Categorie archief: Nanook

E-mailprobleem.

En ineens kon ik niet meer reageren op weblogjes. De meest humoristische opmerkingen, diepzinnige gedachten en prachtige, poëtische volzinnen liet ik bij jullie achter. Maar als ik op ‘plaatsen’ klikte, waren ze verdwenen. Disparu. Kwijt. Weg. Lost in cyberspace.

In het begin dacht ik nog dat het aan mij lag. Dat ik iets verkeerd deed (“Huh? Ik klikte toch op ‘plaatsen’?”). Ik probeerde mijn prachtige reacties nog een keer te reproduceren. En nóg een keer. Maar er gebeurde niks.

“Het zijn de cookies!” bedacht ik me. Met enige moeite vond ik de koektrommel op mijn iPad en gooide hem leeg. Zonder succes. Dan niet! Boos gooide ik mijn iPad aan de kant en trok mijn telefoon te voorschijn. Ha! Maar zonder succes. Zelfs met een lege koektrommel lukte het, ook op mijn telefoon, niet om te reageren.

Niet voor één gat te vangen zwengelde ik vervolgens mijn laptop aan. Internet Explorer, Chroom, zelfs Firefox heb ik geprobeerd. Ik verwijderde honderden cookies maar zonder resultaat. Op mijn scherm zag ik talloze leuke, lieve en grappige logjes voorbij zag komen. Ik reageerde wel, hoor. Echt. Wild zwaaiend schreeuwde ik “Hallo! Ik ben hier!” Maar jullie hoorden mij niet. Ik was totaal monddood. En heel eenzaam.

Uiteindelijk ontdekte ik dat het niets te maken had met cookies maar met mijn e-mailadres. Mijn vaste Nicky0607 e-mailadres dat ik al sinds 2007 gebruik en waarmee ik ooit een weblog aanmaakte bij WordPress, voor ik mijn eigen domeintje kreeg. Het e-mailadres dat verwijst naar mijn oude WordPress-account in plaats van maar mijn eigen domeintje. 

Waarom dat nu ineens een probleem was? Geen idee! Internet’s wegen zijn ondoorgrondelijk. Maar gelukkig heb ik nog een Gmailadres! Eentje die ik nooit gebruik maar die ik nu, voor de gelegenheid, maar even afgestoft heb. Dat e-mailadres waar mijn volledige voornaam én achternaam in vermeld worden. Hoezo privacy?

Eerlijk gezegd kan het me helemaal niet schelen dat jullie nu allemaal weten hoe ik in real life heet. Ik vind het ook helemaal niet erg dat jullie nu massaal Facebook-vriendjes met mij willen worden, mij enorm gaan Googelen en gaan kijken hoe mijn collega’s er uit zien (valt best mee, toch?). Ik schaam me nergens voor. Er is alleen dat éne nadeel. Want mijn voor- en achternaam zijn zo lang dat ik me helemaal te pletter typ. Bovendien wil ik gewoon mijn eigen vertrouwde Nicky0607 e-mailadresje gebruiken!

Toen kreeg ik het geweldige idee om het e-mailadres bij mijn oude WordPress account te wijzigen. Als ik daar nou eens mijn Nicky0607 e-mailadres zou veranderen in mijn Gmailadres, dan kon ik mijn Nicky0607-adres gewoon weer gebruiken! Briljant, toch? Helaas bleek dat niet te werken. Sterker nog; nadat ik het e-mailadres bij WordPress had gewijzigd kon ik Nicky0607 én mijn Gmailadres niet meer gebruiken. Fijn.

Briesend heb ik vervolgens mijn oude WordPress-account volledig verwijderd. Dat zal ze leren! Over 30 dagen komt Gmail e-mailadres hopelijk weer vrij. En wie weet? Misschien mijn oude vertrouwde Nicky0607 e-mailadresje ook wel. Als ik nu op weblogjes reageer, vul ik als e-mail adres zomaar iets in. Ik verzin maar wat, jongens. Maar ach, jullie weten wel dat ik het ben. Toch?

De credits voor de foto gaan naar Michelle en Nanook. Thanks, moppies! ❤️

 

De ruïne van Brederode.

Jonkvrouwe Nanook

Een keer in de twee weken, op woensdag, is het Nookdag. Dan passen wij op Nanook, het hondje van Michelle en Robby. Iets met wel de lusten en niet de lasten van een hond. Maar we wilden afgelopen Nookdag ook graag even weg dus zochten we een uitje waar we, samen met onze lease-hond, naartoe konden.

We besloten een kijkje te gaan nemen bij de Ruïne van Brederode. Die ruïne was vroeger Kasteel Brederode. Het kasteel is in de tweede helft van de 13de eeuw gesticht door Willem I van Brederode. Eerst bestond het kasteel slechts uit een woontoren. Rond 1300 werd de toren afgebroken waarna Dirk II van Brederode een vierkant kasteel liet optrekken. Er is heel wat gevochten rond het kasteel. Door de eeuwen heen werd het kasteel diverse keren vernield, geplunderd en in brand gestoken. In de 19e eeuw is het kasteel, of liever gezegd; de ruïne die overbleef gerestaureerd. 

