Categorie archief: Dochterlief

Project afgerond.

Lang, lang geleden kregen mijn moeder en ik een bijzonder cadeau van Michelle. Ze gaf ons allebei een boek om in te vullen. Met herinneringen en leuke verhalen over het gezin waarin we opgroeiden, onze schooltijd, eerste vriendje en noem maar op. Ik was laaiend enthousiast en popelde  om er aan te beginnen. Maar toen werd Frank ziek. En ik had geen tijd om aan mijn boek te beginnen.

Toen Frank weer een beetje op de been was,  begon ik eerst aan het boek van mijn moeder. Ze is tenslotte een mensje-van-alledag. Op een leeftijd waarop je geen dingen meer uit moet stellen. We spraken af dat we steeds als ik op bezoek kwam, samen een hoofdstuk in zouden vullen. Maar in de praktijk bleek dat niet te werken. Vaak hadden we geen tijd door klusjes die gedaan moesten worden. Of er was nog andere visite.

Uiteindelijk vulden we het hele boek telefonisch in. Ik belde ‘s middags mijn moeder om aan te kondigen dat ik haar ‘s avonds zou bellen om de vragen uit het boek voor te lezen en haar antwoorden op te schrijven. Het was een groot succes. Als ik haar ‘s avonds belde, zat ze klaar. Met kussens en onder een dekentje op de bank. Of op haar praatstoel, eigenlijk.

Het waren hele gezellige uurtjes. Zij praatte en praatte. Ik maakte notities en werkte die later uit in het boek. Ik hoorde dingen die ik niet wist. Soms moest ik vreselijk lachen. Soms pinkte ik een traantje weg. Samen zochten we later foto’s uit, die ik afdrukte en in het boek plakte. Op Moederdag 2019 konden we het boek eindelijk aan Michelle geven.

En toen was het eindelijk tijd voor mijn eigen boek. Vooral omdat Michelle mij – op haar beurt – ook zo’n leuk boek cadeau had gegeven. Dus ik ging he-le-maal los. Ik begon als in een nieuwe agenda. Met het voornemen netjes te schrijven. Maar mijn gedachten gingen gaandeweg sneller dan mijn pen. Er schoten me steeds meer dingen te binnen die ik op wilde schrijven. Ik hoop dat Mich alles kan lezen. Ik schreef over vroeger thuis. Over mijn lievelingseten als kind, mijn vriendinnetje Audrey en mijn hond Rigo. Ik was openhartig over mijn ex-vriendjes en deed hier en daar een kleine onthulling.

Ik plakte foto’s. Steeds kleiner omdat er dan meer in het boek pasten. Ik vond een foto van het interieur van de kroeg waar ik Michelle’s vader tegen kwam en ontdekte dat onze krukken nog stonden hoe ze toen stonden. En in het kader van ‘als ik dood ga, erft ze het tóch’ plakte ik zelfs het briefje in het boek dat hij een dag na onze ontmoeting bij mij in de brievenbus stopte. Jammer dat ik de rode roos niet meer heb, die erbij zat.

Ik tekende mijn handomtrek en niette het bandje in het boek dat ik om kreeg in het ziekenhuis toen ik – vier jaar oud – buisjes in mijn oren kreeg. Ik verzamelde theelabels met vragen er op, plakte ze in het boek en schreef de antwoorden erbij. Als klapstuk maakte ik een plattegrond van het park waar ik vroeger rondhing. Met een heuse legenda, waar op vermeld staat waar ik mijn eerste zoentje kreeg. En waar hij-van-dat-eerste-zoentje een hartje in een boom kerfde met onze initialen erbij.

En toen was het boek hartstikke vol. Dacht ik. Toen ik het inpakte om het de volgende dag aan Michelle te geven, bleek dat ik één bladzijde over geslagen had. Dat kon natuurlijk écht niet. Maar ik was leeg. Mijn inspiratie was op. Helemaal. Er zat maar één ding op.

Ik pakte een schaar. En knipte ergens in mijn nek een pluk haar af, deed die in een zakje en niette dat in het boek. Met een zucht sloot ik het boek en pakte het in. Mission completed. Project afgerond.

Michelle was erg blij met het boek. Maar ik viel in een zwart gat nu het boek klaar is. Niks meer te plakken, te schrijven of te kleuren. Soms friemel ik nog even aan de korte pluk haar in mijn nek en denk met plezier terug.  Man, wat was dit een leuk project!

Een andere wereld.

Afstand houden

Het begon nog best lollig. Twee weken geleden. Op mijn tijdlijn op Facebook deelden mijn Brabantse vrienden ‘Het Brabants Corona-lied’. En iemand versierde zijn profielfoto met de hashtag #prayforbrabant. Haha. Zo grappig. Maar het lachen verging toen het aantal besmettingen in rap tempo opliep. Evenals het aantal overleden patiënten.

Dus appte ik mijn familie in Brabant dat ik dit weekend niet op bezoek zou gaan bij ons hoogbejaarde moederke in Breda. Omdat ik haar niet wil besmetten, mocht ik het virus stiekem onder de leden hebben. En ook omdat ik niet het risico wil lopen het virus mee naar huis te nemen omdat Vriendje-lief, gezien zijn medische voorgeschiedenis, toch tot de risicogroep behoort.

