Categorie archief: Nanook

2019 – Een jaar in beeld.

2019 was het niet helemaal. Of eigenlijk helemaal niet. In januari overleed mijn oudste broer en in de rest van 2019 waren er al die momenten dat ik hem vreselijk miste. 

Als ik, onderweg naar Breda, de Brabantliner zag rijden waarop hij zolang chauffeur was. En ik niet in hoefde te halen om te kijken of hij achter het stuur zat. De zondagmiddagen aan de koffie bij mijn moeder. Met zijn lege stoel. Het gras in haar achtertuin dat sneller groeit dan wij kunnen maaien. En mijn moeders 88ste verjaardag, waarbij mijn broer door zijn afwezigheid meer aanwezig was dan ooit. Wat wordt-ie gemist.

Gelukkig waren er ook genoeg leuke dingen. Omdat het jaar zo rot begonnen was, trakteerden Michelle en Robby ons op een high tea. Zij zagen ook dit jaar weer flink wat van de wereld, die twee. Via Whatsapp genoot ik mee van al het moois dat ze zagen. En tussendoor tekenden ze ook nog even het koopcontract van het spiksplinternieuwe echte grote-mensen-huis waar ze volgend jaar gaan wonen.

Frank had goede en slechte dagen dit jaar. We profiteerden van de goede dagen door uitstapjes te maken. Naar mijn nichtje Gerdine, in Oudewater. Naar Leiden, waar we eindelijk Emile weer eens ontmoetten. We kregen oude vrienden op bezoek en we lunchten op het strand. We pasten op Nanook. We knuffelden onze Spike. We vierden een lange, warme zomer op ons balkon. 

Ik ging een weekendje naar Groningen met Michelle. Mijn moeder kwam logeren en we waren bij de bruiloft van onze liefste vrienden, waar ik zelfs de ringen aan mocht geven. ❤️ We vierden Kerst bij mijn moedertje, waar ik samen met mijn jongste broer en zijn ex-vrouw (als dát geen mooie Kerstgedachte is… ) een heus Kerstdiner organiseerde. 

En daar tussendoor fladderde steeds weer mijn allerliefste dochter. Die zo lekker blijft turnen op haar ‘oude dag’. Die zo lief voor haar Omaatje is. En die mij, met haar gekke fratsen, ondanks alles toch altijd weer aan het lachen maakt.

Ondanks al dat moois ben ik wel klaar met 2019.
Weg ermee!
Op naar 2020! 

Ik wens jullie een hele goede jaarwisseling en een gezond en gelukkig 2020!

Uncle Bob (les 2).

Goed. Ik fotografeer dus. Of nou ja, ik probeer te fotograferen. Dat maakt mij een ‘Uncle Bob’. Zo wordt – door professionele fotografen – de oom, tante, broer, buurman of wie dan ook genoemd die met een spiegelreflexcamera, en niet gehinderd door enige kennis, een evenement vast legt. En daarbij de ‘echte fotograaf’ hinderlijk in de weg loopt. Aha! Dat ben ík dus! Een Uncle Bob!

Op een zonnige woensdagmiddag ging ik weer eens op pad met mijn camera. En met een slachtoffer om vast te leggen op de gevoelige plaat want het was Nook-dag. Om de week, op woensdag, passen wij op Nanook, het hondje van Mich en Robby. De zon scheen en het rossige vachtje van Nook zou vast mooi staan op de foto. Dus vertrok ik, samen met drie kilo hond en mijn camera, naar het park.

Eenmaal in het park liep ik meteen tegen het eerste probleem aan. Ik durf Nanook niet los te laten lopen. Ik ben als de dood om haar kwijt te raken. En die éne keer dat ik het wel aandurfde om haar los te laten, ging ze in een of ander dood beest liggen rollen. Kon ik fijn met een walmend hondje voor op de fiets terug naar huis. Daar werd ik niet blij van. Dus probeerde ik foto’s te maken met Nook aan de lijn maar dat was geen succes. Oké. Toch los dan maar.

Ik zette Nanook op een boomstronk die leuk bij haar vachtje kleurde en bleef met mijn camera vlak bij haar zodat ik haar met een snoekduik zou kunnen grijpen, mocht ze besluiten er vandoor te gaan. Ze leek niets van plan in die richting maar van een beetje braaf poseren was ook geen sprake. Ik stond voor Piet Snot rare geluiden te maken, te zwaaien en te springen daar in dat park. Nook keek alle kanten op, behalve de mijne.

