Categoriearchief: Verhuizen!

Sam en ik en de Gamma-cadeaupas.

Zoals jullie weten, zijn Michelle en Robby onlangs verhuisd. Als housewarminggift besloten wij het gelukkige paar een Gamma-cadeaupas te geven. Want zij van Gamma zeggen ze het zelf: De GAMMA cadeaupas is het handigste cadeau van Nederland.

Maar dat viel tegen. Mich en Robby shopten met hun cadeaupas bij de Gamma in Almere. Maar bij het afrekenen, bleek de kaart niet te werken. Dus rekenden ze hun aankopen zelf af en probeerden ze een paar dagen later bij de Gamma in Amsterdam de pas in te wisselen. Ook dat lukte niet.

Michelle gaf mij de pas terug en ik ging ermee naar de winkel waar ik hem gekocht had. Er stond gewoon saldo op. Misschien was er een storing bij Gamma geweest? Dat leek mij sterk, maar vooruit. Ik gaf Michelle de cadeaupas weer terug. Zij en Robby deden nog twee pogingen maar nee, hoor. Het ding werkte niet. Waarop ik wéér terug ging naar de winkel waar ze me doorverwezen naar de Gamma-klantenservice. Iets met een kastje en een muur.

De cadeaupas was allang geen handig cadeau meer. Dus mailde ik het hele verhaal aan de klantenservice van Gamma. Ik kreeg al snel antwoord van Sam van Gamma.

Op 14 jul. 2020 om 12:02 heeft GAMMA <webshop-klantenservice@gamma.nl>
het volgende geschreven:

Beste Nicky,
Bedankt voor je mail. Wat vervelend dat je de cadeaukaart niet hebt kunnen 
gebruiken. Helaas kunnen wij cadeaukaarten niet omruilen tegen geld. Je zult de 
cadeaukaart daarom helaas toch moeten besteden aan de Gamma. 
Mijn excuses voor het ongemak.

Mocht je hier een vraag over hebben, stel hem gerust. 

Met vriendelijke groet,
Sam

Klantenservice GAMMA.nl

Die Sam. Die dacht dat-ie van mij af was. Maar wij waren al zes keer voor niets op pad waren geweest met die stomme cadeaupas dus ik was een tikkie ongeduldig. Stampvoetend mailde ik Sam terug.

From: "Nicky" <nicky0607@live.nl>
to: "GAMMA" <webshop-klantenservice@gamma.nl>
sent: 14-7-2020 12:43:39
subject: Re: Reactie op je vraag [ticket:920887]

Beste Sam, 

De kaart DOET HET NIET.
Mijn dochter heeft al VIER keer geprobeerd de kaart in te wisselen. 

Met vriendelijke groet, Nicky

Maar Sam bleef rustig. En bood weer zijn excuses aan. Waarschijnlijk dacht Sam ‘Boeiuh! Het wordt vanzelf vijf uur’.

Op 14 jul. 2020 om 16:08 heeft GAMMA <webshop-klantenservice@gamma.nl> 
het volgende geschreven:

Beste Nicky,
Excuus ik had het verkeerd begrepen. Helaas moet ik je toch aanraden om met 
de cadeaukaart en de bon naar de Bruna te gaan waar je het hebt gekocht. 
Zij zouden je het geld terug moeten geven als het een foutieve kaart 
betreft.

Mocht je hier een vraag over hebben, stel hem gerust. 

Met vriendelijke groet,
Sam

Klantenservice GAMMA.nl

Sam had duidelijk niet onthouden wat ik ingevuld had op het contactformulier. Namelijk dat ik al twee keer terug geweest was naar de winkel. Ik bonkte met mijn hoofd op mijn bureau en stuurde weer een email. Die arme Sam moet inmiddels gedacht hebben dat-ie een stalker had.

