Paradise City (1987).

In de auto, onderweg naar huis, luister ik naar de radio. Er wordt een ‘gouwe ouwe’ aangekondigd. Paradise City van Guns N’ Roses uit 1987. Ach, 1987. Mijn ‘hardrock-periode’. Hoewel dat ‘hardrock’ in de praktijk heel erg meeviel. Want dat mijn stamcafé een hardrockcafé was, was puur toeval.

Tijdens een avondje Carnavallen met mijn toenmalige vriendje haakte ik halverwege al af. Mij niet gezien, Carnaval. Ik kroop thuis in bed met een boek terwijl mijn vriendje alleen verder feestte. De volgende dag vertelde hij enthousiast over een hardrockcafeetje waar hij toevallig terecht gekomen was. Zo gezellig, zo leuk! Daar moesten we een keer heen! Enigszins sceptisch ging ik die zaterdag daarop met hem mee.

Maar hij had gelijk. Het was er leuk en gezellig. En die stoere rockers met hun lange haren en ruige kleding vielen reuze mee. Ja, soms stond de hele tent te headbangen op de laatste hardrock-hit maar ze konden ook goede gesprekken voeren, ongelooflijk slap ouwehoeren en lol maken. Eigenlijk waren het, ondanks hun ruige uiterlijk allemaal schatjes. Iets van ruwe bolsters en blanke pitten en zo.

Mijn verkering ging over maar ik bleef uitgaan bij het hardrockcafé. Omdat het zo gezellig was. Maar vooral omdat het daar veilig was als meisje alleen. De hele avond werd ik omringd door langharig, luidruchtig tuig dat in werkelijkheid geen vlieg kwaad deed maar mij bewaakte als een horde pittbulls. Als het café om twee uur dicht ging, werd de complete clientèle naar buiten geveegd, behalve ik. Ik mocht veilig binnen op mijn taxi wachten.

Al snel hoorde ik er helemaal bij. Ik hoorde er zo erg bij dat ik, als het café om twee uur ’s nachts dichtging, met het personeel mee ging stappen bij de tenten die langer open bleven. De barman annex discjockey zette zijn complete Bruce Springsteen-collectie voor me op cassettebandjes en ik zong mee met ‘Love in an elevator’ van Aerosmith alsof ik nooit anders gedaan had. En, speciaal voor mij, werd er af en toe ook een rustig nummer gedraaid. Dan kwam ineens ‘Downtown Train’ van Rod Steward voorbij. Konden de headbangers ook een beetje bijkomen.

Ooit ben ik flauwgevallen daar. Ik lustte nog geen wijn in die tijd dus aan te veel alcohol kan het niet gelegen hebben. Maar het was erg warm en druk die avond en ik wilde nét een taxi gaan bellen toen mijn lichtje uit ging. Ik kwam weer bij mijn positieven in de armen van een vervaarlijk uitziende hardrocker die mij galant de tent uitdroeg en me uiterst voorzichtig buiten op de motorkap van een auto zette.

Eenmaal in de frisse lucht ging het al snel beter. Maar er was geen sprake van dat ik weer naar binnen mocht. Ik werd resoluut in een taxi naar huis gezet en uitgezwaaid door een horde bezorgd kijkende hardrockers terwijl binnen iemand zo lief was om mijn openstaande rekening te betalen. Geen wereldschokkend bedrag waarschijnlijk, na twee cola, maar toch. Het gaat om het idee; ik vond het reuzelief!

Terwijl Paradise City door de auto schalt, denk ik terug aan de geweldige tijd die ik gehad heb in mijn hardrockcafé. Met al die stoere rockers. Maar halverwege het nummer voel ik een lichte hoofdpijn opkomen. Wat een lawaai, eigenlijk. Hoe lang is het wel niet geleden dat ik iedere zaterdag in die herrie zat? Ik zet de radio zachter en maak een rekensommetje. Wow. 28 jaar maar liefst. Ik word oud. Hoogste tijd voor een ander deuntje. ‘Het Dorp’ van Wim Sonneveld of zo.

5 gedachten over “Paradise City (1987).

  1. Leidse Glibber

    Leuk he dat je door zo’n nummer opeens een heel stuk van je jeugd voorbij ziet komen. Ik heb het ook bij bepaalde nummers en zie dan hele films in gedachte terug. Bedankt voor je felicitatie uhhhh over oud worden gesproken 🙂

  2. Gerdine

    Ha nichtje,

    Was dat het cafe bij de kerk in Breda? Waar ook de motorclub bij elkaar kwam? Ik ben een beetje oud, ik ben de naam van het cafe vergeten….. In die tijd was de echtgenote van mijn werkgever, Thea Vintges, eigenaar van dat cafe. De bar werd gerund door een team van studenten en jonge mensen, die in een schema de bar, bemand hielden. Ik denk nog vaak terug aan Thea voor wie ik heel veel bewondering heb gehad.

  3. Nicky

    @Gerdine: mijn stamcafé was De Tempelier. Aan de Haven, op het hoekje bij de Vismarkt. Het café wat jij bedoelt is De Bruine Pij. Daar kwam ik ook wel eens. Ook heel gezellig. En het bestaat nog steeds!

Reacties zijn gesloten.