Categoriearchief: Me, myself and I

Over het hondenspeeltje en moeilijke woorden.

De opzichter

Voor zover ik weet, lezen er hier geen kindertjes mee. Maar voor de zekerheid zeg ik het toch maar in kleine lettertjes: Sinterklaas bestaat niet. En het was ondergetekende die er een jaarlijkse traditie van heeft gemaakt om de kinderen te verrassen met een Sinterklaasgedicht. Hoewel van een verrassing nauwelijks meer sprake zal zijn. Het is inmiddels een terugkerend item geworden om een terugblik op het afgelopen jaar in rijm samen te vatten. Met een klein cadeautje erbij. Voor Michelle en voor Robby.

En meestal doe ik er ook een kluifje of iets anders lekkers bij voor hun hondje Nanook. Nou is die laatste een beetje van de leg op het moment. Soms eet ze dagenlang niet en ze moet regelmatig spugen. Op advies van de dierenarts krijgt Nanook nu speciaal voer om te bekijken of er misschien sprake is van een of andere allergie. En ze mag dus niets anders eten. Geen kluifjes, geen snoepjes. Helemaal niks. Ze mag echt alleen haar dieetvoer eten. Dus besloot ik dan maar een speeltje te maken voor haar.

Voor een ander projectje ben ik momenteel aan het breien met repen stof die ik knipte van een fleecedeken en dat bracht me eigenlijk op het idee om een hondenspeeltje te maken van fleecestof. Maar hoe dan? Internet bracht uitkomst natuurlijk. Typ “hondenspeeltje” en “fleece” in op Google et voilá! De keuze was snel gemaakt. Het zou een floskoord worden.

Onder toeziend oog van onze Spike knipte ik drie stroken fleece van zo’n vier centimeter breed van verschillende kleuren en legde in het uiteinde een knoop. Op Youtube vond ik vervolgens filmpjes waarin voorgedaan wordt, hoe je zo’n touw maakt. Hoewel ik best wel handig ben, kreeg ik het niet voor elkaar om die filmpjes na te doen. Ik snapte er geen bal van.

Tot ik me ineens de Scoubydou-touwtjes herinnerde die Michelle als kind had. Ik ben altijd al dol geweest op knutselen dus ik was zo’n moeder die vrolijk mee papiermachéde, knipte, plakte en vouwde. En ook scoubydouen had ik wel gedaan. Dit was het zelfde principe natuurlijk.

Met een Scoubydou-plaatje naast me ging ik aan de slag. Ik plakte de knoop van de fleecestroken met plakband aan mijn bureau vast en legde de stroken elk een andere kant op. Daarna was het even wennen want het is zeker twintig jaar geleden dat ik voor het laatst scoubydoude. Maar ik had al snel de slag weer te pakken en de kleur van de fleecestroken en de volgorde waarin ik ze knoopte werden een soort rustgevende mantra in mijn hoofd.

Groen over grijs, grijs over groen, oranje over grijs en onder groen door. Knoopje voorzichtig aantrekken. Zennnn…. En weer: groen over grijs, grijs over groen, oranje over grijs en onder groen door. Zennnnn…

En zo scoubydoude ik verder, tot het touw de gewenste lengte had. Ik legde een knoop in de onderkant en daar was-ie dan! Had ik toch maar mooi even een hondenspeeltje gescoubydoud!

Achteraf snapte ik niet dat het me in eerste instantie niet lukte om zo’n touwtje te knopen. Toen ik eenmaal de slag te pakken had, was het eigenlijk reuze simpel. Simpeler in elk geval dan het vervoegen van het werkwoord Scoubydouen. Ik ben blij dat ik niet aan macrameeën doe. Je zal daar toch een blog over moeten schrijven, zeg…

Dank u, Sinterklaasje!

Sinterklaasgedicht 2020

Sinterklaas 1994

Lieve Michelle en Robby,

Het is inmiddels een echte traditie;
hier is jullie Sinterklaasgedicht, de 2020-editie.
Om 2020 kort samen te vatten wordt een klus
want heel 2020 was één groot circus.

Wat we nooit hadden kunnen voorzien
was hoe raar alles werd door Covid 19.
Robby had nét zijn flat te koop gezet
toen er ineens heel veel mensen waren besmet.