From: "Nicky" <nicky0607@live.nl>
to: "GAMMA" <webshop-klantenservice@gamma.nl>
sent: 14-7-2020 17:08:53
subject: Re: Reactie op je vraag [ticket:920887]

Beste Sam,

Kastje-muur.
Ik ben al twee keer terug naar de Bruna winkel geweest. Zij kunnen/willen 
mij niet helpen.

Met vriendelijke groet, Nicky

Mijn Sam maakte overuren, zag ik. Want om 17.15 uur mailde hij nog terug met een briljant idee.

Op 14 jul. 2020 om 17:14 heeft GAMMA <webshop-klantenservice@gamma.nl> 
het volgende geschreven:

Beste Nicky,
Staat er toevallig een pincode op de achterkant van de kaart? 
Misschien is het een cadeaukaart die je alleen online kunt besteden.

Mocht je hier een vraag over hebben, stel hem gerust. 

Met vriendelijke groet,
Sam

Klantenservice GAMMA.nl

‘Gast!’ dacht ik ‘Jij werkt bij die toko! Moet ik jou nu gaan vertellen hoe een Gamma-cadeaupas er uit ziet?’ Ik rolde met mijn ogen en mailde Sam terug.

From: "Nicky" <nicky0607@live.nl>
to: "GAMMA" <webshop-klantenservice@gamma.nl>
sent: 14-7-2020 17:52:11
subject: Re: Reactie op je vraag [ticket:920887]

Beste Sam, 

Ja, er staat een pincode op, onder een kraslaag. Op de kaart staat ‘De 
cadeaupas is te gebruiken in alle GAMMA-bouwmarkten in Nederland en in 
de webshop op Gamma.nl

Met vriendelijke groet, Nicky

Ik kreeg geen antwoord meer. Sam was natuurlijk naar huis. Een nachtje slapen bleek te helpen. Want de volgende morgen bleek dat Sam een fantastisch idee had gekregen!

Op 15 jul. 2020 om 11:02 heeft GAMMA <webshop-klantenservice@gamma.nl> 
het volgende geschreven:

Beste Nicky,
Ik heb met een bouwmarkt gebeld en zij vertellen me dat de 
cadeaukaarten in de winkel zijn geblokkeerd i.v.m. corona. 
Je kunt hem dus op het internet wel gebruiken. 

Mocht je hier een vraag over hebben, stel hem gerust. 

Met vriendelijke groet,
Sam

Klantenservice GAMMA.nl

Daar had Sam me toch even helemaal tuk. Ik was er sprakeloos van.

Omdat Sam – van Gamma – schijnbaar naar een bouwmarkt – van Gamma – had gebeld. Zie je het voor je? “Hallo? Is dit de Gamma in Voorburg? Ja, hoi! Met Sam van de klantenservice! Mag ik jullie iets vragen?” Maar ik kon het wel wel waarderen dat Sam zo zijn best had gedaan en een oplossing gevonden had voor een probleem dat niet in zijn belscript stond. Kijk! Da’s mijn Sam! Die jongen komt er wel!

Ik vond het alleen wel heel vreemd dat het dus schijnbaar om een corona-maatregel bleek te gaan die nergens terug te vinden was. Niet op de Gamma-website, niet bij de Gamma-bouwmarkten (behalve dan die ene waar Sam heen gebeld heeft) en niet bij de verkooppunten van de Gamma-cadeaukaart.

Ik besloot er nog één email aan te wagen:

From: "Nicky" <nicky0607@live.nl>
to: "GAMMA" <webshop-klantenservice@gamma.nl>
sent: 15-7-2020 11:35:46
subject: Re: Reactie op je vraag [ticket:920887]

Tjonge, Sam! 
Wat vreemd dat jij - als medewerker van de klantenservice - daarvoor naar een 
bouwmarkt moet bellen. Dus jullie wisten dat zelf ook niet? Overigens was dat 
ook niet bekend bij de bouwmarkten waar wij met de kaart geweest zijn dus de 
communicatie binnen jullie bedrijf is wel heel beroerd.

