Categoriearchief: Fotografie door Uncle Bob

Uncle Bob en de grote wens.

De grote wens van Uncle Bob is het fotograferen van een echte zeehond. Want zeehonden fotograferen kan natuurlijk prima op Texel maar dat vond ik een beetje valsspelen. Ik wilde foto’s maken van een zeehond in het wild. Nou liggen er hier best wel eens zeehonden op het strand. Daar kom ik meestal achter als ik thuiskom van het strand, mijn Facebook-app open en zie dat het strandpaviljoen weer een foto geplaatst heeft van een zeehond. Ik loop ze altijd net mis.

Vorige week besloot ik weer eens naar het strand te gaan. Gewoon voor de fun, want dat is het hoofddoel. Lekker een stukje wandelen. Toen ik het strand op kwam, zag ik het meteen. Bij een zandbank lag iets in het water. Zou het? Zou het een zeehond zijn? Zou ik eindelijk eens mazzel hebben? Ik was nog te ver weg om te zien wat het nou precies was. Onhandig snelwandelend probeerde ik al zo vast een foto te maken. Als ik in zou zoomen, zou ik misschien kunnen zien of het inderdaad een zeehond was. Maar tot mijn grote teleurstelling bleek het een of andere boei te zijn. Ik hing mijn camera weer op mijn rug en wandelde rustig verder.

Een kilometer verderop spotte ik weer iets op een zandbank. Ik liet me niet weer verleiden tot een strandwandeling in galop maar wandelde rustig verder. Het kon dan wel een zeehond lijken maar dat dacht ik van die boei ook. Toen ik het stipje in de verte eindelijk genaderd was, keek ik door mijn zoomlens. En ja wel! Daar lag een zeehond. Zomaar in het wild op mij te wachten.

Jammer dat het beestje nét iets te ver weg lag. Ik zag, zelfs door mijn zoomlens, niet eens waar ik op moest scherp stellen. Een klein, friemelend, bruin vlekje was het. Meer niet. Maar ik klikte er lustig op los. In de hoop dat ik, eenmaal thuis, door ook nog eens in te zoomen op de foto iets zou kunnen zien. Meneer of mevrouw zeehond werkte ook niet echt mee. Ik had de indruk dat het beestje met zijn staart naar mij toe lag. Dus dribbelde ik heen en weer op het strand, zo ver mogelijk in het water. Mijn sokken en schoenen waren in no time doorweekt maar het kon me niks schelen.

Het was vloed en er kwam steeds meer water tussen mij en mijn fotomodel maar ik kon niet stoppen met foto’s maken. Ik wilde ook niet weg, bang om iets spectaculairs te missen. Tot ik mezelf tot de orde riep. Want wat voor spectaculairs zou dat moeten zijn dan? Het is echt niet zo dat zo’n zeehond ineens een salto maakt of zo. Dus borg ik mijn camera na twee uur op, bedankte mijn nieuwe vriendje daar in de verte en vertrok naar huis. Thuis bleek ik in twee uur tijd 337 foto’s gemaakt te hebben. De meeste zijn waardeloos. Maar er zijn er een paar redelijk gelukt. Uncle Bob heeft zijn zeehond!

Uncle Bob en de expositie.

In november had Uncle Bob er geen zin in. De opdracht van die maand was de zonsondergang fotograferen en dat lukte niet echt. Ik leverde wat foto’s uit mijn archief in voor mijn fotografie-opdracht en toen hoorde ik dat je twee jaar mag doen over de twaalf opdrachten! Twee jaar! Jongens! Dan ga ik toch niet in de kou staan klungelen?

In de maand december had de opdracht veel met water te maken. Een knappende waterballon fotograferen, bijvoorbeeld. Ook niet handig. Zie in december maar eens waterballonnen op de kop te tikken. Dat lukte dus niet. En bovendien had ik niet veel zin om in de kou buiten te gaan staan knoeien met water. Dus ook de opdracht van december liet aan mij voorbij gaan. 

In januari had ik geen tijd op te fotograferen. Wat natuurlijk gewoon een smoesje is. Oké, ik hád ook echt weinig tijd. Maar als ik echt gewild had, had ik best tijd kunnen maken. Het moge duidelijk zijn dat toen ik hoorde dat ik twee jaar de tijd had om mijn twaalf opdrachten in te leveren, mijn stok achter de deur verdwenen was.

Inmiddels is het februari. De grootste drukte is voorbij, ik heb zeeën van tijd en het blijft ’s avonds al langer licht. Dus het wordt tijd om weer aan de slag te gaan. En om het moraal hoog te houden heb ik besloten iets van mijn eigen werk in mijn pas verbouwde huis op te hangen. Als nieuwe stok achter de deur en als geheugensteuntje hoe leuk ik fotografie vind.

