Categorie archief: Dochterlief

25!

Vandaag is het de 25ste verjaardag van mijn dochter. 25! Ongelooflijk.

De dag dat ze geboren werd lijkt pas gisteren. Ik herinner me de lichtjes, buiten op straat, op die warme septemberavond, toen de verloskundige me een lift gaf naar het ziekenhuis. Ik herinner me hoe ik, die eerste nacht, nog in het ziekenhuis, de hele nacht wakker lag omdat ik die enorme, gelukzalige grijns maar niet van mijn gezicht kreeg. Ik herinner me de stem van mijn vader aan de telefoon toen ik mijn ouders belde om te vertellen dat ze was geboren en dat alles goed was gegaan terwijl mijn baby op de achtergrond huilde. Zelfs dáár was ik trots op. “Hoor je haar, pap?”

Wat was ik jong nog. 23 pas, zelf nog een uk. Zó jong dat ik gek was op ‘You are my destiny’ van Lionel Richie, op dat moment nummer 1 in de top 40, omdat ik de tekst zo toepasselijk vond. Redelijk puberaal, vind ik nu. Maar ondanks dat kinderachtige gedoe hebben we het toch prima gered samen. Ik leek heel consequent in haar opvoeding maar dat was meer geluk dan wijsheid. Ik vond gewoon dat mijn kind moest luisteren. Waarom? Om die reden die mijn ouders ook gaven. “Omdat ik het zeg.” Punt. Uit.

En natuurlijk maakte ik blunders. Deze bijvoorbeeld. En het heen en weer slepen van mijn kind naar Amsterdam en weer terug naar Breda was ook niet echt een voorbeeld van verantwoord ouderschap. Maar het kwam allemaal goed. We fietsten overal redelijk glansrijk doorheen. Afgezien van die afschuwelijke knie uit de kom,is echt enorme rampspoed ons gelukkig bespaard gebleven. Geen wegloop-taferelen, geen nachten doorhalen, geen drankmisbruik. Tenminste, niet van haar kant. Die ene keer dat ik zelf met iets te veel wijntjes op bijna de voortuin inviel, was eigenlijk ook niet echt pedagogisch verantwoord. Wel ontzettend grappig. Volgens mijn dochter dan.

Als tegenhanger van al mijn opvoedkundige blunders las ik 10.000 Jip-en-Jannekes voor het slapen gaan. Haar wijsvingertje vragend in de lucht “Eentje nog?”. Ik veegde snotneuzen, verschoonde luiers, gaf sinasprilletjes en maakte honderden bedjes-op-de-bank. We knutselden, we kletsten, we knuffelden, we zongen, we dansten, we giebelden. En veel van die dingen doen we nog steeds.

Ik ben er nog steeds niet achter of het feit dat het allemaal goed kwam te maken heeft met mijn weergaloze opvoeding of dat dat gewoon kwam omdat mijn dochter zo’n heerlijk kind was. Zo’n kind dat fluitend alle scholen doorliep, nooit te ver ging bij kattenkwaad uithalen, braaf huiswerk maakte en de puberteit gewoon finaal oversloeg. Zo’n kind waarvan je er, met gemak, zes had kunnen opvoeden. In je eentje. Fluitend. Met twee vingers in je neus.

Dat kleine meisjes echt groot worden, blijkt uit het feestje van vandaag. Dit jaar vierde dochterlief haar verjaardag op Bali waar ze, samen met Robby, lekker vakantie viert. Vandaag gingen ze vissen op een koraalrif en ze zagen een varaan van anderhalve meter, zomaar midden op de weg.

Best bijzonder om zo je verjaardag te vieren. Het lijkt nog maar gisteren dat we koek hapten in onze achtertuin. Time flies when you’re having fun!

Lieve Michelle,
Van harte gefeliciteerd met je 25ste verjaardag!
Het is – nog steeds – een feest jouw moeder te zijn!

Valkuil.

En ja, hoor! Daar was-ie! De valkuil. De valkuil die dreigt als je gaat verhuizen en een lekker ruime planning maakt. Ik donderde er weer eens finaal in. Want we hielden ons mini-huisje in Amsterdam aan zodat we zeeën van tijd hadden om ons nieuwe huisje op te knappen. Want tja, ik moet natuurlijk ook gewoon werken. En dus moeten we na een werkdag nog eten en daarna nog een half uur rijden naar ons toekomstig paleisje om de boel schoon te maken en op te knappen.

