Categoriearchief: Terug in de tijd

De klad erin.

Er zijn jaren geweest dat als je me midden in de nacht wakker zou maken om te vragen wat er op mijn bankrekening stond, ik je het juiste bedrag kon noemen. Nauwkeurig tot op de cijfers achter de komma, vrees ik. Dat kwam voornamelijk omdat ik meestal rood stond. Ik was alleenstaande moeder en verdiende maar een heel gewoon salarisje. Ik kreeg gelukkig huurtoeslag en we hadden eigenlijk alles wat we nodig hadden. Maar soms was het even puzzelen.

Het was de tijd van de papieren bankafschriften. Die bewaarde ik zorgvuldig in een plastic map van de bank. Betalingen gingen per acceptgiro en alle acceptgiro’s die binnenkwamen verzamelde in voorin de map van de bank. En als mijn salaris binnen kwam, betaalde ik alle acceptgiro’s. Soms, als ik een beetje krap zat, verschoof ik wel eens een acceptgiro en betaalde dan de herinnering die later binnen kwam. Ik was altijd voorzichtig met wát ik verschoof. Nooit de premies van verzekeringen omdat ik dondersgoed wist dat ik niet verzekerd zou zijn als ik die niet betaalde. Ooit nooit de contributie voor Michelle’s turnlessen. Omdat ik die mensen persoonlijk kende en niet als wanbetaler te boek wilde staan.

Mijn inkomsten en uitgaven hield ik bij in een schrift. En later, toen de computer zijn intrede deed, maakte ik een Excel bestand waarin ik nauwkeurig bij hield wat er binnen kwam en wat er uit ging. Ik bleef dat doen. Toen ik alleen woonde met mijn kind, toen mijn kind uitvloog, toen ik later samen ging wonen en ook toen ik weer alleen ging wonen. Nog steeds noteerde ik alles in mijn Excel bestand. Jaar na jaar, maand na maand. En ik kan het iedereen aanraden. Het geeft je inzicht in je financiën en je bent je beter bewust van wat er aan geld binnen komt. Maar vooral van wat er uitgegeven wordt.

Soms kijk ik nog wel eens in mijn oude kasboeken. De oudste die ik nog heb is van 2004. Het was een bijzonder jaar want Michelle en ik gingen samen met mijn zus en haar dochter op vakantie naar Spanje. Kijk die blije koppies eens op de foto! Het is leuk om te kijken wat voor bedragen ik toen betaalde. Ik verdiende ongeveer € 1100,- en daar was ik mega-trots op. Grappig is ook het kleedgeld van Michelle, die toen bijna 12 was. Per maand kreeg ze € 40,- . Ik moet tot mijn grote schande bekennen dat dat bedrag altijd hetzelfde is gebleven. Tot ze op kamers ging wonen op haar 17e. Ik ging voor € 13,- naar de kapper en ik deed mijn boodschappen bij twee verschillende supermarkten. Ook bijzonder; ik kocht haar verjaardagscadeautje bij Kruidvat en echt veel besteedde ik niet. En ik betaalde maar € 234,02 huur. Met dank aan de huursubsidie die ik destijds kreeg. Ik zei het al; het was soms puzzelen maar we kwamen echt niks te kort.

Eind vorig jaar liep mijn altijd zo zorgvuldig bijgehouden boekhouding in de soep. Voor het eerst in jaren. Mijn moeder overleed en ik was druk met van alles en nog wat. Daarna kwam de troost-shop-fase die nou eenmaal bij een overlijden hoort. Ik keek eigenlijk nergens meer naar. Ik lette niet op prijzen en dacht nergens over na. En van mijn kasboek invullen kwam helemaal niks. Steeds nam ik me voor om in de volgende maand weer te beginnen. Maar ik liet de boel de boel.

Op zich is dat niet erg. Ik woon alleen, heb een goed salaris en ik hoef niet meer zo op de centjes te letten. Maar ik vind het wél gewoon zonde van het geld. Dat gewoon de deur uitvliegt zonder dat ik weet waarheen. Want dát gebeurt er als het niet bijhoudt. En natuurlijk had ik een goed excuus. Voor die eerste maand na mijn moeders overlijden. En misschien ook nog voor de maand daarna. Maar het is een beetje onzin om je dode moeder na een half jaar nog te gebruiken als excuus voor je eigen laksheid.

