Vrijheid.

Eigenlijk wilde ik een logje schrijven over mijn Opa. Over hoe hij in de Tweede Wereldoorlog verzetsstrijders verborg. Ze werden gezocht omdat ze een boerderij in Udenhout in brand gestoken hadden om Engelse piloten te bevrijden die door de Duitsers gevangen genomen waren.

Toen ik gisteren mijn moeder naar haar tweelingzus in Rozenburg bracht, vroeg ik haar hoe dat nou precies zat. En ze vertelde het verhaal opnieuw. Hoe de verzetsstrijders zaten te kaarten in de voorkamer en sliepen in de bedstee, in het stro. Ze vertelde hoe bang mijn Oma was. “Als de Duitsers hen vinden, schieten ze ons allemaal dood.” heeft ze gezegd. En na dat verhaal komen ook de andere verhalen, die ik allemaal al zo goed ken.

Over die nacht, toen ze nog in Boxtel woonde en Hotel Boxtel, bij haar in de straat, per ongeluk gebombardeerd werd door de Engelsen. Hoe het hele gezin met tien kinderen moest vluchten. Hoe ze hun sokken niet konden vinden en de kleintjes huilden. Hoe mijn moeder, destijds een jaar of negen, nog omkeek die nacht en één grote vuurzee zag.

Over hoe ze later aan het spoor in Berkel Enschot woonden waar het wemelde van de Duitsers die constant het spoor controleerden. Hoe één van hen binnen kwam met een winkelhaak in zijn broek en wilde dat haar zus die repareerde en mijn moeder nog net een kleed over de radio kon gooien, die pontificaal in de kamer stond omdat mijn Opa weigerde hem in te leveren.

Over haar broer die, pas 16 jaar oud, onterecht verdacht van oplichting, in een trein gegooid werd naar Duitsland om daar te werk gesteld te worden. Hoe mijn Opa als spoorman met zijn spoorpet op, eiste dat hij uit die trein gehaald werd. Hoe dat nog lukte ook omdat de Duitsers, door die spoorpet, dachten dat hij de stationschef was.

Hoe hij later alsnog naar Duitsland moest en mijn Opa zei dat hij onder moest duiken. En hoe hij dat niet deed en naar Duitsland vertrok. Hoe hij als motor ordonance regelmatig in een greppel moest duiken omdat hij beschoten werd. Ze vertelde dat hij jaren later terug kwam, ongedeerd godzijdank, en dat niemand hem meer herkende omdat hij zo lang weg was geweest.

Mijn moeder vertelde over verduisteringspapier voor de ramen en over de vliegende bommen waar ze zo bang voor was. Want als de vlam van zo’n bom uit ging, viel de bom. Ze vertelde over de nachten dat ze in de kelder sliepen of in het trappistinnenklooster in Berkel Enschot. En ik herinner me ineens het lied dat ze wel eens zong toen ik klein was. Over een moeder en een kindje, verscholen in een kelder, wachtend op de Tommies die zouden komen om hen te bevrijden.

Ze vertelde hoe mijn Oma jassen maakte van oude dekens omdat ze niks meer hadden. Maar toch; zij hadden geluk. Op het platteland hadden ze voldoende te eten. Ze gaven hongerige passanten eten en weigerden de sieraden die in ruil daarvoor aangeboden werden. En ze hebben het allemaal overleefd. Zij wel. Zoveel anderen niet.

Terwijl ik, met mijn moeder vertellend in de auto naast me, door een zonnig Nederland reed, voelde ik de beklemming van die oorlogsjaren, de angst. En ik besefte weer eens hoe zonnig en onbezorgd mijn jeugd was, in vergelijking met die van haar.

Ik heb geen idee hoe vliegende bommen klinken, ik heb nooit hoeven vluchten midden in de nacht. Ik heb nooit mijn broers hoeven missen, niet wetend of ik hen ooit terug zou zien. En dan ben ik toch wel heel erg blij met 69 jaar vrijheid.

6 gedachten over “Vrijheid.

  1. Sas

    Ik sta er ook zeker bij stil dat het niet allemaal van zelf is gegaan hoe we nu leven en dat er mensen voor hebben gestreden. Mooi stukje!

  2. Leidse Glibber

    Ik heb het er de laatste dagen weer met meerdere mensen over gehad hoe blij wij mogen zijn dat wij in vrede opgegroeid zijn en nog steeds in vrede leven. Wij zijn de eerste generatie die zo lang in vrede heeft mogen leven.

  3. Mrs. T.

    Wat een mooi blog. Heb ik destijds niet gezien. Of volgde ik je nog niet in 2014? Dat kan ik me eigenlijk niet voorstellen. Ik heb het idee dat ik hier al jaaaaaaaaren kom.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.