Categoriearchief: Dochterlief

Uncle Bob en de uitdaging – panning.

Lammetjes, Highlanders, de zee en Spike. Dat zijn de onderwerpen waar deze Uncle Bob foto’s van maakt. Verder blijk ik vrij inspiratieloos te zijn. En toen kwam ik op internet een fotografie-challenge tegen. Een soort cursus waarbij je een jaar lang elke maand een fotografie-opdracht krijgt. Aan het eind van de maand deel je de foto’s in een besloten Facebookgroep waarna ze beoordeeld worden. Ik besloot mee te doen en wachtte vol spanning op de eerste opdracht.

Dat bleek ‘panning’ te zijn. Panning (spreek uit: penning) wil zeggen dat je een snel bewegend voorwerp fotografeert. Door je camera op de juiste manier in te stellen en mee te bewegen met je onderwerp, staat je onderwerp scherp op de foto en is de achtergrond wazig waardoor je ‘beweging’ in je foto krijgt. Ik moest twee panning-foto’s inleveren.

Ik vond het een lastige opdracht. Ten eerste heb ik niet echt snel bewegende onderwerpen in mijn omgeving. Ten tweede bleef het maar rotweer. En ten derde vind ik panningfoto’s niet mooi en dus niet leuk om te maken. Maar wie A zegt, moet B zeggen. Dus schakelde ik mijn dochter in en plande een fotoshoot op een dag dat het een paar uur droog zou zijn.

Mijn plan was om Nanook door hun achtertuin te laten rennen maar ik kreeg het niet voor elkaar om dat ienie-minie-hondje scherp op de foto te krijgen. Daarna liet ik Michelle zelf door de tuin rennen maar ook dat leverde niet meer op dan totaal wazige foto’s. Vervolgens bood schoonzoon Robby aan voorbij te rijden in zijn auto in een stille straat in de buurt.

Inmiddels regende het pijpenstelen en hield Michelle als volleerd assistente een paraplu boven mijn hoofd om mij en mijn camera droog te houden terwijl zij zelf kletsnat regende. Robby reed zo’n twintig keer voorbij  en tussen de vele mislukte foto’s zat er zowaar eentje die gelukt was.

Voor de tweede foto die ik in moest leveren, liet ik Mich voorbij fietsen met Nanook in de fietsmand. Ik probeerde rennende geitjes te fotograferen, ik liet een opwindmuis over tafel lopen en een balletje over het balkon rollen. Het werd allemaal niets. Uiteindelijk werd foto twee een opname van een rennende koe. Want terwijl ik ‘gewone’ foto’s stond te maken bij de koeien die voor het eerst weer naar buiten mochten, wijzigde ik bliksemsnel de instellingen van mijn camera en maakte – met meer geluk dan wijsheid – een min of meer panning-foto van een rennende koe.

Daarna was ik er helemaal klaar mee. Mijn panningfoto’s werden goed beoordeeld. En als beloning mocht ik van mezelf bloemen fotograferen. Die staan tenminste stil.

Miscommunicatie.

Ook al werkte het weer niet mee; het moest gebeuren. Grote schoonmaak van mijn balkon. Een keer per jaar, in de lente, haal ik alle vlonders van mijn balkon en veeg ik al het zand (en kattenhaar! Veel kattenhaar!) wat er onder terecht is gekomen op. Een prutklus maar daarna is alles wel lekker schoon.

De dag daarvoor waren we bij dochterlief gaan eten. ‘We hebben nog een stuk kunstgras over. Wil jij het hebben?’ vroeg ze. ‘Neuh’ antwoordde ik tussen twee happen door en daarmee was het onderwerp afgedaan. Maar toen ik naar mijn versleten vlonders zat te kijken, moest ik daar weer aan denken. Want mijn vlonders hebben hun beste tijd wel gehad. Ik was van plan mijn vlonders elke winter in de berging te leggen. Maar steeds als het winter werd, was ik daar te lui voor onze berging te vol. Ik zou de vlonders kunnen beitsen maar daar heb ik helemaal geen zin in. Een stukkie kunstgras zou dé oplossing zijn.

Dus ik appte mijn kind: ‘Hoe groot is dat kunstgras eigenlijk wat jullie over hebben?’ Kind appte terug: ‘4×5 ongeveer’. Wow! Mijn balkon is 3x2m2! Ik schoot meteen in stuitermodus en stapelde alle oude vlonders op. Ik veegde het vuil op terwijl ik me afvroeg of kunstgras zwaar is. Het is dat Michelle op dat moment niet thuis was, anders was ik al in de auto gesprongen om het kunstgras op te halen. Ongeduldig wachtte ik tot ze thuis was en het restant kunstgras opgemeten had. Ondertussen appte Michelle maar door over speciaal tape waarmee je stukjes kunstgras aan elkaar kunt plakken. Ik snapte er niks van. 4x5m2 was meer dan genoeg voor mijn balkon.

En toen was ze eindelijk thuis en dook ze meteen de schuur in om het restant kunstgras op te meten. Ze stuurde me een foto van een strook van 4 meter breed. En 85 centimeter lang. Dat gaat ‘m niet worden. Verwarring alom. Mich vroeg zich verbaasd af hoe ik kon denken dat ze maar liefst 20m2 kunstgras óver zouden hebben. Ik antwoordde dat ze dat zélf gezegd had en sloeg haar met haar eigen appje rond haar oren. Ze bleek het woord ‘over’ in mijn Whatsapp compleet gemist te hebben.

