Categorie archief: Werk

Gelukkig hebben we de foto’s nog.

Op mijn werk hebben we geen bedrijfskantine. Sterker nog; hebben helemaal geen kantine. We hebben alleen een kantoor. Met sinds kort een keukentje, dat wel. Maar in dat keukentje zit dan weer geen koelkast. Da’s op zich niet zo erg; ons kantoor is niet warm te stoken dus onze thuis-gesmeerde boterhammetjes blijven lekker koel.

Maar het vervoer van die boterhammetjes naar mijn werk was een beetje een probleem. Mijn broodtrommetje vond ik te groot om in mijn schoudertas te proppen. Dus mijn bammetjes propte ik in plastic zakjes in mijn schoudertas. Na de treinreis naar mijn werk had ik tijdens de lunch altijd enorm verfrommelde boterhammen, waarvan het beleg meer op de buitenkant zat dan er tussen en echt milieuvriendelijk is het ook al niet. Bovendien heeft mijn yoghurtbeker ook al een paar keer voor een ravage in mijn schoudertas gezorgd. Dus besloot ik voortaan een extra tasje mee te nemen naar mijn werk. Een lunchtasje!

Vroeger, toen ik nog in Breda woonde, had ik een perfect lunchtasje. Niet te groot, niet te klein en het was nog een koeltasje ook! Ik gebruikte hem nooit. Hij hing in de kelderkast. Met, geen idee meer waarom, een regenbroek er in. Nadenkend over een lunchtasje, zag ik in gedachten dat knalroze tasje hangen. Ik wist ook zeker dat ik ‘m mee verhuisd heb naar Amsterdam. Hij zat met talloze andere tassen in een sporttas die in de berging stond. Zes jaar lang. En toen we hierheen verhuisden, heb ik al die tassen weggegooid. Ook dat kleine, handige koeltasje..

Dus ging ik op zoek naar een nieuw exemplaar. Want er zijn genoeg lunchtasjes, natuurlijk. Maar ik wilde er precies zo eentje als ik had. En uiteindelijk vond ik er een. Op de site van Aliexpress. Kost geen drol daar, waarschijnlijk doordat talloze kindertjes 12 uur per sloven om voor ons spulletjes in elkaar te zetten. Maar doordat die kindertjes héél ver weg wonen was de levertijd van mijn tasje 30 dagen. Da’s niks voor mij. Ik ben niet van het wachten. Als ik iets wil, wil ik het meteen. Dus bestelde ik geen tasje.

Donderdag liep ik, voor de lol, zomaar even het Kruidvat binnen. En daar zag ik ‘m! Een koeltasje, precies zo eentje als ik had maar dan blauw. Waarschijnlijk ook door kinderhandjes in elkaar gezet maar ja, hij lag nu al hier in de winkel. Blij huppelde ik even later met mijn tasje naar huis. Ik maakte een foto en appte die naar dochterlief om mijn nieuwe aankoop te showen. ‘Chill!’ appte kind terug. Wat ik erg grappig vond omdat het een koeltasje is. Ha!

Vrijdag nam ik mijn lunch mee in mijn lunchtasje. Mijn boterhammen bleven in model, mijn yoghurt en mijn banaantje bleven heerlijk koel en ik was helemaal tevreden. Om vijf uur vertrok ik naar huis. Met mijn schoudertas om mijn schouder en mijn lunchtasje in mijn hand kletste ik nog even met een collega. “Wat heb je een leuk tasje!” zei ze. En ik overhandigde haar mijn lunchtasje zodat zij hem even kon bekijken. Dat deed ze, terwijl we ondertussen kletsten over onze dochters, vriendjes en het komende weekend en de tijd vergaten.

Dus vertrok ik gehaast. ‘Ik moet rennen, Marjo! Anders mis ik mijn trein!” Ik wenste haar een fijn weekend, sprintte naar het station en haalde nog nét mijn trein. Terwijl ik ging zitten realiseerde ik me dat mijn kekke lunchtasje nog op het bureau van Marjolijn stond. En komende week werk ik veel thuis. Donderdag ga ik pas weer naar kantoor dus tot die tijd moet ik mijn nieuwe aanwinst missen. En ook mijn yoghurtbeker. En mijn handige mini-thermoflesje. Eén voordeel; ik hoef tot die tijd ook geen lunch mee te nemen.

En ach. Gelukkig hebben we de foto’s nog.

Kleine boodschap.

Hoe oud zal ik geweest zijn? Zeven? Acht? We waren op bezoek bij mijn tante Rietje en Ome Cor. Er was een verjaardagsfeestje en de hele huiskamer zat vol met ooms en tantes. Zo’n typisch jaren 70-feestje. Tantes strak in de Carmen-krul aan de ene kant van de kamer. Ooms die sigaretten rookten aan de andere kant en wij speelden daar tussendoor.