En toen half Nederland terugkwam van wintersport
hadden we ineens ziekenhuisbedden te kort.
De premier van ons land en een tolk met duidelijke gebaren
vertelden over maatregelen die niet misselijk waren.

Scholen werden gesloten en iedereen werkte opeens thuis
Bejaarden zaten eenzaam en alleen in hun verzorgingstehuis.
De horeca, theaters en sportscholen moesten hun deuren sluiten
en iedereen hield afstand van elkaar, zelfs buiten.

We waren bang dat Robby’s flat in prijs zou zakken
maar hij wist gelukkig een flinke winst te pakken.
De papieren werden getekend en de centjes kwamen binnen.
En jullie konden aan een nieuw avontuur beginnen.

En terwijl het hele land in lockdown zat
verhuisden jullie naar een andere stad.
Omdat iedereen afstand moest houden door dat virus
was de verhuizing een enorme kl*te klus.

Het was soms heel erg zwaar
maar samen kregen jullie het voor elkaar.
Met de dingen die jullie niet zelf deden, ging nogal wat mis.
Het bezorgde jullie de ene na de andere ergernis.

Want terwijl jullie weken schroefden aan de vlonder
was er ondertussen nogal wat gedonder.
Zo vernielden de vloerenleggers jullie muren
en moesten de stukadoors opnieuw gaan schuren.

De kapotte bank moest vier keer heen en weer.
En ook de gordijnen hingen niet in één keer.
Zelfs met het prachtige bad wilde het niet in een keer lukken;
want van de waterleiding ontbraken hele stukken.

Ondertussen werkte Robby bijna het hele jaar thuis.
Michelle moest wel gewoon naar de oudjes in het tehuis.
En bij elke loopneus, elk hoestje of kuchje dat ze had,
kreeg ze weer een wattenstaaf in haar neusgat.

Lekker ver op reis gaan, zat er dit jaar ook niet in.
maar ach, jullie hadden het thuis wel naar jullie zin.
In jullie vakantie gingen jullie toch maar met de auto op pad.
Voor code oranje uit, van land naar land, van stad naar stad.

Polen, Oostenrijk en Tsjechië kwamen voorbij.
Allemaal mooi, allemaal geweldig en jullie waren blij.
Want om er even lekker samen tussen uit te zijn
was na het vele klussen toch wel heel erg fijn.

In het najaar was het ook weer feest
Want Robby kwam in een elektrische auto aan gesjeesd.
Met die mooie bak van de zaak onder jullie kont
reden jullie klimaatneutraal het halve land weer rond.

En zo werd 2020 een jaar om nooit te vergeten
en zullen jullie het over 50 jaar nog haarfijn weten.
Want 2020 was gek, vermoeiend, druk en raar.
Maar was toch ook wel een heel bijzonder jaar.

En 2021 wordt vast ook om nooit te vergeten
want Michelle gaat terug naar school, moet je weten!
Het is verdorie toch echt niet mis
dat ze straks een echte GZ-psychologe is.

En rond jullie huis is ook nog genoeg te doen
want in de tuin moet nog een beetje groen.
Die grasmat ligt nu al een tijdje binnen.
Sint hoopt dat jullie snel buiten kunnen beginnen.

Met gras leggen en borders maken
zullen jullie je best wel vermaken.
En daarna lekker zonnen op jullie eigen vlonder!
Dat is toch wel heel erg bijzonder.

De problemen met het bad zijn nu ook bijna voorbij
en hopelijk genieten jullie straks van ’t badderen, allebei.
En om daar nog een beetje extra van te genieten
is hier een kleinigheid van Sint en zijn Pieten.

Parels, schuim en bubbels in allerlei lekkere geuren.
Je kunt het allemaal in je badwater pleuren.
En dan is het relaxen geblazen in het warme water
Problemen bewaar je gewoon voor later.

En onderin dit pakket zit nog een kleinigheid.
Dat is voor Nanook, jullie kleine meid.
Ze is niet genoemd in dit rijm en dat is raar.
Want Sint houdt echt heel erg veel van haar.

