Categoriearchief: Ergernissen.

Ze doet het weer.

Bij ons thuis draaide er altijd wel iemand muziek. Alle genres waren vertegenwoordigd. Mijn oudere broer leerde mij, zittend in de kinderstoel, al “Ozzie” en “Blacksabbath” zeggen. Bohemian Rhapsody van Queen is voor mij de ultieme jeugdherinnering. Mijn zussen waren fan van The Partridge-family en David Cassidy. Mijn vader hield van country en mijn moeder luisterde graag naar BZN. En ik draaide als kind alle LP’s van Abba grijs op mijn pick-upje. Als mijn vader de herrie vanuit onze slaapkamers beu was, greep hij in. Hij was een man van weinig woorden. Hij mopperde niet, hij waarschuwde niet. Hij draaide gewoon beneden de stop eruit, zodat de stroom uit viel. En dan ging je LP steeds langzamer. Dan werden de stemmen van de favoriete artiesten steeds lager. Tot het uiteindelijk stil werd. En dan wist je dat je muziek te hard stond.

Nu ik groot ben, heeft mijn muzieksmaak zich verder uitgebreid. Ik houd van van alles. En sinds ik, door Corona, met de auto naar mijn werk ga, is zelfs mijn kennis van de Top 40 weer een beetje up to date. En er komt een heleboel voorbij dat ik leuk vind. En er komt ook een hoop voorbij wat in níet leuk vind. Daar heb ik meestal niet zo’n moeite mee. De vier minuten dat zo’n liedje gemiddeld duurt, zit ik geduldig uit. Maar er zijn een paar artiesten die ik écht niet aan kan horen. Nog geen twee minuten. Waarom niet? Geen idee.

Bij Davina Michelle gaat meteen de radio uit. Zij heeft iets in haar stem wat ik verschrikkelijk vind. Ook van Glennis Grace krijg ik acuut bloedende trommelvliezen. Uit moet die radio! Uit! Helemaal uit! Hoewel de beide dames ongetwijfeld goed kunnen zingen, vind ik ze altijd zo enorm schreeuwen. Nou wil het toeval dat Davina en Glennis ook niet echt types zijn waar ik graag bevriend mee zou zijn. Ze lijken mij te uitgesproken, te druk. Ik zou gillend gek worden als ze op mijn verjaardagsfeestje zouden zijn. Ik dacht altijd dat dat meespeelde bij mijn afkeer van hun muziek.

Afgelopen week heb ik ontdekt dat dat niet zo is. Want Adele maakte haar comeback. Ze denderde de Top 40 binnen en kwam meteen op de eerste plaats met haar nieuwe nummer ‘Easy on me‘. Ik vind Adele leuk. Echt! Ik vind haar geweldig in interviews. Ik vind haar een prachtige vrouw om te zien. Met een geweldige lach. Maar oh, oh, die muziek, hè! Prachtige stem heeft ze. Maar ze doet het weer! Van die uithaaltjes…  “Go éééééaééééásy on me”. Ik trek dat niet. Ik trek dat écht niet. Ik druk de uit-knop van mijn radio bijna door mijn dashboard heen in mijn haast om Adele het zwijgen op te leggen. Zo jammer. Want ze lijkt me zo’n leuk mens. Zij mag best op mijn verjaardagsfeestje komen. Lijkt me beregezellig! Als ze maar niet gaat zingen.

Bij wie zet jij de radio uit?

Verklarende woordenlijst voor jonge lezers:
Pick-up: Niet de vrachtwagen; dit betreft een elektrisch apparaat. Je kon er LP’s en singeltjes opleggen. Die gingen ronddraaien als je de pick-up aanzette. Daarna zette je een arm met daarin een naald op de LP en werd er muziek afgespeeld.
LP: Ook wel plaat genoemd. Zwarte plaat van vinyl met een gekleurd etiket in het midden. Er zaten groeven op. Als je daar de naald van de pick up in zette, werd er muziek afgespeeld. Dat moest je heel nauwkeurig doen. Als je niet voorzichtig genoeg deed, kreeg je een kras op je plaat, bleef hij hangen en speelde hij dus steeds hetzelfde stukje muziek af.
Stop: onderdeel van de elektrische installatie in een huis. Het is wat nu een aardlekschakelaar is. Het was een porseleinen kegel met schroefdraad die ter beveiliging in de groepenkast zat. Bij overbelasting of storing in een apparaat, sprong de stop en viel de stoom uit.

