Categoriearchief: Fotografie door Uncle Bob

Uncle Bob maakt actiefoto’s.

Wat geef je kinderen die alles al hebben? Vlak voor Kerst 2019 wist ik niks te verzinnen dus gaf ik Michelle en Robby een cadeaubon voor een uur blowkarten op het strand. ‘Ik wil wel mee’, zei ik. ‘Dan kan ik oefenen om actiefoto’s te maken’. Het uitstapje werd regelmatig ingepland maar steeds weer afgezegd. Door corona. Door te weinig wind. Door te veel wind. Maar uiteindelijk lukte het. Vorige week zondag gingen Mich en Robby blowkarten op het strand in IJmuiden. En ik ging mee.

Het was koud. Heel erg koud. En eerlijk gezegd vond ik het eigenlijk een beetje saai. Ik weet niet wat ik verwacht had. Opspattend zand, karretjes die vlak langs me heen scheurden. Mich en Robby wild racend over het strand. In plaats daarvan stond ik van een afstandje te kijken hoe zij rondjes reden. Van het ene pionnetje naar het andere. Niks opspattend zand. En ze gingen best hard maar zó hard nou ook weer niet.

Uiteindelijk besloot ik het voor gezien te houden. Om niet dood te vriezen leek het me ook beter om een stukje te gaan lopen. Ik besloot foto’s te gaan maken van de vele kitesurfers. Ik vind het altijd zo mooi als ze het water zo hoog laten op spatten. Dus probeerde ik daar foto’s van te maken.

Tot een van de kitesurfers aan land kwam en me wenkte. Nieuwsgierig liep ik naar ‘m toe om te zien wat-ie wilde. Zag ik er zo professioneel uit dat-ie om foto’s zou vragen? Maar nee, hij wees ergens in de verte. ‘Zie je die gele kite? Daar nét achter ligt een blauwe in het water. Die jongen heeft problemen. Ik was net bij hem en het lijkt er op dat hij nu de kant wel gaat halen. Wil jij het in de gaten houden?’

De kitesurfer vertrok weer en ik stond aarzelend op het koude strand. Ehhh? In de gaten houden? Ik? Ik kon de blauwe kite amper zién. En dan? Moest ik er naar toe zwemmen of zo? Of moest ik 112 bellen? Het was erg druk met kitesurfers. Ze zouden het toch wel zien als een van hen in de problemen kwam? Heel in de verte zag ik de blauwe kite flapperend op het water liggen. Ik besloot er heen te lopen.

Met mijn telefoon in mijn hand, mijn camera allang opgeborgen, liep ik zo snel mogelijk over het strand, mijn ogen strak op de blauwe kite gericht. Maar zoals altijd op het strand, bleek de afstand groter dan ik dacht. En ik heb maar hele korte beentjes. Ik besloot een andere kitesurfer in te schakelen. Misschien kon er iemand heen surfen?

Wild gebarend stond ik bij de vloedlijn tot er een kitesurfer naar de kant kwam surfen. Ik wees de blauwe kite aan, vertelde dat ik van een andere surfer gehoord had dat die jongen problemen had. ‘Oh, dan moeten ze daar maar even gaan kijken’ zei de kitesurfer laconiek. En hop! Hij vertrok weer.

Ik staarde hem verbijsterd na. Toen ik daarna weer naar de blauwe kite keek, was hij verdwenen. Ik liep nog een stukje verder, dubbend wat ik moest doen. Tot mijn mobiel ging. Mich belde. Ze waren klaar met blowkarten en mij kwijt. Of ik hun kant op kon komen. Ik zuchtte eens diep en besloot het voor gezien te houden met mijn reddingsactie. De blauwe kite zag ik niet meer. Hij was óf gezonken óf het water uit. Ik hoopte het laatste en liep het hele stuk terug.

