Categoriearchief: Terug in de tijd.

Kakkenestje.

Toen ik werd geboren was mijn moeder 38 en mijn vader 37. Ze hadden al vijf kinderen; een zoon van 17, een zoon van 15 en drie dochters van 13, 11 en 9. En toen kwam ik.

“Pfff” zuchtte ik ooit tegen mijn moeder. “Was je wel blij?” Ze dacht even na. “Ja. Toch wel.” antwoordde ze. En dus was ik het nakomertje. Het ‘kakkenestje’ zoals ik genoemd werd. De laatste in de rij. En ja, ik werd verwend. Als ik niet wilde slapen en ‘s nachts huilend in bed lag, was er altijd wel een grote zus die wakker werd en zei “Ahhhh, ze mag wel bij mij in bed.”

En ik kreeg álles voor elkaar. Mijn grote zussen die samen gingen zwemmen. En ik krijste dat ik mee wilde. “Nee!” zeiden ze streng “want jij gaat huilen als je het zwembad uit moet.” “Nee, echt niet!” fleemde ik. Waarna mijn zussen overstag gingen en mij mee namen. En ik vervolgens toch alles bij elkaar brulde als ik het zwembad uit moest. Iedere keer weer.

Ik herinner me potjes Monopoly met mijn broers en zussen. Ik wilde mee doen maar dat mocht niet. “Nee!” zeiden ze streng. “Want halverwege heb je geen zin meer en dan moeten we jouw huisjes, straten en geld weer gaan verdelen.” “Nee! Echt niet!” beloofde ik. Om het na een half uur voor gezien te houden. Geen zin meer. Waarop mijn broers en zussen zuchtend mijn huisjes, geld en straten eerlijk verdeelden. Alweer.

Toch was het voor mij ook niet altijd leuk. Ik herinner me hoe ik in bed lag en mijn grote zussen in hun slaapkamer met elkaar hoorde kletsen. Ik wilde ook mee kletsen maar ik was te klein. Ik herinner me hoe ze met zijn allen op vakantie gingen naar Sell am See toen ik zeven was. Ik stond huilend voor het raam toen ze vertrokken. Ik mocht niet mee want ik was te klein. Ze brachten cadeautjes voor me mee, hoor. Een ringetje. Een geborduurd zakdoekje in een mooi doosje. Maar toch; ik had zo graag mee gewild.

Maar wat me het meeste is bij gebleven, van opgroeien als nakomelingetje, is de veiligheid en de geborgenheid. In alle vroegte maakten mijn broers en zussen zich op om naar hun werk te gaan. Liggend in mijn warme bedje, hoorde ik de keukenkastjes open en dichtgaan. Ik hoorde hen praten met mijn moeder.

De handtas van mijn oudste zus klaar lag, op het kastje in de gang. Met een zakje boterhammen erbij. Ik wist dat mijn jongste zus Kokindjes voor me mee zou brengen van de drogisterij waar ze werkte. Dat mijn broer me de kieteldood zou geven als-ie weer thuis kwam van zijn werk. En dat ik later die dag mee mocht met mijn middelste zus, naar haar schoonmaakbaantje in een grote villa waar ik naar hartelust speelde.

Een van mijn broers of zussen had met lichtgevende verf een lachend gezichtje getekend op de plafondlamp in mijn slaapkamer. Ik herinner me hoe ik ‘s avonds naar dat lachende gezichtje keek voor ik in slaap viel terwijl de rest beneden tv keek. Veilig in bed. In een huis vol familie.

Ik weet precies op welke datum ik mijn eerste tandje kreeg en voor het eerst op het potje ging. Omdat mijn baby-boek door mijn zussen nauwkeurig bijgehouden werd. Een van hen heeft zelfs de moeite genomen wat poppetjes van het kinderbehang op mijn kamertje uit te knippen en te bewaren in mijn baby-boek.

Toen ik bij Nicole las over het stukje behang van haar oma dat ze ingelijst heeft, ben ik gaan zoeken tussen mijn spulletjes van vroeger. Ik had ze nog! Mijn behangpoppetjes! Ze prijken nu – ingelijst en wel – in mijn grote-mensen-slaapkamer. Best bijzonder, vind ik.

Nieuwe trend.

Oké, ik ben er natuurlijk helemaal uit. Mijn baby is tenslotte al 27. De tijd waarin kinderen groot gebracht werden volgens de drie R’s (Rust, Reinheid en Regelmaat) was destijds wel voorbij maar echt veel gekkigheid was nog er niet.

