Auteursarchief: Nicky

Een nieuw huis voor Bert

Sinds ik de app die mijn planten in leven moest houden van mijn telefoon heb gegooid, gaat het een stuk beter met mijn plantenkinderen. Oké, mijn dieffenbachia is bijna dood. Maar de varen die ik kocht om mijn overleden graslelie te vervangen leeft nog steeds. En de pannenkoekplant-baby die ik van Michelle kreeg, doet het goed. En ik heb zelfs een peperomia die in bloei staat. Ik geef de boel nu een keer per week water. En ik heb mijn planten namen gegeven. Misschien ligt het daaraan, maar het gaat best goed.

Zo goed dat ik het aan durfde om voor Moederdag een grote plant cadeau te vragen. En zo kwam Bert in mijn leven. Bert is een zogenaamde gatenplant en neemt een prominente plaats in de woonkamer in. Het is dus van het grootste belang dat ik Bert in leven houd. Ik zette Bert in een mooie pot en hield ‘m angstvallig in de gaten.

Maar Bert doet het goed! Het duurde niet lang of ik zag dat Bert een nieuw blad kreeg, dat ik juichend welkom heette. Ik prees Bert uitbundig en vertelde hem hoe ontzettend knap ik het wel niet vond dat hij zomaar een nieuw blad had gemaakt. Dat vond Bert zó leuk dat hij vrolijk nog wat nieuwe bladeren ontvouwde. En toen werd ik een beetje ongerust.

Want het begon er naar uit te zien dat ik Bert al zou moeten verpotten. Dat de sierpot die ik speciaal voor Bert gekocht heb nu al te klein was geworden. Dom ook om zo’n kleine pot te kopen maar eerlijk gezegd had ik niet verwacht dat Bert zo zou groeien. We kennen tenslotte allemaal mijn reputatie met planten. Dus ging ik op zoek naar een nieuw huis voor Bert. Ik vond een mooie grote mand van zeegras en ging aan de slag.

Geruststellend sussend heb ik Bert uit zijn te kleine pot gehaald en in de mand gezet. Met lekkere verse potgrond erbij. Daarna heb ik ‘m lekker een beetje drinken gegeven en gezegd wat een stoere vent hij toch is. Ik denk dat het wel goed komt met Bert in zijn nieuwe huis.

En ik denk dat ik voor mijn verjaardag een nieuwe plant vraag. Voor in het oude huis van Bert. Het begint weer ergens op te lijken.

Uncle Bob en een dramatisch dieptepunt.

Een toen ontdekte een vriend uit Alkmaar dat ik nog nooit in Alkmaar was geweest. Hij vond het een regelrechte schande voor iemand die al vijf jaar zo dicht bij Alkmaar woont. En we waren het er over eens dat deze vlek op mijn blazoen zo snel mogelijk verwijderd moest worden. Dus werd ik afgelopen zaterdag om 11.00 uur ‘s morgens verwacht op station Alkmaar Noord voor een kennismaking met Alkmaar. En natuurlijk nam ik mijn camera mee. Want, dacht ik, dan schrijf ik een logje over Alkmaar.

Vanaf station Alkmaar Noord wandelden mijn gids en ik naar het centrum. Ik zal veel molens, mooie velden, waterpartijen met waterlelies. We liepen over smalle bruggetjes, de zon scheen, de vogeltjes floten en ik zag een reiger van heel dichtbij. We streken neer op het terras bij Het IJkgebouw en dronken koffie. Vandaaruit wandelden we weer verder. Over het bolwerk van Alkmaar. Ik zag mooie panden, leuke grachtjes en prachtige hofjes.

We bekeken de Rudi Carrellplaats, die toch wel een beetje een deceptie was. We dronken koffie op een terras bij de Waag en besloten via de winkelstaten van Alkmaar terug te lopen naar Alkmaar Centraal zodat ik daar op de trein kon stappen. Omdat we allebei nog meer op de planning hadden die dag wilden we het niet te laat maken.

