Categoriearchief: Dochterlief

Gouda 2023

De jaarlijkse citytrip met dochterlief werd dit jaar anders dan anders. We gingen pas laat in het jaar en schoonzoon wilde ook mee deze keer. Dat vonden wij prima natuurlijk. Dan hoefde Mich haar vriendje niet te missen en hadden we meteen iemand om onze tassen te dragen tijdens het shoppen. Win-win! We reden apart naar Gouda en ontmoetten elkaar daar, parkeerden ergens in een buitenwijk en wandelden naar het centrum. Robby droeg mijn tas. Maar jongens, wat was het koud dat weekend!

Het eerste wat we zagen was De Lichtfabriek. ‘Oh! Dat is een leuk tentje!’ riep ik alsof ik Gouda ken als mijn broekzak. Dat is uiteraard niet zo. Maar ik was getipt door een lieve webloglezeres, waarvoor dank. Wij doken er verkleumd binnen, bewonderden het interieur en we genoten van een heerlijke lunch.

We zochten onze B&B op, een prachtig grachtenpand dat we helemaal voor onszelf hadden en warmden weer op. We verzamelden moed, trokken onze jassen en dassen weer aan en we keken wat rond in Gouda. Wat een mooi stadje is het! Het deed ons een beetje aan Deventer denken. Leuke straatjes, mooie geveltjes en een prachtig stadhuis. We ging ‘s avonds eten bij een Vietnamees restaurant, deden een drankje in een ander restaurant/bar en hielden het toen voor gezien. We hadden alle drie zulke drukke weken achter de rug dat we om half elf in bed lagen. Een unicum!

Wat ook een unicum was dat ik sliep als een roosje! Meestal lig ik tijdens de stedentrips met Michelle nachtenlang te woelen en te draaien in een vreemd bed. Maar deze nacht sliep ik. Dat was maar goed ook want een stedentrip met Mich betekent lopen. Veel lopen. Dus een nachtje goed slapen is dan zeer welkom.

De volgende dag bekeken we Gouda nogmaals en we winkelden tot we een ons wogen. Michelle liet haar oude schoenen achter en liep op haar nieuwe schoenen verder en Robby wisselde van jas. We liepen boetiekje in en boetiekje uit en kochten cadeautjes. Ondertussen aan een stuk door kletsend over alles wat ons bezig had gehouden de afgelopen weken.
We aten ‘s avonds bij een mooi restaurant. Het was niet helemaal mijn soort restaurant omdat ik een moeilijke eten ben. Als er geen frietjes en saté op het menu staan, ben ik reddeloos verloren. Maar ik heb lekker gegeten en elk gerecht werd prachtig opgediend.

Waar Mich en ik het meestal houden bij ‘s avonds chillen op onze kamer, doken we nu met z’n drieën een kroeg in. En ik ontdekte dat ik behalve rode wijn ook Aperol Spritz lust. Het was in elk geval een stuk minder koud toen we terug liepen naar ons tijdelijke onderkomen. Robby maakte onderweg een tussenstop en kocht een complete bittergarnituur to go die we mee namen. Nog zo’n mooie aanvulling van mijn schoonzoon die ik er in ga houden tijdens volgende stedentrips. Die man heeft me verpest voor het leven.

En oh, wonder! Ook die tweede nacht sliep ik weer als een roosje. Ik denk dat het te maken had met de hele dag in gezelschap zijn van mijn favoriete mensen. Zien hoe fijn ze het samen hebben en daar heerlijk van meegenieten.  Het heerlijk zomaar wat kletsen maar ook goede gesprekken voeren. En lachen! Veel lachen. Maar misschien was het gewoon de geruststellende gedachte dat mijn schoonzoon erbij was en ik deze keer niet eens op mijn kind hoefde te passen omdat ze zo in goede handen is bij hem.

De volgende morgen sliepen we een beetje uit, pakten onze zooi in en vertrokken. Met meer tassen dan waarmee we kwamen. We lunchten nog een keer bij De Lichtfabriek en reden ieder apart naar huis. Weer een heerlijke citytrip voor in de boeken. Gouda is prachtig en mijn gezelschap geweldig. Volgende keer nemen we Robby gewoon weer mee. Dan slaap ik tenminste. Of zou het toch die Aperol Spritz geweest zijn?

Teken van leven.

Het was even stil hier maar ik ben er nog, hoor! Het waren drukke tijden. Naast het overlijden van mijn moeder en alle dingen die we moesten regelen, speelde er nogal het een en ander. Zoals nóg een sterfgeval in mijn directe kring.

