Categorie archief: Ergernissen.

De laatste vakantieweek: project kast.

Worteltjestaart 🥕

De vrijdag dat ik in Groningen was, zou onze nieuwe kledingkast geleverd worden. We waren ineens de enorme, rode, gammele bakbeesten die we hadden beu. Na drie verhuizingen en nog afstammend uit onze smokingdays waren ze niet echt fris meer. Dus kochten we bij Gamma, in een opwelling, twee nieuwe, frisse, witte kasten. 

Terwijl ik in Groningen op het terras zat met dochterlief – taartje nummer drie naar binnen werkend – belde de bezorger. ‘Het is markt in uw straat. Ik kan niet bij uw huis huis komen’. Ik probeerde de beste man uit te leggen dat dat wél kon. Dat hij achterom moest, dat mijn man de achterdeur dan open zou doen en dat hij zo bij de lift kon komen. Maar dat snapte hij niet. ‘En er moet ook iemand helpen dragen’ meldde hij bovendien. Ja, dikke doei! € 50,- bezorgkosten betalen en zelf dragen? Dacht het niet! Bovendien was ik worteltaart aan het eten. En als ik taart eet, heb ik geen zin in gezeur. ‘Neem de boel maar lekker mee terug!’ mopperde ik. En ik at verder.

Twee minuten later – kan een mens nou nooit eens rustig taart eten? – belde de baas van de bezorger. ‘Onze bezorger zegt dat uw man niet thuis is. Alleen uw kinderen zijn thuis.’ Ik ontplofte enigszins en zat meteen óp de kast. De kast die niet geleverd zou worden. ‘Mijn man is slecht ter been. Die is écht wel thuis. Bovendien heb ik maar één kind. En die zit hier nu voor me. Taart te eten. Dus uw bezorger kletst uit zijn nek. Daarnaast gaan wij niks tillen, hè. Neem de boel maar weer fijn mee terug. Ik bel morgen Gamma wel.’ foeterde ik. Dit was zo’n moment dat ik baal van mobiele telefonie. Omdat ik het liefst keihard de hoorn er op gegooid had. 

Om een lang verhaal kort te maken: ik belde Gamma en maakte een nieuwe afspraak voor maandag. Die maandag – de eerste dag van mijn laatste vakantieweek – belde Gamma. ‘Kunnen we de kasten bezorgen?’ Geen probleem; ik was thuis. ‘Brengen ze de boel boven?’ vroeg ik. ‘Ja, hoor!’ antwoordde mevrouw Gamma. ‘Met de bezorgservice gaat het niet lukken. We sturen even twee van onze eigen jongens’. Topservice van Gamma! De kasten werden netjes boven afgeleverd. Met een karretje. Geen probleem. Niks helpen dragen. Ik heb de heren fooi gegeven en uitgelegd waar het lekkerste ijs van het dorp te koop is.

Daarna was ik drie dagen zoet. Maandag met het demonteren van onze oude, enorme Pax-kast. Kwaliteit, hoor. Maar loeizwaar. En dat spul moest allemaal naar beneden gesleept worden. Maar wie niet sterk is, moet een decoupeerzaag hebben. Ik zaagde acht planken van 2.45 meter doormidden en sleepte me alsnog een bult. Want je planken zijn dan wel korter maar je hebt er ook twee keer zoveel. Duh. Dinsdag zette ik de eerste nieuwe kast in elkaar. En woensdag met de tweede. Toen had ik nog twee vakantiedagen over.

Die donderdag hield ik een opruim-sessie hield waar Marie Kondo nog wat van kan leren. Maar liefst zeven (!) vuilniszakken met kleding bracht ik naar de textielbak. En het kostte me geen enkele moeite. Maar dat kwam misschien omdat het niet mijn kleding was maar die van mijn wederhelft. En nee, wees gerust; hij mocht mee beslissen. En hij heeft tot nu toe nog elke dag iets gevonden om aan te trekken. Wat bewijst dat er genoeg kleding over is.

Vrijdag was het eindelijk klaar. Mooie nieuwe kasten, meer ruimte in onze studeerkamer én een uitgezochte garderobe.  Hoe was het ook al weer? Een opgeruimd huis zorgt voor een opgeruimde geest? 

Het laatste weekend van mijn vakantie lag ik voor apegapen op de bank. Met mijn opgeruimde geest. Want de rest van mij was – na vier dagen sjouwen, slepen en schroeven – compleet gesloopt.

Voor en na…

E-mailprobleem.

En ineens kon ik niet meer reageren op weblogjes. De meest humoristische opmerkingen, diepzinnige gedachten en prachtige, poëtische volzinnen liet ik bij jullie achter. Maar als ik op ‘plaatsen’ klikte, waren ze verdwenen. Disparu. Kwijt. Weg. Lost in cyberspace.

In het begin dacht ik nog dat het aan mij lag. Dat ik iets verkeerd deed (“Huh? Ik klikte toch op ‘plaatsen’?”). Ik probeerde mijn prachtige reacties nog een keer te reproduceren. En nóg een keer. Maar er gebeurde niks.

