Categorie archief: Dochterlief

2017 – Een jaar in beeld.

Als er iets is, wat ik over 2017 kan zeggen, dan is het wel dat ik me niet verveeld heb. Met Frank 7 weken op de IC van het VU en 7 weken in een revalidatiecentrum kreeg ik daar geen kans voor. Want tussendoor was er ook zoiets als werk en thuis wachtte onze rode-je-weet-kater die ook wel wat extra aandacht kon gebruiken.

Toen Frank dan ook, na een tweede operatie en een paar keer ‘proefverlof’, definitief thuis kwam, keek ik reikhalzend uit naar mijn zomervakantie eind juli. Eindelijk rust, een beetje bijkomen. Ik was er aan toe. Maar toen vond ik toevallig een leuk appartement in een leuk dorpje. En mijn zomervakantie werd een verhuisvakantie.

Dus écht rustig was 2017 niet. Maar toch waren er ook genoeg fijne, lieve en leuke momenten. Spike die op de pyjama van Frank ging slapen toen Frank nog in het ziekenhuis lag. De enorme berg kaartjes, whatsappjes en bezoekjes die we kregen tijdens de eerste moeilijke weken van 2017. De enorme lol die we, ondanks alle ellende, hadden in het revalidatiecentrum met Frank’s medepatiënte S. en haar man W. Inmiddels behoren zij tot onze vriendenkring en spreken we regelmatig wat af.

De dag dat Frank écht naar huis mocht. De bezoekjes aan mijn moeder. Een turnwedstrijd van dochterlief. De uitjes met Mich en Robby. Hun hulp tijdens onze verhuizing. Michelle’s geweldige cadeau voor mijn verjaardag. De laatste mooie, rode zonsondergang vanuit ons flatje in Amsterdam. De verhuizing naar Heemskerk. Ons huisje dat steeds mooier werd. Het verkennen van onze nieuwe woonplaats. Een visje halen op de markt voor de deur.

Gek genoeg gingen we, terwijl we nét in Heemskerk woonden, een paar keer juist terug naar Amsterdam. De toerist uithangen. We gingen mee met een fietstaxi-rit met mijn moeder, die Michelle voor haar regelde. We maakten een boottocht op de Amsterdamse grachten met Frank’s beste vriend. En we vonden het hartstikke leuk maar we waren ook steeds weer blij als we die mooie, blauwe windmolen van Heemskerk weer zagen.

Michelle en Robby gingen op vakantie naar Bali dit jaar. Het voelde een beetje gek dat mijn kind zo lang in de lucht zat. En we vonden het allemaal een beetje spannend omdat Nanuk bij Robby’s oma ging logeren, net als Boef vorig jaar. Maar alles ging goed. Mich en Robby hadden een geweldige vakantie en ook Nanuk had het prima naar haar zin op haar logeeradres, waardoor ze Robby’s oma van een heus trauma bevrijdde.

Dus er was, naast de ellende, ook een hoop moois. En als je me vorig jaar had verteld dat ik Oud en Nieuw 2017, samen met Frank en Spike, door zou brengen in een leuk woninkje in Heemskerk dan had ik je niet geloofd. A: omdat het toen nog maar afwachten was in hoeverre Frank op zou knappen. En B: omdat ik nog nooit van Heemskerk gehoord had. Sterker nog; ik wist niet eens waar Heemskerk lag.

Maar hier zitten we dan. Met olieballen en champagne. In Heemskerk. En als het straks 12 uur is, proosten we. Op ons. Op Mich en Robby. Op alle lieve mensen om ons heen. En we denken aan hen die het minder getroffen hebben dan wij.

2017 was best heftig. Ik kan niet beloven dat ik geen traantje wegpink straks. Maar proosten doe ik zeker. Op een nieuw jaar. Op nieuwe kansen. En als het een beetje mee zit; een beetje rust in de tent. We tellen onze zegeningen en we gaan ervoor!

Wij wensen jullie een hele fijne jaarwisseling en een gezond en gelukkig 2018!

Liefs,
Nicky, Frank en Spike
Michelle, Robby en Nanuk

Old habbits die hard.

Vroeger, toen dochter-lief nog een dochtertje-lief was, en ik nog een arm alleenstaand moedertje, was dinsdag mijn favoriete werkdag. Want op dinsdag werd in de wijk waar wij woonden het grof huisvuil aan straat gezet.

Op dinsdagmorgen fietste ik de gebruikelijke route naar mijn werk, ondertussen oplettend of er niets bruikbaars tussen het afval stond. Marktplaats bestond nog niet. En in mijn woonplaats was nog geen filiaal van de Zweedse meubelgigant waar je voor tien euro een salontafel kon scoren. Dus fietste ik, als een soort Sil de Strandjutter, langs het grof huisvuil op zoek naar bruikbare spullen.

