Categorie archief: Dochterlief

Nanuk.

Vandaag is het 10 weken geleden dat Boefje overleed. Tien weken zonder onze gekke, lieve, vrolijke vriendje. En er gaat geen dag voorbij dat we niet aan ‘m denken. Soms, als ik op de fiets langs een plekje rijd waar we altijd wandelden, zucht ik hardop ‘Och mijn jochie, toch. We missen je zo.’ Als we ‘s avonds pinda’s eten, denken we aan Boef die, als-ie bij ons binnenkwam het hoogpolige kleed onder de tafel doorploegde op zoek naar gevallen pinda’s. Onderweg naar Breda kijken we elkaar aan als we de tunnel bij Utrecht in rijden. In gedachten bij Boef, die die lange tunnel toch altijd wel een beetje spannend vond.

En voor Michelle en Robby is het gemis nog veel groter. Geen vrolijk hondje dat je ‘s morgens wakker maakt. Geen blije kwispel als je thuis komt. Geen hondje, ‘s avonds gezellig bij je op de bank. Geen wandelingen in het bos of langs het strand. En altijd die stilte in huis. Mich en Robby, allebei opgegroeid met honden om hen heen, waren het er al snel over eens. Ooit zou er een nieuw hondje komen. Maar nu nog niet.

Toch kwam dat moment sneller dan verwacht. Omdat de stilte in huis toch wel heel erg stil was. Omdat ze nog helemaal in het uitlaat-ritme zaten. Omdat ze zo gewend zijn aan een hondje in huis. Een middag vrijblijvend puppy’s kijken, sloeg om in een heuse hondenzoektocht. Geen chihuahua, deze keer. En ook geen reutje. Omdat het nieuwe hondje vooral geen Boefje-look-a-like mocht zijn. Want we wisten dondersgoed dat een nieuw hondje wel zou helpen tegen het lege huis maar niet tegen het verdriet om Boef. Boef is en blijft onvervangbaar.

En toen kwam het nieuwe hondje. Een pomchi-puppy van 9 weken oud. Een meisje. Het verdriet om Boef is er nog steeds. Sterker nog; het was best een beetje wennen om Mich met een ander hondje te zien. En het deed best een beetje pijn om sommige spulletjes van Boef weer ‘in gebruik’ te zien. Want we missen Boef nog steeds. De meest speciale spulletjes van Boef staan, om voor altijd te bewaren, op de boekenplank. Zijn foto staat op de kast. En we zullen ‘m nooit vergeten.

Maar wat is het fijn om weer zo’n vrolijk hondje om ons heen te hebben. Wat is het leuk om weer te zien, hoe zo’n puppy de wereld ontdekt. Wat is het heerlijk om enthousiast welkom geheten te worden door een pluizige bolletje wol dat dolblij is om je te zien. En wat is het fijn dat Michelle en Robby weer een hondje in huis hebben.

Ze heeft ons hartje gestolen. Hier is ze dan. Onze Nanuk!

image

Blunder.

image

Verjaren blunders? Volgens mij wel. Dus kan ik, bijna twintig jaar na dato, een van mijn grootste blunders wel delen. Ter lering en vermaak.

Lang, lang geleden fietste ik elke dag met mijn dochter in het fietsstoeltje naar de plaatselijke kleuterschool. Op een dag waren er naast het kleuterschooltje stratenmakers aan het werk. Toen ik langsfietste werd ik door een van de heren enthousiast gegroet. Het bleek iemand te zijn die ik kende; Cedric, de beste vriend van Harry, met wie ik vroeger regelmatig ging stappen.

Contact met Harry had ik allang niet meer. Zo ging dat destijds, in het pre-Facebook-tijdperk. Je verloor elkaar gewoon uit het oog en dat was dat. Ik zwaaide enthousiast naar Cedric, zette dochterlief af op school en fietste naar mijn werk.

Iedere dag, wanneer ik mijn kleuter naar school bracht, groette Cedric vrolijk en ik zwaaide even vrolijk terug. Het verbaasde me dat Cedric als stratenmaker werkte. Ik wist nog dat hij goed kon leren en had wel verwacht dat hij was gaan studeren of zo. Maar ach, zelf kon ik ook best goed leren en toch fietste ik iedere dag naar mijn lullige kantoorbaantje. Zo gaat dat soms. Dus écht vreemd vond ik het niet.

