins en zat meteen óp de kast. De kast die niet geleverd zou worden. ‘Mijn man is slecht ter been. Die is écht wel thuis. Bovendien heb ik maar één kind. En die zit hier nu voor me. Taart te eten. Dus uw bezorger kletst uit zijn nek. Daarnaast gaan wij niks tillen, hè. Neem de boel maar weer fijn mee terug. Ik bel morgen Gamma wel.’ foeterde ik. Dit was zo’n moment dat ik baal van mobiele telefonie. Omdat ik het liefst keihard de hoorn er op gegooid had. 

Om een lang verhaal kort te maken: ik belde Gamma en maakte een nieuwe afspraak voor maandag. Die maandag – de eerste dag van mijn laatste vakantieweek – belde Gamma. ‘Kunnen we de kasten bezorgen?’ Geen probleem; ik was thuis. ‘Brengen ze de boel boven?’ vroeg ik. ‘Ja, hoor!’ antwoordde mevrouw Gamma. ‘Met de bezorgservice gaat het niet lukken. We sturen even twee van onze eigen jongens’. Topservice van Gamma! De kasten werden netjes boven afgeleverd. Met een karretje. Geen probleem. Niks helpen dragen. Ik heb de heren fooi gegeven en uitgelegd waar het lekkerste ijs van het dorp te koop is.

Daarna was ik drie dagen zoet. Maandag met het demonteren van onze oude, enorme Pax-kast. Kwaliteit, hoor. Maar loeizwaar. En dat spul moest allemaal naar beneden gesleept worden. Maar wie niet sterk is, moet een decoupeerzaag hebben. Ik zaagde acht planken van 2.45 meter doormidden en sleepte me alsnog een bult. Want je planken zijn dan wel korter maar je hebt er ook twee keer zoveel. Duh. Dinsdag zette ik de eerste nieuwe kast in elkaar. En woensdag met de tweede. Toen had ik nog twee vakantiedagen over.

Die donderdag hield ik een opruim-sessie hield waar Marie Kondo nog wat van kan leren. Maar liefst zeven (!) vuilniszakken met kleding bracht ik naar de textielbak. En het kostte me geen enkele moeite. Maar dat kwam misschien omdat het niet mijn kleding was maar die van mijn wederhelft. En nee, wees gerust; hij mocht mee beslissen. En hij heeft tot nu toe nog elke dag iets gevonden om aan te trekken. Wat bewijst dat er genoeg kleding over is.

Vrijdag was het eindelijk klaar. Mooie nieuwe kasten, meer ruimte in onze studeerkamer én een uitgezochte garderobe.  Hoe was het ook al weer? Een opgeruimd huis zorgt voor een opgeruimde geest? 

Het laatste weekend van mijn vakantie lag ik voor apegapen op de bank. Met mijn opgeruimde geest. Want de rest van mij was – na vier dagen sjouwen, slepen en schroeven – compleet gesloopt.

Voor en na…

Loungebank 2.0

In ons vorige huisje had ik, op ons ienieminie balkonnetje, een ienieminie loungebankje staan. Loungebank 1.0. Ik was dol op mijn bankje. Maar het in elkaar zetten was zo’n klus geweest dat ik het bankje heb laten staan toen we gingen verhuizen. De stoeltjes en het tafeltje die ik na de verhuizing kocht waren prima maar nooit echt je-van-het. Ik miste mijn bankje. Dus met de lente voor de deur, besloot ik een nieuw bankje te kopen. Afgelopen maandag werd er een grote doos bezorgd met daarin alles wat je nodig hebt om een lekker loungebankje te bouwen.

Ik had natuurlijk geduldig kunnen wachten tot mijn vrije dag met het in elkaar zetten van het bankje. Maar het woordje ‘geduld’ komt in mijn woordenboek niet voor dus ik moest en ik zou op maandagavond laat na het eten mijn bankje nog even in elkaar zetten. Nou ben ik – door al mijn verhuisperikelen – een kei in het monteren van allerlei meubelstukken. Met twee vingers in mijn neus en één hand op mijn rug zet ik – desnoods geblinddoekt – de meubelstukken van bijvoorbeeld de Zweedse meubelgigant in elkaar. En aangezien ik nu ruimte genoeg had om mijn bankje te monteren, zou dat natuurlijk een fluitje van een cent zijn.

Maar toen het een uur later donker werd, had ik pas drie delen van het bankje aan elkaar geschroefd en zat ik te kijken met een raar gevormd verbindingsstuk dat ik met geen mogelijkheid vastgeschroefd kreeg. Teleurgesteld ging ik naar binnen en liet mijn bankje voor wat het was.

