Categorie archief: Amsterdam.

Op de fiets.


Ruim zeven weken pendelde ik heen en weer tussen ons huis en het VU Medisch Centrum om zoveel mogelijk bij Frank te zijn. Minimaal één keer per dag, vaak twee. Ik had het er maar druk mee dus probeerde ik zo efficiënt mogelijk te reizen. Met de auto was ik er razendsnel maar het parkeertarief van het VU schrok me nogal af. Bij de ingang van de parkeergarage hangt een bord waarop staat dat parkeren één euro kost. Per 17 minuten. Dat klinkt tenslotte een stuk vriendelijker dan € 3,50 per uur. Tel daar de kopjes bij op à € 2,30 per stuk en je begrijpt dat het een dure grap werd.

Dus nam ik de metro. Ook snel! En om zo snel mogelijk op het station te komen pakte ik de fiets. Dat werkte prima tot vandalen het nodig vonden mijn arme fietsje in elkaar te trappen. Het kapje van mijn achterlicht lag op de stoep, die kon ik er nog op zetten. Maar het binnenwerk van mijn koplamp spotte ik op de bodem van het water naast ons huis. En mijn spatbord was zo verbogen dat mijn fiets niet meer voor of achteruit reed. Sinds die tijd pakte ik tóch de auto om naar het VU te gaan. Gelukkig vond ik een goedkopere parkeerplaats vlak bij het ziekenhuis. Ik had simpelweg geen tijd om mijn fiets te (laten) maken. En mijn eigen privé-fietsenmaker lag in het VU. Dus bleef mijn gehavende fietsje zielig staan.

Inmiddels zit Frank in een revalidatiecentrum hier vlakbij. Vier tramhaltes verderop. Dus ging ik met de tram naar hem toe. Dat gaat prima maar met de fiets zou ik nóg sneller zijn. Tijd is een schaars goed en met temperaturen rond de tien graden besloot ik toch mijn stalen ros eens te bekijken. Ik kocht een fietslampje dat je vast kunt maken aan je stuur, veegde het vuil van het zadel en schepte wat dode bladeren uit mijn fietstassen. Daarna trapte ik mijn spatbord weer in het gareel en toen reed mijn fietsje weer!

Het eerste ritje naar het revalidatiecentrum was ik nog even bang dat mijn conditie het loodje had gelegd. Maar toen ik mijn banden had opgepompt, bleek dat ook mee te vallen. Dus ik fiets weer! Zoals iedereen hier fietst. Omdat dat gewoon de snelste vorm van vervoer is door een drukke stad. Supersnel, goedkoop en van niets of niemand afhankelijk. Ik voel me zó op en top Amsterdams als ik op mijn fietsje over de Overtoom fiets! Tot het stoplicht op rood springt. Dan val ik genadeloos door de mand. Want terwijl heel Amsterdam gewoon doorfietst, stop ik netjes voor rood. Ik ben en blijf toch gewoon import uit Brabant*.

* and proud of it!

Bijschrift bij de foto: hard bewijs! Mijn fiets (met grijze fietstas) op de Overtoom!

Dat dus.

image

Dat je het kantoor uit stapt en ziet dat de avondlucht zo mooi rood is.
Dat je, met gevaar voor eigen leven, zo snel als je kunt door Amsterdam racet op je fietsje omdat je denkt dat dat bij de Sloterplas vast een prachtig gezicht is. Dat je onderweg baalt dat je je goede camera niet bij je je hebt. En dat je hijgend de Sloterplas bereikt, terwijl de zon net onder gaat.

Dat je je fiets neer gooit en je mobieltje pakt om daar dan maar wat foto’s mee te maken. Dat je je cameraatje aanzet je en je oude iPhoontje zegt ‘U kunt geen foto’s maken. Er is niet genoeg opslagruimte’ En dat je verwoede pogingen doet om snel opslagruimte vrij te maken terwijl de zon steeds verder ondergaat.

Dat je Whatsappjes weggooit van mensen die je niet aardig vindt. Je Endomundo-app verwijdert. En de Appie-app. En dat je uiteindelijk, want je moet toch wat, al je muziek van je telefoon gooit. En dat je dan net te laat bent om echt mooie foto’s te maken.

En dat dan ‘s avonds de Facebookpagina van AT5 vol staat met mooie foto’s.
Van die foto’s die jij had willen maken. Dat dus.

Loungen.

Bij ons vorige huis hoorde een flink terras. Toch zaten we er amper. Omdat het terras aan de voorkant van het huis lag en Jan-en-alleman langs liep. Bij het poppenhuisje waar we nu wonen, zit ook een balkon. Ongeveer net zo groot als het toilet in het vorige huis maar hé! Het is helemaal van ons en ik zit er graag. Hoewel van riant zitten niet echt sprake was. Het buitenhok van Spike stond op het balkon en daar zat ik meestal op. Bij gebrek aan beter. Maar écht lekker zitten deed dat niet.

