Categoriearchief: Fotografie door Uncle Bob

Uncle Bob en het geheime wapen – macrofotografie

Door wat gedoe en toestanden in de privésfeer komt mijn fotografie-hobby een beetje in het gedrang. Ik heb geen tijd om op pad te gaan met mijn camera en als ik wél tijd heb, heb ik geen puf. Maar gelukkig is daar de fotografie-challenge waar ik me voor in schreef! Daar wil ik me niet laten kennen en sloof ik me uit om braaf alle opdrachten doen. Bovendien daagt het me uit om dingen te proberen die ik uit mezelf nooit zou doen. De opdracht van afgelopen maand was ‘Macrofotografie’ en ik moest twee foto’s aanleveren.

Geheel per ongeluk heb ik best wel eens mooie macrofoto’s gemaakt. Maar als je het bewust wilt doen, valt het toch nog tegen. Maar gelukkig is daar mijn geheime wapen! Ha! Want ik heb iemand achter de hand die veel verstand heeft van fotografie en prachtige foto’s maakt. En naast de tips die vanuit de cursus gegeven worden, krijg ik dus ook tips van mijn geheime wapen. “Probeer iets origineels te bedenken” zei mijn geheime wapen. “Wedden dat iedereen met bloemen en bijtjes komt?” En dat klopte. De een na de andere ‘hommel in bloem’ zag ik voorbij komen. Saai, zeg! 

“Druppels zijn leuk” opperde mijn geheime wapen en dat leek me inderdaad ook heel leuk. En omdat ik graag een verband wilde tussen foto 1 en 2 besloot ik te gaan voor olijven en olijfolie. Een olijf fotograferen was niet zo heel moeilijk. Ik kocht een bakje olijven bij de supermarkt, haalde er eentje uit en zette de rest bij mijn verkering voor zijn neus die een filmpje zat te kijken. Ik legde één olijf op het glazen tafelblad van mijn bureau en klikte er op los. Tot ik een mooie foto had. Zó scherp dat je zelfs het gat aan de achterkant kon zien van de olijvenpitverwijdermachine-dinges. Het leek me ook nog wel leuk om een foto te maken van meerdere olijven. Helaas is dat niet gelukt omdat de verkering ondertussen al mijn fotomodellen opgegeten had.

De volgende dag bouwde ik een complete stellage. Met een ovenschaal met water, gesteund op boeken en een bureaulamp. Op het water liet ik druppeltjes olie vallen en ik legde kleurige ansichtkaarten en plastic tasjes onder de ovenschaal. Uiteindelijk werd het dat niet helemaal en koos ik voor een glasplaatje uit een fotolijstje waar ik met een kwastje druppeltjes olijfolie op liet vallen. En maar prutsen en maar foto’s maken. Ik merkte dat ik het heerlijk vond om zo bezig te zijn. Er was even geen ruimte voor muizenissen in mijn hoofd. En ik zweer je; het is goed dat mijn dochter inmiddels groot is. Als ik deze hobby had gehad toen zij nog klein was, hadden we Veilig Thuis over de vloer gehad in verband met lichamelijke en geestelijke verwaarlozing van het kind. 

Uiteindelijk moest ik stoppen van mezelf. Goed is goed. En eerlijk is eerlijk; er zaten echt leuke plaatjes bij. Het commentaar op de door mij ingeleverde foto’s was dan ook zeer positief, met dank aan mijn geheime wapen! Door naar de volgende ronde! 

Uncle Bob in zwart wit.

Fotografie challenge twee was ‘Zwart-wit’ en begon met de zin ‘Zet je camera op monochroom’. Nah! Ik heb me nooit gerealiseerd dat dat kon! Maar inderdaad; na even zoeken in het menu, maakte mijn camera zwart-wit opnamen. Enthousiast maakte ik foto’s van de trap in de hal van het kantoor waar ik werk. En tot mijn verbazing zag die rare trap er in zwart-wit ineens veel beter uit dan in kleur!

