Aansteller.

Met Pinksteren viel het me op dat onze Spike zijn eten van de dag ervoor niet op had. Dat kan natuurlijk; ik heb ook wel eens geen honger. Nou ja, niet echt. Maar het zou kunnen, toch? Dat een kat een keer geen honger heeft. Dus ik besteedde er niet veel aandacht aan en gaf Spike ‘s avonds een nieuw bakje natvoer. Meneer snuffelde een keer aan de inhoud en sjokte terug naar zijn kussen. Dat was gek want onze Spike is nogal een vreetzak, die meestal keihard miauwend aangeeft dat wij hem echt te weinig eten geven. 

De ochtend van tweede Pinksterdag bleek dat meneer weer niet gegeten had. Nou is Spike niet zomaar een kat. Spike is de kat waar Frank wekenlang naast sliep op een matje nadat Spike na een aanrijding met een gebroken poot in een bench moest slapen. Spike is de kat waar Frank tijdens zijn scheiding een aparte rechtszaak voor aanspande. Hij verloor de rechtszaak maar toen zijn ex Spike jaren later weg deed, kwam hij toch bij ons. En daardoor maakte Spike dat ik, die vroeger jacht maakte op de katten in mijn achtertuin, van ‘Team Hond’ overstapte naar ‘Team Ik Kan Niet Kiezen’.

Toen Frank op de IC belandde was het aller-eerste wat ik deed een uitgeprinte foto van Spike boven zijn bed hangen. Ondertussen waren Spike en ik samen, zonder Frank. Spike hield me gezelschap als ik ‘s nachts lag te piekeren. Geruststellend spinnend lag-ie dicht tegen me aan. En als ik huilde kwam Spike me kopjes geven waardoor ik voor het eerst van mijn leven mijn hart verloor aan een kat. En als die kat vervolgens niet wil eten is het hier thuis Grote Paniek!

We sukkelden die tweede Pinsterdag door. Ik haalde extra sjiek kattenvoer bij de supermarkt en Spike at een paar hapjes. Van zijn dagelijkse portie van vier snoepjes at hij er maar twee. En van het droogvoer dat ik hem uit mijn hand liet eten, nam hij een paar kleine muizehapjes. Hij lag de hele dag treurig op zijn kleedje. En hoe ik ook kriebelde of aaide, spinnen was er niet bij.

Dus die dinsdag zat ik bij de dierenarts met ons troetelkind. ‘Hij drinkt wel, maar hij eet nauwelijks. En hij ligt de hele dag stilletjes op zijn kussen’ klaagde ik. ‘We zullen eens kijken’, zei de dierenarts en hij tilde Spike uit zijn reismand. Die keek kwaad om zich heen en wrong zich in duizend bochten. ‘Nou, d’r zit nog leven genoeg in’ vond de dierenarts terwijl hij een woest blazende Spike onderzocht en bloed en urine afnam.

En ja, hoor. Toen het onderzoek afgerond was, vleide Spike zich spinnend en wel tegen de assistente aan die hem met moeite in bedwang gehouden had. De dierenarts trok ondertussen een blikje kattenvoer open, schepte er wat uit met zijn vingers en hield dat Spike voor. Spike begon gemoedelijk het kattenvoer van zijn vingers te likken.

Tien minuten later stond ik weer buiten. Met – zo bleek uit de uitslagen – een gezonde oude kater, een factuur van € 200,- én het gevoel dat ik een enorme aansteller ben. Maar eigenlijk val ík nog best mee. Moet je mijn kat zien! Da’s pas een aansteller!

Uncle Bob op stap – Allemaal beestjes.

Sinds een tijdje ga ik dus nooit meer op stap zonder camera. En aangezien ik meestal de natuur in ga, fotografeer ik veel dieren. Heel veel dieren. Niet zo verwonderlijk; ik ben dol op dieren. Honden, katten, paarden, koeien, vogels. Als het poten heeft en een staart is het goed. Ik vind álles even prachtig en ik zet dus al dat dierenspul op de foto. En niet één keer, hè!

Mijn foto-archief puilt inmiddels uit van de schapenfoto’s, koeienfoto’s en paardenfoto’s. En Schotse Hooglanders! Ook zo mooi! Dan fiets ik naar het strand en dan spreek ik mezelf streng toe ‘Vandaag ga ik geen foto’s maken van Schotse Hooglanders’. Maar als ik ze dan weer door de duinen zie banjeren, kan ik me niet beheersen en maak ik toch weer foto’s.