En natúúrlijk had ik gewoon mijn versleten vlondertjes terug kunnen leggen. Bij gebrek aan kunstgras. Maar iedereen die mij kent, weet dat dat geen optie meer was. Mijn dochter mist vier letters in een appje en – poef! – ik heb een nieuwe balkonvloer*. Zo gaan die dingen bij mij. Jammer  van de weersvoorspelling voor komende week.

*nog zo’n coronaregel waar ik zeer tevreden mee ben: de pick and collect-service van Ikea. Je bestelt je spullen en kiest een ophaalmoment. Je rijdt op het gekozen moment naar de Ikea-parkeerplaats en checkt in via de knop in de e-mail die je ontvangen hebt. En dan komt er iemand van Ikea de spullen naar je auto brengen! Juich! Ik zeg: houden zo! Niks meer aan doen!

Uncle Bob maakt actiefoto’s.

Wat geef je kinderen die alles al hebben? Vlak voor Kerst 2019 wist ik niks te verzinnen dus gaf ik Michelle en Robby een cadeaubon voor een uur blowkarten op het strand. ‘Ik wil wel mee’, zei ik. ‘Dan kan ik oefenen om actiefoto’s te maken’. Het uitstapje werd regelmatig ingepland maar steeds weer afgezegd. Door corona. Door te weinig wind. Door te veel wind. Maar uiteindelijk lukte het. Vorige week zondag gingen Mich en Robby blowkarten op het strand in IJmuiden. En ik ging mee.

Het was koud. Heel erg koud. En eerlijk gezegd vond ik het eigenlijk een beetje saai. Ik weet niet wat ik verwacht had. Opspattend zand, karretjes die vlak langs me heen scheurden. Mich en Robby wild racend over het strand. In plaats daarvan stond ik van een afstandje te kijken hoe zij rondjes reden. Van het ene pionnetje naar het andere. Niks opspattend zand. En ze gingen best hard maar zó hard nou ook weer niet.

Uiteindelijk besloot ik het voor gezien te houden. Om niet dood te vriezen leek het me ook beter om een stukje te gaan lopen. Ik besloot foto’s te gaan maken van de vele kitesurfers. Ik vind het altijd zo mooi als ze het water zo hoog laten op spatten. Dus probeerde ik daar foto’s van te maken.

Tot een van de kitesurfers aan land kwam en me wenkte. Nieuwsgierig liep ik naar ‘m toe om te zien wat-ie wilde. Zag ik er zo professioneel uit dat-ie om foto’s zou vragen? Maar nee, hij wees ergens in de verte. ‘Zie je die gele kite? Daar nét achter ligt een blauwe in het water. Die jongen heeft problemen. Ik was net bij hem en het lijkt er op dat hij nu de kant wel gaat halen. Wil jij het in de gaten houden?’

De kitesurfer vertrok weer en ik stond aarzelend op het koude strand. Ehhh? In de gaten houden? Ik? Ik kon de blauwe kite amper zién. En dan? Moest ik er naar toe zwemmen of zo? Of moest ik 112 bellen? Het was erg druk met kitesurfers. Ze zouden het toch wel zien als een van hen in de problemen kwam? Heel in de verte zag ik de blauwe kite flapperend op het water liggen. Ik besloot er heen te lopen.

Met mijn telefoon in mijn hand, mijn camera allang opgeborgen, liep ik zo snel mogelijk over het strand, mijn ogen strak op de blauwe kite gericht. Maar zoals altijd op het strand, bleek de afstand groter dan ik dacht. En ik heb maar hele korte beentjes. Ik besloot een andere kitesurfer in te schakelen. Misschien kon er iemand heen surfen?

Wild gebarend stond ik bij de vloedlijn tot er een kitesurfer naar de kant kwam surfen. Ik wees de blauwe kite aan, vertelde dat ik van een andere surfer gehoord had dat die jongen problemen had. ‘Oh, dan moeten ze daar maar even gaan kijken’ zei de kitesurfer laconiek. En hop! Hij vertrok weer.

Ik staarde hem verbijsterd na. Toen ik daarna weer naar de blauwe kite keek, was hij verdwenen. Ik liep nog een stukje verder, dubbend wat ik moest doen. Tot mijn mobiel ging. Mich belde. Ze waren klaar met blowkarten en mij kwijt. Of ik hun kant op kon komen. Ik zuchtte eens diep en besloot het voor gezien te houden met mijn reddingsactie. De blauwe kite zag ik niet meer. Hij was óf gezonken óf het water uit. Ik hoopte het laatste en liep het hele stuk terug.

Eenmaal thuis bleef het me toch bezig houden. Ik hield het nieuws in de gaten. En ik googlede een paar keer op ‘kitesurfer IJmuiden’ maar er waren gelukkig geen berichten over een verdronken kitesurfer in IJmuiden. Eind goed, al goed. Denk ik. Ik was er wel klaar mee. Met actiefoto’s en reddingsacties. Het wordt tijd dat het beter weer wordt. Dan ga ik wel gewoon lammetjes fotograferen. Lekker rustig.