Categorie archief: Fotografie

Uncle Bob op stap – Oud Velsen.

Torenstraat

Goed. Ik fotografeer dus. Of nou ja, ik probeer te fotograferen. Dat maakt mij een ‘Uncle Bob’. Zo wordt – door professionele fotografen – de oom, tante, broer, buurman of wie dan ook genoemd die met een spiegelreflexcamera, en niet gehinderd door enige kennis, een evenement vast legt. En daarbij de ‘echte fotograaf’ hinderlijk in de weg loopt. Aha! Dat ben ík dus! Een Uncle Bob!

En toen ging Uncle Bob op stap. Naar Oud-Velsen. Want dat is in de buurt. En ik had gehoord dat daar een hele oude kerk staat. Het was koud en een beetje nevelig dus ik nam mijn thermoskannetje koffie mee, trok een warme jas aan en ging op pad. Met mijn camera, waarvan ik eerst de instellingen controleerde. Wat kon er nog mis gaan? Nou, niks. En er ging ook niks mis. Ik had een leuke middag in Oud-Velsen.

Het oorspronkelijke dorp Velsen werd door de aanleg van het Noordzeekanaal in de 19e eeuw in tweeën gesplitst in Velsen-Noord en Velsen-Zuid. Honderden polderwerkers werden van heinde en verre aangetrokken om het zware werk te doen. Ze verplaatsten ontelbare kuubs zand, gewoon met een schep en kruiwagens en bivakkeerden onder primitieve omstandigheden in een speciaal voor hen ingericht dorpje, De Heide (wat nu Velseroord heet). Doordat het kanaal steeds verbreed werd, is meer dan de helft van het dorp Velsen-Zuid afgebroken. De boel slopen leek destijds de beste optie, maar in de loop van de jaren vijftig van de vorige eeuw ging men daar anders over denken. De dorpskern, Oud-Velsen, werd gerenoveerd en gerestaureerd en het dorp is tegenwoordig een door het rijk beschermd dorpsgezicht.

Ik keek er vol verbazing rond. Begrenst door aan de ene kant het kanaal en aan de andere kant moderne woonwijken, zijn een paar straten vol prachtige huizen uit de 18e eeuw bewaard gebleven. Met in het midden de Engelmunduskerk waarvan sommige delen dateren uit de twaalfde eeuw. Ik wandelde rond de kerk en bekeek de graven van de kanaalgravers die omkwamen bij het graven van het kanaal. Ik waande me in vroeger tijden terwijl ik dwaalde door stille straatjes langs de eeuwenoude huizen.

Ik liep het dorp uit, langs de tuinmuur die vroeger om de moestuin stond van buitenplaats Velserbeek, waar rijkelui uit Amsterdam bijkwamen van de drukte in de grote stad. Aan de rand van het dorp, uitkijkend over het kanaal staat het huis waar vroeger de schout woonde. Voor de deur stond een auto geparkeerd, waardoor ik in één klap weer in de 21ste eeuw belandde. Want de schouw die hier ooit woonde, had geen dikke, vette BMW. De beste man zou zich rot geschrokken zijn van zo’n bolide.

Ik wandelde nog een stukje langs het kanaal en ging op een bankje zitten. Ik dronk mijn koffie en keek naar de enorme schepen die voorbij kwamen. En piekerde over het bord recht tegenover me. Links van dat bord mag je vissen. Wat ook gedaan werd door tientallen mannen, zij aan zij. Rechts van dat bord mag dat niet.

En rechts van dat bord mag je ook niet in het kanaal plassen. Het hield me bezig. Mag dat links van het bord dan wel? Lijkt me ook raar. Dat je een vis vangt waar net je buurman overheen geplast heeft. Bovendien… Wildplassen mag toch nérgens? Ik piekerde nog een tijdje door. En toen ging ik naar huis. Want ik moest plassen. Maar echt! Oud-Velsen is mooi.


 

Uncle Bob (les 4).

Goed. Ik fotografeer dus. Of nou ja, ik probeer te fotograferen. Dat maakt mij een ‘Uncle Bob’. Zo wordt – door professionele fotografen – de oom, tante, broer, buurman of wie dan ook genoemd die met een spiegelreflexcamera, en niet gehinderd door enige kennis, een evenement vast legt. En daarbij de ‘echte fotograaf’ hinderlijk in de weg loopt. Aha! Dat ben ík dus! Een Uncle Bob!