Op een zaterdagnacht, toen in slaap vallen niet wilde lukken, lag ik na te denken over het balkonnetje. Als we nu eens het hok van Spike weg deden? En een bankje maakten? Daar zou Spike ook op kunnen liggen. Of zouden er hele kleine loungebankjes te koop zijn? Terwijl Frank niets vermoedend lag te slapen, zocht ik het hele internet af. Alle bouwmarkten, woonboulevards en tuincentra passeerden de revue.

Het kleinste bankje vond ik tenslotte bij (ik had eigenlijk niet anders verwacht) Ikea. Een loungebankje van maar 1 meter 32 breed. Ooit heb ik ons balkonnetje wel eens opgemeten maar zo midden in de nacht kon ik me niet herinneren hoe breed ons balkonnetje eigenlijk is. Het liefst was ik uit bed geslopen om midden in de nacht het balkon te meten maar ik wist me te beheersen.

Toen Frank die zondagmorgen wakker werd, stond ik – nog voor ik mijn eerste kop koffie op had – in pyjama ons balkon op te meten. “Wat doe je?” vroeg Frank. “Spike wil een loungebank” antwoordde ik “dus ik meet ons balkon.” Dat bleek 1 meter 30 breed te zijn. Kak! Teleurgesteld liep ik met de rolmaat rond. Op zoek naar een oplossing. In een helder ogenblik bedacht ik dat de balustrade van ons balkon rond loopt. Nog een keertje meten leverde een score op van… 1 meter 32! Ha! Binnen een uur stonden we bij mijn Zweedse vrienden voor de deur.

Het bankje kopen was zo gepiept. Het naar huis vervoeren viel tegen. De doos waar het bankje in zat, bleek niet in de auto te passen. Hilarisch natuurlijk. Als de doos al niet in de auto paste, hoe kon het bankje dan op ons balkon staan? “Al moet ik het er tussen rammen” gromde Frank, inmiddels net zo vastbesloten als ik, “maar dat bankje komt er.” Op de parkeerplaats van Ikea pakten we het bankje uit en propten de losse delen in de auto. En zo stond ik even later met 15 onderdelen van een bankje van 1 meter 32 breed op een balkon van 1 meter 32 breed.

Het in elkaar zetten was nog best een dingetje. Ik had geen ruimte om het bankje tijdens het monteren te draaien of op zijn kant te zetten. Toen ik, halsbrekende toeren uithalend, alle panelen in elkaar geklikt had, hoefde ik alleen nog maar de 24(!) bijgeleverde schroeven aan de binnenkant vast te schroeven. Dat lukte alleen maar door op het balkon te gaan liggen met het bankje boven op me. Ik kon het niet zien maar ik had het vermoeden dat alle overburen gierend van het lachen mijn capriolen volgden.

Maar het lukte! Na een uur zwoegen stond mijn bankje. Daar zat ik! Op mijn loungebankje! Nu zoek ik alleen nog een tuintafeltje. Een heel kleintje.
Van 10 bij 10 centimeter of zo.

En mocht je denken dat óns balkonnetje nu vol is…
Het kan altijd erger!

Verhuisd!

Het is zo ver! Ik werk weer in Amsterdam!
Na bijna anderhalf jaar in een koud flut-kantoortje in Hilversum zijn we terug verhuisd naar Amsterdam. Voortaan ga ik weer op het fietsje naar het werk. Een ritje van 15 minuten!

Dus dag! Hilversum!
Dag! Wekker die om 6 uur afloopt!
Dag! Bevroren auto-ruiten krabben ‘s morgens vroeg!
Dag! Rit van drie kwartier op de heenreis!
Dag! Muizen in het Hilversumse kantoor!
Dag! Zwervers in de bosjes naast ons kantoor!
Dag! Honden die altijd voor onze deur poepten!
Dag! Ongezellig kantoor waar we het altijd koud hadden!
Dag! Mist, sneeuw en gladde wegen!
Dag! File op de terugweg!
Dag! Verkeersinformatie!
Dag! Bumperklevers!
Dag! Onnodig linksrijders!
Dag! Mevrouw ‘Ik kan best Whatsappen in de auto’!
Dag! Meneer ‘Ik heb een leasebak dus ik mag jou best snijden!’
Dag! Meneer ‘Ik haal je in en ga dan vol op rem want ik moet er hier af!
Dag! Mevrouw ‘Invoegen kan bést wel invoegen met 60 km per uur’!
Dag! Pas om half zeven ‘s avonds thuis!

Ik vraag me alleen af…
Hoe vaak zal ik nat regenen voor ik terug verlang
naar droog en warm in de auto naar mijn werk?

Hallo! Buienradar!
Hallo! Regenpak!