Categoriearchief: Huisdieren

Het lege nest syndroom, deel 2

klik voor groter

Michelle is bijna twee jaar de deur uit en alles gaat goed.
Echt kans om haar te missen, krijg ik amper.
Ze woont anderhalve kilometer verderop
en hangt regelmatig een avond hier op de bank.

Maar mijn lege-nest-syndroom blijkt zeer hardnekkig.
Die drang om te zorgen, is er nog steeds.

In eerste instantie leefde ik me uit op de kat.
Ons huis is een waar kattenwalhalla geworden
vol speelgoedmuizen, balletjes en andere zooi.

Spike is er zo aan gewend dat-ie een cadeautje krijgt
wanneer ik weg ben geweest dat-ie chagrijnig wegloopt
als-ie niks krijgt. De kat heb ik dus al verpest.

Mijn liefhebbende wederhelft dreigt nu met een straatverbod
als ik nog meer kattenzooi mee naar huis sleep.
Dus moest ik iets anders verzinnen.

Een virtueel nieuw kindje was ook niet de oplossing.
Mijn Pou heb ik laatst resoluut gedelete van mijn telefoon.

Maar ik heb een oplossing gevonden!
Iets om te vertroetelen en verzorgen,
om te laten groeien en bloeien
en al mijn moederliefde op los te laten.
Iets échts! Iets levends!

Gisteren maakten Mich en ik ons jaarlijkse uitje
met Oma naar onze favoriete kwekerij.
En behalve plantjes voor in Oma’s tuin
bracht ik deze keer ook plantjes voor mezelf mee.

Ze staan inmiddels in potten op ons balkon.
Mijn nieuwe kindjes!

Witte geraniums, vlijtige Liesjes,
schattige hangplantjes en ijsbloemetjes.
Zo lief!

Pasen 2013 – Over dingen die anders liepen.

Dochterlief, die kwam logeren (hoewel ze om de hoek woont)
arriveerde zo vroeg dat ik nog geen eitjes verstopt had.

Frank en Tijl besloten een dimmer te monteren, terwijl ik cupcakes maakte.
Stroom aan, stroom uit, stroom aan, stroom uit.
Dat mixt niet handig en de oven koelde ook steeds af.

Spike kon niet op het logeerbed slapen
want daar sliepen Michelle en Boef.
Hij zat verbijsterd voor de deur.
‘Wat doen jullie in mijn kamer?’

Eerste Paasdag gingen we op de koffie bij mijn moeder.
Met twaalf cupcakes, waarvan zes versierd.
Verder waren we niet gekomen.

Michelle’s vrienden in Breda maakten onverwacht allerlei gezellige plannen.
Aangezien Mich haar pyjama, tandenborstel en hond nog bij zich had,
bleef ze achter in Breda. En moest ik zelf terug rijden naar Amsterdam.

De Fyra, waarmee mijn zus de volgende dag naar Amsterdam zou komen,
reed niet. Ze kwam een trein later en was pas om half twaalf hier.
Toen stond ik al een half uur te vernikkelen op station Lelylaan.
En bij Amsterdamse Poort, waar we wilden gaan winkelen,
bleken alle winkels vanwege 2e Paasdag gesloten te zijn.
Hoezo, Big City?

Maar ach…
We aten lekker tapas met Michelle en Tijl.
Frank, Mich en Tijl speelden gezellig ‘Buzz’.
De logeerpartij van Michelle was super-gezellig.
Wat ontzettend leuk om Mich en Boef een nachtje hier te hebben!

We kletsten heerlijk bij met mijn moeder, mijn zussen, een van mijn broers,
mijn neefje, mijn nichtje en hun aanhang.
Ik boekte de logeerkamer bij mijn broer voor 17 mei aanstaande.
En de cupcakes gingen schoon op.

Michelle ging onverwachts gourmetten bij de ouders van Daan
en hield de volgende dag spelletjesmiddag met haar Bredase vrienden.

Ik doorkruiste heel Amsterdam in de metro met mijn zus
en we aten cheesecake bij Starbucks.
Ik nam haar mee naar het Paleis op de Dam.
Zo vlak voor de troonswisseling moest ze dat maar eens van binnen zien.
Stiekem controleerden we of het uitbundige interieur wel goed gestoft werd.
En verrek! Zelfs op de plintjes lag geen stof!

Conclusie: het was leuk!

Twee minpuntjes:
Jammer dat het kwik nog steeds niet boven de vijf graden uit kwam.
En jammer dat Bea niet thuis was.
We hadden wel een kopje thee gewild.

