Verpieterd.

Mei 1990: Mijn eigen stekkie 🙂

In 1990 ging ik op mezelf wonen. Ik was 20 lentes jong en had na mijn eerste dramatisch verlopen kalverliefde, behalve een deuk in mijn ego, ook geen rooie rotcent. Maar ik moest en ik zou op mezelf wonen, ongeduldig als ik was om volwassen te zijn. Ik had een mazzeltje met de flat die ik kreeg omdat de vorige bewoner zijn witgoed achterliet. Ik nam mijn tv-meubeltje en mijn tv mee uit mijn slaapkamer in het ouderlijk huis, kreeg her en der wat meubeltjes en kocht wat ik echt nodig had zo goedkoop mogelijk. De lege ruimtes die overbleven vulde ik met planten. En daar zat ik, hoor! Te shinen in mijn eigen paleisje.

Ik redde het prima in mijn eentje. Ik heb me nooit eenzaam gevoeld en ik vermaakte me prima. Doordeweeks werkte ik en elke zaterdagmorgen poetste ik vrolijk mijn huisje. En elke week, voordat ik aan mijn poetsrondje begon, sleepte ik ál mijn planten naar het balkon. Ik gaf ze water, haalde dode blaadjes weg en sproeide ze allemaal af. En dat werkte! Het leek wel een hortus botanicus bij mij thuis. En toen kwam mijn baby.

September 1992: Mijn moeder met kleinkind nr. 10. De mijne! ❤️ En kijk eens hoe mijn planten gegroeid zijn! 

Alle liefde en zorg die ik voorheen aan mijn planten gaf, gaf ik aan die kleine baby. Samen verhuisden we naar een echt huis waar ik mijn planten strategisch verdeelde over de veel grotere huiskamer. Ik gaf ze af en toe water. Maar ik vergat ze ook regelmatig. En ik geloof niet dat ik mijn planten ooit nog afgesproeid heb. Mijn hele hortus botanicus verpieterde.  Gelukkig was ik toen al een kei in prioriteiten stellen; mijn baby kreeg wél keurig op tijd eten, drinken en een douchebeurt en ze groeide voorspoedig op tot een leuke, lieve jongedame. Maar met die planten is het nooit meer goed gekomen.

Momenteel geef ik mijn huis de schuld van het plantenleed. ‘Het is hier te donker’ roep ik als ik weer een slachtoffer in de vuilnisbak gooi. En vol weemoed denk ik aan mijn hortus botanicus van weleer. Ik kon het toen. Waarom lukt het me nu niet meer? Wanhopig probeer ik mijn planten in leven te houden, vooral het stekje van de bananenplant dat ik van mijn dochter kreeg. ‘Het is mijn eerste stekje’ jubelde ze terwijl ze mij plechtig haar bananenplantenkind overhandigde. Ik beloofde niets maar ik voelde de druk. En ik moet eerlijk zeggen dat haar stekje inmiddels op sterven na dood is. Zelfs mijn aloë Vera-planten, die toch wel wat kunnen hebben, zijn inmiddels hangplanten geworden. Op zich is dát natuurlijk een prestatie van formaat maar niet helemaal de bedoeling, toch? Dit kán zo niet langer. En ik besloot in actie te komen.

Allereerst heb ik eens uitgezocht wat voor planten ik nou eigenlijk heb. Briljant, vond ik zelf. Dat ik dát niet eerder bedacht heb!  Stap 2 was uitzoeken hoeveel water ze eigenlijk moeten hebben. Nóg zo’n geniale ingeving! En ik ontdekte dat ‘2x per week een beetje’ veel te veel van het goede is. Mijn aloë vera’s probeerden me dat al een tijdje duidelijk te maken maar ik dacht dat ze juist dorst hadden. Communicatie met aloë vera’s is schijnbaar niet echt mijn sterkste punt. Stap 3 was uitzoeken hoeveel licht mijn planten lekker vinden. Ik ruilde vervolgens strategisch wat potten om en zette als finishing touch een app op mijn telefoon die me een seintje geeft als een bepaalde plant water moet hebben. Daarna heb ik iedere plant persoonlijk toegesproken. Ik heb nederig mijn excuses aangeboden, beterschap beloofd en een peptalk gehouden. Het moet goed komen.

