Categorie archief: Boef

Schiphol – alweer.

Michelle en Robby vertrokken voor een weekendje Wales. Zondagavond om half negen zouden ze weer landen op Schiphol. ‘Wat doe je met Nanuk?’ voeg ik en Michelle vertelde dat Nanuk, haar mini-hondje, bij de moeder van Robby in IJmuiden mocht logeren. Robby’s moeder heeft een grote Husky, waar Nanuk dikke vrienden mee is dus Nanuk zou het prima naar haar zin hebben daar.

‘Haal je haar dan zondagavond nog op?’ vroeg ik. Maar Mich twijfelde. Robby’s moeder had aangeboden ook maandag nog op te passen, zodat Michelle Nanuk ook maandagavond op kon halen, na haar werk. Dan hoefde ze niet, zondagavond laat, na een vermoeiend weekend, ook nog van Amsterdam naar IJmuiden om haar hondje op te halen. Lastig. Want hoewel dat allemaal veel praktischer zou zijn, wist ik ook dat Mich Nanuk dat weekend best zou missen en haar dus graag weer bij zich zou hebben. Maar ze zou wel zien.

Op zondagmiddag appte ik met mijn kind. Ja, Wales was mooi. Ja, slecht weer maar het was toch heel leuk. Maar ze miste Nanuk wel. Ik dacht aan Nanuk, die zich op maar twaalf minuten autorijden bij mij vandaan bevond. En aan Schiphol, dat eigenlijk ook vlak bij is. Terwijl mijn vingers boven de toetsen zweefden, rinkelden er al alarmbellen in mijn hoofd. ‘Doe dat nou niet!’. Maar voor ik het wist had ik het bericht al verstuurd. “Zal ik Nook ophalen en haar naar Schiphol brengen?”

Hartjes kwamen mijn kant op via de app. Veel hartjes. Mijn kind was blij. Robby’s moeder werd geappt en die vond het prima dat ik haar logée kwam halen. En zo stapte ik ‘s avonds in mijn auto om Nook op te halen in IJmuiden. Terwijl ik de A9 op reed, dwarrelden mistflarden vanuit de weilanden de snelweg op. En was de A22 eigenlijk wel verlicht? Want ik ben zo nachtblind als een mol met oogkleppen. Ik zuchtte. Waar was ik weer aan begonnen?

Maar ik bereikte IJmuiden zonder kleerscheuren en Nook was enorm blij me te zien! En ook erg moe. Want ze had het hele weekend de baas gespeeld over een enorme husky. Poepoe. Daar word je moe van. Ik dronk een kop koffie met Robby’s moeder en zette Nanuk in de auto.

Zorgvuldig maakte ik haar riempje vast aan de voorstoel en reed naar Schiphol. Tijdens de rit viel me op dat Nanuk amper bewoog. Terwijl ze anders zo hyper is. Was ze nou zó moe? Ik had toch niet dat riempje te strak…. Met het vakantiedrama van Boef in mijn achterhoofd, porde ik Nanuk regelmatig wakker. Waarna zij in opperste aanbidding keer op keer mijn hand likte en ik gerustgesteld verder reed.

Keurig op tijd stond ik met Nanuk in de aankomsthal van Schiphol. Te wachten. En te wachten. Want door de mist had de vlucht van Michelle en Robby flinke vertraging. Nanuk keek een tijdje nieuwsgierig om zich heen en legde zich er toen letterlijk bij neer dat er op Schiphol niks te beleven viel.

Ik verveelde me ook. De enige afleiding was Jaap Jongbloed, die aankwam en opgewacht werd door een klein meisje met een spandoek waarop stond ‘Welkom thuis Mama en Jaap!’ (Oeh! Heb ik een scoop? Heb ik een scoop?) Ondertussen had ik al drie keer uitgerekend hoe laat ik die avond in bed zou liggen. En de uitkomst was steeds hetzelfde: laat!

Mompelend tegen mezelf stond ik daar. ‘Ze is vijfentwintig! Come on! Vijf-en-twin-tig! Knip die navelstreng eens door! Wáárom doe je dit?’ En ik nam me heilig voor: dit is de laatste keer! Echt! Ik doe het niet meer. Nooit meer! Maar toen Michelle en Robby eindelijk arriveerden, wist ik weer waarvoor ik dit deed. Hiervoor.

En erger nog…
Ik weet het nu al; volgende keer sta ik daar gewoon weer.

2017 – Een jaar in beeld.

Als er iets is, wat ik over 2017 kan zeggen, dan is het wel dat ik me niet verveeld heb. Met Frank 7 weken op de IC van het VU en 7 weken in een revalidatiecentrum kreeg ik daar geen kans voor. Want tussendoor was er ook zoiets als werk en thuis wachtte onze rode-je-weet-kater die ook wel wat extra aandacht kon gebruiken.

