Categoriearchief: Baksels

Familierecept.

Jaren geleden las ik een verhaal over een familierecept voor het bereiden van rollade. Het recept ging als volgt: ‘Snijdt de kontjes van de rollade. Smelt een ruime hoeveelheid boter in de pan. Laat de boter goed heet worden en bak de rollade rondom bruin. Zet nu het vuur lager, voeg water toe, doe het deksel op de pan en laat de rollade in 90 minuten gaar worden op laag vuur’.

Toen de dochter van deze familie op zichzelf ging wonen, kreeg ze het recept mee van haar moeder, die op haar beurt weer van háár moeder geleerd had hoe ze een rollade moest braden. Jaren gingen voorbij en moeder en dochter bereidden hun rollades volgens het recept van Oma. Niks mis mee, het was een prima recept.

Maar toen de kleindochter op een dag bij haar oma op bezoek was, had ze toch een vraag over het recept. ‘Oma, waarom moet je eigenlijk de kontjes van de rollade snijden voordat je hem gaat braden?’ vroeg ze. Oma keek haar verbaasd aan. ‘Kind! Dat hoeft helemaal niet. Ik had maar een klein braadpannetje. Als ik de kontjes er niet af sneed, paste de rollade niet in mijn pan’.

Ik vond het een prachtig verhaal. En nu blijkt dat wij zo’n zelfde verhaal hebben. Ons familierecept voor het koken van aardappels. Ik leerde aardappels koken van mijn moeder. Schil de aardappelen. Snijd ze in de lengte door. Vul de pan met aardappelen met water tot de aardappelen nét onderstaan. Breng ze aan de kook met wat zout, zet het vuur lager en laat de aardappelen 20 minuten koken met de deksel schuin op de pan.

Ik begrijp best dat je de aardappelen in gelijke stukken moet snijden zodat ze ongeveer even groot zijn. Anders zijn ze niet allemaal tegelijk gaar. Maar waarom je aardappels in de lengte door moet snijden? Ik doe het. Al jaren. Maar ik heb geen idee waarom. Dus vroeg ik het laatst toch eens aan mijn moeder. ‘Mam, waarom moet je aardappelen in de lengte doormidden snijden voor je ze gaat koken?’ Waarop mijn moeder antwoordde: ‘Geen idee. Mijn moeder deed het altijd zo.’

Ik kan het mijn oma niet meer vragen. Ze werd geboren in 1894. Ze trouwde met mijn opa en bracht zes zonen en drie dochters groot. Uit de verhalen van mijn moeder maak ik op dat ze een lieve vrouw was, die alles deed voor haar kinderen. ‘Als een van de jongens zijn sokken boven had liggen, ging zij ze halen’ vertelde mijn moeder hoofdschuddend. Voor dag en dauw stond mijn oma als eerste op om de kachel aan te steken zodat het lekker warm was als haar man en kinderen opstonden. Toen ze overleed, pas 64 jaar oud, zei de pastoor: ‘Ze verdient een stoel in de hemel voor de zorg voor haar kinderen’.

Ontelbare kilo’s aardappelen moet mijn oma geschild hebben. En ze sneed ze allemaal in de lengte door. Misschien had ze er een reden voor. Of misschien deed ze dat gewoon omdat haar moeder het ook zo deed. We zullen het nooit weten. Ze overleed in 1958, lang voor ik geboren werd. En eigenlijk vind ik het best mooi dat ik mijn aardappels ook in de lengte doorsnijd. Net zoals mijn oma deed. Maar de verwarming aanzetten ‘s morgens vroeg? Dat kan mijn verkering best zelf. Er zijn grenzen.

Meatloaf van Mathijs.

Frank en Mathijs (rechts) in de keuken.

Toen ik Frank leerde kennen hield hij al van koken. Hij serveerde standaard heerlijke ontbijtjes en kon ook prima een avondmaaltijd in elkaar draaien. Hij had daar zoveel lol in dat hij,  zo rond 2006,  besloot een kookcursus te gaan volgen. En niet zo maar een. Frank volgde kooklessen bij (destijds) Kookstudio Amsterdam die in samenwerking met Elle Eten een kookworkshop organiseerde.