Dus bleef ik afgelopen zaterdag boven de sloot. Maar zondag, terwijl het aantal besmettingen nog verder opliep, bekroop me een ‘nu of nooit’-gevoel. Ik sprong in de auto en reed de anderhalf uur naar Brabant. Zonder Vriendje-lief-in-de-risicogroep. Ik ontsmette mijn handen voor ik het huisje van mijn moeder-in-de-risicogroep binnen ging. Ze zat in de linkerhoek op de bank. Ik nam plaats in de rechterhoek.

We kletsen bij. Meters van elkaar vandaan. Dronken niet eens koffie. Michelle appte ‘Knuffel je Oma plat van mij?’ ‘Wat denk je zelf?’ antwoordde ik. ‘Oh ja’ kreeg ik terug, met een treurige smiley. Ondertussen belde mijn collega. Op verzoek van onze baas. Of we even samen wilden overleggen over onze werktijden. Zodat steeds maar één van ons op kantoor is. Om besmetting te voorkomen.

Ik zwaaide mijn moeder gedag. Geen knuffel, geen kus, geen aai over haar grijze bolleke. Na nog geen drie kwartier qualitytime, ontsmette ik mijn handen en reed ik terug naar huis. Thuis logde ik op het systeem van mijn werk om de kandidaten van onze trainingen te mailen dat alle trainingen geannuleerd werden en dat alle afspraken omgezet werden in telefonische afspraken.

Ondertussen kreeg ik annuleringen binnen in mijn privé e-mail. De film waar Frank en ik heen zouden gaan. De workshop die ik met Michelle zou doen. Alles werd geannuleerd. Bij de sushi-zaak tegenover ons huis, die normaal gesproken pas sluit als ik naar bed ga, was om zeven uur alles al donker.

Vandaag ging ik naar mijn werk in een compleet andere wereld. Met de auto in plaats van de trein. Omdat er toch geen files zijn. En om geen virus op te lopen in de trein. Ik zat alleen op kantoor en kwam niet aan werken toe omdat er drie lieve collega’s belden om ‘even bij kletsen’ omdat ik daar in mijn eentje zat. Omdat onze klanten duidelijk om een praatje verlegen zaten, toen ik – voor de zekerheid – nogmaals belde om door te geven dat alle trainingen geannuleerd zijn. Ze hielden me allemaal aan de praat.

Ik vind het altijd best fijn om eens een dagje alleen op kantoor te zijn. Ik vind het ook best fijn om eens een dagje thuis te werken. Maar ik realiseerde me ineens dat ik mijn collega’s waarschijnlijk weken lang niet zal zien. En dat vind ik niet leuk.

Buiten scheen de zon. De eerste lekkere terrasdag. Maar een vriendin heeft gisteren haar horecazaak moeten sluiten. Er reden lege bussen voorbij. Met briefjes er op ‘Achteraan instappen a.u.b.’. Het kantoor naast ons, dat visa verstrekt voor de UK, en waar normaal gesproken mensen in en uit lopen, handelde hun zaken af via een klepraampje.

Om vijf uur sloot ik af. Morgen is het kantoor voor mijn collega en werk ik thuis. Ik was al om half zes thuis. ‘Elk nadeel heb zijn voordeel’. Geen files. Na het eten ging ik weer naar de supermarkt. Om de spullen te kopen die ik gisteren niet kon krijgen. Maar het wc-papier was weer op (Kappen, jongens! Echt!). Ik ben verwend, realiseer ik me. Ik weet niet wat ik mee maak. Om blij te zijn omdat er weer crackers zijn. Joehoe!

Het zal wel wennen. Maar ik werd er vandaag een beetje emotioneel wiebelig van. Dus toen ik op tv een filmpje voorbij zag komen van NAC-supporters in Breda die een spandoek ophingen op het Amphia-ziekenhuis met de tekst ‘Hier werken de helden van Breda’ heb ik even een traantje weggepinkt.

Heb jij dat nou ook?

Nieuwe trend.

Oké, ik ben er natuurlijk helemaal uit. Mijn baby is tenslotte al 27. De tijd waarin kinderen groot gebracht werden volgens de drie R’s (Rust, Reinheid en Regelmaat) was destijds wel voorbij maar echt veel gekkigheid was nog er niet.

De mededeling dat iemand zwanger was kwam gewoon per telefoon of werd persoonlijk gebracht. Social media bestond nog niet. En bevallen deed je destijds gewoon in bed in plaats van in een zwembad of op een krukje. Van babyshowers of gender reveal party’s had nog niemand gehoord. Baby’s sliepen gewoon in hun bedje en je werd niet verketterd als je de keuze maakte om flesvoeding in plaats van borstvoeding te geven.