Toen Frank dan ook, na een tweede operatie en een paar keer ‘proefverlof’, definitief thuis kwam, keek ik reikhalzend uit naar mijn zomervakantie eind juli. Eindelijk rust, een beetje bijkomen. Ik was er aan toe. Maar toen vond ik toevallig een leuk appartement in een leuk dorpje. En mijn zomervakantie werd een verhuisvakantie.

Dus écht rustig was 2017 niet. Maar toch waren er ook genoeg fijne, lieve en leuke momenten. Spike die op de pyjama van Frank ging slapen toen Frank nog in het ziekenhuis lag. De enorme berg kaartjes, whatsappjes en bezoekjes die we kregen tijdens de eerste moeilijke weken van 2017. De enorme lol die we, ondanks alle ellende, hadden in het revalidatiecentrum met Frank’s medepatiënte S. en haar man W. Inmiddels behoren zij tot onze vriendenkring en spreken we regelmatig wat af.

De dag dat Frank écht naar huis mocht. De bezoekjes aan mijn moeder. Een turnwedstrijd van dochterlief. De uitjes met Mich en Robby. Hun hulp tijdens onze verhuizing. Michelle’s geweldige cadeau voor mijn verjaardag. De laatste mooie, rode zonsondergang vanuit ons flatje in Amsterdam. De verhuizing naar Heemskerk. Ons huisje dat steeds mooier werd. Het verkennen van onze nieuwe woonplaats. Een visje halen op de markt voor de deur.

Gek genoeg gingen we, terwijl we nét in Heemskerk woonden, een paar keer juist terug naar Amsterdam. De toerist uithangen. We gingen mee met een fietstaxi-rit met mijn moeder, die Michelle voor haar regelde. We maakten een boottocht op de Amsterdamse grachten met Frank’s beste vriend. En we vonden het hartstikke leuk maar we waren ook steeds weer blij als we die mooie, blauwe windmolen van Heemskerk weer zagen.

Michelle en Robby gingen op vakantie naar Bali dit jaar. Het voelde een beetje gek dat mijn kind zo lang in de lucht zat. En we vonden het allemaal een beetje spannend omdat Nanuk bij Robby’s oma ging logeren, net als Boef vorig jaar. Maar alles ging goed. Mich en Robby hadden een geweldige vakantie en ook Nanuk had het prima naar haar zin op haar logeeradres, waardoor ze Robby’s oma van een heus trauma bevrijdde.

Dus er was, naast de ellende, ook een hoop moois. En als je me vorig jaar had verteld dat ik Oud en Nieuw 2017, samen met Frank en Spike, door zou brengen in een leuk woninkje in Heemskerk dan had ik je niet geloofd. A: omdat het toen nog maar afwachten was in hoeverre Frank op zou knappen. En B: omdat ik nog nooit van Heemskerk gehoord had. Sterker nog; ik wist niet eens waar Heemskerk lag.

Maar hier zitten we dan. Met olieballen en champagne. In Heemskerk. En als het straks 12 uur is, proosten we. Op ons. Op Mich en Robby. Op alle lieve mensen om ons heen. En we denken aan hen die het minder getroffen hebben dan wij.

2017 was best heftig. Ik kan niet beloven dat ik geen traantje wegpink straks. Maar proosten doe ik zeker. Op een nieuw jaar. Op nieuwe kansen. En als het een beetje mee zit; een beetje rust in de tent. We tellen onze zegeningen en we gaan ervoor!

Wij wensen jullie een hele fijne jaarwisseling en een gezond en gelukkig 2018!

Liefs,
Nicky, Frank en Spike
Michelle, Robby en Nanuk

Nanuk.

Vandaag is het 10 weken geleden dat Boefje overleed. Tien weken zonder onze gekke, lieve, vrolijke vriendje. En er gaat geen dag voorbij dat we niet aan ‘m denken. Soms, als ik op de fiets langs een plekje rijd waar we altijd wandelden, zucht ik hardop ‘Och mijn jochie, toch. We missen je zo.’ Als we ‘s avonds pinda’s eten, denken we aan Boef die, als-ie bij ons binnenkwam het hoogpolige kleed onder de tafel doorploegde op zoek naar gevallen pinda’s. Onderweg naar Breda kijken we elkaar aan als we de tunnel bij Utrecht in rijden. In gedachten bij Boef, die die lange tunnel toch altijd wel een beetje spannend vond.

En voor Michelle en Robby is het gemis nog veel groter. Geen vrolijk hondje dat je ‘s morgens wakker maakt. Geen blije kwispel als je thuis komt. Geen hondje, ‘s avonds gezellig bij je op de bank. Geen wandelingen in het bos of langs het strand. En altijd die stilte in huis. Mich en Robby, allebei opgegroeid met honden om hen heen, waren het er al snel over eens. Ooit zou er een nieuw hondje komen. Maar nu nog niet.

