05-01-2013 – Goed voornemen nu al gesneuveld.

knijpkat-pinguin-1000x1000

Eigenlijk doe ik nooit aan goede voornemens.
Maar vorige week, tijdens het boodschappen doen voor Oud en Nieuw, bekroop me, geheel onverwachts, tóch een goed voornemen.

Het was druk, het was chaos.
Iedereen liep me in de weg en er waren massa’s vulmedewerkers bezig de schappen te vullen, met hun stapels nieuwe voorraad onhandig uitgestald. Natuurlijk begrijp ik dat ze moeten bijvullen, maar waarom ze het hele gangpad daarbij in beslag moeten nemen is mij een raadsel.

Toen ik bij de infobalie vroeg of er nog Staatsloten waren voor de Oudejaarstrekking, keek het meisje achter de balie me glazig aan.
“Ehhhh, ik weet het niet. Ik denk het niet.”
Ik wachtte nog even maar ze bleef me glazig aanstaren.
En ze maakte geen aanstalten om het uit te zoeken.

Ik kreeg sterk de indruk dat het antwoord dat ze gaf,
haar standaard antwoord is op alle vragen van klanten.
“Ehhhh, ik weet het niet. Ik denk het niet.”

En ineens bedacht ik een goed voornemen.
In 2013 ga ik me niét ergeren in de supermarkt.

Vandaag stortte ik me weer in het wekelijkse boodschappengewoel.
Met mijn hagelnieuwe voornemen in gedachten,
liep ik helemaal zen naar de supermarkt.

Ik wurmde mezelf de supermarkt in.
Tussen twee beveiligers door, die vlak voor de ingang van de supermarkt stonden te geinen met de straatcoaches.

Ik liep de winkel in met mijn winkelwagen met slag-in-het-wiel.
Terwijl mijn polsgewrichten uit hun kom rammelden, bedacht ik me heel vrolijk dat ik een wobbelkar had. Ik ergerde me niet eens aan het getreuzel net na de ingang (waarom moet je uitgerekend dáár stoppen om te checken of je je portemonnee bij je hebt?).

Ik slalomde tussen de andere klanten door, die het nodig vonden om hun wekelijkse roddels te bespreken midden in de gangpaden terwijl hun sleurmandjes de weg versperden en hun kroost tikkertje speelde in de winkel.

Ik vond het ook helemaal niet vreemd dat de bedrijfsleider in zijn keurige pak stond te kletsen met een ander personeelslid terwijl hij de plas vieze, plakkerige vloeistof op de grond, twee meter verderop, schijnbaar niet zag.

Fluitend deed ik mijn rondje door de supermarkt. Ik bleef positief.
Tenslotte heeft het feit dat de vulploeg niet kan lezen ook voordelen;
de meest verse producten staan hier altijd vooraan.
En ach, alles wat deze keer weer niet op voorraad was,
zou ik wel bij een andere supermarkt halen.

Bij de kassa groette ik de kassière vriendelijk en negeerde ik het feit dat ik geen antwoord kreeg. Ik vond het eigenlijk wel heel vriendelijk dat ze mijn niet-geprijsde stokbrood gewoon voor 0,99 cent aansloeg.

Jammer genoeg waren de croissantjes ook niet geprijsd. “U heeft een ongeprijsd zakje gepakt”, beet de kassière me onvriendelijk toe. En ik was diep onder de indruk van het feit dat ze  ‘U’ tegen me zei.

Na drie keer bellen naar de infobalie, kwam er nog geen hulp waarna ik zelf maar mijn zakje croissantjes om ging ruilen voor een exemplaar mét prijssticker.

“Ik hoef geen bonnetje, hoor” zei ik daarna vriendelijk tegen de kassière.
Dat kon ook niet; ze had ‘m al weggegooid.

Mijn goede voornemen voor 2013 begon lichtelijk af te brokkelen.

Bij de infobalie vroeg ik de medewerkster vriendelijk of ze mijn net gekochte lampjes even kon testen. Traag begon ze te zoeken naar de lampentester
“die hier toch écht ergens moet liggen.”

Ze doorzocht drie lades en vond alleen een knijpkat in de vorm van een pinguïn. Besluiteloos bekeek ze het ding van voren en van achteren.
Was dat ‘m soms? Maar waar moest die lamp dan in?

Ik kreeg een flauw vermoeden dat ze nog nooit een lampentester had gezien
maar ik weerstond de neiging om ongeduldig op de balie te trommelen.
Want hé, ik had toch een goed voornemen?

Toen haalde ze op wonderlijke wijze toch het juiste apparaatje tevoorschijn.
Ze was er zelf erg blij mee, maar nee, ze had geen idee hoe dat ding werkte en schoof ‘m fijn mijn kant op. En ik schoof fijn mijn lampjes naar haar toe.

Dus had ze geen keuze.
Gelukkig is het apparaatje vrij simpel en ontdekte ze zowaar waar het lampje in moest. “En? Doet-ie ‘t?” vroeg ik.

Waarop zij antwoordde “Ehhhhh, ik weet het niet. Ik denk het niet.”

5 januari 2013.
Mijn énige goede voornemen voor 2013 heeft het niet gehaald.

Met stoom uit mijn oren, heb ik het meisje uitgelegd dat niet de gloeilamp moet gaan branden, maar het groene controlelampje op de lampentester.

Ik heb geen idee of ze het snapte.
“Ehhhh, ik weet het niet. Ik denk het niet.”

9 gedachten over “05-01-2013 – Goed voornemen nu al gesneuveld.

  1. Appelig

    Hahaha, wat een grappig verhaal! Wel jammer dat het je echt is overkomen. Ik zie een uitdaging voor de supermarkt. Ik zou zeggen, hang je blogpost op het prikbord daar.

  2. Emmelinda

    Whahaaaaa was je in onze supermarkt geweest? Dat is het met voornemens he, zelf kunnen we dat best goed volhouden…als er geen anderen in de buurt zijn. (whaahaa…is dat een goeie smoes of niet? *propt stuk sjokola in mond*)

  3. Michelle

    Valt me nog mee dat je niks verteld hebt over dat jongetje wat stampend over de zakjes sla een ommetje maakte door de koeling. Kinderen in de supermarkt, genieten..

  4. Leidse Glibber

    Ik zeg altijd goede voornemens komen nooit uit. Maar nem er aub elk jaart eentje en beschrijf waarom hij niet uitgekomen is want ik heb dubbel gelegen om dit verhaal. Dus een goed voornemen maak elk jaar een goed voornemen en laat ons weten waarom het niet gelukt is. 🙂

  5. Willemijn

    Fantastisch beschreven!
    Er is maar een oplossing … zo min mogelijk naar supermarkten… Beter voor iedereen (maar kost wel veel meer tijd).
    (en ik zeg het wel, maar ik koop toch ook minimaal de helft van mijn ‘dingen’ in een supermarkt).

  6. sylvia

    valt onder de categorie “meubelboulevartwinkelmeisjes” mooie bruine ogen en verder niks……….wat een drama!

Reacties zijn gesloten.