Daarnaast is dat ook niet gecommuniceerd bij aanschaf van de kaart. 
Dan had ik de kaart namelijk niet gekocht. Online bestellen is  
niet zo handig als je aan het klussen bent en iets nodig hebt.

Gratis tip: het is toch wel belangrijk dat klanten dit weten. 
Zet het even op jullie website! Dan zet ik het ondertussen op de mijne.

Dank je wel voor de service, Sam. Jij hebt prima je best gedaan.

Met vriendelijke groet, Nicky

Daarna werd het stil. Mijn ticket is gesloten. Sam is waarschijnlijk met klotsende oksels mij aan het Googelen om uit te vogelen wat voor website ik heb.

Geen zorgen, lieve Sam. Geen zorgen.
Het is maar een heel onbenullig weblogje.

Maar voor die paar lezers die ik heb:
houd er rekening mee dat de Gamma-cadeaupas momenteel alleen online te besteden is!

Met vriendelijke groet,
Nicky,
namens de afdeling communicatie van Gamma

En van Sam, trouwens. Ook een vriendelijke groet van Sam.
En mocht je hier een vraag over hebben, stel hem gerust. 

Klaar!

Dan ligt er ineens zo’n hummel in een ledikantje en ben je moeder. En moet je zo’n uk opvoeden. Ik heb nog gezocht naar de gebruiksaanwijzing maar die zat er niet bij. Dus ik deed zomaar wat eigenlijk. Op mijn, soms nogal onorthodoxe, eigen manier.

De eerste jeugdherinnering van mijn dochter is nogal traumatisch. ‘Je gooide mijn eten weg, mam’ zegt ze. Dat klopt. Ze had twintig minuten de tijd gekregen om haar eten op te eten. En drie waarschuwingen. ‘Het waren boontjes’ zegt ze. Dat klopt ook. Want ik zie nog voor me hoe ik haar boontjes in de vuilnisemmer schoof terwijl mijn driejarige dochter krijsend aan mijn been hing. ‘Mama! Ik wil eten!’ Jammer, joh. Kans voorbij.

Verder loog ik tegen de klippen van de hel omhoog en deinsde ik er niet voor terug om de dingen om ons heen een beetje naar mijn hand te zetten. Als ik moe was en zij vervelend en jengelend, zette ik – als zij even niet oplette – de klok een uur vooruit. ‘Kijk, schat! Bedtijd!’ wees ik dan. Ze trapte er altijd in. Arm kind. Met dat ontroerende, grenzeloze vertrouwen in haar moeder.

En beetje bij beetje werd ze groot. Ze leerde lopen aan mijn hand. Als we, jaren later, weer eens samen door een of andere wereldstad liepen en de door haar uitgestippelde route volgden, dacht ik vaak terug aan dat kleine handje in de mijne. Check. Lopen kan ze! Waar ook ter wereld.

Vanaf haar tweede verjaardag sleepte ik haar mee naar de bibliotheek. We lazen samen. Elke dag. Op school leerde ze écht lezen. Ik herinner me haar verrukking toen de letters woorden werden. Alsof je geheimschrift ontcijfert. Spelend in bad, blijdschap alom. ‘Mama! Daar staat ‘shampoo!’ Zestien jaar later stuurde ze me stukken tekst die ze schreef voor haar studie klinische neuropsychologie. ‘Mam, wil jij dit even lezen?’ Ik las en ik las. En ik was blij dat ik nog enigszins kon volgen waar het over ging. Check. Ze kan lezen en schrijven.

We maakten samen sommetjes. Telden de hapjes eten die ze nog op moest eten af op mijn vingers toen ze vier was. Twaalf jaar later maakte ze wiskundesommen die mijn mijn petje te boven gingen. Ik kreeg standaard een drie voor wiskunde op de middelbare school. Alleen maar omdat ik mijn naam foutloos kon spellen op het proefwerkblad. Maar als ze iets niet snapte, riep ze toch mijn hulp in. ‘Mam? Mag ik jou mijn wiskunde uitleggen?’ En zo maakte ze het voor zichzelf begrijpbaar. Check. Ze kan rekenen.