Het was een dure workshop maar het geld meer dan waard. Frank leerde er echt serieus koken. Vanaf de basis, zeg maar. Dus het begon met het snijden van een ui. Maar hij leerde echt van alles. Sauzen maken, vlees braden, productkennis, noem maar op. Daarnaast was het ook nog eens heel gezellig. Er werd gezellig samen gekookt en daarna samen gegeten. En gedronken. Dat ook. En wat Frank leerde op zijn kooklessen, gaf hij vervolgens door aan mij. Ik stak er aardig wat van op.

De kooklessen werden destijds gegeven door Mathijs. Het klikte wel tussen Frank en Mathijs. Mathijs was gescheiden en woonde net weer alleen. In een half leeg appartement waar in april nog kerstverlichting hing omdat hij dat zo gezellig vond. Dat zijn appartement half leeg was, kon hem niet schelen. Hij had bij de scheiding niets meegenomen omdat hij niet wilde dat zijn ex in een leeg huis zat. Zo was Mathijs. 

We spraken wel eens af met Mathijs, buiten de kooklessen om. Hij nam ons mee naar Huis te Vraag, dat we nog niet kenden. En als hij op visite kwam, kookten we samen. Zijn beroemde meatloaf bijvoorbeeld. Of hij het recept zelf bedacht had, weten we niet meer. Maar wij noemden het altijd Meatloaf van Mathijs. Simpel en toch lekker. Niet echt verantwoord maar ach, als je het niet te vaak eet, mag dat best.

Uiteindelijk verwaterde het contact met Mathijs. Gewoon. Wij hadden het druk, Mathijs had het druk en het contact werd gewoon minder tot we elkaar uiteindelijk nooit meer spraken. Maar we aten nog steeds weleens de meatloaf van Mathijs. Bij een van die keren hadden we het over Mathijs. ‘Goh’ zeiden we tegen elkaar ‘Hoe zou het toch met Mathijs gaan?’. ‘Kijk eens op Facebook!’ opperde ik. ‘Misschien zit-ie op Facebook’. We vonden Mathijs inderdaad op Facebook. Maar uit de berichten maakten we, tot onze grote schrik, op dat hij een jaar daarvoor was overleden.

Straks krijgen we vrienden op bezoek. We eten de meatloaf van Mathijs, die je prima van te voren klaar kunt maken. Bij het sluiten van de ovendeur, dacht ik aan Mathijs. ‘Ik moet eigenlijk zijn recept eens op mijn weblog zetten.’ zei ik tegen Frank. ‘Dat zou hij mooi gevonden hebben.’ antwoordde Frank. Dus bij deze.

Bedankt lieve Mathijs!
Bedankt voor alles wat we van je geleerd hebben.
En voor het recept van je meatloaf. 

Meatloaf met ketchupsaus

Ingrediënten:

  • 1 kg gehakt, half om half of rundergehakt
  • 1 ui, gesnipperd
  • 1 teentje knoflook, uit de knijper
  • 1 teentje knoflook om schaal mee in te smeren
  • 3 eieren (of minder, naar keuze)
  • 250 ml Heinz tomatenketchup
  • Tabasco
  • 100 gram bruine bastaardsuiker
  • zout en peper
  • nootmuskaat
  • paneermeel

Bereiding:

Meng het gehakt in een ruime kom met de gesnipperde ui,de rauwe eieren, de uitgeperste knoflook, nootmuskaat, zout en peper en een beetje paneermeel. Eventueel rauw proeven of een beetje bakken.

Ovenschaal inwrijven met een teentje knoflook.

Vul de ovenschaal met het gehaktmengsel en zorg dat je een soort platte koek krijgt door alle hoekjes goed aan te drukken. Dit is van essentieel belang zodat de saus goed verspreidt over het gehakt.

Maak in dezelfde kom de saus door de ketchup, de bruine suiker, wat tabasco (of chilisaus) en eventueel wat water (50 ml) goed met elkaar te vermengen en giet dit over het vlees.

Zet de meatloaf 40 minuten in de oven op 190 graden.

TIP: Als de bovenkant te bruin wordt oven lager zetten en de schaal afdekken met aluminiumfolie.

Bijschrift bij de foto: Mathijs (rechts) en Frank in de keuken in 2006.

Kerst 2018

 

“Wat doe je met Kerst, mam?” vroeg ik. Maar eigenlijk wist ik het antwoord al. Mijn moeder is 87, slecht ter been en sinds kort vaste klant bij Tafeltje-Dekje omdat dat toch wel heel makkelijk is. Dus Mam deed niks met Kerst, behalve visite krijgen en koffie met gebak serveren. Ineens bedacht ik dat het wel leuk zou zijn om toch bij mijn moeder te gaan eten. 

