Categoriearchief: DIY

Voor een habbekrats.

Toen ik nog samenwoonde waren alle snuisterijen in huis van de liefste ex. Alle beeldjes, alle prulletjes, ze waren allemaal van hem. Niet meer dan logisch dat ik alles voor hem ingepakt hebt. Het fotolijstje met de foto van Spike, de foto’s van ouders, de spulletjes van zijn ouders, zijn Kuifje-raket en Jansen en Jansen in hun autootje. Het staat nu allemaal bij hem. Waar het hoort. Dat hield wel in dat ik niks meer in huis had om de boel een beetje op te leuken. Dat kwam me op zich goed uit want ik houd niet zo van snuisterijen. Het meeste vind ik niet bijzonder, te duur of het valt in de categorie stofnest. Maar helemaal zonder was ook een beetje kaal. Maar beetje bij beetje kwamen er wat snuisterijen in huis. Precies genoeg, vind ik. En het mooie is; het kostte bijna niks!

Op de ventsterbank staan wat bloempotjes. Het bloempotje aan de linkerkant is een potje dat ik mee nam uit de inboedel van mijn moeder toen ze naar het zorgcentrum verhuisde. Een foeilelijk ding, maar ik vond de vorm leuk. Dus wikkelde ik er een stuk touw om heen dat ik vastplakte met montagekit. De potjes aan de rechterkant zijn lege conservenblikjes. Ik boetseerde er een laagje zelfdrogende klei omheen en drukte daar schelpen in die ik op het stand gevonden heb.

Naar de televisie staat uiteraard een foto van mijn grote kattenvriend, onze Spike. Het mini-dromenvangertje aan het fotolijstje van Spike maakte ik zelf van een mondkapje. Het fotolijstje kocht ik bij de Xenos. Ik deed er een foto van Michelle in. Met wat zand en schelpjes. En van stukjes hout die ik vond op het strand, knutselde ik een vis in elkaar. Als basis gebruikte ik twee eetstokjes die ik nog in de keukenla had liggen na een afhaalmaaltijd.

Op de salontafel staat een plant. En wat waxinelichthoudertjes. Die kocht ik bij de kringloopwinkel. Ze staan op een simpele plantenschotel van de Action van een paar eurocent. De onderzetters kreeg ik cadeau toen ik wegging bij de garage waar ik werkte in 2008. Er hoorden twee flessen wijn bij maar die gingen de avond van mijn afscheid al op. En geen zorgen; ik had hulp daarbij.

 

De meeste snuisterijen staan in de boekenkast. Bovenop staan, naast de plant, de enige twee dingen die ik nieuw kocht. Een paard en een masker. Allebei van Xenos. Op de tweede plank staan dierbare foto’s. De fotolijstjes komen van de Action vandaan. De Boeddha die voor de foto’s staat bracht een ex-collega voor me mee toen hij ooit terug kwam van vakantie. Ja, die ene ex-collega; die met de meeste praatjes.

Op de derde plank staat een schermerlampje van de Action. Het ding kostte nog geen vijf euro. Ik heb het hout zelf wat donkerder gebeitst. De twee flesjes kocht ik in de kringloopwinkel. En daarvoor staat een olielampje dat ik in 1989 kocht in Bernkastel-Kues tijdens een weekendje weg. Op de vierde plank staat een nepplant in een mandje van de kringloopwinkel. Ook het glazen flesje komt daar vandaan.

En op de onderste plank staan de boeken die ik nog moet lezen voor ze in mijn minibieb kunnen. Ze zijn allemaal tweedehands. Daarnaast staat een grote glazen vaas. Die stond zomaar bij de glasbak! Ik heb ‘m mee genomen en eerst een nachtje in de gootsteen laten staan met water er in omdat ik bang was dat hij zou lekken. Maar nee, hoor! Niks mis mee! Ik gooi er altijd mijn standjutter-vondsten in als ik terugkom van het strand.