Frank was er als kind met zijn ouders geweest wat het extra bijzonder maakte. En op de website had ik al gezien dat er een theetuin is. Perfect! Aangezien Frank niet zo goed ter been is, kon hij mooi wat drinken in de theetuin terwijl ik de ruïne bekeek. Nog mooier werd het toen bij ons vertrek de zon doorbrak.

Terwijl we over een smal bruggetje naar de ruïne liepen, kwam de dame die de ruïne beheert naar ons toe rennen. ‘Voordat u dat hele stuk loopt… U bent van harte welkom, hoor. Maar door werkzaamheden in de buurt hebben we een stroomstoring’. Lief dat ze het even kwam melden. Maar aangezien er in de tijd dat het kasteel bewoond werd ook geen stroom was, leek ons dat niet zo’n probleem. We waren tenslotte niet gekomen om een film te kijken of een warme douche te nemen.

Leuk vond ik het om, bij binnenkomst, in de poort allerlei verkleedkleren voor kinderen te zien hangen. En een kast met stokpaardjes. Hoe leuk is dat? Om verkleed al ridder of jonkvrouwe daar rond te rennen? Dat Frank zich niet wilde verkleden was dan ook een beetje een domper. Voor straf liet ik hem achter in de theetuin met een blikje cola (want geen stroom dus geen koffie). En Nanook kreeg heel attent een bakje water aangeboden.

Ik dwaalde ondertussen rond in de ruïne. De smalle, uitgesleten trappen naar boven. De grote open haard die ik onderweg tegen kwam. Fascinerend vind ik dat. Dat hier mensen wóónden! Wat moet het donker geweest zijn. En koud. Ik stelde me voor hoe jonkvrouwen met ruisende rokken over die smalle trappen gelopen moeten hebben.

Ik was bijna terug gegaan naar de ingang om een prinsessenjurk te halen om te ervaren hoe dat was. In plaats daarvan staarde ik naar het toilet. Dat natuurlijk niet meer was dan een soort stortkoker met daarop een plank met een gat er in. Zodat je poepiekakka – heel charmant; ploink – zó in de slotgracht donderde. Handig! Maar ik zag geen toiletrolhouder. Waar veegden ze in hemelsnaam hun gat mee af?

Peinzend dwaalde ik wat rond en maakte snel wat foto’s. Een beetje haastig omdat Frank ondertussen in zijn eentje in de theetuin zat. Maar in de auto onderweg naar huis, bleek dat ik me niet had hoeven haasten. Terwijl ik in de ruïne rond dwaalde, had Frank zich prima vermaakt. Vooral met de vrouwelijke bezoekers van de ruïne. Zittend in het zonnetje met Nanook kreeg Frank volop aandacht. Ghèhèhè’ grijnsde hij. ‘Die Nanook! Da’s echt een babe-magnet!’

Geen twintig meer…

1993: fietsen met Michelle

Toen Nanook vorig weekend bij ons logeerde, was het stralend weer. Het zonnetje scheen, er stond amper wind en het was een graad of 15. Heel vreemd in februari. Een beetje eng, ook. Maar van binnen zitten, verbetert het klimaat niet. Dus besloot ik van het mooie weer te genieten en met Nanook naar het strand te fietsen.

Ooit kreeg ik – op mijn eigen verzoek – een speciale houder cadeau van Michelle. Een houder voor aan het stuur van mijn fiets waar de fietsmand van Nanook aan past. Leuk cadeau, maar in de praktijk is van samen fietsen nog niet veel terecht gekomen. Dus toen de vroege lente zich aandiende, greep ik mijn kans en ging ik met Nook op pad.

Ik bevestigde de mand op de fiets en checkte of-ie goed vast. Ik checkte nog een keer. Voor de zekerheid checkte ik nog een keer. En daarna nog een keer. De mand zat vast. Na een snelle plas – van Nook welteverstaan – zette ik haar in de mand en maakte haar riempje vast. Ik checkte of ze goed vast zat. Ik checkte nog een keer. Voor de zekerheid checkte ik nog een keer. En daarna nog een keer. Ze zat goed vast. Daar gingen we.

Ik had zaterdag uitgekozen om de grote wandelaarsdrukte op zondag te vermijden. Maar ik was even vergeten hoe druk ons dorp op zaterdag is. Ik lette op auto’s van rechts. En ook op auto’s van links. Ik lette op auto’s die weg wilden rijden uit parkeerhavens. Ik lette op kinderen op de stoep die eventueel de weg op konden rennen. Ik lette op alles. Ondertussen keek Nook nieuwsgierig om zich heen, draaiend in haar mandje. Nog geen drie kilo hond maar wel heel beweeglijk. Als dat aan je stuur hangt, fietst dat toch nét even anders.

