Categorie archief: Werk

Stoute schoenen.

Ruim een jaar geleden waren er verhuisplannen op mijn werk. Van ons kantoor werden studentenkamers gemaakt en het oorspronkelijke plan was destijds om een nieuw kantoor in Amsterdam te zoeken. Er kwam helaas een enorme kink in de kabel omdat we onze grootste Amsterdamse opdrachtgever kwijt raakten. Met als gevolg grote paniek op de werkvloer. En toen het stof optrok had ik ineens vijf collega’s minder en werkte ik 35 kilometer verderop in Hilversum. Omdat we daar toevallig nog een kantoortje hadden dat tóch leeg stond.

Ik was er niet blij mee. Sterker nog; ik vind het verschrikkelijk! In plaats van vijf minuten fietsen, zit ik nu vijfendertig minuten in de auto. Soms. Als het mee zit. Want meestal duurt de reis een uur. En als het regent, is anderhalf uur ook heel normaal. Daarnaast is het kantoor zelf ook niet je-van-het. Maar er was één ding dat me op de been hield. Het zou allemaal maar tijdelijk zijn. Het huurcontract van het kantoor in Hilversum loopt af in april 2016 en dan zouden we weer gaan verhuizen. Terug naar Amsterdam!

Als een klein kind telde ik de maanden, elke keer als ik in de file stond. “Even doorbijten, het is maar tijdelijk” zei ik tegen mezelf als ik weer eens om half zeven ‘s avonds thuis kwam. Of als ik weer eens bibberend van de kou achter mijn bureau zat terwijl de muizen boven mijn hoofd over het plafond renden. En toen kregen we een nieuwe directeur. En die had me toch een goed idee! Uit kostenbesparende overwegingen leek het hem wel verstandig om het huurcontract in Hilversum te verlengen. Omdat het zo lekker goedkoop is.

Ik werk al dertig jaar. Vanaf mijn zestiende. Bij diverse wergevers. En nog nooit, in al die dertig jaar, ben ik tegen mijn baas ingegaan. Nog nooit heb ik mijn mond open getrokken als iets niet naar mijn zin was. Mijn motto is ‘Als het niet bevalt, zoek je maar iets anders!’ en zonder te protesteren deed ik altijd gewoon mijn werk. Ook als het slecht betaalde, ook als het dodelijk saai was, ook als het niet in mijn functieomschrijving stond. Ik ben zo’n secretaresse die rustig de wc gaat schoonmaken als de werkster ziek is. Gewoon. Zomaar. Omdat ik niet zo moeilijk ben. Maar dit ging me écht te ver!

Natuurlijk snap ik dat we zuinig moeten zijn. Maar wat te denken van alle reiskosten die mijn twee collega’s en ik maken? En al het geld dat we kwijt zijn om een spreekuurlocatie in Amsterdam te huren? Want we mogen dan wel geen opdrachtgever meer in Amsterdam hebben; klanten hebben we er wel! Maar het ergste vond ik het feit dat er op het kantoor in Hilversum nu drie mensen zitten, die alledrie uit Amsterdam en omgeving komen. Die alledrie elke dag bijna twaalf uur van huis zijn voor een simpel secretaresse-baantje. En die daar alledrie enorm van balen.

Dus trok ik de stoute schoenen aan en stuurde ik mijn nieuwe directeur een duidelijke email. Met daarin de mededeling dat ik niet van plan was in Hilversum te blijven werken. En dat ik een andere baan zou gaan zoeken, mocht het huurcontract in Hilversum verlengd worden. En toen wachtte ik af. Een tikkie nerveus. Want ik vond dit toch wel een hele rebelse actie van mezelf. Want een nieuwe baan zoeken valt niet mee op je 46ste. Zeker niet als je, behalve veel ervaring, niet meer hebt dan een zwemdiploma A, een rijbewijs B en een typediploma.

Binnen twee dagen zat ik tegenover de directeur die mijn argumenten aanhoorde. En aangezien ik toch mijn stoute schoenen al aan had, maakte ik meteen van de gelegenheid gebruik om aan te geven dat ik ook erg teleurgesteld was omdat ik het gevoel had dat we aan het lijntje gehouden werden. Als de directie destijds meteen gezegd had dat we in Hilversum zouden blijven, was ik toen al gaan zoeken naar een nieuwe baan.

Inmiddels zijn we drie maanden verder. Ik heb mijn functioneringsgesprek gehad en mijn baas is erg tevreden. Niet alleen over mijn werk maar ook over mijn open en eerlijke houding. En als klap op de vuurpijl: mijn argumenten om te verhuizen naar Amsterdam hebben de doorslag gegeven. De huur van het kantoor in Hilversum is opgezegd. Er is een makelaar voor ons op zoek naar een nieuw plekkie. In Amsterdam!