Onverwachts en veel te vroeg deze keer. In krap twee weken tijd twee uitvaarten is niet echt leuk. Daarnaast waren er problemen met mijn weblog (sorry, jongens), sollicitatiegesprekken (ja, echt) en bleek de lekkage in mijn huis weer terug te zijn.

Maar gelukkig waren er ook leuke dingen! De sollicitatiegesprekken werden een nieuwe baan. En dochterlief en haar partner registreerden hun partnerschap. Twee dagen na de uitvaart van mijn moeder, schoof mijn nieuwbakken schoonzoon mijn moeders trouwring aan de vinger van mijn dochter (snif). En met die lekkage komt het ooit ook wel goed.

Dus geen zorgen; alles gaat goed hier. En ik pak snel de draad weer op.

Voor nu wil ik nog even twee dingen melden:

1. Allemaal heel erg bedankt voor jullie lieve berichtjes! Als ik een logje over mijn moeder schreef, las ik de reacties vaak aan haar voor. Ze vond het maar wonderlijk, dat internet. Maar jullie reacties vond ze altijd geweldig!

2. Ik ga iets doen wat ik in mijn hele weblog-carrière nog nooit gedaan heb. Maar ik loop zover achter met bij jullie lezen dat ik het officieel opgeef. Ik ga jullie allemaal op ‘gelezen’ zetten (snif).

Dus….. Als er iets is, wat ik gemist heb, laat het hieronder even weten! Tot snel!

 

Brood met smeerkaas.

Op bezoek bij mijn moedertje, die laatste zaterdag. Ze was al een paar weken niet lekker. 92 jaar oud, begon haar lieve hartje het te begeven waardoor ze vocht achter haar longen kreeg wat maar niet wegging. Ze had het benauwd en zat gekluisterd aan een zuurstofapparaat in haar rolstoel.

Ik kwam haar kamer binnen en ging zitten in haar sta-op-stoel waar ze zelf, sinds de rolstoel zijn intrede deed, nooit meer in zat. Ik trok haar rolstoel naar me toe en legde mijn handen op haar magere knietjes. ‘Mam, zullen we Twee voor Twaalf terugkijken?’ Dat wilde ze wel dus ik zocht haar favoriete tv-programma op.

Ik ratelde er doorheen. ‘Oh, mam! Dat weet ik echt niet! Jij wel?’ Maar naast me was mijn moeder in slaap gevallen. Er kwam een zorgmedewerkster binnen. ‘Joke? Wil je wat eten? We eten frietjes.’ Mijn moeder schudde van nee. Geen zin in frietjes. De zorgmedewerkster beloofde een boterham te brengen, zodat mijn moeder toch nog iets at.

De boterham die ze bracht, was er een met smeerkaas. Zonder korstjes. Op een bordje, onder cellofaan. Ik haalde het cellofaan weg en sneed de boterham in blokjes. En ik moest denken aan dat ene moment, exact dertig jaar geleden.

Mijn vader, doodziek in een ziekenhuis bed. Ik voerde hem stukjes brood met smeerkaas, zonder korstjes. Mijn vader ging dood, ondanks de stukjes brood met smeerkaas die ik hem gaf. En nu, dertig jaar later, voerde ik mijn moeder stukjes brood met smeerkaas en ik wist dat we weer verloren hadden.

Maandagochtend vroeg. Het zorgcentrum belt. Mama is zo benauwd en ziek. Ze vertrouwen het niet. Of ik wil komen. Ik gooi mijn route om. In plaats van de korte route naar mijn werk, stort ik mezelf in de file richting Brabant. Onderweg bel ik mijn broer. En mijn dochter. Ergens op de Erasmusbrug word ik gebeld door het zorgcentrum. Ze hebben mijn moeder verteld dat ik onderweg ben. Mama deed haar ogen open. Ze weet dat ik kom.

Ik jakker nog twee files door en storm mijn moeders kamer in. Ze ligt op haar zij in bed. Zuurstofmasker op, met haar rug naar me toe. Ik wrijf over haar rug. ‘Mama, ik ben er. Het is goed zo’. Mich komt binnenvallen. Een zorgmedewerkster draait mijn moeders bed zodat we beter bij haar kunnen zitten. Mich en ik houden haar handen vast. Ik zie de ogen van mijn moeder zich richten op mijn kind. Ze ziet dat Michelle er is.