Nicky, de mensenvriend.

De vaste lezers hier weten het; ik háát winkelen. Maar dan ook écht! Uit het diepst van mijn hart. Helaas heb ik een nóg grotere hekel aan kleding bestellen. Ik ben te ongeduldig om thuis te passen, te constateren dat iets niet past of tegenvalt, de hele bende weer terug te moeten sturen en dan nóg niks te hebben. Dus zit er niets anders op dan mij af en toe toch onder de mensen te wagen. Zoals afgelopen week. Op zoek naar een nieuw hang-op-de-bank-pak. En dat is nogal wat want ik ben niet echt een mensenvriend.

 

Ik wil jullie graag deelgenoot maken van mijn diepste gedachten terwijl ik winkel.
Gevoelige zieltjes raad ik aan niet verder te lezen. In willekeurige volgorde is dit wat er zo ongeveer door mijn hoofd gaat tijdens een uurtje shoppen:

“Zo! Wat een koude wind, zeg! Gadverdamme!”

“Heb je hem weer met zijn lawaaibak. Donder op, jongen!”

“Ja, ik ga ook altijd midden op de stoep staan ouwehoeren. Heel handig!”

“Zul je zien dat ik ook nog een bui regen op mijn kop krijg.”

“Leuk zo’n motor. Maakt ook niet zoveel lawaai, he?”

“Halleluja! Wat staat die muziek hard! Het is een winkel, hoor. Geen disco!”

“Hè ja, joh! Ga even op je gemak je spullen inpakken bij de kassa.”

“Mijn hemel, wat schreeuwen die kinderen, zeg! Dat had er een van mijn moeten zijn!”

“Dus jij rijdt gewoon de hele middag rondjes zinloos door het dorp met je lawaaibak? Ga toch werken, man!”

“Kind, bewaar je traantjes toch. Je zult ze nog hard genoeg nodig hebben later.”

“Tuurlijk, joh! Ga lekker stilstaan vlak achter de toegangspoortjes. Goed bezig!”

“Handig, hè? Zo’n grote rugzak? Heb je fijn allebei je handen vrij terwijl je de hele doorgang blokkeert. Sukkel!”

“Als jij nou even de hengsels van je mandje goed doet, dan kan ik de mijne ook gewoon neerzetten. Idioot!”

“Och hemel, daar is die lawaaibak weer. Jij hebt écht geen leven, hè”

“Loop eens even door, zeg! Dat geteut ook altijd!”

“Goed voorbeeld ben je, zeg! Lekker met je kind achterop op de stoep fietsen!”

“Steek je hand dan uit, hansworst! Je ziet toch dat ik sta te wachten?”

Bloedchagrijnig, ondanks dat ik wel een hang-op-de-bank-pak gescoord heb, kom ik bij de deur van de flat aan en loop daar een pakketbezorger tegen het lijf, die op de bel van een van de buren drukt. Jasses! Ik voel de bui al hangen. Maar hij vraagt niks dus ik doe de deur open en loop naar binnen.

De pakketbezorger staat nog te wachten maar glipt uiteindelijk toch achter me aan, mee naar binnen. “Mevrouw, denkt u dat ik het pakket voor de deur kan leggen of wordt het dan gestolen?” Wat denk je zelf, vriend? Dus ik antwoord: “Ik denk dat in jouw functieomschrijving staat dat jij pakketten moet be-zór-gen.” “Ja maar, er is niemand thuis.” sputtert de pakketbezorger. “Dan moet je de procedure volgen die jullie afgesproken hebben, hè. En ik denk níet dat daar in staat dat jij je pakket zomaar voor de deur achter mag laten.” doceer ik, terwijl ik doorloop. “Ik zet het pakket hier neer. Dank u wel, mevrouw!” zegt de pakketbezorger en hij trekt snel de deur achter zich dicht.

