Fetish.

Met mijn schoenentic gaat het best aardig. Ik koop tegenwoordig nieuwe schoenen als het nodig is, ik ga voor comfort en kwaliteit én – toch wel het grootste verbeterpunt – ik gooi oude schoenen weg. Ik laat ze niet meer in de kast staan onder het mom van ‘ze zitten zo lekker’, ‘je weet maar nooit’ of, nog erger: ‘maar op deze heb ik nog door Rome gelopen’. En dat ik mijn afgedragen schoenen nog even bedank voor alle fijne kilometers voordat ik ze weggooi, is geen afwijking maar gewoon erg lief, vind ik zelf. 

Ook mijn tassentic heb ik onder controle. Ik gebruik een lichtgewicht geval met veel vakjes voor mijn werk en heb een echt lederen exemplaar liggen voor als ik op sjiek ga. Dat echte lederen exemplaar ligt ergens veilig opgeborgen. Ver weggestopt in een kast.

Want ik ben niet de enige met een tassentic hier in huis. Onze Spike heeft de vreemde gewoonte mijn sjieke tas innig te liefkozen. Hij geeft kopjes, spint luidruchtig en likt mijn tas van boven tot onder af. Van mij mag-ie maar als je probeert te gaan slapen, is het geluid van een ruwe kattentong over een tas best storend. ‘Ahhh’, zei Frank ‘Hij doet dat omdat die tas naar jou ruikt. Hij houdt van je!’ Ik houd ook heel veel van Spike maar ook van slapen dus ging mijn tas onverbiddelijk achter slot en grendel.

Dat ik het weggooien van oude tassen nog niet helemaal onder controle heb, bleek toen ik – tijdens een zoektocht naar iets anders – ergens in een laatje, een oud rugtasje terug vond. Gekocht in de sjiekste kringloopwinkel die ik ooit gezien heb, in Amstelveen, toen Mich daar op kamers ging. Het vreselijk handige tasje kostte het luttele bedrag van één hele euro. In het kader van ‘wie wat bewaart, heeft wat’ was ik er blij mee. Ideaal voor standwandelingen! Ik gooide het tasje op bed en ging verder met waar ik mee bezig was.

Toen ik even later de slaapkamer in kwam, zat Spike op bed uitgebreid mijn rugzakje af te likken. 

Ik heb vandaag twee dingen geleerd:

  1. De tassenlikkerij van Spike is geen uiting van liefde naar mij toe. Onze rode je-weet-wel-kater heeft gewoon een fetish voor leer.
  2. Mijn goedkope kringlooptasje is dus van echt leer!

Vakantie 2.0

Ik was er helemaal klaar voor! Eindelijk vakantie! Vrolijk begon ik met de boodschappen voor mijn moeders verjaardag en draaide drie schalen koude schotel in elkaar. Dat kon ik afstrepen van mij to do-list. 

Frank voelde zich al een tijdje niet lekker maar op de dag van het grote feest – mijn moeders 87ste verjaardag – voelde hij zich zo slecht dat hij niet mee kon. En Michelle en Robby strandden onderweg met autopech. De toon was gezet. Ik had kunnen weten dat deze vakantie anders zou lopen dan verwacht.

Maar ik was er. Ik hielp mijn schoonzusje met de catering, maakte wat slechte foto’s met mijn mobiel en had verrassend leuke gesprekken met nichtjes en tantes die ik zelden zie. En mijn moeder straalde zoals het hoort. So far, so good.

Die maandag -mijn eerste vakantiedag- voelde Frank zich zo beroerd dat we de huisarts belden om een huisbezoek aan te vragen. Die was er binnen een uur. En nog een uur later zaten we op de eerste hulp van het Rode Kruis Ziekenhuis waar bleek dat Frank’s kaliumgehalte* gevaarlijk laag was waardoor zijn hartwaarden niet goed waren. Hij mocht meteen blijven. Op de hartbewaking. Aan een infuus met magnesium en met iedere dag een speciaal kalium drankje.

Ik racete vervolgens 3x per dag naar het ziekenhuis en kreeg het voor elkaar om toch nog wat vakantie-activiteiten van mijn lijstje af te werken. Tja, je moet wat. Het was gek om alleen thuis te zijn dus probeerde ik vooral bezig te blijven. Ik maakte de zonwering voor op het balkon en poetste en dweilde het hele huis. Ik zocht foto’s van Boef bij elkaar voor een filmpje, maakte een kussen voor op de speelgoedkist en de hal is inmiddels bijna helemaal gewit.