De volgende avond ging ik met frisse moed weer aan de gang. Ik ontdekte pas na een klein half uur dat de schroef in het rare verbindingsstuk andersom moest. Toen paste het wel. Daarna moest ik twee panelen in het bankje klikken. ‘Click’ stond er op het plaatje in de handleiding. Dat leek simpel. Maar hoe hard ik ook duwde; er deed niets ‘click. Ik sloeg met de muis van mijn hand. Ik klemde het bankje tegen mijn boezem en probeerde zo de panelen vast te duwen. Ik schopte er tegenaan. Maar geen ‘click’.

Mijn geduld voor die hele week was de avond daarvoor al lang en breed opgebruikt. Dus ik vloog briesend naar binnen en haalde een hamer en een pannenlap. Met de pannenlap ter bescherming tegen het plastic probeerde ik met de hamer de panelen op hun plaats te rammen. Er gebeurde niks, nada, noppes. De enige ‘click’ die ik hoorde was die in mijn hoofd. Toen mijn gezonde verstand weer terug kwam.

‘Wacht!” sprak ik mezelf streng toe. “Zie jij een hamer op de handleiding staan? Nee! Dus waarom sta je dan met een hamer te rammen?” Ik moest aan mezelf toegeven dat dat toch wel een érg goed punt was. Zo moeizaam hoorde het niet te gaan. Ik bekeek mijn losse onderdelen nog eens goed en ontdekte dat ik de verkeerde panelen vast probeerde te klikken. De juiste panelen klikten simpel vast. Net voor het dinsdagavond helemaal donker werd, schroefde ik – mezelf bij lichtend met mijn telefoon – de laatste schroeven vast. Mijn bankje was klaar.

Loungebank 2.0

De dag erna kelderde de temperatuur tot een schrale 10 graden en er waaide een koude wind. Dat bleef de hele week zo. Dit weekend kwamen er zelfs hagelbuien en natte sneeuw voorbij. Van achter het raam kijk ik nu naar mijn bankje. Wat is-ie mooi! Wat zal hij lekker zitten! En ik tel nachtjes. Het wordt beter weer. Echt! Nog twee nachtjes slapen…

Kattenproof balkon.

Toen onze Spike bij ons kwam wonen, waren we het meteen eens. Spike mocht niet naar buiten. Te druk, te gevaarlijk en, eerlijk is eerlijk, onze Spike is gewoon niet zo handig. Destijds hadden we wel een balkon maar dat lag aan de voorkant van het huis, direct aan de galerij. We konden het met geen mogelijk afzetten om voor Spike een veilig plekje te maken. Dus kochten we een grote kattenren zodat Spike tóch buiten kon. Hij vond het heerlijk! Er paste zelfs een tuinstoeltje in. Dus hield ik, ongetwijfeld tot hilariteit van de buren, Spike vaak gezelschap in de ren.

Bij ons tijdelijke mini-huisje zat een mini-balkonnetje dat ik afzette met kattengaas. Oké, het was klein. Maar groot genoeg voor Spike. Hij ontdekte dat hij heerlijk kon liggen op het loungebankje en ik heb heel wat avonden staan smeken of meneer alsjeblieft binnen wilde komen. Hij is zo graag buiten. Tijdens onze huizenjacht beloofde ik Spike dan ook een huis met een groot balkon.

En nu zitten we hier. In ons riante appartement met dito balkon. Prachtig. Ook voor Spike. Er was alleen één probleem. Hoewel we maar één hoog wonen, zag ik mezelf – met mijn hoogtevrees – niet, staand op een keukentrap op het balkon, kattengaas ophangen. Dus piekerde ik me suf hoe ik kon zorgen dat Spike veilig buiten kon, zonder al te veel gedoe.

En toen kwamen mijn broer en schoonzus op visite. Als cadeau brachten ze een bloembak mee om aan de reling van het balkon te hangen. En ineens viel het kwartje. Die bloembak! Dat was de oplossing. Ik plunderde het dichtstbijzijnde tuincentrum, kocht nog tien van die bloembakken en hing het hele balkon vol. 

De bloembakken hangen aan de binnenkant van het balkon, zodat Spike, die al op leeftijd is, niet op de reling kan springen. En zo genieten we met z’n allen veilig van het zonnetje. En van de bloemenzee die inmiddels in de bloembakken groeit. Perfect!