Categorie archief: Me, myself and I

Kerst 2018

 

“Wat doe je met Kerst, mam?” vroeg ik. Maar eigenlijk wist ik het antwoord al. Mijn moeder is 87, slecht ter been en sinds kort vaste klant bij Tafeltje-Dekje omdat dat toch wel heel makkelijk is. Dus Mam deed niks met Kerst, behalve visite krijgen en koffie met gebak serveren. Ineens bedacht ik dat het wel leuk zou zijn om toch bij mijn moeder te gaan eten. 

Een Kerstdiner met haar favoriete gerechten, door mij gekookt, in haar eigen keuken. Dus niks aparts want daar houdt ze niet van. Gewoon tomatensoep vooraf, daarna gekookte aardappeltjes en sperziebonen met spek, voor de liefhebbers nog wat broccoli en bloemkool met een sausje en – omdat het Kerst is – rollade. En als toetje het nagerecht dat mijn moeder vroeger altijd maakte. Elk jaar opnieuw: pudding-met-koekjes. Naar ons eigen, befaamde familierecept! 

De hele Kerstavond stond ik in de keuken. Ik braadde de rollade terwijl ik tomaten-paprikasoep maakte en kerst-sterretjes van geitenkaas uitstak. Daarna maakt ik pudding-met-koekjes. Zonder recept; gewoon zoals ik het mijn moeder al mijn hele leven heb zien doen. Biscuitjes in een schaal, laagje custardpudding, laagje hagelslag en dat dan drie keer. Daarna opstijven in de koelkast en serveren met – volgens familietraditie – fruitcocktail uit blik en slagroom.

Eerste Kerstdag arriveerden we bij mijn moeder. Michelle en Robby, Frank en ik en – vrij last minute – schoof ook één van mijn broers nog aan. Ik was bepakt en bezakt, want ik weet dat mijn moeder – die dus amper meer kookt – een ieniemienie pannensetje heeft waar hooguit twee aardappeltjes in kunnen. Dus behalve mijn braadpan met rollade en mijn schaal met pudding met koekjes had ik ook drie pannen mee genomen. 

Na het uitdelen van de cadeautjes was het tijd om te gaan koken. Mijn moeder zag kans ongezien haar keukentje in de sluipen en een kilo aardappelen te schillen. Maar Mich dopte de boontjes zodat ik alleen nog maar de broccoli en bloemkool schoon hoefde te maken. Daarna kon ik aan de slag.

Het was lastig. Een klein keukentje met een elektrische kookplaat met vier pitten. Ik warmde de rollade op en kookte een pan aardappelen, een pan bloemkool/broccoli én een pan sperziebonen. Het fornuis was vol. Maar ik moest ook nog een sausje maken voor de bloemkool en de broccoli én de bonen in spek rollen en aanbakken. Help! 

Aardappelen afgieten en op die pit de saus maken maar. Mich assisteerde ondertussen met sperziebonen inpakken terwijl ik in etappes soep opwarmde in de magnetron. Toen we de boontjes met spek wilden aanbakken, ontdekten we dat mijn moeders koekenpan zo klein is dat ook dat in etappes moest.

Terwijl de aardappels koud werden, serveerden we soep in grote kop en schotels omdat mijn moeder geen soepkommen heeft en bakten we in drie keer de boontjes. De soep was inmiddels ook lauw en niemand zag dat de geitenkaas in de vorm van Kerststerretjes was. Maar alles ging op; het smaakte!

Bij gebrek aan sauskom gooide Michelle de groentensaus – die bijna aanbrandde want elektrische pitten blijven lang warm – snel in een beker.  We verdeelden de tweede gang van het diner over vier grote borden. Met een bot broodmes probeerde ik de rollade aan te snijden waardoor het ding compleet uit elkaar viel. Ik gooide op ieder bord een stuk rollade en diende op. Het zag en niet uit maar het smaakte prima. Of zoals mijn verstandige dochter opmerkte: “Daar waar het heen gaat, ligt geen kleedje.” Michelle en ik aten van ontbijtbordjes omdat we niet meer grote borden hadden. Ook deze gang ging schoon op.

