My hometown.

Zo is je agenda leeg. En zo heb je ineens drie afspraken achter elkaar. Allemaal in Breda, de stad waar ik vandaan kom. Nou vind ik het niet zo’n punt om een keertje heen en weer naar Breda te rijden. Ik doe dat sowieso om de week – met veel plezier – om mijn moeder te bezoeken. Anderhalf uur rijden heen en anderhalf uur terug. En ik vermaak me onderweg kostelijk omdat ik mijn auto met behulp van diverse playlists verander in een mobiele disco. Een soort Carpool Karaoke dus. Als je lekker hard meezingt, ben je er zo.

Een keer heen en weer rijden vind ik geen probleem. Twee keer heen en weer nog niet echt. Maar drie dagen achter elkaar vind ik nét te veel. Ik zou mezelf poliepen op mijn stembanden zingen, zeg! En natuurlijk heb ik familie en vrienden in Breda. Ik kan zo tien adressen op noemen waar ik welkom zou zijn om een nachtje te logeren. Maar ik en mijn extreme behoefte aan privacy houden niet van logeren. Mijn verkering, die vroeger de hele wereld rondreisde als echte zakenman, zag het punt niet. ‘Dan neem je toch een hotelletje?’ opperde hij. En dat vond ik een briljant idee!

Dus boekte ik voor de nacht tussen afspraak 2 en 3 een De Luxe-kamer mét bad in het hotel op steenworp afstand van het huis waar ik 12 jaar lang met Michelle woonde. Vlak bij mijn moeders huis. Het hotel waar ik tienduizenden keren voorbij moet zijn gereden toen ik nog in Breda woonde. Voorbij gereden, ja. Want tot mijn schande moet ik bekennen dat ik er blindelings naar toe kon rijden maar Google Maps aan moest zetten om de ingang van het hotel te vinden.

Ik checkte in en kreeg zo’n cool sleutelpasje van een kamer op de vijfde verdieping. De kamer zag er prima uit. Ruim, van alle gemakken voorzien en schoon. Het was wel slordig dat het licht het niet deed, vond ik. Maar ik – doorgewinterde wereldreiziger (NOT) – bespaarde mezelf vervolgens een gênant klaagmoment bij de receptie door net op tijd te ontdekken dat je met je sleutelpasje ook het licht aan moest doen. Duh.

Ik nam een bak koffie op mijn kamer – Nespresso! Top! – appte het thuisfront dat ik veilig aangekomen was en stuurde wat foto’s van de kamer en het uitzicht mee. Ik mocht dan wel in mijn geboortestad zijn, ik was wel toerist, ja! Terwijl ik koffie dronk, bedacht ik wat ik zou gaan doen die avond. In bad met een boek, dat zeker. Maar verder?

Ik overwoog een kroegentocht, langs alle cafés waar ik vroeger aan de bar hing. Ik had twee bedden op mijn kamer! Dus – grapte ik tegen het thuisfront – technisch gezien zou ik ook nog een Bredase kerel kunnen versieren! (Om de grapjassen voor te zijn: nee, die heb ik niet allemaal al gehad.) Maar zo zijn mijn verkering en ik niet getrouwd. Bovendien mijdt ik de horeca nog steeds in deze coronatijd dus dat plan veegde ik resoluut van mijn hoteltafel.

Ik besloot een wandeling te gaan maken in de buurt waar ik opgegroeid ben. Ik reed naar de straat waar ik als kind woonde. En ik was verbaasd dat ik mijn auto niet kwijt kon. Vroeger was er plaats genoeg omdat niet iedereen een auto had. Ik parkeerde een straat verderop en liep terug. De keurige straat van vroeger was het niet meer. Het onkruid tierde welig tussen de stoeptegels. De voortuinen waren verwaarloosd en vol rommel. Ik maakte foto’s. Vooral voor mijn moeder. Omdat ik wist hoe geschokt ze zou zijn.