Zonder ongelukken bereikten we de duinen. Het zweet dat ondanks die ‘maar’ vijftien graden over mijn rug droop, droogde langzaam op. ‘Leuk, hè, Nook!’ riep ik en zo arriveerden we veilig op het strand. Het was heerlijk en we maakte een lekkere wandeling. Met Nanook aan de lijn want ik durfde haar niet los te laten. Ik zou het mezelf nooit vergeven als ik Michelle’s hondje kwijt zou raken. Al wandelend voelde ik de spieren in mijn nek en mijn rug ontspannen. Schijnbaar had ik de volle drie kilometer naar het strand mijn stuur enorm krampachtig vast gehouden.

Wandelend over het strand, kijkend naar dat kleine, vrolijke pluizebolletje, bedacht ik me dat het eigenlijk heel logisch is dat ik fietsen met Nanook zo spannend vind. Het hondje van mijn kind. Op Robby na een van de meest dierbare dingen in haar leven. En met de geschiedenis van Boef in mijn achterhoofd ben ik extra voorzichtig met Nook. In gedachten hoor ik Michelle nog huilen toen ik haar belde terwijl ze op vakantie was in Italië. Om te vertellen dat haar hondenvriendje bij de oppas was overleden.

Nook en ik fietsten terug naar huis. Veilig thuis belde ik mijn moeder om even bij te kletsen. Ik vertelde haar hoe spannend ik het vond om met Nanook te fietsen. Door Boef enzo. ‘Goh, mam!’ zei ik nog. ‘En dan te bedenken dat ik vroeger met Mich voorop, een doos boodschappen achterop en twee tassen aan het stuur gewoon naar huis fietste,’

Mijn moeder, duidelijk minder sentimenteel dan ik, had een heel andere verklaring. Niks Boef. Niks traumatische ervaring. ‘Tja’ constateerde ze keihard en meedogenloos ‘Jij bent ook geen twintig meer.’ 

Bedankt, mam. Ik ook van jou. ❤️

Living apart together.

Wat geef je je grote dochter en haar vriend voor Kerst? Die jongelui hebben álles al. Wij piekerden ons suf en kwamen uiteindelijk niet verder dan een cadeaubon voor een overnachting in een hotel naar keuze. Om het cadeau nog leuker te maken, gaven we hen ook nog een zelf geknutselde tegoedbon. Die bon was inwisselbaar voor een overnachting in ons honden hotel. Alleen inwisselbaar voor Nanook natuurlijk. Want voor je het weet zit je met een of ander onbekende straathond opgescheept. Maar zo konden zij lekker een weekendje weg én hadden ze oppas voor de hond. Alsof we dat zonder bon niet doen. Duh.

Dit weekend was het zover. Mich en Robby gingen een weekendje naar Rotterdam en Nanook kwam bij ons logeren. Nou vergt dat nogal wat inspanning want Spike en Nanook zijn nooit echt vriendjes geworden. In het begin blies Spike als Nanook toenadering zocht. En later blafte Nanook als Spike dichterbij wilde komen. En acht kilo kwade kater tegenover twee kilo geïrriteerd mini-hondje maakt ons extra voorzichtig dus verdelen wij ons huis in een kattenzone en een hondenzone als Nanook bij ons is.

Spike verblijft in de hal, de studeerkamer en de slaapkamer. En in de badkamer en het toilet, mocht-ie dat willen. Nanook krijgt de woonkamer en de keuken. En dat werkt eigenlijk best goed. Spike ligt gewoon rustig op de plekjes waar hij altijd ligt. Onder het bed, in de doos onder het bureau of op zijn kussen op de opbergbox. En Nanook ligt lekker op een kleedje op de bank.

Eigenlijk niks nieuws onder de zon. Behalve voor ons. Want omdat we het zielig vinden om Spike een heel weekend alleen te laten in de kattenzone splitsen wij ons op. Ik houd Spike gezelschap en kijk tv in de slaapkamer. Frank blijft bij Nook in de hondenzone. Die zit op de bank in de huiskamer te zappen.

Af en toe komen we elkaar tegen. Hij moet tenslotte de kattenzone in als hij naar het toilet wil. En ik begeef me in de hondenzone als ik wat te drinken wil pakken. En eigenlijk is het best gezellig. “Hoi schat! Wat kijk jij?” vragen we elkaar in het voorbij gaan. Hij heeft de hele zak chips voor zichzelf alleen en bij mij staat de tv al de hele avond op dezelfde zender. En we sturen elkaar berichtjes! Net als vroeger, toen we nog een lat-relatie hadden. Hoe leuk is dat?

Morgen gaat Nookie weer naar huis. Dan zitten Frank en ik weer samen op de bank. Ook wel weer lekker, hoor. Je gaat je toch hechten aan zo’n man, hè? Dat besef je pas als je een weekendje zonder hem op je slaapkamer bivakkeert. Met de kat. Ook leuk, maar toch..

Een weekendje latten is zo gek nog niet. Ik kan het iedereen aanraden.