Daarna zette ik vol trots mijn schaal pudding-met-koekjes op tafel. Het hele Kerstdiner was tot nu toe één grote ramp geweest en de keuken van mijn moeder zag eruit of er een bom ontploft was. Maar dit dessert was het hoogtepunt! De pudding-met-koekjes volgens jarenlange familie traditie! Iedere Kerst, iedere Pasen had ik gezien hoe mijn moeder pudding-met-koekjes voor ons maakte. Schalen vol! Trots dat ík nu het befaamde dessert gemaakt had, schepte ik zes gebaksbordjes vol en verdeelde er fruitcocktail over. Nog een toef slagroom et voila! Opgelucht ging ik zitten. Dit kón niet mis gaan!

We aten drie minuten zwijgend ons dessert. Toen zei mijn broer: “Lekker, zeg! Ook zonder jam.” Boven mijn bordje met mijn lepel halverwege mijn mond staarde ik hem verbijsterd aan. “Jam?” stamelde ik. “Ja”, zei mijn broer. “Er moet jam tussen. Koekjes-jam-custard-hagelslag. En dan drie keer.” Vragend keek ik naar mijn moeder. “Ja. Er moet jam tussen.” bevestigde mijn moeder. “Maar zo is het ook lekker, hoor!”. “Ja, joh!” troostte mijn broer. “Met ook nog jam erbij is het wel heel erg zoet.” 

Ik heb de neiging weerstaan om kinderachtig stampvoetend naar mijn kamer te rennen. Vooral omdat ik me net op tijd realiseerde dat ik al een jaar of 30 geen eigen kamer meer heb daar. Ik heb alleen maar uitgeroepen “Jullie vertellen mij ook nóóit iets!”  Ik voelde me weer typisch de jongste van zes kinderen. De kleinste. Ik hoor het ze zeggen: “Ach.. Laat haar maar…”. En “Ach… Ons Nicoletje, ze is ook nog zo klein”. 

Kerst 2018. Nu al onvergetelijk. Omdat het zo vreselijk gezellig was. Omdat we tranen met tuiten gelachen hebben. Omdat het eten best smaakte. En omdat ik – eindelijk! – het complete familierecept van pudding-met-koekjes ken! Met jam, jongens. Met jam! 

Fijne feestdagen allemaal! 

 

Cats- The musical

Michelle in haar Cats-outfit – met onze Toby

Zo’n twintig jaar geleden kreeg mijn – destijds zesjarige – dochter van haar tante Tina een videoband cadeau met daarop de Engelstalige versie van de musical Cats. Michelle, die altijd al dansend en springend door het leven ging, was stapelgek op die videoband. Fantastisch vond ze het. De muziek, de dans, de katten. 

Ze vond het zó fantastisch dat ze voor de tv mee danste met haar favoriet; de witte kat. En bij voorkeur deed ze dat in haar speciale Cats-outfit. Een witte broek, een wit shirt en een witte boa als staart om haar middel gebonden. Twee witte sokjes om haar handen maakten het geheel compleet. 

Ze was zó enthousiast dat ze iedereen die kwam spelen overhaalde om mee te doen. De videoband werd grijs gedraaid en ik zag neefjes, nichtjes en talloze vriendjes en vriendinnetjes door de kamer hupsen. Sommigen hadden talent, sommigen bakten er niks van. Maar ze deden allemaal mee. Met sokken aan hun handen en soms – als ultiem hoogtepunt – door mij geschminkt als kat.

Maar Michelle werd groter en de Cats-videoband raakte op de achtergrond. In plaats van dansen, ging ze turnen. Groot was de vreugde toen ze voor het eerst een vrije oefening op vloer moest doen en tussen de vloermuziekjes de tune van Cats ontdekte. De keuze was snel gemaakt en weer zat ik volop in de Cats-muziek. 

Daarna hield de Cats-periode echt op. Er kwamen nieuwe vloeroefeningen met andere muziek. Er kwam een studie, een vriend, een huis, een baan en een hondje. Dochterlief is groot geworden. Ze is 26 inmiddels. Maar toen we hoorden dat de Londense cast van Cats in Amsterdam op kwam treden, waren we er als de kippen bij. We reserveerden kaarten. Natuurlijk!

