Naar de bios.

De voorbereidingen voor Kerst zijn in volle gang en ik ben, zoals gewoonlijk, druk druk druk. En tussen alle voorbereidingen, werkverplichtingen en zoektochten naar recepten door, probeerden dochterlief en ik al een hele tijd een afspraak te plannen om samen naar de film te gaan. 

Maar ook zij is druk druk druk. Met dezelfde dingen als ik. We hebben een afspraak ‘in potlood’ in onze agenda’s gezet voor de vrijdag na Kerst. Misschien lukt het die dag, als er niks dringends tussen komt. En er moet ook nog een leuke film draaien. ‘Last Christmas’ is misschien wel wat. Maar dat zien we dan wel. 

Vrijdagavond zag ik ergens de trailer van de film Cats voorbij komen. Ik appte Mich. ‘Is dit wat? Of is dat te snel?’ Tenslotte zijn we pas een jaar geleden naar de musical Cats geweest. Misschien zou nóg een keer Cats teveel van het goede zijn.

Zaterdag hadden wij een etentje bij vrienden. Als aardigheidje had ik hun trouwfoto’s achter elkaar gemonteerd en hun favoriete muziekje er onder gezet. Maar een uur voor vertrek kwam ik er achter dat het filmpje haperde en ik hem opnieuw op moest slaan. Dikke vette stress! 

Terwijl ik zat te prutsen met mijn filmpje appte Mich. ‘We kunnen ook zondag naar de film?’ En ze stuurde screenshots met tijden. Met een half oog, scrollde ik door de appjes terwijl ik ondertussen mijn filmpje probeerde te fixen. Snel appte ik terug ‘Regel maar wat. App maar waar ik moet zijn en hoe laat’. 

De appjes die daarna binnen kwamen zag ik ook maar half. Ik had Veel Belangrijkere Dingen te doen. Uiteindelijk lukte het me om het filmpje op tijd in orde te krijgen.  We hadden een gezellige avond bij onze pas getrouwde vrienden en ze waren blij met hun filmpje.

Zondag checkte ik de locatie waar ik verwacht werd voor mijn afspraak met Michelle en zorgde dat ik op tijd op de afgesproken plaats stond. We kletsen gezellig bij terwijl we lunchten en wandelden, verder kletsend, naar de bioscoop. Michelle had al kaartjes geregeld, we hoefden alleen nog maar iets te drinken en te snacken te halen (snacken nét na de lunch is geen probleem voor ons). Daarna wandelden we door naar de zaal.

We passeerden een filmposter van de film Last Christmas – met muziek van George Michael. ‘Die wil ik toch ook nog wel een keer zien’ zei ik. Naast me klapte Michelle dubbel van het lachen. ‘Naar welke film dacht jij dat we gaan?’ vroeg ze. ‘Naar ‘Cats’ toch?’ antwoordde ik. 

‘Last Christmas’ dus. We hadden al anderhalf uur zitten ouwehoeren maar de film die we zouden gaan zien was niet ter sprake gekomen. Een afspraak maken met mijn dochter om naar de film te gaan en vervolgens bij een compleet andere film terecht komen. Ik kan dat. Iets met druk druk druk. En een blindelings vertrouwen hebben in de regelkunsten van mijn dochter.

De film was leuk, trouwens. Leuk om de muziek van Sjors – voor wie ik nog steeds een zwak heb – weer eens te horen. De plottwist in het verhaal zag ik echt niet aankomen. En ja, ik heb gehuild. Wat overigens niks zegt omdat ik al jank bij de Jumbo Kerstreclame. Maar mocht je nog een gaatje in je Kerst-agenda overhebben voor een echte Kerstmis-feelgoed-movie, dan kun je deze gerust gaan kijken.

Ik duik de keuken weer in. Ik wens jullie allemaal hele fijne Kerstdagen!

Uncle Bob (les 2).

Goed. Ik fotografeer dus. Of nou ja, ik probeer te fotograferen. Dat maakt mij een ‘Uncle Bob’. Zo wordt – door professionele fotografen – de oom, tante, broer, buurman of wie dan ook genoemd die met een spiegelreflexcamera, en niet gehinderd door enige kennis, een evenement vast legt. En daarbij de ‘echte fotograaf’ hinderlijk in de weg loopt. Aha! Dat ben ík dus! Een Uncle Bob!