Voor grote foto’s: zie het foto-album rechts.

De wondere wereld van Boef.


Thuis trekt Michelle haar jas aan. Blij springt Boef in zijn tas.
“Oh leuk! Gaan we weg, vrouwtje? Waar gaan we heen?”
En met Boef in zijn tas fietst ze naar ons huis.
“Woei! Leuk! Wat gaan we hard, vrouwtje!”

Als ze bij ons de lift uit komt, mag Boef al los.
“Joepie! Ik ken ’t hier! We gaan naar Franky!
Volg mij maar, ik weet de weg!”
En blij huppelt Boef naar onze voordeur.

Als we de deur open doen, vliegt Boef naar binnen.
Hij is blij ons te zien maar wij zijn even niet belangrijk.
Boef raced eerst door het huis naar de keuken
om te checken of er nog kattenvoer staat.
“Jammer. ‘t Kattenvoer is weggezet. Maar die uitgedroogde stukjes
die er nog liggen lust ik ook wel, hoor. Lekker!”

Daarna volgen steevast tien rondjes of meer door de woonkamer.
Op topsnelheid, rakelings langs de meubels.
“Ha! Lekker die vloerbedekking! Thuis hebben we laminaat.
Dan glijd ik altijd uit. Moet je kijken hoe hard ik hier kan rennen!”

Ondertussen springt Boef vier keer bij Frank op de bank.
“Hey Franky! Leuk je te zien, man! Hoei!
Maar ik ga nog even rennen!”
En weg is-ie weer.

Als Boef klaar is met rennen, gaat-ie over de grond rollen.
“Hé! Waar is die kat? In de slaapkamer zeker? Geeft niet.
Ik smeer mijn luchtje aan de vloerbedekking.
Dan kan-ie straks ruiken dat ik hier geweest ben!”

We geven Boef de speelgoedkikker waar hij hier altijd mee speelt.
“Hé, gaaf! Daar is mijn kikker weer! Leuk, man!”
Met de kikker in zijn bek, rent Boef nog vier rondjes door de kamer.
Wederom op topsnelheid.

Daarna bijt-ie op z’n kikker zodat dat ding piept.
“Moet je horen! Hij kan piepen! Moet je horen! Ik kan dat goed, he?”
En hij laat de kikker nog veertig keer piepen.

Dan besluit Boef dat hij met de speeltjes van Spike wil spelen.
Maar aangezien Boef in zijn enthousiasme nogal eens wat wil slopen,
liggen die veilig op de kattenspeeltoren. En daar kan Boef niet bij.

“Ik ga op die toren springen, hoor! Ik ga de spullen van die kat pakken!
Hmmmpf, hmmmpf, verdorie! Wat is die toren hoog! Ik kan er net niet bij.
Nou, dan ga ik maar uit de bak van die kat drinken”
En tevreden drinkt Boef uit het teiltje water dat sinds
een warme zomer standaard in de kamer staat.
“Tjonge! Die kat boft. Ik heb thuis geen teil water in de kamer!”

Dan ontdekt Boef dat er lekkere hapjes op tafel staan.
“Hé, Franky, wat heb jij daar? Is dat eten? Een pinda? Wat is een pinda?”
En tot grote ergernis van Michelle voert Frank Boef een pinda.
“Wow! Da’s zout! Maar wel lekker, Franky!”
En tevreden likt Boef zijn lippen af.

Daarna volgt een robbertje stoeien met Frank.
“Hé Franky! Doe nog eens zo met je hoofd in je trui. Dan ga ik je zoeken!”
En luid grommend bestormt Boef Frank,
die met z’n trui over zijn hoofd languit op de bank ligt.
“Da’s lachen, Franky! Ik ga je pakken, grrrrrr!”

Tot Boef ontdekt dat Franky nog meer lekkers heeft.
“Brie? Wat is dat, Franky?”
En Frank laat ‘geheel per ongeluk’ een stukje brie op de grond vallen.
“Oei! Het plakt wel een beetje aan mijn tandjes.
Maar het is wel lekker, Franky! Brie!”

Uiteindelijk, na nog twaalf rondjes door de kamer,
na nog een stoeisessie met Frank,
(“Hé Franky! Ga nog eens onder dat dekentje! Dan ga ik je pakken!”)
is Boef moe.

Tevreden gaat-ie een tukkie doen.
Prinsheerlijk op de stoel van Spike.

“Potverdikkie! Die kat heeft wel een lekkere stoel.
Met zo’n lekkere, zachte deken.
Welterusten, jongens.
Maak me maar wakker als er weer brie is.
Brie is lekker!”