Ik wandelde naar mijn basisschooltje. Dezelfde route die ik vroeger elke dag met Audrey liep. Mijn oude schooltje staat leeg. Nou ja, leeg? Het gebouwd wordt schijnbaar beheerd door een of andere anti-kraak organisatie, bleek uit het bord op een van de ramen. Dat ze hun taak niet echt serieus nemen, bleek uit de kapotte lamellen en zonweringen voor de ramen, de puinhoop op het schoolplein en – ook hier- het metershoge onkruid.

Daarna wandelde ik terug. Naar het park waar ik als kind speelde en als puber rond hing. Chillen avant la lettre. Want het woord ‘chillen’ bestond toen nog niet. Wij gingen gewoon ‘naar buiten’. Ik wandelde door het park naar de vijver waar we in de winter op schaatsten. En waar we in de zomer gingen pootje baden, tot onze enkels wegzakkend in de modder. Ooit kerfde mijn allereerste vriendje de letters A en N in een boom. Met een hartje erbij. Ik liep om elke boom heen die het zou kunnen zijn maar ik kon niets vinden. Misschien staat de bewuste boom er niet meer. Of zijn de letters na 35 jaar dicht gegroeid. Ik hoop het laatste. We hadden nog geen idee van zuinig zijn op groen toen. Sorry, boom.

Vroeger liep je hooguit vijf minuten in je eentje door het park. Er was altijd wel iemand die je zag lopen en ook naar buiten kwam en binnen no time was de vriendengroep compleet. Ik kuierde die avond een half uur rond maar er kwam niemand natuurlijk. Mijn vrienden zijn, net als ik, groot geworden. We zijn verhuisd, hebben banen, huizen en kinderen. Verantwoordelijke mensen zijn we geworden. Chillen in het park (lees: fikkie stoken, stiekem roken en verlegen zoenen) is er niet meer bij.

Ik liep langs mijn oude huis terug naar mijn auto en reed naar mijn hotel. Ik kon zowaar in één keer de ingang naar de parkeerplaats vinden! Ik deed het licht aan op mijn kamer en liet het bad vol lopen. Met mijn boek dobberde ik een paar uur in het schuim om daarna, verrimpeld als een oud besje, tussen de hotellakens te kruipen.

Tijdens elke stedentrip die ik de afgelopen jaren maakte, presteerde ik het om nachten achter elkaar te wakker te liggen. Een vreemd bed, vreemde geluiden, een vreemde stad. Maar hier, in mijn eigen stadje, met – net als vroeger – het slaapwekkende geruis van het verkeer op de A16 in de verte, sliep ik als een roosje. De hele nacht. Ik zou er niet meer willen wonen. Maar Breda voelt blijkbaar nog steeds als thuis.

14 gedachten over “My hometown.

  1. Leidse Glibber

    Mooi nummer he van Springsteen. Ik snap dat je hometown je hometown blijft, maar vond je het ook niet rot om de verwaarlozing te zien. Al mijn oude scholen zijn afgebroken, vraag me nog steeds af of ze dat hebben gedaan om de herinnering aan die lieve leerling voor altijd en definitief te verwijderen 🙂

    1. nicky Bericht auteur

      Nou, mijn schooltje vond ik wel treurig om te zien.
      Om mijn middelbare hek staat sinds ik weg ben een enorm hoog hek. Ik vraag me altijd af of ze bang zijn dat ik terug kom. Ik was ook zo’n lief kind. Echt!

  2. Rianne

    Soms rijd, pardon, reed ik langs de wijk waar ik groot ben geworden en dacht, zal ik… Ik heb de afslag nooit genomen. Ben bang om aan te treffen wat jij aantrof. Ik doe het met de herinneringen..

  3. Colin

    Die wijkjes van ons die zijn héél erg veranderd, niet echt de ‘place to be’ meer, meer type vergane glorie. Gelukkig hebben we de foto’s nog Maar terug naar Breda … ja graag, gisteren nog … maar niet op dat stuk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.