Categoriearchief: Fotografie door Uncle Bob

Uncle Bob stond vroeg op.

Gááp. Pardon. Schááp.

Her en der zie ik ze voorbij komen. Van die mooie foto’s, gemaakt tijdens zonsopkomst. Dat mooie licht, hier en daar nog een beetje nevel. Prachtig. Maar ja, ik lig in het weekend op dat tijdstip nog in bed. En ik draai me nog zeker twee keer om. Toch moest het er een keer van komen. Ik zette de wekker en stond vroeg op. Het was zó moeilijk! Want vroeg naar bed gaan was weer jammerlijk mislukt en mijn bedje was zo lekker warm. En buiten was het nog donker. Maar ik deed het! Ik kwam bed uit en fietste net voor de zon op kwam naar het landgoed bij Chateau Marquette.

Eenmaal daar kwam ik er achter dat ik te vroeg was. De zon kwam weliswaar op maar zat nog verscholen achter de bomen. Ik had nog zeker een uur in bed kunnen blijven. Briljant, Einstein, om daar niet aan te denken! Het was bovendien nog zo donker dat ik een lange sluitertijd nodig had om te fotograferen. En dan moet je je camera heel stil houden wat niet mee valt als je bibbert van de kou. Dus er zat niets anders op dan te wachten. Ik liep moedeloos rondjes door het natte gras. Waarom had ik mijn laarzen niet aangedaan? En ik kreeg het steeds kouder. Waarom had ik geen koffie meegenomen? Waarom heb ik niet van die handschoenen zonder vingers? En waarom had ik deze idiote locatie gekozen? Met al die bomen? Mijn voorbereiding was echt bar slecht.

En toen was ze daar eindelijk. De zon! Ze piepte door de bomen heen en het werd iets lichter. Ik liep voor de vierde keer heen en weer over het landgoed. Ik was inmiddels zo verkleumd dat ik er eigenlijk al geen zin meer in had. Voor de vorm klikte ik nog wat in het rond. Ik zat op mijn knieën op mijn vuilniszak op de koude grond om foto’s te maken van paddestoelen maar door de kou schoot er meteen een kramp in mijn kuit. Slecht plan, jongens. Heel slecht plan. Ik vond het helemaal niet mooi. En ook niet bijzonder. Ik vond het alleen maar koud. En nat.

Gelukkig waren er schapen! Schapen zijn altijd goed! Al was ik er bijna zeker van dat ze over mij roddelden. Na nóg een rondje hield ik het voor gezien. Verkleumd stapte ik na twee uur buiten rond sjokken op de fiets en ging naar huis. Ik kon nog best een uurtje in bed kruipen, bedacht ik me. Maar ik had zulke koude voeten dat ik niet meer kon slapen. En over mijn foto’s was ik ook niet wildenthousiast. Het was ook gewoon een stom plan. Ik bén gewoon geen ochtendmens. Zeker niet in de herfst. Ik ga het het echt nog wel een keer opnieuw proberen. Maar pas als het weer zomer is. Voorlopig slaap ik gewoon lekker uit. Daar ben ik namelijk wél goed in.

Uncle Bob en de ontplofte inbox.

Natuurlijk vind ik mijn fotografie challenge nog steeds heel leuk. Maar ik fotografeer ook nog steeds voor de lol. Of soms zelfs een beetje in opdracht. Afgelopen maand hadden mijn collega’s en ik, voor het eerst sinds de lockdown van 2020, weer een echt bedrijfsuitje. We vergaderden een ochtendje in het echie en maakten een stadswandeling door Utrecht. Een mooie gelegenheid om nieuwe profielfoto’s te maken voor op onze website en LinkedIn-pagina. En hoewel er vast meer collega’s zijn met een goede camera, vroeg de baas aan mij of ik foto’s wilde maken. En dat vind ik dan toch best wel een beetje spannend. Het mag niet mislukken, hè.

We wandelden met een gids door Utrecht en ik probeerde al mijn collega’s één voor één op de foto te zetten terwijl ze het niet in de gaten hadden. Er zaten zowaar een heleboel prachtige portretfoto’s bij, al zeg ik het zelf. Ook de portretfoto’s voor onze website waren een groot succes. Ik klikte, liet de foto zien en de desbetreffende collega liep tevreden door om plaats te maken voor de volgende kandidaat. Ook de groepsfoto was zo gepiept.

Het bedrijfsuitje was op dinsdag. ‘s Avonds zette ik de foto’s in onze cloud en logde uit want de volgende dag was ik vrij. De donderdag daarop, toen ik inlogde, was mijn inbox ontploft. Ik had een hele rits emailtjes van collega’s die mijn foto’s zo mooi vonden. Uncle Bob was best een beetje trots. En tevreden met mijn rol als fotografe. Want als je Uncle Bob bent, hoef je zelf niet op de foto. 

