Volgende project.

Het poppenwiegje dat mijn moeder bedacht had voor haar achterkleindochter is inmiddels overhandigd. En wat een succes was het! Het wiegje stond eerst een tijdje bij mijn moeder op haar kamer in het zorgcentrum waar het uitgebreid bekeken werd door de zorgmedewerkers. ‘Ze vinden het allemaal zó mooi’ vertelde mijn moeder blij. We kochten nog een pop voor in het wiegje en organiseerden een lunch bij mijn broer om het wiegje aan achterkleinkind J. te overhandigen. Ze vond het prachtig en mijn moeder genoot.

Tijd voor het volgende project. Want er zijn nog meer achterkleinkinderen. En mijn moeder en ik hebben het onszelf extreem moeilijk gemaakt want het moeten zelf gemaakte cadeautjes zijn. Dus googelde ik op ‘DIY cadeau vier jaar’ en kwam een quietbook tegen. Een quietbook is een boekje gemaakt van vilt om kinderen een tijdje bezig te houden. Dat ze even lekker quiet zijn, zeg maar. En ik was meteen enthousiast. Dat moest het worden! Ik verzamelde ideetjes op internet, kocht vilt en ging aan de slag.

Mijn eettafel was wekenlang een soort atelier, vol met lapjes vilt en klosjes garen. Ik bleef naar de winkel rennen voor klittenband, knoopjes, drukkers en lintjes. ‘Zeg maar wat het kost’ riep mijn moeder ‘want ik betaal het’. Maar ergens bij mijn 48ste tochtje naar de winkel was ik het spoor bijster van wat ik al uitgegeven had. En dan reken ik mijn uurloon nog niets eens.

Want wat een werk was het! Omdat ik mijn prille relatie met de naaimachine niet op het spel wilde zetten, besloot ik het boekje met de hand te maken. Ook omdat ik verschillende kleuren garen gebruikte. Het leek me enorm onhandig om steeds de naaimachine in te spannen met een andere kleur garen. Weken zat ik te prutsen tot ik de blaren op mijn vingers had. Maar eindelijk was het boekje klaar!

Er is alleen één klein dingetje. Één klein detail. Het jongetje voor wie dit boekje is, is er eentje van een tweeling. En zijn broer krijgt natuurlijk ook een boekje. Dus voorlopig ben ik nog wel even zoet.

Uncle Bob ziet ze vliegen.

Het liep een beetje fout met de fotografie-challenge waar ik zo enthousiast aan begonnen was. In november 2021 had ik ineens geen zin meer. In plaats van foto’s te maken, zocht ik foto’s op in mijn archief en stuurde die in als ‘huiswerk’. Toen ik daarop hoorde dat je twee jaar de tijd hebt om opdrachten in te leveren, was mijn stok achter de deur verdwenen en hing ik mijn camera aan de wilgen. Bovendien was het winter, ik had het koud én ik had het druk met andere dingen.

Maar toen de rust wedergekeerd was en het beter weer werd, besloot ik toch weer eens een opdracht uit de challenge te doen. De opdracht deze keer was ‘Patronen’. Daar werd ik eerlijk gezegd niet echt heel enthousiast van. Maar ik trok er toch een paar keer op uit om foto’s te maken van patronen. Dat viel nog niet mee. Oh, patronen genoeg, hoor. Dat wel. Maar ik word steeds zo afgeleid. Door een grappig lammetje dat net begint te plassen als ik een foto maak. Of door de maan die al zo prachtig zichtbaar is als ik van het strand naar huis ga. Of door vogels. Want ik blijf het sport vinden om vliegende vogels te fotograferen. Dat is veel leuker dan die stomme patronen.

Overpass graffiti – Ed Sheeran

Regelmatig loop ik even bij Frank binnen. Hij wordt prima verzorgd waar hij woont maar hij heeft geen contact meer met zijn vrienden van vroeger en weinig contact met familie. En het is nooit mijn bedoeling geweest om hem in de steek te laten. De man die altijd zo lief voor me was maar zichzelf niet meer is. En nooit meer zichzelf zal worden. Levend verlies heet dat.