Naast de boekenkast staat een grote glazen fles. Ooit las ik bij haar een stukje over damigiane. Die vond ik zo leuk dat ik er graag een wilde. Dus keek ik op Marktplaats en zocht op ‘damigiana’. Er waren er niet veel. Ze werden ver weg te koop aangeboden en ze waren erg duur. Meestal zo rond de 60 euro. Toen besloot ik te zoeken op ‘groene fles’. Dat pakte beter uit. Ik kocht dit exemplaar voor 20 euro, vijf kilometer hier vandaan. Het is misschien geen echte damigiana maar ik vind ‘m mooi. De rode takken kreeg ik erbij van de vorige eigenaresse en de pluimen die er in staan, plukte ik ergens aan de waterkant.

Kortom, geen dure spullen. Geen sjieke items. Gewoon een bij elkaar geraapt zooitje dat bijna niets kostte. En dát vind ik misschien nog wel het leukste ervan.

Wat is het duurste item dat jij in huis hebt?

Next!

In het wilde plan om voor al mijn moeders achterkleinkinderen een verjaardagscadeautje te knutselen, diende zich – na de poppenwieg en de quietboekjes – al snel een volgende verjaardag aan. Deze keer was mijn achternichtje I. jarig. En uit wel ingerichte bron, hoorde ik dat ze dol is op eenhoorns. Nou, toen was de keuze snel gemaakt! Het zou een eenhoorn-stokpaardje worden.

En ik had er zin in! Want na dat wekenlange gepruts aan de quietboekjes, leek dit projectje een fluitje van een cent. Vooral omdat mijn naaimachine from hell en ik de laatste tijd behoorlijk naar elkaar toegegroeid zijn. Sterker nog; we kunnen het prima met elkaar vinden. Ik rommelde door mijn knutselspullen en bleek bijna alles op voorraad te hebben. Wit katoen, roze stof, gekleurde wol en zwart vilt. Ik kocht een bezemsteel en een piepschuimbol. Toen had ik alleen nog een stukje lycra nodig. Een klein stukje lycra… Waar haalde ik dat vandaan?

In mijn hoofd werd meteen de link gelegd met turnen. Jarenlang waste ik de wedstrijdpakjes van mijn turnkind. En die pakjes waren gemaakt van… Juist! Lycra. Dus vroeg ik dochterlief of zij nog iemand in haar omgeving had die turnpakjes maakt. En dat had ze! Haar turnmaatje/vriendin én toevallig bijna buurmeisje Mireille was zo lief mij – helemaal gratis – een stukje lycra te leveren. En toen kon ik aan de slag. En inderdaad; het was een fluitje van een cent!

Afgelopen zaterdag gingen mijn moeder en ik het cadeautje naar I. brengen. Een beetje verlegen pakte ze het cadeautje uit. En ik moet eerlijk zeggen dat ze behoorlijk verrukt keek bij het zien van de eenhoorn. Ach, dat snuitje! Het was lekker weer, de deur naar de tuin stond open en I. galoppeerde meteen met haar eenhoorn de tuin in. Moe gegaloppeerd kroop ze even later op de bank. Met haar eenhoorn, die ook nog eens een prima kussen bleek.

Mocht je ook een eenhoorn-stokpaardje willen; het patroon vind je hier.

Volgende project.

Het poppenwiegje dat mijn moeder bedacht had voor haar achterkleindochter is inmiddels overhandigd. En wat een succes was het! Het wiegje stond eerst een tijdje bij mijn moeder op haar kamer in het zorgcentrum waar het uitgebreid bekeken werd door de zorgmedewerkers. ‘Ze vinden het allemaal zó mooi’ vertelde mijn moeder blij. We kochten nog een pop voor in het wiegje en organiseerden een lunch bij mijn broer om het wiegje aan achterkleinkind J. te overhandigen. Ze vond het prachtig en mijn moeder genoot.

Tijd voor het volgende project. Want er zijn nog meer achterkleinkinderen. En mijn moeder en ik hebben het onszelf extreem moeilijk gemaakt want het moeten zelf gemaakte cadeautjes zijn. Dus googelde ik op ‘DIY cadeau vier jaar’ en kwam een quietbook tegen. Een quietbook is een boekje gemaakt van vilt om kinderen een tijdje bezig te houden. Dat ze even lekker quiet zijn, zeg maar. En ik was meteen enthousiast. Dat moest het worden! Ik verzamelde ideetjes op internet, kocht vilt en ging aan de slag.