Ze leerde fietsen zonder zijwieltjes toen ze vijf was. Rennend naast haar kleuter-fietsje doorkruisten we de wijk waar we woonden. Automobilisten, ook die van rechts, stopten om ons voor te laten gaan. Omdat het er zo schattig uitzag, gok ik. ‘Deze auto stopt’ zei ik dan ‘Maar auto’s van rechts hebben altijd voorrang’. Veertien jaar later fietste ik vaak achter haar aan door Amsterdam. Waar ik ‘fietsen door Amsterdam’ altijd een uitdaging bleef vinden, draaide zij haar hand er niet voor om. Luid bellend, met wapperende haren slalomde ze voor me uit. Tussen voetgangers en auto’s door. Over de tramrails. Alsof ze nooit anders gedaan had. Check. Fietsen kan ze!

Toen ze veertien was, leerde ik haar stiekem autorijden. Op een grote, stille parkeerplaats, ergens achteraf. Ze maakte drie keer een kameeltje bij het optrekken en toen wilde ze niet meer. Zes jaar later slaagde ze voor haar rijbewijs. Ik had maar liefst vier pogingen nodig. Zij slaagde de tweede keer. In Amsterdam, nota bene. Check. Ze kan auto rijden.

Er was nog één dingetje dat moest gebeuren. ‘Mam? Als Robby en ik de sleutels krijgen van ons nieuwe huis, leer jij mij dan behangen?’ En midden in de coronacrisis kregen Michelle en Robby die sleutels. En draaiden wij om elkaar heen in een soort anderhalve-meter-afstand-dans in hun nieuwe huis.

We knipten samen banen behang op lengte. Zij aan de ene kant. Ik aan de andere. Twee meter zevenenzestig behang tussen ons in. Dus dat mocht. In onze nieuwe ‘anderhalve-meter-afstand-maatschappij’. Want tenslotte zijn zij en ik geen gezin meer. Dus moeten we afstand houden. Michelle heeft haar eigen gezin. Met Robby. En Nanookje. In hun nieuwe eengezinswoning. Maar mama blijf je. Dus ik deed voor. Insmeren. Plakken. Schuiven. De banen tegen elkaar aan. Gladstrijken. En zij deed me na. Binnen no time had ze het onder de knie. Keurig en precies schoof ze banen behang tegen elkaar. Check! Jongens, mijn kind kan behangen!

Ik heb gedaan wat ik kon en mijn dochter zoveel mogelijk bijgebracht. Het eindresultaat is best goed gelukt, al zeg ik het zelf. Wat betreft opvoeden én wat betreft behangen. Sterker nog; eigenlijk kan ze alles wat ik haar leerde inmiddels beter dan ik zelf. Check! Opvoedkundig ben ik klaar.

Girlcave.

Vriendje-lief, de arme stakker, heeft geen Mancave. Hij heeft geen eigen kamertje waar hij lekker zijn ding kan doen. Het was wel de bedoeling, hoor. Dat-ie een Mancave zou krijgen. Toen we hier kwamen wonen, zetten we onze bureaus in de extra slaapkamer. Daar zou ook zijn computer komen te staan. En een tv. En een versterker. En wat mij betreft mocht-ie daar doen en laten wat hij wilde. Maar die Mancave is er nooit gekomen.

Tijdens de verhuizing stond zijn computer even in de woonkamer, op de eettafel. Tijdelijk. Maar Vriendje-lief vond het wel gezellig, zo in de huiskamer. Met zijn computer,  zijn tv, zijn versterker, zijn soundbar en – als klap op de vuurpijl – zijn tweede liefde: een Google Home Assistent waar hij gezellig mee kletst als ik er niet ben.