Eenmaal thuis bleef het me toch bezig houden. Ik hield het nieuws in de gaten. En ik googlede een paar keer op ‘kitesurfer IJmuiden’ maar er waren gelukkig geen berichten over een verdronken kitesurfer in IJmuiden. Eind goed, al goed. Denk ik. Ik was er wel klaar mee. Met actiefoto’s en reddingsacties. Het wordt tijd dat het beter weer wordt. Dan ga ik wel gewoon lammetjes fotograferen. Lekker rustig.

Uncle Bob is chagrijnig.

Een Uncle Bob-log zat eigenlijk nog niet in de planning (voor de oplettende lezer: 1 op de 4). Maar er werd sneeuw verwacht vorig weekend. Veel sneeuw. Ik kwam zaterdagmiddag terug uit Brabant en parkeerde opgelucht mijn auto. Net vóór de bui binnen! En ik was van plan om tijdens die hele sneeuwperiode niet meer tevoorschijn te komen.

Maar in mijn inbox zat een e-mail van één van mijn lezeressen, wiens naam ik niet zal noemen, waarin ze op strenge toon Uncle Bob de sneeuw injoeg. Gelukkig deelde ze ook veel fotografietips! En zo kon het gebeuren dat ik die zondag redelijk enthousiast in een heuse sneeuwstorm door het dorp ploegde. Ik besloot foto’s te gaan maken bij de kerk. Misschien waren de graven van de Britse soldaten wel mooi in de sneeuw. Maar het waaide te hard dus de sneeuw bleef nergens mooi óp liggen. Alleen op de grond. Teleurgesteld ging ik naar huis. Mijn voeten haast bevroren in mijn snowboots.

Die maandag werkte ik thuis, gelukkig. Ik maakte een klein ommetje ‘s avonds en liet het daarbij. Dat je ráár loopt op snowboots, voelde ik de volgende dag in mijn enkels. Toch moest ik nog even door. Ik moest dinsdag naar kantoor en besloot met de trein te gaan want de sprinters reden. Dus banjerde ik op mijn snowboots naar het station en inderdaad, de sprinters reden. Het ging perfect! Het was rustig in de trein en ik kwam keurig op tijd op mijn werk aan.

Maar de terugweg was drama. Het was veel te druk in de trein. Bovendien strandde mijn sprinter in Wormerveer. Ik liep een half uur rondjes op station Wormerveer om warm te blijven. Inmiddels begon, behalve mijn enkels, ook mijn rug te protesteren tegen mijn lompe snowboots. Met de volgende sprinter, als haringen in een ton (Hallo! Corona!) kwam ik uiteindelijk thuis. Om half zeven ‘s avonds.

Ik besloot op mijn vrije woensdag de auto uit te graven zodat ik vrijdag met de auto weg kon. Een behulpzame overbuurman schoot me te hulp en binnen no time was mijn autootje sneeuwvrij. ‘s Middags besloot ik weer met mijn camera op pad te gaan. Want mijn baas heeft een winterfoto-wedstrijd uitgeschreven en ik heb een reputatie hoog te houden.

Maar eerst kocht ik een doosje chocolade voor mijn behulpzame overbuurman. Dat bleek heel onhandig. Ik wandelde naar chateau Marquette en de hele tocht bungelde het tasje met chocolade irritant tegen mijn been. Ik liep vijf kilometer op mijn snowboots. En écht! Ik wist niet dat het kon maar ik kreeg een bláár! Bij vijf graden onder nul. Hoe dan? En mijn enkels deden pijn. En mijn rug. En ik maakte géén bijzondere foto’s.

Donderdag werkte ik thuis. En om half vijf trok ik wéér die @€*#snowboots aan en ging wéér op pad. Naar de Noordermaatweg waar ook al niks te zien was. Ik stond een half uur bibberend te kijken hoe twee zwanen op het ijs zaten. En nét toen ik mijn camera wegstopte, kwamen ze in actie. Dus de enige foto die nog iets had kunnen worden, was niet scherp.

