Categoriearchief: Huisdieren

Living apart together.

Wat geef je je grote dochter en haar vriend voor Kerst? Die jongelui hebben álles al. Wij piekerden ons suf en kwamen uiteindelijk niet verder dan een cadeaubon voor een overnachting in een hotel naar keuze. Om het cadeau nog leuker te maken, gaven we hen ook nog een zelf geknutselde tegoedbon. Die bon was inwisselbaar voor een overnachting in ons honden hotel. Alleen inwisselbaar voor Nanook natuurlijk. Want voor je het weet zit je met een of ander onbekende straathond opgescheept. Maar zo konden zij lekker een weekendje weg én hadden ze oppas voor de hond. Alsof we dat zonder bon niet doen. Duh.

Dit weekend was het zover. Mich en Robby gingen een weekendje naar Rotterdam en Nanook kwam bij ons logeren. Nou vergt dat nogal wat inspanning want Spike en Nanook zijn nooit echt vriendjes geworden. In het begin blies Spike als Nanook toenadering zocht. En later blafte Nanook als Spike dichterbij wilde komen. En acht kilo kwade kater tegenover twee kilo geïrriteerd mini-hondje maakt ons extra voorzichtig dus verdelen wij ons huis in een kattenzone en een hondenzone als Nanook bij ons is.

Spike verblijft in de hal, de studeerkamer en de slaapkamer. En in de badkamer en het toilet, mocht-ie dat willen. Nanook krijgt de woonkamer en de keuken. En dat werkt eigenlijk best goed. Spike ligt gewoon rustig op de plekjes waar hij altijd ligt. Onder het bed, in de doos onder het bureau of op zijn kussen op de opbergbox. En Nanook ligt lekker op een kleedje op de bank.

Eigenlijk niks nieuws onder de zon. Behalve voor ons. Want omdat we het zielig vinden om Spike een heel weekend alleen te laten in de kattenzone splitsen wij ons op. Ik houd Spike gezelschap en kijk tv in de slaapkamer. Frank blijft bij Nook in de hondenzone. Die zit op de bank in de huiskamer te zappen.

Af en toe komen we elkaar tegen. Hij moet tenslotte de kattenzone in als hij naar het toilet wil. En ik begeef me in de hondenzone als ik wat te drinken wil pakken. En eigenlijk is het best gezellig. “Hoi schat! Wat kijk jij?” vragen we elkaar in het voorbij gaan. Hij heeft de hele zak chips voor zichzelf alleen en bij mij staat de tv al de hele avond op dezelfde zender. En we sturen elkaar berichtjes! Net als vroeger, toen we nog een lat-relatie hadden. Hoe leuk is dat?

Morgen gaat Nookie weer naar huis. Dan zitten Frank en ik weer samen op de bank. Ook wel weer lekker, hoor. Je gaat je toch hechten aan zo’n man, hè? Dat besef je pas als je een weekendje zonder hem op je slaapkamer bivakkeert. Met de kat. Ook leuk, maar toch..

Een weekendje latten is zo gek nog niet. Ik kan het iedereen aanraden.

Kat-technisch gestoord.

Misschien zijn we een tikkie doorgeschoten in onze kattenliefde. Het is er eigenlijk een beetje ingeslopen. Toen Spike weer bij Frank kwam wonen, bracht hij twee mandjes, een borstel en zijn kattenbak mee. Meer niet. Maar binnen no time was hij de meest verwende kater van Noord Holland. 

Dat je binnen een paar weken overal in huis struikelde over de kattenspeeltjes is mijn schuld. Het is ook allemaal zulk leuk spul. Gekleurde balletjes, pluchen muisjes, knuffeltjes met veertjes. Ik kon het – zeker in het begin – niet laten om cadeautjes te kopen voor Spike. Frank verpestte Spike vervolgens door na ieder poepje of plasje meteen de kattenbak schoon te maken. Inmiddels begint Spike na ieder bezoekje aan de bak luid te miauwen om te verkondigen dat de bak schoongemaakt moet worden. En of Frank dan ook meteen de kattenbakkorrels weer in de juiste volgorde wil leggen, ja! 

