Categorie archief: Spike

Kat-technisch gestoord.

Misschien zijn we een tikkie doorgeschoten in onze kattenliefde. Het is er eigenlijk een beetje ingeslopen. Toen Spike weer bij Frank kwam wonen, bracht hij twee mandjes, een borstel en zijn kattenbak mee. Meer niet. Maar binnen no time was hij de meest verwende kater van Noord Holland. 

Dat je binnen een paar weken overal in huis struikelde over de kattenspeeltjes is mijn schuld. Het is ook allemaal zulk leuk spul. Gekleurde balletjes, pluchen muisjes, knuffeltjes met veertjes. Ik kon het – zeker in het begin – niet laten om cadeautjes te kopen voor Spike. Frank verpestte Spike vervolgens door na ieder poepje of plasje meteen de kattenbak schoon te maken. Inmiddels begint Spike na ieder bezoekje aan de bak luid te miauwen om te verkondigen dat de bak schoongemaakt moet worden. En of Frank dan ook meteen de kattenbakkorrels weer in de juiste volgorde wil leggen, ja! 

Dat het hele huis inmiddels bezaaid ligt met dekentjes en kussentjes voor Spike komt door ons allebei. Want als Spike een nieuw favoriet plekje heeft gevonden om te liggen, zijn wij er als de kippen bij om er een dekentje neer te leggen. Of een kussentje. En van alle nieuwe artikelen die we bestellen, wordt de doos uitgebreid bekeken om te bepalen of het iets voor Spike is. Uiteindelijk beslist meneer natuurlijk zélf of de doos voldoet. Door de doos kopjes te geven en er spinnend in de kruipen. Of door ons minachtend aan te kijken, terwijl je hem ziet denken ‘Wat is dit voor derderangs kartonnen gedrocht!’ en de doos verder geen blik waardig te keuren. 

En ondanks de ontelbare favoriete plekjes die Spike al heeft in huis, zijn we laatst toch weer bezweken. Tijdens een winkelrondje in het dorp zagen we een enorm hondenkussen, bekleed met superzacht pluche. “Kom, we kopen hem!” riep Frank meteen. “Nee!” zei ik streng. Om daarna te zuchten “Misschien op de terugweg…”. 

Ik had het zo kunnen laten. Er niet meer over kunnen praten. En op de terugweg een andere route kunnen nemen. Maar op de terugweg liepen we langs de dierenwinkel en flapte ik er uit “Wil je dat kussen nou nog halen?” Wat bezielde me? Want natuurlijk kochten we dat kussen.

Onderweg naar huis, met dat enorme kussen onder mijn arm, bedachten we argumenten om onze nieuwe aankoop goed te praten. “Spike is op dieet” zei Frank “dus we kopen nooit meer iets lekkers voor hem”. “Spike is al zo oud.” deed ik een duit in het zakje. “Hij speelt niet meer dus we kopen nooit meer speelgoed”. En zo overtuigde we onszelf dat het heel normaal is om een hondenkussen te kopen waar een flinke bouvier languit op kan liggen. Voor je kat. 

Thuis gekomen zochten we een plekje voor het kussen. Wegmoffelen in een hoekje of onder een tafel is er niet bij. Het  kussen ligt nu midden in de kamer, voor het dressoir. Spike vind ‘m helemaal geweldig. En wij zitten iedere avond met een tevreden glimlach te kijken hoe onze Spike rondjes loopt op het kussen, gelukzalig gaat liggen en vervolgens uren spinnend ligt te chillen.

Maar eerlijk is eerlijk; het is geen gezicht dat enorme kussen in de kamer. Het is nu officieel. Kattechnisch gezien zijn wij compleet gestoord.

 

 

 

Fetish.

Met mijn schoenentic gaat het best aardig. Ik koop tegenwoordig nieuwe schoenen als het nodig is, ik ga voor comfort en kwaliteit én – toch wel het grootste verbeterpunt – ik gooi oude schoenen weg. Ik laat ze niet meer in de kast staan onder het mom van ‘ze zitten zo lekker’, ‘je weet maar nooit’ of, nog erger: ‘maar op deze heb ik nog door Rome gelopen’. En dat ik mijn afgedragen schoenen nog even bedank voor alle fijne kilometers voordat ik ze weggooi, is geen afwijking maar gewoon erg lief, vind ik zelf. 