Juweeltjes vond ik! Zoals het nachtkastje van Michelle, dat ik oppimpte met een likje verf. Of de rieten stoel die ik met een staalborstel afborstelde en daarna beitste. En de rozenboog in mijn tuin. Het werd een sport om bruikbare spullen mee naar huis te slepen.

Soms stonden spullen op de hoek van de straat. En omdat ik me toch enigszins schaamde, wachtte ik tot het donker was om de buit binnen te halen. Soms stonden de spullen voor een huis en dan zuchtte ik eens diep, overwon mijn schroom en belde netjes aan om te vragen of ik het gewenste item mee mocht nemen.

Op mindere dagen, als ik het zelf niet op kon brengen om te schooien, zette ik zonder pardon mijn kind in. ‘Lieverd? Daar staat een hele leuke schemerlamp. Ga jij eens vragen of wij die mogen hebben.’ Dan huppelde mijn kind naar het bewuste huis om even later terug te komen met de schemerlamp. Wat een feest was om er een lamp in te draaien, op het knopje te drukken en te ontdekken dat hij het nog deed!

De beste buit was de grenen eettafel met vier rieten stoelen die ik zag staan toen ik op een dag Michelle ophaalde bij de buitenschoolse opvang. Helemaal perfect. Niks mis mee. Wat een mazzel! Ik belde braaf aan omdat ik me simpelweg niet voor kon stellen dat iemand zoiets weg zou gooien. Nee, ze waren niet aan het verhuizen. En ja, hoor! Ik mocht de boel best mee nemen. Ik heb er nog jaren plezier van gehad.

In de loop der jaren verbeterde mijn financiële situatie. Het was niet echt meer nodig om langs het grof huisvuil te fietsen. Toch kijk ik nog steeds. Om soms nog steeds mijn hoofd te schudden bij het zien van kastjes, stoelen of lampen. Zo zonde om weg te gooien!

Waar we nu wonen, hoef ik niet eens te fietsen om het grof huisvuil te checken. In ons appartementencomplex is een containerruimte. Met een container waar je je vuilniszakken in kunt gooien. En al je andere overtollige huisraad. Toen ik afgelopen week mijn vuilniszak in de container wilde gooien, viel mijn oog op twee bloempotjes. Een witte en een zwarte. Zo leuk!

En voor ik het wist, had ik de potjes uit de container gehengeld. En echt, ik heb ze niet nodig. Maar het had iets vertrouwds om iets leuks op de kop te tikken voor niks. Ik werd er blij van. Kijk dan, hoe leuk! En het kostte helemaal niks. De bloempotjes staan nu in mijn berging. Voor je-weet-maar-nooit. Omdat het zonde is om weg te gooien. Wat ik waarschijnlijk, over een jaar of zo, toch doe.

Het wordt de Sil de Strandjutter in mij hier wel heel makkelijk gemaakt. Old habbits die hard. Ik hoop dat ik mezelf in de hand kan houden. En ik hoop dat mijn buren niet te veel goede spullen weg doen. Want voor je het weet, loop ik weer met grof huisvuil te slepen. En ik héb alles al.

25!

Vandaag is het de 25ste verjaardag van mijn dochter. 25! Ongelooflijk.

De dag dat ze geboren werd lijkt pas gisteren. Ik herinner me de lichtjes, buiten op straat, op die warme septemberavond, toen de verloskundige me een lift gaf naar het ziekenhuis. Ik herinner me hoe ik, die eerste nacht, nog in het ziekenhuis, de hele nacht wakker lag omdat ik die enorme, gelukzalige grijns maar niet van mijn gezicht kreeg. Ik herinner me de stem van mijn vader aan de telefoon toen ik mijn ouders belde om te vertellen dat ze was geboren en dat alles goed was gegaan terwijl mijn baby op de achtergrond huilde. Zelfs dáár was ik trots op. “Hoor je haar, pap?”

Wat was ik jong nog. 23 pas, zelf nog een uk. Zó jong dat ik gek was op ‘You are my destiny’ van Lionel Richie, op dat moment nummer 1 in de top 40, omdat ik de tekst zo toepasselijk vond. Redelijk puberaal, vind ik nu. Maar ondanks dat kinderachtige gedoe hebben we het toch prima gered samen. Ik leek heel consequent in haar opvoeding maar dat was meer geluk dan wijsheid. Ik vond gewoon dat mijn kind moest luisteren. Waarom? Om die reden die mijn ouders ook gaven. “Omdat ik het zeg.” Punt. Uit.

