Categoriearchief: Dochterlief

De hortus botanicus van Nicky

Het trieste einde van de aloë vera.

In augustus plaatste ik een logje over de enorm slechte conditie van mijn kamerplanten. En hoe ik ervoor zou zorgen dat ze allemaal weer gingen groeien en bloeien. Ik installeerde zelfs een app op mijn telefoon om mij daarmee te helpen. Hoogste tijd voor een update. Ik had jullie graag willen melden dat mijn kamerplanten enorm opgefleurd zijn en tegen de klippen van de hel omhoog groeien. Helaas. De waarheid is iets minder rooskleurig.

Dat appje is op zich best handig. Je krijgt elke dag een seintje welke plant water moet hebben. Je kunt de status van je planten bij houden en er is zelf een heus plantenkerkhof waar je je overleden planten heen kunt brengen. Voor de verwerking van het verdriet over je overleden plant is dat misschien wel goed. Toch bleek ik zelfs met een app niet in staat mijn planten in leven te houden.

Als eerste moest ik afscheid nemen van mijn graslelie. De blaadjes gingen van ‘een beetje bruin’, via ‘behoorlijk bruin’ naar ‘bijna zwart’. Ik moest constateren dat mijn graslelie het loodje had gelegd. Eerlijk gezegd was ik niet erg aan haar gehecht en mikte ik de stoffelijke resten zonder pardon in de afvalbak. Stiekem juichte ik een beetje. Want die graslelie was écht niet om aan te zien. En aangezien ik nu weer een lege bloempot had, mocht ik van mezelf een nieuwe plant kopen.

Iets treuriger werd het, toen ik op een morgen de huiskamer binnen kwam, en zag dat mijn aloë vera-plant alle hoop verloren had. Ze was van een fier rechtopstaande plant al getransformeerd naar hangplant door mijn goede zorgen en gaf er daarna zelf de brui aan. Zonder uitzicht op verbetering, heeft ze zichzelf uit de pot vanaf de kast te pletter gestort op de grond, 1.80 meter lager. Dat vond ik toch wel heel verdrietig.

Maar wat écht mijn hart brak was het overlijden van de bananenplant-baby, die ik van mijn dochter kreeg.  “Het is mijn eerste bananenplant-baby!” jubelde het kind blij toen ze mij trots haar eerste baby-plant overhandigde. Ik heb haar zonder ongelukken groot gebracht, dus ze had er alle vertrouwen dat ik haar bananenplantbaby ook gezond groot zou brengen. Maar die planten-baby bleek lastiger in onderhoud te zijn dan een mensenkind. Ik deed enorm mijn best, samen met mijn appje. Maar ik kon niet voorkomen dat de bananenplant-baby binnen een dag bruin werd en ik afscheid moest nemen. Gelukkig verzekerde mijn dochter mij dat ze nog steeds van mij houdt. Dat wel, maar of ik ooit nog een stekje van haar krijg, is de vraag. 

En daarna was ik klaar met mijn planten-app. Ik gooide de app, inclusief het plantenkerkhof met daarop mijn graslelie, mijn aloë vera en mijn bananenplant-baby, resoluut van mijn telefoon.
Voortaan gaan we weer voor de old fashion way. Eén keer per week water geven. En niet te veel. Eens kijken waar dat ons brengt.

Aladdin.

Ergens in 1993 kwam de tekenfilm Aladdin uit. Hij zal ongetwijfeld in de bioscoop gedraaid hebben maar daar heb ik ‘m nooit gezien. Wel thuis. Een keer of 800, schat ik zo. Want tegen de tijd dat de film op video uit kwam, was mijn dochter bijna drie en groot fan. Ze droeg Aladdin-ondergoed en ze had een Aladdin-rugzak. Maar prinses Jasmine was haar grote idool. Haar haren moesten in een Jasmine-staart en ze gaf ‘Jasmine-kusjes’ die héél lang duurden. Voor haar derde verjaardag kreeg ze een Abu-knuffel, waar ze dolgelukkig mee was. Dat was nog een hele happening. Want van pure verjaardags-zenuwen moest het Jarig Jetje spugen en Abu kon op dag 1 meteen in de was.

