Categorie archief: Klussen met kijkers.

Loungen.

Bij ons vorige huis hoorde een flink terras. Toch zaten we er amper. Omdat het terras aan de voorkant van het huis lag en Jan-en-alleman langs liep. Bij het poppenhuisje waar we nu wonen, zit ook een balkon. Ongeveer net zo groot als het toilet in het vorige huis maar hé! Het is helemaal van ons en ik zit er graag. Hoewel van riant zitten niet echt sprake was. Het buitenhok van Spike stond op het balkon en daar zat ik meestal op. Bij gebrek aan beter. Maar écht lekker zitten deed dat niet.

Op een zaterdagnacht, toen in slaap vallen niet wilde lukken, lag ik na te denken over het balkonnetje. Als we nu eens het hok van Spike weg deden? En een bankje maakten? Daar zou Spike ook op kunnen liggen. Of zouden er hele kleine loungebankjes te koop zijn? Terwijl Frank niets vermoedend lag te slapen, zocht ik het hele internet af. Alle bouwmarkten, woonboulevards en tuincentra passeerden de revue.

Het kleinste bankje vond ik tenslotte bij (ik had eigenlijk niet anders verwacht) Ikea. Een loungebankje van maar 1 meter 32 breed. Ooit heb ik ons balkonnetje wel eens opgemeten maar zo midden in de nacht kon ik me niet herinneren hoe breed ons balkonnetje eigenlijk is. Het liefst was ik uit bed geslopen om midden in de nacht het balkon te meten maar ik wist me te beheersen.

Toen Frank die zondagmorgen wakker werd, stond ik – nog voor ik mijn eerste kop koffie op had – in pyjama ons balkon op te meten. “Wat doe je?” vroeg Frank. “Spike wil een loungebank” antwoordde ik “dus ik meet ons balkon.” Dat bleek 1 meter 30 breed te zijn. Kak! Teleurgesteld liep ik met de rolmaat rond. Op zoek naar een oplossing. In een helder ogenblik bedacht ik dat de balustrade van ons balkon rond loopt. Nog een keertje meten leverde een score op van… 1 meter 32! Ha! Binnen een uur stonden we bij mijn Zweedse vrienden voor de deur.

Het bankje kopen was zo gepiept. Het naar huis vervoeren viel tegen. De doos waar het bankje in zat, bleek niet in de auto te passen. Hilarisch natuurlijk. Als de doos al niet in de auto paste, hoe kon het bankje dan op ons balkon staan? “Al moet ik het er tussen rammen” gromde Frank, inmiddels net zo vastbesloten als ik, “maar dat bankje komt er.” Op de parkeerplaats van Ikea pakten we het bankje uit en propten de losse delen in de auto. En zo stond ik even later met 15 onderdelen van een bankje van 1 meter 32 breed op een balkon van 1 meter 32 breed.

Het in elkaar zetten was nog best een dingetje. Ik had geen ruimte om het bankje tijdens het monteren te draaien of op zijn kant te zetten. Toen ik, halsbrekende toeren uithalend, alle panelen in elkaar geklikt had, hoefde ik alleen nog maar de 24(!) bijgeleverde schroeven aan de binnenkant vast te schroeven. Dat lukte alleen maar door op het balkon te gaan liggen met het bankje boven op me. Ik kon het niet zien maar ik had het vermoeden dat alle overburen gierend van het lachen mijn capriolen volgden.

Maar het lukte! Na een uur zwoegen stond mijn bankje. Daar zat ik! Op mijn loungebankje! Nu zoek ik alleen nog een tuintafeltje. Een heel kleintje.
Van 10 bij 10 centimeter of zo.

En mocht je denken dat óns balkonnetje nu vol is…
Het kan altijd erger!

Project ‘slaapkamer’

Het plan is om, als ik vakantie heb, de boel hier in huis eens flink op te knappen. Witten, behangen; dat soort klussen. Maar zoals gewoonlijk was ik een tikkie ongeduldig. “Zullen we alvast de slaapkamer behangen?” opperde ik. Frank vond het prima en haalde twee plamuurmessen tevoorschijn. “Het oude behang is er vast zó af” zei ik optimistisch want ik meende me te herinneren dat ik de slaapkamer ‘even snel’ behangen heb toen Michelle hier kwam wonen. Fluitje van een cent dus!

Vol goede moed begonnen we. Maar natuurlijk was het geen fluitje van een cent. Zelf mijn manier van ‘even snel behangen’ geeft schijnbaar een onverwoestbare laag behang. En onder mijn laag behang troffen we nog ander behang aan; van dat heerlijke vezelbehang. Dat behang waar je de bovenkant vanaf trekt, waarna er een laagje houtsnippers op de muur achterblijft. Met daaronder nóg wat lagen behang. Ineens wist ik weer waarom ik het oude behang destijds had laten zitten. We waren met z’n tweeën twee dagen bezig om twee muurtjes schoon te maken.

