Categorie archief: Verhuizen!

Een andere wereld.

Doordat we volop aan het klussen zijn in onze nieuwe woning, kunnen we rustig wennen aan onze nieuwe woonplaats. En wennen is het zeker! We verhuizen twintig kilometer naar het noord-westen maar het lijkt een compleet andere wereld! Zo vind ik het stukje rijden van Amsterdam naar Heemskerk al leuk. Over de ring A10 naar de A9. Voorbij Schiphol wordt het rustiger op de weg. De bebouwing maakt plaats voor weilanden, de Stelling van Amsterdam, hier en daar een boerderij en wat schapen en paarden. En dan is-ie daar ineens! De vrolijke blauwe windmolen met Heemskerk erop! Bijna thuis!

Als we het stadje inrijden passeren we één stoplicht en drie rotondes. “Wat een drukte hier, hè?” grappen we tegen elkaar. En elke keer verbazen we ons over de Heemskerkse fietsers. Ze steken zo overduidelijk hun hand uit als ze afslaan. En dat doet niet één brave fietser. Nee, dat doen ze allemaal! Om niet meteen als de nieuwe dorpsgekken van Heemskerk bestempeld te worden, houden we ons in en rijden we rustig door. Maar het liefst zouden we stoppen om al die fietsers persoonlijk te bedanken.

Boodschappen doen is ook al zo’n belevenis. Vorige week liepen we de plaatselijke supermarkt binnen, op twee keer struikelen van ons huis vandaan. “Goedenavond” zei de bedrijfsleider toen we binnen kwamen. En ik keek eens achterom om te kijken wie die klant achter me was die zo vriendelijk welkom geheten werd. Maar er liep helemaal niemand achter ons. De bedrijfsleider had het tegen ons!

Als twee blije kinderen huppelden we vervolgens door de winkel ondertussen verrukte kreten uitslaand. ‘Wat is het hier groot! En zo licht! En schoon! En wat een keuze!’. ‘Kijk!’ riep Frank enthousiast ‘Schepsnoep!’ En hij vulde meteen een zakje. Er was warme grillworst uit de oven, je kunt je eigen cruesli afwegen en zelfs zeebanket kun je zelf scheppen. Jubelend ontdekten we een compleet rek met koffiecupjes voor ‘ons’ koffieapparaat. En toen de caissière ons tenslotte ook nog eens een fijne avond wenste na het afrekenen, pinkten we een traantje weg. Al die vriendelijkheid! Zo ontroerend!

Bij de auto aangekomen laadden we de inhoud van ons winkelwagentje over in de kofferbak. We waren net klaar toen naast ons een jongeman opdook. Hij droeg een geel hesje met ‘Parkeerplaatshulp’ er op. Ik had echt nog nooit van de term ‘parkeerplaatshulp’ gehoord. Maar het bestaat! “Zal ik uw karretje even wegzetten?” vroeg de jongeman behulpzaam. Frank aarzelde. “Eh… Ja… Doe maar…” Beduusd keek hij de jongen na die met ons karretje verdween. “Wat zat er in?” vroeg Frank aan mij “Een muntje? Of geld?”.

Maar er zat niks in. Helemaal niks. In Heemskerk kun je zó een winkelwagen pakken. Zonder muntje, geen gedoe. En als je klaar bent met boodschappen doen, zet de parkeerplaatshulp hem weer voor je terug. Ik denk dat we wel kunnen wennen hier.

Foto van Paul Beentjes

Moving out.

Amsterdam. Ik vond het helemaal geweldig, twaalf jaar geleden, toen ik Frank leerde kennen. De grachten, de mooie oude panden, de rondvaartboten. De trams, de drukte, de winkels. De buurtkroegen en de Amsterdammers. Altijd in voor een praatje. Altijd in voor een gebbetje. Zeven jaar woon ik hier nu. En zelfs ik, als import-Amsterdamse, heb de stad zien veranderen.

Het wordt te druk. De niet aflatende stroom toeristen die de binnenstad verstopt zodat soms de Kalverstraat afgezet wordt. Koningsdag, Prinsengrachtconcert of de Gaypride hebben we al jaren niet meer gezien. We gaan de stad niet meer in omdat er geen doorkomen aan is. De stadsreiniging kan er niet meer tegen op vegen en het wordt steeds vuiler in de stad. Buurtkroegjes en kleine winkeltjes verdwijnen om plaats te maken voor wéér een belwinkel. En de echte Amsterdammer maakt allang geen praatje meer. Die baalt alleen maar omdat de ring om half drie ‘s middags al weer vast staat. Omdat het zo druk is overal. Bovendien tref ik weinig echte Amsterdammers meer. Die zijn uitgeweken naar Purmerend, naar Almere of Zaandam.