Aan het einde van de winkelstraat keken we allebei tegelijk omhoog naar de klok van de Grote Kerk (die ook echt groot is). De klok wees half vier aan. “Dat kán niet”, riepen we in koor en we trokken onze mobieltjes te voorschijn. Maar inderdaad; half vier! Hoogste tijd om te vertrekken.

Thuisgekomen bleek dat Uncle Bob een dramatisch dieptepunt had bereikt. Waar ik er normaal gesproken lustig op los klik, had ik nu – tijdens een stadswandeling van vijf uur – maar vijftien foto’s had gemaakt. En Alkmaar is zó mooi! Gemiste kans! Ik zal een keer terug moeten. Alleen. 

 

Het pilates-vervolg.

Ik schreef het al; binnenkort stoppen mijn pilateslessen op woensdagavond. Zo jammer! Het sportgebeuren in het buurtcentrum achter mijn huis stelt niet zo heel veel voor. Het zijn gewoon lessen in van alles en nog wat, waaronder pilates. Maar de locatie is perfect. Zo dichtbij dat ik de afstand niet kan gebruiken als smoes om niet te gaan. Mijn pilatesjuf geeft ook les op woensdagochtend. En omdat ik toch íets wil doen, besloot ik dat te proberen.  Wat nogal een uitdaging is, want een ochtendmens ben ik nog steeds niet.

Mijn juf nodigde me uit om een keer mee te doen met de ochtendgroep. Dan kon ik kijken of ik het wat vond. “Als ik een keer ‘s avonds niet kan, kom ik ‘s morgens” beloofde ik haar. En dat ik zelfs van die belofte al baalde, zei eigenlijk al genoeg. Maar goed, ik had het beloofd. Dus toen ik een keer ‘s avonds niet naar pilates kon, zette ik de wekker vroeg op mijn vrije dag. En op het tijdstip dat ik normaal gesproken mijn eerste koffie dronk, stond ik in het sportzaaltje. 

Ik wist al dat de lessen geen pilateslessen waren. Maar naar wat het dan wél was, had ik eigenlijk stom genoeg niet geïnformeerd.  Dat maakte me ook eigenlijk niet zoveel uit. Maar toen ik daar stond, met de slaapvouwen nog in mijn gezicht, sloeg de schrik mij om het hart toen de juf zei dat we deze keer geen Zumba gingen doen. Pardon? Zumba? Maar daar kom ik op woensdagochtend acht uur mijn bed niet voor uit, hoor. 

Goed, het was dus gelukkig geen Zumba. Het werd Aerobics. Ook al zo fijn. Het deed me denken aan de jazzballetlessen die ik deed toen ik een jaar of negentien was. Die jazzballetlessen waarbij ik de grondoefeningen altijd zo leuk vond en de dansjes zo verschrikkelijk. Maar ik liet me niet kennen en hupste dapper rond die woensdagochtend terwijl ik wanhopig probeerde het tempo van de pasjes bij te houden. Ik kan je verzekeren dat dat niet mee valt als je in het gewone leven links en rechts al niet uit elkaar kunt houden. Tijdens aerobics-lessen is dat gewoon een regelrechte handicap.

De proefles was dus succesvol. Want ik had nooit gedacht dat ik het vele planken, de buikspieroefeningen en de squads van de pilateslessen zou missen. Maar het was wél zo. Waar ik eerst nog riep dat ik gewoon ‘iets’ wilde doen, is het me nu duidelijk geworden dat het toch pilates moet zijn. Nooit gedacht dat ik het zou zeggen, maar ik vind het dus leuk!

Ik heb dan ook besloten dat ik door ga met pilates. Niet bij die superhandige locatie vlak achter mijn huis maar bij een heuse sportvereniging hier in het dorp. Het is iets verder van huis maar als ik een motiverende gedachte nodig heb, denk ik gewoon even terug aan die gruwelijke proefles aerobics van afgelopen woensdagmorgen. Wedden dat ik dan zo op de fiets zit? 

