Projectje.

Ik groeide op in Breda. De meeste ooms en tantes woonden in Brabant. In de regio Tilburg/Den Bosch. Niet zo verwonderlijk dus dat ik opgroeide tussen meubels van massief eiken. Uit, jawel, de meubelfabriek in Oisterwijk. Tafels, kasten, de dekenkist, de spiegel met kammenbak en fotolijstjes. Alles was van massief Oisterwijks eikenhout in mijn ouderlijk huis. Zelfs het houdertje voor de koffiefilters.

Oerdegelijk spul dat een leven lang mee gaat. Onverslijtbaar. Onverwoestbaar. En oerlelijk. Dat vonden wij, mijn broers en zussen, althans. Mijn vader maakte het niet veel uit, denk ik. Maar mijn moeder vond het mooi. Een leven lang stofte ze haar eiken meubels af en zette ze elke maandag de boel in de boenwas.

“Wie wil er mijn meubels als ik er niet meer ben?” riep mijn moeder wel eens. Waarop wij om het hardst riepen dat we helemaal niets wilden. Dat we gewoon het grofvuil zouden bellen als zij er niet meer zou zijn. Mijn oudste broer opperde dan vrolijk dat het eikenhouten dressoir best dienst kon doen als doodskist als het zover was. Dat scheelde toch weer in de kosten.

Maar mijn moeder bleek sterker dan haar massief eiken meubels. Onverwoestbaar. Het ene na het andere meubelstuk werd vervangen. Niet omdat het versleten was maar omdat ze wat anders wilde. Iets lichtere meubels, iets moderner. Ze zit er netjes bij, die moeder van mij. Een kekke hoekbank en mooie kasten en tafels. Aan de veertig jaar durende eiken periode in haar leven herinnerde eigenlijk alleen nog de massief eiken dekenkist, die wegens ruimtegebrek, in haar schuur stond.

Een foeilelijk ding is het. Met een vreselijk bloemenmotief en zwaar metalen beslag. Maar in een sentimentele bui bedacht ik me dat die dekenkist altijd in mijn leven was toen ik opgroeide. Mijn moeder bewaarde er de kerstspullen in. Hij stond achter in de kamer. Of soms weer voor. Met de tv er op. Of in de gang. Het ding was er altijd. Met die spuuglelijke bloemen op de voorkant als constante factor in mijn leven. Thuis.

“Mam?”, vroeg ik laatst “Mag ik de dekenkist hebben?” Na al dat geroep over hoe lelijk we dat eiken vonden, keek ze me verbaasd aan. En ik legde uit hoe die dekenkist bij ‘thuis’ hoort. En dat ik ‘m wit wilde schilderen – als zij dat goed vond – en ‘m in de slaapkamer wilde zetten waar nu de plastic opbergbox staat waar Spike altijd op ligt. Dat ding is ook foeilelijk dus erger kon het niet worden.

We maakten samen de dekenkist leeg. De stenen, het zand en het oude tuingereedschap dat er in lag, gooiden we weg. Met een handveger veegde ik talloze spinnenkoppen weg voor ik het ding in mijn auto stouwde en ermee naar huis reed. Thuis zette ik de dekenkist op het balkon en gaf ‘m een sopje.

Eenmaal schoon en droog zette ik ‘m in de hal en keek eens goed. De schade van jarenlang in de schuur staan, viel eigenlijk heel erg mee. Oisterwijks eiken, hè? Niet kapot te krijgen. Ik overwoog om de dekenkist te laten zoals hij was en ‘m gewoon goed in de boenwas te zetten. Zoals mijn moeder veertig jaar lang deed.

Helaas hadden de jaren in de schuur geen echte schade veroorzaakt maar wel een ongelooflijke stank veroorzaakt. En wat ik ook probeerde, bakjes koffiedik, schoteltjes melk, backing soda, niets hielp. De dekenkist bleef stinken alsof er een complete kudde bizons in gestorven was. Uiteindelijk maakte dat dat ik besloot de dekenkist toch te schilderen.