Of ik fiets langs een weiland met schaapjes. Dan zeg ik tegen mezelf ‘Nee, schapenfoto’s heb ik wel genoeg.’ Maar dan spot ik vanuit mijn ooghoek weer zo’n schattig wollig lammetje, dat er zo lief bij ligt. En voor ik het weet, trap ik op de rem, gooi ik mijn fiets aan de kant en hang ik weer met mijn camera over een of ander hekje lammetjes te fotograferen. Soms hoeven dieren niet eens poten en een staart te hebben. Zelf de kwallen aan het strand leg ik met veel plezier vast.

En soms kom ik per ongeluk iets grappigs tegen. In een park vlak bij mijn huis, wees een vriendelijke voorbijganger naar een eilandje in de vijver. ‘Volgens mij zit daar een schildpad!’ Dat klopte! Dus kon ik de roodwangschildpad ook aan mijn collectie toevoegen.

Er is één dier waarmee het maar niet wil lukken. Ik wil zó graag een zeehond fotograferen. Ze zijn er, dat weet ik zeker! Regelmatig liggen ze lekker te zonnen op het strand. Ik weet dat omdat dorpsgenoten wel eens een foto van een zeehond in de Facebookgroep van ons dorp zetten. En dat laatste gebeurt vooral als ik nét terug ben van het strand.

Dan zet ik weer dertig nieuwe foto’s van Schotse Hooglanders op mijn harde schijfje. En ondertussen kijk ik dan even op Facebook. En ja, hoor! Dan post er weer iemand ‘Er was een zeehond op het strand!’ Maar die heb ík dan weer niet gezien. Op de een of andere manier loop ik de zeehonden steeds mis.

Maar Uncle Bob is geduldig. En Uncle Bob blijft haar camera mee slepen. Eens gaat het me lukken en kan ik een zeehond aan mijn collectie toevoegen. 

Lichtgroen.

Zondagmiddag. Op bezoek bij mijn moeder. Na een bak koffie stroop ik alvast mijn mouwen op. ‘Mam? Moet er nog iets gebeuren?’ Want ze heeft de gewoonte om met klusjes op de proppen te komen als wij al met onze jassen aan in de gang staan om weg te gaan. ‘Ja!’ antwoordde ze resoluut. ‘In de achtertuin staan twee flessen azijn. Als jij nou even azijn op het onkruid in de voortuin gooit, dan kan ik dat van de week zelf wel weghalen’.

Toevallig las ik afgelopen week nog bij Nicole hoe slecht azijn voor het milieu is. En ik weet hoe mijn moeder het onkruid in haar achtertuin de nek om draait door er kwistig liters azijn over te kieperen. Aangezien ze een enorme tuin heeft, slecht uit de voeten kan en geen tuinman heeft, besloot ik mijn mond te houden. Bovendien vind ik het hele ‘doe eens groen’-gedoe een tikkie vermoeiend worden. Maar toen mijn moeder me vroeg de azijn te pakken, flapte ik het er toch uit. ‘Da’s heel slecht voor het milieu, hè Mam!’

‘Ammehoela!’ antwoordde mijn moeder. En het is dat haar handen niet zo goed meer werken maar ze keek alsof ze het liefst haar middelvinger opgestoken had. Aangezien mijn moeder de helft van haar leven geleefd heeft zonder wasmachine, droger, vaatwasser en stofzuiger, vergeef ik haar haar azijnstrooierij met liefde. Ook omdat ze nooit auto gereden heeft en – op een reisje naar Lourdes na – nog nooit gevlogen heeft. Dus ik haalde de fles azijn en liep de voortuin in.

Nou ja… voortuin? Twee rijtjes tegels onder het raam, een perkje kunstgras en een tuinpaadje van twee bij één. Ik zette de fles azijn neer en liep terug naar de schuur om het versleten aardappelschilmesje halen dat ze vroeger gebruikte om onkruid te krabben.

Kwartiertje werk. En toen was ik klaar. De fles azijn heb ik ongebruikt terug op zijn plaats gezet. Zo was ik geheel per ongeluk tóch een klein beetje groen bezig. Lichtgroen, zeg maar.

Hersenz.