Een van mijn tantes verliet de woonkamer om even naar het toilet te gaan. Ze baande zich een weg door de visite en ging het toilet binnen. Het toilet bevond zich in het kleine halletje, pal naast de woonkamer. En om ruimte te besparen in hun kleine huisje had mijn ome Cor de deur tussen de woonkamer en de hal eruit gehaald.

Terwijl mijn tante, zich van geen kwaad bewust, haar kleine boodschap deed, schoten mijn ooms in de huiskamer in de lach om haar.. euh.. vrolijke geklater. Luid gelach. En een van mijn ooms die grapte dat het de watervallen van Schaffhauzen wel leek. Ik had geen idee wat Schaffhauzen was. Maar ik wist wél wat een waterval was. En ik snapte dondersgoed waarom mijn ooms zo lachten.

En toen moest ík plassen. En ik was vastbesloten geen geluid te maken. Ik zou door de grond gaan als de ooms mij ook uit zouden lachen. Ik verzon een plan en sloop naar het toilet. Daar liet ik, heel zorgvuldig, velletjes toiletpapier in de wc-pot vallen. Ik bekleedde de complete binnenkant van de pot met wc-papier, deed geheel geruisloos mijn kinderplasje en trok de wc door. Toen ik woonkamer weer in kwam, lachte er niemand. Ik was in mijn nopjes!

Tot de volgende naar het toilet moest. En er een kreet uit het toilet kwam. ‘Cor! De wc zit verstopt!’ En mijn oom kon aan de slag om te zorgen dat het toilet weer doorliep. Om daarna te roepen ‘Wie is er als laatste geweest?’ Beschuldigende vingers wezen in mijn richting. Zij! Te midden van alle visite mopperde mijn ome Cor dat ik veel te veel wc-papier had gebruikt. En ik, verlegen kind, ging alsnog door de grond.

Ik heb altijd gedacht dat dit een waar jeugdtrauma was. Zo eentje die er voor zorgde dat ik altijd probeer te voorkomen om lawaai te maken op het toilet als er anderen in de buurt zijn. Zo jammer. Want, zeg nou eerlijk, als je héél hoognodig moet, is toch niets lekkerder dan gewoon te gaan zitten en, zonder na te denken… Nou ja, je weet wel.

Vandaag beklaagde een collega zich over de toiletten op ons werk. Met van die deuren die van onder en van boven open zijn. Ze kreeg er zo’n camping-gevoel van, zei ze. En ik dacht ‘Ha! Ik ben dus niet de enige!’ Het kan zijn dat zij ook zo’n jeugdtrauma heeft. Of misschien vinden we het gewoon allemaal vervelend.

Zeg eens eerlijk…
Houd jij je in op een openbaar toilet? Of kan het je niet schelen dat je klinkt als de watervallen van Schaffhauzen?

Verhuisd!

Het is zo ver! Ik werk weer in Amsterdam!
Na bijna anderhalf jaar in een koud flut-kantoortje in Hilversum zijn we terug verhuisd naar Amsterdam. Voortaan ga ik weer op het fietsje naar het werk. Een ritje van 15 minuten!

Dus dag! Hilversum!
Dag! Wekker die om 6 uur afloopt!
Dag! Bevroren auto-ruiten krabben ‘s morgens vroeg!
Dag! Rit van drie kwartier op de heenreis!
Dag! Muizen in het Hilversumse kantoor!
Dag! Zwervers in de bosjes naast ons kantoor!
Dag! Honden die altijd voor onze deur poepten!
Dag! Ongezellig kantoor waar we het altijd koud hadden!
Dag! Mist, sneeuw en gladde wegen!
Dag! File op de terugweg!
Dag! Verkeersinformatie!
Dag! Bumperklevers!
Dag! Onnodig linksrijders!
Dag! Mevrouw ‘Ik kan best Whatsappen in de auto’!
Dag! Meneer ‘Ik heb een leasebak dus ik mag jou best snijden!’
Dag! Meneer ‘Ik haal je in en ga dan vol op rem want ik moet er hier af!
Dag! Mevrouw ‘Invoegen kan bést wel invoegen met 60 km per uur’!
Dag! Pas om half zeven ‘s avonds thuis!

Ik vraag me alleen af…
Hoe vaak zal ik nat regenen voor ik terug verlang
naar droog en warm in de auto naar mijn werk?

Hallo! Buienradar!
Hallo! Regenpak!

Stoute schoenen.

