Categoriearchief: Dochterlief

The circle of life.

1969 – Mijn moeder en ik

Het is bijna een half jaar geleden dat mijn moeder (89) verhuisde naar een zorgcentrum. Nadat ze twee keer gevallen was in huis, werd ze acuut geplaatst in een zorgcentrum waar plaats was. Niet in het zorgcentrum waar ze op de wachtlijst stond, maar in een zorgcentrum net buiten de stad waar ze woonde. Het was een heftige periode waar ze zich moedig door heen sloeg. Ze heeft niet eens de tijd gehad haar eigen spulletjes uit te zoeken, waar ze nog steeds wel eens moeite mee heeft. Maar het was niet anders. We hadden geen keuze meer. Twee valpartijen zonder schade; het was wachten op het moment dat het wél fout ging.

Ik hield mijn hart vast, gealarmeerd door alle horrorverhalen over de zorg en hoe slecht het wel niet gesteld is met de ouderenzorg in ons land. Maar eerlijk is eerlijk; mijn moeder zit op een fantastisch plekje. De administratieve weg er naar toe was een regelrechte ramp. Er waren kastjes en muren waartussen wij veelvuldig heen en weer gestuurd werden en we hadden een casemanager die altijd achter de feiten aanliep. Maar toen mijn moeder eenmaal zat waar ze moest zitten, zat ze goed. Misschien hebben we gewoon geluk. Misschien omdat het een kleinschalig centrum is. Maar we mogen niet klagen.

Als ik op bezoek kom, word ik door het personeel herkend als ‘dochter van’ en vaak even bijgepraat over mijn moeder. Als contactpersoon kan ik meelezen in het dossier van mijn moeder en zie ik notities waar ik soms om moet lachen. Zoals die keer dat ze samen met de zorgmedewerkster zeker tien minuten lang de slappe lach had omdat ze niet uit bed kon komen. Soms lees ik stukjes die me ontroeren. Dat ze haar onderstoppen bij de avondronde, terwijl ze ligt te slapen. En dat ze de tijd nemen om bij haar te gaan zitten en te praten over haar overleden man en overleden zoon. En voor het eerst in mijn hele leven zie ik mijn moeder regelmatig met chique gelakte nagels.

Ze zijn echt lief voor mijn moeder en zelf het eten smaakt haar prima. Maar toch, ondanks het mooie plekje, ondanks haar mooie kamer, heeft de verhuizing erin gehakt. De gezondheid van mijn moeder holt hard achteruit. “Oude bomen moet je niet verplanten” wordt er wel eens gezegd. Zou ze ook zo achteruit gegaan zijn als ze niet verhuisd was? Maar wat als dat wel zo was? Dan had ze nu alleen in haar huisje gezeten. Feit blijft dat ze in rap tempo heel veel zelfstandigheid op moet geven en het daar heel zwaar mee heeft.

De eerste weken liep ze – onder begeleiding – zelf met haar rollator naar de eetzaal. Inmiddels wordt ze in een rolstoel daarna toe gereden. Kon ze een paar weken geleden nog met hulp van een zorgmedewerker zelf in haar rolstoel gaan zitten; inmiddels gebruiken ze daar een BEA* voor. Ze begint steeds moeizamer te eten. De keukenmedewerkers serveren mijn moeders maaltijd als eerste maar het duurt enorm lang voor ze iets gegeten heeft. Dus wordt ze geholpen met eten. Al een paar keer heeft ze haar koffie over zichzelf heen gegooid. Een kopje vasthouden lukt haar niet meer. Dus drinkt ze nu uit een tuitbeker.

Daarnaast is ze soms compleet de weg kwijt. Ze hallucineert af en toe en ziet dan dingen die er niet zijn. Ik troost me met de gedachte dat ze zelfs op die akelige momenten, midden in de nacht, niet alleen is. En ik ben heel dankbaar voor de lieve zorgmedewerksters die – zo lees ik in het dossier –‘s nachts bij haar op bed gaan zitten om haar gerust te stellen en te troosten. Ik ben zo vaak mogelijk bij haar en bel haar vaak. Maar ook bellen gaat steeds moeizamer. Ze vergeet dat ze me aan de lijn heeft en gaat gewoon verder met tv kijken. Ook prima; dan kijken we even samen tv. Maar treurig is het wel om te zien dat mijn altijd zo energieke moeder zo hard achteruit gaat.

