Categoriearchief: Oma

Dag Audrey.

10 mei 1974

Net zoals Jip en Janneke werden we vriendjes
door de heg in de achtertuin.
” Zullen we samen spelen?” vroeg ze.
Zij aan de ene kant van de heg
en ik aan de andere.

Wij waren twee Jannekes
maar net zo onafscheidelijk
als de echte Jip en Janneke.
Buurmeisjes, vriendinnetjes.
Ik was drie en zij was vier.

Meestal speelden we bij mij.
Met de poppenwieg of met de blokken.
In de zandbak of het zwembadje.

Als we gingen eten, moest ze naar huis.
“Dat lust ik ook wel” zei ze vaak
als mijn moeder onze borden vol schepte.
En dan schepte mijn moeder een extra bordje vol.

Ze ging mee naar mijn tante Rietje
en rende altijd zo snel mogelijk over de overweg
omdat ze die zo eng vond.

Als het bedtijd was, deden we een wedstrijdje.
Wie het eerst in bed lag, klopte op de muur
tussen onze kamertjes.

Toen haar ouders gingen scheiden,
logeerden zij, haar zus en haar broer om de week
een weekend bij haar vader.
En ik mocht altijd mee.

Later verhuisde ze met haar moeder naar een andere stad.
Mijn moeder had de sleutel van het lege huis naast ons.
Er lag nog wat speelgoed dat ik mocht hebben.
Verdrietig zocht ik een boek uit dat ik jarenlang koesterde
en nog steeds ergens heb liggen.

Ondanks de logeerpartijtjes verwaterde het contact.
De laatste 15 jaar hebben we elkaar
maar een paar keer gezien.
Een keertje stappen in Rotterdam,
verjaardagen van Michelle.
Naar het strand bij Rockanje,
haar housewarming-party, haar bruiloft.
En toen ze net moeder was,
stond ze ineens onverwacht
met de kinderwagen voor de deur.

Sinds Facebook zijn intrede deed,
was het makkelijker om contact te houden.
We liketen elkaar’s foto’s
en ik verbaas me er steeds weer over
hoeveel haar dochtertje op haar lijkt.
Maar we spraken nooit meer af.

Dinsdag nog feliciteerde ze mij met mijn dochter.
En op woensdag was ze er ineens niet meer.
Morgen ga ik afscheid nemen.
Ongelooflijk, oneerlijk, niet te bevatten.
Wat is het leven soms ontzettend wreed.

Dag lieve Audrey.
Dag lief vriendinnetje.
Ik zal je nooit vergeten. x

Rekensommetje.


Zes kinderen heeft ze.
Die droegen allemaal katoenen luiers
omdat Pampers nog niet uitgevonden waren.
Dus waste ze 21.888 luiers.
Het grootste deel daarvan met de hand
omdat ze nog geen wasmachine had.

Ze verschoonde onze bedden, iedere week.
Zeg dat ze dat deed tot we vijftien waren
dan verschoonde ze 4.680 bedden.
Plus die 3.224 keer dat ze haar eigen bed verschoonde.

Ze streek onze kleding, zeg tot we vijftien waren,
zeg 5 stuks kleding per persoon, per week.
Dus streek ze 23.400 kledingstukken.

Ze deed 22.630 keer de afwas en droogde alles natuurlijk ook af.
Ze zeemde zeker 1 x per maand de ramen. 768 keer.
Ze stofzuigde haar huis, zeker 2.600 keer.
Even zo vaak nam ze stof af
en poetste ze de wc, de keuken en de badkamer.

Naar het aantal kilometers behangpapier
dat ze op muren plakte, kan ik alleen maar raden.
Ze breide ontelbare truien, naaide kleding en gordijnen.
Nu wij allemaal groot zijn, heeft ze eindelijk tijd voor hobby’s.
Ze maakt prachtige wenskaarten en mooie fotoboeken.

En nu is ze 82 en doen haar handen zo’n pijn.

Vrijdag is ze geopereerd aan haar linkerhand
om haar beknelde zenuwen wat ruimte te geven.
Ze mag haar linkerhand vier weken niet gebruiken.
Daarna wordt ze geopereerd aan haar rechterhand
en mag ze die vier weken niet gebruiken.

Ik woon niet meer om de hoek
en kan minder doen dan ik zou willen.
Maar ik doe wat ik kan.
Ik heb een voorraad maaltijden voor haar gekookt en ingevroren.
Die heb ik voor de operatie naar haar toegebracht.

Toen ik vrijdagavond belde om te vragen hoe het gaat,
zat ze net te eten. Onhandig met één hand.
Maar het was lekker, zei ze.
Gelukkig maar!
Het is wel het minste wat ik kan doen.
Tenslotte heeft zij 7.300 keer voor mij gekookt.