Toch kwam dat moment sneller dan verwacht. Omdat de stilte in huis toch wel heel erg stil was. Omdat ze nog helemaal in het uitlaat-ritme zaten. Omdat ze zo gewend zijn aan een hondje in huis. Een middag vrijblijvend puppy’s kijken, sloeg om in een heuse hondenzoektocht. Geen chihuahua, deze keer. En ook geen reutje. Omdat het nieuwe hondje vooral geen Boefje-look-a-like mocht zijn. Want we wisten dondersgoed dat een nieuw hondje wel zou helpen tegen het lege huis maar niet tegen het verdriet om Boef. Boef is en blijft onvervangbaar.

En toen kwam het nieuwe hondje. Een pomchi-puppy van 9 weken oud. Een meisje. Het verdriet om Boef is er nog steeds. Sterker nog; het was best een beetje wennen om Mich met een ander hondje te zien. En het deed best een beetje pijn om sommige spulletjes van Boef weer ‘in gebruik’ te zien. Want we missen Boef nog steeds. De meest speciale spulletjes van Boef staan, om voor altijd te bewaren, op de boekenplank. Zijn foto staat op de kast. En we zullen ‘m nooit vergeten.

Maar wat is het fijn om weer zo’n vrolijk hondje om ons heen te hebben. Wat is het leuk om weer te zien, hoe zo’n puppy de wereld ontdekt. Wat is het heerlijk om enthousiast welkom geheten te worden door een pluizige bolletje wol dat dolblij is om je te zien. En wat is het fijn dat Michelle en Robby weer een hondje in huis hebben.

Ze heeft ons hartje gestolen. Hier is ze dan. Onze Nanuk!

image

24

image

Het had een prachtige vakantie moeten worden voor Michelle en Robby. Michelle had een complete roadtrip door Zuid Italië gepland. Op de Michelle-manier, wat betekent dat je heel erg veel kilometers maakt en heel erg veel moois ziet. Wie had kunnen bedenken dat Boefje op hun tweede vakantiedag dood zou gaan? Compleet onverwachts, door een acute darmontsteking. Toen ik het verschrikkelijke nieuws hoorde, móest ik Michelle wel bellen. We konden toch niet twee weken lang doen of alles in orde was? Dat zou ze me nooit vergeven. Dus belde ik. En 1500 kilometer van me vandaan hoorde ik haar hartje breken.

Mich en Robby gingen dapper door met vakantie vieren. Hoewel van vieren geen sprake meer was. Maar naar huis komen was zinloos. Daar kregen ze Boefje niet mee terug. En twee weken vakantie doorbrengen in een leeg huis, zonder Boef, was ook geen aantrekkelijk idee. Dus trokken Mich en Robby verder door Italië. Ergens bij Palinuro lieten ze een heliumballon in de vorm van een hondje los. Met kaartjes voor Boef er aan. Om er daarna het beste van te maken.

Wij relativeerden ons ondertussen te pletter thuis. Want natuurlijk; het is ‘maar’ een hondje. Een hondje dat weliswaar een veel te kort maar wel een prachtig leven heeft gehad. Terwijl de meeste chihuahua’s hun leven slijten in een wandelwagen of handtas, leefde Boef als een echte hond. Bos, strand, stedentrips. In de auto, de bus, de tram, de trein en op de fiets. Boef is overal geweest en heeft van alles gezien. Ons vrolijke Boevekontje. Maar verdrietig blijft het.

En zo werd het dan toch 17 september. De dag dat Michelle en Robby thuiskwamen. En Michelle’s 24ste verjaardag. Mixed emiotions. Ik was blij dat ik haar gebeld had. Dat ze het al wist. Ik moest er niet aan denken om haar nu nog te moeten vertellen dat haar lieve kleine vriendje er al twee weken niet meer is. Maar ik vond het verschrikkelijk dat ze thuis kwam in een leeg huis.

Daar stond ik dan. Op Schiphol. Ik stond hier wel vaker. De laatste keer nog met Boefje, die vol verwachting naar de schuifdeuren keek alsof hij wist dat zijn vrouwtje er aan kwam. Maar Boefje is er niet meer. Nu had ik alleen een doos tissues bij me. Want ik ken mezelf.

En toen waren ze er. En kon ik mijn dappere dochter eindelijk vasthouden en haar die grote knuffel geven die ik haar al twee weken zo graag wilde geven. Mijn jarig Jetje met haar gebroken hartje. En natuurlijk redt ze het wel. Ze heeft Robby, ze heeft ons, ze heeft zo veel lieve mensen om zich heen; het komt wel goed. Mijn grote dochter. Maar soms zou ik willen dat ze nog steeds 4 was in plaats van 24. En dat ik verdriet nog goed kon maken met een pleister, een kusje en een knuffel.