Ter lering ende vermaak plaats ik hieronder foto’s van mijn arme, verpieterde plantenkinderen (niet lachen). De foto van de baby-bananenplant durf ik niet te plaatsen. Die is te schokkend. Ik hoop jullie over een hele tijd te kunnen melden dat ze allemaal opgefleurd zijn. To be continued…

Iemand nog tips?

Vakantie 2021

Het zit er op, mijn vakantie. En ik moet zeggen; ik heb betere vakanties gehad.
En dat lag niet alleen aan het slechte weer.

Mijn moeder wilde, al sinds ze verhuisde naar het verzorgingstehuis, een nieuw behangetje op haar kamer. Maar door omstandigheden was dat er nog niet van gekomen. Op 24 juli zou ze 90 worden en ik beloofde haar dat ik zou zorgen dat haar kamer vóór die tijd behangen was. Op 10 juli was het zover. Ik voorzag de lange muur in haar kamer van een nieuw behangetje. Ik had niet genoeg tijd om alles te doen. Eén klein muurtje, aan het hoofdeinde van haar bed moest nog. Maar dat zou ik een andere keer doen. Mam was apetrots op haar nieuwe behang. We spaken af dat ze nog minstens drie maanden bij ons zou blijven om ervan te genieten. 

Maar in de week daarna werd mijn moeder ziek. Het leek een simpel buikgriepje, maar ze had het écht flink te pakken. Ze kon niet meer eten, viel drie kilo af in één week en ze werd steeds zwakker. Het enige wat ze nog at, was griesmeelpap die drie keer per dag speciaal voor haar gekookt werd. En toen, ineens, gaf ze aan dat ze ‘er geen zin meer in had’. Ze wilde naar haar overleden tweelingzus en naar haar overleden zoon. Ik snapte dat. Ik snapte het helemaal. Maar ik vond het wel heel, heel erg verdrietig.

Ik worstelde me de de laatste werkweek voor mijn vakantie door en ging ‘s zondags weer bij haar op bezoek. Ze lag in bed, op haar zij, met haar gezicht naar de pas behangen muur. Zo mager en zo zwakjes. Ze had nauwelijks nog de kracht om te praten. “Zonde van het behang” mompelde ze. Maar ik stelde haar gerust. Als ze op haar favoriete zij lag, keek ze naar het behang. Dan had ze er toch plezier van? Veel meer dan bij haar zitten, tegen haar kletsen en over haar grijze krullen aaien kon ik niet doen. 

21 juli begon mijn vakantie met opnieuw een bezoekje aan mijn moeder. Samen met Frank. Ze lag nog steeds in bed, nog steeds heel zwak. Maar eigenlijk ging het beter dan die zondag daarvoor. Zo ziek als ze was, gaf ze me instructies voor haar verjaardag op de 24 juli. Er moesten gebakjes komen en traktaties voor de zorg en de medebewoners. En daarna was ze er wel klaar mee, zei ze.

Ondertussen hadden mijn broer en ik een Teams-vergadering met de arts van het zorgcentrum. Het ging slecht, heel slecht. Maar omdat mijn moeder zelf aangaf niet meer te willen; spraken we af dat ze geen behandelingen meer zou krijgen, mocht dat nodig zijn. We zouden inzetten op comfort. Zorgen dat ze geen pijn had, dat ze lekker lag en zich zo prettig mogelijk voelde.

“Neem elke keer als je bij haar bent, afscheid alsof het de laatste keer is” kregen we als advies en we deden een bel-rondje om neven en nichten en ooms en tantes in te lichten hoe slecht het ging. De server van het zorgcentrum moet bijna overbelast geraakt zijn doordat ik het dossier van mijn moeder vijftig keer per dag refreshde. En op mijn donkere balkon, toen ik niet kon slapen, schreef ik de tekst voor de uitvaart van mijn moeder.

Er kwam een stroom bezoekers op gang. De post bleef binnenstromen en mijn moeders kamer stond vol met bossen bloemen. Op 24 juli vierden we, samen met Michelle en Robby, haar 90ste verjaardag. We hingen ballonnen en slingers op. Mijn moeder was nog steeds heel zwak en lag in bed maar ze was erg tevreden met haar taartjes en traktaties, al at ze er zelf maar twee hapjes van. 