Ik en mijn stoute schoenen.
Ik moest ze even inlopen maar nu zitten ze best lekker!

Over kleine meisjes en groot worden.

Nog voor haar officiële diploma-uitreiking heeft dochterlief haar eerste échte baan te pakken. Per 1 december aanstaande gaat Michelle aan de slag bij een zorgcentrum voor autistische kinderen. En voor die baan heeft ze een auto nodig, dus ging Mich op zoek naar een klein tweedehandsje.

Of ik meeging op auto-jacht, vroeg ze. Ik heb nul-komma-nul verstand van auto’s maar schijnbaar had mijn dochter bij deze grote aankoop toch de morele steun en de mening van haar moeder nodig. Mijn moederhart liep over van trots. Maar Michelle hielp me al snel uit de droom; een auto kopen kan ze prima zelf. Ik mocht mee als chauffeur, met mijn auto, zodat we met twee auto’s terug konden rijden. En nou ja, ook voor de gezelligheid.

En dus maakten we er een feestelijke dag van. Je koopt tenslotte maar één keer je eerste auto. Zo aten we gezellig appeltaart onderweg. En met onderweg bedoel ik ook écht onderweg. Als in: rijdend in de auto een stuk appeltaart naar binnen werken. En halverwege gingen we gezellig lunchen (niet in de auto overigens). Tussendoor hadden we vooral vaak de slappe lach. Het waarom kan ik hier écht niet vermelden. Omdat het zo’n gevalletje was van ‘Je had erbij moeten zijn’. En ook omdat dit logje niet goedgekeurd wordt door Mich als ik het wél vertel. Maar geloof me: we hadden lol!

En tussendoor deden wij serious business. Hele serious business! We bekeken vier auto’s en Michelle bleek verborgen talenten te hebben. Uitgebreid bekeek ze alle auto’s. Ze voelde aan banden en met haar telefoon als zaklamp inspecteerde ze wielkasten op roest. Zonder blikken of blozen trok ze motorkappen open, checkte ze luchtfilters en trok ze bougie-kabels los om te kijken hoe die er aan toe waren. Elke autohandelaar die we bezochten, stond met open mond toe te kijken hoe dat ‘grietje’ als een volleerd automonteur de koopwaar bekeek.

We maakten diverse proefritjes. Zij achter het stuur en ik, zenuwachtig, op de bijrijdersstoel. Niet om de rijkunsten van mijn dochter maar om het feit dat in al die auto’s nog maar een heel klein drupje benzine zat. Ik zag ons al stranden in the middle of nowhere. Mijn kind zat er niet mee. “Dan bel ik en dan komen ze maar met een jerrycannetje.” zei ze koelbloedig terwijl ze vakkundig nog een keer een remproef uitvoerde.

Auto 1 werd het niet. Die was te duur door allerlei extra’s waar Mich niks om geeft. Auto 2 werd het ook niet. Dat was een vijfdeurs en dat vond Michelle niet nodig. Auto 3 viel af omdat de verkoper zéér verontwaardigd reageerde omdat wij het gore lef hadden zijn autootje nat terug te brengen na de proefrit. Alsof het onze schuld was dat het was gaan regenen!

Uiteindelijk werd het auto 4. Gewoon, van een particulier. Omdat de auto er prima uitzag, lekker reed en het verhaal geloofwaardig was. Want de reden waarom dit jonge stel een grotere auto nodig had, lag tevreden bij zijn moeder in een draagdoek te slapen. In één adem bewonderde Michelle de baby en lulde ze ook nog even € 200,- van de prijs af. Hoppa! We hadden een deal!

En dus reed dochterlief, in haar eerste eigen auto, achter me aan naar huis. En ik bedacht maar weer eens hoe snel kleine meisjes groot worden. Ik hoop dat ze veel plezier heeft van haar autootje. Ik wens haar veel veilige kilometers en hopelijk weinig onkosten. En mocht het onverhoopt niks worden met die baan? Dan kan ze altijd nog de autohandel in!

Wakker worden.

Als je weet dat je een tijdje rustig aan moet doen, verzin je van te voren van alles om jezelf bezig te houden. Ik had in elk geval een hele ‘to do-list’ voor als de verveling toe zou slaan. Ik zou de tas voor mijn zus afhaken en ik zou eindelijk het project ‘negatieven-scannen’ afronden. Ik zou eindelijk volop tijd hebben om weblogjes te lezen en de filmpjes te monteren die al zo lang liggen te wachten. Ik zou mijn weblogboek van 2014 eindelijk eens gaan maken. En tussendoor zou ik boeken lezen. Heel veel boeken.