Dank u wel, mevrouw? Dank u wel, mevrouw? Sodemieter op, zeg! Op zo’n moment wil ik eigenlijk alleen nog maar heel hard gillen. Of emigreren naar een onbewoond eiland of zo. Dat zit er helaas niet in. Maar vanavond kruip ik lekker met een boek en een beker thee op de bank. In mijn nieuwe hang-op-de-bank-pak. En voorlopig hoef ik de deur niet meer uit. Da’s beter. Voor iedereen.

*Bijschrift bij de foto: het is niet mijn gewoonte om Gifje te plaatsen. Maar deze is mijn favoriet. Mijn meest verstuurde Gifje in Whatsapp. Dit bén ik gewoon. Ten voeten uit. Zeker na een uurtje shoppen.

Getest voor jullie!

Omdat het lekker weer was, sliep ik met de balkondeur open. Die nacht kwam er een enorme spin voorbij. Die dacht ‘Hé! Die deur staat open. Ik ga ff binnenkijken.’ Ik heb zo mijn twijfels of een dichte deur spinnen tegen houdt (volgens mij is een klein kiertje voldoende) maar in dit geval kon meneer zo binnenwandelen. Hij zocht een lekker plekje recht tegenover het bed en vouwde zijn enorme poten behaaglijk in de hoek tussen de muur en het plafond om een tukkie te doen.

Toen ik de volgende dag wakker werd, was het eerste wat ik zag, die enorme spin recht tegenover me. Jasses! Ik ben niet echt bang voor spinnen. Maar ik heb ze liever niet binnen. Toch maak ik spinnen zelden dood. Niet uit eerbied voor het leven maar gewoon omdat ik geen zin heb in vlekken op mijn witte muren. Mijn voorkeur gaat uit naar de ‘wasbol met kaart-methode’ die over het algemeen prima werkt maar totaal ongeschikt is voor een spin die zichzelf strategisch in een hoekje heeft gevouwen.

Voor de zekerheid pakte ik toch een wasbol en een kaart en sprak de spin ferm toe. ‘Hé! Dat gaan we niet doen, vriend! Heb ik jou uitgenodigd om te komen logeren? Dacht het niet. Kom op! Kom naar beneden! Dan zet ik je lekker buiten.’ Maar de spin gaf geen sjoege. ‘Kom op! Ik tel tot drie!’ probeerde ik nog terwijl ik demonstratief de wasbol omhoog hield. Het maakte geen indruk. ‘Oké.’ sprak ik koelbloedig ‘Dan maak ik je dood’. En ik ruilde mijn wasbol en kaart in voor mijn supersonische stofzuiger.

Ik heb altijd mijn twijfels gehad over de stofzuigmethode om spinnen te vangen. Overleven ze de zuigkracht? De snelle vaart waarmee ze door de stofzuigerslang gezogen worden? Kunnen ze nog wel ademen onderweg? Want spinnen hebben dan wel geen longen maar ze krijgen zuurstof binnen via buisjes in hun lijf. Of kuiert zo’n spin op zijn dooie gemak de stofzuigerzak uit? Door de stofzuigerslang heen terug je huis in? Ik geef toe: ik heb in het verleden wel eens spinnen opgezogen die te groot waren voor de ‘wasbol-methode’. Om te voorkomen dat zo’n spin ‘s nachts mijn koelkast leeg zou vreten, heb ik mijn stofzuiger wel eens een nachtje in de tuin laten staan. Met voor de zekerheid een plastic zakje om de stofzuigerslang. Better safe than sorry.

Maar nu heb ik een Dyson-stofzuiger. Zo eentje zonder zak. En met een doorzichtig reservoir voor het stof dat je opzuigt. Dit was mijn kans om uit te vinden of een spin een ritje door een stofzuigerslang overleeft. Ik leegde het stofreservoir van de stofzuiger zorgvuldig, zette de zuigkracht op maximaal en richtte de stofzuigerslang op de spin. Hij stribbelde nog wat tegen maar mijn Dyson was sterker. De poten van de spin verloren hun grip op de muur en hij schoot, door de stofzuigerslang zó het reservoir in. Maar hé! Ik had ‘m gewaarschuwd. Voor de zekerheid liet ik de stofzuiger nog een half minuutje door zuigen voor ik hem uitzette. Daarna keek ik eens goed in het reservoir.

