Categoriearchief: Ergernissen.

Getest voor jullie!

Omdat het lekker weer was, sliep ik met de balkondeur open. Die nacht kwam er een enorme spin voorbij. Die dacht ‘Hé! Die deur staat open. Ik ga ff binnenkijken.’ Ik heb zo mijn twijfels of een dichte deur spinnen tegen houdt (volgens mij is een klein kiertje voldoende) maar in dit geval kon meneer zo binnenwandelen. Hij zocht een lekker plekje recht tegenover het bed en vouwde zijn enorme poten behaaglijk in de hoek tussen de muur en het plafond om een tukkie te doen.

Toen ik de volgende dag wakker werd, was het eerste wat ik zag, die enorme spin recht tegenover me. Jasses! Ik ben niet echt bang voor spinnen. Maar ik heb ze liever niet binnen. Toch maak ik spinnen zelden dood. Niet uit eerbied voor het leven maar gewoon omdat ik geen zin heb in vlekken op mijn witte muren. Mijn voorkeur gaat uit naar de ‘wasbol met kaart-methode’ die over het algemeen prima werkt maar totaal ongeschikt is voor een spin die zichzelf strategisch in een hoekje heeft gevouwen.

Voor de zekerheid pakte ik toch een wasbol en een kaart en sprak de spin ferm toe. ‘Hé! Dat gaan we niet doen, vriend! Heb ik jou uitgenodigd om te komen logeren? Dacht het niet. Kom op! Kom naar beneden! Dan zet ik je lekker buiten.’ Maar de spin gaf geen sjoege. ‘Kom op! Ik tel tot drie!’ probeerde ik nog terwijl ik demonstratief de wasbol omhoog hield. Het maakte geen indruk. ‘Oké.’ sprak ik koelbloedig ‘Dan maak ik je dood’. En ik ruilde mijn wasbol en kaart in voor mijn supersonische stofzuiger.

Ik heb altijd mijn twijfels gehad over de stofzuigmethode om spinnen te vangen. Overleven ze de zuigkracht? De snelle vaart waarmee ze door de stofzuigerslang gezogen worden? Kunnen ze nog wel ademen onderweg? Want spinnen hebben dan wel geen longen maar ze krijgen zuurstof binnen via buisjes in hun lijf. Of kuiert zo’n spin op zijn dooie gemak de stofzuigerzak uit? Door de stofzuigerslang heen terug je huis in? Ik geef toe: ik heb in het verleden wel eens spinnen opgezogen die te groot waren voor de ‘wasbol-methode’. Om te voorkomen dat zo’n spin ‘s nachts mijn koelkast leeg zou vreten, heb ik mijn stofzuiger wel eens een nachtje in de tuin laten staan. Met voor de zekerheid een plastic zakje om de stofzuigerslang. Better safe than sorry.

Maar nu heb ik een Dyson-stofzuiger. Zo eentje zonder zak. En met een doorzichtig reservoir voor het stof dat je opzuigt. Dit was mijn kans om uit te vinden of een spin een ritje door een stofzuigerslang overleeft. Ik leegde het stofreservoir van de stofzuiger zorgvuldig, zette de zuigkracht op maximaal en richtte de stofzuigerslang op de spin. Hij stribbelde nog wat tegen maar mijn Dyson was sterker. De poten van de spin verloren hun grip op de muur en hij schoot, door de stofzuigerslang zó het reservoir in. Maar hé! Ik had ‘m gewaarschuwd. Voor de zekerheid liet ik de stofzuiger nog een half minuutje door zuigen voor ik hem uitzette. Daarna keek ik eens goed in het reservoir.

Ik zag de spin nog een laatste rondje maken en stuiterend tot stilstand komen op de bodem van het reservoir. Of nou ja… Spin? Eigenlijk was er geen sprake meer van een spin. Op de bodem van het reservoir lag een zwart bolletje. Van zijn spanwijdte van vier centimeter was niets meer over. Ik vermoed dat de doodsoorzaak een schedelbasisfractuur was. In combinatie met zuurstoftekort, inwendige bloedingen en acht gecompliceerde beenbreuken ben je natuurlijk kansloos, als spin. Hij was het hoekje om. Hartstikke dood. Kassiewijlen*.

