Spijt.

Mijn middelbare schooldiploma heb ik nooit gehaald en ik versleet een hele rits foute vriendjes. Ik kreeg in mijn eentje een kind en ik heb best vreemde baantjes gehad. Maar toch… Op de vraag ‘waar heb je spijt van in je leven?’ is er maar één ding dat bij me op komt. En dat heeft niets te maken met alleenstaand-moederschap of foute vriendjes. Of nou ja, een héél klein beetje dan.

Want mijn allereerste vriendje was zo’n fout exemplaar. En ik, met mijn 16 jaar, veel te jong. Maar al mijn broers en zussen waren al getrouwd, hadden gezinnen en ik had  enorme haast om groot te zijn en erbij te horen. En aangezien ik ook nog eens gezegend was met een enorm Reddertjes-complex kon ik zo’n fout vriendje natuurlijk niet laten lopen.

Als hij nu kind zou zijn, zou hij het ene etiket na het andere opgeplakt gekregen hebben. ADHD, borderliner, Asperger, zelfdestructief. Noem maar op. Maar destijds noemden men zo’n kind gewoon vervelend. En dat was-ie. Zonder meer. Geen zin om te leren, niet luisteren naar zijn ouders, altijd maar weer de grenzen opzoeken en er nét overheen gaan. Kortom; er was geen land met hem te bezeilen. Mijn ouders waren niet blij met hun jongste schoonzoon maar gedoogden onze prille verkering, omdat ze van mening waren dan nog enigszins een oogje in het zeil te kunnen houden.

En toen werd het zomer en nodigden mijn ‘schoonouders’ mij uit om mee te gaan op vakantie. Met het hele gezin vier weken naar het meer van Annecy in Zuid-Frankrijk met de caravan. Natuurlijk wilde ik mee. Vier weken met mijn vriendje! Aangezien mijn ‘schoonouders’ keurige mensen waren die er hoogstwaarschijnlijk ook weinig aan konden doen dat ze zo’n vervelend  kind hadden, gingen mijn ouders akkoord. Als voorwaarde werd door beide ouderparen gesteld dat ik in de tent van het jongere zusje moest slapen. En zo reden we, opeengepakt met vijf man in de auto, naar Zuid-Frankrijk. Voor vier weken genieten.

Wist ik veel dat door het moeilijke gedrag van mijn vriendje de familieverhoudingen binnen dat gezin behoorlijk verstoord waren? Daar kwam ik tijdens het verblijf in Zuid-Frankrijk pas achter. Hoe zijn kleine zusje dreinde, jankte, mopperde omdat ze zich – terecht – achtergesteld voelde ten opzichte van haar broer die alle aandacht kreeg. Hoe zijn vader door machteloos veel en vooral hard te schreeuwen probeerde zijn zoon nog een beetje in het gareel te houden. En hoe zijn moeder – och arme – wanhopig probeerde om voor de buitenwereld de schijn op te houden van het perfecte gezinnetje.

We maakten overdag uitstapjes in de buurt met het mokkende zusje van mijn vriendje en zijn gespannen vader, die wanhopig probeerde het gezellig te houden. Ik leerde surfen op het meer van Annecy maar ik vond er niet veel aan. Ik baalde van de sfeer in het gezin, van de ongezellige uitstapjes, van mijn luchtbed in een veel te warm tentje en van het feit dat ik Live Aid niet kon zien op die stomme camping waar geen bal te beleven was.

Gezellig samen op stap met mijn verkering was er amper bij. Soms mochten we een avondje weg om op een onchristelijk vroeg tijdstip weer terug verwacht te worden. Een kwartiertje te laat terug, leverde enorme ruzies op én een sanctie van twee dagen verplicht bij de caravan blijven. De spanning was om te snijden maar elke avond zat de moeder van mijn vriendje de van thuis meegebracht piepers te schillen, zenuwachtig mompelend dat zo’n vakantie toch heerlijk was.

Tijdens onze spaarzame avondjes uit sloten mijn vriendje en ik ons aan bij een groepje jongeren dat bij een kampvuur aan het meer zat. Veel meer was er niet te doen op die camping in the middle of nowhere. Maar ik vond het leuk; even geen gezeur, even geen ruzie. Al hield ik nauwkeuring mijn horloge in de gaten om vooral niet te laat terug bij de caravan te zijn.

