Categorie archief: Spike

Tip!

Over het algemeen doe ik het huishouden fluitend. Ik heb geen hekel aan een stevig rondje poetsen. Emmertje sop, muziekje op en gáán! Of soms, als ik het druk heb, even snel tussen door. Maar ik heb er nooit echt een hekel aan. Gewoon omdat alles daarna weer lekker schoon en fris is. Daar houd ik van.

Maar er zijn dingen in het huishouden waar ik toch minder blij van wordt. Het verschonen van de bedden is er zo een. En ik bof nog want wij hebben twee eenpersoons dekbedden. Toch is het elke keer weer een heel gevecht om de dekbedden weer in de schone hoezen te krijgen. Ook omdat mijn schema gewoon niet klopt. Ik haal het beddengoed af, zet de wasmachine aan en ontdoe de slaapkamer van stof. Om daarna het bed weer op te dekken.

In de tijd dat ik nog een eengezinswoning had, met trap, deed ik dat op de overloop. Hoes binnenstebuiten, handen er in, punten van het dekbed er in en schudden maar. In het trapgat. Dat ging nog redelijk vlotjes. Maar sinds ik – veel te jong natuurlijk – in een gelijkvloers seniorenappartement woon, héb ik geen trapgat meer. Ik wapper wanhopig met mijn dekbedovertrek en dekbed door de slaapkamer. Waardoor ik eigenlijk opnieuw kan stoffen als de bedden eindelijk opgedekt zijn.

Aangezien ik niet vies ben van tips op huishoudelijk gebied, heb ik op internet wel eens filmpjes bekeken met trucjes hoe je – heel simpel – je dekbed weer in de schone dekbedhoes krijgt. Maar die trucjes herinner ik me altijd pas als ik helemaal in mijn dekbedhoes gekropen ben om mijn dekbed recht te trekken en met dekbed en dekbedhoes en al van ons bed af lazer.

Toen ik een tijdje terug mijn mouwen opstroopte om het gevecht weer aan te gaan, had ik een helder moment. Ik riep mezelf tot de orde en zocht eerst de ‘Hoe dek ik mijn bed simpel op’-filmpjes op. Mijn favoriet is De Burrito-truc.

Jongens! Ik heb ‘m getest en empirisch vastgesteld: het werkt. Geen gewapper meer, geen gedoe. Zo klaar! Dames en heer (Leidse Glibber in dit geval), doe er je voordeel mee!

Bijschrift bij de foto: bedden opdekken valt sowieso niet mee met een kater van 8 kilo die bij voorkeur bovenop het dekbed gaat liggen

 

2019 – Een jaar in beeld.

2019 was het niet helemaal. Of eigenlijk helemaal niet. In januari overleed mijn oudste broer en in de rest van 2019 waren er al die momenten dat ik hem vreselijk miste. 

Als ik, onderweg naar Breda, de Brabantliner zag rijden waarop hij zolang chauffeur was. En ik niet in hoefde te halen om te kijken of hij achter het stuur zat. De zondagmiddagen aan de koffie bij mijn moeder. Met zijn lege stoel. Het gras in haar achtertuin dat sneller groeit dan wij kunnen maaien. En mijn moeders 88ste verjaardag, waarbij mijn broer door zijn afwezigheid meer aanwezig was dan ooit. Wat wordt-ie gemist.

Gelukkig waren er ook genoeg leuke dingen. Omdat het jaar zo rot begonnen was, trakteerden Michelle en Robby ons op een high tea. Zij zagen ook dit jaar weer flink wat van de wereld, die twee. Via Whatsapp genoot ik mee van al het moois dat ze zagen. En tussendoor tekenden ze ook nog even het koopcontract van het spiksplinternieuwe echte grote-mensen-huis waar ze volgend jaar gaan wonen.

Frank had goede en slechte dagen dit jaar. We profiteerden van de goede dagen door uitstapjes te maken. Naar mijn nichtje Gerdine, in Oudewater. Naar Leiden, waar we eindelijk Emile weer eens ontmoetten. We kregen oude vrienden op bezoek en we lunchten op het strand. We pasten op Nanook. We knuffelden onze Spike. We vierden een lange, warme zomer op ons balkon. 

Ik ging een weekendje naar Groningen met Michelle. Mijn moeder kwam logeren en we waren bij de bruiloft van onze liefste vrienden, waar ik zelfs de ringen aan mocht geven. ❤️ We vierden Kerst bij mijn moedertje, waar ik samen met mijn jongste broer en zijn ex-vrouw (als dát geen mooie Kerstgedachte is… ) een heus Kerstdiner organiseerde. 

En daar tussendoor fladderde steeds weer mijn allerliefste dochter. Die zo lekker blijft turnen op haar ‘oude dag’. Die zo lief voor haar Omaatje is. En die mij, met haar gekke fratsen, ondanks alles toch altijd weer aan het lachen maakt.