Dus…
De conclusie van mijn experiment:
Ja, spinnen gaan inderdaad dood als je ze op stofzuigt.
Doe er je voordeel mee komende herfst.
Geen dank. Graag gedaan.

* Ja, ik weet het: spinnen leven in paren. Maar de treurende weduwe heeft zich nog niet laten zien.

Rituals of Sakura.

Een tijdje terug kreeg ik een setje producten van Rituals. Een flesje handzeep, een tube bodyscrub, een tube bodymilk en een spuitbusje doucheschuim in een mooi doosje met de prachtige naam ‘Rituals of Sakura’ De flesjes stonden een tijdje in de badkamerkast tot ik na een zware dag hard toe was aan een ultiem relaxmomentje. Op de verpakking las ik: ‘Tijdens de eeuwenoude Hanami ceremonie in Japan viert men de schoonheid van de Sakura bloesem. Deze kersenbloesem symboliseert dat het leven en schoonheid vluchtig zijn en dat je er dus vol overgave van moet genieten.’ Dus ik besloot eens flink vol overgave te gaan genieten. Want voor je het weet, zijn je leven én je schoonheid vervlogen.

Met zo’n tekst zie je het helemaal voor je: zo’n slanke Japanse, in zo’n badkamer die op een Spa lijkt. Met schermen van rijstpapier en zen gestapelde stenen, weelderige groene planten en dikke witte handdoeken. Bevallig laat ze haar zijden kimono van haar schouders glijden, stapt ze onder het stromende water en verdeelt ze dat heerlijke doucheschuim over haar gladde huid terwijl de hele badkamer ruikt naar kersenbloesem. En ze geniet. Vol overgave.

Hoe anders is de werkelijkheid. Mijn badkamer lijkt in de verste verte niet op een Spa. Er staat één plastic namaak-plant en mijn handdoeken zijn verwassen rood. Ik heb geen zen gestapelde stenen en schermen van rijstpapier in mijn badkamer. Wel twee volle wasmanden met vuile was. En niks zijden kimono en bevallige schouders. Ik ben gewoon een iets te dikke, struise Brabantse met een oude badstoffen badjas. En eigenlijk had ik drie dagen geleden mijn benen moeten scheren. Maar ha! Ik had dus wel dat fantastische doucheschuim waar ik eens vol overgave keihard van zou gaan genieten.

Verwachtingsvol stapte ik onder de douche met mijn spuitbusje doucheschuim. Maar ik kreeg het niet voor elkaar om het knopje in te drukken om dat hemelse spul met de geur van kersenbloesem te voorschijn te laten komen. Kwam vast door mijn natte handen, bedacht ik. Dus stapte ik weer onder de douche vandaan, droogde mijn handen af en stapte terug onder de douche, angstvallig proberend mijn handen én het spuitbusje droog te houden.

Maar nee, dat werkte ook niet. Ik kon gewoon niet genoeg kracht zetten. Het leek er op dat ik twee handen nodig zou hebben om het knopje in te drukken. Maar waar laat je dan het doucheschuim, hè? Uiteindelijk wist ik maar één oplossing te bedenken. Ik klemde het spuitbusje doucheschuim overdwars tussen mijn buik en de tegels van de douche en hield mijn handen er onder. Boffen dat ik geen tengere Japanse ben met maatje 36! Ik gooide al mijn gewicht in de strijd en jawel! Er kwam zowaar doucheschuim te voorschijn. Het merendeel liep langs de badkamertegels regelrecht het putje in maar het beetje wat ik op wist te vangen, rook inderdaad lekker. En het was nét genoeg om mezelf in te zepen.

Maar om nou te zeggen dat ik vol overgave genoten heb?
Nee. Niet echt. Gevloekt heb ik wel. Vol overgave.
Dat dan weer wel.

Uncle Bob is chagrijnig.

Een Uncle Bob-log zat eigenlijk nog niet in de planning (voor de oplettende lezer: 1 op de 4). Maar er werd sneeuw verwacht vorig weekend. Veel sneeuw. Ik kwam zaterdagmiddag terug uit Brabant en parkeerde opgelucht mijn auto. Net vóór de bui binnen! En ik was van plan om tijdens die hele sneeuwperiode niet meer tevoorschijn te komen.