Die vrijdag ging ik met de auto naar mijn werk. Ging prima. Afgelopen weekend wandelde ik een paar kleine rondjes. Maar verder bleef ik binnen. Mijn voorhoofd en mijn schenen jeuken chronisch door de droge lucht. Mijn haar is statisch en mijn handen zijn zó schraal dat ik mezelf ermee open haal. En op een of andere manier heb ik het steeds zo koud dat ik het liefst in de droger zou kruipen.

Mijn humeur is tot een dramatisch dieptepunt gedaald. Ik betrap mezelf er op dat ik constant loop te mopperen. ‘Haat! Dikke vette haat!’ roep ik regelmatig tegen niemand in het bijzonder. Ik smijt met deuren en ik zucht, kreun en steun de hele dag door. Alles is stom. Alles is superstom! Haat! Dikke, vette haat!

Maar morgen, jongens! Vanaf morgen stijgt de temperatuur. Het gaat weer de goede kant op! Ik leg mijn bikini alvast klaar en wil bij deze mijn excuses aanbieden aan iedereen die ik beledigd, afgesnauwd en/of geshockeerd heb afgelopen week. Het spijt me. Ik was mezelf niet. Vanaf volgende week gaat het beter. Beloofd!

Uncle Bob ziet weer af.

Voor Kerst 2019 heb ik Michelle en Robby weer zo’n weergaloze cadeaubon gegeven. Net zoals de Gamma-bon was ook dit geen succes. Het was een cadeaubon voor een uur blowkarten op het strand en ze zijn al meer dan een jaar aan het proberen die bon in te wisselen.

In het begin van het jaar waren het de corona-regels die roet in het eten gooiden. Daarna waaide het te hard. Of juist weer te zacht. Maar ze blijven proberen. Zo ook vorige week zondag. En ik ging kijken want ik wilde proberen foto’s te maken. Oefenen in de categorie ‘actiefoto’s maken’.

Maar veel actie was er niet. De karretjes werden wel tevoorschijn gehaald. Maar het ging weer niet lukken. Er was niet genoeg wind. ‘Zullen we dan maar een stuk wandelen’ stelde Mich voor. Wat eigenlijk niet mocht, met z’n drieën, volgens de meest recente corona-regels. ‘Ik ken jullie niet’, zei ik en op anderhalve meter afstand van elkaar wandelden we een stuk over het strand.

‘Zullen we door de duinen terug lopen?’ stelde de jeugd voor. ‘Prima!’ zei ik. Geen probleem; ik wandel zo vaak door de duinen. Maar Michelle en Robby liepen niet dóór de duinen maar óver de duinen. En da’s iets anders dan over een geasfalteerd pad door de duinen wandelen. Wat betreft afstand houden zaten we goed. Want de jeugd was iets behendiger dan ik. Ik klom tegen duinen op en gleed van duinen af. De anderhalve meter afstand tussen ons werd al snel twee meter en daarna drie.

‘Gaat het, mam?’ riep Mich achterom, ‘Ja, hoor! Prima!’ riep ik stoer terug terwijl ik mijn hoogtevrees probeerde te negeren en zittend op mijn kont de zoveelste duinhelling af gleed. Voor de zekerheid had ik mijn camera veilig opgeborgen want deze Uncle Bob is niet op zijn achterhoofd gevallen.

Veel foto’s had ik dus niet die dag. En al zeker geen actie-foto’s. Behalve een paar mooie portretfoto’s (al zeg ik het zelf) en de foto van ons Leeuwenkoning-momentje. En die vond ik best lollig. Had ik toch niet voor niets zo afgezien.

Uncle Bob op Kerst-safari.

Het was prachtig weer afgelopen weekend en uncle Bob was graag de duinen in gegaan om foto’s maken. Maar met mooi weer, vind ik het vaak te druk daar dus bleef ik thuis. Het werd zo’n rommel weekend. Ik deed een wasje, ik poetste een beetje, ruimde kasten op en las in mijn boek. Ik maakte alleen een ommetje omdat dat moet van haar.