21.888 luiers (2,5 jaar per kind/4 luiers per dag): 912 x 4 x 6
4.680 bedden: 15 x 52 x 6
3.224 bedden: 62 x 52
23.400 kledingstukken: 5 x 52 x 15 x 6
22.630 keer de afwas: 62 x 365
768 keer ramen zemen: 12 x 62
2.600 keer stofzuigen: 50 x 52
7.300 maaltijden voor mij: 20 x 365

De geschiedenis herhaalt zich.

Maandmeklein

Soms, als ik op de fiets thuis kwam uit school,
stond mijn moeder bezorgd in de keuken.
“Kind, ik ben blij dat je er bent. Ik hoorde net een ambulance voorbij komen.”
Zonder dat ze het zag, rolde ik dan met mijn ogen.
Waar maakte ze zich druk om?

Toen ik ouder werd en ging stappen, sliep ze niet voordat ik veilig binnen was.
Stiekem vond ik dat wel gezellig. Vaak dronken we nog een beker warme melk,
samen aan de keukentafel. Pas dan ging mijn moeder slapen.

En toen ik eenmaal op mezelf woonde,
wilde ze toch altijd weten of ik veilig thuis was.
“Bel je even?”, zei mijn moeder dan.

Zelfs nu ik 43 ben en zij 81, doet ze dat nog steeds.
“Bel je als je thuis bent?” vraagt ze als ik terug rijd naar Amsterdam.
En vaak vergeet ik dat, zodat zij mij belt. “Ben je er? Fijn!”

In de jaren dat Michelle en ik bij haar in de straat woonden,
liet ze tussen de middag Toby uit als ik moest werken.
En dan deed ze ook meteen de afwas.

Aan de ene kant was ik daar blij mee.
Aan de andere kant leverde het ook een vaag schuldgevoel op
en wilde ik niet dat ze dat deed.

Inmiddels ben ik moeder van een grote dochter.
Steeds als ik een ambulance hoor, kijk ik op de klok.
Meestal weet ik wel waar Michelle uithangt en haal ik opgelucht adem.

Soms ben ik ongerust. En blij als ik daarna iets van haar hoor.
Ik laat niks merken want ik weet zeker dat Mich dan met haar ogen rolt.
Zonder dat ik het zie.

Toen we nog in Breda woonden,
lag ik soms in bed te wachten als Mich op stap was.
Tot ik buiten de rammelende fietsen hoorde van haar vriendengroep
en ik wist dat ze weer veilig thuis was.

Haar hoofd om de hoek van mijn deur,
een gefluisterd “Mam, ik ben er”.
Pas dan draaide ik me om en ging ik slapen.

En nu ze op zichzelf woont, vraag ik altijd of ze een berichtje stuurt
als ze thuis is nadat ze bij ons op visite is geweest.
Vaak vergeet ze het, waarop ik haar een berichtje stuur.
“Child?” waarop zij reageert met “Veilig thuis! x”.

Als ze nu op stap is, check ik Facebook voor ik ga slapen.
Soms zie ik dan dat Mich een foto geliked heeft,
of ergens op gereageerd heeft.
Dan weet ik dat ze weer veilig thuis is, binnen bereik van haar wifi.
Dan draai ik me om en ga slapen.

We wonen bij elkaar om de hoek.
Dus laat ik soms Boef uit als Michelle een lange dag college heeft.
En ach, als ik er toch ben, doe ik meteen de afwas.
Ik weet dat ze dat niet wil maar het eigenlijk ook wel fijn vindt.

De tijden zijn veranderd.
We hebben internet, wifi, mobiele telefoons en iMessage.
Maar sommige dingen veranderen nooit.

Zonder dat ik het in de gaten had,
ben ik precies zoals mijn moeder geworden.

Etiquette.

engel

En toen hadden we ineens, heel onverwachts, een crematie.
In verband met files en gladde wegen vertrokken we al vroeg naar Breda.

Als we al op de snelweg rijden, zie ik ineens dat Michelle haar oude,
blauwe trainingsbroek aan heeft.

Ik zit even verbijsterd te kijken.
Ze zou toch beter moeten weten?
Maar ik zeg niks en zet het resoluut van me af.
Ze is twintig, te groot voor kledingtips en do’s en don’ts.

Bovendien is het helemaal niet belangrijk wat ze aan heeft.
Het gaat erom dat ze er is.
Voor mijn zus en ons nichtje.
En om afscheid te nemen van haar oom.

Veel te vroeg arriveren we bij het uitvaartcentrum.
Op de parkeerplaats is het nog akelig stil.

“Dat komt mooi uit!” zegt Mich.
En staand naast de auto ontdoet ze zich van de afzichtelijke trainingsbroek
en mikt hem op de achterbank.

Ik sluit de auto af en kijk haar na terwijl ze het uitvaartcentrum in loopt.
In een elegant zwart jurkje, zwarte panty’s en hoge hakken.

Ik had ’t kunnen weten.

De foto boven dit logje is van Henk.