Hoewel het eigenlijk een moeder-dochterding was, bleek schoonzoon Robby ook mee te willen. Dus gingen we gisteren met z’n drieën op stap. Naar de musical Cats. 

Na het zien van de voorstelling kan ik een paar conclusies trekken:

Ik herkende de katten. Ik herkende de liedjes. Maar daar hield het wel mee op. Het verháál van Cats zag ik eigenlijk pas tijdens deze voorstelling. Daaruit maak ik op dat ik de videoband van destijds nooit bewust gekeken heb. Waarschijnlijk gebruikte ik die als een soort bezigheidstherapie voor mijn kind. Terwijl zij door de kamer danste, werkte ik waarschijnlijk een strijk weg. Of sopte ik de badkamer. Of ik deed een tukkie. Dat kan ook.

We mogen schoonzoon Robby erg graag. Maar dat-ie, geheel vrijwillig, met zijn vriendin én haar moeder mee ging naar Cats en het nog leuk vond ook levert hem extra bonuspunten op. Aansluitend had-ie met vrienden nog een of ander feestje met dj’s en bier en zo. Ik hoop dat het leuk was. Hij heeft het verdiend!

En last but not least: 

Hoe leuk is het dat je volwassen dochter – met vriend, baan, huis en hond – nog net zo blij naar deze voorstelling kijkt als naar Sneeuwwitje of Disney-on-Ice toen ze vijf was? Met nog steeds datzelfde blije snoetje. Alsof er geen twintig jaar voorbij gegaan zijn…

Foto-momentje bij de Cats-posters

Wij vonden het een geweldige voorstelling. Maar wij hebben natuurlijk mooie herinneringen aan Cats wat het voor ons extra speciaal maakte. Ik vroeg me wel af of de voorstelling goed te volgen is voor kinderen. De voorstelling is in best ingewikkeld Engels. De vertaling – op een scherm boven het toneel – was niet denderend. Aan de andere kant; mijn kind vond het ook prachtig destijds. En als je van zang en dans houdt, is het zeker een aanrader! Kattenliefhebber zijn is een pré, geen must.

Foutje.

Lang voordat ik Vriendjelief leerde kennen, had ik een ander vriendje. Ik leerde hem via een toenmalige collega kennen en al snel werden we een setje. Hij was een bijzonder vriendje. Niet alleen omdat hij meteen dikke vriendjes werd met mijn destijds vijfjarige dochter maar ook omdat hij – na een auto-ongeluk toen hij begin twintig was – volledig blind is.

Zijn blindheid was niet de reden dat we uiteindelijk na ruim vijf jaar uit elkaar gingen. Het was meer iets met zijn wilde haren en mijn voorkeur om met een boek op de bank te zitten. Een combinatie die niet echt wilde lukken. Dramatische ruzies hebben we gehad. Maar we hebben ook enorm veel lol gehad. 

Hilarisch waren de wandelingen op zondag. Michelle, een jaar of zes oud, die vrolijk riep: “Berry! Berry! Mag ik met je stok?” En zo wandelden we dan met z’n drieën door de stad. Bernard met zijn blindengeleidehond aan het tuigje en Michelle met zijn blindenstok, serieus voor zich uit tikkend. Geschrokken keken voorbijgangers naar ons! Je zág ze denken ‘Oh, jeetje. Het is vast erfelijk. Wat erg!’

Hilarisch was ook die ene avond dat Bernard en ik op stap waren geweest en we met de taxi naar zijn huis gingen. Bernard noemde zijn adres en de taxichauffeur merkte op dat Bernard om de hoek van de Bernard de Wildestraat woonde. De chauffeur vond dat erg grappig. Bernard de Wilde, haha.

Het zette Bernard aan het denken. Met een paar biertjes te veel op besloot hij dat het óntzettend lollig zou zijn om het straatnaambordje van de Bernard de Wildestraat te jatten om het vervolgens in zijn woonkamer aan de muur te hangen. Bernard die – ondanks zijn handicap – uit gaat, naar de sportschool gaat, klust en zelfs auto’s repareert, draaide zijn hand niet om voor het losschroeven van een lullig straatnamenbordje. Dus eenmaal thuis, stopte hij een steeksleutelsetje in zijn zak en ging hij fluitend op pad. Met zijn hond, want die moest toch uitgelaten worden.