Na een week zwaaien, groeten en roepen besloot ik toch eens een praatje te maken met Cedric. Op mijn vrije dag groette ik Cedric, zette ik mijn kind af op de kleuterschool en op de terugweg stopte ik naast Cedric om eens even bij te kletsen.

We maakten een gezellig praatje. Over het weer, zijn werk en mijn dochter. Tot ik uiteindelijk vroeg ‘Zie jij Harry nog wel eens?’ Cedric keek me verbaasd aan ‘Harry?’ vroeg hij. ‘Ja!’ hielp ik hem ‘Harry. Je weet wel. Jouw vriend destijds. Waar wij altijd mee gingen stappen.’ Cedric schudde resoluut zijn hoofd ‘Ik ken helemaal geen Harry.’

Ineens kwam het gruwelijke besef dat deze stratenmaker helemaal niet was, wie ik dacht dat hij was. Het was Cedric helemaal niet. Ik had een week lang naar een wildvreemde lopen zwaaien. Blozend heb ik me uit de voeten gemaakt, terwijl ik iets stamelde van ‘Ik dacht dat je iemand anders was’. En ik weet nog dat ik net zo lang omfietste tot de stratenmakers klaar waren zodat ik ‘Cedric’ niet meer onder ogen hoefde te komen.

Twintig jaar later lach ik erom. Ach ja, het zou járen duren voordat ik niet zo gruwelijk verlegen meer was. Twintig jaar later snap ik het pas: ik had gewoon ongelooflijk sjans!

Nathalie.

image

Wij zijn kleinbehuisd. Als je woont op 47m2 moet je opruimen, uitzoeken en weggooien. Spullen die we niet gebruiken verhuizen we naar de berging. Maar aangezien de ruimte daar ook beperkt is, moet ook daar opgeruimd en weggegooid worden. Ik word zo langzamerhand een kei in selectief bewaren. Je kunt nou eenmaal niet elk knutselwerkje van je kind, elk puzzeltje en elk knuffelbeestje bewaren. Ik hanteer inmiddels het fifo-systeem. First in, first out. Dus de oudste spullen gaan het eerst weg. Mijn spullen dus.

En zo stond ik op een middag weer eens te graaien in de doos met mijn kinderspeelgoed. In de grote doos zit mijn barbiekoffertje, met barbies, schoentjes en kleren. Wat boeken, wat knuffeltjes, een kleine lappenpop met kleertjes die mijn moeder gebreid heeft. En Nathalie.

Nathalie is een enorme babypop. Ik zal een jaar of zeven geweest zijn toen ik haar kreeg. Ze zat bovenop een schap in de Hema, met een rood hesje aan. Een échte babypop. Net zo groot als een flinke baby. Met een bos dik blond plastic haar en knalblauwe ogen, die dicht vielen als je haar op haar rug legde. Mijn eerste kind eigenlijk. Want ik nam mijn taak als poppenmoeder heel serieus. Dat bleek ook wel uit de naam die mijn poppenkind kreeg. Nathalie. Geen Pop. Geen Fientje. Geen Trees. Nee; Na-tha-lie.

Ik reed rond met Nathalie in de poppenwagen en verschoonde haar luiers. Ze zat bij me op schoot en ik zeulde uren rond met Nathalie. Dat hoorde zo want Nathalie was mijn kínd. En nu, veertig jaar later, stond ik met Nathalie in mijn armen in mijn Amsterdamse berging. Ik bekeek haar nog eens goed. Haar blonde haren waren stoffig en boven haar ogen zaten nog sporen van blauwe oogschaduw. Schijnbaar heeft Nathalie ooit een feestje gehad.

Nathalie is eigenlijk best groot, bedacht ik me. Ze neemt een hele hoop ruimte in beslag. Misschien werd het tijd om afscheid te nemen van Nathalie. “Wat denk jij, Nathalie?” vroeg ik haar. “Wordt het niet eens tijd dat jij op jezelf gaat wonen?” Onbewogen keek ze me aan met haar knalblauwe ogen. Rond haar mond dat kleine glimlachje. Nathalie was altijd al een tevreden kind.