Soms kwamen we gigantisch in de file op de A10. En dan gingen we terug naar huis. Want we hadden toch tijd genoeg. Er waren tropische dagen waarop we niet eens gingen. Want we hadden toch tijd genoeg. En soms zakte de moed ons gewoon in de schoenen omdat het behang in het hele huis zó vakkundig aangebracht was dat het er met geen mogelijkheid af te krijgen was. Maar ach, we hadden tijd genoeg.

Soms hadden we iets nodig en moesten we even ‘het dorrup’ in. Waar we vervolgens weer afgeleid werden door winkeltjes, terrasjes en restaurantjes. Maar dat gaf niks. Want we hadden tijd genoeg. Soms werden we door wildvreemden aangesproken op straat. ‘Oh! Hallo! Wat leuk! Jullie zijn onze nieuwe overburen!’ We schudden handjes en maakten praatjes. Niet erg; we hadden toch tijd genoeg.

We lieten mijn verjaardag geruisloos voorbij gaan en klusten dapper door. Maar toen ik vervolgens een hele zondag ziek op bed lag, begon onze ruime planning een tikkie in de soep te lopen. Weer op de been vertrokken we weer naar ons nieuwe huis om de laatste kamer te ontdoen van het horrorbehang.

Toen ik, gewapend met de behangafstomer, de bewuste kamer binnenstapte, registreerde mijn brein dat er iets niet klopte. Maar wát er nou precies niet klopte had ik niet meteen in de gaten. Dommig staarde ik naar de muur. Het duurde even voor het kwartje viel. Ongeveer gelijktijdig viel mijn mond open. Al het behang was weg!

Ik draaide me om en op de muur achter me had mijn lieve kind een boodschap voor me achter gelaten op de kale muur. ‘Gefeliciteerd met je verjaardag, mam!’ Mijn dochter had haar hele vrije dag gespendeerd aan het afkrabben van het laatste behang. Al die luiers die ik verschoonde, al die pleisters die ik plakte, al die snotneuzen die ik afveegde, alle monsters die ik verjaagde, alle Jip en Jannekes die ik voorlas. Het is niet voor niets geweest. Wat een feest is het om zo’n kind te hebben!

Oud en nieuw 2016

image

Vandaag is het twee weken geleden dat Frank een hartstilstand kreeg. Twee weken pas. Of twee weken al. Dat weet ik eigenlijk niet. Ik ben het besef van tijd een beetje kwijt geraakt. Maar het is wel hoogste tijd voor een update. Om met het goede nieuws te beginnen: hij leeft nog! Het slechte nieuws is dat hij nog steeds niet helemaal ‘bij’ is.

Ik heb geen idee hoe ik dit op moet schrijven. Chronologisch dan maar. Alles! Voel je vooral niet verplicht om alles te lezen. Ik schrijf het gewoon op. Voor mezelf. Misschien voor Frank, ooit. Of voor die ene arme stakker, die internet afstruint op zoek naar informatie over hersenletsel na een reanimatie.

Op dinsdag 20 december, drie dagen na de hartstilstand, werd de slaapmedicatie stopgezet. Frank werd vrij snel wakker, reageerde op pijnprikkels, bewoog zijn armen en benen en deed af en toe zijn ogen open. Maar we hebben geen idee of we contact met hem hebben.

Woensdag 21 december haal ik mijn oude moedertje op, omdat ze zó graag op bezoek wil bij Frank. “Zou je niet een paar weken wachten?” zeggen sommige mensen. “Tot het wat beter gaat?” Ja, natuurlijk, joh! De ene is 85 en de andere ligt op de IC. Laten we fijn een paar weken wachten! Natuurlijk is het zwaar voor mijn moeder maar ik heb haar zo goed mogelijk voorbereid. En mocht ze niet goed worden, waar kan dat dan beter gebeuren dan op de IC van het VU?