Dus Sint gaat die lieve Nanook echt niet vergeten.
Maar hij weet dat ze niet zomaar alles meer mag eten.
Daarom knutselde hij als lief gebaar
helemaal zelf een hondenspeeltje in elkaar.

De Sint stuurt jullie een groet en een virtuele zoen
Daar moeten jullie het dit jaar helaas mee doen.
Verder wenst hij jullie fijne feestdagen en een mooie tijd
met ondanks corona toch veel gezelligheid.

Liefs, Sint en Pieten

Uncle Bob is geen held.

Ergens tijdens de eerste lockdown besloot ik een voorschot te nemen op het vakantiegeld dat ik door Corona niet in Dublin uit zou geven. Ik kocht een zoomlens voor mijn camera. Ik had te vaak leuke beestjes gezien in de verte die ik met mijn gewone lens niet kon fotograferen. Bovendien had ik op de Facebookgroep van mijn dorp prachtige close up-foto’s gezien van een van de Schotse hooglanders hier in de duinen waarbij de maker verklapte dat hij een zoomlens gebruikt had. Dat wilde ik ook!

En verdorie, zeg! Wat een leuk speelgoed is zo’n lens! Ik fotografeerde lammetjes waarbij ik de wimpertjes kon tellen. Een zwaan met waterdruppeltjes. Een zeemeeuw op een zomerse avond. En ik leefde me uit bij het wrak van de Vrijheit dat hier voor de kust ligt. Maar zo’n machtige Schotse hooglander-kop mooi op de foto krijgen, is nog steeds niet gelukt, ondanks het feit dat ‘struinen door de duinen’ mijn nieuwe hobby is.

Prachtige dieren zijn het! Ik vind ze geweldig! En ik fiets er zonder problemen tussendoor. Maar dan afstappen en teruglopen… Daar word ik toch een beetje nerveus van. Het zijn die grote horens op hun hoofd, denk ik. En misschien ook het feit dat ik op rustige dagen de duinen in ga. Dan sta ik daar dus moederziel alleen in de duinen, vlak bij vier (of meer) van die enorme beesten. En wie gaat er dan 112 bellen als ik op de horens genomen word?

Dus parkeer ik mijn fiets, pak ik mijn camera en terwijl mijn knietjes lichtjes beginnen te trillen loop ik naar zo’n enorme Schotse hooglander toe. Door mijn zoomlens kijken, naar zo’n geweldige kop, houd ik maximaal tien seconden vol. Daarna kijk ik over mijn camera heen om te checken of die machtige kolos in werkelijkheid nog steeds ver weg is. Want door mijn zoomlens lijkt het alsof we neus aan neus staan. Dus moet ik steeds opnieuw beginnen met fotograferen.

Ondertussen doen die beesten niks, hè. Ze staan gewoon te grazen. Ik kan het geluid inmiddels dromen en ik heb er massa’s foto’s van. Maar ik wil juist een close up van alleen zo’n imposante kop terwijl zo’n beest recht in de lens kijkt. Dus ik sta daar, vijf meter van zo’n enorm beest vandaan, haal diep adem en kijk – voor de veertigste keer – door mijn lens. En dan heb ik het een partij druk, joh! Ik probeer scherp te stellen, een mooie compositie te kiezen en mijn knieën stil te houden en ondertussen draaien mijn hersens overuren.

Want ik probeer me de fotografietips te herinneren die Liesbeth me mailde maar in mijn brein is alleen plaats voor de tip die ze mee gaf over hooglanders. “Maak je groot als ze op je af komen”. Die tip vult in hoofdletters mijn hele hersenpan. Er is geen ruimte voor iets anders. En ergens daar tussendoor probeer ik ook nog, als een echte Crocodile Dundee, zo’n Highlander mijn wil op te leggen. ‘Kom op, schatje!’ fluister ik ‘Til je kop op! Kijk eens naar me!’

Wanneer zo’n beest dan eindelijk doet wat ik wil, me aankijkt en we eindelijk oog in oog staan, via mijn zoomlens gruwelijk dichtbij, druk ik af en zijn mijn foto’s bewogen. Omdat ik wéér niet koelbloedig stil kan blijven staan. Dat het me laatst uiteindelijk lukte om een close up te maken, kwam doordat zo’n lieve schat vlak bij een wildrooster stond. En ik aan de andere kant ervan. Maar echt spectaculair werd dat plaatje ook niet. Nooit geweten dat je om te kunnen fotograferen ook dapper moet zijn.

