Categoriearchief: Klussen met kijkers.

Grote opruiming.

Ik koop zelden nieuwe kleding. En toch puilde mijn kledingkast uit. Bovendien wilde ik het zo versieren dat ik niet meer hoef te wisselen van zomer- naar wintergarderobe en andersom. En ik heb niet zo’n grote kast dus moest er opgeruimd worden. En drastisch ook! Maar daar ben ik me toch een partij slecht in! Welke methode ik ook probeer; ik kan gewoon geen afstand doen van pluizig geworden truien en verwassen bloesjes.

De Marie Kondo-methode? Die methode waarbij je een item alleen mag houden als je er warme gevoelens bij krijgt? Die werkt niet bij mij want ik krijg overal warme gevoelens bij. Bij dat ene truitje dat ik nooit draag maar wat ik ooit van mijn moeder kreeg. En bij die ene bloes, die ik vaak droeg op mijn werk bij de garage omdat-ie zo netjes stond. Ik heb in 2008 ontslag genomen daar, maar het bloesje heb ik nog. En die grijze trui met die pinguïn er op dan?  Ik houd van die pinguïn! Die kan ik toch niet zomaar weg doen!

Ook de methode ‘Wegdoen wat je een jaar niet gedragen hebt’ werkt bij mij niet. Want die witte bloes is zó leuk! Dat ik hem al twee jaar niet gedragen heb, is gewoon toeval. Dus die moet blijven. En dat ene shirtje is ook nog prima. Het was een rotzomer dus ik kon ‘m gewoon niet aan omdat het te koud was. Volgend jaar ga ik hem vast wél dragen! Mijn geliefde pinguïn-trui heb ik ook al jaren niet gedragen. Die zou ook weg moeten dan. Dat wil ik niet! En zo blijft mijn kast dus vol. 

Ik verzin smoes na smoes terwijl ik diep in mijn hart best wel weet waarom ik eigenlijk geen afstand kan doen van mijn oude kleren. Want ergens in mijn achterhoofd, klinkt een venijnig stemmetje. “En wat als er iets gebeurt? Wat nou als je volgend jaar ineens geen geld hebt om kleren te kopen?”  Het is het stemmetje van vroeger, toen ik het niet zo breed had en heel erg goed op mijn centjes moest letten. Onzin natuurlijk. Zélfs toen, toen ik geen cent te makken had, had ik gewoon kleren om aan te trekken. Dus ik moet me niet aanstellen. Resoluut trek ik de kast leeg en maak drie stapels. ‘Stapel weggooien’, ‘Stapel weggeven’ en ‘Stapel houden’. 

De ‘Stapel houden’ berg ik weer netjes op in mijn kast. Met het nette bloesje uit mijn garage-tijd. Met de lipjes van blikjes (tip!) zorg ik voor wat extra hangruimte. En zelfs mijn sjaaltjes hang ik keurig op met douchegordijnringen (nog een tip!). Met pijn in mijn hart schuif ik  ‘Stapel weggeven’ door naar een nichtje. Niet dat ik het haar niet gun. Maar ik heb gewoon een beetje moeite met afscheid nemen. Als ze appt om me te bedanken, treur ik nog een beetje om mijn pinguïn. “Die is leuk”, appt ze terug. “Die heb ik nu aan!” Ze belooft goed voor hem te zorgen. Dat helpt. Mijn pinguïn is in goede handen en ik heb ruimte in mijn kast. En als beloning voor mezelf heb ik lekker een nieuw bloesje gekocht. 

Het schilderij – deel 3.

Kennen jullie dat verhaal nog van het schilderij dat ik van de verkering kreeg toen ik nog in Breda woonde en zo dol op Amsterdam was? Dat standaardplaatje van die Zweedse firma met die rode fiets en die grachtenpanden? Dat ding dat jaren in de berging stond in Amsterdam omdat het niet in mijn auto paste? Uiteindelijk kwam het goed. Niet dat het schilderij ooit in mijn huis in Breda heeft gehangen. Ik verhuisde naar Amsterdam en hing daar het schilderij op. En toen we naar Heemskerk verhuisden hadden we een verhuiswagen! Daar paste het schilderij makkelijk in. 

Maar nu hing dat ding dus al een paar jaar boven ons bed. En eigenlijk was ik het wel een beetje beu. Maar ja, het is en blijft een lief cadeau natuurlijk. Dat doe je niet zomaar weg. Nou wil het geval dat ik jaren geleden, bij mijn tandarts in Breda, in een tijdschrift een geweldig interieur-idee tegenkwam. Ik was er zó verliefd op dat ik in een onbewaakt ogenblik het artikel uit het blad scheurde en in mijn tas propte. Dat zegt wel wat, want normaal gesproken ben ik een heel braaf meisje. Toch zat het artikel maandenlang in mijn tas, zonder dat ik er iets mee deed. Uiteindelijk heb ik het weggegooid. Ik had het ook niet meer nodig, want het idee zat voor altijd in mijn hoofd.

Dus toen ik echt genoeg had van mijn schilderij, heb ik het – met toestemming van de gulle gever – vakkundig gesloopt. Ik haalde de lijst eraf en de plaat die overbleef, tekende ik zorgvuldig af. Daarna haalde ik mijn beste vriend, de decoupeerzaag, te voorschijn en zaagde het schilderij in vier stukken. En die plakte ik tegen de muur. Et voilá! Nu hebben we een room with a view! Uitzicht op de Brouwersgracht, zonder dat we last hebben van toeristen met rolkoffertjes en rondvaartboten. En nog een voordeel: als we ooit gaan verhuizen, past het schilderij gewoon in de kofferbak. 

