Categoriearchief: Fotografie door Uncle Bob

Uncle Bob laat de hond uit.

Soms zie je van die mooie foto’s van honden die door de branding rennen. Dat leek me leuk om te proberen, zeg! Een rennende hond in de branding fotograferen! Ik heb alleen geen hond. Maar dat probleem was snel opgelost; want mijn dochter heeft wél een hond. Dus boekte ik haar én hond om op een zondagmiddag een stukje te gaan wandelen.

Ik reed naar hun nieuwe huis in Almere Poort en we gingen met Nanook wandelen langs het IJmeer. Ik was even vergeten dat daar niet echt sprake is van een branding. Dat maakte niks uit eigenlijk. Want als er wel branding was geweest, dan was Nanook daar écht niet doorheen gaan rennen. Ben jij mal? Dan wordt haar buikje nat.

Waar ik ook geen rekening mee had gehouden, was het formaat van Nanook. Een labrador, een herder of een berner sennen maakt natuurlijk prachtig hoge sprongen als-ie rent. Maar onze Nanook is een pomchi. Drie kilo hond. Een dame bovendien, die heel parmantig over het strand trippelt. Bovendien is sprongen maken van een halve meter lastig als je zelf maar dertig centimeter hoog bent. En de vreemde kleur zand maakte het er ook niet beter op.

Spelen met andere hondjes wilde mijn model ook al niet. Hoewel de speelkameraadjes haar formaat hadden, hadden ze niet veel zin om te spelen. Het spel kwam niet echt van de grond. Verder dan wat ongegeneerd kontsnuffelen ging het niet.

Maar ach, het kon me ook eigenlijk niet schelen. Die hele fotoshoot was maar bijzaak geworden terwijl ik al wandelend lekker bij kletste met mijn kind. Ik vergat gewoon dat ik mijn camera bij me had. Voor de vorm maakte ik aan het eind van onze wandeling snel nog wat foto’s van Nanook, rustig zittend op een trapje. En eigenlijk is ze dan ook gewoon op haar allermooist.

Uncle Bob maakt het laat.

Ik ben een avondmens. Of liever gezegd: een nachtmens. Ik ben dol op de nacht. Als alle andere mensen slapen, begint mijn favoriete moment van de dag: de nacht.

Als de televisie uit is. Als mijn vriendje slaapt. Als het buiten donker is. En stil. Soms lees ik een boek in bed. Of weblogjes. Maar ik luister vooral muziek. Met mijn koptelefoontje op. En dat doe ik, als het niet te koud is, het liefst buiten op het balkon. In het donker. Zelfs bij regen en vooral bij harde wind.

Dan kruip ik stilletjes met de tuinkussens in een beschut hoekje waar niemand me ziet. Met een dekentje om en mijn playlist van favoriete nummers in mijn oren mijmer ik een beetje. Ik kijk de eenzame fietser na die nog voorbij komt. Of een kat die op zoek naar avontuur door onze stille straat trippelt.

Soms voel ik ineens een kopje tegen mijn been. Dan krijg ik gezelschap van die andere nachtbraker bij ons thuis, onze Spike. We steken allebei onze neus in de wind en snuffelen eens. En zeggen tegen elkaar: ‘Ruik jij het ook? Ik ruik de zee!’ En dan kijken we samen nog een poosje naar de maan die ik altijd zo prachtig vind. Tot het écht bedtijd is. En ik weer te laat op bed lig.

Uncle Bob speelt vals.

Deze Uncle Bob had één grote wens. De wens om na al die Scottish highlanders, lammetjes, koeien, katten en honden eens een echte zeehond te fotograferen. Helaas weigeren de zeehonden tevoorschijn te komen als ik op het strand ben. Maar vorige week lukte het dan toch! Ik fotografeerde een echte zeehond. Sterker nog; ik fotografeerde er wel tien!

Maar ik speelde wel een beetje vals. Het waren de zeehondjes bij Ecomare op Texel. Koud kunstje natuurlijk om daar zeehondjes te fotograferen. We waren overigens niet alleen voor de zeehondjes naar Texel gegaan, hoor. Mijn verkering, die jarenlang als zakenman de hele wereld over reisde, was nog nóóit op een Waddeneiland geweest. Dat kán natuurlijk niet. Daar moest verandering in komen. Dus nam ik hem mee naar Texel.

Ik ging er jarenlang op vakantie, toen dochterlief nog klein was, met mijn zus en haar gezin. Vanuit het Brabantse land waren we altijd een halve dag onderweg om er te komen. Met de jaarlijkse vaste tussenstop bij het wegrestaurant bij Breukelen. Dat is zó lang geleden dat onze meiden nog Spice Girl-poses aannamen toen we foto’s maakten daar op de stoep. Die tussenstop bij Breukelen is niet meer nodig. Het zou technisch gezien zelfs heel onhandig zijn. Want vanuit onze huidige woonplaats sta je na een uurtje rijden al in Den Helder. Ik moet er nog steeds aan wennen dat Texel nu vlakbij is. 

