Het was niet mijn bedoeling mijn weblogje te veranderen in een medisch blog dus ik was van plan een ‘normaal’ blogje te schrijven. Leuk bedacht maar lastig. Ik maak, naast alle medische toestanden, maar weinig mee op het moment. Dus tja, hier komt er weer een.
Dinsdag werd Frank verwacht in het revalidatiecentrum. Hij zou daar, vanuit het VU, per zorgambulance naar toe gebracht worden. Ik nam een vrije dag op want ik wilde, uiteraard, met hem mee. Zeker omdat Frank helemaal niet naar het revalidatiecentrum wilde. Hij wil gewoon naar huis. ’s Maandags stelde men in het VU voor dat ik hem zelf, met mijn eigen auto, zou brengen. Een ambulance is natuurlijk erg duur en niet echt nodig. Dus zouden Frank en ik samen naar het revalidatiecentrum rijden. Geen punt.
Maar die nacht kon ik niet slapen. Talloze doemscenario’s spookten door mijn hoofd. De een nog erger dan de ander. Wat als Frank op de A10 uit de auto zou proberen te springen? Wat als ik tegen een paaltje zou rijden en de airbag uit zou klappen? Bam! Recht tegen Frank’s gehavende borstkas? Ergens rond half drie ’s nacht kreeg ik een briljante ingeving. Ik zou gewoon een taxi bellen! Daarna viel ik als een blok in slaap.
Die dinsdag werd in het VU de pomp afgekoppeld van de wond in Frank’s borstkas. Ik hielp hem douchen en we checkten uit. Eindelijk! Op naar de volgende stap, waar Frank als een berg tegenop zag. Mijn ontzettend lieve, fantastische dochter stond bij de ingang van het ziekenhuis te wachten. Ze was later naar haar werk vertrokken en had haar hondje meegebracht zodat Frank eindelijk weer eens met Nanook kon kroelen. Had ik al gezegd dat ik een ontzettend lieve, fantastische dochter heb?
De bestelde taxichauffeur bracht ons veilig naar het revalidatiecentrum aan de Overtoom. Hij moet tot drie keer toe allerlei opstoppingen omzeilen en Frank grinnikte dat dat niks voor mij was geweest. Goed dat we een taxi genomen hadden. Ik vond het waanzinnig om met hem in de taxi te zitten. Waanzinnig om hem te horen kletsen met de taxichauffeur. Dat zijn de momenten dat ik me realiseer hoeveel geluk we hebben gehad.
De rest van de dag hebben we gepraat en gepraat. Gesprekken met de verpleging, met de artsen, met de fysiotherapeut en met de wondverpleegkundige. Die overigens flink mopperde over de manier waarop men in het VU Frank’s wond had afgeplakt. Met lekker veel pleister. Over zijn borsthaar. In revalidatiecentrum hebben ze speciale pleisters, speciale gaasjes, alles om te zorgen dat het verwisselen minder pijnlijk is. De pomp voor de drain die ze daar gebruiken is waterdicht en een stuk kleiner dus Frank kan gewoon douchen. Hij heeft een grote eenpersoonskamer met een prima tv. Hij krijgt fysiotherapie en ergotherapie, gesprekken met een psycholoog, een diëtist en een maatschappelijk werkster. Kortom; hij is in goede handen.
Toch is dit niet wat Frank wil. Hij wil naar huis. Naar mij. Naar Spike. Dus het worden lange weken. En veel weken. Want de eerste drie weken zijn puur ’ter observatie’. Daarna kijken we pas verder. En ik vónd het een partij moeilijk om hem achter te laten. De eerste avond liep ik de eerste twee tramhaltes voorbij omdat ik niet huilend in de tram wilde stappen. Als een soort ‘Meisje met de zwavelstokjes’ liep ik over de Overtoom. Bij elk restaurantje, bij elk eettentje keek ik verlangend naar binnen. Naar de gedekte tafels, naar de stelletjes die daar gezellig zaten te eten. En ik liep daar alleen. Heel zielig.
Dat duurde niet lang. Bij de tweede tramhalte kwam mijn praktische aard weer boven. En oké, het was koud buiten. Februari is niet de juiste maand om dramatisch te doen. Bovendien; ik kon helemaal naar huis lopen, heel eigenwijs. En heel zielig. Maar dat helpt niet. Het kost alleen maar tijd. En tijd heb ik al zo weinig. Het is zoals het is. We moeten door. Dus snoot ik mijn neus en stapte ik op de tram. Eenmaal thuis huilde ik nog telefonisch een potje uit bij mijn grote zus en toen ging het wel weer (dank je wel, Zussie!).
Inmiddels zijn we een week verder. En het gaat goed, hoor. Frank vind het nog steeds verschrikkelijk in het revalidatiecentrum. Maar hij maakt nog steeds vorderingen. Zijn geheugen wordt steeds beter en vanavond trok hij, als vanouds, zijn iPad tevoorschijn om een bepaalde winkel voor me te zoeken via Google. En ik? Ik red me prima. Ik probeer mijn rust te pakken waar ik kan.
En I count my blessings… Iedere dag opnieuw.
Bijschrift bij de foto: Valentijnskaartje voor Frank ❤️


Hoi hoi Nicky wat fijn om te horen dat het vooruit gaat maar ik kan me van Frank zo goed voorstellen dat hij naar huis wil. Wel fijn dat hij een eigen kamer heeft dat maakt het ietsje makkelijker vind ikzelf altijd. Lekker privacy! Pas goed op jezelf en wil je mij even een berichtje doen met het adres van Frank dan stuur ik wat post! Liefs xxx
Oh en toch zo super fijn om deze positieve artikeltjes te lezen. Bikkel! Jullie komen er wel!
Heerlijk om te lezen dat het (naar omstandigheden) goed gaat met Frank enm jij je er gelukkig nog steeds goed doorheen slaat ( maar ken je niet anders uit alle jaren bloggen). Wil je dit soort zinnen
“Als een soort ‘Meisje met de zwavelstokjes’ liep ik over de Overtoom. Bij elk restaurantje, bij elk eettentje keek ik verlangend naar binnen. Naar de gedekte tafels, naar de stelletjes die daar gezellig zaten te eten. En ik liep daar alleen. Heel zielig. ” achterwege laten, zat hier bijna te snotteren van medelijden 🙂
Houd je taai en hoop snel weer nog meer positief nieuws te horen.
Super goed nieuws!! Een hele opluchting en je zult zien dat het revalideren vast snel gaat, zeker omdat Frank zelf graag wil.
Mooi is het dat je na al die jaren zelfstandig, je toch zo afhankelijk kunt voelen van een ander. Tuurlijk kun je het alleen, maar samen (als de ander echt leuk is) is fijner. Veel fijner. Ook dat is volgens mij geluk, dat je zo’n bijzondere persoon tegenkomt!
Volgens mij vind niemand het fijn om in een revalidatiecentrum te zitten. Maar het is wel fijn dat ze er zijn.
Sterkte voor Frank en ik vind jou een dapper en praktisch mensenkind. Lief ook. xxx
Je weet de ellende weer met veel humor te vertellen, lijkt me ook zo moeilijk als je hem daar achter moet laten, ook al weet je dat hij in goede handen is.
Maar wat fijn dat hij zo goed vooruit is gegaan. 🙂