Categoriearchief: School

Naar de Jellinek-kliniek.

image

Dochterlief valt in de categorie “makkelijk kind”. Met drie weken sliep ze ‘s nachts door en afgezien van wat peuter-puberteit-krijspartijen werd ze eigenlijk zonder problemen groot. Ze rookt niet, ze drinkt amper en, voor zover ik weet, heeft ze nog steeds geen strafblad.

Zonder problemen doorliep ze de lagere en de middelbare school. Ze volgde een studie psychobiologie en daarna een studie klinische neuropsychologie. Ze loopt nog stage tot oktober en dan zit haar studie erop. Ze weet alles van niet aangeboren hersenletsel en dankzij haar weet ik tegenwoordig dat het mijn hippocampus is die niet meewerkt als ik weer eens hopeloos verdwaal.

Maar een baan vinden in dat werkgebied gaat niet meevallen. Dus doet Michelle sinds kort, naast haar stage, alvast vrijwilligerswerk in de verslavingszorg om werkervaring op te doen. En zo kan het gebeuren dat we op zondagavond, als dochterlief en haar vriend bij ons komen eten, gezellig de komende week doornemen.

Eigenlijk is het best raar tafereeltje. Terwijl we zitten te eten, vraag ik aan Robby of hij de volgende dag moet werken. Robby knikt bevestigend, terwijl hij nog een hap pasta neemt. Ik geef de geraspte kaas door, kijk ik mijn dochter aan en vraag terloops “En jij, Michelle? Moet jij morgen weer naar de Jellinek-kliniek?”

Mijn dochter in een Jellinek-kliniek…
Dat had ik écht niet verwacht.

Starship.

Ik was 17 en gestopt met mijn VWO-opleiding. Halverwege de vijfde klas. Waarom? Omdat de opleiding die ik daarna wilde doen destijds afgeraden werd omdat er geen werk in die sector was. Omdat ik er van overtuigd was dat ik mijn examen toch niet zou halen door mijn enorme examenvrees. Omdat ik uitgerekend had wat ik zou verdienen als ik full time zou gaan werken en dat bedrag destijds een vermogen leek. En nou ja, ook omdat ik geen zin meer had in school.

Mijn ouders, die na vijf jaar ook wel klaar waren met een kind dat iedere proefwerkweek doodziek boven de toiletpot hing en het hele huis de stuipen op het lijf joeg met haar nachtmerries, gingen akkoord. Onder één voorwaarde: ik moest aan het werk. Veertig uur per week. Ik wilde toch werken? Aan de slag dus!

Binnen twee dagen had ik een full time baan. Bij een confectiebedrijf naast de achteringang van het station van Breda. Ik stikte honderden rokken in elkaar op de lockmachine, ik zette duizenden knopen aan doorknoop-rokken. Ik streek vlieseline in honderden kragen. En ik knipte een miljoen losse draadjes van spijkerjasjes.

Die draadjes knipte ik terwijl ik bij een tafel voor het raam stond. Op de tafel lag een enorme stapel spijkerjasjes. Met draadjes. Die allemaal afgeknipt moesten worden. Ik knipte en knipte, de hele dag lang, terwijl ik ondertussen keek naar de mensen op straat.

De hele dag zag ik mensen het station in en uit lopen. Ik vroeg me af waar ze heen gingen. En of ze iets leuks gingen doen terwijl ik daar doodsaai draadjes stond te knippen. De radio speelde Starship met ‘Nothing’s gonna stop us now’.

Inmiddels ben ik 45 en een stuk of tien banen verder. Ik ben als eerste op kantoor en zet mijn computer aan terwijl mijn collega’s binnen druppelen met vrolijke ‘Goedemorgen!’s en gezellige verhalen. Iemand brengt me een kop thee. Het is lekker weer en ik zet de ramen wijd open.

Van buiten klinkt het geluid van een autoradio. Starship met ‘Nothing’s gonna stop us now’. Ik drink mijn thee en lees mijn eerste rapport van die dag. En al lees ik er duizend, ik blijf het leuk en interessant vinden. Het is geen topbaan maar ik vind het leuk.

Ik ben blij dat ik hier zit. En ook best een beetje trots.
Want met niet meer dan een typdiploma, een strikdiploma en een
zwemdiploma A heb ik toch altijd mooi mijn hoofd boven water kunnen houden.

Huiswerk.

Kijk haar nou zitten. Op een kleuterstoeltje aan de salontafel.
Michelle, drie jaar oud. Lettertjes oefenen. Daar begon het mee.

Eenmaal op school leerde Michelle in rap tempo lezen en schrijven. Grappig om te zien hoe blij ze was als ze een nieuw woord kon lezen. Helemaal verrukt zat ze in bad, wijzend naar de shampoo-fles. “Mama! Daar staat ‘shampoo’!”

Ik las boekjes voor, avond aan avond. Soms had ik haast en smokkelde ik door een bladzijde over te slaan. Nooit ongemerkt. Zwaaiend met haar vingertje wees ze me terecht. “Dat klopt niet, mama! Zo gaat het verhaal niet!”

We oefenden woordjes en tafeltjes. Topografie en geschiedenis.
Ik hielp met spreekbeurten en opstellen.

Ook op de middelbare school bleef ik overhoren. Woordjes Engels en Frans. Proefwerken biologie. Leuk vond ik dat! Om mijn eigen weggezakte kennis weer een beetje op te vijzelen.

