Zo kom je nog eens ergens. Alweer.

En toen mochten we dus gaan stemmen. Voor de gemeenteraad. Of nou ja… ‘Mochten’… Ik móet gaan stemmen. Dat moet van mijn vader, die er al een kwart eeuw niet meer is, maar die mij tijdens onze 24 jaren samen steevast, bij iedere verkiezing, vertelde hoe enorm hard er gevochten is voor stemrecht voor vrouwen. En dat ik daar dus écht gebruik van moet maken. Dat doe ik dus braaf. Elke keer weer.

Dit jaar vond ik het best lastig. Ik woon net in een nieuwe gemeente en ik heb geen idee wat er speelt in ons dorp. Op de dag zelf las ik dus nog snel even de verkiezingsprogramma’s door en maakte mijn keuze. Daarna scheurde ik de envelop met mijn stempas open om te kijken waar ik mocht stemmen. Op mijn stembiljet prijkte, heel simpel, de locatie: De Brandweer.

Ik moest er een beetje om grinniken. De Brandweer! Hoe gaaf is dat! Want tijdens de jaren dat ik als secretaresse/koffiejuf bij een Volvo-vrachtwagendealer werkte, ontwikkelde ik een lichte fascinatie voor ‘De Brandweer’. De glimmend rode auto’s met al hun toeters en bellen, die bij ons in onderhoud waren, vond ik prachtig.

En oké, de bijbehorende stoere brandweermannen vond ik ook best interessant. Destijds nog vrijgezel en enorm gehecht aan mijn privacy, leek een brandweerman mij de ideale partner. 24-uurs diensten, hè! Tegen de tijd dat je zo’n kerel beu bent, vertrekt-ie weer naar de kazerne en tegen de tijd dat je ‘m gaat missen, komt-ie weer thuis. Ideaal leek me dat! Op een of andere manier is die brandweerman er nooit gekomen. Maar mijn liefde voor glimmend rode brandweerauto’s is gebleven.

Dus met mijn rijbewijs en mijn stembiljet in de aanslag, zocht ik de brandweerkazerne op die zich vlak bij ons om de hoek bleek te bevinden. Het was donker en ik ben nachtblind dus de eerste deur die ik zag, duwde ik open en stapte ik binnen. In de veronderstelling dat ik het stembureau gevonden had.

En toen stond ik dus ineens in de garage van de brandweer. Met rechts van mij minstens zes geweldig mooie, glimmende, rode brandweerauto’s. En, ja! Ook een Volvo! En een Magirus! En oh wauw! Toen ik naar links keek, stonden daar minstens tien stoere, echte brandweermannen mij verbaasd aan te kijken.

‘Ehhh’ stamelde ik, terwijl ik het gevoel had dat ik in een Coca-Cola-light-break-reclame terecht gekomen was. ‘Pardon. Ik zoek het stembureau.’ Een van de brandweermannen kwam naar me toe. ‘Dan moet je de volgende deur hebben. Kom maar, dan loop ik even mee.’ Ik had inmiddels mijn stem terug gevonden. ‘Eigenlijk weet ik best wel waar dat is’ grapte ik ‘maar ik wilde gewoon even hier binnen kijken!’ Alle brandweermannen moesten lachen en ik vond het vreselijk stoer van mezelf dat ik zomaar een grapje durfde te maken temidden van zoveel mannelijk schoon.

Galant begeleidde de brandweerman mij naar het stembureau waar ik mijn stem uitbracht. Daarna ging ik braaf naar huis. Naar vriendje-lief. Want die is natuurlijk toch de allerliefste. Daar kan geen brandweerman tegen op. Maar het is toch een fijn idee dat er hier, pal om de hoek, tien hele stoere mannen waken over mijn veiligheid.

5 gedachten over “Zo kom je nog eens ergens. Alweer.

  1. Leidse Glibber

    Zeg het ook altijd tegen iedereen er is hard voor gevochten om te mogen stemmen en veel landen zijn stinkend jaloers op ons. Daarnaast, niet stemmen is niet zeuren dus je mag weer 4 jaar legaal zeuren.
    Ik vind jou net zo stoer hoor door gewoon die grap te maken. Maaaaaaar uhhhh dat je toch niet even om een kleine rondleiding hebt gevraagd, had ik wel een klein beetje van je verwacht.

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.