Op een zonnige woensdagmiddag ging ik weer eens op pad met mijn camera. En met een slachtoffer om vast te leggen op de gevoelige plaat want het was Nook-dag. Om de week, op woensdag, passen wij op Nanook, het hondje van Mich en Robby. De zon scheen en het rossige vachtje van Nook zou vast mooi staan op de foto. Dus vertrok ik, samen met drie kilo hond en mijn camera, naar het park.

Eenmaal in het park liep ik meteen tegen het eerste probleem aan. Ik durf Nanook niet los te laten lopen. Ik ben als de dood om haar kwijt te raken. En die éne keer dat ik het wel aandurfde om haar los te laten, ging ze in een of ander dood beest liggen rollen. Kon ik fijn met een walmend hondje voor op de fiets terug naar huis. Daar werd ik niet blij van. Dus probeerde ik foto’s te maken met Nook aan de lijn maar dat was geen succes. Oké. Toch los dan maar.

Ik zette Nanook op een boomstronk die leuk bij haar vachtje kleurde en bleef met mijn camera vlak bij haar zodat ik haar met een snoekduik zou kunnen grijpen, mocht ze besluiten er vandoor te gaan. Ze leek niets van plan in die richting maar van een beetje braaf poseren was ook geen sprake. Ik stond voor Piet Snot rare geluiden te maken, te zwaaien en te springen daar in dat park. Nook keek alle kanten op, behalve de mijne.

Ik maakte snel een paar foto’s en deed daarna vlug haar riempje weer vast. We maakten nog gezellig een ommetje en ik fotografeerde nog wat besjes. Die hingen tenminste stil. Maar met in één hand mijn camera en de andere een hondenriem, viel zelfs dát nog tegen.

Eenmaal thuis bleek het resultaat van onze fotoshoot dan ook behoorlijk tegen te vallen. In mijn haast om snel foto’s te maken, had ik niet goed gekeken. Ik had voornamelijk scherpgesteld op Nsnook’s kont. Bovendien bleken de instellingen van mijn camera niet goed te staan na een experimenteer-sessie van die avond ervoor. Nook geeft bijna licht op de foto’s.

Dus… wat heeft Uncle Bob nu geleerd?
Haastig wat plaatjes schieten is zinloos (tenzij je geluk hebt). Neem even de tijd om goed te kijken.

En wen jezelf aan om voor je begint, je instellingen te controleren, sukkel!

En als laatste: honden fotografeer je het beste in bijzijn van hun baas.
Volgende keer beter.

Lieve Nicky,

Wat ben je nog piepjong, zeg. Een jaar of 19. Waarom ben je nou altijd zo onzeker? Je bent een hartstikke leuke meid om te zien. Je koopt altijd lange truien, die over je kont vallen omdat je jezelf te dik vindt. Nou, lieve schat, je maakt je voor niets zorgen. Je bent helemaal niet dik. Dat komt nog wel, hoor. Maar gelukkig groeit je zelfvertrouwen net zo hard als je kont en heb je later niet meer de behoefte om ‘m te verstoppen. Maar wat eeuwig zonde dat je nu zo slecht over jezelf denkt.

Je voelt je een beetje ongemakkelijk over het gesprek dat je met je vader had laatst. Je moeder was niet thuis en ineens – zomaar – vertelde je hem hoe dankbaar je bent voor alles wat hij en Ma voor je gedaan hebben. “Daar ben je Pa en Ma voor” antwoordde je vader simpel. Maar je moeder vertelde later dat Pa helemaal ontroerd was, toen hij haar vertelde wat je gezegd had. Je voelt je een tikkie opgelaten want er wordt bij jouw thuis nauwelijks over gevoelens gepraat. Maar geloof me; over vier jaar ben je voor eeuwig dankbaar voor dat ene gesprek met je vader aan de eettafel.

Je hebt niet veel grote dromen, hè? Huisje-boompje-beestje. Dat wil je het liefst. Een huisje, een hond. En drie kindertjes, dat lijkt je wel wat. En dan het liefst met hem, die jongen waar je zo verliefd op bent. Je hebt er nog geen idee van dat-ie je hartje gaat breken. En dat je uithuilt bij je vader op schoot. Ook al ben je dan al 20. Dat gebroken hart hoort er nou eenmaal bij. Echt, daar wordt je groot en sterk van. Maar kom op, zeg. Je blijft veel te lang in je eentje thuis om ‘m treuren. Dat is hij écht niet waard. Zonde van je tijd. Hup! De deur uit. De wereld wacht op je!

