Kattenren.

Die luie dondersteen hierboven is onze grote vriend Spike. Vroeger woonde Spike bij Frank en zijn ex in een eengezinswoning met tuin in een rustige wijk in Zaandam. Spike mocht gewoon naar buiten en deed dat ook graag. Hij ging vaak op onderzoek uit (ja, hij ving ook vogeltjes, sorry) en vond het heerlijk om op Frank’s auto te liggen in het zonnetje.

Dat Spike niet altijd even handig is, bleek toen hij één was en dacht dat-ie best op het ijs van de sloot achter het huis kon lopen. Dat kon dus niet en Frank kon Spike nog net op tijd uit de sloot vissen.

Ook dacht Spike dat-ie best zo’n lekker baby-zwaantje zou kunnen pakken. Hij had alleen niet gerekend op de enorme moederzwaan die daar heel anders over dacht en Spike vakkundig bij haar kroost verjaagde. Het duurde even voor Spike weer naar buiten durfde.

Toen Spike twee was, werd hij aangereden door een auto. De automobilist reed door en Spike sleepte zich naar huis met een achterpootje dat op diverse plaatsen gebroken was. De plaatselijke dierenarts zag er geen heil meer in en stelde voor om Spike in te laten slapen.

Frank trok de beste man eerst bijna over de balie om vervolgens op zoek te gaan naar een dierenarts die wél wilde helpen. Die dierenarts woonde in Almkerk, zo’n 100 kilometer verder op. Frank is meteen met Spike daar naar toe gereden. Spike werd geopereerd, kreeg gips en zat maanden in een bench (waar Frank’s nachts naast sliep!) maar Spike knapte gelukkig weer helemaal op.

Inmiddels woont Spike bij ons. In een appartement in Amsterdam. Op vier hoog. Tussen de trams, auto’s en bussen. En al is onze Spike inmiddels wat ouder en wijzer, toch durven we onze lieve brokkenpiloot hier niet buiten te laten. We zijn doodsbang dat Spike van het balkon kukelt of onder een tram loopt. Dus zit Spike noodgedwongen binnen. Hij is er inmiddels best aan gewend, maar toch…

Woensdag was het heerlijk weer en dronk ik – voor het eerst dit jaar – een kop koffie op ons terras. Met Spike binnen en de deur ongezellig dicht. “We zouden eigenlijk een stuk van het terras af moeten zetten voor Spike.” mijmerde ik. “Een soort kippenren maar dan voor katten. Een eh… kattenren!” Nou ben ik niet echt een expert op kattengebied maar een Google-sessie leerde dat kattenrennen inderdaad bestaan. Er ging een wereld voor me open en ik was niet te houden.

Tot mijn grote verbazing was Frank, die toch stápel is op onze Spike-man, niet meteen dolenthousiast. Het kostte enige moeite om hem te overtuigen dat het écht wel kan en dat Spike het écht wel leuk gaat vinden. En dat we het heel leuk gaan maken. Met kattengras, klimplankjes en speelgoed.

En als ik iets in mijn kop heb dan moet en dan zal het. Dus.
Terwijl het complete thuisfront mij voor gek verklaart, rijd ik morgen naar het Zuiden des lands om een kattenren te kopen. De tijd zal het leren.

Of Spike vindt het leuk…
… of ik kan binnenkort kippen gaan houden.
Wordt vervolgd….

5 gedachten over “Kattenren.

  1. Leidse Glibber

    Mooi verhaal en klasse van Frank dat hij destijds Spike niet in heeft laten slapen. Ik denk dat het moet werken zo’n kattenren en dat hij het heerlijk vindt. Onze Spottie is ook een buitenkat en nu in ons nieuwe appartement getransformeert tot binnenkat 🙂 Ze komt ‘s avonds even buiten op het balkon en durfde van de week voor het eerst overdag even naar buiten, dus die heeft het ook gered van buiten naar binnen te kat.

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.