Vol vertrouwen stortte ik me daarna op de volgende opdrachten uit mijn fotografie-challenge. Het onderwerp van deze maand was ‘Tegenlicht’. En dan valt het altijd weer tegen en blijk ik toch nog steeds een amateur te zijn. De opdracht ‘De ring op het boek’, was een uitdaging. Maar dat kwam vooral omdat de ring maar niet wilde blijven staan. Toen hij eenmaal bleef staan, was het een kwestie van vlug-vlug klikken. Voor de opdracht ‘Silhouet’ maakte ik me er makkelijk vanaf door een oudje in te sturen. Maar hé! Mooier dan die wordt het niet.

Maar voor de vrije opdracht had ik het mezelf niet makkelijk gemaakt. Glazen van één kant belicht.  Ik bouwde een mooie opstelling, zette mijn camera op statief en prutste een avond lang met glazen, lampjes, limoentjes en een donkere achtergrond. Op mijn knieën zittend achter mijn camera. Klik. Opstaan. Instellingen aanpassen. Weer zitten. Klik. Weer staan. En dat een keer of tig. 

Uiteindelijk was ik redelijk tevreden en stopte ik. Want volkomen tevreden word ik toch nooit. De volgende dag strompelde ik rond. Normaal lopen ging niet meer door de spierpijn in mijn bovenbenen. Nooit geweten dat je van fotograferen spierpijn kunt krijgen. Maar geloof me; het kan!

Uncle Bob is moe – Reflectie

Zien jullie mij?

Die fotografie-challenge werkt goed. De feedback die je krijgt op je foto’s is minimaal. Maar de opdrachten dagen je wél uit om andere dingen te fotograferen dan je gewend bent. Zo kwam de opdracht ‘Flatlay’ voorbij. Flatlay wil zeggen dat je items van bovenaf fotografeert. Spulletjes die te maken hebben met je hobby. Of voedsel; dat leent zich ook prima voor flatlay fotografie. ‘Óhhh, flatlay!’ dacht ik ‘Een makkie! Dat doe ik even!’ maar dat viel dus vies tegen.

Ik besloot foto’s te maken van een boek en wat zomerse attributen. Ik pakte mijn strandhanddoek, een boek, een glaasje fris en mijn flesje zonnebrand. Dat laatste stond toch al een hele zomer ongebruikt in de kast. Maar uiteindelijk vond ik het een beetje suf. Ik gooide het over een andere boeg en besloot voor sluikreclame te gaan. Een flatlay van mijn laptop met daarnaast een bakkie koffie en een schrijfblok met de naam van mijn weblog erop. Vond ik ook matig. Dus wijzigde ik nóg een keer van onderwerp en maakte Frank blij met de mededeling dat hij die avond sushi te eten kreeg. Want zelf lust ik geen sushi maar het ziet er wel mooi uit, natuurlijk.

Toch viel ook sushi fotograferen niet mee. Het grootste probleem was het licht. Want als je het goed doet, is er op een flatlay-foto geen schaduw te zien. Ik sleepte mijn bord met sushi door het hele huis op zoek naar het beste licht. In de woonkamer, de slaapkamer, en zelfs in de badkamer en op het balkon stalde ik mijn sushi uit. Maar zelfs met wit papier of een reflecterend dienblad kreeg ik de schaduwen niet weg. Toen mijn benen en mijn rug begonnen te protesteren en pijn gingen doen van het – met gespreide benen – recht boven mijn onderwerp hangen, gaf ik het op. Het moest maar. Ik heb de sushi-foto ingestuurd en ik kijk tegenwoordig heel anders die prachtige foto’s van eten. Het maken van zo’n foto is best vermoeiend.

De volgende opdracht was ‘Reflectie’. Maar liefst drie foto’s moest ik inleveren. Reflectie op water, reflectie op glas en een vrije opdracht. Zonder water of glas natuurlijk. Voor de foto met water had ik meteen al een idee! Ik zou kasteel Assemburg fotograferen, weerspiegeld in de kasteelvijver. Strak plan! Jammer dat het zoveel regende! Toen er eindelijk een zonnige dag aanbrak, haastte ik me naar de kasteeltuin. Om daar te ontdekken dat de fontein aan stond. Weinig reflectie dus. Door naar het strand dan maar. Met het idee om de wolken te fotograferen, weerspiegeld in de zee. Eenmaal op het strand was het zaak om een poeltje te vinden waarin ik de weerspiegeling van de wolken kon zien. Kilometers lang liep ik langs de zee, tot ik eindelijk een geschikt poeltje gevonden had. Echt! Fotograferen is hard werken! Want ik moest ook nog terug lopen, he?