Een van de jongens die vaak bij het kampvuur gitaar zat te spelen, kwam uit Nederland. Dus natuurlijk raakten we aan de praat. En tot mijn grote verbazing bleek hij uit Rozenburg te komen. Het kleine dorpje in Zuid-Holland waar mijn lievelingstante woonde. Hij bleek mijn tante en haar gezin zelfs te kennen omdat hij bij mijn overleden nichtje Wilma in de klas gezeten had.

Hoe bizar is dat? Om zover van huis iemand tegen te komen die je familie kent? We werden dikke vrienden. Nee, nee! Geen vonkjes, geen vakantieliefde. Want ik was op mijn zestiende al zo trouw als een hondje. We werden gewoon vrienden. Meer niet. Maar ik vond het fijn dat hij er was. Op een of andere manier voelde het minder eenzaam om iemand in de buurt te hebben die mijn familie kende.

Mijn horror vakantie zal ongeveer halverwege geweest zijn, toen ik in mijn eentje bij het meer zat om de zoveelste familieruzie te ontlopen en mijn nieuwe vriend afscheid kwam nemen. Zijn vakantie was voorbij. Hij ging terug naar Nederland met de auto. We namen afscheid met een ‘Nou, het was leuk je te ontmoeten!’ en een ‘Goede reis!’ waarna hij weg liep. Toen draaide hij zich ineens om en zei ‘Je kan mee terug rijden naar Nederland, hoor.’

Ik heb gebloosd en gestotterd dat ik dat echt niet kon maken. En ik heb mijn vriend uit Annecy nooit meer terug gezien. Na vier weken reed ik braaf met mijn verkering en zijn familie naar huis. De verkering heeft nog drie jaar geduurd en toen was dat ook voorbij. Het heeft lang geduurd maar mijn onhandelbare ADHD-vriendje is – ook zonder mij- nog aardig terecht gekomen. Hij woont samen en heeft een dochter. Het zusje is ook aardig opgedroogd. Ze is getrouwd en heeft twee kinderen. Zijn ouders zijn, voor zover ik weet, nog in goede gezondheid al gaan ze niet meer kamperen.

En met mij gaat het ook goed. Nergens spijt van. Behalve dan dat ik ‘nee’ geantwoord heb op de vraag van mijn vriend in Annecy of ik met hem mee terug wilde rijden. Soms stel ik me voor dat ik toen ‘ja’ gezegd had. Dat ik met hem mee terug gelopen zou zijn naar de camping en in dat irritante tentje gekropen zou zijn om mijn spullen te pakken.

Ik zie mezelf uit de tent uit kruipen, mijn volle tas over mijn schouder gooien, zwaaien en zeggen ‘Doei, jongens! Ik heb genoeg van jullie geruzie, gezanik en gezeur. Ik ben er vandoor!’.

In gedachten zie ik de gezichten van de familie van mijn toenmalige vriendje voor me. De opengevallen monden. De verbijsterde blikken terwijl ik camping af loop. Man, wat had ik dát graag gezien! Spijt heb ik. Als haren op mijn hoofd. Nog steeds. Ik had het gewoon moeten doen.

Bijschrift bij de foto: bij de Pont des Amours in Annecy (1985)

6 gedachten over “Spijt.

  1. Mrs. T.

    Wat een verhaal zeg. En dat je het zo lang hebt volgehouden met hem. Hij moet voor jou dan toch erg lief geweest zijn of niet? Gek dat hij zich niet schaamde voor zijn gedrag. Je wilt toch een goede indruk maken op je vriendin lijkt me?

    Reageren
    1. Nicky

      Haha! Zo heftig was mijn verhaal niet bedoeld, hoor. En ja, hij kon best lief zijn maar ook verschrikkelijk vervelend. Maar als je elkaar alleen op woensdag en zaterdag mag zien, ben je zo drie jaar verder. Maar die vakantie… Die hele familie kon niet met elkaar overweg. Achteraf had ik het zó stoer gevonden om gewoon naar huis te gaan. Maar dat durfde ik toen écht niet.

      Reageren
    1. nicky Bericht auteur

      Wat zouden ze verbaasd geweest zijn.. Ik als volgzaam, braaf meiske dat zomaar met een wildvreemde naar huis vertrok.

      Reageren
  2. Rianne

    Ik snap dat je spijt hebt…
    Maar ja, een dusdanig fundamentele verandering had zomaar een heel ander leven op kunnen leveren.
    Dat is volgens mij ook niet de bedoeling…

    Reageren
    1. nicky Bericht auteur

      Haha! Nee, inderdaad. Ik met een jongen met gitaar richting de Noorderzon… Ik denk niet dat dat iets voor mij geweest was.

      Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.