Zo’n week, zo’n dag.

Het was zo’n week waarin ik vijf dagen moest werken. Zo’n week waarin mijn verstopte neus verstopt bleef, wat ik ook deed. En ik, ook al ging ik ’s avonds netjes op tijd naar bed, de volgende morgen toch amper mijn bed uit kon. Zo’n week waarin de lente nog zó ver weg leek. En ik op mijn werk de verwarming op 25 graden zette en het toch maar niet warm kreeg. Zo’n week waarop ik op dinsdag dacht dat het woensdag was en de rest van de week, voor mijn gevoel, een dag achterliep waardoor de week extra lang duurde. Zo’n week waarin mijn eerste hardlooprondje van die week helemaal niet lekker ging.

Zo’n week waarin ik een raadselachtige dubbele afschrijving van mijn ziektekostenverzekering ontdekte. Waarin ik op elke werkdag 10 dingen van mijn to do-lijst streepte en er elke dag 14 nieuwe bij kreeg. Zo’n week waarin niet alles op voorraad was in de winkel, zodat ik nog een keer terug moest. Zo’n week waarop ik, na mijn werk, anderhalf uur in de file stond waardoor mijn tweede hardlooprondje die week in het water viel. Zo’n week waarin mijn volle vuilniszak lekte, toen ik het vuil wegbracht. Bovenop mijn nieuwe schoenen. Zo’n week waarin ik als een vogelverschrikker rond liep omdat ik naar de kapper moet maar geen tijd heb.

En toen was-ie daar eindelijk! De dag die je wist dat zou komen. Vrijdag!
Die dag waar ik al de hele week naar uit keek. Bijna weekend! Dus begon ik, vol goede moed, aan mijn laatste drukke werkdag en toen bleek het toch wéér zo’n dag te zijn.

Zo’n dag met weer die verstopte neus en de verwarming op 25. Zo’n dag met de grootste stroomstoring ever, van Alkmaar tot aan het Gooi. Waardoor ik anderhalf uur naar een zwart computerscherm zat te staren, wetend dat er bergen werk op me lagen te wachten. En dat de telefoons en internet het niet deden. Dat zelfs onze mobiele telefoons het niet deden en wij onszelf echt heel erg zielig vonden. En dat ik naar buiten ging om te kijken of er iemand wist wat er aan de hand was en dat niemand iets wist maar ik wel kletsnat regende. En dat ik het toen dus hélemaal niet meer warm kreeg omdat de verwarming het ook niet meer deed. En het koffiezetapparaat en de waterkoker ook niet.

Dat ik uit verveling maar ging kijken of er post was en toen een boterhammenzakje met hondenpoep (???) in de brievenbus vond. En dat, toen we weer stroom hadden, mijn concentratie foetsie was. Dat ik de rest van de dag kramp in mijn tenen had, omdat mijn voeten ijskoud waren. Dat ik toch nog een klein bergje werk verzet heb maar zoveel meer had willen doen. Dat ik mijn collega een lift gaf van Hilversum naar Amsterdam omdat ze met de trein niet ver kwam na de stroomstoring. En dat ik toen wéér een uur in de file stond. Zo’n dag.

Ik heb het helemaal gehad met deze week. Er zit er maar één ding op.
Een hapje eten, een lekkere bak koffie en dan een lange, warme douche.
En dan in pyjama onder een dekentje op de bank. Met een goed boek, een spinnende, rode kater op schoot en een glas wijn. Weekend!

7 gedachten over “Zo’n week, zo’n dag.

  1. Sandra

    Poeh…het is alsof je mijn week beschrijft maar dan heel anders. Hij voelt precies zo… Hopelijk heb je een heelheelheel fijn weekend! Liefs!

  2. Colin

    Hmm … en met de storm van vandaag, werd het vast weer zo’n dag. Ik bleef in Brabant, puur toeval maar kwam goed uit niet in Amsterdam te werken. Bijna een lang paasweekend!

Reacties zijn gesloten.