Ondanks al dat moois ben ik wel klaar met 2019.
Weg ermee!
Op naar 2020! 

Ik wens jullie een hele goede jaarwisseling en een gezond en gelukkig 2020!

Automatisch

Onze Spike is al een tijdje op dieet. Dat was-ie destijds in Amsterdam al. Maar sinds een tijdje is zijn dieet iets strenger. Gewoon omdat hij niet genoeg afvalt. En natuurlijk is het zielig. Zo’n oud beestje.. moeten we hem dan nog wel plagen? Maar meneer krijgt last van zijn gewrichten en is verder goed gezond. Als alles goed gaat, kan-ie best nog even mee. Dus tja… het moet maar.

Een echt succes is het niet. Hij krijgt ‘s avonds een zakje natvoer en overdag 40 gram brokken. 15 gram ‘s morgens, 15 gram ‘s middags en nog 10 gram voordat we naar bed gaan. Dat laatste in de hoop dat we uit kunnen slapen en niet ‘s morgens om half zes wakker gekrijst worden door een hongerige kater.

Helaas helpt het niet. Dus stommelt één van ons in alle vroegte naar de keuken om Spike eten te geven. Tussen vijf en half zes ‘s ochtends. Echt, mijn baby sliep destijds binnen drie weken door. Maar met de kat wil het maar niet lukken. En als wij opstaan, ligt meneer te ronken. Wat-ie overigens een groot gedeelte van de dag doet. Waardoor wij regelmatig serieus overwegen om luid miauwend bij hem te gaan zitten. Wij niet slapen? Dan jij ook niet, vriend!

Een paar weken terug dachten we de oplossing gevonden te hebben. Er bestaan – je gelooft het niet – voederautomaten! Die vul je met brokken en op vastgestelde tijden komt het maaltje van je huisdier er uit rollen. Ideaal! Geen gepruts meer met de keukenweegschaal. Geen gehaast meer om op tijd thuis te zijn om onze hongerige kater te voeren. Maar vooral; geen slaapdronken tochtjes naar de keuken om half zes ‘s ochtends. Voor het schrikbarende bedrag van ruim € 85,- schaften wij een heuse Catemate aan.

Hoewel het apparaat maar vier knoppen heeft, viel het instellen niet mee. Maar na een avond stoeien met termen als ‘voedselvolume’ en ‘maaltijdfrequenties’ had ik het voor elkaar. Het apparaat was ingesteld op ‘frequent voeden’ tussen 23.00 uur en 15.00 uur. Zo moet Spike de dag doorkomen totdat zijn natvoer om 18.00 uur sharp geserveerd wordt.

Voor de zekerheid zette ik de enorme voederautomaat eerst op het aanrecht, waar Spike er niet bij kon. Drie dagen lang schreef ik op wanneer er brokken uit kwamen en hoevaak. Verdomd! Het klopte precies. Vijf keer per dag valt er acht gram voer in het bakje. Top! Dus plaatste ik de voederautomaat op de grond en kropen wij tevreden in bed. Morgen uitslapen!

Helaas. We worden nu elke morgen om 05.00 uur gewekt door het gezoem van de Catmate en het geluid van brokken die in het bakje vallen. Terwijl wij ons omdraaien en weer in slaap vallen, eet Spike het bakje leeg. Om ons vervolgens om 06.00 uur weer wakker te miauwen. Waarom? Niet omdat-ie honger heeft. Voor de gezelligheid, vrezen wij.

Want overdag reageren wij wild enthousiast op het geluid van de Catmate. Zodra er brokken uit rollen, beginnen wij als een stel idioten te roepen. “Ohhhh! Spikie! Brokjes! Mooi, hè? Ga maar kijken! Ga maar eten, jongen!” Maar Spike interesseert het niks. Hij doet hooguit slaperig één oog open en kijkt ons kwaad aan. “Doe es effe stil. Ik lig te slapen, jah!” En wij maar denken dat onze kat honger had. Echt niet. Die kat kickt gewoon op aandacht. Als het hem uitkomt, welteverstaan.

We hopen dat het went. Dat onze Spike binnenkort genoegen neemt met zijn maaltijden uit de voederautomaat. Zonder onze aanwezigheid. Want aandacht krijgt-ie écht wel genoeg. En mocht het nou écht niet werken, dan is er nog geen man overboord. Dan gaan we Spike weer voederen met de keukenweegschaal.

Die  Catemate zet ik dan gewoon op het aanrecht. Tot de nok toe gevuld met borrelnootjes. En dan stel ik ‘m zó in dat er tussen 21.00 uur en 0.00 uur elk uur een handje borrelnootjes uit valt. Voor ons. Lekker!

Spike – de koning van de jungle

Best vermoeiend, koning van de jungle zijn.