In die tijd waren de middagen soms een beetje lang. Mijn uk sliep niet meer ’s middags, maar als ze een hele dag rondgerend had, viel ze vaak vlak voor het avondeten in slaap. Drie jaar zijn is ook enorm vermoeiend natuurlijk. Ik loste dat op door ’s middags een filmpje op te zetten. Aladdin bijvoorbeeld. En dan kropen we samen op de bank. Even uitrusten. Zij keek film en, eerlijk is eerlijk, meestal vielen mijn ogen dicht. Want moeder zijn van een driejarige is ook vermoeiend. Ruim 25 jaar later begin ik nog steeds spontaan te gapen wanneer ik de begintune van een Disneyfilm hoor.

Een tijdje terug werd aangekondigd dat Aladdin The Musical in het circustheater in Scheveningen zou spelen. En ik kreeg een hysterisch appje van het kind. “Mam! Gaan we? Gaan we?” En natuurlijk gingen we. We spraken af bij mijn werk en zouden van daaruit samen verder rijden in één auto. Ik stond op de stoep te wachten en daar kwam madam aan, hoor. Ik moet nog steeds een beetje grinniken als ik haar aan zie komen in haar auto. Hoe dan? Gisteren zat ze nog achterop mijn fiets in het kinderzitje. En nu rijdt ze ineens auto.

We reden samen naar Scheveningen en genoten van de musical. De decors en de kostuums waren werkelijk prachtig. En de geest is geweldig. Al is het altijd weer jammer dat de liedjes zo anders zijn dan in de film. Toen prinses Jasmine opkwam, keek ik even opzij naar mijn grote dochter. Wat had het leuk geweest als deze musical gedraaid had toen ze drie was. Ik had dat snuitje wel eens willen zien als ze eindelijk haar idool in het echt zag. Maar het was evengoed nog steeds geweldig leuk! 

Na afloop keken we of we een souvenirtje konden kopen. Da’s traditie. Bij elk uitje koop ik twee souvenirtjes. Eentje voor haar en eentje voor mij. Als aandenken aan ons uitje. Het liefst kopen we sleutelhangers, maar die waren er niet. Wel armbandjes. Voor maar liefst € 24,- per stuk. “Dan kopen we die!” zei ik. “Mam, doe normaal! € 24,- voor een armbandje! Dan gaan we niet doen, hoor!” siste mijn dochter.

Ik keek naar de armbandjes. En ik dacht aan al die keren dat ik met mijn kleuterdochter bij een voorstelling was geweest. Of het nou een circus was, Holiday on Ice of iets in een theater; altijd was er ‘merchandise’. Net zoals bij de Efteling, waar elke attractie eindigt in een winkeltje. Zo leuk voor de kinderen. Ja, ja. Pure geldklopperij. Probeer maar eens een opvoedkundige ‘nee’ te verkopen aan een kind dat rondloopt is zo’n shop.

Wat vond ik dát toch altijd irritant. Want bij zulke gelegenheden renden er hordes kinderen rond met al die dure spullen. Boekjes, hoeden, knuffels, je kon het zo gek niet verzinnen. En mijn stakkertje, dat kind uit een eenoudergezin uit een kansarme wijk, zag dat ook natuurlijk. Maar die had een moeder die dan al haar enthousiasme in het meest goedkope item stopte. “Kijk dan, schat! Vind je dát niet leuk?” En dan liep mijn kind daar. Te stralen. Met een vlaggetje of een potlood of zo. 