Als Uncle Bob ben ik altijd op zoek naar leuke foto locaties. Een mooi plekje waar ik mijn fotografie-kunsten kan oefenen. Het liefst vlak bij huis want ik zit krap in mijn vrije tijd. Dus een locatie waar ik even snel naar toe kan fietsen, heeft mijn voorkeur. Sinds we in Heemskerk wonen, ben ik via Facebook lid geworden van een Heemskerk’s groepje. Mensen delen nieuwtjes en plaatsen foto’s die te maken hebben met ons dorp. En daar zijn ook andere Uncle Bobs bij. Die foto’s maken in de omgeving en die vervolgens op Facebook gooien.

Laatst kwam er weer zo’n Uncle Bob-foto voorbij. Gemaakt ergens in een polder of zo. ‘Ahhh’ zuchtte iemand in de reacties ‘De Noordermaatweg! Wat is het mooi daar!’ Ik googelde de locatie. 10 minuten fietsen! Kijk, daar houd ik van! Vervolgens checkte ik heel professioneel het gouden uurtje en wachtte af tot het tijd was om te vertrekken. En om mijn uitstapje wat gezelliger te maken, nam ik een thermosflesje koffie mee.

Dus daar stond ik. Op de Noordermaatweg. Zo heel bijzonder vond ik het eigenlijk niet. Een weg door de polder. Sloten. Twee windmolens. Veel fietsers. En zwanen. Langzaam liep ik heen en weer. Het werd steeds stiller om me heen. De fietsers verdwenen. De zwanen gleden rustig door het water. In de verte kwam mist opzetten. Het was niet warm die dag en terwijl ik heen en weer liep om te kijken waar ik mooie foto’s kon maken, kreeg ik het kouder en kouder.

Ik overwoog om terug naar huis te gaan. Tot ik me herinnerde dat ik koffie bij me had. Wachtend tot de zon onderging, helemaal alleen op de Noordermaatweg, dronk ik een lekker warm bakje koffie. En toen mijn koffie op was en de zon eindelijk onderging, was ik blij dat ik gebleven was.

Wat heeft Uncle Bob nu geleerd?
Fotograferen is wachten. Dus neem altijd een thermosflesje hete koffie mee.

 

Uncle Bob (les 3).

Goed. Ik fotografeer dus. Of nou ja, ik probeer te fotograferen. Dat maakt mij een ‘Uncle Bob’. Zo wordt – door professionele fotografen – de oom, tante, broer, buurman of wie dan ook genoemd die met een spiegelreflexcamera, en niet gehinderd door enige kennis, een evenement vast legt. En daarbij de ‘echte fotograaf’ hinderlijk in de weg loopt. Aha! Dat ben ík dus! Een Uncle Bob!

Ik blijf braaf op pad gaan met mijn camera. Al weet ik soms niet zo goed waar ik heen moet. Ik googelde mijn eigen woonplaats en speurde op de kaart de omgeving van mijn dorp af. Niet zo ver van ons vandaan blijkt het Uitgeestermeer te liggen. Aha! Frank had een afspraak daar in de buurt. Ik zou hem brengen en halen dus in de tussenliggende tijd kon ik daar mooi een kijkje nemen.

Maar het Uitgeestermeer was een teleurstelling. Ik kon er te voet niet echt bij komen. Ik liep al snel tegen de – gesloten – hekken van een camping aan. Dan maar naar het ernaast gelegen Zwaansmeer, wat een nog grotere teleurstelling bleek. Een klein meertje met daar omheen keurig aangelegde paden en gemaaid gras. Het heeft niets meer met natuur te maken. En daar moest ik me anderhalf uur vermaken.

Er was ook niks te zien. Er waren wel veel vogels. Maar zelfs die zaten alleen maar suf te zitten op een aantal balken die – misschien speciaal voor hen? – in het meertje gemaakt zijn. Wandelend over het keurig aangelegde pad, keek ik naar de vogels. En ik zag een groot, zwart exemplaar aanstalten maken om weg te vliegen.