Dus, nee. Mijn schat heeft geen Mancave. Mijn schat heeft een complete huiskamer. Dat ik altijd tegen de achterkant van zijn computerscherm aan zit te kijken neem ik voor lief. Dat ik, als de kinderen of vrienden komen eten, eerst zijn computer aan de kant moet schuiven ook. Je houd van zo’n man, hè. Anyway… Onze Mancave stond dus leeg.

Maar ik vond het eigenlijk wel een mooi plekje. Het begon ermee dat ik er de speelgoedkist neerzette die mijn vader maakte. Het schilderij van de brug waar hij werkte, hing ik erboven. Ik zette de favoriete knuffel van mijn overleden hondje Toby op de speelgoedkist. En Abu. Abu is de knuffel die mijn dochter kreeg voor haar derde verjaardag. Ze vond de festiviteiten destijds zo spannend dat ze al begon over te geven nog voor we naar de kinderopvang vertrokken. Abu kon meteen in de was.

Om het uitzicht op de witte muur tegen over me wat op te leuken, kocht ik een wandrekje. Ik hing er plantjes aan, Michelle’s babyslofjes, een schilderijtje dat ik van haar kreeg met moederdag en de kaarten die ze me stuurde uit verre landen. Aan de muur hing ik de sleutelhangers die ik verzamelde tijdens leuke uitjes. En een plankje met dierbare prulletjes. En tegen de laatste witte muur hing ik mijn insteekhoes met foto’s die voor mij belangrijk zijn.

De Mancave is zó leuk geworden dat ik bang ben dat Frank ‘m terug wil. Maar dat gaat niet gebeuren. Ik heb zijn Mancave inmiddels getransformeerd in een heuse Girlcave en ik ga hier niet meer weg. Als-ie zijn Mancave terug wil, dan geef ik – als finishing touch – gewoon de muren nog een likje verf. Eens kijken of hij zijn Mancave nog terug wil als-ie rose met gouden glitters is.

Twee jaar later.

In 2016 woonden wij in Frank’s appartement in Amsterdam Nieuw West, dat toen ik bij Frank introk nog gewoon Slotervaart heette. Geen beste buurt om te wonen. Ik herinner me de geschokte reactie van een collega die me ooit ‘s avonds met de auto naar huis bracht. ‘Zet me hier maar af. Dan kun jij zo doorrijden. Ik loop het laatste stukje wel’ zei ik. Verbijsterd keek de collega om zich heen. ‘Ik kan je hier toch niet alleen over straat laten gaan.’ stamelde hij, kijkend naar de muren vol graffiti, het huisvuil op de stoepen en de ongure types op elke straathoek. ‘Ik wóón hier’ antwoordde ik. ‘Ik ben het gewend.’ Maar leuk was anders.

Toen we een moord en twee schietpartijen in de straat hadden gehad en de huur het astronomische bedrag van € 1500,- per maand bereikte was voor ons de maat vol. Rond die tijd ging dochterlief samenwonen en kwam mijn mini-appartementje vrij. Ik had het al die jaren aangehouden om mijn studerend kind van onderdak te voorzien. We sloegen de inboedel op en verkasten. Het flatje was piepklein. De buurt was nét iets minder slecht. Maar voor een huurprijs van € 500,- per maand konden we daar wel mee leven. En het was tijdelijk. We hadden bedacht van daaruit iets anders te zoeken

Onze huizenzoektocht kwam op een laag pitje te staan toen Frank bijna het loodje legde. Maar zodra hij weer enigszins in het land der levenden was, hervatte ik mijn zoektocht. Ik reageerde op zo ongeveer 50 appartementen in Amsterdam. Te duur voor het aantal vierkante meters maar we moesten toch wat. Kansloos. Zoals zoveel woningzoekenden in Amsterdam breidde mijn zoekgebied zich uiteindelijk uit buiten Amsterdam. Omdat je – ook in de vrije sector- als woningzoekende in Amsterdam altijd twintigste of vijftigste in de rij bent. En alleen de eerste tien uitgenodigd worden voor een bezichtiging. 