Dat huisje-boompje-beestje, daar maak je je best een beetje zorgen om. Je broer en zussen zetten met het grootste gemak een hele kinderschare op de wereld. En stiekem ben je best bang dat dat jou later niet lukt. Nou, geloof me. Dat komt helemaal goed! En hoe! Je zult niet weten wat je overkomt. Maar maak je geen zorgen als het zover is. Jij kunt het. Je gaat het zó geweldig leuk hebben met jouw eigen manier van huisje-boompje-beestje.

En oh ja! Die brandweerman waar je stiekem van droomt, omdat brandweermannen altijd zo lekker lang van huis zijn? It ain’t gonna happen, girl. Je blijft plakken aan een ICT-manager! En guess what? Als jullie elkaar nét kennen, stopt-ie met werken en is-ie voortaan lekker iedere dag thuis. De hele dag. Wat een grap, hè?

En je droomt van de zee, toch? Je bent dol op de zee en denkt vaak hoe fijn het zou zijn om dicht bij de zee te wonen.

Lees je boeken, blijf luisteren naar je muziek. Blijf tekenen, want oefening baart kunst. En ga vooral schrijven! Dat zal je goed doen.

Maar blijf vooral dromen. Want alles komt goed later, zelfs dat huisje aan zee.

Liefs,
Nicky

PS: nog een laatste tip: dat permanentje dat zo’n goed idee lijkt?
Niet doen! Daar krijg je spijt van

Het meest verschrikkelijke moment van de dag.

Ik kan me niet herinneren hoe vaak we gingen douchen. Misschien maar één keer per week? Zo ging dat vroeger, toch? Maar het was een hele happening en ik was er als kind al dol op.

Ik ben gezegend met drie oudere zussen. En als zij gingen douchen, ging ik met alledrie om beurten mee. Als meisjes onder elkaar kon dat best. De een na de ander stapte onder de douchestraal en zo pikte ik drie douchebeurten mee, spelend met het water. Daarna kwam mijn moeder, die – heel praktisch – meteen de badkamer schoonmaakte. Tijdens die vierde douchebeurt van de avond, kreeg ik een oude tandenborstel waarmee ik de zwarte puntjes in het betonemaille mocht schoonpoetsen.

Maar zelfs na drie douchende zussen én een poetsende moeder wist ik nog van geen ophouden. Terwijl mijn zussen beneden naar de Partridge-family keken en mijn moeder zichzelf afdroogde, legde ik een washandje op het putje. In het kleine laagje water dat bleef staan, glibberde ik door de badkamer. Liggend op mijn buik, me afzettend tegen de muur met mijn voeten. Joehoe! Ik zwóm! Joehoe! Ik had mijn eigen zwembad. Dolle pret!

Mijn moeder kondigde vervolgens aan dat ik er uit moest komen, wat ik steevast weigerde. Na drie keer roepen, draaide ze dan de kraan dicht. Ik glibberde nog een beetje rond, terwijl mijn privé-zwembadje langzaam leeg liep. Maar ik weigerde nog steeds onder de douche vandaan te komen. Waarop mijn moeder resoluut ook het licht in de badkamer uit deed.

Dan zat ik, in het donker, op de vloer van de badkamer. Met mijn natte washandje op het putje, te luisteren naar de laatste druppels warm water die uit de douchekop vielen. In het donker was mijn privézwembad een stuk minder leuk. Bovendien kreeg ik het al snel koud. Dus gaf ik me gewonnen en kwam ik eindelijk onder de douche vandaan.

Inmiddels ben ik groot maar ik ben nog steeds dol op douchen. Oké, ik glibber niet meer op mijn buik over de douchevloer. Ik zou het dolgraag nog een keer proberen; maar ja… we hebben nu eenmaal antislip-tegels. Ondanks dat kan ik nog wel heerlijk genieten van mijn douchebeurten.

Hoewel het – in deze tijd van duurzaamheid – totaal not done is, blijf ik nadat ik mezelf gewassen heb, altijd even een minuutje staan. My guilty pleasure. Ik laat het water over mijn rug lopen, geniet van de warmte en spoel – als avond-doucher – de dag van me af. Even relaxen, even helemaal niks, alleen ik en het warme water. En dan komt altijd weer dat onvermijdelijke moment dat ik de kraan dicht moet draaien.

Ik vind het – met stip! – het meest verschrikkelijke moment van de dag. Het uitdraaien van de douchekraan. Het is een compleet wonder dat het me iedere keer weer lukt.

Wat vind jij het meest verschrikkelijke moment van de dag?