Ruim een jaar geleden waren er verhuisplannen op mijn werk. Van ons kantoor werden studentenkamers gemaakt en het oorspronkelijke plan was destijds om een nieuw kantoor in Amsterdam te zoeken. Er kwam helaas een enorme kink in de kabel omdat we onze grootste Amsterdamse opdrachtgever kwijt raakten. Met als gevolg grote paniek op de werkvloer. En toen het stof optrok had ik ineens vijf collega’s minder en werkte ik 35 kilometer verderop in Hilversum. Omdat we daar toevallig nog een kantoortje hadden dat tóch leeg stond.

Ik was er niet blij mee. Sterker nog; ik vind het verschrikkelijk! In plaats van vijf minuten fietsen, zit ik nu vijfendertig minuten in de auto. Soms. Als het mee zit. Want meestal duurt de reis een uur. En als het regent, is anderhalf uur ook heel normaal. Daarnaast is het kantoor zelf ook niet je-van-het. Maar er was één ding dat me op de been hield. Het zou allemaal maar tijdelijk zijn. Het huurcontract van het kantoor in Hilversum loopt af in april 2016 en dan zouden we weer gaan verhuizen. Terug naar Amsterdam!

Als een klein kind telde ik de maanden, elke keer als ik in de file stond. “Even doorbijten, het is maar tijdelijk” zei ik tegen mezelf als ik weer eens om half zeven ‘s avonds thuis kwam. Of als ik weer eens bibberend van de kou achter mijn bureau zat terwijl de muizen boven mijn hoofd over het plafond renden. En toen kregen we een nieuwe directeur. En die had me toch een goed idee! Uit kostenbesparende overwegingen leek het hem wel verstandig om het huurcontract in Hilversum te verlengen. Omdat het zo lekker goedkoop is.

Ik werk al dertig jaar. Vanaf mijn zestiende. Bij diverse wergevers. En nog nooit, in al die dertig jaar, ben ik tegen mijn baas ingegaan. Nog nooit heb ik mijn mond open getrokken als iets niet naar mijn zin was. Mijn motto is ‘Als het niet bevalt, zoek je maar iets anders!’ en zonder te protesteren deed ik altijd gewoon mijn werk. Ook als het slecht betaalde, ook als het dodelijk saai was, ook als het niet in mijn functieomschrijving stond. Ik ben zo’n secretaresse die rustig de wc gaat schoonmaken als de werkster ziek is. Gewoon. Zomaar. Omdat ik niet zo moeilijk ben. Maar dit ging me écht te ver!

Natuurlijk snap ik dat we zuinig moeten zijn. Maar wat te denken van alle reiskosten die mijn twee collega’s en ik maken? En al het geld dat we kwijt zijn om een spreekuurlocatie in Amsterdam te huren? Want we mogen dan wel geen opdrachtgever meer in Amsterdam hebben; klanten hebben we er wel! Maar het ergste vond ik het feit dat er op het kantoor in Hilversum nu drie mensen zitten, die alledrie uit Amsterdam en omgeving komen. Die alledrie elke dag bijna twaalf uur van huis zijn voor een simpel secretaresse-baantje. En die daar alledrie enorm van balen.

Dus trok ik de stoute schoenen aan en stuurde ik mijn nieuwe directeur een duidelijke email. Met daarin de mededeling dat ik niet van plan was in Hilversum te blijven werken. En dat ik een andere baan zou gaan zoeken, mocht het huurcontract in Hilversum verlengd worden. En toen wachtte ik af. Een tikkie nerveus. Want ik vond dit toch wel een hele rebelse actie van mezelf. Want een nieuwe baan zoeken valt niet mee op je 46ste. Zeker niet als je, behalve veel ervaring, niet meer hebt dan een zwemdiploma A, een rijbewijs B en een typediploma.

Binnen twee dagen zat ik tegenover de directeur die mijn argumenten aanhoorde. En aangezien ik toch mijn stoute schoenen al aan had, maakte ik meteen van de gelegenheid gebruik om aan te geven dat ik ook erg teleurgesteld was omdat ik het gevoel had dat we aan het lijntje gehouden werden. Als de directie destijds meteen gezegd had dat we in Hilversum zouden blijven, was ik toen al gaan zoeken naar een nieuwe baan.

Inmiddels zijn we drie maanden verder. Ik heb mijn functioneringsgesprek gehad en mijn baas is erg tevreden. Niet alleen over mijn werk maar ook over mijn open en eerlijke houding. En als klap op de vuurpijl: mijn argumenten om te verhuizen naar Amsterdam hebben de doorslag gegeven. De huur van het kantoor in Hilversum is opgezegd. Er is een makelaar voor ons op zoek naar een nieuw plekkie. In Amsterdam!

Ik en mijn stoute schoenen.
Ik moest ze even inlopen maar nu zitten ze best lekker!