Dus Uncle Bob heeft nu een heuse expositie.
Op het toilet. 

Uncle Bob had geen zin.

De fotografie-challenge voor de maand november: een zonsondergang fotograferen. Een wat? Ja. Een zonsondergang. Dus de ondergang fotograferen van die ronde bol die wel eens in de lucht hangt en licht geeft. Ik weet niet hoe jullie november was maar de mijne was vooral nat. De zon heb ik niet veel gezien.

Ja, heel soms. ’s Morgens als ik op kantoor zat. Maar daar had ik niet veel aan natuurlijk. Tegen de tijd dat ik thuis was, was de zon allang onder. Eén poging heb ik gedaan; in het weekend. Te lui om te fietsen pakte ik de auto naar Wijk aan Zee en stond daar uit mijn hemdje te waaien. En net voor de zon onderging, kwamen er grote wolken opzetten. Bleek dat mijn weersvoorspellings-app weer eens gelogen had. 

Ik werd er bloedchagrijnig van. Dus toen de maand november voorbij was, dook ik kwaad in mijn foto-archief. Wil je een zonsondergang? Hoeveel heb je er nodig? Hier héb je een zonsondergang! En hier nog een! Hier! Pak aan! Met je zonsondergang.

Eerlijk gezegd werd ik er niet vrolijk van. Ik kreeg alleen maar heimwee.
Was het maar weer zomer…

Uncle Bob stond vroeg op.

Gááp. Pardon. Schááp.

Her en der zie ik ze voorbij komen. Van die mooie foto’s, gemaakt tijdens zonsopkomst. Dat mooie licht, hier en daar nog een beetje nevel. Prachtig. Maar ja, ik lig in het weekend op dat tijdstip nog in bed. En ik draai me nog zeker twee keer om. Toch moest het er een keer van komen. Ik zette de wekker en stond vroeg op. Het was zó moeilijk! Want vroeg naar bed gaan was weer jammerlijk mislukt en mijn bedje was zo lekker warm. En buiten was het nog donker. Maar ik deed het! Ik kwam bed uit en fietste net voor de zon op kwam naar het landgoed bij Chateau Marquette.

Eenmaal daar kwam ik er achter dat ik te vroeg was. De zon kwam weliswaar op maar zat nog verscholen achter de bomen. Ik had nog zeker een uur in bed kunnen blijven. Briljant, Einstein, om daar niet aan te denken! Het was bovendien nog zo donker dat ik een lange sluitertijd nodig had om te fotograferen. En dan moet je je camera heel stil houden wat niet mee valt als je bibbert van de kou. Dus er zat niets anders op dan te wachten. Ik liep moedeloos rondjes door het natte gras. Waarom had ik mijn laarzen niet aangedaan? En ik kreeg het steeds kouder. Waarom had ik geen koffie meegenomen? Waarom heb ik niet van die handschoenen zonder vingers? En waarom had ik deze idiote locatie gekozen? Met al die bomen? Mijn voorbereiding was echt bar slecht.

En toen was ze daar eindelijk. De zon! Ze piepte door de bomen heen en het werd iets lichter. Ik liep voor de vierde keer heen en weer over het landgoed. Ik was inmiddels zo verkleumd dat ik er eigenlijk al geen zin meer in had. Voor de vorm klikte ik nog wat in het rond. Ik zat op mijn knieën op mijn vuilniszak op de koude grond om foto’s te maken van paddestoelen maar door de kou schoot er meteen een kramp in mijn kuit. Slecht plan, jongens. Heel slecht plan. Ik vond het helemaal niet mooi. En ook niet bijzonder. Ik vond het alleen maar koud. En nat.

Gelukkig waren er schapen! Schapen zijn altijd goed! Al was ik er bijna zeker van dat ze over mij roddelden. Na nóg een rondje hield ik het voor gezien. Verkleumd stapte ik na twee uur buiten rond sjokken op de fiets en ging naar huis. Ik kon nog best een uurtje in bed kruipen, bedacht ik me. Maar ik had zulke koude voeten dat ik niet meer kon slapen. En over mijn foto’s was ik ook niet wildenthousiast. Het was ook gewoon een stom plan. Ik bén gewoon geen ochtendmens. Zeker niet in de herfst. Ik ga het het echt nog wel een keer opnieuw proberen. Maar pas als het weer zomer is. Voorlopig slaap ik gewoon lekker uit. Daar ben ik namelijk wél goed in.