Ik geniet, gek genoeg, enorm van het ritje naar Breda. Rustig op de weg. Alleen in de auto. Met de radio op 10, keihard meezingend. Mijn moeder heeft de Kerstboom staan. En de Kerststal. Met kindje Jezus, vastgelijmd in zijn kribbe. Omdat mijn hele wereld op zijn kop staat, vind ik tradities ineens érg belangrijk. Met grof geweld ruk ik kindje Jezus uit zijn kribbe en verstop hem in een krul van de lamp boven de eettafel. Net als altijd. Zo! Dát is tenminste weer hoe het hoort.

Onderweg terug naar Amsterdam belt Netty, de zus van Frank. Frank blijkt te reageren op vragen van de verpleging. Op de vraag of hij pijn had, antwoordde hij ‘nee’ en op de vraag of hij lekker lag antwoordde hij ‘ja’. Ik knijp, al rijdend, de knieprothese van mijn moedertje bijna fijn. Ik probeer me aan de maximum snelheid te houden en rijdt zo snel mogelijk terug naar Amsterdam. We halen Michelle op en rijden door naar het ziekenhuis. Daar laat ik Mich alleen achter met het logistieke probleem van een auto en haar 85-jarige oma. Ondertussen ren ik naar Frank. Even later arriveert Mich (topkind!) met oma in een rolstoel. En inderdaad! Frank lijkt ons duidelijk te herkennen en zegt ‘ja’ en ‘nee’. Mijn moedertje slaat zich dapper door het bezoek heen. Ze vertelt Frank dat ze gebak gaat kopen, zodra hij weer op de koffie komt. Frank lacht een grote glimlach.

Helaas heeft Frank erg veel last van slijm in zijn longen omdat hij een longkneuzing heeft opgelopen tijdens de reanimatie. Op een of andere manier kan hij niet hoesten. En het slijm met een slangetje wegzuigen lukt ook niet. Zorgelijk, want dat slijm kan een longontsteking veroorzaken. En dat is wel het laatste wat we willen. Hij lijkt ook steeds meer pijn te krijgen.

Donderdag 22 december krijgen we te horen dat Frank’s borstbeen gebroken is en ‘los ligt’ (dat wil zeggen dat de ribben waar het borstbeen aan vast zit gebroken zijn). Ook een gevolg van de reanimatie. Dat verklaart het probleem met het hoesten. Frank voert inmiddels opdrachten uit. Zo knijpt hij in je hand als je daarom vraagt. En hij laat weer los als je dat vraagt. Dat laatste is belangrijk. Knijpen kan een reflex zijn, loslaten is een bewuste handeling. Ik zit bij zijn bed en houd zijn hand vast. Hij beweegt zijn arm, brengt mijn hand naar zijn mond en geeft me een handkus. Ik ben er zó blij mee! En óf hij bewuste bewegingen maakt!

Vrijdag 23 december hebben we een gesprek met de behandelend arts. Het borstbeen van Frank zal, naar verwachting, niet vanzelf aan elkaar groeien omdat het te veel beweegt bij ademhalen. Hij zal geopereerd moeten worden, wat in zijn situatie een risico is. Er wordt gewacht op het ‘perfecte moment’. Mochten zijn klachten te erg worden, dan wordt er een zorgvuldige afweging gemaakt van de voors en tegens. Over het neurologische verloop is nog steeds niet te zeggen. Afwachten, afwachten, afwachten.

Omdat Frank geen beademing meer nodig heeft, wordt hij verplaatst naar de Medium Care (het enige verschil met de IC is dat zij kunnen beademen, op de medium care kan dat niet). Om Frank’s longen wat ‘lucht’ te geven, wordt hij een paar keer per dag in een stoel gezet. Hij lijkt het niet echt prettig te vinden; hij heeft erg veel pijn.

Zaterdag 24 december is het een week geleden dat het zo mis ging. Ik vind het een rare dag. Toevallig rijd ik over de A10, de route naar het VU, op hetzelfde tijdstip als vorige week. Alleen zat ik toen in een ambulance, met loeiende sirenes. Ik hoorde altijd al veel sirenes. Amsterdam is een grote stad en wij wonen vlak langs een ‘aanrij-route’. Dus ik ben het wel gewend; ik hoorde het amper. Sinds vorige week kan ik er niet zo goed meer tegen. Ik krijg een rare rilling in mijn nek en over mijn rug, zodra ik sirenes hoor.