Maar het was vooral heel gek om rond te lopen in een vreemd ziekenhuis waar ik de weg niet ken. Vreemd genoeg had ik een soort van heimwee. Naar dat stomme VU! Hoe ontevreden we er ook over waren; het was bekend terrein. Toen we de eerste keer in het VU aankwamen, stonden er kerstbomen in de hal. En toen we uitcheckten werd net de paasversiering opgehangen. Niet zo gek dus dat het daar vertrouwd voelde. 

Maar het Rode Kruis Ziekenhuis is iets dichterbij dan het VU en de parkeertarieven zijn geweldig. De tv boven Frank’s bed was zelfs gratis. Minpuntje was wel dat de batterijen van de afstandsbediening leeg waren en er -zucht- gewacht moest worden op de technische dienst. Zoveel geduld hadden wij niet want als patiënt kun je weinig anders dan tv kijken. Maar met batterijtjes van thuis was dat euvel snel verholpen. 

Ook in dit ziekenhuis was het eten niet best en vergaten ze me te bellen toen Frank naar een gewone afdeling mocht. Gelukkig mocht Frank vrijdag weer naar huis. Ook hier vergaten ze zijn medicatie mee te geven dus ik kon nóg een keer heen en weer, maar vooruit… Frank is weer thuis!

Hij voelt zich iets beter en gisteren zijn we gezellig samen op pad geweest. Op de koffie bij Mich en een rondje supermarkt. Er zit weer stijgende lijn in en ik heb nog anderhalve week vakantie. 

We beginnen gewoon opnieuw. Deze keer zonder to do-list. Ik ga alleen nog maar luieren, boekjes lezen en leuke dingen doen. Vakantie 2.0!

* Door een te laag kaliumgehalte ben je heel erg moe. Kalium is belangrijk voor je spieren, die bij een kaliumtekort afgebroken worden. Aangezien je hart ook een spier is, kan dat een hartstilstand veroorzaken. In Frank’s geval werd het kaliumtekort veroorzaakt door de maagbeschermers die hij slikte. Hij heeft nu andere voorgeschreven gekregen.

Wat doe je voor werk?

Op bovenstaande vraag antwoord ik altijd “Ik ben secretaresse bij een adviesbureau voor ondernemers”. Een totaal nietszeggend antwoord waarop meestal een reactie komt van “Oh, leuk!”. Gelukkig wordt er meestal niet verder gevraagd want als ik het uit moet leggen ben ik wel even bezig. Maar omdat we elkaar hier al even kennen en jullie vast misschien reuze benieuwd zijn, ga ik toch een poging wagen.

Allereerst de term secretaresse. Is dat niet een mevrouw in kokerrok, met haar haren in een knot die vergaderingen notuleert en koffie haalt voor de baas? In mijn geval niet. Ik draag geen kokerrokken maar soms heb ik wel mijn haren in een knot. Notuleren doe ik nooit. En koffie halen voor mijn baas doe ik ook niet. Sinds hij een paar jaar geleden de toko overnam, met ons erbij, hebben mijn twee collega-secretaresses en ik hem goed opgevoed. Hij pakt zijn eigen koffie en tapt voor ons ook een bakkie als het zo uitkomst. Want, hé! Wij waren er eerder dan hij. Hij moet wel zijn plaats weten!

Wat doe ik dan? Ik lees. De hele dag. Wat lees je dan? Rapporten die mijn collega’s, de adviseurs, geschreven hebben. Wat voor rapporten dan? Tja, dan ontkom ik er niet aan om te vertellen wat we nou eigenlijk doen. Best interessant, hoor. Let op!

Stel… Je bent ondernemer maar het gaat niet zo goed. Je hebt schulden maar geen geld om ze af te lossen. Of je wilt investeren maar je hebt er zelf geen geld voor. Of je kunt tijdelijk niet meer rond komen. Omdat je ziek bent geworden, omdat de straat voor je winkel opengebroken is. Om wat voor reden dan ook. Als de bank je niet verder kan of wil helpen, kun je – onder bepaalde voorwaarden – een krediet en/of een uitkering aanvragen bij de gemeente waar je woont. Maar de gemeente wil natuurlijk wel weten of jouw bedrijf in de toekomst rendabel is. Ze willen wel zeker weten dat je de lening straks terug kunt betalen. Dus schakelen zij ons in om een haalbaarheidsonderzoek uit te voeren.