Even overwoog ik nog om Nathalie haar kleertjes uit te trekken. Ze droeg een broekje en een truitje die ooit nog van Michelle geweest waren. Maar ik heb nog meer babykleertjes van Michelle bewaard. En ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om Nathalie in haar blote kont op straat te zetten. Dus mocht ze haar broek en trui houden.

Voor de laatste keer liep ik de deur uit. Met Nathalie op mijn heup. Voorzichtig zette ik haar op de grond naast de kliko. Nog een aai over haar bol. Nog een kushandje. Gek genoeg vond ik het toch een beetje treurig. Dag Nathalie! Pas je goed op jezelf?

Toen ik tien minuten later bij de kliko kwam, met een nieuwe doos afval, was ze verdwenen. Mijn Nathalie is de wijde wereld in. Ik hoop dat ze mooie avonturen beleeft. En nieuwe vrienden maakt. Maar ik ben ook een tikkie bezorgd. Ze zal toch niet meteen een coffeeshop induiken? Of in handen van een loverboy vallen? Je hoort zulke nare dingen tegenwoordig.
Het blijft toch je kind, hè?

Op de foto: Michelle en Nathalie in 1993.

24

image

Het had een prachtige vakantie moeten worden voor Michelle en Robby. Michelle had een complete roadtrip door Zuid Italië gepland. Op de Michelle-manier, wat betekent dat je heel erg veel kilometers maakt en heel erg veel moois ziet. Wie had kunnen bedenken dat Boefje op hun tweede vakantiedag dood zou gaan? Compleet onverwachts, door een acute darmontsteking. Toen ik het verschrikkelijke nieuws hoorde, móest ik Michelle wel bellen. We konden toch niet twee weken lang doen of alles in orde was? Dat zou ze me nooit vergeven. Dus belde ik. En 1500 kilometer van me vandaan hoorde ik haar hartje breken.

Mich en Robby gingen dapper door met vakantie vieren. Hoewel van vieren geen sprake meer was. Maar naar huis komen was zinloos. Daar kregen ze Boefje niet mee terug. En twee weken vakantie doorbrengen in een leeg huis, zonder Boef, was ook geen aantrekkelijk idee. Dus trokken Mich en Robby verder door Italië. Ergens bij Palinuro lieten ze een heliumballon in de vorm van een hondje los. Met kaartjes voor Boef er aan. Om er daarna het beste van te maken.

Wij relativeerden ons ondertussen te pletter thuis. Want natuurlijk; het is ‘maar’ een hondje. Een hondje dat weliswaar een veel te kort maar wel een prachtig leven heeft gehad. Terwijl de meeste chihuahua’s hun leven slijten in een wandelwagen of handtas, leefde Boef als een echte hond. Bos, strand, stedentrips. In de auto, de bus, de tram, de trein en op de fiets. Boef is overal geweest en heeft van alles gezien. Ons vrolijke Boevekontje. Maar verdrietig blijft het.

En zo werd het dan toch 17 september. De dag dat Michelle en Robby thuiskwamen. En Michelle’s 24ste verjaardag. Mixed emiotions. Ik was blij dat ik haar gebeld had. Dat ze het al wist. Ik moest er niet aan denken om haar nu nog te moeten vertellen dat haar lieve kleine vriendje er al twee weken niet meer is. Maar ik vond het verschrikkelijk dat ze thuis kwam in een leeg huis.

Daar stond ik dan. Op Schiphol. Ik stond hier wel vaker. De laatste keer nog met Boefje, die vol verwachting naar de schuifdeuren keek alsof hij wist dat zijn vrouwtje er aan kwam. Maar Boefje is er niet meer. Nu had ik alleen een doos tissues bij me. Want ik ken mezelf.

En toen waren ze er. En kon ik mijn dappere dochter eindelijk vasthouden en haar die grote knuffel geven die ik haar al twee weken zo graag wilde geven. Mijn jarig Jetje met haar gebroken hartje. En natuurlijk redt ze het wel. Ze heeft Robby, ze heeft ons, ze heeft zo veel lieve mensen om zich heen; het komt wel goed. Mijn grote dochter. Maar soms zou ik willen dat ze nog steeds 4 was in plaats van 24. En dat ik verdriet nog goed kon maken met een pleister, een kusje en een knuffel.