De mededeling dat iemand zwanger was kwam gewoon per telefoon of werd persoonlijk gebracht. Social media bestond nog niet. En bevallen deed je destijds gewoon in bed in plaats van in een zwembad of op een krukje. Van babyshowers of gender reveal party’s had nog niemand gehoord. Baby’s sliepen gewoon in hun bedje en je werd niet verketterd als je de keuze maakte om flesvoeding in plaats van borstvoeding te geven.

Maar tijden veranderen. Gelukkig maar, hoor. Mijn neefjes en nichtjes werden nog vervoerd in een reiswieg die los op de achterbank van de auto stond. Toen mijn dochter geboren werd was de Maxi Cosi (een Nederlands onderdeel van een Canadees bedrijf trouwens) net uitgevonden. Het kwam de veiligheid alleen maar ten goede. En zo was er het destijds nieuwe advies om baby’s niet op hun buik te laten slapen. Het heeft het aantal gevallen van wiegendood drastisch doen dalen.

Maar soms kijk ik toch verbaasd op bij het horen van de laatste nieuwe babytrend. Zo hoorde ik vandaag voor het eerst van een babynestje. Een wat? Nou, een babynestje. Wat is in hemelsnaam een babynestje?

Dat is heel simpel uit te leggen. Een babynestje is een kussen met opstaande randen waar je je baby in kunt leggen. In de randen zit een touwtje waarmee je de randen aan kunt trekken zodat ze je baby omsluiten. Dit zou een geborgen gevoel geven omdat het een beetje lijkt op hoe de baby in de baarmoeder zat.

Ik vond, eerlijk gezegd, dat er nogal wat nadelen aan zo’n babynestje zitten. Zo kunnen baby’s er maar een half jaar in. Daarna worden ze te groot. Sowieso mogen baby’s er niet meer in zodra ze zich om kunnen draaien. Dan kunnen ze namelijk stikken. Je moet ook opletten met de touwtjes die er aan zitten (die moeten aan het voeteneinde natuurlijk) want ook dat is gevaarlijk. Je mag je baby dus nooit alleen laten als-ie in zijn babynestje ligt. De baby mag er ook niet de hele nacht in slapen. Hij mag er een klein dutje in doen. Je kunt hem of haar er ook even inleggen als je even je handen vrij wilt hebben.

Ik had daar vroeger iets anders voor. Een houten bak met tralies. Dat heette een box. Als ik even iets moest doen, legde ik mijn uk daar in. Heel handig! Ze mocht er niet de hele nacht in slapen. Maar een klein dutje kon wel. Er zaten geen touwtjes in waar ze in kon stikken. En ze paste er ook heel lang in. Toen ze anderhalf was, zat ze er nog wel eens in. Kon ze veilig spelen terwijl ik de wc sopte of zo.

Nieuwsgierig geworden Googlede ik toch even op ‘babynestje’. Bij de firma Bol.com worden babynestjes verkocht. De goedkoopste kost € 30,-. De duurste maar liefst € 179,-! Natuurlijk moet iedereen helemaal zelf weten waar hij of zij zijn baby in stopt. Maar in dit geval zou ik gaan voor de dierenmand bij dezelfde firma. Dan ben je voor € 8,75 klaar. En er zitten geen gevaarlijke touwtjes aan!

2019 – Een jaar in beeld.

2019 was het niet helemaal. Of eigenlijk helemaal niet. In januari overleed mijn oudste broer en in de rest van 2019 waren er al die momenten dat ik hem vreselijk miste. 

Als ik, onderweg naar Breda, de Brabantliner zag rijden waarop hij zolang chauffeur was. En ik niet in hoefde te halen om te kijken of hij achter het stuur zat. De zondagmiddagen aan de koffie bij mijn moeder. Met zijn lege stoel. Het gras in haar achtertuin dat sneller groeit dan wij kunnen maaien. En mijn moeders 88ste verjaardag, waarbij mijn broer door zijn afwezigheid meer aanwezig was dan ooit. Wat wordt-ie gemist.

Gelukkig waren er ook genoeg leuke dingen. Omdat het jaar zo rot begonnen was, trakteerden Michelle en Robby ons op een high tea. Zij zagen ook dit jaar weer flink wat van de wereld, die twee. Via Whatsapp genoot ik mee van al het moois dat ze zagen. En tussendoor tekenden ze ook nog even het koopcontract van het spiksplinternieuwe echte grote-mensen-huis waar ze volgend jaar gaan wonen.

