Waar is Uncle Bob eigenlijk gebleven?

Uncle Bob, je weet wel. Zo wordt – door professionele fotografen – de oom, tante, broer, buurman of wie dan ook genoemd die met een spiegelreflexcamera, en niet gehinderd door enige kennis van zaken, een evenement vast legt. En daarbij de ‘echte fotograaf’ hinderlijk in de weg loopt. Die Uncle Bob is op het moment in geen velden of wegen te bekennen.

‘Warmste februari ooit!’ schreeuwen de krantenkoppen. Ga toch weg! Misschien kan ik er steeds slechter tegen maar ‘warm’ vond ik februari zeker niet. De afgelopen januari en december ook niet, trouwens. Als het niet regende, stond er een ijskoude wind en bleef ik liever binnen. Ik ben dit jaar nog niet een keer naar het strand geweest en mijn fiets staat al sinds mijn laatste ritje naar mijn vorige werk onaangeroerd in de berging.

En dat maakt dat mijn camera ook weer staat te verstoffen. En dat ik er veel te weinig op uit ga. Voor mijn stedenstripje naar Gouda, begin december 2023, maakt ik mijn camera leeg en laadde ik optimistisch de batterij op. Ik maakte wel geteld één foto.  En die was – waarschijnlijk doordat ik bibberde van de kou – niet eens scherp. Daarna hield ik het voor gezien en hield ik mijn handen in mijn zakken. Sindsdien heb ik niet meer gefotografeerd. En dat terwijl ik wéét dat ik fotograferen leuk vind. Als ik de moed op kan brengen om naar buiten te gaan.

Ik heb een stok nodig. Zo eentje voor achter de deur. Als jullie nou eens iets noemen waar jullie een foto van willen zien? Dan móet ik er wel op uit. Er zijn wel wat spelregels: ik wil geen entree betalen en het moet niet te moeilijk zijn. Een giraffe in zijn natuurlijke habitat; daar begin ik niet aan. De Eifeltoren evenmin. Maar ik beloof jullie dat ik mijn best ga doen om jullie verzoeknummers te fotograferen. Dus kom maar door…

Dag Suus!

Auto’s doen me niets. Ze moeten klein en zuinig zijn en het doen. Meer eisen heb ik eigenlijk niet. Nou ja, ik heb liever niet dat de klok achteruit loopt, dat er haar uit de uitlaat komt of dat de elektrische ramen dienst weigeren. Maar verder moet een auto vooral starten.

En dat deed mijn auto. Een grijze Suzuki Alto, die de liefste ex in 2012 voor ons kocht. Twaalf jaar oud inmiddels en met nu maar liefst 190.820 kilometers op de teller. En nog nooit heeft Suus, zoals ik ons karretje liefdevol noemde, ons in de steek gelaten. Ze startte altijd. Ik kende haar van haver tot gort, wist blindelings alle knopjes te bedienen en ik file parkeerde haar in de kleinste parkeerplekjes.

Maar Suus werd oud. En jarenlang geparkeerd staan in Amsterdam hebben hun sporen achtergelaten. Ze zat inmiddels vol krassen en butsen. Maar het was míjn Suus. Die me keer op keer naar familie in Brabant bracht. Naar de kinders in Almere. Naar vrienden in Zandvoort, Zaandam, Oosterhout, Breda, Vlijmen, Westzaan en Purmerend. Naar de
liefste ex in Hillegom. Geen wonder dat er zoveel kilometers op de teller staan. Suus loodste me warm en droog door ontelbare files heen en bracht me veilig naar mijn werk in Hilversum en Amsterdam. Ik hield van Suus.

Maar door een heel verdrietige gebeurtenis in de familie was er ineens een auto ‘over’. En die auto werd mij aangeboden. Voor een prikkie. Voor minder dan een prikkie. Voor bijna geen prikkie eigenlijk. En alles in mij schoot in verzet. Omdat ik geen auto wilde voor zo’n klein prikkie. Maar de eigenaresse van de auto bleef stug volhouden. Ze gunde mij de auto met heel haar hart. Een auto jonger dan de mijne en met veel minder kilometers op de teller. Heel veel minder.

Ik verzette me uit alle macht. Ik kraakte zelfs het witte dak van de auto af. Waarop de eigenaresse laconiek opmerkte ‘Dan laten we het dak overspuiten’. Het dreigement dat ze, als ik bleef weigeren, zélf een auto voor me zou kopen was de druppel. Ik kén haar. Ze is er toe in staat. Na een paar nachten angstdromen van een gifgroene Ford Ka voor de deur ging ik overstag. Om die angstdromen maar vooral ook omdat ik begrijp dat ze het zo fijn vindt dat de auto in de familie blijft.

Gisteren maakte ik het laatste ritje met mijn Suusje. En ik moest ineens denken aan de reden dat de liefste ex destijds een autootje wilde kopen. Als ik op bezoek ging bij mijn moeder nam ik de trein. En hij vond dat geen fijn idee. ‘Je moeder is op leeftijd’ zei hij destijds al. ‘Als er iets gebeurt, moet je snel bij haar kunnen zijn.’ Dat moment liet gelukkig twaalf jaar op zich wachten. Maar het kwam wel. Drie maanden geleden bracht Suus me veilig naar mijn moeder, zodat ik haar hand vast kon houden terwijl ze in slaap viel om nooit meer wakker te worden. Suus heeft haar taak volbracht.