Maar tijden veranderen. Gelukkig maar, hoor. Mijn neefjes en nichtjes werden nog vervoerd in een reiswieg die los op de achterbank van de auto stond. Toen mijn dochter geboren werd was de Maxi Cosi (een Nederlands onderdeel van een Canadees bedrijf trouwens) net uitgevonden. Het kwam de veiligheid alleen maar ten goede. En zo was er het destijds nieuwe advies om baby’s niet op hun buik te laten slapen. Het heeft het aantal gevallen van wiegendood drastisch doen dalen.

Maar soms kijk ik toch verbaasd op bij het horen van de laatste nieuwe babytrend. Zo hoorde ik vandaag voor het eerst van een babynestje. Een wat? Nou, een babynestje. Wat is in hemelsnaam een babynestje?

Dat is heel simpel uit te leggen. Een babynestje is een kussen met opstaande randen waar je je baby in kunt leggen. In de randen zit een touwtje waarmee je de randen aan kunt trekken zodat ze je baby omsluiten. Dit zou een geborgen gevoel geven omdat het een beetje lijkt op hoe de baby in de baarmoeder zat.

Ik vond, eerlijk gezegd, dat er nogal wat nadelen aan zo’n babynestje zitten. Zo kunnen baby’s er maar een half jaar in. Daarna worden ze te groot. Sowieso mogen baby’s er niet meer in zodra ze zich om kunnen draaien. Dan kunnen ze namelijk stikken. Je moet ook opletten met de touwtjes die er aan zitten (die moeten aan het voeteneinde natuurlijk) want ook dat is gevaarlijk. Je mag je baby dus nooit alleen laten als-ie in zijn babynestje ligt. De baby mag er ook niet de hele nacht in slapen. Hij mag er een klein dutje in doen. Je kunt hem of haar er ook even inleggen als je even je handen vrij wilt hebben.

Ik had daar vroeger iets anders voor. Een houten bak met tralies. Dat heette een box. Als ik even iets moest doen, legde ik mijn uk daar in. Heel handig! Ze mocht er niet de hele nacht in slapen. Maar een klein dutje kon wel. Er zaten geen touwtjes in waar ze in kon stikken. En ze paste er ook heel lang in. Toen ze anderhalf was, zat ze er nog wel eens in. Kon ze veilig spelen terwijl ik de wc sopte of zo.

Nieuwsgierig geworden Googlede ik toch even op ‘babynestje’. Bij de firma Bol.com worden babynestjes verkocht. De goedkoopste kost € 30,-. De duurste maar liefst € 179,-! Natuurlijk moet iedereen helemaal zelf weten waar hij of zij zijn baby in stopt. Maar in dit geval zou ik gaan voor de dierenmand bij dezelfde firma. Dan ben je voor € 8,75 klaar. En er zitten geen gevaarlijke touwtjes aan!

2019 – Een jaar in beeld.

2019 was het niet helemaal. Of eigenlijk helemaal niet. In januari overleed mijn oudste broer en in de rest van 2019 waren er al die momenten dat ik hem vreselijk miste. 

Als ik, onderweg naar Breda, de Brabantliner zag rijden waarop hij zolang chauffeur was. En ik niet in hoefde te halen om te kijken of hij achter het stuur zat. De zondagmiddagen aan de koffie bij mijn moeder. Met zijn lege stoel. Het gras in haar achtertuin dat sneller groeit dan wij kunnen maaien. En mijn moeders 88ste verjaardag, waarbij mijn broer door zijn afwezigheid meer aanwezig was dan ooit. Wat wordt-ie gemist.

Gelukkig waren er ook genoeg leuke dingen. Omdat het jaar zo rot begonnen was, trakteerden Michelle en Robby ons op een high tea. Zij zagen ook dit jaar weer flink wat van de wereld, die twee. Via Whatsapp genoot ik mee van al het moois dat ze zagen. En tussendoor tekenden ze ook nog even het koopcontract van het spiksplinternieuwe echte grote-mensen-huis waar ze volgend jaar gaan wonen.

Frank had goede en slechte dagen dit jaar. We profiteerden van de goede dagen door uitstapjes te maken. Naar mijn nichtje Gerdine, in Oudewater. Naar Leiden, waar we eindelijk Emile weer eens ontmoetten. We kregen oude vrienden op bezoek en we lunchten op het strand. We pasten op Nanook. We knuffelden onze Spike. We vierden een lange, warme zomer op ons balkon. 

Ik ging een weekendje naar Groningen met Michelle. Mijn moeder kwam logeren en we waren bij de bruiloft van onze liefste vrienden, waar ik zelfs de ringen aan mocht geven. ❤️ We vierden Kerst bij mijn moedertje, waar ik samen met mijn jongste broer en zijn ex-vrouw (als dát geen mooie Kerstgedachte is… ) een heus Kerstdiner organiseerde. 

En daar tussendoor fladderde steeds weer mijn allerliefste dochter. Die zo lekker blijft turnen op haar ‘oude dag’. Die zo lief voor haar Omaatje is. En die mij, met haar gekke fratsen, ondanks alles toch altijd weer aan het lachen maakt.

Ondanks al dat moois ben ik wel klaar met 2019.
Weg ermee!
Op naar 2020! 

Ik wens jullie een hele goede jaarwisseling en een gezond en gelukkig 2020!