Eindelijk actie! Ik bedacht me geen moment. Ik trok een sprintje. Van het pad af, naar de oever van het meer, twee meter verderop. Staand tussen het riet, probeerde ik de vogel te fotograferen. De foto mislukte jammerlijk. Want ik werd een beetje afgeleid doordat ik tot mijn enkels wegzakte in het natte gras en ijskoud water mijn niet waterdichte schoenen insijpelde.

Alsof die rotvogel het aanvoelde, deed-ie verder niks meer. Hij had twee keer met zijn vleugels gefladderd en besloot toen dat dat wel genoeg actie was. Dus ik stond tot mijn enkels in het water en ik had nóg geen mooie foto. En bedankt!

Terug naar huis gaan had geen zin want ik moest Frank ook weer ophalen. Pas drie kwartier later. Dus dwaalde ik drie kwartier rond bij een saai meer en doodde de tijd met zinloos foto’s maken. Van het vreselijk saai aangelegde landschap. Van een saaie molen waar ik ook nét niet bij kon komen. En van een enorm zinloos hekje. En oh, ja! Van mijn natte voeten die steeds kouder werden.

Dus wat heeft Uncle Bob nu geleerd? Trek je rubberlaarzen aan als je gaat fotograferen. Je weet tenslotte maar nooit waar je in terecht komt. En vergeet ook je warme sokken niet. Want het heeft, eenmaal thuis, ongeveer drie uur geduurd voor ik weer op temperatuur was.

Uncle Bob (les 2).

Goed. Ik fotografeer dus. Of nou ja, ik probeer te fotograferen. Dat maakt mij een ‘Uncle Bob’. Zo wordt – door professionele fotografen – de oom, tante, broer, buurman of wie dan ook genoemd die met een spiegelreflexcamera, en niet gehinderd door enige kennis, een evenement vast legt. En daarbij de ‘echte fotograaf’ hinderlijk in de weg loopt. Aha! Dat ben ík dus! Een Uncle Bob!

Op een zonnige woensdagmiddag ging ik weer eens op pad met mijn camera. En met een slachtoffer om vast te leggen op de gevoelige plaat want het was Nook-dag. Om de week, op woensdag, passen wij op Nanook, het hondje van Mich en Robby. De zon scheen en het rossige vachtje van Nook zou vast mooi staan op de foto. Dus vertrok ik, samen met drie kilo hond en mijn camera, naar het park.

Eenmaal in het park liep ik meteen tegen het eerste probleem aan. Ik durf Nanook niet los te laten lopen. Ik ben als de dood om haar kwijt te raken. En die éne keer dat ik het wel aandurfde om haar los te laten, ging ze in een of ander dood beest liggen rollen. Kon ik fijn met een walmend hondje voor op de fiets terug naar huis. Daar werd ik niet blij van. Dus probeerde ik foto’s te maken met Nook aan de lijn maar dat was geen succes. Oké. Toch los dan maar.

Ik zette Nanook op een boomstronk die leuk bij haar vachtje kleurde en bleef met mijn camera vlak bij haar zodat ik haar met een snoekduik zou kunnen grijpen, mocht ze besluiten er vandoor te gaan. Ze leek niets van plan in die richting maar van een beetje braaf poseren was ook geen sprake. Ik stond voor Piet Snot rare geluiden te maken, te zwaaien en te springen daar in dat park. Nook keek alle kanten op, behalve de mijne.

Ik maakte snel een paar foto’s en deed daarna vlug haar riempje weer vast. We maakten nog gezellig een ommetje en ik fotografeerde nog wat besjes. Die hingen tenminste stil. Maar met in één hand mijn camera en de andere een hondenriem, viel zelfs dát nog tegen.

Eenmaal thuis bleek het resultaat van onze fotoshoot dan ook behoorlijk tegen te vallen. In mijn haast om snel foto’s te maken, had ik niet goed gekeken. Ik had voornamelijk scherpgesteld op Nsnook’s kont. Bovendien bleken de instellingen van mijn camera niet goed te staan na een experimenteer-sessie van die avond ervoor. Nook geeft bijna licht op de foto’s.

Dus… wat heeft Uncle Bob nu geleerd?
Haastig wat plaatjes schieten is zinloos (tenzij je geluk hebt). Neem even de tijd om goed te kijken.

En wen jezelf aan om voor je begint, je instellingen te controleren, sukkel!

En als laatste: honden fotografeer je het beste in bijzijn van hun baas.
Volgende keer beter.