Mijn eettafel was wekenlang een soort atelier, vol met lapjes vilt en klosjes garen. Ik bleef naar de winkel rennen voor klittenband, knoopjes, drukkers en lintjes. ‘Zeg maar wat het kost’ riep mijn moeder ‘want ik betaal het’. Maar ergens bij mijn 48ste tochtje naar de winkel was ik het spoor bijster van wat ik al uitgegeven had. En dan reken ik mijn uurloon nog niets eens.

Want wat een werk was het! Omdat ik mijn prille relatie met de naaimachine niet op het spel wilde zetten, besloot ik het boekje met de hand te maken. Ook omdat ik verschillende kleuren garen gebruikte. Het leek me enorm onhandig om steeds de naaimachine in te spannen met een andere kleur garen. Weken zat ik te prutsen tot ik de blaren op mijn vingers had. Maar eindelijk was het boekje klaar!

Er is alleen één klein dingetje. Één klein detail. Het jongetje voor wie dit boekje is, is er eentje van een tweeling. En zijn broer krijgt natuurlijk ook een boekje. Dus voorlopig ben ik nog wel even zoet.

Nog elf te gaan.

Ergens vorig jaar wilde mijn moeder proberen of breien nog wilde lukken. We kochten breinaalden, wol en zelfs een mandje om haar breiwerk in te bewaren. Michelle hielp met steken opzetten en mijn moeder kon aan de slag. Maar het viel tegen. Door de artrose in haar handen lukte het niet echt en het breiwerkje lag te verstoffen in het mandje.

Afgelopen februari was mijn achternichtje jarig. Ze werd twee. En behalve mijn achternichtje is de kleine meid natuurlijk ook het achterkleinkind van mijn moeder. Toen ik bij mijn moeder op bezoek was, had ze haar breiwerk aan de kant gelegd en wachtte ze me op met het lege mandje.

“J*** was jarig en ze heeft een pop gekregen” zei mijn moeder. En met het lege mandje van het breiwerk op haar schoot keek ze me glunderend aan. “Nou had ik gedacht” vervolgde ze “dat ik van dit mandje een reiswiegje ga maken. Voor de pop van J***.” Breien lukte al niet, dus een reiswiegje maken leek mij iets te hoog gegrepen. “Heb jij schuimrubber?” vroeg mijn moeder onverstoorbaar. En ik antwoordde dat ik inderdaad nog wel een stukje schuimrubber had liggen. 

Met haar broze vingers maakte mijn moeder een tekening op haar schoot. “Dan moet je het zo rond knippen. Dan past het precies in het mandje. En dan moet je een tijkje er om maken. En een dekentje en een lakentje.” Ze zag het al helemaal voor zich. “Ik zou dat snuitje van J***. wel eens willen zien!” straalde ze. En ik begreep dat het reiswiegje dat zíj zou willen maken in de praktijk door mij gemaakt zou moeten worden. 

Nou ben ik de beroerdste niet en ook best handig; behalve met mijn naaimachine die door mij steevast de naaimachine from hell genoemd word. Maar ach, mijn moedertje had zoveel voorpret dat ik het niet over mijn hart kon verkrijgen om te weigeren. Ik nam het mandje mee naar huis en beloofde mijn moeder een reiswiegje te maken.

En eigenlijk ging het heel voorspoedig. Het schuimrubber liet zich simpel op maat knippen. En mijn naaimachine from hell had een hele goede dag. Of misschien heb ik eindelijk geheel per ongeluk uitgevogeld hoe dat ding goed gespannen moet worden. In elk geval was het een fluitje van een cent. Binnen een uur was het reiswiegje voor J***. klaar. Met een matrasje met een tijkje er om. En een kussentje, een lakentje en een dekentje. 

Het reiswiegje staat klaar om mee te nemen naar mijn moeder. En ik heb mijn knutselspullen maar niet te ver opgeborgen. Mijn moeder heeft nóg elf achterkleinkinderen. Ik ben benieuwd wat ze nog meer wil gaan maken.