Grease.

Sandy en Danny ontmoeten elkaar op vakantie. Ze worden verliefd en aan het eind van de vakantie kunnen ze moeilijk afscheid nemen. Later verhuist Sandy naar de plek waar Danny woont en gaat vervolgens ook naar dezelfde school. Wanneer de school begint komen Sandy en Danny elkaar plotseling weer tegen. Sandy kent Danny als een romantische en lieve jongen, maar op school staat hij bekend als een stoere vrouwenverslinder. Wanneer ze elkaar weer ontmoeten, botsen hun imago’s.

Niemand verwacht dat Danny op het brave meisje Sandy zal vallen. Sandy is nog steeds hopeloos verliefd op haar vakantieliefde, maar door Danny’s stoere gedrag wordt dit al snel minder. Ze begint met andere jongens aan te pappen, waardoor Danny jaloers wordt. Hij meldt zich bij sportcoach om Sandy voor zich te winnen met sportieve prestaties. Tijdens een grote danswedstrijd van de school komen de twee weer nader tot elkaar, totdat Danny aan het eind van de avond met een ander meisje de sterren van de hemel danst en zonder Sandy de wedstrijd wint.

Er volgt een verzoeningspoging van Danny’s kant, maar hij verpest dit omdat hij Sandy het bed in probeert te krijgen, iets waar de brave Sandy niet aan toe is. Wanneer Danny een autowedstrijd wint tegen een vijandige racer, realiseert Sandy zich dat ze Danny niet uit haar hoofd kan zetten. Ze besluit te veranderen om in zijn kliek te passen. Van braaf meisje, verandert Sandy in een hippe meid, terwijl Danny het tegenovergestelde probeert en zich plotseling als netjes en sportief presenteert.

Het is 1978 en ik ben 9. Ik ben een beetje een buitenbeentje. Een verlegen en braaf meisje met weinig vriendjes en vriendinnetjes. Als de film Grease uitkomt, zwijmelen mijn grote zussen weg bij John Travolta, die Danny speelt. Maar ik kijk ademloos naar Olivia Newton John in de rol van Sandy. Sandy is ook een buitenbeentje. Ook een beetje stil en verlegen. En ze voelt zich ook niet echt op haar gemak tussen al die populaire meiden. Maar ik vind Sandy juist heel erg leuk.

Ik snap er dan ook niks van dat Danny hun vakantieliefde niet voort wil zetten als hij weer thuis is en Sandy ineens bij hem op school blijkt te zitten. Tijdens een pyjamafeestje met andere meiden gaat Sandy in haar eentje naar buiten. In haar keurige witte nachthemd zingt ze hoe verliefd ze wel niet is. Prachtig vond ik dat! 

Maar dan ineens, aan het eind van de film, gaat Sandy overstag. Ze wil bij de populaire meisjes horen om het hart van Danny te veroveren. Ze ondergaat een totale metamorfose. Ze krult haar haren, trekt een leren broek en hoge hakken aan en rookt sigaretten. En tadaaa! Ineens ziet Danny haar wél staan. Zelfs als kind snapte ik daar al helemaal niets van. Ik snapte niet waarom Sandy dat deed. En ik snapte ook niet waarom Danny haar nu ineens wél leuk vond terwijl hij verliefd was geworden op de brave Sandy.

De film was een enorm succes. En ik geloof dat iedereen hem inmiddels wel gezien heeft. Destijds in de bioscoop. Op video of dvd. Ik heb ‘m ook wel eens opnieuw gekeken. Maar eigenlijk snap ik er nog steeds niks van. Die Danny moet gewoon een schop onder zijn kont hebben. En iemand moet even een hartig woordje met Sandy praten. Want meer dan veertig jaar later zie ik nog steeds niet in waarom je zou veranderen voor een ander.

Wat vond jij nou een echt slechte film? En waarom?