Vriendjeliefs medische geschiedenis begon met een hartinfarct op een vroege morgen eind 2016. Hij kroop door het oog van de naald en overleefde dankzij een reanimatie van ruim een uur. Maar wel met 24 gebroken ribben, een gebroken borstbeen en hersenletsel door zuurstofgebrek. Hij lag 7 weken in het ziekenhuis, kreeg een operatie om de puzzel, die ooit ribben en borstbeen waren, te repareren. Maar hij kreeg ook een bloeding achter zijn borstbeen, een infectie en maandenlang vacuumtherapie.

Na 7 weken ziekenhuis volgden 7 weken revalideren. Intern in een revalidatiecentrum. Er was gewaarschuwd dat de revalidatie heel intensief zou zijn, maar ik had daar mijn bedenkingen bij. Iedere dag een half uur fysiotherapie, een half uur ergotherapie en een half uur cognitieve therapie. De uren tussen zijn therapieën in, lag Frank vooral in bed tv te kijken of te slapen. Het verplegend personeel was aardig, het eten loei-slecht en Frank werd er enigszins depri van.

Tussendoor was er nog een operatie om de ijzertjes uit zijn borstbeen te verwijderen en – als bonus – blijvende zenuwpijn door die laatste operatie. En in mei 2017 mocht Frank eindelijk naar huis. En dan denk je dat het klaar is. Dat je je leven weer op kunt pakken. Maar de waarheid is dat het dan pas begint. Ineens sta je er alleen voor om uit te vogelen wat kan en wat niet. Met Frank’s hart dat het prima doet maar met chronische zenuwpijn in zijn borst en niet aangeboren hersenletsel.

Vol goede moed gingen we ervoor. Een beetje lastig was het wel, in ons mini-flatje zonder lift vier hoog achter in Amsterdam, maar alles zou goed komen. Voortvarend als altijd regelde ik ‘even’ een nieuw ruim appartement  in een dorp aan zee waar Frank met zijn rollator goed rond kon lopen. En met lift! En toen begon ons ‘nieuwe leven’.  Dacht ik. Maar dat viel tegen. Eigenlijk ging Frank alleen maar achteruit in plaats van vooruit. Hij was destijds nog onder behandeling van de pijnpoli voor de pijn in zijn borst maar hij reageerde bar slecht op de pijnstillers die hij kreeg.

Alles kwam voorbij. Pijnblokkades die niet werkten, daarna fentanyl, morfine, lyrica tot methadon toe. Van alles werd Frank doodziek en de pijn bleef. December 2017 lag hij hele dagen op de bank te slapen terwijl ik – in mijn eentje – onze nieuwe omgeving verkende. In overleg met onze favoriete dokter stopten we met de pijnstilling die tóch niet hielp. Maar op een of andere manier knapte Frank niet echt meer op.

Juli 2018 was ik er helemaal klaar mee. ‘We maken geen kasplantjes hier’ had de arts in het ziekenhuis gezegd toen Frank daar in 2016 met loeiende sirenes opgenomen werd. Maar hij begon toch behoorlijk op een kasplantje te lijken. Meer dood dan levend lag Frank op de bank. Dagenlang. Ik belde de huisarts die kwam. Er kwam iemand bloedprikken en Frank’s kaliumgehalte bleek gevaarlijk laag (een te laag kaliumgehalte veroorzaakt spierafbraak. Aangezien je hart ook een spier is, is dat heel gevaarlijk). Wéér een of andere bijwerking van een medicijn. Hij werd accuut opgenomen en aan een kalium-infuus gelegd tot het gevaar geweken was. Frank kwam weer naar huis maar écht veel leven zat er niet meer in.

Zo sukkelden we door. Frank lag nog steeds grotendeels als een dood vogeltje op de bank. Ik deed mijn eigen ding. En ik had zo’n behoefte aan ‘iets nieuws’ en ‘iets anders’ dan ik in een rücksichtsloze bui besloot een andere baan te gaan zoeken. Ik begon met vacatures zoeken bij een van de grote instellingen hier in de buurt; Heliomare. Toevállig een revalidatiecentrum. Ze hadden geen vacatures, gelukkig. Maar ze hadden wel iets anders. Iets veel beters!