Dat het hele huis inmiddels bezaaid ligt met dekentjes en kussentjes voor Spike komt door ons allebei. Want als Spike een nieuw favoriet plekje heeft gevonden om te liggen, zijn wij er als de kippen bij om er een dekentje neer te leggen. Of een kussentje. En van alle nieuwe artikelen die we bestellen, wordt de doos uitgebreid bekeken om te bepalen of het iets voor Spike is. Uiteindelijk beslist meneer natuurlijk zélf of de doos voldoet. Door de doos kopjes te geven en er spinnend in de kruipen. Of door ons minachtend aan te kijken, terwijl je hem ziet denken ‘Wat is dit voor derderangs kartonnen gedrocht!’ en de doos verder geen blik waardig te keuren. 

En ondanks de ontelbare favoriete plekjes die Spike al heeft in huis, zijn we laatst toch weer bezweken. Tijdens een winkelrondje in het dorp zagen we een enorm hondenkussen, bekleed met superzacht pluche. “Kom, we kopen hem!” riep Frank meteen. “Nee!” zei ik streng. Om daarna te zuchten “Misschien op de terugweg…”. 

Ik had het zo kunnen laten. Er niet meer over kunnen praten. En op de terugweg een andere route kunnen nemen. Maar op de terugweg liepen we langs de dierenwinkel en flapte ik er uit “Wil je dat kussen nou nog halen?” Wat bezielde me? Want natuurlijk kochten we dat kussen.

Onderweg naar huis, met dat enorme kussen onder mijn arm, bedachten we argumenten om onze nieuwe aankoop goed te praten. “Spike is op dieet” zei Frank “dus we kopen nooit meer iets lekkers voor hem”. “Spike is al zo oud.” deed ik een duit in het zakje. “Hij speelt niet meer dus we kopen nooit meer speelgoed”. En zo overtuigde we onszelf dat het heel normaal is om een hondenkussen te kopen waar een flinke bouvier languit op kan liggen. Voor je kat. 

Thuis gekomen zochten we een plekje voor het kussen. Wegmoffelen in een hoekje of onder een tafel is er niet bij. Het  kussen ligt nu midden in de kamer, voor het dressoir. Spike vind ‘m helemaal geweldig. En wij zitten iedere avond met een tevreden glimlach te kijken hoe onze Spike rondjes loopt op het kussen, gelukzalig gaat liggen en vervolgens uren spinnend ligt te chillen.

Maar eerlijk is eerlijk; het is geen gezicht dat enorme kussen in de kamer. Het is nu officieel. Kattechnisch gezien zijn wij compleet gestoord.

 

 

 

Oude meuk.


Al tijdens de vakantie was ik van plan de berging op te ruimen. Er kwam een klein kinkje in de kabel en ik liet de boel de boel. Maar inmiddels heb ik toch door tactisch schuiven, stapelen en sorteren wat ruimte gecreëerd. Nu moet ik alleen nog een stuk of tien afsluitbare plastic bakken doorlopen die vol zitten met ‘dingen van vroeger’. 

Die dozen zijn al twee keer verhuisd in Breda, toen mee verhuisd naar Amsterdam en nu staan ze hier. En al die jaren heb ik er niet één keer in gekeken. “Dus ik gooi álles weg!” riep ik stoer. Want wat moet je tenslotte met al die oude troep? Alsof dochterlief, later als ik het loodje leg, blij zal zijn met mijn oude meuk van vroeger. Ze gaf zelf trouwens het goede voorbeeld. Ze gooide drie grote dozen met opschrift ‘persoonlijke spullen Mich’ in haar auto en bracht één doos terug. Kijk! Dat ruimt lekker op!