Frank begint beter te praten. Hij zegt dat hij aardappelen wil eten. ‘Houd je zo van warm eten?’. ‘Ja!’ roept Frank. Helaas krijgt-ie alleen maar sondevoeding. Hij zegt dat hij wil douchen. Maar helaas zit dat er ook niet in. ‘s Avonds komt neef M. weer langs. Hij is al vaker geweest maar deze keer heeft hij zijn zoon S. meegenomen. Frank heeft S. al bijna een jaar niet gezien. Toch noemt Frank meteen zijn naam. Dat soort kleine dingetjes maakt ons heel erg blij. En Frank heeft ineens tv bij zijn bed! Heeft-ie iets om naar te kijken.

Zondag 25 december, eerste Kerstdag, rijd ik al vroeg met Michelle en Robby naar Breda. We drinken koffie en niemand heeft gezien dat kindje Jezus niet meer in kribbe ligt. We gaan na een uur alweer weg om op tijd weer in het ziekenhuis te zijn. Mijn nicht G. komt langs. Ze treft het niet. Frank heeft zoveel pijn dat ze de pijnmedicatie verhoogd hebben. We krijgen geen contact met hem. Toch is het fijn dat G. er is. Even iemand van mijn eigen familie om me heen. Terwijl ze het zelf ook niet makkelijk heeft.

Maandag 26 december, tweede Kerstdag, staat in het teken van George Michael, die op 53-jarige leeftijd is overleden. Aan hartfalen, schijnbaar. Ik ben verbaasd. George Michael? Maar die is rijk. En beroemd. ‘Tja’ zegt Mich nuchter ‘maar hij had niet zo’n sterk hart’. Eenmaal in het ziekenhuis vertel ik het Frank. ‘Weet je wie er dood is? George Michael!’ Frank kijkt me aan en knikt ‘ja’ alsof hij dat allang weet. Ik ben verbaasd en vraag aan de verpleging of Frank tv gekeken heeft. Ja, hij heeft zijn koptelefoon opgehad. Zou hij toch iets opgevangen hebben van het journaal? ‘s Avonds komen Netty en Ton op bezoek. ‘Heb je het gehoord van George Michael?’ zegt Netty. ‘George is dood’ zegt Frank. Het nieuws is blijven hangen! Hij heeft veel praatjes die avond. Sommige dingen verstaan we duidelijk. ‘s Middags heeft Frank een beetje vla op. ‘s Avonds nog een beetje koffie. Weer een klein stapje vooruit.

Dinsdag 27 december ga ik ‘s morgens met Michelle en Nanuk naar het bos. Even eruit. Lekker! Als we op het punt staan naar het ziekenhuis te vertrekken, belt de IC-arts. Frank heeft te weinig zuurstof in zijn bloed. Ze gaan hem terug brengen naar de IC. Het kan zijn dat hij weer aan de beademing moet. Ook wordt er die dag een scan gemaakt van Frank’s borst. Zijn borstbeen blijkt door midden gebroken te zijn en hij heeft inderdaad al zijn ribben gebroken waardoor het borstbeen los ligt. Ik kan ‘s avonds pas naar hem toe. Frank is erg suf. Hij heeft een vernevelkapje op (om te zorgen dat het slijm in zijn longen niet vast komt te zitten) en telt tot mijn verbazing moeiteloos van 1 tot 10. Geen idee waarom.

Woensdag 28 december is Frank erg onrustig. Hij heeft veel pijn maar ligt gelukkig nog niet aan de beademing. Hij praat veel. Helaas kunnen we het meeste niet verstaan. Frank’s beste vriend R. komt langs. Hij gaat binnenkort naar Zwitserland op vakantie, zoals elk jaar. Frank is ooit mee geweest maar vond het geen succes. We vragen Frank of hij mee wil naar Zwitserland. Daar komt een duidelijk antwoord op. ‘Nee’. ‘s Avonds krijgen we te horen dat Frank de volgende dag om tien uur geopereerd zal worden. De operatie is niet zonder risico en zal lang gaan duren. Pas eind van de middag wordt Frank terug verwacht op de IC.

