Categoriearchief: Fotografie door Uncle Bob

Uncle Bob ziet weer af.

Voor Kerst 2019 heb ik Michelle en Robby weer zo’n weergaloze cadeaubon gegeven. Net zoals de Gamma-bon was ook dit geen succes. Het was een cadeaubon voor een uur blowkarten op het strand en ze zijn al meer dan een jaar aan het proberen die bon in te wisselen.

In het begin van het jaar waren het de corona-regels die roet in het eten gooiden. Daarna waaide het te hard. Of juist weer te zacht. Maar ze blijven proberen. Zo ook vorige week zondag. En ik ging kijken want ik wilde proberen foto’s te maken. Oefenen in de categorie ‘actiefoto’s maken’.

Maar veel actie was er niet. De karretjes werden wel tevoorschijn gehaald. Maar het ging weer niet lukken. Er was niet genoeg wind. ‘Zullen we dan maar een stuk wandelen’ stelde Mich voor. Wat eigenlijk niet mocht, met z’n drieën, volgens de meest recente corona-regels. ‘Ik ken jullie niet’, zei ik en op anderhalve meter afstand van elkaar wandelden we een stuk over het strand.

‘Zullen we door de duinen terug lopen?’ stelde de jeugd voor. ‘Prima!’ zei ik. Geen probleem; ik wandel zo vaak door de duinen. Maar Michelle en Robby liepen niet dóór de duinen maar óver de duinen. En da’s iets anders dan over een geasfalteerd pad door de duinen wandelen. Wat betreft afstand houden zaten we goed. Want de jeugd was iets behendiger dan ik. Ik klom tegen duinen op en gleed van duinen af. De anderhalve meter afstand tussen ons werd al snel twee meter en daarna drie.

‘Gaat het, mam?’ riep Mich achterom, ‘Ja, hoor! Prima!’ riep ik stoer terug terwijl ik mijn hoogtevrees probeerde te negeren en zittend op mijn kont de zoveelste duinhelling af gleed. Voor de zekerheid had ik mijn camera veilig opgeborgen want deze Uncle Bob is niet op zijn achterhoofd gevallen.

Veel foto’s had ik dus niet die dag. En al zeker geen actie-foto’s. Behalve een paar mooie portretfoto’s (al zeg ik het zelf) en de foto van ons Leeuwenkoning-momentje. En die vond ik best lollig. Had ik toch niet voor niets zo afgezien.

Uncle Bob op Kerst-safari.

Het was prachtig weer afgelopen weekend en uncle Bob was graag de duinen in gegaan om foto’s maken. Maar met mooi weer, vind ik het vaak te druk daar dus bleef ik thuis. Het werd zo’n rommel weekend. Ik deed een wasje, ik poetste een beetje, ruimde kasten op en las in mijn boek. Ik maakte alleen een ommetje omdat dat moet van haar.

Maar op zondagavond zag ik in de Faceboekgroep van ons dorp dat iemand foto’s geplaatst had van kerstbomen op het strand. Kerstbomen op het strand! Hoe leuk is dat? Ik had spijt als haren op mijn hoofd dat ik niet naar het strand gefietst was. Want dát zou nou een leuk plaatje zijn om jullie fijne feestdagen te wensen!

Maar ik had nog een kans: maandag. Omdat ik mijn vrije woensdag geruild had met mijn collega. De rest van de week zou ik op kantoor zitten. Dus het móest! Die maandag! Jammer genoeg zou het die maandag ‘s middags gaan regenen.

Jullie weten dat deze Uncle Bob het altijd laat maakt en graag uitslaapt. Maar deze Uncle Bob zat op maandagmorgen om half tien al op de fiets om voor jullie een foto te gaan maken op het strand, voordat het zou gaan regenen. Twintig minuten fietsen, hè! Op de vroege morgen. Op mijn vrije dag. Ik schrok er zelf ook van! Maar hé! Voor mijn trouwe weblog-vriendinnen en -vriend heb ik dat over.

En natuurlijk; wekenlang hoopte ik Schotse hooglanders tegen te komen en zag ik ze niet. En terwijl ik nu gewoon onderweg was naar de kerstbomen op het strand, zag ik ineens de hele kudde op hun gemakje langs het pad kuieren. ‘Doorfietsen’, zei ik tegen mezelf ‘Naar de kerstbomen’. ‘Buitenkansje!’ schreeuwde de Uncle Bob in mij. Ik fietste de hooglanders voorbij en stopte.