Ik moest drie foto’s inleveren: schaduw, patroon en landschap. Het waren die weken in mei waarin het maar bleef regenen, dus stortte ik me als eerste op de opdracht ‘schaduw’. Daar hoefde ik niet persé voor naar buiten. Ik bouwde een heuse fotostudio in mijn huis. Met een beeldje op een krukje, stapels boeken en twee mobiele telefoons. En tadaaaa! Toen had ik een foto van het beeldje met niet één maar twee schaduwen!

Maar voor de tweede foto, met als thema ‘landschap’, moest ik toch echt naar buiten. Ik wilde een foto maken van de vuurtoren bij Wijk aan Zee maar het regende en het regende. Dagen aan een stuk. Tot het op een zondagavond ineens opklaarde. Ik bedacht me geen moment, sprong in de auto en reed naar Wijk aan Zee.

Ik twijfelde even om de pier op te lopen. Het was tenslotte al best laat. Zouden ze de hekken op de pier ‘s avonds sluiten? En zo ja, zouden ze dan eerst checken of de pier leeg is? Maar ik had mijn telefoon bij me en er zaten nog vissers op de pier. In het ergste geval zou ik door de kustwacht gered moeten worden. Weblogtechnisch leek me dat helemaal niet verkeerd dus wandelde ik de pier op.

Ik kuierde rustig naar de vuurtoren en maakte talloze foto’s. Op de heen weg in kleur omdat de avond te mooi was om alleen in zwart-wit te fotograferen. En op de terugweg in zwart-wit, voor mijn opdrachten. En ik maakte zomaar wat extra foto’s. Zoals die van dat stelletje dat met hun hond tussen hen in over de zee uit keek. Ik vond het onfatsoenlijk om zonder te vragen een foto van hen te maken. Maar ik leerde een wijze les: toestemming vragen doe je achteraf! Want toen ik beleefd toestemming vroeg, was het mooie foto-momentje voorbij. Voor de vorm maakte ik toch een foto. Ook leuk maar niet zo leuk als toen ze alledrie voor zich uit keken.

 

Toen ik tevreden was over mijn landschapsfoto’s vertrok ik naar huis. Maar ik besloot eerst nog een stukje over het strand te lopen. En daar zag ik ineens bandensporen! Die waren super geschikt voor de opdracht ‘patroon’. Als ik rond loop met mijn camera, voel ik me altijd een tikkie ongemakkelijk. Geen idee waarom, eigenlijk. Maar als ik iets zie wat ik wil fotograferen, vergeet ik dat gevoel meteen. Ik bedacht me geen moment en dook het zand in.

Zeker een kwartier lang kroop ik over het strand en bekeek de beste hoek van waaruit ik de mooiste foto’s kon nemen van de bandensporen. Ik zat op mijn hurken, kroop een stuk naar links, ging op mijn buik liggen, kroop weer naar rechts en ging daar weer liggen. Pas toen ik opstond en het zand van mijn kleding klopte, zag ik dat een wandelend echtpaar gestopt was en geamuseerd stond te kijken hoe ik over het strand kroop.

Ik groette ze vriendelijk terwijl ik weg liep. Het kon me niks schelen. Ik had mijn foto’s!

 

Uncle Bob en de uitdaging – panning.

Lammetjes, Highlanders, de zee en Spike. Dat zijn de onderwerpen waar deze Uncle Bob foto’s van maakt. Verder blijk ik vrij inspiratieloos te zijn. En toen kwam ik op internet een fotografie-challenge tegen. Een soort cursus waarbij je een jaar lang elke maand een fotografie-opdracht krijgt. Aan het eind van de maand deel je de foto’s in een besloten Facebookgroep waarna ze beoordeeld worden. Ik besloot mee te doen en wachtte vol spanning op de eerste opdracht.

Dat bleek ‘panning’ te zijn. Panning (spreek uit: penning) wil zeggen dat je een snel bewegend voorwerp fotografeert. Door je camera op de juiste manier in te stellen en mee te bewegen met je onderwerp, staat je onderwerp scherp op de foto en is de achtergrond wazig waardoor je ‘beweging’ in je foto krijgt. Ik moest twee panning-foto’s inleveren.

Ik vond het een lastige opdracht. Ten eerste heb ik niet echt snel bewegende onderwerpen in mijn omgeving. Ten tweede bleef het maar rotweer. En ten derde vind ik panningfoto’s niet mooi en dus niet leuk om te maken. Maar wie A zegt, moet B zeggen. Dus schakelde ik mijn dochter in en plande een fotoshoot op een dag dat het een paar uur droog zou zijn.

