Uncle Bob op Kerst-safari.

Het was prachtig weer afgelopen weekend en uncle Bob was graag de duinen in gegaan om foto’s maken. Maar met mooi weer, vind ik het vaak te druk daar dus bleef ik thuis. Het werd zo’n rommel weekend. Ik deed een wasje, ik poetste een beetje, ruimde kasten op en las in mijn boek. Ik maakte alleen een ommetje omdat dat moet van haar.

Maar op zondagavond zag ik in de Faceboekgroep van ons dorp dat iemand foto’s geplaatst had van kerstbomen op het strand. Kerstbomen op het strand! Hoe leuk is dat? Ik had spijt als haren op mijn hoofd dat ik niet naar het strand gefietst was. Want dát zou nou een leuk plaatje zijn om jullie fijne feestdagen te wensen!

Maar ik had nog een kans: maandag. Omdat ik mijn vrije woensdag geruild had met mijn collega. De rest van de week zou ik op kantoor zitten. Dus het móest! Die maandag! Jammer genoeg zou het die maandag ‘s middags gaan regenen.

Jullie weten dat deze Uncle Bob het altijd laat maakt en graag uitslaapt. Maar deze Uncle Bob zat op maandagmorgen om half tien al op de fiets om voor jullie een foto te gaan maken op het strand, voordat het zou gaan regenen. Twintig minuten fietsen, hè! Op de vroege morgen. Op mijn vrije dag. Ik schrok er zelf ook van! Maar hé! Voor mijn trouwe weblog-vriendinnen en -vriend heb ik dat over.

En natuurlijk; wekenlang hoopte ik Schotse hooglanders tegen te komen en zag ik ze niet. En terwijl ik nu gewoon onderweg was naar de kerstbomen op het strand, zag ik ineens de hele kudde op hun gemakje langs het pad kuieren. ‘Doorfietsen’, zei ik tegen mezelf ‘Naar de kerstbomen’. ‘Buitenkansje!’ schreeuwde de Uncle Bob in mij. Ik fietste de hooglanders voorbij en stopte.

Ik doe alles altijd heel rustig en doordacht in de buurt van die beesten. Want ze zijn te groot om ruzie mee te krijgen. Ik pakte mijn camera en bleef even stil staan zodat ze een beetje aan me konden wennen. ‘Wat doet die mevrouw? Oh, niks. Dan grazen we lekker door.’

En toen kwam van de andere kant de kudde wilde paarden aan wandelen. Tot mijn verbazing bleef het voorste paard verschrikt staan. ‘Oh, hallo!’ zei ik zachtjes. ‘Uhhh, maar jullie kennen elkaar toch?’ Daar stond ik, moederziel alleen midden in de duinen. Met aan de ene kant een kudde hooglanders en aan de andere kant een kudde wilde paarden.

Terwijl ik me nog doodstil af stond te vragen of dat gevaarlijk was, kwam er ineens een wielrenner om de hoek zeilen, rakelings langs de kudde hooglanders. Het was zo’n – en ik mag het zeggen want ik ben er zelf een – te dikke vijftig-plusser in een te strakke zeemleren broek met een fluorescerend trainingsjack over zijn te dikke buik. En van onder zijn knalroze fietshelm schreeuwde hij me keihard toe ‘Je hebt ze lekker onrustig gemaakt, zeg!’

Verbijsterd keek ik zijn dikke kont na terwijl hij in volle vaart langs de toch al verschrikte paarden verdween. Pardon? Ik stónd daar alleen maar. Idioot! Nee, van joú worden ze blij. Met je lelijke kleuren en je geschreeuw! Ik was zó boos dat ik spontaan vergat bang te zijn.

Rustig liep ik iets (echt maar iets) dichter naar de hooglanders toe terwijl ik ze zachtjes toesprak ‘Wat een nare meneer, hè. Niks van aantrekken, hoor. En let maar niet op mij. Ik wil alleen een mooie foto van jullie. Mag dat?’ Geen idee of ze me hoorden op die afstand. Maar ik had hun aandacht. En ik maakte foto’s. Scherpe foto’s! Eindelijk!

Die foto van die kerstbomen op het strand was iets minder spectaculair dan ik in gedachten had. Maar dat geeft niks; mijn dag kon niet meer stuk. Uncle Bob is blij.

Ik wens jullie, ondanks deze rare tijd, hele fijne Kerstdagen. Op afstand of samen. Maak er iets moois van en blijf vooral gezond.

Projectje.