Maar in mijn inbox zat een e-mail van één van mijn lezeressen, wiens naam ik niet zal noemen, waarin ze op strenge toon Uncle Bob de sneeuw injoeg. Gelukkig deelde ze ook veel fotografietips! En zo kon het gebeuren dat ik die zondag redelijk enthousiast in een heuse sneeuwstorm door het dorp ploegde. Ik besloot foto’s te gaan maken bij de kerk. Misschien waren de graven van de Britse soldaten wel mooi in de sneeuw. Maar het waaide te hard dus de sneeuw bleef nergens mooi óp liggen. Alleen op de grond. Teleurgesteld ging ik naar huis. Mijn voeten haast bevroren in mijn snowboots.

Die maandag werkte ik thuis, gelukkig. Ik maakte een klein ommetje ‘s avonds en liet het daarbij. Dat je ráár loopt op snowboots, voelde ik de volgende dag in mijn enkels. Toch moest ik nog even door. Ik moest dinsdag naar kantoor en besloot met de trein te gaan want de sprinters reden. Dus banjerde ik op mijn snowboots naar het station en inderdaad, de sprinters reden. Het ging perfect! Het was rustig in de trein en ik kwam keurig op tijd op mijn werk aan.

Maar de terugweg was drama. Het was veel te druk in de trein. Bovendien strandde mijn sprinter in Wormerveer. Ik liep een half uur rondjes op station Wormerveer om warm te blijven. Inmiddels begon, behalve mijn enkels, ook mijn rug te protesteren tegen mijn lompe snowboots. Met de volgende sprinter, als haringen in een ton (Hallo! Corona!) kwam ik uiteindelijk thuis. Om half zeven ‘s avonds.

Ik besloot op mijn vrije woensdag de auto uit te graven zodat ik vrijdag met de auto weg kon. Een behulpzame overbuurman schoot me te hulp en binnen no time was mijn autootje sneeuwvrij. ‘s Middags besloot ik weer met mijn camera op pad te gaan. Want mijn baas heeft een winterfoto-wedstrijd uitgeschreven en ik heb een reputatie hoog te houden.

Maar eerst kocht ik een doosje chocolade voor mijn behulpzame overbuurman. Dat bleek heel onhandig. Ik wandelde naar chateau Marquette en de hele tocht bungelde het tasje met chocolade irritant tegen mijn been. Ik liep vijf kilometer op mijn snowboots. En écht! Ik wist niet dat het kon maar ik kreeg een bláár! Bij vijf graden onder nul. Hoe dan? En mijn enkels deden pijn. En mijn rug. En ik maakte géén bijzondere foto’s.

Donderdag werkte ik thuis. En om half vijf trok ik wéér die @€*#snowboots aan en ging wéér op pad. Naar de Noordermaatweg waar ook al niks te zien was. Ik stond een half uur bibberend te kijken hoe twee zwanen op het ijs zaten. En nét toen ik mijn camera wegstopte, kwamen ze in actie. Dus de enige foto die nog iets had kunnen worden, was niet scherp.

Die vrijdag ging ik met de auto naar mijn werk. Ging prima. Afgelopen weekend wandelde ik een paar kleine rondjes. Maar verder bleef ik binnen. Mijn voorhoofd en mijn schenen jeuken chronisch door de droge lucht. Mijn haar is statisch en mijn handen zijn zó schraal dat ik mezelf ermee open haal. En op een of andere manier heb ik het steeds zo koud dat ik het liefst in de droger zou kruipen.

Mijn humeur is tot een dramatisch dieptepunt gedaald. Ik betrap mezelf er op dat ik constant loop te mopperen. ‘Haat! Dikke vette haat!’ roep ik regelmatig tegen niemand in het bijzonder. Ik smijt met deuren en ik zucht, kreun en steun de hele dag door. Alles is stom. Alles is superstom! Haat! Dikke, vette haat!

Maar morgen, jongens! Vanaf morgen stijgt de temperatuur. Het gaat weer de goede kant op! Ik leg mijn bikini alvast klaar en wil bij deze mijn excuses aanbieden aan iedereen die ik beledigd, afgesnauwd en/of geshockeerd heb afgelopen week. Het spijt me. Ik was mezelf niet. Vanaf volgende week gaat het beter. Beloofd!

Uncle Bob op Kerst-safari.