Ik maakte snel een paar foto’s en deed daarna vlug haar riempje weer vast. We maakten nog gezellig een ommetje en ik fotografeerde nog wat besjes. Die hingen tenminste stil. Maar met in één hand mijn camera en de andere een hondenriem, viel zelfs dát nog tegen.

Eenmaal thuis bleek het resultaat van onze fotoshoot dan ook behoorlijk tegen te vallen. In mijn haast om snel foto’s te maken, had ik niet goed gekeken. Ik had voornamelijk scherpgesteld op Nsnook’s kont. Bovendien bleken de instellingen van mijn camera niet goed te staan na een experimenteer-sessie van die avond ervoor. Nook geeft bijna licht op de foto’s.

Dus… wat heeft Uncle Bob nu geleerd?
Haastig wat plaatjes schieten is zinloos (tenzij je geluk hebt). Neem even de tijd om goed te kijken.

En wen jezelf aan om voor je begint, je instellingen te controleren, sukkel!

En als laatste: honden fotografeer je het beste in bijzijn van hun baas.
Volgende keer beter.

E-mailprobleem.

En ineens kon ik niet meer reageren op weblogjes. De meest humoristische opmerkingen, diepzinnige gedachten en prachtige, poëtische volzinnen liet ik bij jullie achter. Maar als ik op ‘plaatsen’ klikte, waren ze verdwenen. Disparu. Kwijt. Weg. Lost in cyberspace.

In het begin dacht ik nog dat het aan mij lag. Dat ik iets verkeerd deed (“Huh? Ik klikte toch op ‘plaatsen’?”). Ik probeerde mijn prachtige reacties nog een keer te reproduceren. En nóg een keer. Maar er gebeurde niks.

“Het zijn de cookies!” bedacht ik me. Met enige moeite vond ik de koektrommel op mijn iPad en gooide hem leeg. Zonder succes. Dan niet! Boos gooide ik mijn iPad aan de kant en trok mijn telefoon te voorschijn. Ha! Maar zonder succes. Zelfs met een lege koektrommel lukte het, ook op mijn telefoon, niet om te reageren.

Niet voor één gat te vangen zwengelde ik vervolgens mijn laptop aan. Internet Explorer, Chroom, zelfs Firefox heb ik geprobeerd. Ik verwijderde honderden cookies maar zonder resultaat. Op mijn scherm zag ik talloze leuke, lieve en grappige logjes voorbij zag komen. Ik reageerde wel, hoor. Echt. Wild zwaaiend schreeuwde ik “Hallo! Ik ben hier!” Maar jullie hoorden mij niet. Ik was totaal monddood. En heel eenzaam.

Uiteindelijk ontdekte ik dat het niets te maken had met cookies maar met mijn e-mailadres. Mijn vaste Nicky0607 e-mailadres dat ik al sinds 2007 gebruik en waarmee ik ooit een weblog aanmaakte bij WordPress, voor ik mijn eigen domeintje kreeg. Het e-mailadres dat verwijst naar mijn oude WordPress-account in plaats van maar mijn eigen domeintje. 

Waarom dat nu ineens een probleem was? Geen idee! Internet’s wegen zijn ondoorgrondelijk. Maar gelukkig heb ik nog een Gmailadres! Eentje die ik nooit gebruik maar die ik nu, voor de gelegenheid, maar even afgestoft heb. Dat e-mailadres waar mijn volledige voornaam én achternaam in vermeld worden. Hoezo privacy?

Eerlijk gezegd kan het me helemaal niet schelen dat jullie nu allemaal weten hoe ik in real life heet. Ik vind het ook helemaal niet erg dat jullie nu massaal Facebook-vriendjes met mij willen worden, mij enorm gaan Googelen en gaan kijken hoe mijn collega’s er uit zien (valt best mee, toch?). Ik schaam me nergens voor. Er is alleen dat éne nadeel. Want mijn voor- en achternaam zijn zo lang dat ik me helemaal te pletter typ. Bovendien wil ik gewoon mijn eigen vertrouwde Nicky0607 e-mailadresje gebruiken!

Toen kreeg ik het geweldige idee om het e-mailadres bij mijn oude WordPress account te wijzigen. Als ik daar nou eens mijn Nicky0607 e-mailadres zou veranderen in mijn Gmailadres, dan kon ik mijn Nicky0607-adres gewoon weer gebruiken! Briljant, toch? Helaas bleek dat niet te werken. Sterker nog; nadat ik het e-mailadres bij WordPress had gewijzigd kon ik Nicky0607 én mijn Gmailadres niet meer gebruiken. Fijn.