Maar terwijl Nederland geteisterd werd door een heuse hittegolf, belandde ik in een soort winterslaap-status. Ik had last van een hardnekkige lamlendigheid die steeds sterker werd. Om nog een beetje actief te zijn (en omdat ik gewoon érg leuk werk heb) logde ik na twee weken in op de server van mijn werk. Twee uurtjes per dag werken vanuit huis, de week daarna vier uurtjes per dag en toen zes uur per dag.

Maar op een of andere manier had ik de aandachtspanne van een goudvis. Het is funest voor je concentratie als je zit te werken en er een enorm lieve, grote, rode je-weet-wel-kater spinnend op het logeerbed ligt. Even vijf minuten kroelen, denk je dan. En voor je het weet is er een half uur voorbij.

Er kwam er niks van al mijn mooie plannen. Ik kwam niet verder dan het haken van een totaal onzinnig telefoonhoesje en ik scande maar een paar negatieven. Want toen ik een foto van mezelf tegen kwam, van vlak voor Michelle geboren werd, móest ik die via Facebook even naar mijn zwangere nichtje sturen. En tja, toen was ik weer afgeleid.

Ik kon me er niet toe zetten om ook maar iets nuttigs te doen. Ik maakte geen weblogboek van 2014 en ik las amper weblogjes. Ik monteerde geen filmpjes en ik haakte geen tas. Úren bracht ik door met oneindig niks doen. Ik wist niet dat ik dat in me had. Tot ik mezelf betrapte op het feit dat ik serieus na dacht over de onzinnige vraag of kaas net zo breed is als een cracker, of dat een cracker net zo breed is als kaas. Toen werd me duidelijk dat het tijd werd om aan het werk te gaan.

Dus maakte ik afgelopen vrijdag een proefritje naar kantoor. Dat ging vrij aardig, al is file-rijden nog steeds een dingetje. Maar ik sprak met mijn collega’s af dat ik vanaf maandag weer naar kantoor zou komen. Nog geen hele dagen, maar tot een uur of drie, zodat ik voor de files weer terug naar huis kan. Maandagmorgen vroeg vertrok ik fris en fruitig naar mijn werk. Klaar om eindelijk de handen uit de mouwen te steken en lekker aan de slag te gaan.

Helaas is mijn brein nog niet helemaal ontwaakt uit mijn zomerse winterslaap. Bij binnenkomst op kantoor, ontdekte ik dat ik twee verschillende schoenen aan had. Maar dat mocht de pret niet drukken; het begin is gemaakt. Ik ben er weer!

Moederdag 2015.

Ieder jaar vraagt Michelle of ik nog wensjes heb voor Moederdag. En het antwoord is altijd ‘nee’. Nee, ik heb geen wensjes. Ik heb alles wat mijn hartje begeert, inclusief een gezond kind. Zo’n kind waar je alleen maar trots op kunt zijn.

Omdat ze (bijna) altijd vrolijk is, omdat ze lief is voor de mensen om haar heen en omdat ze zo haar best doet op haar studie klinische neuropsychologie en dus alles weet over stoornissen aan het menselijke brein. Maar vooral omdat ze gelukkig is. Meer heb je als moeder niet nodig.

Toch prijkte er dit jaar een wensje op mijn Moederdag-verlanglijstje. Een kleinigheidje. Het perfecte Moederdag-cadeautje voor een studentenbudget! Ik wilde een beker. Een drinkbeker voor op mijn werk. Want sinds een tijdje krijgen we de bekers op mijn werk niet meer schoon. Aan de binnenkant zit vieze, bruine aanslag van de vele koffie en thee die er in gezeten heeft. Soda, Steradent-tabletten en zelfs chloor hebben we geprobeerd. Maar niks helpt.

En natuurlijk weet ik best dat die aanslag geen kwaad kan. Dat die bekers écht wel schoon zijn. En natuurlijk zouden we nieuwe bekers kunnen kopen. Maar mijn collega’s storen zich niet aan die gore bekers. Ik ben de enige die ‘s morgens vroeg de kast leeg haalt om het schoonste exemplaar uit te zoeken. “Dat komt omdat jij OCD hebt, mam!” lachte Michelle.

Zie je wel! Ik bof zó met mijn dochter!
Ik kreeg voor Moederdag een mooie, schone drinkbeker én de diagnose OCD.
Bedankt, schat!