Ik groeide op in Breda. De meeste ooms en tantes woonden in Brabant. In de regio Tilburg/Den Bosch. Niet zo verwonderlijk dus dat ik opgroeide tussen meubels van massief eiken. Uit, jawel, de meubelfabriek in Oisterwijk. Tafels, kasten, de dekenkist, de spiegel met kammenbak en fotolijstjes. Alles was van massief Oisterwijks eikenhout in mijn ouderlijk huis. Zelfs het houdertje voor de koffiefilters.

Oerdegelijk spul dat een leven lang mee gaat. Onverslijtbaar. Onverwoestbaar. En oerlelijk. Dat vonden wij, mijn broers en zussen, althans. Mijn vader maakte het niet veel uit, denk ik. Maar mijn moeder vond het mooi. Een leven lang stofte ze haar eiken meubels af en zette ze elke maandag de boel in de boenwas.

“Wie wil er mijn meubels als ik er niet meer ben?” riep mijn moeder wel eens. Waarop wij om het hardst riepen dat we helemaal niets wilden. Dat we gewoon het grofvuil zouden bellen als zij er niet meer zou zijn. Mijn oudste broer opperde dan vrolijk dat het eikenhouten dressoir best dienst kon doen als doodskist als het zover was. Dat scheelde toch weer in de kosten.

Maar mijn moeder bleek sterker dan haar massief eiken meubels. Onverwoestbaar. Het ene na het andere meubelstuk werd vervangen. Niet omdat het versleten was maar omdat ze wat anders wilde. Iets lichtere meubels, iets moderner. Ze zit er netjes bij, die moeder van mij. Een kekke hoekbank en mooie kasten en tafels. Aan de veertig jaar durende eiken periode in haar leven herinnerde eigenlijk alleen nog de massief eiken dekenkist, die wegens ruimtegebrek, in haar schuur stond.

Een foeilelijk ding is het. Met een vreselijk bloemenmotief en zwaar metalen beslag. Maar in een sentimentele bui bedacht ik me dat die dekenkist altijd in mijn leven was toen ik opgroeide. Mijn moeder bewaarde er de kerstspullen in. Hij stond achter in de kamer. Of soms weer voor. Met de tv er op. Of in de gang. Het ding was er altijd. Met die spuuglelijke bloemen op de voorkant als constante factor in mijn leven. Thuis.

“Mam?”, vroeg ik laatst “Mag ik de dekenkist hebben?” Na al dat geroep over hoe lelijk we dat eiken vonden, keek ze me verbaasd aan. En ik legde uit hoe die dekenkist bij ‘thuis’ hoort. En dat ik ‘m wit wilde schilderen – als zij dat goed vond – en ‘m in de slaapkamer wilde zetten waar nu de plastic opbergbox staat waar Spike altijd op ligt. Dat ding is ook foeilelijk dus erger kon het niet worden.

We maakten samen de dekenkist leeg. De stenen, het zand en het oude tuingereedschap dat er in lag, gooiden we weg. Met een handveger veegde ik talloze spinnenkoppen weg voor ik het ding in mijn auto stouwde en ermee naar huis reed. Thuis zette ik de dekenkist op het balkon en gaf ‘m een sopje.

Eenmaal schoon en droog zette ik ‘m in de hal en keek eens goed. De schade van jarenlang in de schuur staan, viel eigenlijk heel erg mee. Oisterwijks eiken, hè? Niet kapot te krijgen. Ik overwoog om de dekenkist te laten zoals hij was en ‘m gewoon goed in de boenwas te zetten. Zoals mijn moeder veertig jaar lang deed.

Helaas hadden de jaren in de schuur geen echte schade veroorzaakt maar wel een ongelooflijke stank veroorzaakt. En wat ik ook probeerde, bakjes koffiedik, schoteltjes melk, backing soda, niets hielp. De dekenkist bleef stinken alsof er een complete kudde bizons in gestorven was. Uiteindelijk maakte dat dat ik besloot de dekenkist toch te schilderen.

Met pijn in mijn hart schuurde ik de veertig jaar boenwas, zorgvuldig aangebracht door mijn moeder, van de dekenkist. Ik schilderde vier keer en schuurde tussendoor elke keer lichtjes op. Met een penseeltje schilderde ik keer op keer de gruwelijke bloemen op de voorkant tot de hele dekenkist wit was. En naar verf rook. Alles beter dan de geur van een kudde dode bizons. Als finishing touch schilderde ik het zware beslag op de dekenkist zwart.

Het was best wel een klusje maar ik ben blij met het resultaat. Trots appte ik een foto naar mijn een-na-oudste broer. Die stuurde een simpele tekst terug. “Je vader zou trots op je zijn”. Dat maakte het helemaal af.