Dus als mijn volgende salaris binnen komt, ga ik alles weer noteren. Ik ben wel benieuwd waar mijn geld inmiddels allemaal heen vliegt. En het is gewoon fijn om goed te weten hoe je er financieel voorstaat. Mijn moeder zou trots op me zijn 😉

Houden jullie een kasboek bij?

Quatre Bras.

Maandag ging ik met een pannetje pasta naar de liefste ex om gezellig samen te eten. Hij had een slechte dag met veel pijn en wilde na het eten eigenlijk meteen even liggen. Helemaal prima. We spraken af elkaar snel weer te zien en ik vertrok naar huis. Onderweg van Hillegom naar Heemskerk stond ik stil voor een stoplicht. Ik keek naar een huis aan mijn linkerkant. Een prachtig pand met de naam Quatre Bras.

Als een mokerslag kwam er een jeugdherinnering binnen. Quatre Bras was een term die vroeger thuis vaak voorbij kwam. Als we op familiebezoek gingen bij mijn ooms en tantes. In de oude DAF van mijn vader – die toen hij versleten was nog voorbij kwam tijden het Achteruit Rijden van Ter land, ter zee en in de lucht op tv – reden mijn vader, mijn moeder en ik van Breda naar Oisterwijk of Haaren.

Mijn ouders speelden kaartspelletjes met de ooms en tantes en ik speelde met het speelgoed dat ik mee sleepte in die oude DAF. Ik herinner me dat ik een poppenkop had die je op kon maken met speelgoed make up. Of je kon kappertje spelen. Want de  poppenkop had een uittrekbare steng lang blond haar in haar hoofd. Ik zette de kop het liefst op de achterbank naast me bovenop de doos waar ze in zat. Dan leek het net alsof we met z’n tweeën op de achterbank zaten.

Ik heb geen idee waarom de term Quatre Bras zo bekend klinkt. Vaag denk ik te weten dat het een hotel was. Of een knooppunt onderweg? Zuchtte mijn moeder ‘Ah! Quatre Bras! We zijn er bijna!’ als we in de auto zaten? Of ruzieden mijn ouders samen over de route voor in de auto? ‘Neehee, bij Quatre Bras rechtdoor.’

Ik weet het niet. Ik weet alleen dat ik op de terugweg nooit iets hoorde over Quatre Bras. Dan lag ik op de achterbank onder dezelfde deken die nu nog steeds in mijn eigen auto ligt. Met mijn poppenkop in de doos terwijl we geruisloos Quatre Bras passeerden. Schijnbaar was het alleen op de heenweg een item.

Vijfenveertig jaar later sta ik ergens in Noord Holland voor een stoplicht te kijken naar een huis wat Quatre Bras heet. Meer dan 100 kilometer van die andere Quatre Bras vandaan, die ongetwijfeld ergens in Brabant ligt. En ineens realiseer me ineens dat ik niet meer kan vragen naar Quatre Bras. Mijn vader én mijn moeder zijn nu allebei dood. Weg. Ik realiseer me ineens dat ik niks meer kan zeggen, niks meer kan vragen. Ik ben officieel een weeskind nu.

Gelukkig heb ik veel gepraat, veel gevraagd en veel antwoorden gekregen. Van zowel mijn vader als mijn moeder. Maar waarom er zoveel bellen afgingen bij een huis dat Quatre Bras* heet, zal voor altijd een raadsel blijven.

* Dat bij Quatre Bras een veldslag gevoerd werd door Napoleon, vlak voor hij verloor in Waterloo, dat wist ik. Verder blijkt Quatre Bras een restaurant te zijn in Best. En dat is vreemd. Want daar kom je niet langs als je vanuit Breda naar Tilburg of Haaren rijdt. Het blijft inderdaad een raadsel…

De keukenvloer update.

