Op de been.

Vorig jaar mei werden eindelijk de ijzertjes verwijderd waarmee Frank’s ribben gezet waren. Hij had behoorlijk last van die dingen dus hingen wij de vlag alvast uit. Nog één operatie en dan zou het eindelijk beter gaan! Helaas bleef de pijn. Ook nadat de ijzertjes verwijderd waren. Omdat er chirurgisch niets aan te doen was, werd Frank doorverwezen naar de pijnpoli.

Van september vorig jaar tot en met maart dit jaar was Frank daar onder behandeling. Toen een pijnblokkade niet hielp, werd geprobeerd met medicatie de pijn onder controle te krijgen. Morfinepillen, morfinepleisters, fentanylpleisters, Palexia, Lyrica en zelfs methadon kwamen voorbij. Maar wat ze ook voorschreven; niets hielp.

En de bijwerkingen waren erger dan de kwaal. Sterker nog; met elk nieuw middel leek Frank zieker te worden. Van de vlag uithangen was allang geen sprake meer. Vanaf begin dit jaar lag hij doodziek en met pijn op de bank. Hij was zo misselijk en duizelig dat hij de deur niet eens meer uit kwam. Tot Dokter Z. na mijn laatste telefoontje het advies gaf accuut te stoppen met alle pijnmedicatie. Het hielp tóch niet. En binnen no time knapte Frank op. En hoe!

Op de eerste zaterdag met mooi weer, was hij mijn gemopper op onze stofzuiger beu. “Kom op,” zei hij en trok zijn schoenen aan. “We gaan een nieuwe stofzuiger kopen.” Ik volgde hem verbijsterd naar buiten, het dorp in. De aankoop van onze nieuwe stofzuiger vierden we met een kopje koffie in het zonnetje op een terras.

Omdat het ‘s avonds nog steeds lekker weer, sleepten we de visite die ‘s avonds langs kwam mee het dorp in en zaten we de hele avond op een ander terras. Die zondag denderde Frank vrolijk door. We gingen weer op pad, kochten een vrieskastje en vierden die aankoop met een etentje bij de Griek.

Inmiddels zijn we twee weken verder. Frank is veranderd van een hoopje ellende in één brok energie. Het hele dorp struint-ie door terwijl ik op mijn werk ben. Hij kent ineens iedereen en als ik thuis kom, is het altijd weer spannend wat-ie nu weer gekocht heeft. Kaas van de markt, olijven, een voorraad wc-papier of een dvd-speler. Hij draait er zijn hand niet voor om.

En hij gaat maar door. Onvermoeibaar. Als ik even rustig op de bank wil zitten, sleept hij me weer het hele dorp door. Even hier kijken, even daar neuzen. We zijn ineens constant de hort op. Voor de zekerheid heb ik niet alle pijnmedicatie weggedaan. Ik heb een paar pilletjes achtergehouden. Als ik het niet meer trek, kan ik er altijd nog eentje door zijn koffie gooien. Dan blijft-ie tenminste weer even liggen…

PS: jullie weten toch wel dat ik dat niet meen, hè?

6 gedachten over “Op de been.

  1. Leidse Glibber

    Ik had vroeger een oma die altijd ziek of onderweg was, tot ze in het bejaardentehuis iemand tegenkwam die alle medicijnen weggooide. Ze knapte op en heeft nog jaren genoten.

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.