Categorie archief: Spike

Boerenmeid-bloemen-blunder.

Het was weer tijd voor onze jaarlijkse familietraditie; plantjes kopen met mijn moeder bij de kwekerij in Terheijden waar we al zo’n dertig jaar onze plantjes kopen. Gewoon, omdat mijn vader er vroeger altijd zijn plantjes kocht en wij dat stug bleven doen, ook toen mijn vader er niet meer was. Meestal gaat Michelle mee maar die was dit jaar helaas verhinderd dus vergezelde Frank me op mijn rit naar het Zuiden omdat hij, als rasechte Amsterdammer, ‘dat boerendorp’ ook wel eens wilde zien.

We haalden mijn moeder op in Breda en reden door Terheijden naar de kwekerij. Ik rijd al zeker twintig jaar door dat dorp naar de kwekerij en vind het niks bijzonders maar Frank vond het erg leuk. Grappig hoe je je omgeving anders gaat zien als er iemand bij is, die het voor het eerst ziet. Het is ook eigenlijk best een leuk dorpje! We reden het dorp weer uit, voorbij de molen, linksaf naar de kwekerij, over smalle landweggetjes waar we af en toe aan de kant moesten voor een heuse tractor. En mijn Amsterdamse vriendje, die op een drukke A10 vol bumperklevers en afsnijders geen spier vertrekt, maande me nerveus om vooral rustig te rijden.

Eenmaal bij de kwekerij haalde ik een kruiwagen tevoorschijn alsof ik nooit anders gedaan had. Brabantse, hè? Het boerenland en zo. Vrolijk begon ik aan het jaarlijkse ritueel van de kas heen en weer rijden om de plantjes uit te zoeken voor mijn moeder. Frank keek zijn ogen uit. Hij zette me op de foto met kruiwagen en appte die meteen naar zijn zus om te vertellen dat-ie bij een of ander tuincentrum in the-middle-of-nowhere zat. Ik verbeterde hem resoluut. Niks tuincentrum! Dit was écht! Een heuse kwekerij! En trots op mijn Brabantse roots leerde ik hem meteen ook nog even de juiste uitspraak van de plaatsnaam Terheijden. “Trààie! Kom op! Zeg me na! Trààie!”

Met Frank, mijn moeder én haar rollator in de auto was er niet echt veel plaats over voor plantjes. Maar iedere centimeter die we over hadden, propten we vol met geraniums, ijsbloemetjes en vlijtige Liesjes voor in mijn moeders tuin. En natuurlijk het onvermijdelijke Moederdagcadeau: een mooie hanging basket. Voor mezelf kocht ik maar twee plantjes. We hebben maar een klein balkonnetje dus veel ruimte is er niet. Maar één grote bloempot kan best. En omdat ik uit ervaring weet hoe goed dat spul groeit, leek twee plantjes genoeg.

Eenmaal thuis wilde ik meteen aan de slag om de Brabantse plantjes op mijn Amsterdamse balkonnetje te zetten. Het balkonnetje dat vooral gebruikt wordt door onze grote rode-je-weet-wel-kater. Waar het kattenhuis van onze Spike een wel heel prominente plaats in neemt, zodat-ie lekker in het zonnetje buiten kan liggen. En in een opwelling besloot ik, voor ik aan het tuinieren sloeg, eens te Googlen of de plantjes die ik gekocht had wel kat-proof zijn. Of liever gezegd; of onze kat wel plantjes-proof is.

En ja, hoor! Natuurlijk!
Twéé plantjes koos ik uit. Twee. Uit een kas met dúizenden plantjes.
En laten nou net dié twee giftig zijn voor katten.

Geen bloemen op het balkon dit jaar.
Boerenmeid, hè? Ik heb er echt kijk op! Not.

Spike in de stress.

Dat de verhuizing voor ons een berg stress opleverde, vonden we niet zo’n punt. Wij wisten dat, ooit, alles goed zou komen. Dat de meubels weer op hun plaats zouden komen te staan en de dozen uitgepakt zouden worden. Maar we maakten ons ernstig zorgen over het stress-level van ons poete-kind, onze Spike. Natuurlijk namen we de voorbereiding heel serieus. Wekenlang vertelden we hem over alle ramen mét vensterbanken in het nieuwe huis, over de vele vogels rond het huis en over het privé-balkon dat Spike zou krijgen. Maar meneer leek niet onder de indruk en ging zich stoïcijns liggen wassen.

Toen we eenmaal aan het verhuizen waren, was het nieuwe huis een puinhoop met een slaapkamer vol dozen en een woonkamer met meubels die niet stonden waar ze hoorden. Het welzijn van Spike was belangrijker dan die van onszelf dus bleven we zo lang mogelijk in het oude huis. We sliepen op matrassen op de grond, en hadden twee campingstoeltjes en een tafeltje staan. En een kattenbak, een krabpaal, een kattenpoef, een kattenkussen en twee kattenmandjes. Maar op zaterdag werd het toch echt tijd om te gaan.

We stopten Spike in zijn reismandje en lieten hem vol verwachting los in het nieuwe huis. Waar we in de woonkamer op de grond sliepen omdat de slaapkamer nog vol dozen stond. En waar niks stond waar het hoorde. Maar Spike keek rond, liep over onze matrassen en gaf alle deuren kopjes. Dat leek ons een goed teken! En inderdaad; het uitzicht vond-ie fantastisch! Spike zat vaak voor het raam en keek zijn ogen uit. Naar de bomen, de vogels en de voorbijrijdende trams. Er was één maar: meneer wilde niet plassen.