Bij mij begon het langzaam te kriebelen. Wat doe ik hier? Altijd die stoet toeterende auto’s voor de deur. Dag en nacht. Het zoeken naar een parkeerplaats. Het zwerfvuil op straat. Nooit eens rustig kunnen fietsen maar altijd op je hoede zijn. Opletten. Op verkeer dat door rood komt, voetgangers die zomaar de weg op lopen. Scooters die je loeihard rakelings passeren.

Op iedere plekje dat ‘over’ is, worden woningen gebouwd. Kleine appartementjes die voor grof geld verhuurd worden. Dus wordt het overal nog drukker. Want woningen bouwen is één ding. Maar al die mensen moeten boodschappen doen zodat ‘even snel’ een boodschap doen er niet meer bij is. Al die mensen moeten naar hun werk zodat je ‘s morgens de stad niet uit komt. Een bomvolle stad vol mensen die elkaar geen centimeter ruimte gunnen. Ongeduldig. En onbeleefd.

Maar ik hield wijselijk mijn mond. Mijn lieve vriendje is een rasechte Amsterdammer. Hier geboren en getogen en hij was dolblij na al zijn omzwervingen weer in Amsterdam te zijn. Dus zouden we op zoek gaan naar een woning in Amsterdam. Maar wáár precies, welke wijk nog leuk was om te wonen, dat wist hij ook niet. We zochten, keken en twijfelden maar we konden het niet vinden in Amsterdam.

Toen ik voorzichtig aan Frank vroeg of er niet een plaats was in de buurt van Amsterdam was waar hij wilde wonen, riep hij ‘Breda!’. Ook hij bleek helemaal klaar te zijn met Amsterdam. En even leek Breda heel aantrekkelijk. Even snel een bakkie koffie kunnen doen bij mijn broers en zussen. Een beetje mantelzorgen voor mijn moeder. En de Brabantse gemoedelijkheid. Want pas sinds ik in Amsterdam woon, weet ik wat daarmee bedoeld wordt.

Maar mijn kind woont in Amsterdam. En ik heb een geweldig leuke baan in Amsterdam. En met de beste wil van de wereld kon ik me mijn Amsterdammer niet voorstellen in Brabant. Het leek me beter om in de buurt van Amsterdam te blijven. We overwogen Ouderkerk aan de Amstel, Amstelveen, Abcoude. Diemen, Duivendrecht en Weesp.

Uiteindelijk werd het iets heel anders. Gewoon omdat we daar een leuk appartement tegen kwamen. En omdat ik altijd gezegd heb dat ik, later als ik groot ben, bij de zee wilde wonen. Eind juli gaan we verhuizen. Naar Heemskerk! Vlak bij Amsterdam. En twintig minuten fietsen van het strand vandaan.

Interieur-misser.

image

Onze opslag staat tjokvol en nog lagen er allerlei dingen in huis die we voorlopig even niet kwijt kunnen. Dus in het kader van ‘opgeruimd staat netjes’ kochten we afgelopen zomer een plastic opbergbox voor tuinkussens. Want er staat nergens dat er alleen maar tuinkussens in kunnen. Zo’n box leek ons perfect voor het veilig opbergen van allerlei spullen. En daarna zouden we die box, goed gevuld, beneden in de berging zetten. Strak plan!

Een zomer lang stond de opbergbox werkloos leeg te zijn in de berging tot we laatst ons geniale plan tot uitvoer brachten. We namen de box mee naar boven, zetten hem in elkaar in de slaapkamer en begonnen spullen te verzamelen die we tijdelijk kwijt wilden. Lampen, geluidsboxen, vazen. Gewikkeld in verhuisdekens borgen we allerlei spullen veilig op. En verdorie! De tuinkussens van ons balkonbankje pasten precies boven op de opbergbox.

Tevreden schoven wij de opbergbox zolang aan de kant. Eerst een bakkie koffie voor we de opbergbox naar de berging zouden slepen. Toen wij mentaal zover waren, bleek er nóg iemand erg tevreden met onze opbergbox. Onze Spike lag, heerlijk languit, te luieren bovenop de opbergbox.