Briesend heb ik vervolgens mijn oude WordPress-account volledig verwijderd. Dat zal ze leren! Over 30 dagen komt Gmail e-mailadres hopelijk weer vrij. En wie weet? Misschien mijn oude vertrouwde Nicky0607 e-mailadresje ook wel. Als ik nu op weblogjes reageer, vul ik als e-mail adres zomaar iets in. Ik verzin maar wat, jongens. Maar ach, jullie weten wel dat ik het ben. Toch?

De credits voor de foto gaan naar Michelle en Nanook. Thanks, moppies! ❤️

 

De ruïne van Brederode.

Jonkvrouwe Nanook

Een keer in de twee weken, op woensdag, is het Nookdag. Dan passen wij op Nanook, het hondje van Michelle en Robby. Iets met wel de lusten en niet de lasten van een hond. Maar we wilden afgelopen Nookdag ook graag even weg dus zochten we een uitje waar we, samen met onze lease-hond, naartoe konden.

We besloten een kijkje te gaan nemen bij de Ruïne van Brederode. Die ruïne was vroeger Kasteel Brederode. Het kasteel is in de tweede helft van de 13de eeuw gesticht door Willem I van Brederode. Eerst bestond het kasteel slechts uit een woontoren. Rond 1300 werd de toren afgebroken waarna Dirk II van Brederode een vierkant kasteel liet optrekken. Er is heel wat gevochten rond het kasteel. Door de eeuwen heen werd het kasteel diverse keren vernield, geplunderd en in brand gestoken. In de 19e eeuw is het kasteel, of liever gezegd; de ruïne die overbleef gerestaureerd. 

Frank was er als kind met zijn ouders geweest wat het extra bijzonder maakte. En op de website had ik al gezien dat er een theetuin is. Perfect! Aangezien Frank niet zo goed ter been is, kon hij mooi wat drinken in de theetuin terwijl ik de ruïne bekeek. Nog mooier werd het toen bij ons vertrek de zon doorbrak.

Terwijl we over een smal bruggetje naar de ruïne liepen, kwam de dame die de ruïne beheert naar ons toe rennen. ‘Voordat u dat hele stuk loopt… U bent van harte welkom, hoor. Maar door werkzaamheden in de buurt hebben we een stroomstoring’. Lief dat ze het even kwam melden. Maar aangezien er in de tijd dat het kasteel bewoond werd ook geen stroom was, leek ons dat niet zo’n probleem. We waren tenslotte niet gekomen om een film te kijken of een warme douche te nemen.

Leuk vond ik het om, bij binnenkomst, in de poort allerlei verkleedkleren voor kinderen te zien hangen. En een kast met stokpaardjes. Hoe leuk is dat? Om verkleed al ridder of jonkvrouwe daar rond te rennen? Dat Frank zich niet wilde verkleden was dan ook een beetje een domper. Voor straf liet ik hem achter in de theetuin met een blikje cola (want geen stroom dus geen koffie). En Nanook kreeg heel attent een bakje water aangeboden.

Ik dwaalde ondertussen rond in de ruïne. De smalle, uitgesleten trappen naar boven. De grote open haard die ik onderweg tegen kwam. Fascinerend vind ik dat. Dat hier mensen wóónden! Wat moet het donker geweest zijn. En koud. Ik stelde me voor hoe jonkvrouwen met ruisende rokken over die smalle trappen gelopen moeten hebben.

Ik was bijna terug gegaan naar de ingang om een prinsessenjurk te halen om te ervaren hoe dat was. In plaats daarvan staarde ik naar het toilet. Dat natuurlijk niet meer was dan een soort stortkoker met daarop een plank met een gat er in. Zodat je poepiekakka – heel charmant; ploink – zó in de slotgracht donderde. Handig! Maar ik zag geen toiletrolhouder. Waar veegden ze in hemelsnaam hun gat mee af?

Peinzend dwaalde ik wat rond en maakte snel wat foto’s. Een beetje haastig omdat Frank ondertussen in zijn eentje in de theetuin zat. Maar in de auto onderweg naar huis, bleek dat ik me niet had hoeven haasten. Terwijl ik in de ruïne rond dwaalde, had Frank zich prima vermaakt. Vooral met de vrouwelijke bezoekers van de ruïne. Zittend in het zonnetje met Nanook kreeg Frank volop aandacht. Ghèhèhè’ grijnsde hij. ‘Die Nanook! Da’s echt een babe-magnet!’