Voor de opdracht met glas schakelde ik dochterlief weer in. Ik wilde een foto maken van haar hondje Nanook met haar spiegelbeeld. Dat ging redelijk vlot. Dankzij wat strategisch geplaatste stukje kaas, had ik al snel een foto van Nook die haar spiegelbeeld aflikte. Dat aflikken had voor mij niet gehoeven, maar beter had ik niet. Toen mijn schoonzoon hoorde dat ik graag belleblaas wilde fotograferen voor de vrije opdracht blies hij bellen voor me met zijn bellenblaas-speelgoedpistool dat hij normaal gebruikt om cocktails mee te maken. Het zag er leuk uit, maar ik kreeg het niet mooi op de foto. Dus sjouwde ik de volgende dag het hele dorp door op zoek naar bellenblaas. En ik wás al zo moe. Maar die laatste vrije opdracht kon ik gelukkig doen terwijl ik op mijn kont zat. Op mijn balkon, lekker in het zonnetje, zat ik gezellig een middagje bellen te blazen. Kon Uncle Bob eindelijk even uitrusten. En de laatste opdrachtfoto maken. Klik! Gelukt! 🙂

Uncle Bob en het geheime wapen – macrofotografie

Door wat gedoe en toestanden in de privésfeer komt mijn fotografie-hobby een beetje in het gedrang. Ik heb geen tijd om op pad te gaan met mijn camera en als ik wél tijd heb, heb ik geen puf. Maar gelukkig is daar de fotografie-challenge waar ik me voor in schreef! Daar wil ik me niet laten kennen en sloof ik me uit om braaf alle opdrachten doen. Bovendien daagt het me uit om dingen te proberen die ik uit mezelf nooit zou doen. De opdracht van afgelopen maand was ‘Macrofotografie’ en ik moest twee foto’s aanleveren.

Geheel per ongeluk heb ik best wel eens mooie macrofoto’s gemaakt. Maar als je het bewust wilt doen, valt het toch nog tegen. Maar gelukkig is daar mijn geheime wapen! Ha! Want ik heb iemand achter de hand die veel verstand heeft van fotografie en prachtige foto’s maakt. En naast de tips die vanuit de cursus gegeven worden, krijg ik dus ook tips van mijn geheime wapen. “Probeer iets origineels te bedenken” zei mijn geheime wapen. “Wedden dat iedereen met bloemen en bijtjes komt?” En dat klopte. De een na de andere ‘hommel in bloem’ zag ik voorbij komen. Saai, zeg! 

“Druppels zijn leuk” opperde mijn geheime wapen en dat leek me inderdaad ook heel leuk. En omdat ik graag een verband wilde tussen foto 1 en 2 besloot ik te gaan voor olijven en olijfolie. Een olijf fotograferen was niet zo heel moeilijk. Ik kocht een bakje olijven bij de supermarkt, haalde er eentje uit en zette de rest bij mijn verkering voor zijn neus die een filmpje zat te kijken. Ik legde één olijf op het glazen tafelblad van mijn bureau en klikte er op los. Tot ik een mooie foto had. Zó scherp dat je zelfs het gat aan de achterkant kon zien van de olijvenpitverwijdermachine-dinges. Het leek me ook nog wel leuk om een foto te maken van meerdere olijven. Helaas is dat niet gelukt omdat de verkering ondertussen al mijn fotomodellen opgegeten had.

De volgende dag bouwde ik een complete stellage. Met een ovenschaal met water, gesteund op boeken en een bureaulamp. Op het water liet ik druppeltjes olie vallen en ik legde kleurige ansichtkaarten en plastic tasjes onder de ovenschaal. Uiteindelijk werd het dat niet helemaal en koos ik voor een glasplaatje uit een fotolijstje waar ik met een kwastje druppeltjes olijfolie op liet vallen. En maar prutsen en maar foto’s maken. Ik merkte dat ik het heerlijk vond om zo bezig te zijn. Er was even geen ruimte voor muizenissen in mijn hoofd. En ik zweer je; het is goed dat mijn dochter inmiddels groot is. Als ik deze hobby had gehad toen zij nog klein was, hadden we Veilig Thuis over de vloer gehad in verband met lichamelijke en geestelijke verwaarlozing van het kind. 

Uiteindelijk moest ik stoppen van mezelf. Goed is goed. En eerlijk is eerlijk; er zaten echt leuke plaatjes bij. Het commentaar op de door mij ingeleverde foto’s was dan ook zeer positief, met dank aan mijn geheime wapen! Door naar de volgende ronde!