Categoriearchief: Fotografie door Uncle Bob

Uncle Bob en een dramatisch dieptepunt.

Een toen ontdekte een vriend uit Alkmaar dat ik nog nooit in Alkmaar was geweest. Hij vond het een regelrechte schande voor iemand die al vijf jaar zo dicht bij Alkmaar woont. En we waren het er over eens dat deze vlek op mijn blazoen zo snel mogelijk verwijderd moest worden. Dus werd ik afgelopen zaterdag om 11.00 uur ‘s morgens verwacht op station Alkmaar Noord voor een kennismaking met Alkmaar. En natuurlijk nam ik mijn camera mee. Want, dacht ik, dan schrijf ik een logje over Alkmaar.

Vanaf station Alkmaar Noord wandelden mijn gids en ik naar het centrum. Ik zal veel molens, mooie velden, waterpartijen met waterlelies. We liepen over smalle bruggetjes, de zon scheen, de vogeltjes floten en ik zag een reiger van heel dichtbij. We streken neer op het terras bij Het IJkgebouw en dronken koffie. Vandaaruit wandelden we weer verder. Over het bolwerk van Alkmaar. Ik zag mooie panden, leuke grachtjes en prachtige hofjes.

We bekeken de Rudi Carrellplaats, die toch wel een beetje een deceptie was. We dronken koffie op een terras bij de Waag en besloten via de winkelstaten van Alkmaar terug te lopen naar Alkmaar Centraal zodat ik daar op de trein kon stappen. Omdat we allebei nog meer op de planning hadden die dag wilden we het niet te laat maken.

Aan het einde van de winkelstraat keken we allebei tegelijk omhoog naar de klok van de Grote Kerk (die ook echt groot is). De klok wees half vier aan. “Dat kán niet”, riepen we in koor en we trokken onze mobieltjes te voorschijn. Maar inderdaad; half vier! Hoogste tijd om te vertrekken.

Thuisgekomen bleek dat Uncle Bob een dramatisch dieptepunt had bereikt. Waar ik er normaal gesproken lustig op los klik, had ik nu – tijdens een stadswandeling van vijf uur – maar vijftien foto’s had gemaakt. En Alkmaar is zó mooi! Gemiste kans! Ik zal een keer terug moeten. Alleen. 

 

Brugge 2022.

Dat de jaarlijkse stedentrip met mijn dochter een groot succes is, is algemeen bekend. Het is elke keer weer een feestje dat zij alles regelt en haar oude moeder op sleeptouw neemt. Het enige wat ik hoef te doen, is achter haar paardenstaart aan te lopen en dan komt alles goed. Dit jaar probeerden we een nieuwe variant van de ‘moeder-dochter-stedentrip’. Het werd een ‘met de moeders op stap-stedentrip’! want we gingen met z’n vieren. Michelle, Robby, Robby’s moeder en ik!

De moeder van Robby en ik kunnen het goed samen vinden. Ze is creatief, geen meisje-meisje en ze houd van honden. En als gemeenschappelijke deler hebben wij natuurlijk de állerleukste kinderen van de hele wereld. Dus het klikt wel. En het had wel wat om achter in de auto te zitten bij onze kinderen. Het eerste half uur van de reis vroegen we om de haverklap of het nog ver was. We zeurden om snoepjes, we wilden kinderliedjes op de radio en we riepen regelmatig dat we moesten plassen. Maar als snel waren we zo druk met elkaar in gesprek dat we vergaten te zeuren.

We kwamen vrijdagavond laat aan in Brugge maar werden gastvrij welkom geheten door de eigenaresse van onze B&B. We deden nog ergens een drankje en doken op tijd ons bed in. De volgende dag stonden we vroeg op en doorkruisten we heel Brugge. We vergaapten ons aan de mooie panden, de mooie doorkijkjes en de leuke hofjes. We winkelden, wandelden en kletsten. We gingen heerlijk lunchen en dineren. En ‘s avonds belandden we in een wijnbar en in een heuse cocktail bar. En hele belevenis voor iemand die het liefst huiswijn van de Appie drinkt.

De volgende ochtend reden we naar huis. Met een tussenstop in Vlissingen, waar we wandelden over de boulevard en gezellig lunchten. En top weekend was het! Ik denk dat we van de ‘met de moeders op stap-stedentrip’ ook maar een traditie van moeten maken.

Uncle Bob ziet ze vliegen.