Op maandag was de kattenbak nog steeds droog. Met Spike’s medische geschiedenis in ons achterhoofd rammelden bij ons alle alarmbellen en besloten we meteen actie te ondernemen. Die avond zaten we met Spike bij de dierenarts. Die keek zorgelijk en besloot Spike een nachtje te houden om hem een katheter te geven. De verhuizing leverde schijnbaar toch te veel stress op. Triest vertrokken we naar huis met een leeg kattenmandje. Die dinsdag leek er weinig te veranderen. Sterker nog; Spike plaste wel maar kon nu niet meer poepen en moest nóg een nachtje blijven.

Verdrietig zaten wij tussen de onuitgepakte dozen. En op woensdag kregen we een briljante ingeving. We belden naar de dierenarts en boden aan Spike’s eigen kattenbak te komen brengen. Het leek ons ineens vrij logisch dat Spike niet kon poepen want Spike en zijn kattenbak; da’s een verhaal apart. De dierenarts zuchtte eens diep en zei dat we Spike mochten komen halen. Het verblijf bij de dierenarts leverde ook stress voor Spike op en meneer krijste regelmatig de hele boel bij elkaar. Dat werkte dus ook niet echt. “Maar dan moeten jullie wel zorgen voor rust in huis.” zei de dierenarts streng.

Jubelend renden we door het huis. Als kippen zonder kop. Binnen no time hadden we meubels op z’n plaats gezet en massa’s dozen uitgepakt. We sleepten het oude vloerkleed, dat nog in het oude huis klaar lag om weggegooid te worden, mee naar het nieuwe huis om te zorgen dat Spike’s eigen luchtje in huis zou hangen en we schroefden snel de kattentoren in elkaar. Daarna telden we de uren tot we Spike op mochten halen. Ongeduldig. Alsof we kersverse ouders waren die hun pasgeboren baby mochten ophalen.

En toen was er een hernieuwde kennismaking met Spike’s nieuwe huis. Hij besnuffelde de meubels en alle kattenmandjes. Voorzichtig inspecteerde hij het balkon. Hij klom op z’n kattentoren, deed een tukkie op het oude vloerkleed en bekeek het uitzicht vanuit alle kamers. Of het aan het oude, vertrouwde kleed lag of dat Spike ons gemist had zullen we nooit weten. Maar de volgende dag produceerde hij een enorme kattendrol die wij onder luid feestgejoel uit de bak schepten. Spike is weer thuis. Want oost, west, thuis poept het toch het best.

2015 – Een jaar in beeld.

Eigenlijk wilde ik schrijven dat 2015 niet echt mijn jaar was. Dat 2015 ‘raar’ was. Het begon allemaal rustig, met niks aan de hand. Maar net voor de zomer moest ik verplicht rust houden na een kleine operatie en daarna leek het of de hel los barstte.

Terwijl ik aan huis gekluisterd zat, kreeg mijn moeder een nieuwe knie. Ik wilde schrijven hoe bang wij met z’n allen waren dat ze niet meer wakker zou worden na de narcose. Maar mijn moeder wandelde na twee dagen het ziekenhuis uit en ook de revalidatie verliep voorspoedig. Binnen no-time fietste ze op de hometrainer.

In de zomer ging ik weer aan het werk. Ik wilde schrijven over de achterstand doordat ik ziek was geweest, de achterstand omdat andere collega’s ziek werden en de achterstand door collega’s die met vakantie gingen. Ik wilde schrijven over de vele files van en naar mijn werk in Hilversum waardoor veel meer dan ‘s avonds doodmoe op de bank hangen er niet in zat.

Ik wilde schrijven over het overlijden van mijn lieve tante Rietje dat najaar. De impact die dat had was groter dan ik verwacht had. Het raakte me veel meer dan ik verwacht had. Dat iemand oud is en een mooi leven heeft gehad, maakt het verdriet niet minder, zo leerde ik.

Dus ik wilde schrijven dat 2015 compleet waardeloos was.

En toen plakte ik wat foto’s en filmpjes uit 2015 aan elkaar. Omdat ik dat elk jaar doe. En toen zag ik hoe we genieten van elkaar. En van Boef en Spike. Hoe fijn het is dat mijn moeder 84 jaar met haar tweelingzusje samen kon zijn. Hoe Michelle genoten heeft van haar twee oma’s. En ik van mijn twee moeders.

Onze stedentrip naar Barcelona kwam voorbij, het uitje naar de Arena met mijn achterneefje. En ik zag opnieuw hoe mijn kind stralend door het leven gaat. Met haar vriend, lol-makend, genietend, in Stockholm of waar dan ook.

Ik zag weer hoe ze haar eerste auto kocht, hoe ze haar master-diploma in ontvangst nam met -wat een geluk! – haar Oma erbij. Onze gezellige Kerst kwam voorbij. Met koffie met kaas en worst bij mijn moeder. Met gekke foto’s maken bij het Kerstdorp. Met hoe lief ik mijn moeder vind, totaal per ongeluk vastgelegd op film.

Bij nader inzien was 2015 eigenlijk zo slecht nog niet.
Ik stond er alleen niet altijd bij stil.

Ik ben niet van de goede voornemens maar voor komend jaar heb ik er toch een:
genieten van het moment! Want het is best jammer om pas als je er op terug kijkt, te beseffen hoe goed iets was!

Allemaal een heel gelukkig en gezond 2016 toegewenst!
Count your blessings!