En natuurlijk maakte ik blunders. Deze bijvoorbeeld. En het heen en weer slepen van mijn kind naar Amsterdam en weer terug naar Breda was ook niet echt een voorbeeld van verantwoord ouderschap. Maar het kwam allemaal goed. We fietsten overal redelijk glansrijk doorheen. Afgezien van die afschuwelijke knie uit de kom,is echt enorme rampspoed ons gelukkig bespaard gebleven. Geen wegloop-taferelen, geen nachten doorhalen, geen drankmisbruik. Tenminste, niet van haar kant. Die ene keer dat ik zelf met iets te veel wijntjes op bijna de voortuin inviel, was eigenlijk ook niet echt pedagogisch verantwoord. Wel ontzettend grappig. Volgens mijn dochter dan.

Als tegenhanger van al mijn opvoedkundige blunders las ik 10.000 Jip-en-Jannekes voor het slapen gaan. Haar wijsvingertje vragend in de lucht “Eentje nog?”. Ik veegde snotneuzen, verschoonde luiers, gaf sinasprilletjes en maakte honderden bedjes-op-de-bank. We knutselden, we kletsten, we knuffelden, we zongen, we dansten, we giebelden. En veel van die dingen doen we nog steeds.

Ik ben er nog steeds niet achter of het feit dat het allemaal goed kwam te maken heeft met mijn weergaloze opvoeding of dat dat gewoon kwam omdat mijn dochter zo’n heerlijk kind was. Zo’n kind dat fluitend alle scholen doorliep, nooit te ver ging bij kattenkwaad uithalen, braaf huiswerk maakte en de puberteit gewoon finaal oversloeg. Zo’n kind waarvan je er, met gemak, zes had kunnen opvoeden. In je eentje. Fluitend. Met twee vingers in je neus.

Dat kleine meisjes echt groot worden, blijkt uit het feestje van vandaag. Dit jaar vierde dochterlief haar verjaardag op Bali waar ze, samen met Robby, lekker vakantie viert. Vandaag gingen ze vissen op een koraalrif en ze zagen een varaan van anderhalve meter, zomaar midden op de weg.

Best bijzonder om zo je verjaardag te vieren. Het lijkt nog maar gisteren dat we koek hapten in onze achtertuin. Time flies when you’re having fun!

Lieve Michelle,
Van harte gefeliciteerd met je 25ste verjaardag!
Het is – nog steeds – een feest jouw moeder te zijn!

Valkuil.

En ja, hoor! Daar was-ie! De valkuil. De valkuil die dreigt als je gaat verhuizen en een lekker ruime planning maakt. Ik donderde er weer eens finaal in. Want we hielden ons mini-huisje in Amsterdam aan zodat we zeeën van tijd hadden om ons nieuwe huisje op te knappen. Want tja, ik moet natuurlijk ook gewoon werken. En dus moeten we na een werkdag nog eten en daarna nog een half uur rijden naar ons toekomstig paleisje om de boel schoon te maken en op te knappen.

Soms kwamen we gigantisch in de file op de A10. En dan gingen we terug naar huis. Want we hadden toch tijd genoeg. Er waren tropische dagen waarop we niet eens gingen. Want we hadden toch tijd genoeg. En soms zakte de moed ons gewoon in de schoenen omdat het behang in het hele huis zó vakkundig aangebracht was dat het er met geen mogelijkheid af te krijgen was. Maar ach, we hadden tijd genoeg.

Soms hadden we iets nodig en moesten we even ‘het dorrup’ in. Waar we vervolgens weer afgeleid werden door winkeltjes, terrasjes en restaurantjes. Maar dat gaf niks. Want we hadden tijd genoeg. Soms werden we door wildvreemden aangesproken op straat. ‘Oh! Hallo! Wat leuk! Jullie zijn onze nieuwe overburen!’ We schudden handjes en maakten praatjes. Niet erg; we hadden toch tijd genoeg.

We lieten mijn verjaardag geruisloos voorbij gaan en klusten dapper door. Maar toen ik vervolgens een hele zondag ziek op bed lag, begon onze ruime planning een tikkie in de soep te lopen. Weer op de been vertrokken we weer naar ons nieuwe huis om de laatste kamer te ontdoen van het horrorbehang.

Toen ik, gewapend met de behangafstomer, de bewuste kamer binnenstapte, registreerde mijn brein dat er iets niet klopte. Maar wát er nou precies niet klopte had ik niet meteen in de gaten. Dommig staarde ik naar de muur. Het duurde even voor het kwartje viel. Ongeveer gelijktijdig viel mijn mond open. Al het behang was weg!

Ik draaide me om en op de muur achter me had mijn lieve kind een boodschap voor me achter gelaten op de kale muur. ‘Gefeliciteerd met je verjaardag, mam!’ Mijn dochter had haar hele vrije dag gespendeerd aan het afkrabben van het laatste behang. Al die luiers die ik verschoonde, al die pleisters die ik plakte, al die snotneuzen die ik afveegde, alle monsters die ik verjaagde, alle Jip en Jannekes die ik voorlas. Het is niet voor niets geweest. Wat een feest is het om zo’n kind te hebben!