Weten jullie nog? Kerst 2022? Toen ik zo graag een nieuwe keukenvloer wilde? Hoogste tijd voor een update. Want geloof het of niet; die keukenvloer kwam niet want mijn vloer bleef nat. Er kwam nóg een leger klusmannen over de vloer tot er uiteindelijk eentje tot de conclusie kwam dat de rookgasafvoer van mijn cv-ketel lekte in de loze ruimte achter mijn muur. Ik geloofde hem. Het was inmiddels voorjaar 2023 geworden en het euvel werd gerepareerd. Nu hoefde ik alleen maar te wachten tot mijn keukenvloer opgedroogd was. Regelmatig liep de ‘locatiemanager’ formerly know as huismeester binnen om het vochtgehalte van de vloer te meten. Maar echt drogen deed het niet.

Ik dacht dat ik dat wel begreep. Wie weet hoeveel water er achter mijn muur gelopen was? En in mijn keuken kan geen raam open (ja, dat is raar) dus echt luchten deed het ook niet. En, eigenwijs als ik ben, had ik een keukenkastje weer op zijn originele plaats gezet naast de natte plek waardoor het ook niet lekker door kon luchten. Dus ik snapte het wel. En ik wachtte geduldig af. Alles went, zelfs een keuken zonder keukenvloer dus ik zag het amper meer. Pas als ik weer eens bijna mijn nek brak over een los stuk laminaat, belde ik de locatiemanager weer, die dan weer eens kwam meten en mistroostig zijn hoofd schudde.

En toen werd het november 2023 en vond ik een nieuwe baan. Eentje waarbij ik – na de inwerkperiode – weer lekker thuis kon werken. Vol goede moed begon ik mijn werkkamer weer in orde te maken. Ik had de ruimte onder mijn bureau de afgelopen periode vooral gebruikt als opslag ruimte. Dus ik begon op te ruimen en weg te gooien. En ik ontdekte tot mijn grote schrik dat de muur onder mijn bureau vol schimmel zat. Schuimbekkend belde ik de verhuurder en het hele spelletje begon opnieuw. Wachten tot het bedrijf dat de verhuurder inschakelde, contact met mij opnam. Wachten tot zij langs kwamen voor wéér een lekdetectie en hun bevindingen teruggekoppeld hadden aan de verhuurder. Wachten tot die vervolgens een offerte ontvangen én goedgekeurd had en wachten op de uiteindelijke reparatie.

Eind 2023 was mijn geduld op. Maar dan ook echt op! Ik schreef een aangetekende brief aan de directeur van de toko waar ik mijn huis van huur. Eindelijk kwam er wat actie. De locatiemanager belde me lachend op. Dat mijn brief het hele bedrijf doorging en dat er nu wel snel iets zou gebeuren. Uiteindelijk ging er nog bijna twee maanden voorbij. Waarbij ik nóg een aangetekende brief aan de directeur stuurde en vervolgens de telefonistes begon te stalken. Ik belde elke dag, soms zelfs twee keer per dag. Ik mailde me suf en uiteindelijk na veel kastjes en muren kwamen er weer klusmannen die constateerden dat de standpijp lekte (de afvoerpijp die van de bovenburen naar het riool loopt). Zij hakten een gat in de muur en zetten heel efficiënt een bakblik dat toevallig in mijn washok stond in het gat. Er zou weer een ander bedrijf komen om de standpijp te repareren.

Die meneer kwam, keek eens en constateerde vervolgens dat de lekkage niet van die standpijp kwam. Hij beweerde dat er bij de bovenburen iets lekte. Er werd een nieuwe afspraak gemaakt en mijn bovenburen kregen net zo’n mooi gat in de muur als ik had. De monteur maakte een foto door het gat in de muur. Van boven naar beneden. In de diepte zie je mijn bakblik staan. En er loopt een duidelijk lekspoor van mijn bovenburen naar mij. Het lek was eindelijk boven water! Als het goed is – en ik herhaal: als het goed is – is de lekkage eindelijk verholpen. Ik ga ervan uit dat als Mariah weer zingt, ik een keukenvloer heb.

Dag Suus!