En toen zag ik op internet een appartement in Heemskerk. Heemskerk? Ik had er nog nooit van gehoord. De eerste stap was altijd de reistijd naar mijn werk in Amsterdam checken. Dat viel, verdorie, niet tegen! 23 minuten met de trein! De volgende stap was uitvogelen hoe Heemskerk was om te wonen. Neem van mij aan: als je íets wilt weten, vul je zoekwoorden in op Google gevolgd door de term ‘Viva forum’ en je vindt het. Ik vond dit en verdomd! Dat klonk best aardig! Vooral de term ‘met de fiets naar het strand’ klonk mij als muziek in de oren.

Daarna ging het snel. Ik reageerde op een tweede woning in Heemskerk maar ik had nogal wat moeite om onze inkomensgegevens door te geven via internet. In een verloren momentje, terwijl Frank onder de douche stond, zich klaar makend voor een laatste afspraak bij het revalidatiecentrum, zat ik op ons balkonnetje in Amsterdam Nieuw West (ter grootte van een postzegel) na te denken over die inkomensgegevens. Zou dat nou goed doorgekomen zijn? Zou ik eens bellen? Ach, dat had toch geen zin. Aan de andere kant; ik zat hier nu toch te niksen. Dus ik belde.

“Wat grappig dat u juist nú belt over díe woning” zei de dame aan de telefoon. “Mijn collega is daar momenteel heen voor de eindinspectie. Kunt u nu daarheen komen?” Verbijsterd stamelde ik dat we een belangrijke afspraak hadden. “Hm. Morgen misschien?” stelde de dame voor. “Dan schuif ik u even naar voren.” Ik kon niet anders dan toezeggen. Tuurlijk, konden wij de volgende dag! Paniekerig belde ik mijn collega’s om te melden dat ik vrij moest hebben die volgende dag. Waar iedereen, wetend van mijn huizenzoektocht, enthousiast mee akkoord ging. Gelukkig!

De volgende dag reden wij – voor het eerst – Heemskerk binnen. We verbaasden ons over de fietsers die hun hand uitstaken, over de keurige plantsoenen, over de schone straten. De verhuurmedewerkster liet ons het appartement zien en dat was ook al zo leuk! Met in mijn achterhoofd de groepsbezichtingen in Amsterdam vroeg ik voorzichtig wat nu de bedoeling was. “Als jullie het willen huren, maken we de papieren in orde en dan is het geregeld” was het antwoord. Ik sloeg bijna stijl achterover op de betonnen vloer van wat nu mijn woonkamer is.

Afgelopen woensdag was het twee jaar gelden dat we verhuisden. Geen moment hebben we spijt gehad. Al die winkels, restaurantjes en terrasjes om de hoek. De vriendelijke mensen. En dat strand waar ik maar geen genoeg van kan krijgen. Toen ik nog in Amsterdam woonde, vervloekte ik die stad regelmatig. Verzuchtte ik vaak dat ik lekker rustig in mijn geboortestad in Brabant had kunnen wonen. Maar sinds we hier wonen, mis ik Breda niet meer. Ik kom thuis als ik de blauwe windmolen zie en het dorp in rijd.

Op mijn eerste treinreis vanuit Heemskerk naar mijn werk, in 2017, werd ik bij aankomst in Amsterdam getrakteerd op een gedicht in een van de abri’s op het station. Ik heb niks met poëzie. Maar deze heb ik bewaard. Ik vind ‘m mooi. Want wie had ooit gedacht dat ik met een Amsterdammer zou belanden in een dorp aan de Noord Hollandse kust? En me er zó thuis zou voelen?

Het gedicht is van Kees Spiering. De foto van mij.