Ook mijn tassentic heb ik onder controle. Ik gebruik een lichtgewicht geval met veel vakjes voor mijn werk en heb een echt lederen exemplaar liggen voor als ik op sjiek ga. Dat echte lederen exemplaar ligt ergens veilig opgeborgen. Ver weggestopt in een kast.

Want ik ben niet de enige met een tassentic hier in huis. Onze Spike heeft de vreemde gewoonte mijn sjieke tas innig te liefkozen. Hij geeft kopjes, spint luidruchtig en likt mijn tas van boven tot onder af. Van mij mag-ie maar als je probeert te gaan slapen, is het geluid van een ruwe kattentong over een tas best storend. ‘Ahhh’, zei Frank ‘Hij doet dat omdat die tas naar jou ruikt. Hij houdt van je!’ Ik houd ook heel veel van Spike maar ook van slapen dus ging mijn tas onverbiddelijk achter slot en grendel.

Dat ik het weggooien van oude tassen nog niet helemaal onder controle heb, bleek toen ik – tijdens een zoektocht naar iets anders – ergens in een laatje, een oud rugtasje terug vond. Gekocht in de sjiekste kringloopwinkel die ik ooit gezien heb, in Amstelveen, toen Mich daar op kamers ging. Het vreselijk handige tasje kostte het luttele bedrag van één hele euro. In het kader van ‘wie wat bewaart, heeft wat’ was ik er blij mee. Ideaal voor standwandelingen! Ik gooide het tasje op bed en ging verder met waar ik mee bezig was.

Toen ik even later de slaapkamer in kwam, zat Spike op bed uitgebreid mijn rugzakje af te likken. 

Ik heb vandaag twee dingen geleerd:

  1. De tassenlikkerij van Spike is geen uiting van liefde naar mij toe. Onze rode je-weet-wel-kater heeft gewoon een fetish voor leer.
  2. Mijn goedkope kringlooptasje is dus van echt leer!

Kattenproof balkon.

Toen onze Spike bij ons kwam wonen, waren we het meteen eens. Spike mocht niet naar buiten. Te druk, te gevaarlijk en, eerlijk is eerlijk, onze Spike is gewoon niet zo handig. Destijds hadden we wel een balkon maar dat lag aan de voorkant van het huis, direct aan de galerij. We konden het met geen mogelijk afzetten om voor Spike een veilig plekje te maken. Dus kochten we een grote kattenren zodat Spike tóch buiten kon. Hij vond het heerlijk! Er paste zelfs een tuinstoeltje in. Dus hield ik, ongetwijfeld tot hilariteit van de buren, Spike vaak gezelschap in de ren.

Bij ons tijdelijke mini-huisje zat een mini-balkonnetje dat ik afzette met kattengaas. Oké, het was klein. Maar groot genoeg voor Spike. Hij ontdekte dat hij heerlijk kon liggen op het loungebankje en ik heb heel wat avonden staan smeken of meneer alsjeblieft binnen wilde komen. Hij is zo graag buiten. Tijdens onze huizenjacht beloofde ik Spike dan ook een huis met een groot balkon.

En nu zitten we hier. In ons riante appartement met dito balkon. Prachtig. Ook voor Spike. Er was alleen één probleem. Hoewel we maar één hoog wonen, zag ik mezelf – met mijn hoogtevrees – niet, staand op een keukentrap op het balkon, kattengaas ophangen. Dus piekerde ik me suf hoe ik kon zorgen dat Spike veilig buiten kon, zonder al te veel gedoe.

En toen kwamen mijn broer en schoonzus op visite. Als cadeau brachten ze een bloembak mee om aan de reling van het balkon te hangen. En ineens viel het kwartje. Die bloembak! Dat was de oplossing. Ik plunderde het dichtstbijzijnde tuincentrum, kocht nog tien van die bloembakken en hing het hele balkon vol. 

De bloembakken hangen aan de binnenkant van het balkon, zodat Spike, die al op leeftijd is, niet op de reling kan springen. En zo genieten we met z’n allen veilig van het zonnetje. En van de bloemenzee die inmiddels in de bloembakken groeit. Perfect!