Dus vlieg ik regelmatig binnen. Zeker een keer per week, vaak twee. Een kop koffie. Samen een quiz op tv kijken. Of een wedstrijd van Ajax. Ik maak geen vaste afspraken, ik leg me niet vast. Ik ga wanneer het mij uitkomt en meld mijn komst pas vlak van tevoren. Zodat ik kan besluiten om niet te gaan als ik het even niet trek.

Hij heeft een keuken. Met keramische kookplaat. Toch eet hij elke dag in het restaurant van de zorginstelling waar hij woont. Maar ik had begrepen dat mijn chef-kok van weleer, degene die mij leerde koken, weleens een ei bakt voor zichzelf. Dus opperde ik laatst dat ik wel een keer kon komen eten. Dat ik vanuit mijn werk naar hem toe zou komen en dat we samen iets konden koken. Dat leek hem erg leuk.

Afgelopen vrijdag, na mijn werk, stond ik voor zijn deur met een tas vol boodschappen. Pasta met ballen zou het worden. Een van zijn ‘fav-jes’ zoals hij zijn favoriete recepten altijd noemt. “Je moet me wel helpen want ik weet niet hoe een keramische kookplaat werkt.” zei ik om hem erbij te betrekken. “Dat weet ik ook niet.” antwoordde Frank. Ik reageerde verbaasd; hij bakt toch wel eens eieren? “Dat doen de dames hier voor me” antwoordde Frank. En daar moesten we samen heel hard om lachen. Dat heeft-ie dan toch maar weer mooi voor elkaar. Dat de dames van de begeleiding eieren voor hem bakken.

En dus had hij het ook mooi voor elkaar dat ik voor hem kookte. Niks samen. Zijn aandeel bestond uit het halfslachtig opzoeken van het recept tot zijn aandacht weer in beslag genomen werd door de tv. Multitasking lukt hem niet meer. Geen probleem overigens want ik ken al zijn favoriete gerechten uit mijn hoofd. Dus ik ging aan de slag terwijl hij tv keek.

Dat deed me wat. Want ik richtte zijn appartement in met zoveel mogelijk van zijn spullen en kocht zelf alles nieuw. Maar daar sta ik dan ineens, in zijn keuken. Ik braad de gehaktballetjes in die oude vertrouwde pan terwijl ik de tafel dek met de placemats waar we jarenlang samen van gegeten hebben. De vorken, de messen, de vergiet, zelfs de piep van de kookwekker is vertrouwd. Maar toch zo anders.

Het smaakte prima. Tuurlijk. Als ik iets van hem geleerd heb, is het koken. Lustig strooien met kruiden en proeven wat er mist. Hij at met smaak zijn bord leeg en ging daarna op de bank liggen slapen terwijl ik aan de afwas begon. Want tja, de vaatwasser; die staat nog bij mij.

Als de oude, vertrouwde borden en pannen weer schoon in de kast staan, drink ik koffie en zit ik nog een tijdje te kijken hoe hij slaapt. Met mijn verstand weet ik dat ik de juiste beslissing heb genomen. En ik ben echt heel blij dat ik weer een leven heb. Maar och, mijn hart. Mijn hart vindt het vaak nog gewoon helemaal ruk.

The cards were stacked against us both.

Ik beloof niks.

Je kunt me van alles noemen. Creatief bijvoorbeeld. Of vrolijk. Dat ben ik ook. En soms een beetje grappig. Of flauw. Maar er zal niemand zijn die mij sportief noemt. Klopt! Ik ben totaal niet sportief. Als kind deed ik aan turnen, gewoon voor de lol en echt succesvol was ik niet. Op de middelbare school was mijn meest sportieve prestatie het verzinnen van originele smoezen om onder de gymlessen uit te komen. En zo rond mijn negentiende hupste ik nog een tijdje mee in een jazzballet-groepje. Maar dat was het wel. Af en toe ga ik zwemmen. En ik wandel veel. Maar daarmee heb je ook wel alle sporten gehad die ik echt graag doe. Mijn overige hobby’s vallen niet onder de categorie sport. Helaas. Want als muziek luisteren, boeken lezen, nachtbraken en uitslapen sport zouden zijn, zou ik zonder problemen de regionale finales behalen. Of de nationale top. 