 

 

 

Leermoment – het vervolg.

1975 – Ik als bijrijder in de Efteling, met ‘hoe heette hij ook al weer’

Ooit schreef ik een logje met de titel ‘Leermoment’. Over wat je moet als je met je auto te water raakt. Met wat handige tips erbij en een verslag van de oefensessie die mijn dochter en ik deden om via het raampje uit de auto te klimmen. En – heel verstandig – ik kocht een lifehammer voor het geval we ooit een kanaal in zouden rijden.

Die lifehammer was sowieso geen overbodige luxe. Want ik reed destijds in een Fordje Ka met een identiteitscrisis. Mijn Fordje Ka was er heilig van overtuigd dat ze Christine was, de rood-witte 1958 Plymouth Fury uit het boek van Stephen King. Ze deed precies wat ze zelf wilde. Zo liep het klokje op mijn dashboard achteruit en liet ze haar haar groeien. Of ze besloot zomaar ineens dat ik de ramen niet open mocht doen. Dat ik tijdens deze rit geen ruitje ingetikt heb, komt omdat ik met mijn haren vast zat tussen het raam en mijn lifehammer niet bij kon. Want die lag in het dashboardkastje.

En dat is stom, natuurlijk. Het zal je gebeuren, zeg. Dat je het kanaal inrijdt en eerst je dashboardkastje open moet zien te krijgen. En dan je lifehammer moet zoeken, tussen de zonnebrillen, pennen, tankbonnetjes en cd’s. En áls je hem dan eindelijk te pakken hebt, moet je hem nog uit de houder krijgen. Want niet mee zal vallen want inmiddels zal het water wel zo hoog staan dat je natte handen hebt. Maar toch is mijn lifehammer nooit verder gekomen dan het dashboardkastje. En toen we in 2012 een andere auto kochten verhuisde de lifehammer van het ene dashboardkastje naar het andere waar hij dus al jaren ligt te schuiven als ik de bocht om ga.

Gisteren stofzuigde ik mijn auto uit en gaf ik het interieur een sopje. In het dashboardkastje kwam ik hem weer tegen. Mijn lifehammer! En in een verstandige bui heb ik het ding vastgemaakt zoals het hoort. Mooi is anders maar na vijftien jaar zit-ie eindelijk waar-ie hoort. Binnen handbereik! Ik hoop opnieuw vurig dat ik hem nooit nodig zal hebben. Want ik heb geen idee of ik vijftien jaar later nog steeds door mijn autoraampje pas.

Duur lesje.

Toen we in maart 2020 voor het eerst in lockdown gingen, besloot ik al die extra vrije tijd eens nuttig te besteden. Of nuttig? Liever gezegd: leuk! Ik verheugde me er op om eindelijk weer eens tijd te hebben voor een hobby die ik had laten versloffen. Tekenen! Want ik teken graag maar ik heb er te weinig tijd voor.

Ooit bestelde ik een tekencursus bij een of andere thuisstudie-organisatie. Wild enthousiast werd ik van de mooie tekenspulletjes die ik thuisgestuurd kreeg. Zulke mooie tekenspullen had ik nog nooit gehad! Ik bekeek alles uitgebreid en borg mijn nieuwe schatten vervolgens zorgvuldig op in een la. Om ze er nooit meer uit te halen. Ik heb niet één huiswerkopdracht ingestuurd.

Maar tijdens de lockdown zou ik echt weer gaan tekenen! Echt! Ik besloot het serieus aan te pakken en volgde, voor één euro, een proefles bij de Tekenclub. Voor de duidelijkheid: dat is geen club van vieze beestjes maar een site waar je online tekenlessen kunt volgen. Dus met een filmpje van een tekenles op de achtergrond zat ik, voor het eerst in jaren, weer eens te tekenen. Het filmpje bekeek ik eerlijk gezegd amper. Ik luisterde hoe de lerares haar kleuren bij elkaar zocht en deed gewoon hetzelfde. En daarna tekende ik. Zonder naar de les te kijken. Maar ik vond het wel heel zen om terwijl ik zelf zat te tekenen, te luisteren naar iemand anders die ook zat te tekenen.

Een abonnement bij de Tekenclub kost € 10,- per maand. Dan kun je inloggen wanneer je maar wil en allerlei online lessen bekijken. Ik was best bereid dat bedrag aan mezelf te besteden en sloot een lidmaatschap af. En, omdat ik mezelf ken, plande ik elke week een teken-avond in. Die eerste maandagavond volgde ik een online les. En ja, dat was leuk. Ik zat braaf weer een avond te tekenen met het geklets van de juf op de achtergrond. Heel gezellig, zo samen tekenen.

Maar tot mijn grote schande moet ik bekennen dat het daarbij bleef. Ik heb zelfs nooit meer ingelogd. De tekening waar ik mee bezig was, heb ik in mijn uppie afgemaakt in drie avonden. Met het geklets van de televisie op de achtergrond. Dat bleek ook te werken. En toen heb ik mijn abonnement bij de Tekenclub opgezegd. Na dertien maanden en twee lessen. Hopla! € 130,- down the drain.

Een duur lesje. Maar wat heb ik nu geleerd? Dat ik geen tekencursus nodig heb. Want ik kan al tekenen. Ik moet er alleen even voor gaan zitten. Want daar gaat het mis bij mij: Er Voor Gaan Zitten. Ik vraag me af of daar niet een online cursus voor is. Dan meld ik me aan. Meteen!