Heliomare bleek een behandelprogramma aan te bieden voor mensen met niet aangeboren hersenletsel via Hersenz. En ik kwam, geheel per ongeluk, terecht op de site van Hersenz. Het plaatje op hun site over de gang van zaken gaf precies aan waar het met Frank mis was gegaan. Ziekenhuis, revalideren, naar huis. En dán – terwijl je er alleen voorstaat – tegen van alles aanlopen.

De verklaring was zó simpel dat ik mezelf wel voor mijn hoofd kon slaan dat ik het niet gezien had. De revalidatie van Frank destijds kwam gewoon te vroeg. Hij was daar gewoon nog niet aan toe toen. Hij was nét weer in het land der levenden. Of zoals mijn broer altijd zegt ‘voor de poorten van de hel weggesleept’. En eerlijk is eerlijk; ik had altijd al mijn twijfels over Frank’s vooruitgang destijds. Was het de revalidatie? Of was het gewoon de tijd die voorbij ging, waardoor hij vorderingen maakte? Ik gokte het laatste.

Ik liet de vacatures voor wat ze waren en stuurde een mailtje naar Hersenz. In mei 2019 hadden we een intakegesprek bij Heliomare, waar de therapie gegeven wordt. Anderhalf uur zaten we te praten met een klinisch neuropsycholoog. Zeven A4’tjes met vragen werden beantwoord. En ik hoorde dingen van mijn vriendje – alias De Oester – die zelfs ík niet wist. En álles werd voor ons geregeld. Er werd een indicatie aangevraagd bij de zorgverzekering (akkoord), vervoer werd geregeld (ook akkoord). En ik hoefde alleen nog maar te kijken hoe mijn inbox vol stroomde met mooie dingen. Het duurde nog tot september 2019 voor er genoeg deelnemers waren maar toen kon Frank van start.

Het aanbod was overweldigend. Elke maandag een hele dag cognetieve therapie met een paar lotgenoten. Elke woensdag samen sporten. En om de week op donderdag een therapeut aan huis, die helpt met de praktische zaken. Dingen die ík niet zag, leerden zij Frank aan. Tot vervelens toe. ‘Schouders omlaag, Frank!’ ‘Grote stappen maken, Frank!’

Ze leerden hem hoe hij weer kon koken, zonder te veel pijn. Binnen een paar weken liep Frank rondjes in de gymzaal, zonder rollator. Als ik Frank ophaalde, kwamen zijn therapeutes me vol blijdschap springend in de gang tegemoet. ‘Hij heeft lós gelopen! Hij moest één rondje maar hij deed er drie!’ Ze waren nét zo blij als ik. Zoveel betrokkenheid; ik vind het geweldig! Ik houd van Hersenz!

En nét op het moment dat Frank begon te lopen met een stok in plaats van een rollator – wat nogal een mijlpaal was – sloeg het Coronavirus toe. De revalidatie werd stopgezet. Maar via beeldbellen hielden therapeutes contact. Gymsessies thuis, terwijl ik Frank’s telefoon strategisch ergens neerzette, zodat ze tóch oefeningen met hem konden doen. Frank’s vooruitgang stagneerde nogal de afgelopen weken maar inmiddels is het sporten bij Heliomare weer hervat. Individueel. Maar het begin is weer gemaakt. En ik merk aan Frank dat hij er zoveel baat bij heeft!

Wat is eigenlijk het doel van dit hele lange verhaal? Nou ja, allereerst is het een update over Frank, die langzaamaan weer wat stapjes in de goede richting doet. Met frisse tegenzin want leuk vindt-ie het niet. Maar hij merkt zelf ook dat-ie er baat bij heeft.

Ten tweede wil ik gewoon ordinair reclame maken. Ik had namelijk nog nooit van Hersenz gehoord. Heel af en toe hoor ik een reclamespotje op de radio voorbij komen maar verder niets. Geen posters in abri’s. Geen spandoeken op viaducten. Geen flitsende reclamezuilen. En da’s jammer. Want ze doen fantastisch werk. En hoe meer mensen hiervan weten, hoe meer mensen er profijt van hebben.

Dus ken je iemand met problemen na hersenletsel door een hartstilstand, een beroerte of een ongeval? Of een partner van? Kijk dat vooral een keer op de site van Hersenz. Het helpt ons zo enorm dat ik vind dat ze veel meer bekendheid verdienen. Dus zeg het voort! Zeg het vooral heel veel voort!