Een Kerstdiner met haar favoriete gerechten, door mij gekookt, in haar eigen keuken. Dus niks aparts want daar houdt ze niet van. Gewoon tomatensoep vooraf, daarna gekookte aardappeltjes en sperziebonen met spek, voor de liefhebbers nog wat broccoli en bloemkool met een sausje en – omdat het Kerst is – rollade. En als toetje het nagerecht dat mijn moeder vroeger altijd maakte. Elk jaar opnieuw: pudding-met-koekjes. Naar ons eigen, befaamde familierecept! 

De hele Kerstavond stond ik in de keuken. Ik braadde de rollade terwijl ik tomaten-paprikasoep maakte en kerst-sterretjes van geitenkaas uitstak. Daarna maakt ik pudding-met-koekjes. Zonder recept; gewoon zoals ik het mijn moeder al mijn hele leven heb zien doen. Biscuitjes in een schaal, laagje custardpudding, laagje hagelslag en dat dan drie keer. Daarna opstijven in de koelkast en serveren met – volgens familietraditie – fruitcocktail uit blik en slagroom.

Eerste Kerstdag arriveerden we bij mijn moeder. Michelle en Robby, Frank en ik en – vrij last minute – schoof ook één van mijn broers nog aan. Ik was bepakt en bezakt, want ik weet dat mijn moeder – die dus amper meer kookt – een ieniemienie pannensetje heeft waar hooguit twee aardappeltjes in kunnen. Dus behalve mijn braadpan met rollade en mijn schaal met pudding met koekjes had ik ook drie pannen mee genomen. 

Na het uitdelen van de cadeautjes was het tijd om te gaan koken. Mijn moeder zag kans ongezien haar keukentje in de sluipen en een kilo aardappelen te schillen. Maar Mich dopte de boontjes zodat ik alleen nog maar de broccoli en bloemkool schoon hoefde te maken. Daarna kon ik aan de slag.

Het was lastig. Een klein keukentje met een elektrische kookplaat met vier pitten. Ik warmde de rollade op en kookte een pan aardappelen, een pan bloemkool/broccoli én een pan sperziebonen. Het fornuis was vol. Maar ik moest ook nog een sausje maken voor de bloemkool en de broccoli én de bonen in spek rollen en aanbakken. Help! 

Aardappelen afgieten en op die pit de saus maken maar. Mich assisteerde ondertussen met sperziebonen inpakken terwijl ik in etappes soep opwarmde in de magnetron. Toen we de boontjes met spek wilden aanbakken, ontdekten we dat mijn moeders koekenpan zo klein is dat ook dat in etappes moest.

Terwijl de aardappels koud werden, serveerden we soep in grote kop en schotels omdat mijn moeder geen soepkommen heeft en bakten we in drie keer de boontjes. De soep was inmiddels ook lauw en niemand zag dat de geitenkaas in de vorm van Kerststerretjes was. Maar alles ging op; het smaakte!

Bij gebrek aan sauskom gooide Michelle de groentensaus – die bijna aanbrandde want elektrische pitten blijven lang warm – snel in een beker.  We verdeelden de tweede gang van het diner over vier grote borden. Met een bot broodmes probeerde ik de rollade aan te snijden waardoor het ding compleet uit elkaar viel. Ik gooide op ieder bord een stuk rollade en diende op. Het zag en niet uit maar het smaakte prima. Of zoals mijn verstandige dochter opmerkte: “Daar waar het heen gaat, ligt geen kleedje.” Michelle en ik aten van ontbijtbordjes omdat we niet meer grote borden hadden. Ook deze gang ging schoon op.

Daarna zette ik vol trots mijn schaal pudding-met-koekjes op tafel. Het hele Kerstdiner was tot nu toe één grote ramp geweest en de keuken van mijn moeder zag eruit of er een bom ontploft was. Maar dit dessert was het hoogtepunt! De pudding-met-koekjes volgens jarenlange familie traditie! Iedere Kerst, iedere Pasen had ik gezien hoe mijn moeder pudding-met-koekjes voor ons maakte. Schalen vol! Trots dat ík nu het befaamde dessert gemaakt had, schepte ik zes gebaksbordjes vol en verdeelde er fruitcocktail over. Nog een toef slagroom et voila! Opgelucht ging ik zitten. Dit kón niet mis gaan!