Naast een kattentoren, twee mandjes, twee stoelen waar standaard kleedjes op liggen, een grote poef, een kleine poef, een speciaal kleedje op het voeteneind van het bed én een grote kartonnen doos heeft Spike er nu nóg een favoriet plekje bij.

Op de opbergbox, vlak onder het raam. Met uitzicht op een boom waarin vogels wonen en vlak naast de radiator. En wij, watjes, konden het niet over ons hart verkrijgen om de opbergbox naar beneden te brengen. Voorlopig staat er dus een joekel van een opbergbox in onze slaapkamer. Opgeruimd ligt lekker.

Loungen.

Bij ons vorige huis hoorde een flink terras. Toch zaten we er amper. Omdat het terras aan de voorkant van het huis lag en Jan-en-alleman langs liep. Bij het poppenhuisje waar we nu wonen, zit ook een balkon. Ongeveer net zo groot als het toilet in het vorige huis maar hé! Het is helemaal van ons en ik zit er graag. Hoewel van riant zitten niet echt sprake was. Het buitenhok van Spike stond op het balkon en daar zat ik meestal op. Bij gebrek aan beter. Maar écht lekker zitten deed dat niet.

Op een zaterdagnacht, toen in slaap vallen niet wilde lukken, lag ik na te denken over het balkonnetje. Als we nu eens het hok van Spike weg deden? En een bankje maakten? Daar zou Spike ook op kunnen liggen. Of zouden er hele kleine loungebankjes te koop zijn? Terwijl Frank niets vermoedend lag te slapen, zocht ik het hele internet af. Alle bouwmarkten, woonboulevards en tuincentra passeerden de revue.

Het kleinste bankje vond ik tenslotte bij (ik had eigenlijk niet anders verwacht) Ikea. Een loungebankje van maar 1 meter 32 breed. Ooit heb ik ons balkonnetje wel eens opgemeten maar zo midden in de nacht kon ik me niet herinneren hoe breed ons balkonnetje eigenlijk is. Het liefst was ik uit bed geslopen om midden in de nacht het balkon te meten maar ik wist me te beheersen.

Toen Frank die zondagmorgen wakker werd, stond ik – nog voor ik mijn eerste kop koffie op had – in pyjama ons balkon op te meten. “Wat doe je?” vroeg Frank. “Spike wil een loungebank” antwoordde ik “dus ik meet ons balkon.” Dat bleek 1 meter 30 breed te zijn. Kak! Teleurgesteld liep ik met de rolmaat rond. Op zoek naar een oplossing. In een helder ogenblik bedacht ik dat de balustrade van ons balkon rond loopt. Nog een keertje meten leverde een score op van… 1 meter 32! Ha! Binnen een uur stonden we bij mijn Zweedse vrienden voor de deur.

Het bankje kopen was zo gepiept. Het naar huis vervoeren viel tegen. De doos waar het bankje in zat, bleek niet in de auto te passen. Hilarisch natuurlijk. Als de doos al niet in de auto paste, hoe kon het bankje dan op ons balkon staan? “Al moet ik het er tussen rammen” gromde Frank, inmiddels net zo vastbesloten als ik, “maar dat bankje komt er.” Op de parkeerplaats van Ikea pakten we het bankje uit en propten de losse delen in de auto. En zo stond ik even later met 15 onderdelen van een bankje van 1 meter 32 breed op een balkon van 1 meter 32 breed.

Het in elkaar zetten was nog best een dingetje. Ik had geen ruimte om het bankje tijdens het monteren te draaien of op zijn kant te zetten. Toen ik, halsbrekende toeren uithalend, alle panelen in elkaar geklikt had, hoefde ik alleen nog maar de 24(!) bijgeleverde schroeven aan de binnenkant vast te schroeven. Dat lukte alleen maar door op het balkon te gaan liggen met het bankje boven op me. Ik kon het niet zien maar ik had het vermoeden dat alle overburen gierend van het lachen mijn capriolen volgden.

Maar het lukte! Na een uur zwoegen stond mijn bankje. Daar zat ik! Op mijn loungebankje! Nu zoek ik alleen nog een tuintafeltje. Een heel kleintje.
Van 10 bij 10 centimeter of zo.

En mocht je denken dat óns balkonnetje nu vol is…
Het kan altijd erger!