Ik doe alles altijd heel rustig en doordacht in de buurt van die beesten. Want ze zijn te groot om ruzie mee te krijgen. Ik pakte mijn camera en bleef even stil staan zodat ze een beetje aan me konden wennen. ‘Wat doet die mevrouw? Oh, niks. Dan grazen we lekker door.’

En toen kwam van de andere kant de kudde wilde paarden aan wandelen. Tot mijn verbazing bleef het voorste paard verschrikt staan. ‘Oh, hallo!’ zei ik zachtjes. ‘Uhhh, maar jullie kennen elkaar toch?’ Daar stond ik, moederziel alleen midden in de duinen. Met aan de ene kant een kudde hooglanders en aan de andere kant een kudde wilde paarden.

Terwijl ik me nog doodstil af stond te vragen of dat gevaarlijk was, kwam er ineens een wielrenner om de hoek zeilen, rakelings langs de kudde hooglanders. Het was zo’n – en ik mag het zeggen want ik ben er zelf een – te dikke vijftig-plusser in een te strakke zeemleren broek met een fluorescerend trainingsjack over zijn te dikke buik. En van onder zijn knalroze fietshelm schreeuwde hij me keihard toe ‘Je hebt ze lekker onrustig gemaakt, zeg!’

Verbijsterd keek ik zijn dikke kont na terwijl hij in volle vaart langs de toch al verschrikte paarden verdween. Pardon? Ik stónd daar alleen maar. Idioot! Nee, van joú worden ze blij. Met je lelijke kleuren en je geschreeuw! Ik was zó boos dat ik spontaan vergat bang te zijn.

Rustig liep ik iets (echt maar iets) dichter naar de hooglanders toe terwijl ik ze zachtjes toesprak ‘Wat een nare meneer, hè. Niks van aantrekken, hoor. En let maar niet op mij. Ik wil alleen een mooie foto van jullie. Mag dat?’ Geen idee of ze me hoorden op die afstand. Maar ik had hun aandacht. En ik maakte foto’s. Scherpe foto’s! Eindelijk!

Die foto van die kerstbomen op het strand was iets minder spectaculair dan ik in gedachten had. Maar dat geeft niks; mijn dag kon niet meer stuk. Uncle Bob is blij.

Ik wens jullie, ondanks deze rare tijd, hele fijne Kerstdagen. Op afstand of samen. Maak er iets moois van en blijf vooral gezond.

Uncle Bob is geen held.

Ergens tijdens de eerste lockdown besloot ik een voorschot te nemen op het vakantiegeld dat ik door Corona niet in Dublin uit zou geven. Ik kocht een zoomlens voor mijn camera. Ik had te vaak leuke beestjes gezien in de verte die ik met mijn gewone lens niet kon fotograferen. Bovendien had ik op de Facebookgroep van mijn dorp prachtige close up-foto’s gezien van een van de Schotse hooglanders hier in de duinen waarbij de maker verklapte dat hij een zoomlens gebruikt had. Dat wilde ik ook!

En verdorie, zeg! Wat een leuk speelgoed is zo’n lens! Ik fotografeerde lammetjes waarbij ik de wimpertjes kon tellen. Een zwaan met waterdruppeltjes. Een zeemeeuw op een zomerse avond. En ik leefde me uit bij het wrak van de Vrijheit dat hier voor de kust ligt. Maar zo’n machtige Schotse hooglander-kop mooi op de foto krijgen, is nog steeds niet gelukt, ondanks het feit dat ‘struinen door de duinen’ mijn nieuwe hobby is.

Prachtige dieren zijn het! Ik vind ze geweldig! En ik fiets er zonder problemen tussendoor. Maar dan afstappen en teruglopen… Daar word ik toch een beetje nerveus van. Het zijn die grote horens op hun hoofd, denk ik. En misschien ook het feit dat ik op rustige dagen de duinen in ga. Dan sta ik daar dus moederziel alleen in de duinen, vlak bij vier (of meer) van die enorme beesten. En wie gaat er dan 112 bellen als ik op de horens genomen word?