De zorgmedewerkers proberen mijn moeder pijnstilling te geven maar ze kan niet meer slikken. De arts komt en besluit haar via een infuus een slaapmiddel te geven. Terwijl Mich en ik haar hand vasthouden, valt mijn moedertje in slaap. We zitten de rest van de middag bij haar terwijl zij, eindelijk rustig, slaapt.

Tot mijn zus ons aflost. Zij blijft tot ‘s avonds laat aan het bed van onze moeder zitten tot mijn broer het overneemt. En in zijn bijzijn glijdt mijn moeder zachtjes weg.

Wij regelen nog even door. We schrijven speeches en ik blader door haar foto-albums en selecteer ongeveer 200 foto’s die ik fotografeer met mijn mobiel en bewerk. Tussendoor maken we haar kamer in het zorgcentrum leeg. We ontwerpen een kaart met mijn moeders ouderlijk huis op de achtergrond en nodigen iedereen uit die belangrijk voor haar was.

Het was een mooie dienst. Met de muziek die mijn moeder mooi vond. Ze had aan wat ze wilde dragen. De cowboyhoed die ze droeg tijdens haar 92ste verjaardag lag, versierd met bloemen, op de kist zoals beloofd. Mijn broer en ik vertelden over mijn moeders leven. Mijn nichtje, de dochter van mijn moeders tweelingzus, sprak vol liefde over haar ‘tweede moedertje’.

Het was een mooi afscheid. Van een goed leven, zoals mijn moeder zelf altijd zei.

Langzaam aan komen we een beetje terug in het normale leven. Het is goed zo. Mijn moedertje had een mooi leven. Maar brood met smeerkaas zal nooit meer hetzelfde zijn.

Stedentripje.

De vaste lezers weten het: ik heb last van heimwee. En niet zo’n klein beetje ook maar echt gruwelijk, verschrikkelijk veel last van heimwee. Verre reizen zijn aan mij niet besteed. Toen ik ooit hoorde dat een collega drie maanden onbetaald verlof nam om door Australië te trekken, was ik de enige binnen het bedrijf die niet jaloers was. Drie maanden! Ik zou dood gaan van ellende.

Maar toen Michelle 21 werd, besloot ik de stap te wagen. Voor haar verjaardag nam ik haar mee naar Londen om de musical The Lion King te zien. En het was fantastisch! Londen vond ik niet heel bijzonder maar het was geweldig leuk om met mijn grote dochter op stap te gaan. Ik heb er van genoten. Maar ik had wél heimwee. Wat redelijk bizar was, omdat ik het aller-aller-liefste wat ik heb, bij me had.

Maar toch; ik had heimwee. Dat houd bij mij in dat ik al een beetje buikpijn heb bij het vertrek. Dat ik niet slaap en hooguit een beetje doezel in zo’n vreemd bed. En dat ik nachtjes tel tot ik weer naar huis mag, hoe leuk het ook is. Dat, in combinatie met zo’n tien tot twaalf kilometer per dag door een vreemde stad wandelen, maakt dat ik compleet gesloopt ben als ik thuis kom. Om vervolgens alle zeshonderd foto’s te bekijken die ik gemaakt heb en te zuchten ‘Wat was het leuk!’

Want het ís ook altijd leuk. Zó leuk dat Mich en ik er een jaarlijkse traditie van gemaakt hebben. Ieder jaar een stedentrip! Na Londen volgde Rome en daarna Barcelona. Toen werd Frank ziek en waren we even uitgereisd. Maar in 2019 pakten we de draad weer op. We begonnen dicht bij huis en gingen een weekendje naar Groningen.

We zouden daarna naar Dublin gaan maar Corona gooide roet in het eten dus werd het Deventer. Ook prachtig! Het tweede Corona-jaar logeerden we een weekendje in ons geboortestadje Breda en vorig jaar gingen we naar Brugge én naar Dublin, waar Corona mij toch nog te pakken kreeg.

Op een of andere manier kwam het er dit jaar maar niet van om samen op pad te gaan. Het kwam gewoon steeds niet uit terwijl er nog genoeg steden op ons lijstje staan. Op de valreep hebben we nu toch een stedentripje gepland. Met z’n drieën! Want Robby gaat dit jaar ook mee. Hoe leuk is dat!

We blijven in Nederland. We gaan naar Gouda. En we gaan maar twee nachtjes! Jongens! Dat wordt een makkie!

Iemand nog tips? Wat moeten we zéker doen in Gouda?

Bijschrift bij de foto: Londen 2013.