Een van onze adviseurs komt bij je langs (het liefst bij je bedrijf; ze komen graag bij de mensen thuis) en keert vervolgens je hele bedrijf binnenstebuiten. Wat ben je van plan? Hoe ga je dat doen? Waar geef je je geld aan uit? Het klinkt heel akelig maar ze zijn best lief, hoor. Mijn collega’s.

Ze denken met je mee, geven je tips en schrijven vervolgens een rapport, van zo’n 25 A4’tjes, waar alles in staat. Ook een advies aan de gemeente. Om jou wel of niet een krediet te geven. En een advies aan jou. Wat je kunt doen om meer winst te maken. Of soms, hoe treurig ook, om te stoppen met je bedrijf en een baan te zoeken. Niet leuk! Maar ze behoeden je daarmee voor nog meer schulden en ellende.

En dan kom ik in beeld! De adviseur stuurt het rapport aan mij en ik ga het lezen. Ik check de lay-out, die precies zo moet zijn, zoals de gemeente in kwestie het wil hebben. Ik haal de schrijffouten er uit (‘Hij beseft zich…’ FOUT! FOUT! FOUT!) en controleer de cijfers in het rapport. Klopt het allemaal? Komen de cijfers die genoemd worden in de tekst overeen met de cijfers in de financiële overzichten? Kloppen de adresgegevens? Staat de naam van de klant overal goed? Geen schrijffouten? Geen halve zinnen onderaan een bladzijde?

Als er iets niet klopt, bij ieder minuscuul verschilletje, trek ik de desbetreffende adviseur aan zijn jasje, die vervolgens zijn fout corrigeert, waarna ik het nóg een keer check. Vervolgens verstuur ik het rapport. Ook zoals de opdrachtgevende gemeente het wil. En binnen de deadline die de gemeente stelt.

Soms alleen per mail (ja, ja! beveiligd!). Soms per post, soms in tweevoud. Soms ook aan de klant. Altijd mooi ingebonden en met een keurige brief erbij waar – in het kort – het advies aan de gemeente in staat. En daarna, BAM!, maak ik een factuur en stuur die naar de gemeente. Tenslotte moet onze koffie, en die van de baas, ook betaald worden.

Is het leuk? Ja!
Natuurlijk; overal is wel eens wat. Als ik een rapport wil versturen (deadline! deadline!) en de adviseur niet kan bereiken, rol ik met mijn ogen terwijl ik uitroep “Je geeft ze een mobieltje maar opnemen, hó maar!”. En natuurlijk baal ik wel eens van de kwartaaloverzichten die veel gemeenten willen hebben met daarin alle opdrachten, alle data en alle adviezen.

Maar het is vooral leuk omdat we een klein bedrijfje zijn waar we veel zelf doen. Ons kantoor opleuken door de achterkant van een archiefkast te behangen, bijvoorbeeld. Kerstpakketten en Sinterklaasrijmen maken. En omdat ik leuke collega’s heb, die ik al járen (en inmiddels dus door en door) ken.

Omdat we een hecht team zijn, dat meeleeft met elkaar. Bij nieuwe liefdes en baby’s. Bij overleden ouders en scheidingen. Omdat we samen lachen om de prietpraat van kinderen. Mee zuchten als het even tegenzit en blij zijn voor elkaar als het goed gaat. Omdat ik de mogelijkheid heb om thuis te werken. En omdat ik inmiddels ook de PR doe (kuch, groot woord maar het klinkt zo stoer) en hoffotograaf van de firma ben.

Maar ook, en vooral, om de rapporten die ik lees. Hondentrimsalons, bierbrouwerijen, belastingadviseurs, foodtrucks, garagebedrijven, sportinstructeurs. Alles komt voorbij. Ik lees de blunders en de hartverscheurende verhalen. Maar ook de briljante ideeën en de successtory’s. Het verveelt geen moment.

In het kort kan ik op de vraag “Wat doe je voor de kost?” dus antwoorden dat ik lees. Heel veel lees. Met de radio aan op de achtergrond, een bak koffie binnen handbereik en gezellige collega’s om me heen. En laat lezen nou nét mijn grootste hobby zijn! De spreuk ‘Als je van je hobby je werkt maakt, hoef je nooit te werken’ is op mij van toepassing. Potverdikkie! Bof ik even! En ik word er nog voor betaald ook!

PS: we doen nóg meer, hoor! Wil je starten met een eigen bedrijf vanuit een bijstandsuitkering, een UWV-uitkering of een outplacementtraject dan kun je in veel gevallen begeleiding krijgen bij het opstellen van een ondernemersplan. Voor meer info kun je altijd even op onze site kijken.