Mijn plan was om Nanook door hun achtertuin te laten rennen maar ik kreeg het niet voor elkaar om dat ienie-minie-hondje scherp op de foto te krijgen. Daarna liet ik Michelle zelf door de tuin rennen maar ook dat leverde niet meer op dan totaal wazige foto’s. Vervolgens bood schoonzoon Robby aan voorbij te rijden in zijn auto in een stille straat in de buurt.

Inmiddels regende het pijpenstelen en hield Michelle als volleerd assistente een paraplu boven mijn hoofd om mij en mijn camera droog te houden terwijl zij zelf kletsnat regende. Robby reed zo’n twintig keer voorbij  en tussen de vele mislukte foto’s zat er zowaar eentje die gelukt was.

Voor de tweede foto die ik in moest leveren, liet ik Mich voorbij fietsen met Nanook in de fietsmand. Ik probeerde rennende geitjes te fotograferen, ik liet een opwindmuis over tafel lopen en een balletje over het balkon rollen. Het werd allemaal niets. Uiteindelijk werd foto twee een opname van een rennende koe. Want terwijl ik ‘gewone’ foto’s stond te maken bij de koeien die voor het eerst weer naar buiten mochten, wijzigde ik bliksemsnel de instellingen van mijn camera en maakte – met meer geluk dan wijsheid – een min of meer panning-foto van een rennende koe.

Daarna was ik er helemaal klaar mee. Mijn panningfoto’s werden goed beoordeeld. En als beloning mocht ik van mezelf bloemen fotograferen. Die staan tenminste stil.

Uncle Bob op de boerderij.

Zo’n 16 jaar geleden kreeg ik, geboren en getogen in Breda, verkering met een rasechte Amsterdammer. En zoals de meeste Amsterdammers, beschouwde hij alles wat buiten de ring van Amsterdam ligt als platteland. Als hij mij en mijn mijn dochter destijds mee uit eten nam, noemde hij dat steevast ‘ontwikkelingshulp’. De grapjas. Het is een wonder dat we nog bij elkaar zijn.

Maar mijn wraak was zoet. Na tien jaar samenwonen in Amsterdam, was ik de drukte, de criminaliteit en de torenhoge huurprijzen zó beu dat ik hem mee sleepte naar Heemskerk, een dorp twintig kilometer verderop. Dus nu woont-ie zélf op het platteland. Haha. Want Amsterdam kreeg rond 1300 stadsrechten (Breda zelfs nog 50 jaar eerder!) maar Heemskerk is nog steeds een dorp. Een flink dorp weliswaar, maar met zijn 39.000 inwoners nog altijd een stuk kleiner dan Amsterdam waar de teller begin dit jaar op 872.922 stond.

Sinds we hier wonen, voel ik me stadser dan ooit. Want zelfs ik, volgens mijn verkering toch écht afkomstig van het platteland, kijk nog steeds mijn ogen uit hier. Al die schaapjes overal, de wilde paarden en de Schotse hooglanders in de duinen. De stalletjes met bloemen of eieren langs de weg. De akkers en de weilanden met koeien. Ik vind het allemaal prachtig!

Gisteren mochten, bij een boerderij hier in de buurt, de koeien na een lange winter op stal voor het eerst weer naar buiten. En deze Uncle Bob was erbij! En wat was het leuk om te zien! Zo grappig hoe de dames de stal uit kwamen rennen en blij de wei in sprongen.

Ze lieten zich het verse gras goed smaken. Nog steeds gebroederlijk – of liever gezegd gezusterlijk – naast elkaar alsof ze nog een beetje moesten wennen aan de ruimte begonnen ze meteen te grazen. En ik zag drie roddeltantes die duidelijk niet naast elkaar in de stal gestaan hadden afgelopen winter. Ze staken de koppen bij elkaar om de laatste ontwikkelingen in de kudde te bespreken.

En nu, na vier jaar op het échte platteland, heb ik iets belangrijks geleerd. Ik weet eindelijk hoe een koe een haas vangt…

Gewoon… Niet!