Met wat meer afstand tussen mij en de Schotse hooglanders gaat het iets beter. Dan blijf ik koelbloedig staan. En dan werkt zo’n Schotse kolos even heerlijk mee. En dan heb ik ineens tóch een leuk plaatje. En die mooie close up van zo’n machtig mooi kop? Dat komt nog wel een keer. Ooit.

Familierecept.

Jaren geleden las ik een verhaal over een familierecept voor het bereiden van rollade. Het recept ging als volgt: ‘Snijdt de kontjes van de rollade. Smelt een ruime hoeveelheid boter in de pan. Laat de boter goed heet worden en bak de rollade rondom bruin. Zet nu het vuur lager, voeg water toe, doe het deksel op de pan en laat de rollade in 90 minuten gaar worden op laag vuur’.

Toen de dochter van deze familie op zichzelf ging wonen, kreeg ze het recept mee van haar moeder, die op haar beurt weer van háár moeder geleerd had hoe ze een rollade moest braden. Jaren gingen voorbij en moeder en dochter bereidden hun rollades volgens het recept van Oma. Niks mis mee, het was een prima recept.

Maar toen de kleindochter op een dag bij haar oma op bezoek was, had ze toch een vraag over het recept. ‘Oma, waarom moet je eigenlijk de kontjes van de rollade snijden voordat je hem gaat braden?’ vroeg ze. Oma keek haar verbaasd aan. ‘Kind! Dat hoeft helemaal niet. Ik had maar een klein braadpannetje. Als ik de kontjes er niet af sneed, paste de rollade niet in mijn pan’.

Ik vond het een prachtig verhaal. En nu blijkt dat wij zo’n zelfde verhaal hebben. Ons familierecept voor het koken van aardappels. Ik leerde aardappels koken van mijn moeder. Schil de aardappelen. Snijd ze in de lengte door. Vul de pan met aardappelen met water tot de aardappelen nét onderstaan. Breng ze aan de kook met wat zout, zet het vuur lager en laat de aardappelen 20 minuten koken met de deksel schuin op de pan.

Ik begrijp best dat je de aardappelen in gelijke stukken moet snijden zodat ze ongeveer even groot zijn. Anders zijn ze niet allemaal tegelijk gaar. Maar waarom je aardappels in de lengte door moet snijden? Ik doe het. Al jaren. Maar ik heb geen idee waarom. Dus vroeg ik het laatst toch eens aan mijn moeder. ‘Mam, waarom moet je aardappelen in de lengte doormidden snijden voor je ze gaat koken?’ Waarop mijn moeder antwoordde: ‘Geen idee. Mijn moeder deed het altijd zo.’

Ik kan het mijn oma niet meer vragen. Ze werd geboren in 1894. Ze trouwde met mijn opa en bracht zes zonen en drie dochters groot. Uit de verhalen van mijn moeder maak ik op dat ze een lieve vrouw was, die alles deed voor haar kinderen. ‘Als een van de jongens zijn sokken boven had liggen, ging zij ze halen’ vertelde mijn moeder hoofdschuddend. Voor dag en dauw stond mijn oma als eerste op om de kachel aan te steken zodat het lekker warm was als haar man en kinderen opstonden. Toen ze overleed, pas 64 jaar oud, zei de pastoor: ‘Ze verdient een stoel in de hemel voor de zorg voor haar kinderen’.

Ontelbare kilo’s aardappelen moet mijn oma geschild hebben. En ze sneed ze allemaal in de lengte door. Misschien had ze er een reden voor. Of misschien deed ze dat gewoon omdat haar moeder het ook zo deed. We zullen het nooit weten. Ze overleed in 1958, lang voor ik geboren werd. En eigenlijk vind ik het best mooi dat ik mijn aardappels ook in de lengte doorsnijd. Net zoals mijn oma deed. Maar de verwarming aanzetten ‘s morgens vroeg? Dat kan mijn verkering best zelf. Er zijn grenzen.