Frank had goede en slechte dagen dit jaar. We profiteerden van de goede dagen door uitstapjes te maken. Naar mijn nichtje Gerdine, in Oudewater. Naar Leiden, waar we eindelijk Emile weer eens ontmoetten. We kregen oude vrienden op bezoek en we lunchten op het strand. We pasten op Nanook. We knuffelden onze Spike. We vierden een lange, warme zomer op ons balkon. 

Ik ging een weekendje naar Groningen met Michelle. Mijn moeder kwam logeren en we waren bij de bruiloft van onze liefste vrienden, waar ik zelfs de ringen aan mocht geven. ❤️ We vierden Kerst bij mijn moedertje, waar ik samen met mijn jongste broer en zijn ex-vrouw (als dát geen mooie Kerstgedachte is… ) een heus Kerstdiner organiseerde. 

En daar tussendoor fladderde steeds weer mijn allerliefste dochter. Die zo lekker blijft turnen op haar ‘oude dag’. Die zo lief voor haar Omaatje is. En die mij, met haar gekke fratsen, ondanks alles toch altijd weer aan het lachen maakt.

Ondanks al dat moois ben ik wel klaar met 2019.
Weg ermee!
Op naar 2020! 

Ik wens jullie een hele goede jaarwisseling en een gezond en gelukkig 2020!

Lieve Nicky,

Wat ben je nog piepjong, zeg. Een jaar of 19. Waarom ben je nou altijd zo onzeker? Je bent een hartstikke leuke meid om te zien. Je koopt altijd lange truien, die over je kont vallen omdat je jezelf te dik vindt. Nou, lieve schat, je maakt je voor niets zorgen. Je bent helemaal niet dik. Dat komt nog wel, hoor. Maar gelukkig groeit je zelfvertrouwen net zo hard als je kont en heb je later niet meer de behoefte om ‘m te verstoppen. Maar wat eeuwig zonde dat je nu zo slecht over jezelf denkt.

Je voelt je een beetje ongemakkelijk over het gesprek dat je met je vader had laatst. Je moeder was niet thuis en ineens – zomaar – vertelde je hem hoe dankbaar je bent voor alles wat hij en Ma voor je gedaan hebben. “Daar ben je Pa en Ma voor” antwoordde je vader simpel. Maar je moeder vertelde later dat Pa helemaal ontroerd was, toen hij haar vertelde wat je gezegd had. Je voelt je een tikkie opgelaten want er wordt bij jouw thuis nauwelijks over gevoelens gepraat. Maar geloof me; over vier jaar ben je voor eeuwig dankbaar voor dat ene gesprek met je vader aan de eettafel.

Je hebt niet veel grote dromen, hè? Huisje-boompje-beestje. Dat wil je het liefst. Een huisje, een hond. En drie kindertjes, dat lijkt je wel wat. En dan het liefst met hem, die jongen waar je zo verliefd op bent. Je hebt er nog geen idee van dat-ie je hartje gaat breken. En dat je uithuilt bij je vader op schoot. Ook al ben je dan al 20. Dat gebroken hart hoort er nou eenmaal bij. Echt, daar wordt je groot en sterk van. Maar kom op, zeg. Je blijft veel te lang in je eentje thuis om ‘m treuren. Dat is hij écht niet waard. Zonde van je tijd. Hup! De deur uit. De wereld wacht op je!

Dat huisje-boompje-beestje, daar maak je je best een beetje zorgen om. Je broer en zussen zetten met het grootste gemak een hele kinderschare op de wereld. En stiekem ben je best bang dat dat jou later niet lukt. Nou, geloof me. Dat komt helemaal goed! En hoe! Je zult niet weten wat je overkomt. Maar maak je geen zorgen als het zover is. Jij kunt het. Je gaat het zó geweldig leuk hebben met jouw eigen manier van huisje-boompje-beestje.

En oh ja! Die brandweerman waar je stiekem van droomt, omdat brandweermannen altijd zo lekker lang van huis zijn? It ain’t gonna happen, girl. Je blijft plakken aan een ICT-manager! En guess what? Als jullie elkaar nét kennen, stopt-ie met werken en is-ie voortaan lekker iedere dag thuis. De hele dag. Wat een grap, hè?

En je droomt van de zee, toch? Je bent dol op de zee en denkt vaak hoe fijn het zou zijn om dicht bij de zee te wonen.

Lees je boeken, blijf luisteren naar je muziek. Blijf tekenen, want oefening baart kunst. En ga vooral schrijven! Dat zal je goed doen.

Maar blijf vooral dromen. Want alles komt goed later, zelfs dat huisje aan zee.

Liefs,
Nicky

PS: nog een laatste tip: dat permanentje dat zo’n goed idee lijkt?
Niet doen! Daar krijg je spijt van