Geen twintig meer…

1993: fietsen met Michelle

Toen Nanook vorig weekend bij ons logeerde, was het stralend weer. Het zonnetje scheen, er stond amper wind en het was een graad of 15. Heel vreemd in februari. Een beetje eng, ook. Maar van binnen zitten, verbetert het klimaat niet. Dus besloot ik van het mooie weer te genieten en met Nanook naar het strand te fietsen.

Ooit kreeg ik – op mijn eigen verzoek – een speciale houder cadeau van Michelle. Een houder voor aan het stuur van mijn fiets waar de fietsmand van Nanook aan past. Leuk cadeau, maar in de praktijk is van samen fietsen nog niet veel terecht gekomen. Dus toen de vroege lente zich aandiende, greep ik mijn kans en ging ik met Nook op pad.

Ik bevestigde de mand op de fiets en checkte of-ie goed vast. Ik checkte nog een keer. Voor de zekerheid checkte ik nog een keer. En daarna nog een keer. De mand zat vast. Na een snelle plas – van Nook welteverstaan – zette ik haar in de mand en maakte haar riempje vast. Ik checkte of ze goed vast zat. Ik checkte nog een keer. Voor de zekerheid checkte ik nog een keer. En daarna nog een keer. Ze zat goed vast. Daar gingen we.

Ik had zaterdag uitgekozen om de grote wandelaarsdrukte op zondag te vermijden. Maar ik was even vergeten hoe druk ons dorp op zaterdag is. Ik lette op auto’s van rechts. En ook op auto’s van links. Ik lette op auto’s die weg wilden rijden uit parkeerhavens. Ik lette op kinderen op de stoep die eventueel de weg op konden rennen. Ik lette op alles. Ondertussen keek Nook nieuwsgierig om zich heen, draaiend in haar mandje. Nog geen drie kilo hond maar wel heel beweeglijk. Als dat aan je stuur hangt, fietst dat toch nét even anders.

Zonder ongelukken bereikten we de duinen. Het zweet dat ondanks die ‘maar’ vijftien graden over mijn rug droop, droogde langzaam op. ‘Leuk, hè, Nook!’ riep ik en zo arriveerden we veilig op het strand. Het was heerlijk en we maakte een lekkere wandeling. Met Nanook aan de lijn want ik durfde haar niet los te laten. Ik zou het mezelf nooit vergeven als ik Michelle’s hondje kwijt zou raken. Al wandelend voelde ik de spieren in mijn nek en mijn rug ontspannen. Schijnbaar had ik de volle drie kilometer naar het strand mijn stuur enorm krampachtig vast gehouden.

Wandelend over het strand, kijkend naar dat kleine, vrolijke pluizebolletje, bedacht ik me dat het eigenlijk heel logisch is dat ik fietsen met Nanook zo spannend vind. Het hondje van mijn kind. Op Robby na een van de meest dierbare dingen in haar leven. En met de geschiedenis van Boef in mijn achterhoofd ben ik extra voorzichtig met Nook. In gedachten hoor ik Michelle nog huilen toen ik haar belde terwijl ze op vakantie was in Italië. Om te vertellen dat haar hondenvriendje bij de oppas was overleden.

Nook en ik fietsten terug naar huis. Veilig thuis belde ik mijn moeder om even bij te kletsen. Ik vertelde haar hoe spannend ik het vond om met Nanook te fietsen. Door Boef enzo. ‘Goh, mam!’ zei ik nog. ‘En dan te bedenken dat ik vroeger met Mich voorop, een doos boodschappen achterop en twee tassen aan het stuur gewoon naar huis fietste,’

Mijn moeder, duidelijk minder sentimenteel dan ik, had een heel andere verklaring. Niks Boef. Niks traumatische ervaring. ‘Tja’ constateerde ze keihard en meedogenloos ‘Jij bent ook geen twintig meer.’ 

Bedankt, mam. Ik ook van jou. ❤️

4 thoughts on “Geen twintig meer…

  1. leidseglibber

    Dat is net de opmerking waar je op zit te wachten he. Ondanks 3 kilo kan een beweeglijk hondje aan het stuur toch best wel zwaar zijn. Maar ja weet je je bent ook geen ………………………pfff zou ik me bijna verspreken.

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.