De dekenkist van vroeger staat nu in de slaapkamer. Het is een waar erfstuk geworden. En mocht mijn dochter ‘m later niet willen, dan kan-ie altijd nog gebruikt worden als doodskist als ik het loodje leg. Met een beetje proppen moet dat lukken. Scheelt toch weer in de kosten.

Bijschrift bij de bovenste foto, van links naar rechts: 
Mijn zus in de eetkamer in 1974, de dekenkist staat links.
Ik met onze kat in 1981, de dekenkist doet dienst als tv-meubel.
Onze hond Bonnie in 1990, naast de dekenkist

Over het hondenspeeltje en moeilijke woorden.

De opzichter

Voor zover ik weet, lezen er hier geen kindertjes mee. Maar voor de zekerheid zeg ik het toch maar in kleine lettertjes: Sinterklaas bestaat niet. En het was ondergetekende die er een jaarlijkse traditie van heeft gemaakt om de kinderen te verrassen met een Sinterklaasgedicht. Hoewel van een verrassing nauwelijks meer sprake zal zijn. Het is inmiddels een terugkerend item geworden om een terugblik op het afgelopen jaar in rijm samen te vatten. Met een klein cadeautje erbij. Voor Michelle en voor Robby.

En meestal doe ik er ook een kluifje of iets anders lekkers bij voor hun hondje Nanook. Nou is die laatste een beetje van de leg op het moment. Soms eet ze dagenlang niet en ze moet regelmatig spugen. Op advies van de dierenarts krijgt Nanook nu speciaal voer om te bekijken of er misschien sprake is van een of andere allergie. En ze mag dus niets anders eten. Geen kluifjes, geen snoepjes. Helemaal niks. Ze mag echt alleen haar dieetvoer eten. Dus besloot ik dan maar een speeltje te maken voor haar.

Voor een ander projectje ben ik momenteel aan het breien met repen stof die ik knipte van een fleecedeken en dat bracht me eigenlijk op het idee om een hondenspeeltje te maken van fleecestof. Maar hoe dan? Internet bracht uitkomst natuurlijk. Typ “hondenspeeltje” en “fleece” in op Google et voilá! De keuze was snel gemaakt. Het zou een floskoord worden.

Onder toeziend oog van onze Spike knipte ik drie stroken fleece van zo’n vier centimeter breed van verschillende kleuren en legde in het uiteinde een knoop. Op Youtube vond ik vervolgens filmpjes waarin voorgedaan wordt, hoe je zo’n touw maakt. Hoewel ik best wel handig ben, kreeg ik het niet voor elkaar om die filmpjes na te doen. Ik snapte er geen bal van.

Tot ik me ineens de Scoubydou-touwtjes herinnerde die Michelle als kind had. Ik ben altijd al dol geweest op knutselen dus ik was zo’n moeder die vrolijk mee papiermachéde, knipte, plakte en vouwde. En ook scoubydouen had ik wel gedaan. Dit was het zelfde principe natuurlijk.

Met een Scoubydou-plaatje naast me ging ik aan de slag. Ik plakte de knoop van de fleecestroken met plakband aan mijn bureau vast en legde de stroken elk een andere kant op. Daarna was het even wennen want het is zeker twintig jaar geleden dat ik voor het laatst scoubydoude. Maar ik had al snel de slag weer te pakken en de kleur van de fleecestroken en de volgorde waarin ik ze knoopte werden een soort rustgevende mantra in mijn hoofd.

Groen over grijs, grijs over groen, oranje over grijs en onder groen door. Knoopje voorzichtig aantrekken. Zennnn…. En weer: groen over grijs, grijs over groen, oranje over grijs en onder groen door. Zennnnn…

En zo scoubydoude ik verder, tot het touw de gewenste lengte had. Ik legde een knoop in de onderkant en daar was-ie dan! Had ik toch maar mooi even een hondenspeeltje gescoubydoud!

Achteraf snapte ik niet dat het me in eerste instantie niet lukte om zo’n touwtje te knopen. Toen ik eenmaal de slag te pakken had, was het eigenlijk reuze simpel. Simpeler in elk geval dan het vervoegen van het werkwoord Scoubydouen. Ik ben blij dat ik niet aan macrameeën doe. Je zal daar toch een blog over moeten schrijven, zeg…

Dank u, Sinterklaasje!

Sinterklaasgedicht 2020

Sinterklaas 1994

Lieve Michelle en Robby,

Het is inmiddels een echte traditie;
hier is jullie Sinterklaasgedicht, de 2020-editie.
Om 2020 kort samen te vatten wordt een klus
want heel 2020 was één groot circus.

Wat we nooit hadden kunnen voorzien
was hoe raar alles werd door Covid 19.
Robby had nét zijn flat te koop gezet
toen er ineens heel veel mensen waren besmet.