We aten drie minuten zwijgend ons dessert. Toen zei mijn broer: “Lekker, zeg! Ook zonder jam.” Boven mijn bordje met mijn lepel halverwege mijn mond staarde ik hem verbijsterd aan. “Jam?” stamelde ik. “Ja”, zei mijn broer. “Er moet jam tussen. Koekjes-jam-custard-hagelslag. En dan drie keer.” Vragend keek ik naar mijn moeder. “Ja. Er moet jam tussen.” bevestigde mijn moeder. “Maar zo is het ook lekker, hoor!”. “Ja, joh!” troostte mijn broer. “Met ook nog jam erbij is het wel heel erg zoet.” 

Ik heb de neiging weerstaan om kinderachtig stampvoetend naar mijn kamer te rennen. Vooral omdat ik me net op tijd realiseerde dat ik al een jaar of 30 geen eigen kamer meer heb daar. Ik heb alleen maar uitgeroepen “Jullie vertellen mij ook nóóit iets!”  Ik voelde me weer typisch de jongste van zes kinderen. De kleinste. Ik hoor het ze zeggen: “Ach.. Laat haar maar…”. En “Ach… Ons Nicoletje, ze is ook nog zo klein”. 

Kerst 2018. Nu al onvergetelijk. Omdat het zo vreselijk gezellig was. Omdat we tranen met tuiten gelachen hebben. Omdat het eten best smaakte. En omdat ik – eindelijk! – het complete familierecept van pudding-met-koekjes ken! Met jam, jongens. Met jam! 

Fijne feestdagen allemaal! 

 

Een jaar erbij. En drie kilo.

En daar was-ie dan: de dag die je wist dat zou komen. Mijn verjaardag! En zoals elk jaar wilde ik ongemerkt jarig te zijn. Niet omdat ik er moeite mee heb om ouder te worden maar omdat ik geen zin heb in gedoe. Het enige dat ik wilde was op visite gaan bij mijn moedertje. Omdat zij niet naar mij kan komen. Nou doe ik dat wel vaker maar deze keer besloot ik taart mee te brengen voor een feestelijk tintje. Omdat ik (bijna) jarig was.

Zaterdag stond ik vrolijk in de keuken om mijn wereldberoemde, niet te versmaden kwarktaart te maken. Die ene waar dochterlief een moord voor doet. Zonder pakje; ik maak ‘m helemaal zelf. En dat heb ik al zo vaak gedaan dat ik het recept niet eens meer nodig heb. Fluitend en – bij wijze van spreken – met één hand op mijn rug, mixte en klopte ik er op los en zondag vertrok ik naar mijn moeder. Met dochterlief, vriendjelief en hondjelief van dochter. En met mijn kwarktaart.

Eenmaal bij mijn moeder bleek dat het beter was geweest om het recept nog even bij te pakken. Toen de kwarktaart uit de vorm kwam, leek het meer op een toetje dan op taart. Nou zijn wij niet zo moeilijk dus ruilden wij onze gebaksvorkjes voor dessertlepeltjes en slobberden de taartsmurrie naar binnen. Het smaakte prima! De tweede portie ook trouwens.

Woensdag was mijn echte verjaardag. De postbode bracht een stapel verjaardagskaarten en mijn Facebook ontplofte zowat van de felicitaties. En ik zat op een terras in de zon met vriendjelief te genieten van mijn vrije dag. En ik at taartje nummer drie.

‘s Avonds maakte ik opnieuw een kwarktaart. Deze keer voor mijn collega’s en mét het recept erbij. Tot mijn grote opluchting werd de taart deze keer ook écht taart. Dus donderdag trakteerde ik op mijn werk. En wederom smaakte de taart prima. Ik kan het weten want ik nam zelf ook een stukje. Taartje nummer vier.

Donderdagavond kwamen Michelle en Robby langs. Om een stukje taart te eten. En, ach. Ik deed gezellig mee. Het was tenslotte feest, nietwaar? Daar ging taartje nummer vijf.

En nu zijn alle festiviteiten voorbij. Het was een topweek! Ik ben een jaar ouder.
En drie kilo zwaarder. En ik kan geen kwarktaart meer zien.