Vorig jaar had Vrouwtje 2.0 maar twee stoeltjes op het balkon. En een paar bloempotten. Maar ze had de hele balustrade van het balkon volgehangen met bloempotten. Omdat ze bang is dat ik er op spring en naar beneden lazer. Ik ben niet zo handig, zegt ze. Tsss. Alleen omdat ik per ongeluk een keer door het ijs zakte toen ik nog bij Zankie en Vrouwtje 1.0 in Zaandam woonde. Tjonge. Ik was pas één! Dan doe je dat soort stomme dingen.

Oké. Dat ik onder een auto liep toen ik twee was, was inderdaad niet zo handig. Ik dacht dat het nog wel kon; effe snel oversteken. Man, wat een klap was dat! Pijn, jonguh! Maar een of andere dokter heeft me opgelapt en ik werd weer helemaal beter. En aangezien ik daarna nog maar zeven levens over had, kijk ik écht wel uit.

Ik ben dus best wel voorzichtig. Ik spring écht niet op de balustrade van het balkon. Kom op, zeg! Stel je voor! Dan heb je zeven jaar in Amsterdam gewoond, op vier hoog met heuse schietpartijen in de straat (ik vond het wel interessant overigens en zat constant voor het raam naar de plisie-auto’s te kijken) en dan zou je te pletter vallen vanaf één hoog op de Heemkerkse keien. Wat een afgang zou dát zijn!

Maar goed, Vrouwtje 2.0 denkt dat ze mijn leven redt met haar bloempotten en ik laat haar in die waan.  Maar dit jaar gebeurden er vreemde dingen op het balkon. Er kwam een grote doos en daar toverde ze uiteindelijk een bankje uit. Het duurde even maar toen hadden we ook wat! Er liggen lekker zachte kussens op en ik ga er graag liggen chillen.

Daarna vertrok Vrouwtje 2.0 naar Terheijden. Ze mompelde iets over haar roets. Geen idee, wat dat is. Iets met je afkomst of zo. Want ze bleef lang weg dus het was iets in het Zuiden. En daar komt ze vandaan, heb ik me laten vertellen. Toen ze terug kwam had ze allemaal groen spul met bloemetjes bij zich dat ze in potten met zand zette. Heel gek.

Eniwee. Nu staat ons balkon dus helemaal vol. Met een bankje, een tafeltje en twee stoelen. En heel veel potten met groen en bloemetjes. Daar mag ik overigens niet aan knagen want dan gaat Vrouwtje 2.0 boos kijken en dat wil ik niet. Ze was een beetje bezorgd dat ik nu niet genoeg ruimte meer had op het balkon. Maar ik vind het juist gaaf, jonguh!

Want ik sluip nu vaak naar buiten. Dan loop ik voorzichtig langs het bankje. Stilletjes voor het tafeltje langs en dan… Dan sla ik ineens onverwachts linksaf, om die grote pot met groene stengels. Dan weer rechtsaf, waar ik nét tussen die gele bloemen en het stoeltje door pas. Ik sluip rond en niemand ziet mij. Maar ik zie alles! En mijn staart zwiept gevaarlijk heen en weer.

Het lijkt wel een jungle! Geen idee wat dát is maar ik voel iets van binnen als ik zo rond sluip. Iets met terug naar je… Hoe heet het ook weer? Oh, ja! Je roets! Iets met mijn voorvaderen, die ook door de jungle slopen op jacht naar een prooi!

Ik moet alleen uitkijken dat ik geen tijgers tegen kom. Oh, wacht… mijn voorvaderen wáren toch juist de tijgers? Vroeger? Dus ehhh. Ik moet uitkijken dat ik geen.. ehhh.. olifanten tegen kom. Of slangen, of zo. Die zijn ook nie leuk, nie.

Hé! Kijk nou! Daar op die pot met paarse bloemetjes – Vrouwtje 2.0 zegt dat ze lekker ruiken – zit een heel dik vliegding. Dat heet een hommel, geloof ik. Zouden die lekker zijn? Kweenie. Ik kan ‘m natuurlijk ook gewoon pakken voor de lol.

Ik kan dat vliegding uit de lucht meppen met één haal van mijn machtige voorpoot. Ik kom tenslotte uit de jungle. Ik ben stoer! En sterk! Ik ben de koning van de jungle. Of, nou ja, de koning van de jungle op dit balkon.

Ik ga het gewoon doen. Ik ga dat dikke, vette vliegding pakken. Ik maak me klaar voor de sprong. Met ingehouden adem kijk ik naar die dikke, vette hommel. Mijn staart zwiept vervaarlijk heen en weer. In opperste concentratie schud ik met mijn billen, klaar om de sprong te wagen. Hij is van mij! Ik ga ‘m pakken!

Maar wacht!
Wacht even!
Ik hoor iets!

Hé! Dat geluid ken ik!
Ze doen nieuwe kattenbrokken in mijn etensbakkie!
Ik ga naar binnen. Naar de keuken.
Effe lekker eten. En dan een tukkie.
Want het is vermoeiend, hoor. Op jacht in de jungle.
Maar wel leuk. Morgen ga ik weer.