En toen half Nederland terugkwam van wintersport
hadden we ineens ziekenhuisbedden te kort.
De premier van ons land en een tolk met duidelijke gebaren
vertelden over maatregelen die niet misselijk waren.

Scholen werden gesloten en iedereen werkte opeens thuis
Bejaarden zaten eenzaam en alleen in hun verzorgingstehuis.
De horeca, theaters en sportscholen moesten hun deuren sluiten
en iedereen hield afstand van elkaar, zelfs buiten.

We waren bang dat Robby’s flat in prijs zou zakken
maar hij wist gelukkig een flinke winst te pakken.
De papieren werden getekend en de centjes kwamen binnen.
En jullie konden aan een nieuw avontuur beginnen.

En terwijl het hele land in lockdown zat
verhuisden jullie naar een andere stad.
Omdat iedereen afstand moest houden door dat virus
was de verhuizing een enorme kl*te klus.

Het was soms heel erg zwaar
maar samen kregen jullie het voor elkaar.
Met de dingen die jullie niet zelf deden, ging nogal wat mis.
Het bezorgde jullie de ene na de andere ergernis.

Want terwijl jullie weken schroefden aan de vlonder
was er ondertussen nogal wat gedonder.
Zo vernielden de vloerenleggers jullie muren
en moesten de stukadoors opnieuw gaan schuren.

De kapotte bank moest vier keer heen en weer.
En ook de gordijnen hingen niet in één keer.
Zelfs met het prachtige bad wilde het niet in een keer lukken;
want van de waterleiding ontbraken hele stukken.

Ondertussen werkte Robby bijna het hele jaar thuis.
Michelle moest wel gewoon naar de oudjes in het tehuis.
En bij elke loopneus, elk hoestje of kuchje dat ze had,
kreeg ze weer een wattenstaaf in haar neusgat.

Lekker ver op reis gaan, zat er dit jaar ook niet in.
maar ach, jullie hadden het thuis wel naar jullie zin.
In jullie vakantie gingen jullie toch maar met de auto op pad.
Voor code oranje uit, van land naar land, van stad naar stad.

Polen, Oostenrijk en Tsjechië kwamen voorbij.
Allemaal mooi, allemaal geweldig en jullie waren blij.
Want om er even lekker samen tussen uit te zijn
was na het vele klussen toch wel heel erg fijn.

In het najaar was het ook weer feest
Want Robby kwam in een elektrische auto aan gesjeesd.
Met die mooie bak van de zaak onder jullie kont
reden jullie klimaatneutraal het halve land weer rond.

En zo werd 2020 een jaar om nooit te vergeten
en zullen jullie het over 50 jaar nog haarfijn weten.
Want 2020 was gek, vermoeiend, druk en raar.
Maar was toch ook wel een heel bijzonder jaar.

En 2021 wordt vast ook om nooit te vergeten
want Michelle gaat terug naar school, moet je weten!
Het is verdorie toch echt niet mis
dat ze straks een echte GZ-psychologe is.

En rond jullie huis is ook nog genoeg te doen
want in de tuin moet nog een beetje groen.
Die grasmat ligt nu al een tijdje binnen.
Sint hoopt dat jullie snel buiten kunnen beginnen.

Met gras leggen en borders maken
zullen jullie je best wel vermaken.
En daarna lekker zonnen op jullie eigen vlonder!
Dat is toch wel heel erg bijzonder.

De problemen met het bad zijn nu ook bijna voorbij
en hopelijk genieten jullie straks van ’t badderen, allebei.
En om daar nog een beetje extra van te genieten
is hier een kleinigheid van Sint en zijn Pieten.

Parels, schuim en bubbels in allerlei lekkere geuren.
Je kunt het allemaal in je badwater pleuren.
En dan is het relaxen geblazen in het warme water
Problemen bewaar je gewoon voor later.

En onderin dit pakket zit nog een kleinigheid.
Dat is voor Nanook, jullie kleine meid.
Ze is niet genoemd in dit rijm en dat is raar.
Want Sint houdt echt heel erg veel van haar.

Dus Sint gaat die lieve Nanook echt niet vergeten.
Maar hij weet dat ze niet zomaar alles meer mag eten.
Daarom knutselde hij als lief gebaar
helemaal zelf een hondenspeeltje in elkaar.

De Sint stuurt jullie een groet en een virtuele zoen
Daar moeten jullie het dit jaar helaas mee doen.
Verder wenst hij jullie fijne feestdagen en een mooie tijd
met ondanks corona toch veel gezelligheid.

Liefs, Sint en Pieten