Maar toen iedereen bij haar langs geweest was, werd de griesmeelpap die ze at, vervangen door bouillon. De bouillon werd een eierkoek en zo ging ze steeds beter eten. De woensdag na haar verjaardag was ik weer bij haar. Tot mijn grote verbazing lag mijn moeder aangekleed in bed. Ze was uit bed geweest die ochtend en had twee uur in haar stoel gezeten. Ze kon weer een beetje praten en we kletsten bij.

‘s Avonds thuis ging de telefoon. In het scherm verscheen het nummer van mijn moeder. Mijn moeder! Ik nam een snoekduik naar de telefoon, belandde bijna op mijn buik op de tafel in mijn haast om op te nemen. Want ze had me al wéken niet meer gebeld. Maar nu belde ze. Om, zoals ze dat altijd doet, te controleren of ik veilig thuis gekomen was. Tot mijn grote verbijstering zei ze: “Het is wel mooi geweest, zeg. Ik ben hier niet gekomen om in bed te liggen. Morgen ga ik uit bed.”

En als mijn moeder iets wil, dan gebeurt het ook. Dus kwam ze elke dag een beetje langer uit bed. En dus at ze als een bootwerker en werd ze steeds een beetje sterker. Ik reed elke week twee keer naar haar toe en zag haar opknappen. Ze heeft er geen idee van dat ze zo ziek was. “Echt waar?” zei ze verbaasd. “Mam! Wij dachten dat je dood ging!” En ik vertelde dat het zó slecht ging dat ik al een tekst geschreven had voor haar crematie. Dat vond ze stiekem wel mooi, hoor. En fijntjes informeerde ze even wat er dan in stond. Wat er ook gebeurt; mijn speech is goedgekeurd. 

Vandaag ben ik weer naar mijn moeder toe gegaan. Ze is zo opgeknapt dat ik het wel aan durfde: ik heb het laatste muurtje in haar kamer behangen. En we hebben wederom afgesproken dat ze nog minimaal drie maanden blijft om ervan te genieten.

Maandag ga ik weer werken. Na twee en een halve week vakantie. Ik had iedere dag regen, ik reed bijna 950 kilometer en verder deed ik helemaal niks. Maar hé! Ik had géén crematie in mijn vakantie! I count my blessings.

 

De uitslag! Help Nicky de zomer door.

En inderdaad; mijn vooruitziende blik klopte. Ik doe helemaal niks, nada, noppes deze vakantie. Het weer werkt ook niet mee dus ben ik ook nog maar één keer naar het strand geweest. Bij Wijk aan Zee. Met de auto. Het stormde dus de kitesurfers gingen heel hóóg en ik wist er eindelijk een paar plaatjes van te schieten. Maar dat was dan ook de enige actie tot nu toe. Verder hang ik een beetje lamlendig rond.

Wat in deze state of mind wel een enorm hoogtepunt was, waren jullie reacties op mijn blog met die vier vragen over mijzelf. De vraag of ik op Mars zou willen wonen, was een makkie natuurlijk. Want jullie weten allemaal dat ik al heimwee heb als ik naar de supermarkt ga en dat verhuizen naar Mars voor mij geen optie is.

Maar op de vraag waarom het fijn is om mij als vriendin te hebben, kwamen veel antwoorden als ‘oprechte aandacht’, ‘trouw’, ‘iets voor een ander overhebben’, ‘warm’, ‘lief’ en meer van dat moois. Man, dat vond ik fijn! Want dat is zéker mijn streven, om oprechte aandacht te geven aan de mensen om mij heen en te helpen waar ik kan. En hoe leuk is dan om te lezen dat dat schijnbaar lukt, ook al kennen jullie mij niet in real life. Dus dank jullie wel! Ik zit nog steeds te blozen.

Op de vraag wat ontspannen voor mij betekent, had Liesbeth het 100% goed. In het donker op het balkon (met muziek) en het strand. Inderdaad als ik zin heb om te fietsen. Maar de overige antwoorden reken ik ook zeker niet fout. Fotograferen, lezen en creatief bezig zijn, zijn inderdaad dingen waar ik inderdaad heel relaxt van word.