Gisterenavond nam ik zelf een doos mee naar boven vanuit de berging. Opschrift ‘persoonlijke spullen Nicky’. Zittend op de vloer maakte ik de doos open. Bovenop lag de knuffelbeer van onze Toby. Dicht tegen Beer aan lag onze Toob uren te snurken in zijn mandje. Twijfelend pakte ik de beer op. Wegdoen of houden? Ik drukte hem even dicht tegen me aan en liep er mee naar de studeerkamer. Daar zit Toby’s beer nu tussen de andere knuffels.

Verder zaten er twee spelletjes in de doos; een Zwarte Pietenspel en het Advertentiespel. Met het Zwarte Pietenspel hebben Michelle en ik vroeger veel lol gehad. Gezien de Zwarte Pietendiscussie zal dat spelletje wel niet meer in deze vorm in de winkels liggen. Dus legde ik het doosje, samen met mijn Advertentiespel van vroeger, op de plank met spelletjes boven mijn bureau.

De rest van de doos is gevuld met boeken. Een Engels boek over ABBA, dat mijn zussen ooit voor mijn verjaardag bestelden in Engeland. Man, wat was ik er blij mee! Ik was pas een jaar of tien maar ik vertaalde het hele boek woord voor woord met behulp van een Engels woordenboek.

Mijn sprookjesboeken van vroeger, met van die mooie pop up-pagina’s liggen netjes opgestapeld in de doos. En mijn knutselboeken, die nog van mijn grote zussen waren geweest. Ik knutselde er als kind zelf uit en later samen met Michelle en mijn oppaskindjes. En ach, mijn Dick Bruna-boekjes, helemaal stukgelezen, die mijn moeder voor me kocht op het station als we met de trein mee gingen. 

Er zit één boek in uit de enorme collectie van mijn vader. Een van zijn favorieten: ‘Een brug te ver’. Onderin de doos vind ik het telraam dat hij voor me maakte. Van een houten lat, de zijkanten zorgvuldig gladgeschuurd. 

Helemaal onderin ligt mijn dagboek uit 1982 vol met gedichtjes, plaatjes en beschrijvingen van mijn – in mijn ogen destijds – turbulente leven. Tussen de vergeelde bladzijden zit een brief van mijn buurmeisje die ze aan me schreef tijdens een Duitse les. Een enigszins hysterische beschrijving van de jongen waar ze stapel verliefd op was. Ik maak een foto van de brief en stuur hem naar haar via Messenger.

En weer maak ik door tactisch schuiven en stapelen ruimte. Maar deze keer in de boekenkast. En ik zet al mijn boeken op de lege plank.

Ja, ik weet het. Dit was niet de afspraak; ik heb niks weggegooid. Maar hé! Er is wel één doos minder in de berging. Dus! 

Nog negen te gaan…

Zee-stress.

Ooit had ik een badkuip. Geïnstalleerd door mijn toenmalige blinde vriendje. Het duurde allemaal wat langer voor het klaar was maar hij kreeg het wél voor elkaar. Terwijl hij, als finishing touch, nog wat spiegeltegeltjes plakte, ging ik de stad in. Mijn dochter, destijds een jaar of zes, liet ik met een gerust hart bij hem achter. Tenslotte was-ie alleen maar blind en niet stom. Hij zorgde altijd prima voor mijn uk.

Toen ik terug kwam, bleek dat dochterlief ‘geholpen had’. Rondom in de hele badkamer had ze de houten plint tussen het schuine dak en de muur ingesmeerd met glitter-gel. Ik zag voor me hoe het gegaan moest zijn. Die twee in de badkamer en Michelle zoekend naar een klusje. ‘Hé Berry! Zal ik glittertjes op dat randje doen? Dat vindt mama vast mooi!’. En Bernard, aandachtig bezig om op de tast de spiegeltegeltjes waterpas op te plakken, zal ongetwijfeld, zonder na te denken, zijn goedkeuring gegeven hebben. En zo had ik ineens een glitter-and-glamour-badkamer van heb-ik-jou-daar.