Het liep een beetje fout met de fotografie-challenge waar ik zo enthousiast aan begonnen was. In november 2021 had ik ineens geen zin meer. In plaats van foto’s te maken, zocht ik foto’s op in mijn archief en stuurde die in als ‘huiswerk’. Toen ik daarop hoorde dat je twee jaar de tijd hebt om opdrachten in te leveren, was mijn stok achter de deur verdwenen en hing ik mijn camera aan de wilgen. Bovendien was het winter, ik had het koud én ik had het druk met andere dingen.

Maar toen de rust wedergekeerd was en het beter weer werd, besloot ik toch weer eens een opdracht uit de challenge te doen. De opdracht deze keer was ‘Patronen’. Daar werd ik eerlijk gezegd niet echt heel enthousiast van. Maar ik trok er toch een paar keer op uit om foto’s te maken van patronen. Dat viel nog niet mee. Oh, patronen genoeg, hoor. Dat wel. Maar ik word steeds zo afgeleid. Door een grappig lammetje dat net begint te plassen als ik een foto maak. Of door de maan die al zo prachtig zichtbaar is als ik van het strand naar huis ga. Of door vogels. Want ik blijf het sport vinden om vliegende vogels te fotograferen. Dat is veel leuker dan die stomme patronen.

Uncle Bob en de grote wens.

De grote wens van Uncle Bob is het fotograferen van een echte zeehond. Want zeehonden fotograferen kan natuurlijk prima op Texel maar dat vond ik een beetje valsspelen. Ik wilde foto’s maken van een zeehond in het wild. Nou liggen er hier best wel eens zeehonden op het strand. Daar kom ik meestal achter als ik thuiskom van het strand, mijn Facebook-app open en zie dat het strandpaviljoen weer een foto geplaatst heeft van een zeehond. Ik loop ze altijd net mis.

Vorige week besloot ik weer eens naar het strand te gaan. Gewoon voor de fun, want dat is het hoofddoel. Lekker een stukje wandelen. Toen ik het strand op kwam, zag ik het meteen. Bij een zandbank lag iets in het water. Zou het? Zou het een zeehond zijn? Zou ik eindelijk eens mazzel hebben? Ik was nog te ver weg om te zien wat het nou precies was. Onhandig snelwandelend probeerde ik al zo vast een foto te maken. Als ik in zou zoomen, zou ik misschien kunnen zien of het inderdaad een zeehond was. Maar tot mijn grote teleurstelling bleek het een of andere boei te zijn. Ik hing mijn camera weer op mijn rug en wandelde rustig verder.

Een kilometer verderop spotte ik weer iets op een zandbank. Ik liet me niet weer verleiden tot een strandwandeling in galop maar wandelde rustig verder. Het kon dan wel een zeehond lijken maar dat dacht ik van die boei ook. Toen ik het stipje in de verte eindelijk genaderd was, keek ik door mijn zoomlens. En ja wel! Daar lag een zeehond. Zomaar in het wild op mij te wachten.

Jammer dat het beestje nét iets te ver weg lag. Ik zag, zelfs door mijn zoomlens, niet eens waar ik op moest scherp stellen. Een klein, friemelend, bruin vlekje was het. Meer niet. Maar ik klikte er lustig op los. In de hoop dat ik, eenmaal thuis, door ook nog eens in te zoomen op de foto iets zou kunnen zien. Meneer of mevrouw zeehond werkte ook niet echt mee. Ik had de indruk dat het beestje met zijn staart naar mij toe lag. Dus dribbelde ik heen en weer op het strand, zo ver mogelijk in het water. Mijn sokken en schoenen waren in no time doorweekt maar het kon me niks schelen.

Het was vloed en er kwam steeds meer water tussen mij en mijn fotomodel maar ik kon niet stoppen met foto’s maken. Ik wilde ook niet weg, bang om iets spectaculairs te missen. Tot ik mezelf tot de orde riep. Want wat voor spectaculairs zou dat moeten zijn dan? Het is echt niet zo dat zo’n zeehond ineens een salto maakt of zo. Dus borg ik mijn camera na twee uur op, bedankte mijn nieuwe vriendje daar in de verte en vertrok naar huis. Thuis bleek ik in twee uur tijd 337 foto’s gemaakt te hebben. De meeste zijn waardeloos. Maar er zijn er een paar redelijk gelukt. Uncle Bob heeft zijn zeehond!