In onze relatie van moeder en kind zijn de rollen nu omgedraaid. Mijn moeder, die altijd zo goed voor mij gezorgd heeft, moet nu zelf verzorgd worden. Ik doe haar was en strijk haar broeken zoals zij tientalen jaren mijn broeken gestreken heeft. Ik rijd haar rond in haar rolstoel zoals zij mij ooit rondreed in mijn kinderwagen. En ik realiseer me dat mijn moeder nooit meer voor mij zal zorgen. Ik zal nooit meer in een fris gewassen bedje stappen dat zij zorgvuldig verschoond heeft met vers gewassen lakens of aanschuiven voor een bordje aardappelen en hachee zoals alleen mijn moeder dat kon maken. En ik wil haar warrige gedachten niet verstoren. Dus zal ik nooit meer mijn hart bij haar luchten en haar om raad vragen.

Maar gelukkig heb ik, behalve een moeder, ook een dochter. Eentje op wie ik altijd kan rekenen. Ze is volwassen inmiddels en ik ben er van overtuigd dat zij voor mij altijd een schoon bedje en een warme maaltijd zal hebben, mocht dat nodig zijn. En ik weet ook dat ik haar altijd kan bellen als ik mijn hart wil luchten of goede raad nodig heb. Zoals ik dat ook altijd bij mijn moeder kon. En ik realiseer me ineens dat de cirkel rond is. 

* een Bea is een opsta-hulp voor mensen die nog wel kunnen staan maar moeite hebben met lopen.

Uncle Bob en de uitdaging – panning.

Lammetjes, Highlanders, de zee en Spike. Dat zijn de onderwerpen waar deze Uncle Bob foto’s van maakt. Verder blijk ik vrij inspiratieloos te zijn. En toen kwam ik op internet een fotografie-challenge tegen. Een soort cursus waarbij je een jaar lang elke maand een fotografie-opdracht krijgt. Aan het eind van de maand deel je de foto’s in een besloten Facebookgroep waarna ze beoordeeld worden. Ik besloot mee te doen en wachtte vol spanning op de eerste opdracht.

Dat bleek ‘panning’ te zijn. Panning (spreek uit: penning) wil zeggen dat je een snel bewegend voorwerp fotografeert. Door je camera op de juiste manier in te stellen en mee te bewegen met je onderwerp, staat je onderwerp scherp op de foto en is de achtergrond wazig waardoor je ‘beweging’ in je foto krijgt. Ik moest twee panning-foto’s inleveren.

Ik vond het een lastige opdracht. Ten eerste heb ik niet echt snel bewegende onderwerpen in mijn omgeving. Ten tweede bleef het maar rotweer. En ten derde vind ik panningfoto’s niet mooi en dus niet leuk om te maken. Maar wie A zegt, moet B zeggen. Dus schakelde ik mijn dochter in en plande een fotoshoot op een dag dat het een paar uur droog zou zijn.

Mijn plan was om Nanook door hun achtertuin te laten rennen maar ik kreeg het niet voor elkaar om dat ienie-minie-hondje scherp op de foto te krijgen. Daarna liet ik Michelle zelf door de tuin rennen maar ook dat leverde niet meer op dan totaal wazige foto’s. Vervolgens bood schoonzoon Robby aan voorbij te rijden in zijn auto in een stille straat in de buurt.

Inmiddels regende het pijpenstelen en hield Michelle als volleerd assistente een paraplu boven mijn hoofd om mij en mijn camera droog te houden terwijl zij zelf kletsnat regende. Robby reed zo’n twintig keer voorbij  en tussen de vele mislukte foto’s zat er zowaar eentje die gelukt was.