Dus ik kocht twee veel te dure, foeilelijke kinder-armbandjes. Een voor mij. En een voor mijn dochter. Omdat ik het nu kan missen. Als aandenken aan een leuke avond. Misschien heeft mijn dochter vandaag haar armband wel om gehad naar haar werk. En heeft ze tegen al haar collega’s opschept dat ze met mama naar Aladdin is geweest. En dat ze de echte Jasmine heeft gezien. En dat het heel mooi was. En dat ze ook een echt Jasmine-armband heeft gekregen. Lekker puh!

Mijn eigen Hermelientje.

Het is inmiddels twintig jaar geleden dat de eerste Harry Potter-film uitkwam. Het begin van een hele reeks mateloos populaire films over de tovenaarsleerling Harry Potter, gebaseerd op de boeken van J.K. Rowling. Lang verhaal kort: de verhalen gaan over Harry Potter, een weesjongen die bij zijn oom en tante opgroeit en naar een tovenaarsschool gaat waar hij avonturen beleeft met zijn beste vriend Ron en zijn beste vriendin Hermelien. Meer moet je mij er niet over vragen want ik was geen fan. Eén Harry Potter-film heb ik ooit gezien in de bioscoop en daar kan ik me niets meer van herinneren. Ik denk dat ik in slaap gevallen ben.

Wie wel groot fan was, was Michelle. Al meteen vanaf de eerste film in 2001. Ze was negen toen de eerste film uit kwam en groeide praktisch op met Harry Potter. In de jaren die volgden zag ze alle films. Ze las alle boeken. En zij niet alleen. Haar hele klas was fan. Al vlak nadat de eerste film uitkwam, bekeek een klasgenootje Michelle eens aandachtig en zei “Hé! Jij lijkt op Hermelien”. De rest van de klas was het met hem eens, waardoor Michelle de laatste jaren van haar lagere schooltijd Hermelientje genoemd werd.

Ergens zag ik de vergelijking ook wel. Die bruine kijkers doen het hem, denk ik. Dat lachje komt ook wel overeen. En die dikke bos haar. En van wat ik meekreeg van de films, kwamen de karakters van Hermelien en Michelle ook wel overeen. Hermelien is een slim meisje, dat altijd van alles wil leren. Toch kan ze af en toe ook een beetje onzeker zijn. Kortom, de vergelijking ging wel op.

Toen ik afgelopen week ergens las dat het al twintig jaar geleden is dat de eerste Harry Potter-film uitkwam, besloot ik eens te kijken hoe het met de echte Hermelien gaat. Hermelientje werd gespeeld door Emma Watson. En van wat ik op haar Wikipedia-pagina lees, lijkt ze in het echt ook een beetje op Hermelien. Ze was een uitstekende leerlinge op school en wist tussen al dat acteren door een bachelor te halen in Liberal Arts. De eerste Harry Potter-film was haar debuut en ze speelde in alle volgende films de rol van Hermelien. Na de laatste Harry Potter-film, in 2011, speelde Emma nog in wat films maar sinds 2019 is er geen nieuwe film uitgekomen waar zij in mee speelt. Er staat een indrukwekkende lijst met nominaties op haar Wikipedia-pagina. En een enorme lijst met prijzen, die ze gewonnen heeft.

Ik vind het heel indrukwekkend allemaal, hoor. Voor zo’n jong meisje. Maar toch; vlak mijn eigen Hermelientje niet uit, hè! Ha! Die haalde maar mooi even haar bachelor in klinische neuropsychologie. En die deed er vlotjes nog even een master achteraan. Bovendien studeert ze nu voor GZ-psychologe. Doet ze er gewoon even bij, naast haar werk in een zorgcentrum voor dementerende bejaarden. Kijk, zo’n indrukwekkende lijst met nominaties en awards is natuurlijk prachtig. Maar één op de vijf mensen schijnt later dement te worden. En aan de MTV Movie Award uit 2013 van je kind heb je dan niet zoveel. Dan kun je beter een GZ-psychologe in je omgeving hebben, toch?