Donderdag 29 december maken wij ons op voor een lange dag. Vol spanning wachten we. Als Netty toevallig om kwart over elf naar het ziekenhuis belt, krijgen we te horen dat de operatie niet door gaat. De benodigde materialen zijn niet binnen. Dat kan, alle begrip. Maar we zijn erg boos dat wij niet gebeld zijn. Boos bel ik het ziekenhuis. Excuses natuurlijk. En ja, ze begrijpen dat het voor ons heel spannend is. Maar de verpleging ging er vanuit dat de arts ons zou bellen. De arts ging er vanuit dat de verpleging ons zou bellen. Ik haast me naar het bezoekuur en check of Frank weer sondevoeding heeft. Die is gisteren stopgezet voor de operatie. Maar de boel loopt weer. ‘s Avonds komt neef M. weer langs. Hij schrikt enorm omdat Frank bijna niet meer aanspreekbaar is. Dat klopt omdat hij steeds meer pijnstillers krijgt. Het is echt tijd voor de operatie.

Vrijdag 30 december branden er overal kaarsjes voor Frank. Om 13.00 uur belt het ziekenhuis dat Frank naar de operatiekamer gaat. Ze hebben geen idee hoe lang het precies gaat duren. We mogen altijd bellen. Ik poets alle voegen van de badkamer. Ik presteer het om binnen een kwartier boodschappen te doen én een paar schoenen te kopen. Ik kook eten, drink liters koffie en om 18.30 uur houd ik het niet meer vol. Ik bel naar de IC. Daar staan ze nét op Frank te wachten. Hij kan ieder moment op de afdeling zijn. De operatie is goed gegaan! Ik Whatsapp me wezenloos en terwijl de felicitaties, vreugdekreten en duimpjes binnenstromen race ik naar het ziekenhuis om bij Frank te zijn als hij wakker wordt.

Als ik bij zijn bed zit, slaapt hij nog. Het is gek om hem zo stil te zien liggen. Het lijkt alsof ik een week terug in de tijd ga. De slaapmedicatie wordt stopgezet en binnen no time is Frank wakker. Helaas is hij akelig onrustig. Als een bezetene wringt hij zich in allerlei bochten om weg te komen van de beademingsbuis in zijn keel. Twee verpleegsters houden hem op het bed en ik probeer zijn hand omlaag te houden. Hij is verbazingwekkend sterk. De IC-arts wordt erbij gehaald en aangezien Frank zelf ademt, wordt besloten de beademingsslang weg te halen omdat Frank er zo onrustig van wordt. Ik wacht op de gang. Als ik weer bij Frank mag, ligt hij op zijn zij. Weer helemaal van de wereld. Ik blijf even bij hem zitten en ga naar huis. Laat hem maar slapen. ‘s Avonds laat belt de chirurg nog. De operatie is naar wens verlopen. De plaatjes waarmee de boel vastgezet is, moeten wel verwijderd worden over een tijdje. De chirurg legt nog uit dat de operatie uitgesteld werd omdat hij persé een bepaald materiaal wilde gebruiken waar hij veel vertrouwen in heeft.

En nu is het zaterdag, 31 december. Vlak voor ik, eind van de middag naar Frank wilde gaan, belde de IC-arts. Frank kan, ondanks de operatie, nog steeds niet hoesten en het slijm in zijn longen wegzuigen blijft moeizaam gaan. Daarom gaan ze een buisje in zijn luchtpijp plaatsen. Gelukkig hoeft hij niet naar de operatiekamer, dit kunnen ze op de IC zelf. Frank krijgt plaatselijke verdoving en een roesje. Ik stel mijn bezoek een uurtje uit. Als ik bij Frank kom, ligt hij te slapen. Soms wordt hij een beetje wakker maar echt contact krijg ik niet met hem. Niet zo verwonderlijk na al die verdovingen. Ik zit even bij hem, houd zijn hand vast en praat tegen hem. Om 19.00 uur ben ik weer naar huis gegaan. Naar Spike, die bang is voor het vuurwerk. Morgen weer een dag. Hoe het verder gaat is afwachten. Ik denk niet te veel vooruit. Morgen zien we wel weer.

Spike lag onder het bed verstopt toen ik thuis kwam. Ik heb me in bed geïnstalleerd met de tv aan. Zijn Spike en ik toch een beetje samen. Onze dappere dodo liet zich even zien en keek verbaasd naar de tv in de slaapkamer die eigenlijk nooit aan staat. Daarna kroop hij weer onder het bed.