Ik kan me niet herinneren dat het veel regende tijdens onze vakanties op Texel. Maar op de dag dat wij naar Texel gingen, viel de regen met bákken uit de lucht.  Dat was jammer. Jammer was ook dat we – vanwege corona – alles gereserveerd hadden en dus niet ‘even’ op een andere dag konden gaan. Jammer was ook dat we op de boot in de auto moesten blijven zitten. En dat we het in het Museum Kaap Skil te druk vonden en dus snel weer buiten stonden. 

Maar toch was Texel leuk. Omdat Texel nog steeds maar één stoplicht heeft. Omdat de regen niet zo heel erg was omdat we met de auto waren. Omdat Frank vanuit de auto toch een beetje een idee van Texel kreeg en het heel mooi vond. Omdat we het lekkerste Broodje Gezond ooit haalden bij  Restaurant De Robbenjager en dat vervolgens in de auto op aten omdat het restaurant vol was. Maar met de ramen die gezellig besloegen, de regen kletterend op het autodak en wij lekker knoeiend met onze broodjes in de auto was dat eigenlijk helemaal niet erg.

Omdat Frank daarna gewoon lekker een tukkie deed in de auto terwijl ik bijna verzoop terwijl ik snel naar de vuurtoren rende om een foto te maken. En voor de automobilist die het leuk vond om vol door de plas naast mij te rijden: jij had heel veel mazzel dat ik geen baksteen in mijn jaszak had!

 

Maar Texel was vooral leuk omdat de regen spontaan ophield toen wij bij Ecomare aankwamen. En ik eindelijk, eindelijk, eindelijk zeehondjes kon fotograferen. Ik ben verliefd.

Uncle Bob had zijn dag niet.

Dat je besluit foto’s te gaan maken van de rozentuin van Kasteel Assemburg en geen research doet. Stom! Want dan had ik kunnen weten dat de rozentuin allang uitgebloeid is. Dat Buienradar zegt dat het droog blijft maar dat het toch gaat regenen. Dat je dus rondloopt met je camera onder je jas en – vlug vlug – foto’s maakt van de appels in de appelbomen in de boomgaard. Dat je later ontdekt dat de appels niet scherp zijn maar dat de vlieg, die je niet eens gezien hebt, wél mooi op de foto staat. Dat je een foto wil maken van een mooi doorkijkje en dat er nét iemand de hoek om komt.

Maar ook dat je eindelijk eens de moeite neemt om het verhaal te lezen bij dat lelijke beeld in de kasteeltuin en dan besluit dat het eigenlijk toch wel een mooi beeld is.

Het beeld in de kasteeltuin van kasteel Assemburg is gemaakt door Elisabeth Stienstra en heet ‘Het Sabijns poppenspel’. Het is een moderne versie van het beeld van de mythe van de Sabijnse Maagdenroof waarvan oorspronkelijk, rond 1730, een kopie in de kasteeltuin stond. Het originele beeld, gemaakt door de Italiaanse kunstenaar Giambologna, is nog te zien in de beeldengalerij Loggia dei Lanzi in Florence.

En die Maagdenroof? Dat was een verhaal, zeg! Een staaltje girlpower avant la lettre!

Binnenkort ga ik terug om opnieuw een foto te maken van het beeld.
Als de hemel strak blauw is.

De Sabijnse Maagdenrood is een mythisch verhaal over een gebeurtenis ten tijde van het ontstaan van Rome. 

Om de nieuwe stad te laten groeien werd Rome tot wijkplaats gemaakt voor vluchtelingen en avonturiers uit alle steden en dorpen in de buurt. Een gevolg daarvan was echter dat de buurvolken niets te maken wilden hebben met een bevolking van dergelijk allooi. Wanneer de jongelingen van Rome een aanzoek deden werd zij weggehoond. Romulus verzon toen een list. Hij organiseerde een religieus feest met sportwedstrijden. Onder de bezoekers waren ook de Sabijnen die in de Apennijnen woonden. Tijdens de wedstrijden, op een tevoren afgesproken teken, stormden de Romeinen op de toeschouwers af en roofden de Sabijnse jonge meisjes. Dit riep natuurlijk op tot wraak en nadat de Sabijnen zich hadden verzameld en een leger hadden samengesteld trokken zij op naar Rome.

De strijd was bloedig. Tijdens het gevecht wierpen de geroofde Sabijnse vrouwen zich met fladderende haren en verscheurde kleding tussen de strijders. Zij hadden zich reeds met hun lot verzoend en hielden van hun echtgenoten. In tranen smeekten zij hun mannen om niet hun vaders en broeders te doodden en andersom aan hun familieleden om niet hun mannen te doodden. Dit stemde de strijders tot verzoening. Ze sloten niet alleen vrede, maar gingen ook een verbond aan. De Romeinen en de Sabijnen zouden voortaan één volk vormen en de Sabijnen vestigden zich op een van de heuvels naast Rome.

Bron: http://awn-beverwijk-heemskerk.nl/