Categoriearchief: Oma

Ik ben mijn moeder geworden.

Ooit waren dochterlief en ik op de koffie bij mijn moeder. Ze was al op leeftijd maar ze woonde nog in haar eigen huisje. Natuurlijk ruimden wij de boel op voor we weer vertrokken. Toen we de vuile vaat in de vaatwasser wilden zetten, bleek er al vaat in te staan. Vertwijfeld keken we naar de schone kopjes en bordjes. ‘Ik kan bij Oma nooit zien of dit nou schone of vuile vaat is’ mompelde ik tegen mijn dochter. ‘Dat is vuil!’ riep mijn moeder vanuit de kamer en wij zetten onze vuile kommetjes erbij.

Toen mijn moeder later niet meer zo goed ter been was, wilde ze nog steeds haar hele huis netjes houden. En zelfs de schuur moest netjes zijn. Maar zelf kon ze het niet meer. Dus riep ze vaak onze hulp in. ‘Wil je de bloempotten op de plank in de schuur naar links schuiven?’ vroeg ze me dan. Dus klom ik op een trapje en schoof de bloempotten naar links.

De week daarop ging dochterlief op bezoek bij haar oma. Toen ze weer thuis was, vertelde ze me dat Oma haar gevraagd had de bloempotten op de plank in de schuur meer naar links te schuiven. Schijnbaar stonden de bloempotten nog niet goed. Dochterlief klom op het trapje, net als ik de week ervoor, en schoof de bloempotten verder naar links. Wij schudden ons hoofd en lachten een beetje om dat geschuif met die bloempotten. Want wat maakt dat nou uit? Op een plank in de schuur? Niemand die het ziet.

Een tijdje terug kwamen dochterlief en schoonzoonlief hier eten. Na het eten ruimden zij op. Ik hoorde hen rommelen in de keuken en toen ze de vuile vaat in de vaatwasser wilden zetten, hoorde ik mijn dochter tegen mijn schoonzoon mompelen ‘Ik kan bij Mama nooit zien of dit nou schone of vuile vaat is’. ‘Dat is vuil!’ riep ik vanuit de kamer en zij zetten hun vuile borden erbij.

Afgelopen weekend ruimde ik mijn berging op. Schoenenpoets, gereedschap, lampen en wegwerpartikelen staan geordend in mandjes netjes op een plank. Maar toen zag ik dat het verschillende mandjes waren. Mijn OCD speelde op en ik verwisselde wat mandjes met andere mandjes die ik nog had staan. Nu staan er vier dezelfde mandjes keurig naast elkaar, gelabeld en wel.

Trots op mijn nette berging, stuurde ik een foto naar dochterlief. ‘Next level OCD’ zette ik er verontschuldigend bij. Toen ik het antwoord van mijn dochter las, kon ik het niet meer ontkennen.

Oh, jeej… Ik ben mijn moeder geworden. 

De regelaar.

Mijn ouders vulden elkaar perfect aan. Hij was rustig en bedachtzaam. Een rots in de branding. Zij altijd druk. Ze praatte veel en ze had graag de regie in handen. Altijd en overal een dikke vinger in de pap. Mijn vader noemde haar liefkozend ‘Jopie’ maar hij noemde haar ook ‘De Regelaar’. Mijn vader overleed toen ik 24 was. Hij was net 61. Ik mocht mijn moeder gelukkig langer bij me houden. Ze werd 92 en overleed pas twee jaar geleden. Vlak voor ze overleed, wist ze dat ik het niet naar mijn zin had op mijn werk. En ik ben blij dat ze nog mee gekregen heeft dat ik een nieuwe baan vond. Een leuke baan, waar ik erg blij mee was. En zij ook. Tussen de sollicitatiegesprekken, het tekenen van het contract en het daadwerkelijk starten op mijn nieuwe werk overleed mijn moeder. Het troostte me een beetje dat mijn vader en moeder weer samen zijn. Ergens daarboven op een wolkje, of zo.

Vreemd genoeg heb ik sinds het overlijden van mijn moeder enorm veel mazzel met allerlei dingen.  Oké, die nieuwe, betere baan regelde ik zelf. Maar daarna kreeg ik de ene na de andere buitenkans in mijn schoot geworpen. Je zou haast denken dat De Regelaar bezig is daarboven.