2017 – Een jaar in beeld.

Als er iets is, wat ik over 2017 kan zeggen, dan is het wel dat ik me niet verveeld heb. Met Frank 7 weken op de IC van het VU en 7 weken in een revalidatiecentrum kreeg ik daar geen kans voor. Want tussendoor was er ook zoiets als werk en thuis wachtte onze rode-je-weet-kater die ook wel wat extra aandacht kon gebruiken.

Toen Frank dan ook, na een tweede operatie en een paar keer ‘proefverlof’, definitief thuis kwam, keek ik reikhalzend uit naar mijn zomervakantie eind juli. Eindelijk rust, een beetje bijkomen. Ik was er aan toe. Maar toen vond ik toevallig een leuk appartement in een leuk dorpje. En mijn zomervakantie werd een verhuisvakantie.

Dus écht rustig was 2017 niet. Maar toch waren er ook genoeg fijne, lieve en leuke momenten. Spike die op de pyjama van Frank ging slapen toen Frank nog in het ziekenhuis lag. De enorme berg kaartjes, whatsappjes en bezoekjes die we kregen tijdens de eerste moeilijke weken van 2017. De enorme lol die we, ondanks alle ellende, hadden in het revalidatiecentrum met Frank’s medepatiënte S. en haar man W. Inmiddels behoren zij tot onze vriendenkring en spreken we regelmatig wat af.

De dag dat Frank écht naar huis mocht. De bezoekjes aan mijn moeder. Een turnwedstrijd van dochterlief. De uitjes met Mich en Robby. Hun hulp tijdens onze verhuizing. Michelle’s geweldige cadeau voor mijn verjaardag. De laatste mooie, rode zonsondergang vanuit ons flatje in Amsterdam. De verhuizing naar Heemskerk. Ons huisje dat steeds mooier werd. Het verkennen van onze nieuwe woonplaats. Een visje halen op de markt voor de deur.

Gek genoeg gingen we, terwijl we nét in Heemskerk woonden, een paar keer juist terug naar Amsterdam. De toerist uithangen. We gingen mee met een fietstaxi-rit met mijn moeder, die Michelle voor haar regelde. We maakten een boottocht op de Amsterdamse grachten met Frank’s beste vriend. En we vonden het hartstikke leuk maar we waren ook steeds weer blij als we die mooie, blauwe windmolen van Heemskerk weer zagen.

Michelle en Robby gingen op vakantie naar Bali dit jaar. Het voelde een beetje gek dat mijn kind zo lang in de lucht zat. En we vonden het allemaal een beetje spannend omdat Nanuk bij Robby’s oma ging logeren, net als Boef vorig jaar. Maar alles ging goed. Mich en Robby hadden een geweldige vakantie en ook Nanuk had het prima naar haar zin op haar logeeradres, waardoor ze Robby’s oma van een heus trauma bevrijdde.

Dus er was, naast de ellende, ook een hoop moois. En als je me vorig jaar had verteld dat ik Oud en Nieuw 2017, samen met Frank en Spike, door zou brengen in een leuk woninkje in Heemskerk dan had ik je niet geloofd. A: omdat het toen nog maar afwachten was in hoeverre Frank op zou knappen. En B: omdat ik nog nooit van Heemskerk gehoord had. Sterker nog; ik wist niet eens waar Heemskerk lag.

Maar hier zitten we dan. Met olieballen en champagne. In Heemskerk. En als het straks 12 uur is, proosten we. Op ons. Op Mich en Robby. Op alle lieve mensen om ons heen. En we denken aan hen die het minder getroffen hebben dan wij.

2017 was best heftig. Ik kan niet beloven dat ik geen traantje wegpink straks. Maar proosten doe ik zeker. Op een nieuw jaar. Op nieuwe kansen. En als het een beetje mee zit; een beetje rust in de tent. We tellen onze zegeningen en we gaan ervoor!

Wij wensen jullie een hele fijne jaarwisseling en een gezond en gelukkig 2018!

Liefs,
Nicky, Frank en Spike
Michelle, Robby en Nanuk