Ik zag de spin nog een laatste rondje maken en stuiterend tot stilstand komen op de bodem van het reservoir. Of nou ja… Spin? Eigenlijk was er geen sprake meer van een spin. Op de bodem van het reservoir lag een zwart bolletje. Van zijn spanwijdte van vier centimeter was niets meer over. Ik vermoed dat de doodsoorzaak een schedelbasisfractuur was. In combinatie met zuurstoftekort, inwendige bloedingen en acht gecompliceerde beenbreuken ben je natuurlijk kansloos, als spin. Hij was het hoekje om. Hartstikke dood. Kassiewijlen*.

Dus…
De conclusie van mijn experiment:
Ja, spinnen gaan inderdaad dood als je ze op stofzuigt.
Doe er je voordeel mee komende herfst.
Geen dank. Graag gedaan.

* Ja, ik weet het: spinnen leven in paren. Maar de treurende weduwe heeft zich nog niet laten zien.

Rituals of Sakura.

Een tijdje terug kreeg ik een setje producten van Rituals. Een flesje handzeep, een tube bodyscrub, een tube bodymilk en een spuitbusje doucheschuim in een mooi doosje met de prachtige naam ‘Rituals of Sakura’ De flesjes stonden een tijdje in de badkamerkast tot ik na een zware dag hard toe was aan een ultiem relaxmomentje. Op de verpakking las ik: ‘Tijdens de eeuwenoude Hanami ceremonie in Japan viert men de schoonheid van de Sakura bloesem. Deze kersenbloesem symboliseert dat het leven en schoonheid vluchtig zijn en dat je er dus vol overgave van moet genieten.’ Dus ik besloot eens flink vol overgave te gaan genieten. Want voor je het weet, zijn je leven én je schoonheid vervlogen.

Met zo’n tekst zie je het helemaal voor je: zo’n slanke Japanse, in zo’n badkamer die op een Spa lijkt. Met schermen van rijstpapier en zen gestapelde stenen, weelderige groene planten en dikke witte handdoeken. Bevallig laat ze haar zijden kimono van haar schouders glijden, stapt ze onder het stromende water en verdeelt ze dat heerlijke doucheschuim over haar gladde huid terwijl de hele badkamer ruikt naar kersenbloesem. En ze geniet. Vol overgave.

Hoe anders is de werkelijkheid. Mijn badkamer lijkt in de verste verte niet op een Spa. Er staat één plastic namaak-plant en mijn handdoeken zijn verwassen rood. Ik heb geen zen gestapelde stenen en schermen van rijstpapier in mijn badkamer. Wel twee volle wasmanden met vuile was. En niks zijden kimono en bevallige schouders. Ik ben gewoon een iets te dikke, struise Brabantse met een oude badstoffen badjas. En eigenlijk had ik drie dagen geleden mijn benen moeten scheren. Maar ha! Ik had dus wel dat fantastische doucheschuim waar ik eens vol overgave keihard van zou gaan genieten.

Verwachtingsvol stapte ik onder de douche met mijn spuitbusje doucheschuim. Maar ik kreeg het niet voor elkaar om het knopje in te drukken om dat hemelse spul met de geur van kersenbloesem te voorschijn te laten komen. Kwam vast door mijn natte handen, bedacht ik. Dus stapte ik weer onder de douche vandaan, droogde mijn handen af en stapte terug onder de douche, angstvallig proberend mijn handen én het spuitbusje droog te houden.

Maar nee, dat werkte ook niet. Ik kon gewoon niet genoeg kracht zetten. Het leek er op dat ik twee handen nodig zou hebben om het knopje in te drukken. Maar waar laat je dan het doucheschuim, hè? Uiteindelijk wist ik maar één oplossing te bedenken. Ik klemde het spuitbusje doucheschuim overdwars tussen mijn buik en de tegels van de douche en hield mijn handen er onder. Boffen dat ik geen tengere Japanse ben met maatje 36! Ik gooide al mijn gewicht in de strijd en jawel! Er kwam zowaar doucheschuim te voorschijn. Het merendeel liep langs de badkamertegels regelrecht het putje in maar het beetje wat ik op wist te vangen, rook inderdaad lekker. En het was nét genoeg om mezelf in te zepen.

Maar om nou te zeggen dat ik vol overgave genoten heb?
Nee. Niet echt. Gevloekt heb ik wel. Vol overgave.
Dat dan weer wel.