Het was prachtig weer afgelopen weekend en uncle Bob was graag de duinen in gegaan om foto’s maken. Maar met mooi weer, vind ik het vaak te druk daar dus bleef ik thuis. Het werd zo’n rommel weekend. Ik deed een wasje, ik poetste een beetje, ruimde kasten op en las in mijn boek. Ik maakte alleen een ommetje omdat dat moet van haar.

Maar op zondagavond zag ik in de Faceboekgroep van ons dorp dat iemand foto’s geplaatst had van kerstbomen op het strand. Kerstbomen op het strand! Hoe leuk is dat? Ik had spijt als haren op mijn hoofd dat ik niet naar het strand gefietst was. Want dát zou nou een leuk plaatje zijn om jullie fijne feestdagen te wensen!

Maar ik had nog een kans: maandag. Omdat ik mijn vrije woensdag geruild had met mijn collega. De rest van de week zou ik op kantoor zitten. Dus het móest! Die maandag! Jammer genoeg zou het die maandag ‘s middags gaan regenen.

Jullie weten dat deze Uncle Bob het altijd laat maakt en graag uitslaapt. Maar deze Uncle Bob zat op maandagmorgen om half tien al op de fiets om voor jullie een foto te gaan maken op het strand, voordat het zou gaan regenen. Twintig minuten fietsen, hè! Op de vroege morgen. Op mijn vrije dag. Ik schrok er zelf ook van! Maar hé! Voor mijn trouwe weblog-vriendinnen en -vriend heb ik dat over.

En natuurlijk; wekenlang hoopte ik Schotse hooglanders tegen te komen en zag ik ze niet. En terwijl ik nu gewoon onderweg was naar de kerstbomen op het strand, zag ik ineens de hele kudde op hun gemakje langs het pad kuieren. ‘Doorfietsen’, zei ik tegen mezelf ‘Naar de kerstbomen’. ‘Buitenkansje!’ schreeuwde de Uncle Bob in mij. Ik fietste de hooglanders voorbij en stopte.

Ik doe alles altijd heel rustig en doordacht in de buurt van die beesten. Want ze zijn te groot om ruzie mee te krijgen. Ik pakte mijn camera en bleef even stil staan zodat ze een beetje aan me konden wennen. ‘Wat doet die mevrouw? Oh, niks. Dan grazen we lekker door.’

En toen kwam van de andere kant de kudde wilde paarden aan wandelen. Tot mijn verbazing bleef het voorste paard verschrikt staan. ‘Oh, hallo!’ zei ik zachtjes. ‘Uhhh, maar jullie kennen elkaar toch?’ Daar stond ik, moederziel alleen midden in de duinen. Met aan de ene kant een kudde hooglanders en aan de andere kant een kudde wilde paarden.

Terwijl ik me nog doodstil af stond te vragen of dat gevaarlijk was, kwam er ineens een wielrenner om de hoek zeilen, rakelings langs de kudde hooglanders. Het was zo’n – en ik mag het zeggen want ik ben er zelf een – te dikke vijftig-plusser in een te strakke zeemleren broek met een fluorescerend trainingsjack over zijn te dikke buik. En van onder zijn knalroze fietshelm schreeuwde hij me keihard toe ‘Je hebt ze lekker onrustig gemaakt, zeg!’

Verbijsterd keek ik zijn dikke kont na terwijl hij in volle vaart langs de toch al verschrikte paarden verdween. Pardon? Ik stónd daar alleen maar. Idioot! Nee, van joú worden ze blij. Met je lelijke kleuren en je geschreeuw! Ik was zó boos dat ik spontaan vergat bang te zijn.

Rustig liep ik iets (echt maar iets) dichter naar de hooglanders toe terwijl ik ze zachtjes toesprak ‘Wat een nare meneer, hè. Niks van aantrekken, hoor. En let maar niet op mij. Ik wil alleen een mooie foto van jullie. Mag dat?’ Geen idee of ze me hoorden op die afstand. Maar ik had hun aandacht. En ik maakte foto’s. Scherpe foto’s! Eindelijk!

Die foto van die kerstbomen op het strand was iets minder spectaculair dan ik in gedachten had. Maar dat geeft niks; mijn dag kon niet meer stuk. Uncle Bob is blij.

Ik wens jullie, ondanks deze rare tijd, hele fijne Kerstdagen. Op afstand of samen. Maak er iets moois van en blijf vooral gezond.