Auto’s doen me niets. Ze moeten klein en zuinig zijn en het doen. Meer eisen heb ik eigenlijk niet. Nou ja, ik heb liever niet dat de klok achteruit loopt, dat er haar uit de uitlaat komt of dat de elektrische ramen dienst weigeren. Maar verder moet een auto vooral starten.

En dat deed mijn auto. Een grijze Suzuki Alto, die de liefste ex in 2012 voor ons kocht. Twaalf jaar oud inmiddels en met nu maar liefst 190.820 kilometers op de teller. En nog nooit heeft Suus, zoals ik ons karretje liefdevol noemde, ons in de steek gelaten. Ze startte altijd. Ik kende haar van haver tot gort, wist blindelings alle knopjes te bedienen en ik file parkeerde haar in de kleinste parkeerplekjes.

Maar Suus werd oud. En jarenlang geparkeerd staan in Amsterdam hebben hun sporen achtergelaten. Ze zat inmiddels vol krassen en butsen. Maar het was míjn Suus. Die me keer op keer naar familie in Brabant bracht. Naar de kinders in Almere. Naar vrienden in Zandvoort, Zaandam, Oosterhout, Breda, Vlijmen, Westzaan en Purmerend. Naar de
liefste ex in Hillegom. Geen wonder dat er zoveel kilometers op de teller staan. Suus loodste me warm en droog door ontelbare files heen en bracht me veilig naar mijn werk in Hilversum en Amsterdam. Ik hield van Suus.

Maar door een heel verdrietige gebeurtenis in de familie was er ineens een auto ‘over’. En die auto werd mij aangeboden. Voor een prikkie. Voor minder dan een prikkie. Voor bijna geen prikkie eigenlijk. En alles in mij schoot in verzet. Omdat ik geen auto wilde voor zo’n klein prikkie. Maar de eigenaresse van de auto bleef stug volhouden. Ze gunde mij de auto met heel haar hart. Een auto jonger dan de mijne en met veel minder kilometers op de teller. Heel veel minder.

Ik verzette me uit alle macht. Ik kraakte zelfs het witte dak van de auto af. Waarop de eigenaresse laconiek opmerkte ‘Dan laten we het dak overspuiten’. Het dreigement dat ze, als ik bleef weigeren, zélf een auto voor me zou kopen was de druppel. Ik kén haar. Ze is er toe in staat. Na een paar nachten angstdromen van een gifgroene Ford Ka voor de deur ging ik overstag. Om die angstdromen maar vooral ook omdat ik begrijp dat ze het zo fijn vindt dat de auto in de familie blijft.

Gisteren maakte ik het laatste ritje met mijn Suusje. En ik moest ineens denken aan de reden dat de liefste ex destijds een autootje wilde kopen. Als ik op bezoek ging bij mijn moeder nam ik de trein. En hij vond dat geen fijn idee. ‘Je moeder is op leeftijd’ zei hij destijds al. ‘Als er iets gebeurt, moet je snel bij haar kunnen zijn.’ Dat moment liet gelukkig twaalf jaar op zich wachten. Maar het kwam wel. Drie maanden geleden bracht Suus me veilig naar mijn moeder, zodat ik haar hand vast kon houden terwijl ze in slaap viel om nooit meer wakker te worden. Suus heeft haar taak volbracht.

Dus heb ik Suus gisteren bij de garage ingeleverd, nog even liefdevol over haar dashboard geaaid en haar bedankt voor de bewezen diensten. En toen reed ik naar huis in mijn nieuwe auto. En jongens, wat een feest is dat! Wat rijdt-ie lekker! En wat heeft-ie veel snufjes! Ik heb een echte boordcomputer, stoelverwarming, airco, navigatie en een heuse achteruitrijcamera. Op mijn 54ste heb ik voor het eerst een echte ‘grote mensen auto’. En dat dak? Dat laten we gewoon wit.

Lieve Jij-wiens-naam-ik-hier-niet-mag-noemen, ik weet dat je mee leest. Dank je wel! Ik zal heel zuinig zijn op de auto van jouw allessie. En zolang ik in zijn auto rijd, blijft zijn telefoon gewoon gekoppeld aan de boordcomputer.
Alsof er niks gebeurd is.