
Zonder al te veel in details te treden; ik en de dokter in het ziekenhuis hebben afgelopen dinsdag besloten dat ik beter af zou zijn zonder een van mijn ingewanden. Dus zou ik geopereerd moeten worden. De planner van het ziekenhuis was op vakantie, die zou volgende week contact met me opnemen om de operatie in te plannen. Dus ging ik weer naar huis om, vanwege het stormachtige weer, van huis uit verder te werken.
Eenmaal thuis bleek ik een voicemailbericht van het ziekenhuis te hebben. De vervangende planner had gebeld; ik kon aanstaande donderdag al in het ziekenhuis terecht om geopereerd te worden. Oeps. Ik pleegde telefonisch spoedoverleg met collega’s op het werk waar het momenteel krankzinnig druk is. Onder het motto ‘het komt nooit gelegen’ en ‘je kunt het maar gehad hebben’ besloten we dat ik ‘het’ maar moest doen. Dus belde ik het ziekenhuis dat ik akkoord ging met een operatie op donderdag, maakte ik lijstjes met dingen die ik over moest dragen, probeerde ik zoveel mogelijk dingen af te werken en lichtte ik familie en vrienden in.
Woensdag reed ik naar kantoor, werkte me een slag in de rondte om zoveel mogelijk klussen af te werken en lopende dingen over te dragen en vertrok ik op tijd naar huis om mijn koffertje te pakken. Michelle en Robby kwamen eten en daarna was het tijd om te vertrekken. En ik, dappere dodo, pinkte wat traantjes weg. Niet omdat ik tegen de operatie opzag maar omdat ik het altijd zó erg vind om van huis te gaan. Het was niet anders en braaf checkte ik in in het ziekenhuis. Ik kreeg een room with a view met gratis wifi.
Na een slapeloos nachtje, dankzij het piepende infuus mijn buurman, werd ik donderdagmorgen broodnuchter in een charmant operatiehesje gehesen. En ik, lolbroek, kon het niet laten om een belachelijke selfie te maken voor het thuisfront. Het afgesproken operatie-tijdstip van 10.00 uur werd 12.00 uur en uiteindelijk 14.00 uur maar daar gingen we dan! Wat gênant, zeg! Om door het ziekenhuis gereden te worden in je bed. Iedereen keek naar me!
De ruggenprik viel me alles mee, al is het heel gek om je benen niet te kunnen bewegen. Voor de zekerheid heb ik nog even gevraagd of het personeel mij niet zou vergeten mee te nemen, op weg naar buiten, mocht er brand uitbreken. De operatie zelf viel ook mee, al werd het op het laatst een tikkie pijnlijk en werd ik op de valreep alsnog vakkundig platgespoten. Maar daarna mocht ik naar de uitslaapkamer. Operatie geslaagd, de patiënt had dorst! De service was prima! Ik kon kiezen: water of een waterijsje! Ja, écht! Ze hebben Raketjes daar! Ik koos toch voor water en daarna mocht ik terug naar de afdeling.
Daar lag ik gigantisch suf te wezen toen Frank, Michelle en Robby ’s avonds op bezoek kwamen. Ik vond het fijn om hen te zien maar ik vond het ook rot dat ik zo van de wereld was. Da’s toch geen toestand om visite te ontvangen! De rest van de avond heb ik liggen doezelen en ’s nachts heb ik geslapen als een roosje. Mijn eigen infuus heb ik niet gehoord.
En toen was het vrijdag. Mijn infuus werd losgekoppeld, er werd weer eens het een en ander gecheckt en ik mocht gaan douchen. En naar huis. Naar huis? Ja. Naar huis. Voor het verplegend personeel twee keer met hun ogen geknipperd had, had ik me al uit de voeten gemaakt. Ik heb geen vervoer geregeld maar ben gewoon in een taxi gesprongen! Lol!
En zo zat ik om een uur of elf ’s morgens onverwachts op mijn eigen bankje te bellen met verbaasde familieleden en collega’s terwijl Frank verbijsterd koffie serveerde en Spike me tevreden spinnend kopjes gaf. Home sweet home! Michelle en Robby kwamen ’s avonds gezellig eten en ’s nachts sliep ik het klokje rond in mijn eigen, vertrouwde bedje.
En nu is het zaterdag en moet ik zes weken rustig aan doen. Wat heel bizar is want ik voel me goed. Ik zie wat witjes maar heb geen pijn en nergens last van. Vandaag ben ik teruggefloten toen ik beneden de post uit de brievenbus wilde halen, toen ik een klein zakje huisvuil weg wilde gaan gooien en toen ik een heel klein boodschapje wilde gaan halen bij de winkel 500 meter verder op. Ik hoor de hele dag “Blijf zitten!”, “Laat staan!” en “Dat doe ik wel!” Iedereen zorgt heel goed voor me. Iedereen is heel lief voor me. Echt. Maar het worden zes lange weken.
De hele afgelopen week lijkt één grote grap. Was dit écht? Hebben ze eigenlijk wel iets gedaan daar in dat ziekenhuis? Ik voel niks. Iedere keer, als de bel gaat, verwacht ik dat Frans Bauer op de stoep staat om te vertellen dat ik helemaal niet geopereerd ben en dat iedereen in het complot zat. En dat-ie dan bulderend lacht, heel hard ‘Bananasplit!’ roept en wijst waar de verborgen camera’s hangen. Lachen, man!

Het gaan zes lange weken worden… Maar wel zes weken die je nodig hebt om volledig te herstellen…
Sterkte… Voor jou en je omgeving want men, wat gaan die het zwaar krijgen met jou…
xxx
Oh jee toch maar braaf de regels opvolgen en hopen op lekker weer zodat je het kan zien als lange niets doen vakantie. Beterschap!
Succes met deze 6 lange (herstel) weken. Je hebt het wel weer super komisch geschreven. Of ik erbij was!
Ik zie het helemaal voor me, maar Nicky toch maar een beetje rustig aan doen de komende tijd.
O, ik heb even wat gemist zie ik. Ik hoop voor je dat het mee blijft vallen, ik kan me herinneren dat ik destijds zeker wel zes weken nodig had om te herstellen. Ik was vooral nog lang suf van de narcose.
Beterschap!