Ergens rond het derde jaar middelbare school werd het lastiger. Ik heb een redelijke talenknobbel maar nul-komma-nul wiskundig inzicht. In mijn middelbare schooltijd haalde ik steevast een drie voor wiskunde. Voor de moeite. En omdat ik mijn naam foutloos kon schrijven. Zodra ik kon, schrapte ik wiskunde resoluut uit mijn vakkenpakket.

Maar Michelle vond een manier om mij toch te laten helpen met huiswerk. Als ze haar wiskunde-huiswerk niet snapte, ging ze het mij uitleggen. In Jip-en-Janneke-taal. Waarna ze het zelf ineens begreep. En ik soms ook.

Inmiddels studeert Michelle. Ze heeft haar bachelor psychobiologie gehaald en volgt nu een pre-master klinische neuropsychologie. En vol vertrouwen stuurt ze me nog steeds haar huiswerk. “Mam, wil je dit even lezen?”

Tuurlijk, schat. En dan staar ik naar mijn computerscherm waarop hele essays verschijnen. In het Engels. Over onderwerpen waarvan ik denk “Nou, nou! Dat is nogal wat!” En ik worstel me door de bladzijdes. Met teksten als:

‘Vascular dementia has an abrupt onset and a fluctuating course of cognitive functioning due to stroke(s). The deterioration is stepwise and cognitive symptoms are mild with only mild or no episodic memory impairment. Other symptoms may be aphasia, apraxia, agnosia, visuospatial difficulty, and executive dysfunction. Overall episodic memory impairment is less striking than in Alzheimer’s disease (Karantzoulis & Galvin, 2011).’

Dus uiteindelijk zijn we op het punt aangekomen
dat ik niets meer toe te voegen heb.
Mijn tijd als huiswerkbegeleidster zit er op.
Mijn kind is slimmer dan ik.

Hooked.

Op de lagere school kreeg ik handwerkles van een heuse non, zuster Marga. In de tijd dat ze mijn grote zussen handwerkles gaf op school, ging ze nog gekleed in een habijt. In mijn tijd droeg ze gewone kleding, hoewel de stijve jersey-jurken die ze droeg mij altijd aan bejaardentehuizen deden denken. Ze leeft vast niet meer en over de doden niets dan goeds maar, jeetje, wat vond ik haar een kreng.

Ik herinner me het bloedhete handwerklokaal in de zomer als zuster Marga de stop in de wasbak deed en er een laagje water in liet lopen. Als je het warm had en zweethandjes kreeg, mocht je daar je handen in wassen. Alle 25 kinderen in de klas, in hetzelfde beetje smerige water. Gruwelijk vond ik dat.

Ik weet nog hoe je naar haar tafel moest komen, vooraan in het lokaal, als je een foutje gemaakt had. En hoe ze hardop aan de hele klas vertelde hoe ongelooflijk dom je wel niet gedaan had voordat ze de fout in je werkje herstelde.

Aan het eind van de les deed zuster Marga een draadje in je breiwerkje. Als huiswerk moest je thuis 10 toeren breien. Ik kon gelukkig al erg netjes breien en vroeg soms aan mijn moeder of zij mijn toeren wilde breien. Vaak deed ze dat ook.

Als zuster Marga ons huiswerk controleerde in de klas kreeg ik steevast een knoop in mijn maag. Terwijl ze, tafeltje voor tafeltje, steeds dichterbij kwam en her en der werkjes streng afkeurde, wist ik zeker dat ze mijn bedrog zou ontdekken.

Met hoogrode wangen keek ik naar de vloer terwijl zij mijn werkje controleerde. Te bang on adem te halen. En ik werd bijna duizelig van opluchting als zuster Marga alleen maar bromde “keurig gebreid”. Wat een triomf was het om haar voor de gek te houden!

Thuis kwam van handwerken niet veel. Ik beloofde mijn vader ooit een zelfgebreide das. Zo’n lekkere lange wilde hij. Toen de das met moeite één keer om zijn nek kon, had ik geen zin meer. Ik zie mijn vader nog zitten met dat kleine stukje das om zijn nek. “Is-ie zo lang genoeg, pap?”. “Ja hoor, prullie.” antwoordde de lieverd. “Hij is héérlijk warm.”

Voor Michelle breide ik ooit een baby-truitje en ik maasde er konijntjes op. Met zelfgemaakte pompoentjes als staartjes. Gewoon omdat ik het kon. Maar daar bleef het bij.

Maar toen ik laatst bij Appelig allemaal leuke gehaakte beestjes voorbij zag komen, kreeg ik tóch handwerkkriebels. Alleen jammer dat ik niet kan haken. Nou ja, ik kan wel haken. Twee steken weet ik nog, geleerd van zuster Marga. Maar ik weet niet eens meer hoe die steken heten.

Gelukkig hoeft dát tegenwoordig geen probleem te zijn. Youtube staat vol met handwerklessen! En met de twee steken die ik nog kende, de vaste en de halve vaste, kom je een heel eind. En hoe je een stokje moest haken, kwam spontaan weer boven toen ik eenmaal een haaknaald vast had.

Inmiddels ben ik niet meer te stoppen. In twee weken tijd haakte ik een vogeltje voor Spike, een octopusje en een poesje voor Boef. Toen een uiltje voor Michelle. En een giraffe met vlekken voor Frank. En een Iejoor voor Michelle.

Wie had dat gedacht!
Dat ik nog eens met veel plezier en geheel vrijwillig zou gaan handwerken.

Kijk toch eens, zuster Marga, wherever you are!
Ik heb ze helemaal zelf gemaakt!
Écht waar!