Ik kon van alles doen vanavond maar ik vind het fijn om alleen te zijn. Doen en laten wat ik wil. Ik heb heerlijk lang gedoucht en lig lekker warm in mijn bedje. En als het zo twaalf uur is, proost ik gewoon. Op Frank, op een voorspoedig herstel. Op mijn nichtje die het moeilijk heeft omdat zij haar man pas is verloren. Op mijn vriendin die de laatste oud en nieuw met een compleet gezin doorbrengt omdat zij en haar man gaan scheiden.

En ik proost op mijn familie, mijn vrienden, mijn collega’s en mijn weblogvriendjes. Dank jullie wel voor alle kaarsjes, schietgebedjes, kaarten, Whatsappjes en telefoontjes. Dank jullie wel voor alle bezoekjes in het ziekenhuis en de ontelbare koppen koffie die ik niet mocht betalen.

Proost! Count your blessings!
Op naar 2017! Het kan alleen maar beter gaan.

Bijschrift bij de foto, met de klok mee:
Kindje Jezus in de lamp
Spike op de bank, het rijk alleen
Oud en Nieuw 2016: samen op bed
Koud! Witte bomem bij het VU

Nanuk.

Vandaag is het 10 weken geleden dat Boefje overleed. Tien weken zonder onze gekke, lieve, vrolijke vriendje. En er gaat geen dag voorbij dat we niet aan ‘m denken. Soms, als ik op de fiets langs een plekje rijd waar we altijd wandelden, zucht ik hardop ‘Och mijn jochie, toch. We missen je zo.’ Als we ‘s avonds pinda’s eten, denken we aan Boef die, als-ie bij ons binnenkwam het hoogpolige kleed onder de tafel doorploegde op zoek naar gevallen pinda’s. Onderweg naar Breda kijken we elkaar aan als we de tunnel bij Utrecht in rijden. In gedachten bij Boef, die die lange tunnel toch altijd wel een beetje spannend vond.

En voor Michelle en Robby is het gemis nog veel groter. Geen vrolijk hondje dat je ‘s morgens wakker maakt. Geen blije kwispel als je thuis komt. Geen hondje, ‘s avonds gezellig bij je op de bank. Geen wandelingen in het bos of langs het strand. En altijd die stilte in huis. Mich en Robby, allebei opgegroeid met honden om hen heen, waren het er al snel over eens. Ooit zou er een nieuw hondje komen. Maar nu nog niet.

Toch kwam dat moment sneller dan verwacht. Omdat de stilte in huis toch wel heel erg stil was. Omdat ze nog helemaal in het uitlaat-ritme zaten. Omdat ze zo gewend zijn aan een hondje in huis. Een middag vrijblijvend puppy’s kijken, sloeg om in een heuse hondenzoektocht. Geen chihuahua, deze keer. En ook geen reutje. Omdat het nieuwe hondje vooral geen Boefje-look-a-like mocht zijn. Want we wisten dondersgoed dat een nieuw hondje wel zou helpen tegen het lege huis maar niet tegen het verdriet om Boef. Boef is en blijft onvervangbaar.

En toen kwam het nieuwe hondje. Een pomchi-puppy van 9 weken oud. Een meisje. Het verdriet om Boef is er nog steeds. Sterker nog; het was best een beetje wennen om Mich met een ander hondje te zien. En het deed best een beetje pijn om sommige spulletjes van Boef weer ‘in gebruik’ te zien. Want we missen Boef nog steeds. De meest speciale spulletjes van Boef staan, om voor altijd te bewaren, op de boekenplank. Zijn foto staat op de kast. En we zullen ‘m nooit vergeten.

Maar wat is het fijn om weer zo’n vrolijk hondje om ons heen te hebben. Wat is het leuk om weer te zien, hoe zo’n puppy de wereld ontdekt. Wat is het heerlijk om enthousiast welkom geheten te worden door een pluizige bolletje wol dat dolblij is om je te zien. En wat is het fijn dat Michelle en Robby weer een hondje in huis hebben.

Ze heeft ons hartje gestolen. Hier is ze dan. Onze Nanuk!

image