Maar op zondagavond zag ik in de Faceboekgroep van ons dorp dat iemand foto’s geplaatst had van kerstbomen op het strand. Kerstbomen op het strand! Hoe leuk is dat? Ik had spijt als haren op mijn hoofd dat ik niet naar het strand gefietst was. Want dát zou nou een leuk plaatje zijn om jullie fijne feestdagen te wensen!

Maar ik had nog een kans: maandag. Omdat ik mijn vrije woensdag geruild had met mijn collega. De rest van de week zou ik op kantoor zitten. Dus het móest! Die maandag! Jammer genoeg zou het die maandag ‘s middags gaan regenen.

Jullie weten dat deze Uncle Bob het altijd laat maakt en graag uitslaapt. Maar deze Uncle Bob zat op maandagmorgen om half tien al op de fiets om voor jullie een foto te gaan maken op het strand, voordat het zou gaan regenen. Twintig minuten fietsen, hè! Op de vroege morgen. Op mijn vrije dag. Ik schrok er zelf ook van! Maar hé! Voor mijn trouwe weblog-vriendinnen en -vriend heb ik dat over.

En natuurlijk; wekenlang hoopte ik Schotse hooglanders tegen te komen en zag ik ze niet. En terwijl ik nu gewoon onderweg was naar de kerstbomen op het strand, zag ik ineens de hele kudde op hun gemakje langs het pad kuieren. ‘Doorfietsen’, zei ik tegen mezelf ‘Naar de kerstbomen’. ‘Buitenkansje!’ schreeuwde de Uncle Bob in mij. Ik fietste de hooglanders voorbij en stopte.

Ik doe alles altijd heel rustig en doordacht in de buurt van die beesten. Want ze zijn te groot om ruzie mee te krijgen. Ik pakte mijn camera en bleef even stil staan zodat ze een beetje aan me konden wennen. ‘Wat doet die mevrouw? Oh, niks. Dan grazen we lekker door.’

En toen kwam van de andere kant de kudde wilde paarden aan wandelen. Tot mijn verbazing bleef het voorste paard verschrikt staan. ‘Oh, hallo!’ zei ik zachtjes. ‘Uhhh, maar jullie kennen elkaar toch?’ Daar stond ik, moederziel alleen midden in de duinen. Met aan de ene kant een kudde hooglanders en aan de andere kant een kudde wilde paarden.

Terwijl ik me nog doodstil af stond te vragen of dat gevaarlijk was, kwam er ineens een wielrenner om de hoek zeilen, rakelings langs de kudde hooglanders. Het was zo’n – en ik mag het zeggen want ik ben er zelf een – te dikke vijftig-plusser in een te strakke zeemleren broek met een fluorescerend trainingsjack over zijn te dikke buik. En van onder zijn knalroze fietshelm schreeuwde hij me keihard toe ‘Je hebt ze lekker onrustig gemaakt, zeg!’

Verbijsterd keek ik zijn dikke kont na terwijl hij in volle vaart langs de toch al verschrikte paarden verdween. Pardon? Ik stónd daar alleen maar. Idioot! Nee, van joú worden ze blij. Met je lelijke kleuren en je geschreeuw! Ik was zó boos dat ik spontaan vergat bang te zijn.

Rustig liep ik iets (echt maar iets) dichter naar de hooglanders toe terwijl ik ze zachtjes toesprak ‘Wat een nare meneer, hè. Niks van aantrekken, hoor. En let maar niet op mij. Ik wil alleen een mooie foto van jullie. Mag dat?’ Geen idee of ze me hoorden op die afstand. Maar ik had hun aandacht. En ik maakte foto’s. Scherpe foto’s! Eindelijk!

Die foto van die kerstbomen op het strand was iets minder spectaculair dan ik in gedachten had. Maar dat geeft niks; mijn dag kon niet meer stuk. Uncle Bob is blij.

Ik wens jullie, ondanks deze rare tijd, hele fijne Kerstdagen. Op afstand of samen. Maak er iets moois van en blijf vooral gezond.