Ik hoor het mijn moeder zeggen, daarboven op hun wolkje. Tegen mijn vader. ‘Nico? Ons Nicky heeft bijna 200.000 km op de teller van haar auto. Dat is veel toch?’ Mijn vader kijkt op van zijn boek en bromt ‘Ja, dat is veel, Jopie’. Ik zie mijn moeder haar hoofd schudden. ‘Ze kwam ook wel heel vaak naar me toe rijden vanuit Heemskerk’. Ze trekt aan wat touwtjes, verschuift wat wolkjes en BAM! Ik krijg een auto in mijn schoot geworpen met maar 70.000 km op de teller. Voor een vriendenprijsje.

Een paar maanden later begint ze weer. ‘Nico? Ons Nicky fietst nog steeds op dat oude barrel’. Mijn vader haalt zijn schouders op. ‘Dat geeft niet. Ze houdt toch niet van fietsen, Jopie. Ze fietst alleen maar naar het strand.’ Maar mijn moeder is vastberaden. Ik was altijd al het kakenestje. Het nakomelingetje dat in de watten gelegd werd. ‘Ze moet wel helemaal die hoge Kruisberg over als ze naar het strand fietst’ moppert mijn moeder. En BAM! Ze trekt weer aan wat touwtjes, verschuift weer wat wolkjes en via lieve buurtjes tik ik voor een schijntje een prima elektrische fiets op de kop.

Als een soort bonus krijg ik daarna via via een bijna nieuwe IPhone. De puberzoon van een vriend wil weer eens een nieuwe telefoon en hij wil zijn oude inruilen. Ik betaal hem het schijntje dat hij ervoor zou krijgen als hij hem inruilt et voilá! Ik kan weer jaren vooruit met mijn nieuwe telefoon. Ik zie mijn moeder ervoor aan dat ze vanaf boven mijn naam in het oor van de vorige eigenaar van mijn telefoon heeft gefluisterd.

Vanaf haar wolkje kijkt mijn moeder toe hoe ik blijf knokken met de verhuurder van mijn woning. De lekkage in mijn huis blijft maar duren. In mijn halve huis is de vloer nat en ondanks hulp van een jurist bereik ik niks. Ik zie de verbeten trek om mijn moeders mond. ‘Nico! Ons Nicky zit nog steeds met die natte vloer’. Mijn vader bromt ‘Dat komt wel goed, Jopie’. Maar geduld was nooit mijn moeders sterkste kant. Ze is er helemaal klaar mee. Dus ze rommelt weer wat met wolkjes, trekt weer eens aan wat touwtjes en BAM! Ineens heb ik een prachtig nieuw appartement. Met een droge vloer.

Mijn auto, mijn fiets, mijn telefoon, mijn huis. Alles is inmiddels geüpgraded. Het kán niet anders of mijn moeder helpt vanaf daarboven. Ik vraag me af of ze nog meer in petto heeft. Mijn lieve moeder. De regelaar.

Bijschrift bij de foto: mijn ouders in 1953

Zand.

Ik spaar zand. Zand? Ja, zand. Het begon heel lang geleden met een beetje zand dat ik meebracht uit Spanje, toen ik daar op vakantie was met Michelle. Daar kwamen steentjes van het strand in Barcelona bij. En zand van mijn eigen strand in Heemskerk. En toen besloot ik zand te gaan sparen van alle stranden waar ik ooit geweest ben.

Maar ja, ik ben niet echt reislustig dus het schoot niet echt op. Dus schakelde ik hulp in en vroeg iedereen die op vakantie ging om een beetje zand voor me mee te brengen. Ik zette de flesjes met zand in de letterbak die mijn vader ooit voor mijn moeder maakte en ik werd steeds enthousiaster.