Ik heb heel veel plezier gehad van mijn badkuip. Uren dobberde ik rond. Met muziek, een boek of een tijdschrift en af en toe een glaasje wijn. Ook Michelle heeft urenlang gespeeld in bad. Alleen of met vriendinnetjes. Want de meeste logeerpartijtjes eindigden in bad. Met als hoogtepunt het draagbare tv’tje dat ik wel eens neerzette (op veilige afstand uiteraard; ik ben niet blind én niet stom) zodat er in bad tv gekeken kon worden.

Jaren later, toen mijn verkering met Berry allang uit was en Mich te groot werd om met vriendinnetjes te badderen, begonnen de kitranden rond de badkuip behoorlijk goor te worden. Ik probeerde de kit er tussen uit te krijgen en een nieuwe kitrand aan te brengen maar echt succesvol was dat niet. Bovendien kreeg ik last van bad-stress.

Want dat bad stond daar maar en ik had steeds minder tijd om te badderen. Steeds als ik dat bad zag, bedacht ik me dat ik er hoognodig weer eens gebruik van moest maken. Maar ik had er gewoon geen tijd meer voor. Het leverde een raar gevoel op dat zich het meest laat omschrijven als een soort schuldgevoel. ‘Oh ja! Ik moet ook nog in bad,’ 

Bad-stress dus. Dat, in combinatie met het onhandige in bad moeten douchen, maakte dat ik uiteindelijk het complete bad er uit gesloopt heb. Inclusief de spiegeltegeltjes. En de glitter-rand.

Zo’n zelfde soort stress had ik in mijn afgelopen vakantie ook. Maar dan met betrekking tot de zee. Ik ben dol op de zee en mijn grote wens wens was altijd om vlak bij de zee te wonen. Et voilà! Sinds een jaar woon ik vlak bij de zee. Oké; het is nog steeds twintig minuten fietsen maar dit is wel zo ongeveer as close as I can get zonder iedere dag uren onderweg te zijn naar mijn werk. En het afgelopen jaar zag ik de zee dan ook vaker dan in alle voorgaande jaren bij elkaar.

Ik nam me voor om in mijn zomervakantie zo vaak mogelijk naar het strand te fietsen. Stukje wandelen en misschien wel een middagje met een boekje op het strand. Maar het liep ietsjes anders. Ik had weinig tijd in mijn vakantie en vaak ook niet de puf om naar de zee te fietsen. Ik kwam niet verder dan een korte strandwandeling met Michelle bij Wij aan Zee. Zo zonde! Het deed me denken aan mijn bad-stress van vroeger. Ik had zee-stress!

Op mijn een-na-laatste vakantiedag vond ik dat ik móest. Ik móest naar de zee. Ik las een boek op het strand en ik nam zelfs nog even een duik in zee. Iets wat ik al jaren niet meer gedaan had. ‘Morgen moet ik nóg maar een keer gaan’ bedacht ik. ‘Dan kan het nog. Daarna moet ik weer werken.’ Ik piekerde hoe ik een bezoekje aan de zee in moest passen in mijn drukke schema van de volgende dag.

Ondertussen deinde ik op de golven, die maar bleven komen. Oneindig. En ineens viel het kwartje. Hallo! Ik wóón hier! Ik kan altijd naar het strand. Ook als ik geen vakantie heb. Oké, ik kan misschien niet altijd in zee zwemmen. Maar wandelen langs het strand kan altijd. En het mooie is; de zee hoef ik niet te poetsen. De zee krijgt geen gore kitranden. Mijn zee-stress was meteen verdwenen.

Want de zee: die blijft gewoon. Met eb en met vloed. Met mooi weer en met storm. Met sneeuw en met regen. De zee is er altijd. Geduldig wachtend tot ik tijd heb om langs te komen. 

Bijschrift foto: met Michelle en Nanook aan het strand bij Wijk aan Zee.❤️