Dus parkeer ik mijn fiets, pak ik mijn camera en terwijl mijn knietjes lichtjes beginnen te trillen loop ik naar zo’n enorme Schotse hooglander toe. Door mijn zoomlens kijken, naar zo’n geweldige kop, houd ik maximaal tien seconden vol. Daarna kijk ik over mijn camera heen om te checken of die machtige kolos in werkelijkheid nog steeds ver weg is. Want door mijn zoomlens lijkt het alsof we neus aan neus staan. Dus moet ik steeds opnieuw beginnen met fotograferen.

Ondertussen doen die beesten niks, hè. Ze staan gewoon te grazen. Ik kan het geluid inmiddels dromen en ik heb er massa’s foto’s van. Maar ik wil juist een close up van alleen zo’n imposante kop terwijl zo’n beest recht in de lens kijkt. Dus ik sta daar, vijf meter van zo’n enorm beest vandaan, haal diep adem en kijk – voor de veertigste keer – door mijn lens. En dan heb ik het een partij druk, joh! Ik probeer scherp te stellen, een mooie compositie te kiezen en mijn knieën stil te houden en ondertussen draaien mijn hersens overuren.

Want ik probeer me de fotografietips te herinneren die Liesbeth me mailde maar in mijn brein is alleen plaats voor de tip die ze mee gaf over hooglanders. “Maak je groot als ze op je af komen”. Die tip vult in hoofdletters mijn hele hersenpan. Er is geen ruimte voor iets anders. En ergens daar tussendoor probeer ik ook nog, als een echte Crocodile Dundee, zo’n Highlander mijn wil op te leggen. ‘Kom op, schatje!’ fluister ik ‘Til je kop op! Kijk eens naar me!’

Wanneer zo’n beest dan eindelijk doet wat ik wil, me aankijkt en we eindelijk oog in oog staan, via mijn zoomlens gruwelijk dichtbij, druk ik af en zijn mijn foto’s bewogen. Omdat ik wéér niet koelbloedig stil kan blijven staan. Dat het me laatst uiteindelijk lukte om een close up te maken, kwam doordat zo’n lieve schat vlak bij een wildrooster stond. En ik aan de andere kant ervan. Maar echt spectaculair werd dat plaatje ook niet. Nooit geweten dat je om te kunnen fotograferen ook dapper moet zijn.

Met wat meer afstand tussen mij en de Schotse hooglanders gaat het iets beter. Dan blijf ik koelbloedig staan. En dan werkt zo’n Schotse kolos even heerlijk mee. En dan heb ik ineens tóch een leuk plaatje. En die mooie close up van zo’n machtig mooi kop? Dat komt nog wel een keer. Ooit.

Uncle Bob laat de hond uit.

Soms zie je van die mooie foto’s van honden die door de branding rennen. Dat leek me leuk om te proberen, zeg! Een rennende hond in de branding fotograferen! Ik heb alleen geen hond. Maar dat probleem was snel opgelost; want mijn dochter heeft wél een hond. Dus boekte ik haar én hond om op een zondagmiddag een stukje te gaan wandelen.

Ik reed naar hun nieuwe huis in Almere Poort en we gingen met Nanook wandelen langs het IJmeer. Ik was even vergeten dat daar niet echt sprake is van een branding. Dat maakte niks uit eigenlijk. Want als er wel branding was geweest, dan was Nanook daar écht niet doorheen gaan rennen. Ben jij mal? Dan wordt haar buikje nat.

Waar ik ook geen rekening mee had gehouden, was het formaat van Nanook. Een labrador, een herder of een berner sennen maakt natuurlijk prachtig hoge sprongen als-ie rent. Maar onze Nanook is een pomchi. Drie kilo hond. Een dame bovendien, die heel parmantig over het strand trippelt. Bovendien is sprongen maken van een halve meter lastig als je zelf maar dertig centimeter hoog bent. En de vreemde kleur zand maakte het er ook niet beter op.

Spelen met andere hondjes wilde mijn model ook al niet. Hoewel de speelkameraadjes haar formaat hadden, hadden ze niet veel zin om te spelen. Het spel kwam niet echt van de grond. Verder dan wat ongegeneerd kontsnuffelen ging het niet.

Maar ach, het kon me ook eigenlijk niet schelen. Die hele fotoshoot was maar bijzaak geworden terwijl ik al wandelend lekker bij kletste met mijn kind. Ik vergat gewoon dat ik mijn camera bij me had. Voor de vorm maakte ik aan het eind van onze wandeling snel nog wat foto’s van Nanook, rustig zittend op een trapje. En eigenlijk is ze dan ook gewoon op haar allermooist.