Vooral toen een vriend, die als expat in Nederland woont, in het Engels zei hoe mooi hij het vond. ‘It’s something from your past and it’s a memory of all the places you went to. And of all the places your friends were thinking of you’

Vooral die laatste zin vond ik mooi. Een aandenken aan alle plaatsen waar mijn vrienden aan mij gedacht hebben. Zelf dacht hij aan mij in Egypte en bracht een beetje zand mee. En er werd vaak aan mij gedacht, overal ter wereld. In Malaga in Spanje, in Thailand, in Coxhaven in Duitsland. Op Fuerteventura en Curaçao. Zelfs in Gambia dacht er iemand aan mij. Samen met de flesjes zand die ik zelf mee bracht, prijken ze in mijn letterbak. Die mijn vader voor mijn moeder maakte.

Januari

Wacht even! Wacht even! Waar is januari gebleven? Normaal gesproken is dat de langste maand van het jaar. Een kaal huis waar eerst de boom stond. En donkere hoekjes in huis waar eerst de kerstverlichting brandde. Maar ineens ontdek ik dat januari allang voorbij is. Gewoon weg! Voorbij. Hoe dan? En ik schreef bijna niets. Niet dat ik niks te vertellen had, hoor. Er was genoeg om over te schrijven.

Ik had kunnen schrijven over Disney in Concert waar ik samen met dochterlief heen ging. We hadden niet de allerbeste plekken maar het ging om de muziek dus het was geweldig. Allemaal liedjes uit Disneyfilms, gezongen door ‘bekende Nederlanders’. Dat ik de helft van hen niet kende, mocht de pret niet drukken want de liedjes kende ik wel! En bovendien is een avondje quality-time met je kind nooit weg.

Ik ging naar de nieuwjaarsborrel die mijn seniorenbuurtjes altijd organiseren in een cafeetje hier om de hoek. Een hoop gezelligheid, met een hapje en een drankje erbij. Leuk om te zien hoe fit ze allemaal nog zijn. Grappig hoe mensen op steeds latere leeftijd pas ‘oud’ worden. Ondanks dat ze allemaal hun leven lang pal onder de rook van Tata woonden, is het een mooi stel krasse knarren.

Er was een broer en zussen-lunch in Brabant waar wij, arme weeskindertjes, gezellig bij kletsten en herinneringen ophaalden. We verdeelden wat sierraden van ons moedertje. En ach, dat had ze mooi gevonden; dat wij elkaar nog steeds zien. Aansluitend ging ik op bezoek bij een goede vriend in Brabant, die een heerlijke avondmaaltijd voor me kookte. Heerlijk om zo in de watten gelegd te worden!

Ik paste een weekend op Nanook. En ik maakte van de gelegenheid gebruik om haar mee te nemen naar de liefste ex. Ik besloot meteen dat we dan ook wel samen konden eten en sleepte de kaasfondu-pan plus inhoud mee. Dat was een groot succes! Net als het weerzien tussen Frank en Nook. Nook is nooit vergeten dat Frank vaak op haar paste toen ze nog een puppy was. Stapelgek zijn ze op elkaar!

Ik had over het bedrijfsuitje kunnen vertellen dat ik had. Een kook-challenge. Mijn collega’s en ik werden onderverdeeld in drie groepen, kregen een doos met ingrediënten maar geen recept. Ik realiseerde me dat het me helemaal niet uitmaakte in welk groepje ik kwam te zitten. Omdat ik gewoon ál mijn collega’s aardig vind! De opdracht was om een voorgerechtje en een hoofdgerecht te maken. Het was hartstikke leuk! En we hebben, wonder boven wonder, echt lekker gegeten.

Ik had ook kunnen schrijven over de voorstelling waar ik met mijn schoonzusje heen ging. Een of andere dansgroep, vertelde ze. Maar door een vergissing van onze kant, stonden we een dag te laat in het theater. Niks dansgroep. Het Zaantheater was zo lief onze kaartjes om te boeken naar de voorstelling van die dag. Dus zagen we ‘Doek!’. We waren een beetje sceptisch maar we hebben genoten van de voorstelling.

Daarna nam  ik de liefste ex nog een keertje mee om pannenkoeken te eten en toen was januari ineens voorbij. Zomaar… En februari al bijna halverwege. Maar wat blijkt? Ik kan prima een hele maand in één logje proppen. Ik wil er geen gewoonte van maken. Maar voor een keertje kan het best.