Dus heb ik Suus gisteren bij de garage ingeleverd, nog even liefdevol over haar dashboard geaaid en haar bedankt voor de bewezen diensten. En toen reed ik naar huis in mijn nieuwe auto. En jongens, wat een feest is dat! Wat rijdt-ie lekker! En wat heeft-ie veel snufjes! Ik heb een echte boordcomputer, stoelverwarming, airco, navigatie en een heuse achteruitrijcamera. Op mijn 54ste heb ik voor het eerst een echte ‘grote mensen auto’. En dat dak? Dat laten we gewoon wit.

Lieve Jij-wiens-naam-ik-hier-niet-mag-noemen, ik weet dat je mee leest. Dank je wel! Ik zal heel zuinig zijn op de auto van jouw allessie. En zolang ik in zijn auto rijd, blijft zijn telefoon gewoon gekoppeld aan de boordcomputer.
Alsof er niks gebeurd is.

Valentijn.

De boekenkast in mijn studeerkamer staat vol met boeken. En ergens tussen al die boeken staat een schattig koffertje. En dat schattige koffertje heeft een dierbare inhoud. De liefste ex ging altijd later slapen dan ik. En ik stond altijd eerder op dan hij om naar mijn werk te gaan. Elke morgen als ik opstond, terwijl hij nog sliep, was het koffiezetapparaat gevuld met bonen en water en stond mijn koffiekopje klaar. En op de salontafel zat altijd – maar dan ook echt altijd – een post-it geplakt. Met gekke tekeningetjes, met soms het gerecht wat hij die avond zou koken. Maar vooral met lieve woordjes. En kusjes. Van S + F. Van hem en onze kat. En ik heb al die briefjes bewaard. In een koffertje.

Iedere week stof ik dat koffertje gedachteloos af. Zonder er bij stil te staan. Maar deze week haalde ik het koffertje uit de kast. Geen idee waarom. Misschien omdat ik net bij hem op bezoek was geweest. We hadden samen gegeten. Mijn keukenprins van weleer heeft alleen nog maar een magnetron. Dus ik kookte thuis de chili con carne die hij zo lekker vindt en racete met de pan in handdoeken gewikkeld naar het zorgcentrum waar hij nu woont. Het eten was nog net warm genoeg toen ik daar aankwam. Maar hij had zo’n zin in een huis-gekookte maaltijd dat hij een opwarmsessie in de magnetron niet nodig vond. ‘Lekker, schat!’ zei hij met zijn mond vol. ‘Learned from the master’ grinnikte ik. En we aten ieder twee borden chili.

De volgende dag stofte ik dat koffertje vol briefjes af. En ik kon het niet laten om er in te kijken. En tot mijn grote schrik beginnen de oudste briefjes, helemaal onderin, te vervagen. De balpuntletters beginnen uit te lopen. De lieve woordjes worden langzaam onleesbaar.
Ik moet iets doen! Want ik wil die lieve woordjes voor altijd bewaren.

Plastificeren! Dat was mijn eerste gedachte. Maar die gedachte verwierp ik al snel. Dan kan ik ze niet meer voelen. Op een blanco A4-tje plakken en in insteekhoezen doen? Dat is een optie maar ik denk niet dat dat de tand des tijds tegenhoudt. Inscannen? Dat is ‘m ook niet echt. Het is ook gewoon leuk dat al die briefjes los in dat koffertje zitten. Om er af en toe even lekker in te rommelen.

Uiteindelijk bedacht ik dat ik dezelfde methode ga gebruiken die ik gebruikte voor de ontelbare knutselwerkjes van mijn dochter. Ik ga al die briefjes fotograferen en opslaan. En de originele briefjes blijven gewoon in dat koffertje. Voor altijd. En in mijn hart. Daar ook.

Afgeleid.

Sinds ik een nieuwe baan heb, ga ik weer met de trein naar mijn werk. Ik vertrek van station Uitgeest en neem de trein naar Zaandam. Het is een bekend ritje omdat ik jarenlang van Uitgeest naar Amsterdam Sloterdijk reisde. Alleen moet ik nu één station eerder uitstappen.

Vier dagen per week zit ik ‘s morgens 17 minuten in de trein en ‘s avonds 17 minuten. En ik vind dat nét te kort om me te verdiepen in een boek. Gelukkig heb ik een andere nuttige bezigheid gevonden om me te vermaken tijdens mijn treinritjes. Ik lees jullie blogjes. Het is heel prettig reizen terwijl ik ondertussen op mijn telefoon lees wat jullie allemaal meemaken en uitspoken.

En zo kon het gebeuren dat mijn oog, tijdens het lezen van jullie hersenspinsels, op het digitale klokje bovenin mijn telefoonscherm viel. 08.09 las ik. Dat was gek want ‘mijn’ trein hoort om 08.04 uur aan te komen in Zaandam. ‘We hebben weer eens vertraging’ was mijn eerste gedachte. Maar toen ik opkeek, viel het me op dat het verdacht druk was in de trein. Drukker dan normaal op het traject Uitgeest-Zaandam. En toen werd het donker omdat we door een tunnel reden.

Een tunnel die ik maar al te goed ken, van mijn ritjes naar Sloterdijk. Die tunnel loopt onder het Noordzeekanaal door als je van Zaandam naar Amsterdam Sloterdijk reist met de trein. Terwijl ik jullie blogjes las, was ik station Zaandam finaal voorbij gereden. Bedankt, jongens!