Op een gewone doordeweekse dag, terwijl ik op mijn werk was, begon Frank aan muur drie. “Dat is écht een fluitje van een cent” riep ik. “Gewoon goed natmaken; er zit granol onder.” Frank kwam vervolgens met het verstandige idee om het granol af te steken zodat we daarna de muur konden behangen. Maar ik – liever lui dan moe – pruttelde tegen. Niet de moeite, te veel rotzooi, laat maar zitten, ik behang er wel gewoon overheen.

Maar toen ik thuis kwam uit mijn werk stond er demonstratief een stuk slaapkamermuur in de woonkamer. Toen Frank het behang van de muur stak, kwam er een stuk granol mee. De vorige bewoner heeft vrolijk over drie lagen behang staan granollen. Het is een wonder dat de muur is blijven staan met al dat gewicht er aan. Maar na twee dagen bikken (dank je wel, schat!) is het granol er af. En een groot gedeelte van de muur zelf, die nu één grote gatenkaas is. En ja, het gaf een enorme rotzooi. Voordeel is wel dat onze slaapkamer nu drie centimeter groter is.

‘s Avonds in bed keken we naar de kale muur en probeerden we patronen te ontdekken in de gaten in de muur. “Ik zie Schotland!” riep Frank blij “Daar links bovenaan!”. “We kunnen het ook zo laten” stelde ik voor “Het is net de Efteling. Misschien wordt het wel een trent; de ruïne-look”. Maar uiteindelijk is dat geen optie. Frank gaat de muur stucen. Of liever gezegd: restaureren! Nog een dag of twee (dank je wel, schat!) en dan kunnen we eindelijk behangen.

Willy Wortel en het douchegordijn.

Wij zijn de trotse bezitters van een badkuip. Heerlijk natuurlijk! Maar we hebben geen aparte douche dus douchen we staand in de badkuip. Dat lukt allemaal prima. Alleen heb ik regelmatig ruzie met het douchegordijn.

Het douchegordijn hangt in de badkuip en sluit nooit netjes aan bij de muur waardoor de vloer van de badkamer kletsnat wordt tijdens het douchen. Ik probeer dat probleem altijd op te lossen door de fles douchegel van Frank op het douchegordijn te zetten dat over het randje van de badkuip hangt. Waarom de douchegel van Frank? Omdat ik de mijne nodig heb natuurlijk!

Een echt waterdichte oplossing is dat ook niet. Eén tikje tegen het douchegordijn en de fles douchegel valt van het randje in de badkuip. Bij voorkeur op mijn tenen. Terwijl ondertussen het douchegordijn op een kier staat en de badkamervloer nat wordt.

Natuurlijk is een probleem pas een probleem als je er een probleem van maakt. Frank heeft nergens last van. Die maakt gewoon fluitend de badkamervloer droog na het douchen. Maar ík vind het hoogst irritant. Natuurlijk is de oplossing simpel; als ik gedoucht heb, kan Frank bést de badkamervloer droogmaken. Maar in de praktijk blijkt dat helaas niet altijd haalbaar.

En toen kon Frank, mijn eigen Willy Wortel, mijn geworstel met het douchegordijn niet langer aan zien. Of misschien kreeg hij gewoon genoeg van de harde klap waarmee zijn douchegel iedere morgen, als hij nog slaapt, in de badkuip klettert. Gevolgd door mijn hartgrondige gevloek. “Ik verzin wel wat” beloofde hij.

De volgende dag prijkte er een magneetje op de rand van de badkuip.
Hoe simpel kan het zijn? Het werkt als een speer! Een simpel magneetje en het douchegordijn blijft perfect op zijn plaats!

En het is nog een rood magneetje ook. Hij past perfect bij de rode badmat en de rode handdoeken. Want mijn Willy Wortel is niet alleen slim; hij heeft ook gevoel voor design!

Yolo!

Mijn moeder (82) wilde een nieuw behangetje in de keuken. Dus vertrokken Michelle en ik vanmorgen al vroeg naar Breda om te klussen. Eenmaal aangekomen bij mijn moeder bleek dat ze eerst nog op pad wilde om een lampje voor onder de keukenkastjes te kopen. Dus vertrokken we samen naar de bouwmarkt terwijl Michelle in de tuin van het zonnetje genoot.

Bij de bouwmarkt kocht mijn moeder een lampje en twijfelde vervolgens of ze ook een paar van die leuke solar-lampjes voor in de tuin zou kopen. “Ach” zei ze “Je leeft maar een keer!” en legde een paar lampjes in het mandje op haar rollator. “Yolo!” riep ik.

Mijn moeder snapte daar niks van en ik legde uit dat “Yolo” de afkorting is voor “You only live once” en dat met name de jeugd graag “Yolo!” roept. “Moet je dadelijk maar eens tegen Michelle zeggen!” opperde ik. Onderweg terug, in de auto, oefenden we een paar keer. “Yolo!” riep mijn moeder blij. “Yolo! Yolo! Yolo!”

Bij haar thuis aangekomen lieten we de solarlampjes aan Michelle zien. “Eigenlijk had Oma ze niet écht nodig, maar ja…” zei ik tegen Mich en stootte veelbetekenend mijn moeder aan. Die haalde diep adem en riep keihard “Yomo!”