“Het zijn de cookies!” bedacht ik me. Met enige moeite vond ik de koektrommel op mijn iPad en gooide hem leeg. Zonder succes. Dan niet! Boos gooide ik mijn iPad aan de kant en trok mijn telefoon te voorschijn. Ha! Maar zonder succes. Zelfs met een lege koektrommel lukte het, ook op mijn telefoon, niet om te reageren.

Niet voor één gat te vangen zwengelde ik vervolgens mijn laptop aan. Internet Explorer, Chroom, zelfs Firefox heb ik geprobeerd. Ik verwijderde honderden cookies maar zonder resultaat. Op mijn scherm zag ik talloze leuke, lieve en grappige logjes voorbij zag komen. Ik reageerde wel, hoor. Echt. Wild zwaaiend schreeuwde ik “Hallo! Ik ben hier!” Maar jullie hoorden mij niet. Ik was totaal monddood. En heel eenzaam.

Uiteindelijk ontdekte ik dat het niets te maken had met cookies maar met mijn e-mailadres. Mijn vaste Nicky0607 e-mailadres dat ik al sinds 2007 gebruik en waarmee ik ooit een weblog aanmaakte bij WordPress, voor ik mijn eigen domeintje kreeg. Het e-mailadres dat verwijst naar mijn oude WordPress-account in plaats van maar mijn eigen domeintje. 

Waarom dat nu ineens een probleem was? Geen idee! Internet’s wegen zijn ondoorgrondelijk. Maar gelukkig heb ik nog een Gmailadres! Eentje die ik nooit gebruik maar die ik nu, voor de gelegenheid, maar even afgestoft heb. Dat e-mailadres waar mijn volledige voornaam én achternaam in vermeld worden. Hoezo privacy?

Eerlijk gezegd kan het me helemaal niet schelen dat jullie nu allemaal weten hoe ik in real life heet. Ik vind het ook helemaal niet erg dat jullie nu massaal Facebook-vriendjes met mij willen worden, mij enorm gaan Googelen en gaan kijken hoe mijn collega’s er uit zien (valt best mee, toch?). Ik schaam me nergens voor. Er is alleen dat éne nadeel. Want mijn voor- en achternaam zijn zo lang dat ik me helemaal te pletter typ. Bovendien wil ik gewoon mijn eigen vertrouwde Nicky0607 e-mailadresje gebruiken!

Toen kreeg ik het geweldige idee om het e-mailadres bij mijn oude WordPress account te wijzigen. Als ik daar nou eens mijn Nicky0607 e-mailadres zou veranderen in mijn Gmailadres, dan kon ik mijn Nicky0607-adres gewoon weer gebruiken! Briljant, toch? Helaas bleek dat niet te werken. Sterker nog; nadat ik het e-mailadres bij WordPress had gewijzigd kon ik Nicky0607 én mijn Gmailadres niet meer gebruiken. Fijn.

Briesend heb ik vervolgens mijn oude WordPress-account volledig verwijderd. Dat zal ze leren! Over 30 dagen komt Gmail e-mailadres hopelijk weer vrij. En wie weet? Misschien mijn oude vertrouwde Nicky0607 e-mailadresje ook wel. Als ik nu op weblogjes reageer, vul ik als e-mail adres zomaar iets in. Ik verzin maar wat, jongens. Maar ach, jullie weten wel dat ik het ben. Toch?

De credits voor de foto gaan naar Michelle en Nanook. Thanks, moppies! ❤️

 

Een Chinees drama.

Op een luie zondag besloten we eens lekker makkelijk uit eten te gaan. De Chinees zou het worden. En niet onze ‘vaste’ Chinees; deze keer zouden we ‘vreemd gaan’ en bij de concurrent gaan eten. We belden om een tafeltje te reserveren om 18.00 uur en keurig op tijd schoven wij aan.

Onder het genot van een drankje bekeken we de menukaart en besloten te gaan voor een of ander rijstgerecht voor twee personen. We gaven onze keuze door en leunden tevreden achterover. Ondertussen stroomde het restaurant vol. Slim van ons om van te voren te reserveren! Het voorgerecht werd vlot geserveerd. Iets soeperigs en mini loempiaatjes. Niet echt mijn favoriet maar ik had honger dus at ik van allebei de helft. Daarna was het wachten op wat komen ging.

Maar er kwam helemaal niets. Geen tweede drankje en geen hoofdmenu. Wij wapperden veelvuldig met onze bestelvinger maar niemand reageerde. Ook naast ons bleven de tafels akelig leeg en begonnen de klanten ongeduldig te worden. Om half acht kreeg ik kriebels van het lange stilzitten dus besloot ik even naar het toilet te lopen dat er overigens keurig uit zag. Dat dan weer wel. Maar ik had inmiddels toch wel weer honger. En dorst.

Terug bij ons tafeltje bleek Frank een drankje voor zijn neus te hebben. Hij wel. Ongevraagd was er een biertje voor zijn neus gezet, aangeboden door het huis, voor het lange wachten. Ik kreeg niks. Maar aan de tafel naast ons werd eten geserveerd. Zij waren na ons binnen gekomen maar hun bestelde maaltijd was misschien sneller te bereiden? Wij kregen hoop. 