Op de vraag welk dier mijn karakter het beste weergeeft, kwam bij mijzelf als eerste een luiaard op. Maar bij nader inzien geldt dat alleen voor deze vakantie. Misschien zou ik voor hond gaan, vanwege mijn trouw. Dat vonden ook Liesbeth, Rianne en Audrey. Ik vond het antwoord van Neeltje wel treffend! Een mier! Grappig! Wij noemden mijn moeder vroeger Truus de Mier omdat ze altijd bezig was. Ik heb ‘t niet van een vreemde. Het nestvogeltje van Willemijn vond ik ook wel een goeie! Want inderdaad; mijn nestje is heel belangrijk voor mij. De koala van Zo simpel is dan geluk vond ik ook mooi. Inderdaad; gewoon lekker rustig mijn ding doen! Ja, dat klopt wel. Verrassend vond ik ook dat de meesten van jullie toch een kat of poes noemden. Misschien dat ik het daarom zo goed met onze Spike kon vinden. Soulmates! ❤️

Ik ben blij dat ik niet beloofd heb te gaan behangen! Want dan had ik aan mijn resterende vakantie niet genoeg gehad. Maar één eervolle vermelding vind ik ook een beetje karig omdat jullie allemaal zo lief zijn geweest om te reageren.

Dus bij deze: een eervolle vermelding voor:

Liesbeth
Mijn ex-collega en vriendin Tineke
Emile
Rianne
Rietepietz
Sandra
Audrey
Zo simpel is dan geluk
Mrs. T.
Nicole
Deborah
Willemijn
Neeltje
En, last but zeker not least, mijn lieve nichtje Gerdine, die nog steeds geen weblog heeft.

Dank jullie wel allemaal! 😘

PS: mocht je niet in de eregalerij willen staan; laat het even weten, hè! 
Dan haal ik je er uit. 

Oproep! Help Nicky de zomer door.

Meestal begin ik in de weken voor mijn vakantie domme uitspraken te doen tegen de mensen om mij heen. Uitspraken als: ‘Oh! Ga je verhuizen? Ik heb toch vakantie! Ik kom je wel helpen!’ Of ‘Ach, joh! Zo’n muurtje behangen stelt toch niks voor. Ik heb vakantie, ik doe dat wel even!’ Of ik blijk zó enthousiast met verschillende verre vrienden afgesproken te hebben, dat ik zo ongeveer mijn hele vakantie in de auto doorbreng, op weg naar wéér een afspraak. En dan wordt het zo’n vakantie waarvan je blij bent dat-ie voorbij is, zodat ik eindelijk weer rustig op kantoor kan zitten om een beetje bij te komen.

Dit jaar ben ik zo hard aan vakantie toe dat ik wijselijk mijn mond gehouden heb. Ik heb niks beloofd, niks afgesproken en niks gepland. Ik heb tot 9 augustus de tijd om helemaal niks te doen. Ik herhaal: he-le-maal niks. Ik ga gewoon doen waar ik zin in heb. Naar het strand, lezen, stukkie fietsen, beetje knutselen, beetje rommelen. Dat werk.

Blijft alleen mijn weblog-werk over. De kans is groot dat ik de komende twee weken niks, nada, noppes mee ga maken. Dus valt er weinig te loggen. Ik heb overwogen weblog-vakantie te nemen. Maar toen kreeg ik een beter plan. Ha! Ik zet jullie gewoon aan het werk! Help Nicky de zomer door!

Na de broodnodige koffie om wakker te worden, drink ik als ik aan het werk ga, altijd een beker thee. Ik werk vier dagen per week en ik heb de laatste week voor mijn vakantie de labeltjes van mijn theezakjes bewaard. Van die labeltjes met vragen er op. Zomaar willekeurig, niks uitgezocht. Vier stuks dus. En aangezien ik geen bal geef om mijn privacy en op jullie blogs regelmatig ellenlange persoonlijke reacties achter laat, moeten jullie mij inmiddels toch aardig goed kennen.

Dus ben ik heel benieuwd wat jullie antwoorden zijn op de vragen die op mijn theelabeltjes staan. Wat weten jullie over mij?

  1. Zou ik op Mars willen wonen als dat kon?
  2. Waarom is het fijn om mij als vriendin te hebben?
  3. Wat betekent ontspannen voor mij?
  4. Welk dier geeft mijn karakter het beste weer?

Bij de blogger die de meeste goede antwoorden geeft, kom ik een muur behangen. Ik heb toch vakantie!

De blogger met de meeste goede antwoorden, krijgt een eervolle vermelding op mijn weblog!