Maar met het stijgen der jaren besloot ik toch ‘iets’ aan sport te gaan doen. Al was het alleen maar om een beetje soepel te blijven. Tot grote verbijstering van mijn directe omgeving meldde ik me aan voor groepslessen pilates hier in het buurthuis. Die verbijstering kwam nou niet zo zeer door het feit dat ik pilates-lessen ging nemen. Maar ík die vrijwillig iets zou gaan doen met een groepje vreemde mensen? Dát was verbijsterend. Maar ik deed het toch.

Ik schreef er hier over. En ik schreef toen ook dat ik dertig lessen zou doen en dan zou gaan kantklossen. Maar ik ben nooit gaan kantklossen. Ik weet ook niet wat me bezielde maar aan het eind van elk seizoen, schreef ik me weer in voor het volgende seizoen. Niet omdat ik nieuwe vriendinnen gemaakt heb tijdens de lessen. De dames (en die ene heer) zijn hartstikke aardig en we hebben best lol maar daar bleef het bij. En ook niet omdat ik inmiddels zo’n pilates-fan geworden ben. Ik zit nog steeds liever met een boek op de bank. Maar de locatie waar de lessen gegeven worden, is ongeveer honderd meter van mijn achterdeur vandaan. Dat is zó dichtbij dat zelfs ík geen smoes weet te verzinnen.

Met tegenzin hijs ik mezelf dus een keer per week ’s avonds van de bank en in mijn sportkleding en slof ik die honderd meter naar het gemeenschapshuis. Ik doe braaf mee tijdens de les en probeer mezelf zo gracieus mogelijk dubbel te vouwen. En nee, leuk vind ik het nog steeds niet. En dat voldane gevoel achteraf, dat sommige mensen na het sporten hebben, heb ik meestal ook niet. Of ik er profijt van heb? Ik durf het niet te zeggen. Als ik mezelf op woensdagavond weer eens in de blije baby-pose heb gevouwen en op vrijdagochtend amper mijn auto uit kan van de spierpijn, heb ik daar zo mijn twijfels over. Maar ik houd braaf vol. Omdat ik van mezelf toch ‘iets’ moet doen. Om een beetje soepel te blijven.

Tijdens de corona-periode werd elke lockdown door mij met gejuich ontvangen. Want binnensporten mocht niet dus hoefde ik niet naar pilates. Maar als we weer mochten, trok ik mijn sportkleding weer aan en ging ik weer. En dat kon niet van alle deelnemers gezegd worden. Mijn pilatesgroepje werd kleiner en kleiner. Na elke lockdown kwamen er minder deelnemers opdagen. Inmiddels zijn we met een groepje van zes kandidaten over. En vorige week kwam de ‘juf’ met de verpletterende mededeling dat onze pilateslessen gaan stoppen. Het gemeenschapshuis vindt het niet fijn dat wij met z’n zevenen de ruimte bezet houden. Vanaf het nieuwe seizoen wordt de ruimte verhuurd aan een bridgeclubje. Voor ons, de diehard-pilates-klanten is geen plaats meer. Jammer, zeg. Mijn pilateslessen stoppen.

Een beter excuus om te stoppen met pilates en vanaf volgend seizoen gewoon weer op de bank te gaan zitten met een boek is er niet. Maar in plaats daarvan vroeg ik aan de juf of er nog plaats is bij de groep op woensdagochtend.  Ja, ik weet het. Ik schrok er zelf ook van. Maar ik vroeg het toch écht. Ik, avondmens, nachtuil, uitslaper, ik vroeg of ik in het nieuwe seizoen mee kan doen met de ochtend-les. Op mijn vrije dag. Van 9.00 uur tot 10.00 uur ‘s ochtends, jongens. Geen idee wat me bezielde. Maar ik vond dat het minimaal moet probéren. En ik beloof niks. Ik heb echt geen idee of het me zal bevallen om zo vroeg al zo actief te zijn. Maar ik moet toch wat? Ik houd nou eenmaal niet van bridge.