Om tien voor acht werd de maaltijd geserveerd bij de tafel achter ons. Ook deze mensen waren ver na ons binnen gekomen. “Sorry, hoor.” zeiden ze tegen ons en begonnen te eten. Wij verder nog twintig minuten straal genegeerd. Om tien over acht gebeurden er drie dingen tegelijk. Achter me hoorde ik een ping-geluid. ‘Ah! Ons eten!’ grapte ik. En tegelijkertijd ontplofte Frank. Mijn grapje én het ping-geluid gingen verloren in het geluid van Frank’s boze stem, die – wederom met zijn bestelvinger in de lucht – luid en duidelijk door het restaurant riep “Afrekenen graag!” Et voilá! Ineens hadden we alle aandacht.

“Maar jullie eten is klaar.” zei de dame van het restaurant. “Wij willen graag afrekenen.” zei Frank weer. “Maar jullie eten is nú klaar.” probeerde de dame weer. Maar Frank hield vol. “Afrekenen graag, wij gaan nu weg.” De dame van het restaurant begon een tikkie geïrriteerd te raken. “Nou, eet dan maar van het huis” zei ze “dan hoeven jullie niet af te rekenen.” Waarmee ze totaal voorbij ging aan het principe. Wij willen niet gratis eten. Wij willen gewoon betalen. Maar we willen ook service. Een beetje vriendelijk behandeld worden. Dan geven we nog fooi ook. 

Frank hield voet bij stuk. “Nee, we willen afrekenen, we gaan weg” Toen ontplofte de dame van het restaurant. “Nou! Ga maar weg dan!” schreeuwde ze “Jullie mógen niet eens meer afrekenen!”. 

Oh. Nou. Prima, dan. Wij stonden op en trokken onze jassen aan. Frank bood zijn excuses aan aan de overige gasten, ik wenste hen een smakelijke voortzetting en met opgeheven hoofd verlieten wij het pand. 

Terwijl we weg liepen, keek ik af en toe om. Ik verwachtte min of meer dat de kok zwaaiend met messen achter ons aan kwam. Gelukkig bleef de straat leeg. Om half negen zaten we eindelijk aan tafel. Bij de snackbar om de hoek. Heerlijk eten. Vriendelijke bediening. Prima service. We hebben fooi gegeven. Uiteraard.

Wat doe jij als de service of het eten niet naar je zin is in een restaurant?

Anders dan anders.

Een lege kast én een afkeer van winkelen. Da’s op zijn zachts gezegd geen gunstige combi. Ik zag er dan ook huizenhoog tegen op om te gaan shoppen voor een nieuwe zomergarderobe. “Waarom shop je niet online?” hoorde ik van verschillende kanten. Ook daar zag ik tegen op maar veel keuze had ik niet. Ik moest toch iets, nu de temperaturen ineens naar tropische waarden stegen.

Na een uur zuchten en steunen met mijn tablet op de bank was het gepiept en kreeg ik diverse mailtjes binnen waarin jubelend werd verkondigd wanneer ik mijn aankopen kon verwachten. Ik werd er niet warm of koud van. Ik heb zó niks met kleding kopen.

En een paar dagen later was het dan zover. Mijn pakketjes werden bezorgd. Joepie. Ik herinnerde me meteen weer waarom ik online shoppen ook niet handig vind. Ik twijfelde bij diverse items of ze niet een maatje kleiner konden. Maar ja, even een maatje kleiner passen was er niet bij. Met mijn lege kast in gedachten besloot ik resoluut alles te houden. Te groot of niet. Het krimpt wel. Of ik groei er vanzelf in. Dat kan ook.

Zelfs van kledingstukken die ik – als ik in de winkel geweest zou zijn – terug gehangen zou hebben, rukte ik resoluut het kaartje af. Over één kledingstuk twijfelde ik. De maat was goed, maar er bleken glitters op te zitten. En ik draag nooit kleding met glitters. Aarzelend vroeg ik de mening van mijn wederhelft. “Wat vind jij? Er zitten glitters op!” “Gewoon doen! Leuk, toch!” antwoordde hij. Om er op het moment dat ik er het kaartje definitief aftrok, fijntjes aan toe te voegen “Lekker ordinair!” 

En zo komt het dus dat ik er ineens anders dan anders bijloop. In plaats van veilige, effen bloesjes heb ik nu drukke shirtjes.  “Wow!” zei een collega toen ik ‘s maandags, in het nieuw, op kantoor verscheen. “Wat heb je psychedelic bloesje aan! Ben ik niet gewend van je!” En toen ik dinsdag thuis kwam uit mijn werk, met mijn glitter-shirtje aan, werd ik door Frank begroet met een vrolijk “Hoi Ma Flodder!”. 

En ik begrijp ineens waarom de online-winkels zo succesvol zijn. Ze floreren door mensen zoals ik. Die te lui zijn om hun aankopen terug te sturen.

Heb jij tips voor succesvol online shoppen?