Voor de tweede foto die ik in moest leveren, liet ik Mich voorbij fietsen met Nanook in de fietsmand. Ik probeerde rennende geitjes te fotograferen, ik liet een opwindmuis over tafel lopen en een balletje over het balkon rollen. Het werd allemaal niets. Uiteindelijk werd foto twee een opname van een rennende koe. Want terwijl ik ‘gewone’ foto’s stond te maken bij de koeien die voor het eerst weer naar buiten mochten, wijzigde ik bliksemsnel de instellingen van mijn camera en maakte – met meer geluk dan wijsheid – een min of meer panning-foto van een rennende koe.

Daarna was ik er helemaal klaar mee. Mijn panningfoto’s werden goed beoordeeld. En als beloning mocht ik van mezelf bloemen fotograferen. Die staan tenminste stil.

Miscommunicatie.

Ook al werkte het weer niet mee; het moest gebeuren. Grote schoonmaak van mijn balkon. Een keer per jaar, in de lente, haal ik alle vlonders van mijn balkon en veeg ik al het zand (en kattenhaar! Veel kattenhaar!) wat er onder terecht is gekomen op. Een prutklus maar daarna is alles wel lekker schoon.

De dag daarvoor waren we bij dochterlief gaan eten. ‘We hebben nog een stuk kunstgras over. Wil jij het hebben?’ vroeg ze. ‘Neuh’ antwoordde ik tussen twee happen door en daarmee was het onderwerp afgedaan. Maar toen ik naar mijn versleten vlonders zat te kijken, moest ik daar weer aan denken. Want mijn vlonders hebben hun beste tijd wel gehad. Ik was van plan mijn vlonders elke winter in de berging te leggen. Maar steeds als het winter werd, was ik daar te lui voor onze berging te vol. Ik zou de vlonders kunnen beitsen maar daar heb ik helemaal geen zin in. Een stukkie kunstgras zou dé oplossing zijn.

Dus ik appte mijn kind: ‘Hoe groot is dat kunstgras eigenlijk wat jullie over hebben?’ Kind appte terug: ‘4×5 ongeveer’. Wow! Mijn balkon is 3x2m2! Ik schoot meteen in stuitermodus en stapelde alle oude vlonders op. Ik veegde het vuil op terwijl ik me afvroeg of kunstgras zwaar is. Het is dat Michelle op dat moment niet thuis was, anders was ik al in de auto gesprongen om het kunstgras op te halen. Ongeduldig wachtte ik tot ze thuis was en het restant kunstgras opgemeten had. Ondertussen appte Michelle maar door over speciaal tape waarmee je stukjes kunstgras aan elkaar kunt plakken. Ik snapte er niks van. 4x5m2 was meer dan genoeg voor mijn balkon.

En toen was ze eindelijk thuis en dook ze meteen de schuur in om het restant kunstgras op te meten. Ze stuurde me een foto van een strook van 4 meter breed. En 85 centimeter lang. Dat gaat ‘m niet worden. Verwarring alom. Mich vroeg zich verbaasd af hoe ik kon denken dat ze maar liefst 20m2 kunstgras óver zouden hebben. Ik antwoordde dat ze dat zélf gezegd had en sloeg haar met haar eigen appje rond haar oren. Ze bleek het woord ‘over’ in mijn Whatsapp compleet gemist te hebben.

En natúúrlijk had ik gewoon mijn versleten vlondertjes terug kunnen leggen. Bij gebrek aan kunstgras. Maar iedereen die mij kent, weet dat dat geen optie meer was. Mijn dochter mist vier letters in een appje en – poef! – ik heb een nieuwe balkonvloer*. Zo gaan die dingen bij mij. Jammer  van de weersvoorspelling voor komende week.

*nog zo’n coronaregel waar ik zeer tevreden mee ben: de pick and collect-service van Ikea. Je bestelt je spullen en kiest een ophaalmoment. Je rijdt op het gekozen moment naar de Ikea-parkeerplaats en checkt in via de knop in de e-mail die je ontvangen hebt. En dan komt er iemand van Ikea de spullen naar je auto brengen! Juich! Ik zeg: houden zo! Niks meer aan doen!