Met pijn in mijn hart schuurde ik de veertig jaar boenwas, zorgvuldig aangebracht door mijn moeder, van de dekenkist. Ik schilderde vier keer en schuurde tussendoor elke keer lichtjes op. Met een penseeltje schilderde ik keer op keer de gruwelijke bloemen op de voorkant tot de hele dekenkist wit was. En naar verf rook. Alles beter dan de geur van een kudde dode bizons. Als finishing touch schilderde ik het zware beslag op de dekenkist zwart.

Het was best wel een klusje maar ik ben blij met het resultaat. Trots appte ik een foto naar mijn een-na-oudste broer. Die stuurde een simpele tekst terug. “Je vader zou trots op je zijn”. Dat maakte het helemaal af.

De dekenkist van vroeger staat nu in de slaapkamer. Het is een waar erfstuk geworden. En mocht mijn dochter ‘m later niet willen, dan kan-ie altijd nog gebruikt worden als doodskist als ik het loodje leg. Met een beetje proppen moet dat lukken. Scheelt toch weer in de kosten.

Bijschrift bij de bovenste foto, van links naar rechts: 
Mijn zus in de eetkamer in 1974, de dekenkist staat links.
Ik met onze kat in 1981, de dekenkist doet dienst als tv-meubel.
Onze hond Bonnie in 1990, naast de dekenkist

13 gedachten over “Projectje.

  1. LeidseGlibber

    Je hebt resultaat van je werk. Ik heb deze zomer het eiken dressoir van bruin naar grijs omgetoverd. Kwam uit Hill haar eerste huwelijk, hadden zij en haar overleden man lang voor gespaard. Je begrijpt hij was heilig en mocht niets mee gebeuren ook al paste hij volgens mij niet in het nieuwe huis. Na haar overlijden heb ik het een twee jaar aangezien en toen bedacht ik maak hem grijs en heb nu een geweldige kast en geen heiligschennis gepleegd 🙂

  2. Rianne

    Ik herken je verhaal. Meubels uit Oisterwijk. Mijn ouders stapte eerder over op modern, maar net toen het gesleep met al dat zware spul te veel voor ze werd bedachten ze dat eiken meubels toch wel heel erg mooi waren en stond het huis weer vol eiken, Met van die stoelen die niet te verschuiven waren.

  3. Rietepietz

    Helemaal prachtig geworden en zelfs leeg toch “met inhoud”, ik houd van dit soort erfenissen. En zeker, als je wéét van een beetje eikenhouten kist kost ga je nog liever lopen naar het crematorium. Bij leven een beetje oefenen om je benen onder je kunnen vouwen en het is een prima optie!

  4. Sandra

    Dat eikenhout, bij mijn opa en oma stond dat ook in huis en inderdaad uit Oisterwijk, alles loeizwaar en onverslijtbaar met als pronkstuk de dekenkist, die bij hen in de gang stond. Opa en oma zijn allang gaan hemelen, maar door dit blogje moest ik ineens weer denken aan die zondagmiddagen als we met ooms en tantes, nichten en neven daar op bezoek gingen.

  5. Liesbethblogt

    Ooo daar kan je best wat boeken in kwijt. Ik vind het wel een mooi ding zeker nu ie wit is. Ik ken het Oisterwijkse hout wel, dat zijn de soort stoelen waar een dikke vrouw als ik gewoon op neerploft.

  6. Gerdine

    Klop, klop….. Meubelfabriek Oisterwijk. Directeur was Hek aan de Stegge. Dat weet ik omdat ik destijds bij een reclamebureau werkte dat Meubelfabriek Oisterwijk als klant had. En ook Brabant Klok, een zusterbedrijf. Prachtig….. om voor zo’n account te werken. De vergaderingen waren altijd tijdens lunchtijd in De Zwaan, destijds een sterren restaurant, waarvan Henk eigenaar was, van het pand in ieder geval. De bekende Cas Spijkers was de kok. Heerlijke tijd, met de creatieven van Impuls/BBDO. Maar terugkomend op de meubelen: Volgens mij had de hele familie Bosboom zo’n inrichting. Mijn zwager Theo heeft ooit nog eens de zaag erin gezet, omdat een 2-zits bank beter uitkwam op dat momrnt dan een 3-zits bank. Zowat niet kapot te krijgen! Je hebt de dekenkist erg mooi gemaakt, Nicky. Chapeau!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.