Ik bleef binnen. Ten eerste omdat het koud was. Ten tweede omdat ik te braaf ben voor dat soort acties. Straatnaambordjes jatten mag niet. Zelfs niet als je eigen naam er op staat. Dus keek ik laf toe hoe Bernard met zijn hond en zijn steeksleutels in het donker verdween.

Zenuwachtig stond ik voor het raam te wachten. Ik wachtte tien minuten. Ik wachtte een kwartier. In gedachten zag ik al voor me hoe mijn arme blinde vriendje gearresteerd zou worden en in een koude cel zou belanden. Terwijl ik, na twintig lange minuten, net stond te bedenken wat in dat geval in hemelsnaam zou moeten doen, zag ik het illustere duo weer aan komen lopen. Goofy, Bernards hond, huppelde vrolijk met Bernard mee. 

Juichend kwam Bernard binnen. “Kijk dan! Ik heb ‘m! Ik heb ‘m!” riep hij. Trots draaide hij het bordje, zodat ik de letters kon lezen. In zijn handen hield hij een straatnamenbordje. Met daarop de tekst ‘Tilman Suysstraat’.

Later bleek dat op het betreffende paaltje, op de hoek van de Bernard de Wildestraat, twee straatnaambordjes zaten. Eén voor de Bernard de Wildestraat en één voor de Tilman Suysstraat. Bernard heeft nooit meer de moeite genomen om het juiste bordje te jatten.

Primeur!

Doelloos dwaal ik door de gangpaden van de supermarkt. Op zoek naar inspiratie voor het avondeten van morgen. Door omstandigheden, lange werkdagen en tijdgebrek hebben we de afgelopen dagen te makkelijk gedaan. Eten bestellen, diepvriespizza’s en kant-en-klaar-maaltijden. Morgen gaat er gekookt worden! Maar wat?

“Boerenkoolstamppot” denk ik ineens. Dat hebben we deze herfst nog niet gegeten. Aardappelen heb ik nog. Ik vis een chorizoworst uit het schap, want – dit is een gratis tip – chorizo door de boerenkool is lekker! En dan een beetje chilisaus er over. Geloof me; zalig!

Speurend sta ik even later voor de diepvriesvitrine. Want boerenkool – en spinazie – haal ik altijd uit de diepvries. Vroeger had je diepvries-boerenkool in de vorm van een baksteen. Omdat ik altijd en eeuwig vergat de boerenkool de dag ervoor uit de vriezer te halen, stond ik een half uur boerenkool te ontdooien. Maar tegenwoordig heb je deelblokjes! Zo handig! Speciaal uitgevonden voor mensen met haast. Zoals ik. Even in de magnetron. Ping! Gekookte aardappeltjes er door stampen. Beetje boter. Chorizo erdoor. Klaar!

Ik tuur in de diepvriesvitrine maar ik zie alleen spinazie. Veertig soorten. Huismerk. A-merk. Met een bloepje room, zonder bloepje room, met Boursin, met feta. Maar geen boerenkool. De boerenkool is op. Koortsachtig denk ik na. Heb ik morgen tijd om een andere supermarkt in te lopen? Of deze? Waarschijnlijk vullen ze vanavond de voorraad diepvriesboerenkool weer aan.

Tot ik ineens een geniale ingeving krijg. Wacht eens… Boerenkool… Da’s toch groente? Van dat spul dat op het land groeit? Ergens. Iets met boeren. En akkers en zo. Of in een kas? Nee, niet in een kas. De vorst moet er overheen, toch?

Op de groente afdeling vind ik zowaar boerenkool. Groene frummels in een zak. Waarom koop ik eigenlijk nooit verse boerenkool? Geen idee. Nu ik er over nadenk, realiseer ik me dat mijn moeder altijd diepvries kocht. Geen idee waarom. Maar ik heb haar gewoonte klakkeloos overgenomen.

Even later sta ik bij de kassa. Primeur!
Ik ben Nicky, ik ben 49 en ik heb voor het eerst verse boerenkool gekocht.